Ideemachine.nl
                                                                                                 

 

 

 

 

De verdrietige Draak.

Er was eens.....een prinses. Niet zo maar een prinses. Nee, jong, mooi en heel slim. Net zoiets als Maxima, maar dan in vroegere tijden. Iedereen vond haar aardig en dat moest ze ook wel zijn, want om haar heen vlogen vaak vogels, vlinders en soms een verdwaalde vleermuis. Vlinders en vogels doen dit vaker, maar een vleermuis...Nee, dan moest je wel heel aardig zijn! Nou ja, ook verzorgde de prinses alle rozen in de tuin. Niet verwonderlijk, want de haar naam was Rosalinde. Nu een antieke naam, maar vroeger heel erg gewild bij prinsessen. Tulpelina, Geraniuma en Gladiola waren ook in trek, maar verloren het van de rozen.   

 

 

Op een dag in mei kwam het zevende kamermeisje verschrikt de prinsessenkamer in en riep uit dat Rosalinde snel naar de kasteelmuur moest komen. "Het is zover", was het enige wat ze uit kon brengen en hapte verder de gehele tijd naar adem. Roselinde dacht even na over dit vreemde verzoek. "Zou ze mee gaan of gewoon eigenwijs niets doen"? Dat laatste was om duidelijk te maken dat ze een prinses was en geen poetsmeid. Ze had er vandaag geen zin in en stond op om mee te gaan naar de kasteelmuur. Onderweg kwamen andere vragen op. "Zou het een brand zijn....of toch een prins? Dit laatste fleurde haar op, omdat ze graag wilde trouwen. Ze was de rozen al lang beu en verder gebeurde er weinig in het stoffige kasteel.

Aangekomen bij de muur zag zij de Koning en Koningin. Ze keken sip...."O, jee...geen prins! , maar wat dan wel? Die vraag werd snel beantwoord. Beneden bij de gracht stond een ridder, geheel gekleed in het zwart. Zijn zwarte baard paste goed bij zijn harnas. Alleen zijn ogen stonden een beetje scheef en daarom vond Rosalinde hem nog enger. Ze wilde direct weg lopen van deze griezel, maar een duistere stem weerklonk tussen de torens. "Gullie, bewoners en diens heerser". Zijn stem was krachtig en iedereen luisterde. "Ik ben Tom Tum, soldaat van Elders ende Verre. Ik ben rijk en arm gelijk. Ginne kinderbaarster aan mijne zijde. Dat is mijn lot. Tot nu! Hier is een prachtige baarster...zo is mij gezegd. En...(iedereen hield zijn adem in)....ik wil haar". Om dit verzoek kracht bij te zetten, trok hij zijn zwaard. Rosalinde trok witjes weg en keek angstig haar vader aan.

 

 

Om een lang verhaal kort te maken...de Koning gaf niet toe, ondanks een geworpen steen vlak naast zijn hoofd. Hij spuugde naar beneden en lachte de ridder toe. Rosalinde zuchtte diep en vertrouwde op de muren van het kasteel. Met een lichte blos op haar wangen keerden ze allen om. De wacht zou verder dit klusje klaren. Het lange verhaal werd kort omdat alles anders verliep dan gedacht. Op een teken van de ridder verscheen aan de rand van het bos een groot zwart leger. Het leger brulde en iedereen schrok.

"Nee, ik wil niet", schreeuwde Rosalinde. Er was een korte stilte, die de ridder snel doorbrak. "Morgen, tien uur....Dan wil ik haar, anders neem ik dit Kasteel af en worden gullie allemaal mijn boeren en hoeders. Rosalinde viel onmiddellijk flauw.

- Rosalinde droomt van poets en boenwerk.

- ze besluit te vluchten naar het bos, daar waar de draak heerst.

- de tocht door het bos.

- Rosalinde vindt een huilende draak.

- In het oor van de draak steekt een tak.

- Rosalinde helpt de draak.

- De draak helpt haar en Tom Tum vlucht.

- Kusje.....en hopla....een prins.

 

 

E-mailen
Map
Info