Ideemachine.nl
                                                                                                 

Een weg naar Rome?


Tim scharrende de verschillende onderdelen van Jimmie bij elkaar. Het werd een smeerboel en zijn tentakels zaten al snel onder de olie en het Gulper-vet. De groene vettige stof, kruip-olie voor het Robot-brein, druppelde uit allerlei onderdelen en soms spatte het weg. "Er staat nog druk op", constateerde Tim en werkte voorzichtiger verder. Gulper-vet was niet iets om mee te kliederen, want het was evenzo bijtend als zuur. En zuur is nooit goed voor de buitenzijde van een Robot-skelet. Het verpeste de glans en de waterdichtheid. Uiteindelijk lag Jimmie uitgespreid op het zand. Het was niets meer dan een aantal losse metaalachtige delen, zonder beweging, uitstraling of enige zichtbare robot-emotie. In het geval van Jimmie was zijn Robot-emotie; vrolijkheid. Het arme robotje was bedoeld om te rennen, springen, te draaien en snel te werken. Daarbij een altijd aanwezige brede grijns en dat maakte het geheel, wat ooit Jimmie was, tot een "vrolijke snuiter". Althans zo zouden mensen hem benoemen. Nu was er geen lachen meer bij. De grijns was krom verbogen tot een akelige scheur in zijn gezicht. Dat één licht-sensor uit het voorhoofd was geplopt, hielp ook niet mee om de oude Jimmie in gedachten terug te vinden.

Een robot graf is nooit bedacht. Het was natuurlijker om een definitief uitgeschakelde robot te demonteren en te recyclen. Feitelijk waren alle robots daarmee eens. Niets mooier dan een zorgvuldige demontage en een hergebruik van prachtige materialen. Tim had hier geen tijd voor. Nee, Jimmie moest snel verdwijnen...zijn hoofd in ieder geval, want anders zou zoiets vragen opleveren. Zo werd het toch nog een graf. Voor het hoofd. Een kleine kuil in het zand was genoeg. Tim keek nog even naar de kleine bult waar hij van metalen stukjes nog de letter J op had gezet en kroop vervolgens achterwaarts terug naar zijn schuilplaats. Het werd al iets donkerder en dat was het teken om na te denken over een vertrek.  

Onder de hoede van de duisternis was het niet zo moeilijk om een gang te vinden, die hem van deze plaats zou leiden. Er waren genoeg openingen te zien. Sommige "openingen" waren echter alsnog na enkele Miro-meters dicht en knap gecamoufleerd en enkele gangen waren alsnog open, terwijl hij had verwacht dat daar alleen een dichte muur te vinden zou zijn. Na een tijdje kwam had Tim een vijftal goede en aansprekende tunnels gevonden. Hij moest een keuze maken en dat viel niet mee. "Zou hij de gang met een rails volgen? Of een brede gang waar glij-sporen te zien waren? Of toch de gang die erg schuin naar beneden liep, maar verder onberoerd leek? Hij dacht er even over na en constateerde dat alle gangen in de richting van de bergen wezen. Voor zichzelf had hij al besloten dat hij daar naar toe moest gaan in de hoop dat misschien Tara daar was. Maar misschien ook Ahmed, want die ging vastgebonden ook die richting op. Tim twijfelde totdat zijn licht-sensor op een glimmend stukje rond metaal viel. Hij bukte en zag dat het een munt was. Een stom gebruik uit vroegere tijden. Tim bestudeerde het kleine muntje en wist dat het gedrukt was in het jaar driehonderd en vier. "CCCIV", gaven de Romeinse cijfers aan. Plotseling kreeg hij een ingeving. Iets in zijn brein was geactiveerd vanwege de cijfers. "Alle wegen leiden naar Rome", was hetgeen zijn brein had gevonden. "Natuurlijk", fluisterde hij. "Het maakt niets uit". Tim maakte zijn keuze. Hij ging voor veiligheid en niet voor snelheid en koos de kleine gang naar beneden. Iets waar hij al snel spijt van kreeg.

Een robot is nooit echt bang. Hooguit voorzichtig. Het aanblik van flarden en netten vol spinnenwebben of een grote hoeveelheid duistere kruipende schepsels doen een robot niets. Geprikt of gebeten worden, komt niet voor. Een onmogelijkheid. En daar valt bijna alles onder. Slangen en ratten....geen probleem. Schorpioenen evenmin. Dat de kleine gang vooral een verblijfplaats was voor het kleine grut, maakte Tim dus helemaal niets uit. Wat wel van belang was....de hoogte van de gang. Die werd na enkele friro-meters al lager dan hij had gehoopt. Toch bleef hij doorlopen, weliswaar enigszins gebukt. Het was muisstil in de gang. Geen geluid, ja soms het schrapen van zijn voel-sensoren tegen het plafond, maar gelukkig zonder de verdere aanwezigheid van mensen of andere robots. Tim rook ook niets van dien aard.

Een ondergrondse wereld is ook bijzonder. Het is vrij van regen, donker en vooral niet voorzien van enige richtingaanwijzer. Dat laatste werd wel een probleempje toen de eerste vertakking werd bereikt. Linksaf of rechtsaf, was de vraag. Tim hield zich aan zijn ingeving; "alle wegen leiden naar Rome", ging Linksaf en bij de volgende kruising weer rechtsaf. "Anders loop ik dadelijk in rondjes", zo vond hij. Tim had daarmee gelijk. Altijd linksaf dat was geen goed idee en dus wisselde hij bij elke splitsing. Het bevreemde hem wel dat er geen mogelijkheid was om rechtdoor te kruipen. Hoe dan ook, Tim maakte veel kruipuren en had het idee dat hij niet veel verder kwam. Tot overmaat van ramp, werd bij elke kruising de hoogte van de gang minder. Na een tiental kruisingen kon Tim niets meer doen dan laag over de grond kruipen en bereikte zelfs het moment dat je alleen nog maar vooruit kan slepen. Dat specifieke moment veroorzaakte een kleine kortsluiting in het systeem van Tim. Het systeem verzette zich tegen de voortgang, omdat Tim bezig was zichzelf schade toe te brengen. Enkele sensoren schakelden naar code geel. Tim vloekte. "Alle blik-schreutels en grafeen-keutels nog an toe". Tien centa-meter verder. "Alle kromhoeken en cirkel-vletsen bij elkaar". Nog tien centa-meter verder en het was klaar. Tim zat vast en botste met zijn tentakel tegen een harde muur van stenen. Hij liet zijn hoofd zakken en kreeg - zoals eerder gezegd - spijt.

Er zijn van die momenten dat opgeven een optie wordt. Of soms zelfs al een goede optie is. De mens is daarover duidelijk. Zelfbescherming speelt een rol, zo ook angst, verdriet en schaamte. Bij een robot verloopt dat proces anders. Feitelijk is opgeven nooit een optie. Zelfs het denken over opgeven, zal problemen geven. En nu zat Tim vast, kon niets meer doen en opgeven mocht dus niet. Bij mensen zou dit leiden tot boosheid, verdriet en berouw. Bij Tim leidde het tot een activiteit. Iets doen en dat betekende dat hij begon te graven, zo maar...doelloos graven en zo lang tot zijn energie bijna op zou zijn. Pas dan zal de robot zich overgeven, een nood-ping afgeven en tot slot zijn brein deactiveren in de hoop dat het alsnog zou worden gevonden. Een tijdige de-activatie van het brein kon ervoor zorgen dat een hernieuwde opstart een mogelijkheid was. Tim was nog niet zover, maar was wel hard op weg. Zijn tentakels schraapten en schuurden in de koude ondergrond vlak naast de muur tergend langzaam naar beneden. Er was nog net ruimte om de geschraapte grond achter hem te dumpen. Dit betekende wel dat mocht hij moeten deactiveren, hij wellicht nooit meer zou worden gevonden. Toch ging hij verder. Het moest en er was nog tijd. Code geel veranderde  na een tijdje in code rood en de werk-situatie werd er niet beter op. Tot plotseling de linker-tentakel voelde dat de onderzijde van de muur was bereikt. Hij drukte door en zijn vingers schoten een leegte in. Een fris windje bevestigde dat hij iets wat op een uitgang leek, had bereikt. Tim schoffelde nog even door en maakte het gat een beetje groter. Samen met de wind ving hij een geluid op. Eerst leek het op een voertuig of iets dergelijks, maar al snel constateerde het brein dat er stemmen in aantocht waren. Meerdere zelfs. Tim stopte onmiddellijk met zijn graafwerk en bracht zijn beide licht-tentakels bij het gat. Het waren mensen.

"Simon, ........(onverstaanbaar)....nou van.....(onverstaanbaar)......ruimte?"

"(onverstaanbaar)....ik vi......(onverstaanbaar), maar lang, Derek."

"Je mag blij (onverstaanbaar)...je deze....(onverstaanbaar).....gekregen."

"Dat weet ik, Derek, maar.... (onverstaanbaar)....op een kraan...(onduidelijk) zijn".

"Nee jo...Simon. De werkplaats is een bende en bovendien loopt (onduidelijk) daar rond."

Ze kwamen dichterbij......

"Lidwina, wat vind jij er nou van. Jij hebt toch ook wel een mening. Of durf je niet?"

Stilte...

"Nou....He, Je kunt hier alles zeggen hoor. Geen camera's, geen detectoren, dus uh..."

Stilte

"O, je vertrouwt ons niet?"

"Luister Derek en Simon. Ik vind jullie heel aardig, maar verwacht nou niet dat ik mijn diepste gedachten aan jullie ga vertellen. Jullie weten ook dat deze baan voorlopig beter is dan alle andere, maar....dat wil niet zeggen, dat dit nou zo leuk is. We lopen oeverloos op en neer en dat is het. Er gebeurd niets hier, oké...tevreden?"

"Eh, mee eens Lidwina, maar denk je dat wij hier moeten blijven of dat er dadelijk wat anders voor ons wordt gevonden? Eens moet toch de aanvoer van vuilnis genoeg zijn. Heb je gezien wat er allemaal is gebouwd. Niet normaal toch....toch Simon?"

"Nou, Derek. Dat klopt. Het bouwen gaat snel. Ik hoop dat ze ons dadelijk geven, wat er is beloofd."

"Inderdaad. Dat is belangrijk. Als alles achter de rug is, ga ik doen wat ik wil."

"Wat dan, Lidwina?"

"Ik word een prinses en (onverstaanbaar)..........dagelijks een bad met (onverstaanbaar) ....en daarna ga ik (onverstaanbaar)".

"Ja, dat is een goe......(onverstaanbaar) ook naar die .......(onverstaanbaar).

Het drietal was verder gelopen en wat nog restte was een gezamenlijk gelach. Tim had veel gehoord en het was ook nog nuttige informatie. "Zou hij het proberen.....gewoon in de gang kruipen en hen achterna lopen?", dacht hij. Het was een optie zo zonder camera's, maar ze vertelden ook dat ze op en neer liepen. Tim zag geen mogelijkheden om ergens te verschuilen, dus viel dit plan af....Wat nu? Tim probeerde het gat groter te maken, want blijven was helemaal niets. En zo begonnen de vingers van de tentakels weer te krassen en te schuren. Het gat werd echter niet veel groter, maar de grond onder hem stortte wel steeds meer in. Tim zakte al zelfs een beetje naar beneden. Hij verzette zijn knieën en dat leek niet best uit te pakken. Tim duikelde door de mulle ondergrond naar beneden en botste op een harde ondergrond. Hij bevond zich in een gang onder de grote gang. Een gang bedoeld voor bekabeling, want boven hem waren verschillende dikke kabels te zien. Er was ook nog eens ruimte genoeg voor hem om te staan en de gang liep parallel aan de grote gang.  Het zat Tim deze keer mee en vol goede moed stapte hij voorwaarts. Op weg naar de bouwput.


De andere weg naar Rome


Ergens naar toe gaan, kan op veel manieren. Je kunt er naar toe lopen of naar vliegen, maar ook in een lager bewustzijn is een verplaatsing mogelijk. Dat laatste was aan de orde, tot dat de gedachte - of in dit geval de droom - een werkelijkheid was geworden.

Een razende en toenemende wind zorgde als eerste voor het inklappen van gehoor-sensoren. Onmiddellijk daarna volgden de licht-sensoren en dat samen, startte de droom. Een toestand die zowel lang als kort leek te duren. Het was niet na te gaan welke van de twee aan de orde was. Wat wel een zekerheid was, betrof de leegte en diepe duikeling naar het moment waarop de vluchtige droom een harde werkelijkheid zou worden. De leegte was donker en diep. Heel diep. De droomtoestand duurde voort en tolde net zo hard rond als het object zelf in de lege ruimte. Even later werd het object in het diepe niets en de zekerheid van het einde, gebonden tot een rond glad geheel. Zo rolde en rolde de droom en het object verder, maar plotseling ook glijdend over andere materialen. Het was nu nog Ke-micro-seconden wachten op de harde klap, maar die kwam niet. Het rollen rolde eigenlijk wel lekker, vond het object. Hard omlaag daarna weer omhoog en komende tot stilstand. Daarna weer omlaag, omhoog, omlaag, omhoog tot het alleen maar rolde en rolde..... Uiteindelijk was de droom geen echte droom meer, want de definitieve stilstand, verbrak de draaiende magie. Enkele melas-seconden later was er geluid, het geluid van geritsel dichtbij en geratel ver weg. De gesloten bal opende zich onder gekraak en gekreun en diverse sensoren piepten hoorbaar door elkaar.

Tara checkte alle piepjes en haar systeem. Schade xxxx heuphoogte links 156H54 - deuk 25 mic-m met krassen dp2, niet ernstig Depelt visie 23000001, Inwendige schade xxxx - zero.  - Verlies waterdichtheid xxxx - zero -  Locatie xxxx buis of gang - 70 kleko-meters in/uitgang. Voertuigen xxxx binnen 30 byto-meters -  zes. - Hoogte/diepte xxxx Aardniveau -3.

"Voertuigen?'

Tara flashte wat betekende dat haar inwendige sprinsels aantrokken en haar alertheid direct werd opgeschaald tot niv-16. Ze richtte haar op, draaide van links en rechts en realiseerde zich meteen dat ze onder een rupsvoertuig was beland. De motor van het enorme grijze monster bromde en om de situatie nog erger te maken, zette het massieve gevaarte zich in beweging. Het eerste gedeelte bewoog en na een flinke klap volgde het tweede gedeelte. De grijze massa boven haar bewoog en zware metalen rupswielen naderden haar linker-tentakel. Ze trok het snel weg. Plat op haar buik zag achter haar geen andere voertuigen meer. "Dit is dus laatste van de zes", was de uitkomst van haar logica-opdracht. Toen ze nogmaals keek zag ze mensen verderop in de gang. Weliswaar nog klein en ver weg, maar ze kwamen dichterbij. Tara had maar één oplossing. Ze moest deze veilige plaats onder het voertuig niet verliezen. Ze kroop een stukje mee, maar het voertuig vermeerderde snelheid en dit kon ze niet volhouden. Er restte nog maar één oplossing...op, in of onder het voertuig. Ze koos voor het laatste toen ze een kleine schuin hangende plaat aan de voorzijde zag die kennelijk modder moest tegenhouden. Het was net groot genoeg voor Tara. Ze pufte een paar keer, zette haar tentakels schrap tegen de randen en checkte nogmaals haar systemen. Ze miauwde zachtjes en daarin had ze gelijk, want hoewel net bekomen van een afschuwelijke val, was dit zeker geen fijne plaats om te verblijven.

Hoe dan ook...Tara volgde ook een weg naar Rome. Het ging in ieder geval ergens naar toe en ze gokte dat het de bouwputten betrof. Dat klopte, maar zover was het nog niet, want al snel dook er een ander gevaar op. En wel één die nog gevaarlijker was dan de plaats waar ze nu zat.  

Een robot is een stuk elektronica met een mechanisch lichaam. Althans...zo waren de eerste robots. Tara wist maar al te goed dat robots ook een vorm konden hebben, die helemaal niet in dat oude plaatje paste. Dat ging uiteraard voor haar zelf op, als zeer geavanceerde robot met een brein wat niets meer te maken had met elektronica. "Zelfs de mens is feitelijk een robot", vond ze zelf. Die gedachte was helemaal niet zo vreemd, want elke menselijke cel is een klein fabriekje. Het brein was wel anders, maar ook daar waren niet zo veel verschillen meer. Haar brein draaide op kwantumfysica en nano-processen en het menselijk brein op de wisselwerking tussen neuronen, elektrische processen en misschien ook wel een externe - nog onbekende - invloed hebbende factor. Haar factor was de ontwerper al was een overname uitgesloten. Tara was daarvoor beschermd. Niemand kon echt in haar brein kijken wat ze precies "dacht" en dat wilde ze graag zo houden.

Een zacht maar hoorbaar geluid irriteerde haar hoor-sensoren. Ze wist niet precies wat het was, maar het geluid was zeker niet afkomstig van het voertuig. De hoge frequentie was totaal anders dan wat ze tot nu toe had gehoord. Ze schakelde naar deep-scanning en wachtte geduldig af. Plotseling plopte een rode code op in haar oog-sensor.

"Terra - imitatie - hommel - robot - 30 sisma-meters links - 45 graden - aardniveau 2"

"Nee, toch....hebben ze.....", kreunde Tara droevig en sloot haar oog-sensor.

Maar het was wel zo. Een tweede check bevestigde het. Er was een piepkleine vliegende robot in de buurt en Tara wist wat dat betekende. Een spion en wel ééntje van het verboden formaat. Lang geleden was al afgesproken dat superkleine robots niet meer mochten worden gemaakt. Dit omdat ze te klein waren voor een goede installatie van de robot-wetten en dus voor oorlogsdoeleinden konden worden gebruikt. De afspraak was nodig destijds, want in de laatste oorlogen waren er altijd veldslagen waarbij giftige gassen door deze kleine duivels werden verspreid. Ze kropen met een dosis gifgas gewoon in de mond van meestal slapende mensen. Ook robot-soldaten werden gelukkig verboden. Zij hadden bij oorlogen zoveel schade toegebracht dat niemand in de wereld dit ooit nog wilde. Vooral onschuldige mensen, ook kinderen, fraaie historische gebouwen en ongerepte natuurgebieden waren - tot verbijstering van iedereen - het ultieme doelwit van deze schepsels. Waarom ze dat deden, is nooit duidelijk geworden, wist Tara zich nog te herinneren, maar ze had wel een idee. "De robot-wetten waren gewoonweg verwijderd of nooit geïnstalleerd, punt uit".

Het kleine namaak-insect duikelde naar beneden en vloog een paar keer rondom het voertuig waaronder Tara zat verstopt. Ze wist al dat ze zou worden ontdekt. Ze blies expres een wolkje olie-damp uit. Dat trucje werkte, want het robotje hield vlak bij haar stil en dook nog verder naar beneden. Dat laatste had het beter niet moeten doen, want Tara was razendsnel en klapte haar nagels uit om het ding te vermorzelen. Het kraakte en een klein sliertjes rook ontsnapte uit de klauw. Maar dat was het dan. Tara hoopte maar dat de robot niet was uitgerust met een positie-melder, want dan zou er ergens worden ontdekt dat er een spion was verdwenen. Ze bekeek de geplette robot aandachtig, maar zag geen positie-chip tussen de kapotte onderdelen. Het stelde haar niet gerust. Mogelijk moest de spion wel om de enkele simbo-minuten een signaal afgeven om het sein "alles veilig" door te geven. Ze hield daarom rekening mee dat er toch iets in werking zou worden gezet.

Haar gevoel was juist. Na drie simbo-minuten werd de snelheid van de colonne vertraagd. Tara keek voorzichtig om het hoekje en zag nog geen uitgang. Er was dus iets aan de hand. Snel dook ze zo ver mogelijk weg onder de plaat, maar realiseerde zich ook dat een volledige verdwijning niet kon. Als men onder het voertuig zou kijken, dan zou ze zeker worden ontdekt. De spanning in haar gestel steeg, toen de colonne helemaal stopte. Er klonken direct allerlei rauwe stemmen door elkaar en gelet op de lage toonhoogte waren het waarschijnlijk korte commando's. Tara wachtte op het geluid van naderende voetstappen, maar die kwamen niet. Wat er wel aankwam, waren geluiden die ze maar al te goed herkende.

"Robots!", zei ze zachtjes.

Het verwarde Tara. Het was haar duidelijk dat zowel mensen als robots een eigen nieuwe plek aan het bouwen waren. Dat er nu robots waren - onder beheer van mensen - vond ze vreemd. "Dat klopte niet, behalve....." Tara schrok, want wat ze nu had gevonden in haar brein, was het meest ergste wat ze kon berekenen. Of het waar was, zou ze snel merken, want het knarsen van de zware gewrichten en het stampen van de loop-tentakels op de grond, kwam snel dichterbij. Tara zag een lichtstraal naast haar voertuig op de grond en die straal boog af naar haar plekje. Het was zover. Ze werd ontdekt. Een lichtstraal verblindde haar, maar niet snel genoeg om te zien dat er ook een straal-wapen op haar werd gericht.


Tim en zijn weg naar Rome.


Het voelde onwerkelijk. De lichtstralen van zijn flits-senor stonden ver open, maar dat was nauwelijks genoeg om goed waar te kunnen nemen. Dikke spinnenwebben zorgden daar wel voor. De gang voor hem was waarschijnlijk nergens op aarde te vinden. Vage blauwe schijnsels uit kleine licht-spotjes boven hem, een drabbige ondergrond met vooral veel modder en stof, en zoals gezegd een wirwar aan webben. Tim zag niet eens insecten in de webben, behalve natuurlijk de spinnen zelf. Hun kruis op het dikke lijf lichtte elke keer op. "Zoveel kruisen.....sommige mensen zouden deze gang heilig noemen", dacht Tim. Zo ploeterde Tim voorwaarts, langzaam, maar zeker. Zijn gestel was inmiddels bijna helemaal ingepakt door de ragfijne draden en ze plakten goed op zijn skelet. De aanwezigheid van vocht in de vorm van vele kleine druppeltjes maakten het geheel af. Een mens die Tim nu zou zien, zou van schrik weg vluchten.

De gang was lang, heel lang en het duurde uren voordat ook maar een enkele Semo-meter had kunnen afleggen. Het deerde hem niet. Op weg, is op weg en de tijd speelde daarbij geen rol. Hooguit een frisse olie-nade was welkom en verder was alles oké. Feitelijk wist Tim helemaal niet waar dit naar toe leidde. Een rechte eindeloze gang naar "iets" en hopelijk was dat "iets"een bouwput. Welke dat zou zijn, maakte hem ook niet uit. Ergens waren Tara en Ahmed misschien en als het niet bij de ene was, dan zou hij verder gaan naar de andere. Tim was positief ingesteld en hield geen rekening mee dat het ook wel eens anders zou kunnen zijn. Hij had zijn systeem geordend op een goede uitslag en daarmee kon hij doorwerken. Dat doorwerken was niets meer dan stappen maken en spinnenwebben weg slaan. Na een tijdje, zo'n zeventien pecta-minuten, werd de gang smaller en ook lager. Dat baarde hem wel enige zorgen, want als de gang ergens zou stoppen, dan werd de situatie wel hopeloos. Tim zag nog steeds geen enkele opening of lichtinval. Hij zette door. opgeven was geen optie en trouwens....robots geven nooit op. Daar waren ze voor gemaakt.

De zorg van Tim werd uiteindelijk een waarheid. De gang stopte. Zomaar. Zomaar tegen een keiharde muur waar de kabels in gingen. Het leek wel een verzamelpunt van meerdere gangen, want ook van links, rechts kwamen kabels uit de zijkanten van de gang. En dat was het. Eindpunt bereikt en geen licht van de zon te zien. Tim scande de gehele gang en gelukkig zag hij iets wat hem interesseerde. Een ijzeren ring. "Een luik", zei Tim terwijl hij zich oprichtte. Stom natuurlijk, want hij botste meteen zijn sensoren tegen het plafond. Tim bukte en zag dat het luik redelijk was verstopt vanwege de modder. Het kostte hem enige kracht (0,00056 Ferro-Newtons) om het op te lichten.

Tim keek in een diepte. Een diepte die ook weer nergens naar leek te leiden. Een kleine uit stenen gehakte trap was als een kronkelige neerwaartse slang te zien. Modder, slijm en kleine kristallen en gelukkig geen spinnenwebben, constateerde Tim. Het geheel was niet te vergelijken met de gang waarin hij nu stond. "Het was....het was middeleeuws of zo", dacht Tim. "Maar dan wel de Middeleeuwen vóór de komst van de robots", voegde hij er gedachten aan toe.  "Nou vooruit dan maar". Tim sprak zich moed in en maakte de eerste stappen naar beneden. Hier was geen enkel lampje meer en de straal-bundel van Tim reikte slechts 3 Difto-meter. Tim vroeg zich af hoeve naar beneden deze trap zou leiden en overwoog om een een steentje te gooien, maar zag daar vanaf. "Het zou niks uitmaken", vond hij. "Al is het zes Klefto naar beneden. Ik ga toch".

Het geen zes Klefto, maar wel drie. Zodoende was het een aardige afdaling. Eenmaal beneden stond Tim voor een deur. De deur was groot, zwaar en aangetast door schimmel. De deur was ook in geen eeuwen open geweest. Dat was duidelijk zichtbaar, omdat de randen van de deur helemaal vol zaten met flinke schotelvormige paddenstoelen. Drie grote en fraai bewerkte scharnieren op de deur waren wel verroest, maar ze waren nog wel heel. Het was een vreemde deur, want het houtwerk was bewerkt met fraaie afbeeldingen van engelachtig figuren. "Misschien heiligen", dacht Tim. "Wellicht sta ik hier echt in de krochten van het oude Rome", speelde zijn gedachten en een paar knipperingen van zijn licht-sensoren bevestigde dat hij wel nieuwsgierig was geworden naar wat er achter de deur zou zijn. Tim onderzocht de deur verder. Er was geen sleutelgat en ook geen slot te zien. Tim duwde tegen de deur en die bewoog geen minni-meter. Tim duwde iets harder aan de deur...niets. Geen beweging. Tim luisterde met zijn gehoor-sensor tegen de deur. Hij hoorde geluiden. Zijn systeem zocht naar herkenning en die was snel gevonden. Het geluid was eenvoudig te herleiden tot bewerking van metaal. Snij, brand, las en boor-geluiden, samen met een flard van de wind.

"Wind?"

Tim knipperde met zijn oog-sensoren en wist meteen wat dat betekende. Open ruimte. Het einde van de gang. Tim botste onmiddellijk met zijn hele skelet tegen de deur. Hij wilde eruit. De deur knarste, maar bewoog nog steeds niet. Een volgende botsing leverde ook niets op, maar Tim hield vol totdat uiteindelijk één van de paddenstoelen scheurde. "Het gaat lukken....het moet.....kom op". En zo hield Tim het botsen aan en het duurde niet zolang tot de scheur steeds groter werd. Een eerste lichtstraal kwam door de kier naar binnen en Tim wrikte een tentakel ertussen. Ook dat hielp. De kier werd groter en groter.......kleine oliedruppeltjes verschenen op zijn skelet, maar Tim werkte onverstoorbaar verder. Plotseling schoot de deur los. Tim drukte nu voorzichtig tegen de deur, deze piepte maar ging vrij gemakkelijk verder open. Tim schoof zijn hoofd door de opening en keek naar buiten.

Tim sperde zijn licht-sensoren ver open, want wat hij nu zag......dat had hij niet verwacht.


Tara en het midden.    




Het denken van een mens, is soms niet te volgen. Opmerkelijk is dan ook de eeuwenoude idioterie om gevangenen altijd het kasteel binnen te brengen om deze daar op te sluiten. Het heeft wel zijn voordelen, omdat je een gevangene in alle rust kunt ondervragen. Maar er zijn ook nadelen. Let maar op.

De kamer waarin Tara was opgesloten, was feitelijk een cel. Er waren geen ramen, noch een deur en zo leek het geheel op de binnenkant van een ei, maar dan in de kleur grijs. Een stoel of ander meubilair had wel gemakkelijk geweest voor een mens, maar in dit geval niet. Tara stond een beetje verloren in het midden en keek rondom zich heen. Dat veranderde niets. Het was een cel of een ei meer niet. Ze ging verder met een diepere analyse van het ei. Het bestond volgens haar bio-scan uit tachtig procent grafeen en twintig pr0cent gefistineerde zee-alg. Niets bijzonders dus. Het spul had een hardheid van zeventig itch en een buigzaamheid van iets onder de vijftien crulch-factor9. Ze vroeg zich af hoe ze hier binnen was gekomen. Een herinnering hieraan had ze niet, ondanks dat alles daarvoor haar nog steeds goed bij stond.

De robot-soldaat of bewaker, want dat was het, had duidelijke commando's gegeven. Eerst een identificatie, daarna een onderzoek op verborgen wapens en tot slot een bio-scan om uit te sluiten dat er binnenin Tara geen wapen was verborgen. Dat Tara zelf een wapen kon zijn....daar had de robot niet aan gedacht. Er werd al snel een mens bijgehaald en ja hoor, ook die vroeg om een identificatie. Tara riedelde haar nummer op en wachtte op een antwoord. Die kwam er niet. Een korte knik van de mens was voldoende om de verdere opdracht van de robot in gang te zetten. Tara werd vrij bruut vastgepakt door de linker-tentakel-klauw van de bewaker. Zijn straal-pistool hield hij in de richting van Tara om uit te sluiten dat ze geen gekke dingen zou doen. Tara, nog steeds een beetje verblind, scande zo goed als ze kon de soldaat-robot. Het betrof een type 46, A-klasse van Warship cooperation Washington zuid, 16e serie. Zeer geavanceerd, gehard en zonder menselijke emoties. Een echte soldaat dus die elke opdracht zou uitvoeren inclusief beschadigingen of erger. Tara kon geen ingevoerde robot-wetten ontdekken. Ze schrok er niet eens van, want het was haar al lang duidelijk dat hier andere wetten zouden gelden, namelijk die van de sterkste. Waarom de mens in hemelsnaam hier aan was begonnen, werd haar ook duidelijk. Pottenkijkers werden niet geduld en daarmee uit.

"Er is dus veel te zien", redeneerde het brein van Tara. "In ieder geval iets wat geheim moet blijven...op zijn minst". Het brein van Tara schakelde over op "verzamelen informatie", waardoor haar gestel flauw viel. En daar hing Tara, als een slappe pop aan de tentakel van de Robot. Deze sleepte haar zonder moeite mee. Inmiddels scande het systeem van Tara de gehele route en omgeving. Haar brein werd gevuld met feiten over de tunnel, de voertuigen, het aantal robots ,mensen, afstanden, richting en zelfs de grondwaterstand. De rapportage was razendsnel en verontrustend; 45 voertuigen, 36 robots, waarvan 31 soldaten of bewakers en de afstand rechtdoor Oost 43 graden, twee klingo-meters. Wat er verder achter die klingo-meters was, werd niet gemeld.

Na een tijdje gesleep over de stoffige grond kwamen de licht-sensoren weer tot rust en kon ze de omgeving verder bekijken. Niemand zei iets en zodoende werd het geruis verderop in de gang harder. Wat exact het geluid veroorzaakte, was onbekend, volgens haar diepere scans. De omgeving was nog steeds hetzelfde als een tijdje terug. Een brede gang met bovenin volop led12-verlichting. Onder haar waren rails aanwezig, maar deze waren niet op de beton bevestigd, maar erin. "Elk voertuig kan dus hier rijden of glijden, registreerde Tara's brein. Ergens in de verte werd inmiddels een witte vlek steeds groter. "De uitgang", constateerde Tara. Inmiddels had ze voldoende informatie verzameld en schakelde ze weer over naar "normaal". Ze richtte haar gestel op en liep rustig met de grote vecht-robot mee. Ze probeerde contact te leggen.

"Hey, stoere...". Geen reactie.

"Hey kerel...waar breng je me naar toe?" De robot reageerde niet.

Wel de man naast hem. "Kop houden, Robot-ding. En doe wat ik je zeg, Oke?" Tara besloot mee te spelen.

"O, ja, weledelgestrenge keizer der mensheid ....natuurlijk. Ik zal niets meer zeggen. Goed?"

De man zei niets op deze brutaliteit en liep flink door. De robot volgde hem met enorme passen en Tara zweefde soms net boven de grond mee. Uiteindelijk kwamen ze aan bij de uitgang. Het was er een drukte van belang. Allerlei Robots, voertuigen, mensen en vreemde dingen, waarvan ze nog niet wist wat ze deden, bewogen zich dwars door elkaar. Er werd flink hard geroepen door de mensen om boven het alomvattende geluid uit te kunnen komen. De robots stampten hard met hun voeten en hun tentakels bewogen wild. Hier werd gewerkt. En hoe!


Een mierenhoop lijkt van wat verderaf bekeken op een hoopje naalden en wat losse grond, maar van dichtbij gezien is het een waar kunstwerk. Te vergelijken met een middeleeuws weeftapijt. Vele kleine stukjes, maken uiteindelijk het geheel en dat is ook nog eens precies zo uitgevoerd wat alle mieren hadden bedoeld. Het vreemde daarvan is dat elke afzonderlijke mier weet waar hij de naalden of stukjes grond moet plaatsen, zonder dat er maar één opzichter aanwezig is. Iedere mier doet mee, weet wat het moet doen en heeft een eigen belang bij het maken van het nest. Zo ook de bewakers, de makers van de groentetuin (voor de eetbare schimmels), de verzorgers van de eitjes in de kraamkamer en natuurlijk het blij houden van de Koningin. Tara moest hieraan denken toen ze de bouwput voor zich zag. Ze stond bij de uitgang van de gang op een platform ver boven de put. Onderin was het een krioelende bende van machines. Soms ontdekte ze een mens, maar die deed feitelijk zo op de eerste licht-sensor niets. De robots eigenlijk ook niet, behalve dat ze kennelijk allemaal bewapend waren en dus voor de veiligheid waren aangesteld. De machines daarentegen waren hetgeen de aandacht trok. Ze schoven met een razende snelheid heen en weer in een vast patroon en het waren er meer dan duizend. Veel meer. Tara kon de werking niet verklaren, maar ze hadden zeker iets met de bouw van het geheel te maken.

Het geheel was een volledige stad in opbouw. Dat kon ze wel zien, maar in dit geval ging de complete stad niet bovengronds ver de lucht in, maar de diepte in. Er was ook nergens in het bouwwerk een opening of raam te vinden. en dat leek logisch, want onder de grond had je niets aan ramen. En de stad lag diep. Al de grond die onder de stad werd geruimd, werd gedropt op de randen van de bouwput. En zo ging de stad twee keer zo snel de diepte in. Tara schatte de diepte inmiddels op 3 klingo-meters.

De bewaker voor Tara nam enige afstand, maar hield Tara wel vast met zijn tentakel. Het gaf haar een beetje ruimte om verder voorover te buigen om de stad beter te kunnen zien. Ze wilde weten waar de machines voor waren bedoeld. Een echte robot-nieuwsgierigheid omdat hier een techniek gaande was, die ze wel flauw herkende, maar nog niet precies kon plaatsen. "Zouden het breimachines zijn of toch gewoon metselmachines?" Ze ontdekte nergens bakstenen of andere bouwmaterialen. Plotseling zag ze het, want bovenop de machines waren kabels aangelegd en daar stoomde iets doorheen. "Het zijn gewoon 3D-printers!" Tara vond het slimme vinding. Ze wist dat dergelijke printers wel bestonden, maar niet om een stad te bouwen. Ze moesten wel gebruik maken van een haar onbekende bouwstof en scande naar beneden. Helaas....een verder onderzoek werd haar niet gegund.

Tara maakte zich los van de grond. Het verbaasde haar eerst, maar zag vrij snel dat de bewaker haar had haar opgetild. De man naast de robot wenkte naar iets en een vreemd gevaarte kwam uit de lucht naar hen toe. Ze vreesde even voor haar bestaan, maar dat was maar voor korte duur. Het brein was op logica ingesteld en vond een einde van haar bestaan, onlogisch. Dat klopte ook, want anders hadden ze Tara wel in de gang gedemonteerd. Het gevaarte was niets meer dan een vierkant ding met onderin een tentakel. Ze verwachtte dat ze zou worden meegenomen, maar dat was een vergissing. Het ding begon te blazen en plotseling kwam er een slijmerig doorzichtig goedje uit de tentakel. Nu schrok ze wel, want een demontage ter plekke was niet uitgesloten en misschien smolten ze haar gestel wel om tot bouwmateriaal. Het was niet zo, maar dat maakte het niet minder erg. Het ding begon te draaien en het slijmerige goedje droop rondom haar loop-tentakels. Ze kon die na enkele bit-seconde al niet meer bewegen. Daarna volgde de omwikkeling. Een zwart plastic strook daalde op haar neer en wende zich rondom Tara. De lange strook trok zichzelf strak aan. "Iets" deed haar grijp-tentakels dalen en zo werd Tara als een mummie ingepakt. Ze miauwde en krijste, sperde haar nagels nog uit, maar het was te laat. Alles werd zwart, stil en tot overmaat van ramp werd de mogelijkheid tot scannen geheel geblokkeerd. Het volgende wat Tara zich herinnerde was de aanblik van het "ei". 


wordt vervolgd op G.

E-mailen
Map
Info