Ideemachine.nl
                                                                                                 

De Piri-Re'is-video


De Vondst.

Simon de la Mercier liep met grote stappen en wapperende jas door het gebouw wat al jaren zijn vaste werkplaats was. Zijn gedachten dwaalden kennelijk af, want keer op keer werd in de lange gangen een bijna botsing voorkomen met de overige werklieden, slechts doordat zij opzij stapten. Een verontschuldiging aan hen kon er niet van af. Mercier had daarbij ook geen oog meer voor de bijzonderheden. Enkele Van Gogh-replica's liep hij achteloos voorbij en zelfs het standbeeld van David van Michelangelo was hem geen blik waard. Er moest wel iets belangrijks in het hoofd van deze man spelen en dat was ook zo. Vlak voor tien uur had hij op zijn pols-diverter een code rood oproep ontvangen. Normaal gesproken kon hij elke oproep, dus ook een code rood-oproep weigeren, maar van Sussie Wang nooit. De stilzwijgende afspraak tussen beiden grootheden binnen de sector "S-3" dat zij op elke oproep zouden reageren, hield nog immer stand, ondanks de drukte van hun werkzaamheden. Mercier zat namelijk nog midden in het opzienbarende Nazca-onderzoek. Pas geleden waren er weer nieuwe lijnen gevonden op de hoogvlaktes in Peru en deze keer van formidabele orde. Niet alleen waren de lijnen ondergronds en zodoende per toeval ontdekt door de Strato-sateliet, maar ook nog eens opzienbarend vanwege de afbeeldingen zelf. Volgens Mercier kon er nu overduidelijk worden gesteld dat de lijnen inderdaad bakens moesten zijn voor luchtvaartuigen en dat terwijl de lijnen duizenden jaren oud waren.

Enigszins uitgeput kwam hij aan bij de kamer van Sussie Wang en opende de deur met een scan van zijn adem. Binnen in de ruime kamer voelde hij meteen een spanning, die een vreemd warm gevoel gaf op zijn beide wangen. Het ervaren van die spanning werd overduidelijk gevoed door de afwezigheid van elke andere persoon in de kamer dan Sussie Wang zelf. Het betrof naar zijn mening een ongebruikelijke toestand, aangezien het hoofd-sector drie meestal werd omringd door diverse assistenten, die maar al te graag alles van haar wilde leren. Aan het einde van de bekende imposante tafel zat Sussie en ze zei niets. Mercier was met deze houding bekend. Er stond iets belangrijks te wachten.

"Zal ik dan maar zelf een koffie pakken", grapte hij om alsnog de grimmigheid te doorbreken. Ze reageerde met slechts een halve glimlach.

"Geen tijd voor grappen, Mercier. De situatie lijkt mij....eh....gevaarlijk. Ik weet het niet..."

"Wat weet je niet?", vroeg Mercier, terwijl hij zonder koffie aan het andere eind van de tafel ging zitten.

"Moeten we stoppen met onderzoek, Sussie. Nee, toch, we..." Mercier kon zijn zin niet afmaken. Sussie maakte een afwijzend gebaar en pakte de snel-controller van het holo-scherm.

"Mercier....voordat we een video bekijken, moet ik je inlichten. De oorsprong van de video is nogal....eh...ongebruikelijk".

"Een video. Ik ben er klaar voor, Sussie, maar ik heb wel om elf uur een vergadering, die..."

"Niet doorgaat. Wacht maar af." Mercier knikte. "Oke...begin maar."

"Eerst dit. Weet je vlucht Horizon 16 nog?"

"Je bedoelt de vlucht naar Alpha Centauri?"

"Ja, die.....vertel wat je weet Mercier".

"Nou....enkele jaren geleden is die vlucht vertrokken met naar ik meen, eh...aan boord Jeannette Huy. Ja, zij, want zij wilde vrijwillig deelnemen aan deze zeer gevaarlijke vlucht, ondanks dat ze...."

"Moeder was van twee jonge kinderen. Dat klopt Mercier. Ga door".

"Wel....de vlucht stond gemeld voor Alpha Centauri aangezien in de roodverschuiving van die ster nadrukkelijk de aanwezigheid van nog een planeet, Marcia-21 werd getraceerd. En....eh, als ik het goed heb, lag die planeet wel in de bewoonde sfeer. De afstand tussen planeet en ster was goed en er moest een atmosfeer zijn gelijkende op die van de aarde, was de gedachte na grondige metingen. De moeite waard voor nader onderzoek dus. Wat ik verder nog weet is dat ze ongeveer rond deze tijd terug had moeten zijn. Nee, wacht...al lang eigenlijk. Verdomd....nee toch?"

"Nee, dat niet....Nou ja....we weten het niet. Het voertuig, de Horizon 16 is enkele weken geleden - zoals verwacht - getraceerd vlak bij Saturnus, maar of eh.....Jeannette nog leeft, is nu volstrekt onbekend".

"Hoezo nu onbekend?.....Als ze bij Saturnus is, dan heb je toch contact met haar. Verklaar je nader, Sussie, want je hebt mijn aandacht. Ik kende haar redelijk goed en dus...Tsja...Je snapt het wel".

"Ik snap het Mercier, maar er is meer. Luister....Jeannette is erin geslaagd om contact met ons te leggen, maar niet op de gebruikelijke manier."

"Oke...vertel".

"Nou, ze heeft maanden geleden een video opgenomen en daarin een verhaal verteld. Het is nogal opzienbarend. Maar dat is niet het enige. Er zitten vreemde zaken aan de video en mijn team krijgt er geen hoogte van. Er is iets mis, maar wat? ...dat weten we niet. Ik vind het een goed plan als jij ook de video beoordeeld, wil je?"

"Natuur, Sussie, maar moet ik mij voorbereiden of zo?"

"Nee....luister. Ik laat je alleen en jij bekijkt de video. Daarna overleggen we weer. Je moet nog wel weten dat de Horizon 16 inmiddels bij de Maan wacht op toestemming om daar te landen."

"Dus....ze leeft?"

"Geen idee...De aanvraag tot landen werd automatisch bij de Basis-1-A gedaan. Bekijk jij de video maar en oordeel of we een "toestand" hebben als we de Horizon 16 toelaten."

Sussie verliet de kamer en liet Mercier achter met duizenden vragen. anderzijds besefte hij ook wel dat de antwoorden wellicht uit de video moesten blijken. Hij stond op, pakte de controller en zette de video aan. 


De video.


De video liep al enkele minuten voordat Mercier in de gaten kreeg dat Jeannette er anders uit zag dan voor haar vertrek. Natuurlijk, de intensieve reis duurde één jaar heen en één jaar terug, dus zou er vanwege het ontbreken van de zwaartekracht wel een verschil moeten zijn, maar daar lag het volgens hem niet aan. Nee, het betrof de uitdrukking op haar gezicht. Er was niets meer terug te vinden van de energieke goedlachse en altijd positieve redelijk knappe vrouw. Wat Mercier in haar ogen zag kon eenvoudig worden bestempeld als langdurige zorgen van grote aard. De wallen onder haar ogen, zwart en diep kregen naar mate je haar aankeek een extra betekenis bij het verhaal wat ze intussen vertelde.

Na het aanzetten van de video was er direct het beeld van haar hoofd verschenen, terwijl ze in de besturingsstoel zat en dat bleef kennelijk zo tot aan het einde van de opname. In die zin was er niets vreemds te bekennen. Althans....vooralsnog niet. Haar verhaal ging als volgt;

"Hallo, Ik ben Jeannette Huy, commander van de Horizon 16. Het is nu 11 augustus, tijd 16:07 uur, Stanza-klok. Laat ik beginnen met de mededeling - zoals ook moet blijken uit de door jullie ontvangen berekeningen - dat de reis naar Alpha Centauri voorspoedig is verlopen en wel precies volgens het gewenste schema. Eenmaal aangekomen bij de stratosfeer van ons doel, de planeet Marcia-21, eh....tussen haakjes; de visuele gegevens zijn toen ook direct verzonden, maar wellicht nog steeds vanwege de afstand onderweg, ....kon ik meteen zelf al waarnemen dat de planeet waarschijnlijk een leefbaarheidsfactor van meer dan 90% moest bevatten. De atmosfeer bestond uit een mengel van waterstof, stikstof, zuurstof en een klein beetje helium. Hoe dan ook....goed leefbaar voor de mens en qua omstandigheden vergelijkbaar met Sirao-5. Wolken van waterstof omringden een groot gedeelte van de planeet en ik vond ze wonderschoon. Of dit vanwege de aanwezigheid van het helium kwam, weet ik niet exact, maar het kleurenpatroon oversteeg zelfs de schoonheid van het Noorderlicht in Lapland. De kleuren vond ik volstrekt anders, meer roze, dan groen en ook nog flarden van paars met blauw. Heel anders en zoiets moois had ik nog niet gezien.

De aanwezigheid van leven in de atmosfeer heb ik echter niet kunnen meten, noch waarnemen, maar dat was ook niet te verwachten. De planeet verder aanschouwende, was van evenzo grote schoonheid. Water...nee, zeeën en meren in overvloed en na een ronde om de planeet heb ik zestien contingenten kunnen tellen. Enkele bergen op de grootste continenten overtroffen elke waarschijnlijkheid, aangezien de hoogte van veertig kilometer door de besneeuwde en be-ijsde toppen met gemak werd gehaald. De metingen van de diepte van de zeeën en meren was evenzo opmerkelijk. Er zijn door de systemen gaten geregistreerd van meer dan zeventig kilometer diep. Wat dit voor gevolgen heeft voor de planeet,  - mogelijk is de planeet enigszins instabiel -, weet ik niet. In ieder geval leek mij het oppervlak redelijk rustig op enkele vulkanen na.

Het grootste contingent - ik ben zo vrij geweest om deze Afriko te noemen vanwege de vorm - had zoals Afrika woestijnen als enorme bossen. Of het daadwerkelijk een regenwoud betrof, weet ik niet, maar ook hier liggen de bossen recht op de evenaar. By the way...Ook Marcia-21 heeft twee polen. De Noordpool is gigantisch groot, veel groter dan op Aarde en ook dat moet effect hebben op het klimaat. Uiteraard zijn er stormen, vooral bij de droge gebieden, maar deze zijn niet blijvende. Iets vreemds, ten opzichte van de Aarde, betreft de aanwezigheid van stof en ijswolken. Eerst dacht ik dat het ontstaan te danken was aan de temperatuur van de zeeën, maar dat was niet zo. Pas later ontdekte ik de reden van hun bestaan. Schrik niet, maar....ze zijn kunstmatig gevormd mogelijk door enorme fabrieken op de planeet. Ik snapte ook meteen waarom. De stand van de as van de planeet is niet schuin maar blijft kaarsrecht. Er zijn zodoende geen seizoenen en de hitte bij de droge gebieden is zo groot dat alleen wolken een vorm van leven aldaar kunnen beschermen. Jullie raden het al. Er is of was een intelligente entiteit op Marcia-21 en wel één die leeft of leefde bij gortdroge gebieden. Als ik moet raden waarom, dan gok ik er op dat andere levensvormen buiten deze regio's aanwezig zijn, die niet zo vriendelijk van aard zijn. Dat het veel te koud daar is, zou ook kunnen. Ik ben.....eh.....in ieder geval buiten mijn boekje gegaan".

Mercier schrok. "Ze zou toch niet.....nee he..."

Maar het was wel zo.

"Ik ben zo vrij geweest om af te dalen naar de planeet. Dat had ik inderdaad beter niet kunnen doen. Enfin....het is gebeurd". 

Mercier steunde en zuchtte. Hij besefte het gevaar, als...als het waar zou zijn. Er waren meerdere leefbare werelden ontdekt, zo wist hij. Tientallen zelfs en elke keer werden die werelden te gevaarlijk bevonden. Hij herinnerde zich vlucht 22 naar Gaustia-7. Niemand overleefde de afschuwelijke insecten die daar leefden. Nou ja....ze overleefden wel, maar om de rest van je leven als een legbatterij voor wormachtige roof-vliegen te dienen, dat was geen leven meer. Tot zijn teleurstelling hadden ze nimmer deze crew kunnen redden. Alleen hierom wist hij dat iedereen die een voet plaatste op een onbekende planeet gevaar voor eigen leven liep. Met enige tegenzin....startte hij de video weer.

Jeannette ging verder.

"Al op tweehonderd kilometer hoogte kon ik, vrij onverwacht, op het kleinste contingent, laten we het Minos noemen, vreemde lijnen vaststellen. Ze verschilden qua omvang niet veel van de op aarde aangetroffen lijnen te Peru. Hier waren wel andere vormen aangenomen. Ik kon duidelijk de contouren van een vliegend wezen zien en een kruipend "iets" ernaast. De grootste kaarsrechte lijn kon ik vrij snel aanmerken als landingsbaan en zo te zien was deze vaker gebruikt. De landing gaf op die lijn geen problemen en de sensoren traceerden in de lucht voldoende zuurstof voor mij. Ik zou dus gewoon naar buiten kunnen lopen. En...dat deed ik dan ook. Ik weet niet waarom ik zo een groot risico heb genomen, maar misschien kwam het mij voor dat hier een verlaten basis moest zijn. Wellicht een basis van uitgestorven "slimme entiteiten", want geen enkel geluid of beweging verraadde een recente aanwezigheid van enig intelligent leven. Al snel, nadat ik mijn capsule had verlaten, ontdekte ik echter wel klein leven. Er kropen een aantal insecten, met zowel zes als acht pootjes over de grond en er vlogen ook vogelachtigen, sommigen zelfs met dubbele vleugels. Ik besteedde er niet te veel aandacht aan, want ik kon duidelijk merken dat ze bang voor mij waren. In die zin verschilde deze wereld niet veel van onze vertrouwde Aarde. Ik besloot verder te lopen, aangetrokken door een vorm van een vierkant, een gebouw met in het midden een enorme zwarte opening. Enige rilling trok over mijn lichaam, want als de grootte van de opening iets zou zeggen over de bewoners, dan moesten het wel reuzen zijn. Mijn angst verstopte ik in de wetenschap dat juist de wetenschap gediend zou zijn van mijn ontdekkingen. Twee jaar reizen geef je namelijk niet zomaar op om dan terug te komen met het idee dat je intelligent leven had kunnen ontdekken". 

"Hoe dan ook, niets hield mij tegen om de donkere gang in te lopen. En daar....daar deed ik een verschrikkelijke ontdekking".   

 

Vervolg video I


Mercier had een rondje gelopen en kwam toevallig Sussie Wang tegen. Aan haar blik was goed te zien dat zij zorgen had en Mercier bevestigde haar idee over de video met een korte knik.

"Ik ben op de helft", zei hij ongevraagd. Sussie draaide zich om en liep weg. Mercier schatte deze houding op als een vorm van geduld en aanmoediging. Haar stilte stond synoniem voor "je hebt nog niets gehoord". En dat was ook zo.

Een diepe zucht van Jeannette bereidde de voortgang van haar verhaal voor. Het ergste komt nu, dacht Mercier erbij en ging er goed voor zitten.

"De opening had meteen een duister effect op mijn angstige gemoedstoestand. Imposante pilaren aan beide kanten maakten mij klein en ondersteunden een gigantische boogbalk en omdat de ruimte erachter nog groter was dan de opening zelf, leek het alsof de grot vooral donker en onheilspellend moest zijn. Ik bekeek met achting voor de bouwers de ronde pilaren en trof daarop een schrift aan wat mij deed denken aan een mengsel van hiërogliefen en het Indiase Sanskriet. Veel afbeelden refereerden aan vogel- en reptiel-achtige wezens, ondanks dat ik de dieren zelf niet herkende. Mensachtige wezens trof ik niet aan. Althans...ik kon er niets van maken of ontdekken. De stilte in de grot vond ik nog beangstiger dan de stilte buiten de grot. Mijn eerste stappen klonken dan ook als trommelgeluiden bij een begrafenis en ik erkende direct dat als....als er iets in de grot leefde deze mijn toegang moest hebben opgemerkt. Even stond ik stil en hoopte dat er licht aan zou gaan, iets wat een vreemde gedachte was, omdat niets leidde naar een recent verblijf van wat dan ook.

Ik zag geen voetstappen op de stoffige grond. Die leek voor een langere periode onaangeroerd. Ook iets in de zin van vervoer-sporen waren nergens te vinden. Iets aan de zijkant trok mijn aandacht en toen ik die richting opstapte zag ik wat het was. Een subtiele schakeling in de variaties van duisternis, het ene stukje grijs, het andere diepzwart, hadden te maken met een afbeelding op de gladde muur. Dat laatste had ik niet verwacht. Het geheel was dus geen grot, ja eerst wel, maar nu een mooi afgewerkte ruimte met fresco's, zware inkepingen, lichte uitstulpingen, fijne krassen en diepere lijnen. Ik zette mijn hoofdlamp aan. Het eerste aanblik op de muur was overweldigend. Het was alsof....alsof ik als eerste mens ooit een onbekende en ongeopende piramide betrad. Mijn lamp scheen vol op het onderste deel van de fresco's en het gele licht kroop in alle schaduwen en verloste de afbeeldingen zo van de gehele duisternis. Wat ik zag betrof, naar mijn mening, een afbeelding van een stad, kennelijk een trotse en grote stad, want de afwisseling tussen hoge en lage gebouwen leek precies in evenwicht. Evenzo leek er in die stad ruimte te zijn voor vegetatie, al kon ik niet direct zien dat het hier om bomen ging. De tuinen of openingen tussen de bouwwerken leken mij meer omhoog kruipend gras of riet van ongekende proporties. Iets verderop zag ik meer gladde delen, kennelijk of vermoedelijk bedoeld om daarmee een water aan te geven. De gladheid van die delen was treffend. Geen boot of beest erop of erin te bekennen en daarmee leek het ook wel een spiegel. Die laatste gedachte vond ik interessant. De gladheid zou inderdaad ook kunnen leiden naar een bassin van spiegels of zonnecellen voor energieopvang of zo. Vanwege de onzekerheid over de precieze betekenis van de afbeeldingen liet ik mij mijn lamp ook omhoog schijnen en daar vond ik inderdaad een andere soort afbeelding. Diverse bollen, schijven en sterachtige elementen dreven boven de stad en plotseling zag ik daar ook  vliegtuigen. Althans het moesten wel vliegtuigen zijn, gelet op de vorm. Gelukkig hadden ze niet het uiterlijk van een ouderwetse ufo, want daarmee zou mijn onderzoek misschien tot een lachwekkend iets worden afgedaan.( Jeannette lachte een beetje) Nee, het betroffen vleugelloze voertuigen die meer de vorm hadden van een capsule, een pil-vorm dus. Ik kon geen bestuurder in of op de voertuigen waarnemen. In de verste hoek ontdekte ik een ander opmerkelijk iets".

"Luister goed.....wie ooit naar Mexico of Zuid-Amerika is gereisd moet afweten van de Maya-culturen en diens religie en anders moet je je echt eens laten informeren. Ik durf best te stellen dat daar in die hoek de God Ah Kin werd afgebeeld. De vorm van een jaguar met een krul tussen de ogen was treffend naar mijn mening. De kenmerkende uitstekende tong in de vorm van een T ontbrak ook niet. Het was voor het eerst dat ik op de afbeeldingen een relatie met de aarde aantrof. Het maakte me enerzijds nog nieuwsgieriger, maar ergens....ergens voelde ik ook een beklemmend gevoel op mijn borst".

Jeannette stopte even. Mercier keek nauwlettend naar haar ogen en bespeurde een angstige blik. Ook werden de rimpels op haar voorhoofd groter en wat nog het meeste een ongemakkelijke indruk maakte, was het feit dat ze kennelijk zonder reden twee keer achterom keek. Mercier moest even verzitten. Hij verwachtte - gelet op de inhoud van de boodschap - een oplopende spanning en dus....grote ontdekkingen. Jeannette ging verder.

"Nou ja....Ik liep verder via deze wand, omdat mijn lamplicht de overzijde niet goed in beeld kreeg. Wel vermoedde ik dat het daar van hetzelfde moest zijn, omdat ik - als ik even wachtte tot mijn ogen aan de duisternis daar waren gewend - ook afwisselend enkele grijze en zwarte vlakken zag. De afbeeldingen op mijn muur liepen echter gewoon door. Ik kruiste een kronkelige vorm en de indruk die dat gaf, was die van een rivier of zo. Echter...geen dieren, geen vissen en geen golven in de kronkelige diepe lijnen te zien. Ik vroeg me af of de zeeën en rivieren hier wel leven zouden bezitten....Ik vroeg me af...Zou het kunnen dat er geen seizoenen waren en daarom deze planeet anders was dan onze planeet? Plotseling herinnerde ik mij een signaal in de cockpit vlak voor de landing. De windmeter kon geen meting doen wat de windsnelheid betrof en ik had het afgedaan als een foutmelding, maar ja....Ik had nog geen zuchtje wind gevoeld, dus het zou allemaal ook kunnen kloppen".

"Na de rivier zag ik weer een stad, die niet veel anders was als de vorige al waren hier minder hoge gebouwen. Al verder lopende dacht ik weer een stad tegen te komen en ik voelde me inmiddels als een toerist in een leeg cartografisch museum. Maar dat klopte niet. Want wat ik toen zag, het volgende tafereel op de muur, ontnam me de adem".

"Recht voor mij verscheen een afbeelding van een piramidevorm. Niet zo eentje als in Egypte, maar eentje die overeenkomsten had met Zuid-Amerikaanse piramides. In het midden van de gigantische afbeelding lag een trap en tot mijn verbazing was de trap geen beeld van lijnen en krassen. Nee, de trap was echt. Ik kon erop lopen....als ik zou willen. Het geheel was knap gemaakt, want dat de trap echt bestond kon ik eerst niet zien. Ik keek naar waar het naar toe leidde, maar het licht van de lamp haalde de top niet. Ik moest beslissen....durven of overslaan. Ik besloot het eerste met de gedachte No guts, No glory. De trap was eenvoudig te belopen en ik kon zien dat het wellicht eeuwenoude gevaarte al vaak was belopen, omdat er duidelijke slijtage aan de treden was te herkennen. Verder viel er niet veel op, behalve een licht roze kleur op de treden. Des te hoger ik kwam, des te roder werden de treden en ik voelde al een misselijk gevoel in mijn onderbuik. De geschiedenis van de Maya's en andere Zuid-Amerikaanse culturen, was niet voor doetjes. Op het moment dat de hele trede rood was gekleurd, scheen ik mijn land naar boven en daar zag ik de top. Het mag geen verrassing zijn om daar te constateren dat hier massaal offers werden geplengd met wezens die evenzo als de mens en de Aardse dieren bloed in hun lichaam hadden. De top was verder leeg....natuurlijk...en bevond zich nog steeds in de grot. Hoewel ik naar mijn gevoel honderd meter omhoog was geklommen, kon dat dus niet zo zijn, omdat boven mij de grot nog steeds gesloten was. Ik wilde alweer naar beneden afdelen toen de situatie escaleerde".


Vervolg video II


"Een enorme klap donderde door de grot en ik verstijfde meteen. Mijn gedachten raasden richting een akelig beest of zo, maar gelukkig herstelde ik. Hier heeft mijn training op Aarde zijn nut bewezen, gelukkig maar. Ik regelde mijn ademhaling en paste de eerste logica-wet toe. Het meest voor de hand liggende zou inderdaad een vallende steen zijn en dat was in een grot goed mogelijk, zo dacht ik. Gerustgesteld en onder controle maakte ik de eerste stap naar beneden, maar in mijn rechter ooghoek zag ik iets wat mijn aandacht trok. Boven op de top had ik een klein opening over het hoofd gezien. Ik ging er naar toe en trof een trap naar beneden aan, die geheel was omsloten door muren, gemaakt van ruwe stenen. "Was dit de toegang naar de top voor de ongelukkige wezens die hier boven werden geslacht?" Ik meende dat het goed zou kunnen, want er was geen rode kleur op de treden te zien. Ik besloot deze route te volgen. "Ja, ja....ik weet het wel. Ik had terug moeten gaan...." Nou ja, de trap wentelde wel honderd malen naar beneden en dat maakte me een beetje duizelig. Dat het er glad was van het vocht hielp ook al niet mee. Eenmaal op weg, ver naar beneden, maakte ik mij zorgen. Er leek geen einde aan de kronkelgang te komen en ik wist dat terugweg een hel zou worden vanwege de klim die dan moest worden gemaakt. En ik was al moe. Na een half uur dalen en wentelen stonden de tranen in mijn ogen. "Waar was ik in hemelsnaam aan begonnen". Ik besloot definitief niet meer om te draaien. "Er moest toch een einde zijn?"  En dat klopte, die kwam er wel, maar uiteindelijk pas uren later. Ik betreurde mijn keuze meer en meer, raakte bijna uitgeput en uiteindelijk....eindelijk.... bevond ik mij aan het einde van de gang en kwam uit in een grotere gang. Ik kon rechts- of linksaf, meer smaken waren er niet. Er was wel een probleem met betrekking tot een keuze....Door de wentelingen had ik geen idee meer welke kant de in en uitgang van de grot zou liggen. Bij een verkeerde keuze zou ik waarschijnlijk steeds verder de grot ingaan en ik vond het al ver genoeg. Ik besloot te gokken en maakte aanstalten om rechtsaf te slaan. Plotseling hoorde ik een tweede klap en ...en dat beangstigde mij zeer...een zinderende brul. Een trillende brul van een wezen. Onmiskenbaar. Ik zat - om het aards te noemen - in de hol van de leeuw."

Mercier besloot tot een tweede pauze en ordende zijn gedachten. Hoe dan ook...ze was eruit gekomen, anders zou ik hier niet zitten, overdacht hij. Wat moet er nog meer op de video te zien en horen zijn om Sussie Wang zo bezorgd te krijgen?, was zijn volgende gedachte? Zou Jeannette besmet zijn geraakt? Of....erger....zit onze Jeannette wel ons te informeren...Zou het een opname kunnen zijn, die op die planeet al is opgenomen? Dat soort scenario's kruisten ook zijn gedachten en het leidde ook naar diepere rimpels op zijn voorhoofd. Na een plas keerde hij terug en zette de video weer op play.

Jeannette ging verder.

"Ik besloot om geen angst toe te laten. Natuurlijk was vermijding van een onbekend wezen het belangrijkste wat ik moest doen, maar evenzo komt elk dier ooit een keer uit een grot, zo dacht ik. Misschien was het opzoeken van de brul wel een beter idee, besloot ik en daarom liep ik - tegen beter weten in - in de richting van waar vandaan het geluid het hardste te horen was. Ik probeerde zo stil mogelijk te lopen en rustig te ademen. Waar ik me geen drukte om hoefde te maken was de windrichting. Het beest of wezen zou mij waarschijnlijk niet kunnen ruiken....er was namelijk geen zuchtje wind. Het betrof de enige geruststelling die ik voorhanden had. De grote gang waarin ik nu liep, had gelukkig geen vertakkingen. Ik liep dus zeker op een hoofdrichting, ten goede of ten slechte. Plotseling kwam ik een grotere ruimte en toen ik mijn licht liet vallen op het midden van deze grot, verstijfde al mijn spieren. Ik hoopte dat het niet waar was.....maar....het was wel waar."

"In het midden van deze tweede grot lag een enorme stapel witte voorwerpen. Ik moest meteen aan een olifantenkerkhof in Afrika denken. En feitelijk was het ook zoiets. Toen ik dichterbij kwam, rolden mijn voeten al snel over allerlei kleine botjes heen en des te meer ik naar naar het midden liep, des te groter werden de botten. Er was hoe dan ook geen enkel stukje vlees meer te zien en dat was een tweede pluspunt, temeer omdat anders de geur van rottend vlees niet te verdragen zou zijn. Alle botten waren geheel vrijgemaakt van vlees en vet, maar ik vond gelukkig geen bijtsporen. Een proces van natuurlijke ontbinding duurt enkele jaren, zo wist ik en dus vreesde ik geen directe aaseters op dit kerkhof. Ik probeerde een beeld te scheppen hoe deze arme wezens er uit moeten hebben gezien, maar dat lukte me niet meteen. Het betroffen zeker geen dinosauriërs, zo kon ik al snel concluderen, want de grootste botten hadden ongeveer een maximale lengte van vijftig centimeter. Ook mistte ik losliggende scherpe tanden en toen ik mij realiseerde wat dat betekende, kon ik al snel de relatie maken met het gebeuren op de top van de piramide. Dit waren de geslachte overgebleven delen van die ongelukkigen. Dat moest wel. Alles lag hier zonder schedels, dus ik kon niet precies opmaken wat voor soort wezens dit waren geweest. Ik bekeek de botten nog beter en ik merkte tenslotte nog iets bijzonders op".

"De meeste botten hoorden bij elkaar, maar er waren ook vreemde stukken sliert-achtige botten van ongeveer één meter lengte aanwezig. Ik pakte er één op en mijn eerste gedachte was die van een angel van een schorpioen. Het bot, opgemaakt uit verschillende stukjes bot, zoals bij de nek van een struisvogel, slingerde een beetje en viel toen in kleine stukjes uit elkaar. Het geluid van een baby-rammelaar galmde door de grot echode een paar keer. Ik moest voorzichtiger worden, want elk klein geluidje werd in de grot tientallen malen harder gemaakt. De schorpioen zelf kon ik nergens vinden en dat was vreemd aangezien er naar mijn idee hier net zoveel geslachte wezens lagen als angels van de schorpioen. De angel had dus een taak gehad of....hoorde alsnog bij de gedode wezens. Ik wist het niet. Mijn onwetendheid werd echter snel verslagen. De volgende ontdekking in de kluwen van botten betrof de vondst van een compleet bekken. Ik schrok, want de bekken waren onmiskenbaar menselijk van vorm. Ik vond er al snel meer en dat leidde weer tot de volgende onthulling".

"De opening van de bekken was groot en dat betekende maar één ding. Hier lagen alleen maar vrouwen. Een waanzinnige hoeveelheid vragen werden in een groot tempo door mijn hersenen naar voren gebracht. "Waarom mensen hier op deze plaats, ver weg van de aarde?...En waarom alleen vrouwen? Ik kon deze vragen natuurlijk niet beantwoorden, maar het maakte me - als mens, als vrouw.....een potentieel slachtoffer dus....wel extreem bang. Bijna wilde ik gaan gillen totdat ik besefte dat dat levensgevaarlijk zou zijn. De paniek kreeg me echter wel in zijn greep en deze keer kon ik mij niet herstellen. Ik rende en rende zonder enig besef van waar ik naar toe rende. Als het maar weg was van het verderfelijke kerkhof. Tijdens het rennen hoorde ik niets, voelde ook niets en volgde alleen het licht van de lamp recht voor me. Ik heb ook geen idee hoelang ik heb gerend en hoeveel afslagen ik heb genomen, maar plotseling verscheen er een grotere opening. Eenmaal erdoorheen ontwaarde ik in de verte een witte stip. Licht! De uitgang!....althans dat hoopte ik. Gelukkig was het ook zo, Godzijdank en naar mate de stip zich vergrootte, des te minder ik ging rennen. Uiteindelijk, behoorlijk uitgeput, veranderde ik mijn snelheid naar een jogging-tempo en ten slotte naar een normaal wandel-tempo. Na een tijdje stond ik stil en trachtte mijn gemoedsrust terug te brengen naar het standje; overleven met verstand. Het overmatige hijgen maakte plaats voor regelmatige in- en uitademingen en de zuurstofwaarde in mijn bloed werd volgens mijn pols-diverter na enkele minuten weer normaal. Mijn positie in de grote gang was dit keer de andere zijde en ondanks dat mijn licht erop scheen, zag ik niets dan wat kleinere krassen. Ik besloot wat afstand te nemen. Vanuit enkele meters afstand ontwaarde ik een tekening op de muur. Groot, hoog en breed. Het moest iets voorstellen, maar ik wist niet wat. Totdat mijn brein een herinnering in verband bracht met een paar kronkelige lijnen. Wat ik zag, leek op de bult van Afrika en inderdaad...aan de overzijde van die bult, zag ik duidelijk de contouren van Zuid-Amerika. Ik bekeek een cartografische afbeelding van een deel van de aarde. Mijn verbazing was al niet zo groot meer omdat ik al andere aanwijzingen richting de Aarde had gezien, maar toch viel mij iets vreemds op. De landmassa onder Zuid-Amerika liep verder door en dat kon niet anders zijn dan onze eigen Zuidpool. Maar....en toen steeg mijn verbazing weer naar ongekende hoogte....er liepen rivieren door de Zuidpool heen. En ook waren bergen en dalen aangegeven. Ik besefte meteen wat dit betekende; hier was het bewijs dat de cartografische kaart van Piri-Re'is, de Turkse zeevaarder uit de vijftiende eeuw, geen vervalsing of verzinsel kon zijn. De overbekende kaart die veel wetenschappers tot radeloosheid had gedreven, werd hier evenzo afgebeeld. Ik wist....maar al te goed, dat een dergelijke afbeelding van de Zuidpool, Antarctica, feitelijk alleen mogelijk was als deze vanuit de ruimte was bezien en wel in een toestand van miljoenen jaren geleden. Had ik hier de thuis-planeet van onbekende aard-bezoekers gevonden? De scheppers van Atlantis? De ufo-bestuurders? O, my God....wat een ontdekking".

Mercier zette de video stil. Het duurde zeker een half uur voordat hij hem weer aanzette. Intussen hadden zijn gedachten geleid tot eenzelfde conclusie. Dit moest wel het bewijs zijn van een buitenaardse entiteit zijn, die de aarde lang geleden had bezocht. Of....de andere mogelijkheid....er kon mogelijk een zeer geavanceerde mens zijn geweest vóór ons tijdperk....Nee...dat laatste geloofde hij alsnog niet. Dan zouden er sporen op aarde te vinden zijn en die waren er eenvoudigweg niet. Een paar piramides, knap gemaakt in die tijd, konden nimmer worden gerelateerd aan ruimtereizen, zo redeneerde hij. Eindconclusie; de aarde is wellicht ooit bezocht door wezens vanaf die planeet en hebben de Aarde weer verlaten. Mercier verliet de kamer en zocht Sussie Wang op. Hij zei niets en wachtte op haar eerste reactie. Het was echter niet wat Mercier verwachtte.

"Heb je de video helemaal gezien"? , vroeg ze. Mercier schudde zijn hoofd. Zonder verder iets te zeggen, liep zijn metgezel weg. Mercier stond even versteld van deze onverwachte mededeling, want meer was het niet, en liep toen maar terug naar de kamer.

Hij zette de video weer op play en leunde achterover.


Vervolg video III


"Pfff, ik ben nu aan het einde van mijn verhaal. Gelukkig kon ik mijn capsule snel betreden. De grot heb ik achtergelaten voor wat het was en helaas.....ik vergat om beeldopnames te maken. Eenmaal in de capsule besloot ik deze video op te maken. Dus....."

Mercier keek verrast op. De opname was beëindigd. Hier klopte iets niet, was zijn eerste reactie. "Je eindigt een dergelijk belangrijke video toch niet met het woord "Dus"....Mercier schakelde de opname een minuutje terug, maar het hielp niets. Alles eindigde met een afgebroken relaas. Snel analyseerde hij de mogelijke opties. Energie-uitval? ...Nee, want dan zou er nu geen capsule boven de Maan hangen...Ze is onwel geworden?....Nee, want daar leek geen sprake van....Een calamiteit waardoor ze snel weg moest?....Nee, want dan had ze wel de video voortgezet om een en ander te verklaren. Voor de tweede keer spoelde hij de band terug en bekeek de laatste momenten. Er viel hem iets vreemd op. Leek het nou alsof ze viel of zo? Dat kon toch ook niet waar zijn, gelet op de zitplaatsen die werden gebruikt bij NASA....Nee, er gebeurde iets daar. Mercier bekeek de de laatste minuut nog een keer en nu in een tragere afspeelsnelheid. Wat hij zag was dat Jeannette niet in een stoel zat, maar wellicht gewoon in de werkruimte stond. Dat ze gevallen zou zijn, kon dus kloppen. Maar toch....waarom geen vervolg? Ze had maanden de tijd om de tape te vervolmaken. Dat doe je toch! Zeker bij zoiets als dit. Mercier piekerde zich suf en begreep nu ook de bezorgde blik van Sussie Wang. Plotseling kreeg hij een ingeving, toen hij op zijn pols-diverter keek. Het glas van de diverter weerspiegelde het licht van de lamp boven zijn hoofd. Zou het kunnen? En jawel....toen Mercier een aantal minuten terug keek, kon hij duidelijk de rug en het achterhoofd van Jeanette in de glanzende wand achter haar zien. Het beeld bracht in eerste instantie niets bijzonders, maar toen hij wat beter keek zag hij een zwarte streep op haar rug. Het angst brak Mercier uit. Snel bracht hij de opname terug naar de beginfase, spoelde door naar een half uur en tot slot naar het einde. Hij bracht van afschuw zijn hand voor zijn mond. Onmiskenbaar zag hij de zwarte streep op de rug van Jeannette groeien tot vlak onder het hoofd. Hij had de streng nimmer opgemerkt, juist omdat de verschuiving naar boven tergend langzaam verliep. Aan het slot zette Mercier de band op beeld voor beeld-snelheid en dat bevestigde zijn vermoeden. Een angel drong in de rug van de arme astronaute en sleurde vervolgens met grote kracht haar weg voor de camera. Mercier gilde naar Sussie.

"Suus......geen toegang....verleen geen toegang....."       

   

EINDE.  

 

E-mailen
Map
Info