Ideemachine.nl
                                                                                                 

Tim en Tara I.

Rotopia.



Wie veel reist en op plaatsen komt waar men nog nooit is geweest, weet ook dat elke nieuwe omgeving een sensatie oplevert. Een sensatie van verbazing, angst, vreedzaamheid of gewoon opluchting dat je er bent. Voor Tim waren meerdere en ook andere sensaties van toepassing. Uiteraard was de opluchting groot dat hij een uitgang had gevonden, maar wat vooral bij hem speelde, was een vreemd gevoel. Want daar lag een stad zoals alleen robots die konden bedenken en zijn brein registreerde een soort van menselijke emotie; trots. Tim voelde er natuurlijk zelf niet zo veel van, maar toch verscheen er na het lezen van de boodschap een soort van glimlach op zijn gelaat en hij maakte zich zo groot als hij kon. Het uitblazen van pomplucht hoorde er kennelijk ook bij. In ieder geval, wie als mens op dat moment naar hem zou kijken, zou oordelen dat hij een onoverwinnelijke indruk maakte. Tim zakte door zijn loop-tentakels en ging op de rand vlak voor hem zitten. Hij wilde de stad goed bekijken en uitzoeken waar hij heen moest gaan. Tim maakte zich een beetje zorgen over een eventuele aanwezigheid van mensen. Maar die bezorgdheid was snel voorbij. Zijn reuk-sensoren hielpen hem, want zelfs op deze hoogte was de geur van olie overheersend en mensen zouden hier al snel misselijk van worden. Dit was waar hij wilde zijn en hij hoopte dat misschien één van zijn vrienden hier was. Tara dus - want Ahmed was een mens en hij zou het hier vanwege de dampen nooit lang kunnen volhouden. Hij zocht met zijn lichtsensoren naar een witte robot, maar die was er niet. Beneden op de bouwplaats waren alleen metaalkleurige robots te zien, die kriskras door elkaar liepen. Sommige vertoonden sporen van roest maar de meesten glommen van de olie. Omdat er geen koepel was moest een robot zich hier altijd insmeren met een laagje olie. "Anders ben je zo verroest. Niet vergeten", dacht Tim.

Tim scande de omgeving. De buitenzijde van de stad was voorzien van een hoge metalen muur. Strak en glad was deze en vrijwel onbeklimbaar. Dit moest wel een soort van bescherming verbeelden, want een andere reden kon Tim niet bedenken. De stad was rond van vorm en het was al duidelijk dat het een hoog gebouwde stad zou worden. De fundering waarop het gigantische bouwwerk stond, was al helemaal klaar en de robots waren ook al begonnen om naar boven te werken. Tim volgde de muur met zijn licht-sensoren en zag dat deze bijna helemaal af was. Er was slechts één open stuk muur en die was aangebracht naast de immense rivier-dam aan de rechterzijde van de stad. De dam en de stad hoorden zo bij elkaar. "Zal vast wel voor energie-beheersing zijn", overwoog het systeem van Tim. En dat klopte, want toen hij de opening in de muur wat beter bekeek, zag hij dat enorm veel buizen en slangen vanuit het binnenste van de stad waren aangebracht. Ze hadden allerlei kleuren en zonken na het verlaten van de stad via de dam naar beneden. Daar waar ze naar beneden gingen, was het mistig en vooral onrustig. Het leek net alsof er  onderin iets borrelde, maar Tim kon niet zien waarom dat zo was. "Iets voor later", registreerde hij.

Zijn sensoren scanden verder en ditmaal bereikten ze het centrum van de bouwplaats. Daar stonden een zestal rode kranen van gelijke hoogte en één hele hoge. Ze waren allemaal bezig met het ophijsen van metalen balken en soms zat een robot er bovenop. Tim had ooit in zijn historie-systeem zo'n afbeelding in een holo-poster gezien. Het was een afbeelding van de bouw van ouderwetse wolkenkrabbers, toen er nog geen robots waren. De bouw-mensen zaten in die tijd ook op de smalle balken hoog boven de grond. Hoe dan ook, de robots en hun kranen werkten hard en na een paar sino-minuten was er alweer een begin van een verdieping gemaakt. Tim vond het allemaal prachtig en zijn licht-sensoren konden er maar geen genoeg van krijgen. Plotseling werd zijn aandacht ernstig verstoord.

"Hey", zei een robotstem met een stemhoogte die hoger lag dan de gebruikelijke 432 hertz.

Tim keek opzij en zag een belachelijk dunne robot staan.

 "Eh, hallo. Ik ben Tim".

"Identificeer je, robot.....". Dit maal klonk de stem nog hoger. Tim was er niet blij mee. Hij had op een andere ontmoeting gehoopt.

"Eh....Tim, klus-robot uit Metropolis, een Titan In Memary - Jim-Blackmaster, Google, LA-USA.....Mag ik u dan ook bevragen?"

De sprietige robot knipperde flink met haar licht-sensoren, maar beantwoorde toch volgens de normale robot-omgang.

"Hm....ik ben Faye, een fimmusje van alles-Robot, Type 32678, YMB, Rio, Brazillie. En voordat je het vraagt...nee, ik heb geen naam van mijn ontwerper."

"Aangenaam en acceptatie volledig, hoor. Mag ik op hetzelfde hopen?", vroeg Tim zo vriendelijk mogelijk.

De uiterst dunne robot, Faye, wachtte even met haar antwoord en besloot toen dat ze meer informatie nodig had. Tim stond op en was blij dat hij zijn verhaal mocht uitleggen. Hij hoopte daarmee snel te weten te komen of Tara al was gearriveerd. Maar...dat was niet zo. Faye luisterde wel aandachtig maar wist niets van één of andere Tara. En, zo beweerde ze, als iemand het zou weten dan zou zij het zijn. Ze wist alles van de robot-stad. Aan het einde bood ze Tim aan om een rondleiding onder haar hoede te maken voordat ze hem bij het robot-bestuur zou aangeven. "Het was eigenlijk niet volgens de regels", zei ze, maar ze vertrouwde Tim. Soms knipperde ze zelfs zonder aanleiding naar Tim. Van de andere kant leek er ook een metalen klik te zijn tussen Tim en Faye. Natuurlijk hebben robots niets met uiterlijk vertoon van welke robot dan ook, maar op de één of andere manier vond hij Faye net zo aardig als Tara. Al was ze niet zo slim natuurlijk, want daar was haar brein en skelet veel te klein voor. Misschien kwam het toch vanwege de vorm van de robot, want zo dun als Faye was, had Tim nog nooit bij een robot gezien en zonder te weten waarom wilde hij haar beschermen.

Tim nam het aanbod aan en volgde Faye met verkleinde passen. Hij moest namelijk opletten dat hij niet per ongeluk op haar loop-tentakels zou stappen. Langzaam maar zeker daalden ze af totdat ze bij de stadsmuur aankwamen. Faye werd meteen luidruchtig door een andere robot die boven op de muur stond begroet en deze opende op haar aangeven een kleine deur. Tim kon er net doorheen. Hij was binnen.

"Welkom, Tim, zei Faye met een verhoogde klank. Je bent in Rotopia, stad van de robots. Wij maken zelf deze stad en hebben dus geen enkele hulp van mensen nodig. Alleen valse cyborgs en robots zijn hier welkom. Alle andere....nou ja, je ziet het. We hebben een muur gebouwd en die wordt bewaakt. Zo kunnen wij rustig door werken".

"Hoe hoog moet dit wel niet worden?", vroeg Tim terwijl hij naar de enorme hoge kraan keek.

"Nou.....zo hoog dus, maar dat is niet wat deze stad bijzonder gaat maken. Volg me maar."

De radartjes van de loop-tentakels begonnen te draaien. Het leek erop dat ze in staat was om haar loop-tentakels aan de gladde ondergrond aan te passen, want ze ging ditmaal sneller vooruit. Ze liepen via een gedeelte, meer een brede gang, naar het midden van de stad. Tim kon zien dat de stad kundig werd gebouwd met een nadruk op kracht. De fundering was gemaakt van gehard betonstaal en gaf zo voldoende steun voor een groot bouwwerk daar bovenop. Wat ook opviel was dat er niet veel aandacht werd besteed aan de afwerking van de fundering. De gangen lagen vol met smeer, olie, kabels, buizen en de muren waren ruw en verder onafgewerkt. Faye gaf aan dat er geen noodzaak voor was, omdat de robots bovengronds zouden gaan leven. "En dat was in tegenstelling tot het nieuwe bouwwerk van de mensen", voegde ze toe. Tim reageerde meteen.

"Ben jij dan bij de nieuwe mensenstad geweest?", vroeg hij met knipperende aandacht.

"Ja, natuurlijk. Iedere robot mag even een kijkje nemen om te zien wat daar gebeurd, maar we weten er niet veel van, hoor. Het wordt een stad en ze bouwen vooral ondergronds. We denken dat ze zich willen verstoppen. Bovendien gebeuren daar vreemde zaken."

"Zoals?"

Faye keek Tim aan. Ook zij knipperde, maar zei alleen dat het iets voor later was.

Tim en Faye kwamen uiteindelijk na een flinke wandeling van zes fato-minuten aan bij het centrum van de bouwput. Inmiddels zat Tim al helemaal onder de olie en de smeer en hij vond het prima. Alle opgedroogde stof droop van zijn skelet af en het maakte hem bijna weer als nieuw. Tim bekeek zijn grijp-tentakels en het was lang geleden dat ze zo mooi glommen. Hij kon zelfs zijn pols-display weer raadplegen al was dat natuurlijk niet nodig. Aangekomen in het centrum was het een drukte van belang. Iedere robot was bezig met "iets" en dat "iets" had te maken met de slangen en de buizen. Faye liep naar een steile trap. "Kom, vanaf hier kan je het proces beter zien". Het was nog best een flinke klim, maar inderdaad. Het was de moeite waard. Vanaf hier kon Tim zien dat het "iets" waar de robots mee bezig waren, niets minder was dan het fabriceren van gehard fareen-glas. "Dat was een moeilijke en gevaarlijke klus", wist Tim, want fareen-glas is niet alleen lastig te maken, maar bovendien alleen te maken via een bijtend zuur en wat zeldzame stoffen zoals Yttrium. Hoe dan ook..... bijtende zuren zijn niet zo prettig voor robots. Tim was even sprakeloos. Hij had nooit verwacht dat juist robots zich bezig zouden houden met zuren. Hij kende de gevolgen. Drie andro-jaren geleden had hij gezien dat een robot in een put met gesmolten fareen-zuur was gevallen. Ze probeerden hem nog te redden, maar het was hopeloos. Het zuur zocht als vanzelf zijn weg naar boven en binnen twee titan-minuten, was het voorbij. Het was een akelig gezicht. Hoewel robots geen pijn ervaren, was de wetenschap dat je langzaam werd opgegeten door een zuur, geen fijne tijd, wist Tim zich te herinneren.

"Maar eh.....hoe gaat het verder?"

Faye had de vraag al verwacht. Ze wees met haar linker-grijp-tentakel naar een grote roodgloeiende silo, die precies in het midden stond. "Kijk, daar in die silo komt het zuur naar binnen via eh.....die rode buis en daar bovenop wordt zand en Yttrium via de gele buizen toegevoegd. Heel voorzichtig natuurlijk. Daarna nog water, via die bruine slang en als je het dan opwarmt, ontstaat er vloeibare fareen-glas. "Kijk daar stroomt het glas uit een halfopen zwarte buis. Zie je het?" Tim knikte. Hij zag de buis en volgde die verder met zijn licht-sensoren. Hij kon goed zien dat het fareen tijdens het vervoer afkoelde. De kleur verliep van dieprood naar een blauwachtige kleur. Aan de open zijde van de zwarte buizen, want er waren er meer, stroomde het goedje uiteindelijk in een langwerpige bak. Tim kneep zijn licht-sensoren wat bij elkaar en concentreerde zich op de bak. Er waren verschillende werk-robots, type H23 die klaar stonden om het glas op te pakken en te vervoeren naar de plaatsen waar het nodig was. Ze waren nagenoeg breinloos en gemaakt om warme stoffen te vervoeren. 

Langzaam maar zeker zag Tim wat er precies gebeurde. De werk-robots verzamelden de pakketjes glas, stapelden ze op en brachten het naar de juiste plek in de bouwput. Plotseling kreeg Tim een juiste verwerking van zijn herinnerings-brein. Het waren grote blokken, die voorzien waren van gaten en bobbels en het systeem herkende de vorm; Lego-blokken. "Aha....".

"Eh, Faye.....wat slim zeg. Bouwen met blokken die overal bij elkaar passen. Maar zo wordt het volledig een glazen stad met robots, smeer en olie?"

"Nou, Tim.......en wat zou jij daar van vinden?"

"Eh.....Tsja....het wordt een prachtige stad", denk ik. "En inderdaad,....niet geschikt voor mensen, want die lopen met hun primitieve ogen elke keer tegen de glazen muren op als ze al niet keer op keer uitglijden.

"Je vergeet het kotsen vanwege de misselijkheid. Top dus. Kom ik laat je nog wat zien en daarna moet ik je echt even aangeven bij het robot-bestuur, want je zult toch ook iets moeten gaan betekenen, toch?"

"Ja, graag zelfs".

Faye nam Tim mee naar de opening in de stadsmuur en ook daar was er veel bezigheid. Even later zag Tim waarom dat zo was. "Kijk Tim, vanaf hier moeten we oppassen. Zoals je nog net kunt zien gaan de buizen via de dam naar beneden. We maken namelijk daar beneden het zuur en natuurlijk hebben we in dit proces ook nog het water van de rivier nodig. De gassen die opstijgen zijn eh....ook niet geschikt voor ons. Ze branden onze siliconen-aders weg en daarom blazen we de dampen weg van de bouwplaats".

Tim volgde de mist vanaf de dam en zag dat deze opsteeg zonder de bouwplaats te bereiken.

"Goed over nagedacht allemaal, Faye, maar wie verzint dit, want ergens moet hier toch een bijzonder slimme robot verblijven, niet waar?"

"Klopt Tim. En die ga je zo meteen ontmoeten. Kom mee".



Sim-sala-bim


Als er te veel informatie op één dag je hersenen bereikt, dan heeft de mens twee bewakings-systemen om te zorgen dat er geen problemen volgen. Het eerste systeem is de aller belangrijkste, want die gooit zo snel mogelijk alle onnodige informatie in de brein-prullenbak. Daarvan zie je nooit meer iets van terug en je hebt er ook geen last van. Gelukkig maar! In het tweede systeem worden de belangrijke zaken eerst een tijdje opgevangen en daarna droomt de mens - in de nacht - een aantal delen daarvan weg naar de "speciale" opvang. Wat daar overblijft zijn de meest "waardevolle" herinneringen, soms diep weg gestopt en de anderen zijn bijna direct op je netvlies terug te vinden. Helaas heeft dit droom-systeem geen goede gebruiksaanwijzing. Daarom zijn er dromen die je in de vroege morgen nog precies na kunt vertellen en anderen bel je helemaal vergeten. Wat erger is, is dat het droom-systeem ook niet goed weet wat echt waardevol is en of de herinnering gekronkeld of normaal moet worden verwerkt. Dit met alle gevolgen van dien. Nachtmerries.....bizarre ontmoetingen, dwalen door zwarte landschappen of gewoon een ontmoeting met een schele clown.

Maar hoe dan ook, een robot droomt niet. Nee, de robot slaat direct alle informatie die binnen komt via de sensoren op in het robot-brein. Uiteraard kan het brein hierdoor overbelast raken of zelfs verstopt. Een update is de oplossing.

Tim ging op zijn verzoek eerst naar de brein-reiniging. Faye kon het wel begrijpen, want Tim had veel meegemaakt in de afgelopen dagen en de rondleiding in Rotopia was het brein even te veel geworden. Tim kreeg dan ook bij de dam een seintje op zijn display; reiniging nu noodzakelijk. Tim liet het Faye zien en gelukkig werd ook hier de standaard procedure aangehouden. Een reiniging had altijd voorrang.

Er waren meerdere reinigingsstations beschikbaar, maar uiteraard werd Tim aan de dichtstbijzijnde aangesloten. Hij moest even wachten op een controle-robot. Faye vertelde dat het een robot was, die de vormen van de glas-blokken controleerde. Hij deed dat met een speciale precessie-scan. Het was nodig ook, want er kwamen best wel vaak slechte blokken voorbij en een kleine afwijking van de vorm, had direct gevolgen, want dan paste het blok niet meer op de andere. Deze robot haalde dus de afwijkende blokken eruit. De vervuiling in zijn brein was dat hij ook alle goede blokken scande en opsloeg in het brein. En goede blokken.......dat waren er veel!

"Ze moeten elk uur worden geschoond", zei Faye, terwijl ze knikte richting het apparaat. Tim begreep het en wachtte rustig zijn beurt af.

Het apparaat was vrij van smeer, trilde niet en het maakte bijna geen geluid, behalve bij het sissen van de nek-pluggen. Tim voelde een lichter ontspanning van zijn pomp-systemen en een druk-verlaging binnen in zijn skelet. Hij controleerde zijn display en zag dat er slechts één melding was; nek-pluggen open. Kort daarna voelde hij een toenemende druk op het bovenste deel van zijn skelet en ook zijn licht-sensoren vielen uit. Dit was allemaal volgens de procedure. Tim wist dat, want hij had al twee eerdere sessies meegemaakt. Kort daarna viel alles uit.

Tim opende zijn licht-sensoren en bemerkte dat Faye kort voor hem stond.

"Hallo, robot. Identificeer jezelf".

"Eh....Tim, klus-robot uit Metropolis, een Titan In Memary - Jim-Blackmaster, Google, LA-USA.... en jij ben Faye".  Faye knikte. Tim controleerde zijn display en zag dat alles oké was. Hij knipperde even naar Faye.

"Kom we gaan. Er wordt op je gewacht".

Ergens in een kamer stond een wat oudere man-mens, althans zo leek het. Tim kwam dichterbij en registreerde al snel een valse cyborg. Met andere woorden; een robotbrein met een mensenlichaam. De meeste robots hadden dit scan-systeem om mensen te kunnen traceren. Dit natuurlijk met het oog op de robot-wetten. De cyborg kwam met een vriendelijk gezicht naar hem toe lopen. De cyborg had grijs haar, een baardje met nog een lange snor. Het kwam Tim nogal vreemd over, want er was ook een bril. Tim had nog nooit een cyborg met een bril gezien, omdat het voor een robot-brein met licht-sensoren volstrekt onnodig is om er één te dragen.

"Jij bent Tim, de klusrobot, aangenaam. Van harte welkom in Rotopia. Faye heeft me al wat informatie toegezonden, dus je hoeft niet het hele verhaal aan mij te vertellen. Dat scheelt weer tijd." De man tilde zijn bril een beetje op. Tim wilde hem vragen waarom hij een bril droeg, maar zag daar vanaf.

"Eh, nou dank u. Mag ik weten hoe ik u kan benoemen?", vroeg Tim met volledige rust in zijn stem. Hoewel hij wel een lichte tinteling waarnam, was er ook een vorm van geruststelling. Wellicht deed Rotopia hem meer goed dan hij dacht.

"Aha, natuurlijk. Mijn naam is Sim-sala-bim. Vroeger noemde men mij Edwin Davies, maar dat was in de Metropool. Nou ja.....goed, Tim. Heb je vragen? Zo nee, dan kan je meteen aan het werk. Ik neem aan dat je daarom hier naar toe bent gekomen, toch?"

De ontmoeting alleen al leverde vragen op en ergens in zijn brein werd een herkennings-signaaltje opgesteld, maar Tim wist dat er maar één vraag en vooral het antwoord belangrijk was. Hij had nu de kans en daarom werden alle andere signalen onderdrukt.

"Is Tara hier of een mensen-jongen, met de naam Ahmed?" Ook deze vraag stelde hij met vastheid in zijn stem, ondanks dat hij nu wel meer trillingen in zijn skelet waarnam. De cyborg reageerde niet direct. "Een slecht teken", vond Tim.

"Hm......Tara...ja Tara, die ken ik wel. Eh, nee, ze is niet hier. Ene Ahmed ook niet, vrees ik. Jammer ook.....heel jammer." De cyborg draaide zich om en liep van Tim vandaan. Of het nu de bedoeling was, wist Tim niet, maar hij was vastbesloten om Tara en Ahmed te vinden. Dat ging voor alles. Samen uit, samen Thuis. Tim draaide zich ook om en liep richting de uitgang van de kamer. Faye stotterde enkele vreemde klanken en knipperde volop met haar sensoren, maar dat hield Tim niet tegen.

"Stop, Tim."

Tim stopte, maar draaide zich niet om.

"Sorry Tim. Ik heb veel zorgen en Tara is daar één van. Ik weet eerlijk niet of ze nog wel eh....levend is. Dat...Tim, zou een vreselijk gemis zijn. Ik wil je niet te veel uitleggen, want jouw systeem is daar niet op voorbereid. Maar...je kunt hier wel veel betekenen en misschien kom je Tara wel op het spoor met je nieuwe werkzaamheden." Tim wachtte af en hij had het gevoel dat er iets belangrijks zou volgen. En dat klopte....

"Tim, de bouwput naast ons, een nieuwe stad, wordt gemaakt door mensen. Helaas zijn het geen prettige mensen, vrees ik. Daarom heb ik zorgen. Wij gebruiken net als zij het water uit de rivier en we weten niet hoelang dat goed kan gaan."

"Waarom niet, er is toch genoeg water?", vroeg Tim, terwijl hij zich omdraaide.

"Ja, maar we vervuilen het ook met onze zuren."

"En waarom zijn het geen prettige mensen? Dat zou ik graag willen weten."

"Ik begrijp je vraag, maar dat is erg moeilijk. Laat ik het samenvatten met de wetenschap dat ze niets om Robots of valse cyborgs geven en ook dat sommige mensen ze minder waard zijn dan een paar data-kokkels".

"U bedoelt zieke, arme mensen?"

"Juist ja, onder andere......." Maar laten we ons eerst richten op deze stad. Onze stad, zonder mensen".

"Dat wil ik wel. Wat kan ik betekenen?"

"Dat is toch duidelijk, Tim. De grote risico's die je hebt genomen, geven je een voordeel. Er moet namelijk meer informatie komen over een eventuele aanval en dat ga jij voor ons doen." De cyborg hield duidelijk even zijn adem in.

"Oke, geen probleem".

"Eh.....er is wel één probleem, Tim."

"Wat dan.....dat zal toch wel meevallen?"

"Vecht-robots Tim. Ze hebben vecht-robots in alle kleuren en maten."




Een fatale berekening


Het duurde enkele rondingen van de Zon voordat Tim zijn plaats als verkenner had gevonden. Natuurlijk had hij eerst veel rondgelopen in de nieuwe stad en hij vond het prachtig. De zware geur van olie, de vette smeer op de grond, het schitteren van het glas en metaal, dat alles was precies wat hij verwachtte van een robot-stad. Meerdere keren per dag snuffelde hij aan de muren. Het rook naar een sterkte olienade met een snufjes slijpsel. Soms bracht hij een klodder smeer op zijn skelet aan. Hij voelde zich als een meeuw in de lucht. Vrij dus. Alhoewel.....

De dag dat hij bemerkte dat er iets van hem werd verwacht kwam ook dichterbij. Het was niet zo dat er direct naar werd gevraagd, maar soms leek het wel of verschillende robots een signaal van een groot vraagteken naar hem uitzonden. Het klopte. Hij werkte niet echt, hielp soms mee, maar het slenteren van hem in en rondom de stad moest wel opvallen. Toch waren de uitstapjes rondom de stad nuttig. Hij wist dat zijn taak informatie verzamelen was, maar hij richtte zich ook op de stad zelf. "Is Rotopia voldoende beschermd?", overdacht hij meerdere malen en vooral toen hij langs de stads-muren liep. "Zouden mensen, laat staan, vechtrobots deze muur kunnen beklimmen?" Dat soort vragen en berekeningen hielden hem bezig. En daar had hij een punt.

Hoewel de stadswal aardig hoog was, ongeveer 20 lofu-meters en ook een gladde structuur had, was het niet onneembaar. Wellicht zou het een beschieting kunnen tegenhouden, maar niet een doodnormale beklimming van een vechtrobot. Tim wist niet veel van vechtrobots, maar sloot niet uit dat ze hoog konden springen. "Je zou maar een vechtrobot op de muur zien, dan ga je bibberen als een mens", wist Tim zeker. Zodoende hield hij zich ook bezig met de verdediging van de stad en na een tijdje viel dat op. Zijn opmerkelijke vragen aan verschillende robots veroorzaakten onrust en al snel kwam een stadsbeeld-robot met een verzoek om even met elkaar van gedachten te wisselen.

Tim schrok zich bijna een metaalbreuk toen hij zag wie met hem wilde overleggen. Het was Dirk...., de Dirk van de Robot-spelen.

Voor Tim stond Dirk, dat was wel duidelijk, maar niet de Dirk die hij tijdens de robot-spelen had gezien. Zijn gezicht klopte nog wel, maar de rest van het imitatie menselijke lichaam was verbrand tot op de buitenste robot-onderdelen. Soms waren stukjes vlees nog te zien op een pomp of snaar-onderdeel van zijn tentakels en ze bewogen op een lelijke manier met de wind mee. Kennelijk had Dirk er geen zin meer in om ze eraf te peuteren.

"Het is maar goed dat Tara hier niet is", zei Tim. Het klonk bot en dat voelde Dirk aan.

"Het spijt me, maar ik kon toen niet anders".

"Wat kan ik voor je doen?". Tim wilde zo snel mogelijk het gesprek beëindigen. De wil om met Dirk over beveiliging te overleggen, zinde hem niet. Hij vertrouwde Dirk niet en daar had hij goede redenen voor.

"Nou, wat is je plan?", drong Dirk aan. "Wij - stadsbeeld-robots - beginnen er niet aan. Veel te gevaarlijk".

Tim knipperde en zijn bereken-systeem zocht naar de goede woorden, want dit was van een stadsbeeldrobot teleurstellend, vond hij. Het systeem kon helaas de juiste woorden  - al zat het wel op het puntje van zijn mond-schroef - niet vinden en daarom schakelde het terug op het normale gespreks-systeem.

"Eh, waarom is het dan te gevaarlijk? Er zijn vechtrobots daar. Ja, dat weet ik. Maar dat wil niet zeggen dat die robots alles direct uitschakelen wat voor hun licht-sensoren komt. Ook vechtrobots hebben grenzen, hoor. Anders kunnen ze niet samenwerken met mensen, zo is mij ooit geleerd."

Het gezicht van Dirk begon te lachen. Het was een vreemde gewaarwording. Het leek menselijk, terwijl het gezicht het enige menselijke onderdeel kon worden genoemd. Het lachen versterkte de irritatie.

"Waarom denk je zo, Tim....Ze hebben geen enkele grens. Juist daarom bestaan ze....eh..... alweer. Ze zijn zo dodelijk als zand in je pomp".

"O......., maar eh....jullie stadsbeeldrobots zijn toch veel slimmer. Doen jullie dan niets aan stads-beveiliging?"

Dirk lachte niet meer. De vraag van Tim was terecht. Dirk gebood Tim om even met hem mee te lopen.

Onderweg was Dirk stil en liep met daadkrachtige pas naar een hoger punt. Tim keek al lopend naar de rugzijde van Dirk en voor het eerst kon hij tot in het skelet waarnemen hoe gecompliceerd een robot kan zijn. Een aluminium-chroomverbinding maakte een ruggengraat zoals mensen dat ook kennen. Alleen deze glom als een spiegel, nee, schitterde zelfs. De graat was hol en binnenin zag Tim wel duizenden kleine gekleurde draadjes die de signalen doorgaven aan het brein. Het brein was tot Dirk zijn verrassing ook goed zichtbaar al zat daar wel een doorzichtige substantie omheen. Het leek een beetje slijmerig en het bewoog. Het kronkelende goedje gaf een duidelijk signaal af. Afblijven! De pezen en spieren, wellicht gemaakt van terra-föhn, waren indrukwekkend. Ze verborgen niet alleen de weke onderdelen, maar hadden duidelijk ook een functie als bescherming van het pompsysteem. Tim wist dat het pompsysteem gevoelig was voor stof en temperatuurverschillen. En bovendien erg belangrijk. Zonder werkende pompen, geen beweging, geen druk op de sensoren en nog belangrijker geen toevoer van olie naar de bewegende delen. Het skelet had trouwens ook een behoorlijke indruk achtergelaten. Het was stoer en breed gebouwd. Niet voor niets had Dirk een slome indruk achtergelaten, want dit alles maakte hem zowel kort als breed. En zodoende liep Tim achter een indrukwekkende robot met een mensen-gezicht. Hij volgde behoedzaam, want af en toe was het nogal steil. Soms slipte zijn tentakels weg, omdat er nog olie onder zat. Dirk had daar geen last van. Zijn tentakel-grijpsels waren voorzien van allerlei kleine haakjes. Tim vermoedde dat Dirk tot veel meer in staat was dan alleen maar lomp zijn. "Maar ja.....dat was dan ook te verwachten van een stadsbeeldrobot", dacht Tim.

Aangekomen op de plaats van bestemming, hielden ze even rust. Tim keek opnieuw met verwondering naar de nieuwe stad onder hem en nog steeds was hij trots op het resultaat. Heel even vergat hij waarom hij hier was, maar de vraag van Dirk, bracht hem weer terug naar de werkelijkheid.

"Kijk Tim, je kent de stad inmiddels al goed, maar wat valt je het meeste op?" De vraag overviel Tim. Een vraag als deze, zo direct, had hij niet verwacht. Hij had gehoopt op meer uitleg.

"Ho, ho, Dirk. Je bent dan wel een stadsbeeldrobot, maar hoe kan ik je vertrouwen? Hoe kom je eigenlijk hier? Die vraag moet je me eerst beantwoorden, hoor! Voordat ik ook maar iets over mijn plan ga zeggen". Tim knipperde duidelijk met zijn licht-sensoren. De boodschap was duidelijk.

Dirk knipperde ook met zijn ogen en sloot ze zelfs even.

"Tim, je hebt gelijk. Luister....en ik ga er vanuit dat je bepaalde zaken al weet. Je was niet voor niets dicht bij Tara. Al vroeg wist ik dat het niet gruis werd in de Metropool. Het stads-bestuur begon te twijfelen aan de robots. Misschien heb je het zelf ook gemerkt, maar binnen vrij korte tijd zijn veel robots eh..... veranderd. Natuurlijk zijn de robot-wetten sterk, maar sommigen waren in staat om de wetten uit te schakelen. Ook ik was daar één van en je snapt wel dat het vooral ging om de stadsbeeldrobots."

"Ze zijn het verst ontwikkeld", zei Tim.

Dat klopt Tim. Maar daarnaast zijn ook een groot aantal minder ontwikkelde robots, waaronder jij Tim met alle respect.....eh, ook anders geworden. Meer...., hoe zeg ik dat? Meer "bewust" dat robots niet alleen maar machines hoeven te zijn".

"Ga door Dirk. Je hebt mijn aandacht".

"Goed. Zoals je weet zijn menselijke emoties alleen bestemd voor mensen, maar af en toe, Tim....Af en toe schuurt het robot-brein ook tegen bijzondere gevoelens aan. Tim herkende dit, maar zei niets. hij wilde meer horen.

"Normaal was dit nooit zo. Wij Stadsbeeldrobots, maar ook de mensen weten niet hoe het komt. Hoe dan ook....uiteraard werd ik, samen met andere stadsbeeldrobots een mogelijk gevaar voor het stads-bestuur. Wij kregen dit in de gaten en ik besloot om me zo eenvoudig mogelijk te gaan gedragen. Ik werd Dirk de vuilverwerker. Zo op het eerste gezicht een simpele - niet gevaarlijke - robot. Het hielp mij niet. Het bestuur heeft vele ogen, zeg maar. Zodoende werd ik toch uitgekozen voor de Robot-spelen en die spelen zouden mijn dood worden. Dat wist ik zeker, want sommige stadsbeeldrobots waren als smeer in het zand verdwenen. Ik werd genoodzaakt om mijzelf te beschermen ten koste van.......ja, ook - helaas - Tara. O, olie-god in de hemel, wat was ik blij dat Tara kon ontsnappen. Later - toen ik hoorde dat dat in de volgende spelen weer mee moest doen, ben ik gevlucht. Ik vernam geruchten van de opkomst van Rotopia en snapte meteen waarom enkele stadsbeeldrobots jaren eerder plotseling uit de Metropool waren verdwenen". Tim knipperde. Hij begreep het...tot zover....

"Waarom ben je niet eerder gevlucht, Dirk...en waarom heb je Tara niet vooraf gewaarschuwd?"

"Goede vraag Tim. Ik wist niet zeker of Tara vrij was van de Robot-wetten. Daarom vond ik mezelf belangrijker. Ik voelde mij nummer één van de overgebleven robots al hoewel Morten duidelijk ook vrij was van de wetten. Ik stelde hem dan ook boven Tara. Achteraf is dat stom geweest, want nu zijn we één, nee, twee van de slimste stadsbeeldrobots kwijt." Tim kon zien dat Dirk droeviger werd.

"Ik weet nog steeds niet hoe je hier bent gekomen?"

"Kan je dat niet raden, Tim. Kijk naar me. Alle huid is van mij afgeschroeid. Het lopen in de volle zon van Metropool naar hier, doet een robot niet veel goed, hoor". Tim kreeg een beetje spijt van zijn vraag

"Ik begrijp het. Sorry.....Dank je ook."

"Wat mij het meeste opvalt? .....de geur van olie."

"Juist Tim. Olie.....brandgevaarlijk dus en daarom hebben wij stadsbeeldrobots een speciaal goedje gemaakt, zodat de olie niet brandt. Het is één van onze grootste geheimen en ik vertrouw het je toe."

Tim voelde zich geroepen om zijn plan te vertellen. Hij had nog steeds twijfels, maar het verhaal van Dirk was logisch. Bovendien was Dirk hier geaccepteerd en dat speelde ook een rol van berekening. Nadat Tim zijn plan had verteld kwam een niet verwachte reactie. Dirk vond het gewoonweg dom en vooral roekeloos. Tim probeerde zijn gelijk aan te tonen en wees daarbij op de robot-robot relatie. "Robots respecteerden elkaar". Dat stond bij hem vast. Hij had nog nooit van een ruzie tussen robots gehoord en van een ruzie tussen mens en robot ook niet. Mensen wel.....die maakten vaak ruzie en zelfs om de kleinste moertjes. Dirk schudde met zijn hoofd en gaf aan dat vecht-robots niet te vertrouwen waren. "Waarom denk je dat ze gemaakt zijn?, vroeg Dirk. Zijn klank klonk hard.

"Om te vechten ja, maar ik ga niet vechten en dat zal ik laten zien. Het is de enige manier om echt dicht bij de mensen-stad te komen, zonder dat ik gevaar loopt. Dat is mijn mening. Trouwens.....ik ben aangesteld vanwege mijn roekeloosheid. Er is gewoon durf nodig en ik ben bereid om dat te doen.....Ik....ik heb beloofd alles te doen om......" Tim maakte zijn zin niet af. Er was geen reden om iets te vertellen over de arme mensen in de gevangenis. En zeker niet aan Dirk. Nog niet. Dirk nam afscheid en schudde de tentakel van Tim.

"Je bent een goeie.....vaarwel".

Het duurde een lange tijd, meer dan 6 sata-minuten, voordat Tim afstand kon nemen van het o zo duidelijke afscheidsbericht. "Vaarwel......" "Het was gemeen", vond hij. Gemeen, omdat het hem alsnog deed twijfelen. Totdat zijn bereken-systeem via een kleine piep op zijn display aangaf dat er toch een kans van 20 procent was dat Dirk niet helemaal te vertrouwen was. De berekening gaf de doorslag. Een fatale berekening zo zou later blijken.

wordt vervolgd op J.

E-mailen
Map
Info