Ideemachine.nl
                                                                                                 

Tim en Tara J


De ontmoeting

De stilte in Rotopia was legendarisch. Zelfs de altijd draaiende kranen bewogen niet en voor het eerst landde er een vogel op één van de draagarmen. Het was een grote zwarte kraai. Mensen zouden hierin een slecht teken zien, maar robots geven daar geen moer om. Ze zouden het gewicht van het beest kunnen berekenen of de lengte van de vleugels, maar meer niet. Het was de eerste keer dat dit gebeurde en dat had een reden. Al snel werd er duidelijk gemaakt dat Tim, de klusrobot een poging zou maken tot contact met de mensen. De bedoeling was duidelijk. Elke informatie zou inzicht geven over hoe de mensen over hun stad zouden denken. "Moesten ze zich nu al zorgen maken of was dat iets voor later?" Dat soort vragen. Belangrijk omdat er nu voorrang werd gegeven aan bouwen in plaats van beveiliging. De robots waren er van overtuigd dat de stadsbeeldrobots slim genoeg waren om het ergste te voorkomen.

Tim had zich goed voorbereid. Nou ja, voorbereid.....hij had een witte vlag gemaakt en dat zouden de mensen vast wel begrijpen. Tim vond drie uur in de middag een goed idee. Drie uur was hun thee-tijd, een traditie uit de voor-middeleeuwen, maar wel zo standvastig. Drie uur...dan was er een pauze en zodoende was er ook geen afleiding van bouwgeluiden uit de mensenstad. Handig, want op dergelijke momenten ergens van schrikken, zou gevaarlijk kunnen zijn. Tim rechtte zijn skelet en maakte aanstalten om de dam op te lopen. Enkele robots fluisterden "Succes, Tim", maar Tim lette daar niet meer op. Zijn anti-stress-systeem stond op "informatie verzamelen en voorzichtigheid". Wellicht zou deze stand een slechte invloed hebben op zijn gesprekstechnieken, maar veiligheid ging voor alles. Het was zodoende gruis-stil en dat gaf het voordeel dat alle robots op de stadswallen mee konden luisteren. Tim liep een dertig tentakel-stappen vooruit, toen hij plotseling een stemmetje achter hem hoorde.

"Tim wacht.....ik ga met je mee."

Tim draaide zich om en zijn systeem stotterde. Het omdraaien ging plots ook niet zo gemakkelijk. Hij zag wie met sprietige tentakels naar hem toe kwam gerend. Faye....."Nee, toch....", dacht Tim, "niet nu". Maar er was geen houden aan. Binnen enkele tri-momenten stond het dunne robotje naast hem.

"Ik ga mee, Tim. Met tweeën registreer je meer dan als je alleen bent", zei ze met een hoge klank. Tim raakte geïrriteerd en dat was goed zichtbaar. Zijn borstels boven zijn licht-sensoren waren krom getrokken.

"Ga terug, Faye. Het is gevaarlijk voor jou. Je hebt niet eens een witte vlag". Voordat Tim het wist was het dekselse sprietje omhoog gesprongen en scheurde een strook wit van de vlag. Tim wist even niet wat te zeggen.

"Nu wel".

Tim zuchtte en knipperde driemaal. Faye deed hem na.

En daar gingen ze. Samen op weg naar het midden van de dam. Tim hoopte dat de mensen ook iemand naar die plaats zouden sturen. En daar kreeg hij gelijk in. Nadat ook de geluiden uit de mensenstad verdwenen, werd er een opening gemaakt in het witte bouwwerk. De opening was geen deur of zo, maar een schuif-systeem. Tim had niet eens gezien dat daar een opening was verborgen. "Kijk", dacht Tim. "Dat is al één ontdekking". Tim en Faye hielden stil en zwaaiden overdreven met hun witte vlaggen. Faye vond het wel leuk, want ze zwaaide zelf ook heen en weer. In de opening gebeurde niets tot dat plotseling een kleine mistwolk naar buiten werd geblazen. Het verontrustte Tim, want zijn herinnerings-systeem kon alleen een plaatje van een woeste draak naar voren brengen.

Er was natuurlijk geen draak.....Zowel Tim als Faye ontspanden, toen ze zagen wat er door de mist naar hen toe kwam gelopen. Het was een mens, een jongeling nog wel en hij droeg opvallende lange witte kleding. "Een goed teken", vond Tim. Niet dat hij dat echt vond, maar uit eerdere berekeningen was het hem duidelijk gemaakt dat wit een positieve kleur was. De jongen liep met daadkrachtige passen naar het bewuste middelpunt en stopte op vier meter voor het tweetal. Hij zei niets. Tim bekeek de jongen om te zien hoe hij deze moest aanspreken. Hij wist het niet, dus ging hij over op de normale standaard-procedure voor robot-mens contact.

"Geachte jongeman. Mijn naam is Tim en dit is Faye. Ik ben een....." Tim stopte, omdat de jongen zijn hand omhoog deed.

"Ik weet wie en wat je bent. Een lage robot en een...eh....wat is dat?"

"Dat is Faye, een robot. Zij is een......" Nogmaals ging de hand omhoog.

"O......, ik dacht dat je een insect had meegenomen". De jongen moest er zelf om lachen en keek om naar de mensenstad.

"Zien jullie dat?", schreeuwde hij. "Het is ook een robot". Vanuit de mensenstad klonk wat gegniffel. Tim was uiteraard al in fase rood beland wat zijn houding betrof. Zijn systeem moest nu al veel moeite doen om binnen de robot-mens-voorschriften te blijven. Dit kostte hem energie en zelfs enkele kleine storingen. Faye had haar vlagje laten zakken.

"Wat wil je, Tim?", vroeg de jongen.

"Excuus, weledele heer (hij had dit van Tara geleerd) , maar ik weet nog steeds uw naam niet".

"Mijn naam doet er niet toe, zoals ook die van jou niet. Ik ben de zoon van Py, onze heerser".

"Oke......Nou, we vroegen ons af of wij ons zorgen moesten maken over onze stad....vandaar.....". Tim koos ervoor om direct te zijn in de hoop dat de mensen dan meer informatie zouden geven.

De jongen knikte. "Of jullie zich zorgen moeten maken....hm....wacht even." De jongen hief zijn rechterarm en knipte met zijn vingers. Kort daarna ging de opening weer open en wederom was er een witte wolk. Toen de mist was opgetrokken, was er dit keer geen mens. Nee, er was een robot en de robot kwam met helblauw stralende licht-sensoren op het drietal af. Faye vertrouwde het niet en kroop een beetje achter Tim.

"Is dit nu een vecht-robot?", vroeg hij zich af en keek met groot respect in de richting van de mens-vrouw-vormige robot. Het was geen ware of valse cyborg. Dat kon Tim direct zien aan het skelet en vooral de nek, die openlijk allerlei kabels en slangen toonde. "Cyborgs met een mensenbrein hadden altijd een gesloten borstskelet-hoofd-systeem", wist Tim. Hij zag ook geen wapens tijdens zijn eerste scan. Hij ontspande daarom een beetje, omdat ook deze robot een witte kleur had. Het voelde nog steeds goed en zijn alert-systeem bracht zijn schouders wat omlaag. Faye stapte voorzichtig weer opzij en liet de witte vlag voor haar hoofd wapperen.

De robot kwam met grote stappen naderbij. Stopte naast de jongen en draaide haar hoofd naar hem.

"Welke is het aardigst?", vroeg ze met een uiterst vriendelijk vrouwelijke stem. Tim dacht heel even de stem van Tara erin te herkennen, maar dat was natuurlijk onzin. Al had hij wel graag gewild dat Tara nu hier zou zijn.

"Die dunne spriet, Estelle. Die lijkt mij wel aardig. Tim en Faye wisten zich geen raad. "Wat moet dit nu weer betekenen?", dacht Tim en seinde zijn openstaande vraag via een draadloze verbinding naar Faye. De afstand was kort genoeg voor een eenvoudig bericht. Faye antwoordde. "Ik ook niet...". De robot draaide haar hoofd weer en stapte naar Faye toe.

"Hallo meisje. Ik ben Estelle. Wat is jouw naam?"

"Eh, ik ben Faye. Ik ben een meisje-van-alles-robot", zei ze en liet haar vlag een beetje zakken.

"Wat lief...". De robot plaatste haar open hand-tentakel op het voorhoofd van Faye. Faye was wel een beetje bang en daarom bibberde ze een beetje, maar ze voelde zich ook nuttig. Ze had contact met een robot uit de mensenstad en  probeerde voorzichtig een draadloos berichtje te seinen in de hoop dat de robot wat terug zou zeggen.

Ze seinde. "Dank u. U bent ook aard........"

Op het moment dat Faye het bericht wilde afmaken, stopte ze. Tim keek met gespannen licht-sensoren naar Faye. Hij vond het maar niets, maar volgde het sein-gesprek. Plotseling was er midden in de zin een klap. Tim schrok en Faye ook. Heel even dacht Tim dat het misschien iets te maken had met de verbinding, maar plotseling zag hij de ware reden van de klap. Uit het achterhoofd van Faye stak een scherpe pin. Op het moment dat Tim de pin zag verdween deze weer dwars door het hoofd terug naar de robot-tentakel. Faye viel om en haar vlaggetje dwarrelde naar beneden.

Tim keek de robot aan en werd direct getroffen door de staalharde blauwe stralen uit de licht-sensoren. Het systeem van Tim sprong bijna op uitvallen. Toch was er ergens een reserve-energie, die hem deed handelen. Tim had geen idee dat dit bij hem bestond, maar...nou ja...het was er. Er volgde een snelle berekening van kansen en het systeem kwam uit op slechts één oplossing.

De keel van de jongen werd hard dichtgeknepen. Zijn ogen puilden uit en keken verschrikt naar de licht-sensoren van Tim. Er was wat veranderd, want de licht-sensoren knipperden keer op keer. Het was alsof een grote storing de robot deed handelen, zoals een robot nooit zou handelen. In ieder geval niet tegen een mens. De jongen keek snel naar rechts en maakte oogcontact met de vechtrobot. Maar die deed niets. Tim maakte handig gebruik van de stilte tussen die twee.

"Zorg dat je monster weg gaat, anders knijp ik je dood." De woorden van Tim maakten indruk en de vechtrobot deed een stapje naar achteren. Deze wist maar al te goed dat als Tim zijn hand-tentakels zou sluiten, het hoofd van de jongen op de grond zou belanden. Tim was niet voor niets een klus-robot en dus voorzien van een aardig cijfer op het gebied van mechanische krachten.

"Doe het". De woorden klonken schor. De ademhaling van de jongen veranderde steeds meer. Eerst wat gerochel, daarna werd het piepend en na zeven byto-seconden stopte de ademhaling. De jongen kronkelde en keek met verwilderde ogen naar Tim.

"Schiet op, gedrocht, anders is het te laat en mag je dat binnen in je rot-stad gaan vertellen".

De vecht-robot draaide om en liep langzaam richting de mensenstad. Intussen nam Tim de jongen mee. Maar hij liet het monster niet uit zijn licht-sensor. Zo achteruit lopend naderde hij de muur van Rotopia.

"Gooi hem in het zuur, Tim......Breek hem in tweeën....". De robots op de stadsmuur waren eensgezind. Tim hoorde het wel, maar deed het niet. Op de dam lag nog steeds het arme robotje, Faye. Ze bewoog niet. "Natuurlijk niet", dacht Tim. "Haar brein is weg......". Hij dacht meer aan haar dan aan de jongen die hij meesleepte. Tim zorgde ervoor dat het lichaam van de jongen tussen hem en het monster bleef. De aanwezigheid van meerdere verborgen wapens was bijna een zekerheid. De poort ging open. Tim stapte naar binnen en liet de jongen los. Hij plofte op de grond en greep meteen naar zijn gebutste keel. Na een tijdje was hij op adem gekomen en stond op. Tim deed nog maar één ding. Hij wees met zijn tentakel richting de dam.

"Ga.....nu....voordat ik me bedenk".

De jongen keek rond en zag de woede op de muren. Meerdere rode licht-sensoren knipperden constant en overal klonk een gesis.

"Jij", zei hij, terwijl hij zijn vinger wees naar Tim. "Ik zal je langzaam omsmelten tot een pisbak."

"Dat zweer ik."

Hij draaide zich om en rende weg naar zijn stad. Onderweg stopte hij heel en keek om naar Rotopia. Zijn schop tegen Faye was dof en bot. Faye duikelde over de rand en verdween in de diepte.





E-mailen
Map
Info