Ideemachine.nl
                                                                                                 

TIM EN TARA E

Help



De stilte buiten de metropool was opvallend. Geen gezoem van drones of andere vliegmachines. Het enige hoorbare was het stilletjes gniffelen van Ahmed, toen de 2e Kerstman op de Maan verscheen. "We hebben alle kinderen in Vrij-land heel vroeg naar bed gestuurd. Zij merken er niets van en bovendien duurt dit maar een halve Mino-minuut". Glump was duidelijk. Het was tijd om te vertrekken. "Wie gaat eerst?" Hij strekte zijn arm uit naar een gereedstaande glider. De glider bromde zachtjes, wiebelde een beetje. "Het leek net een paard wat wachtte op een mooie rit door één of ander landschap". Althans dat dacht Glump, want de anderen wisten nauwelijks wat een paard was. Er was even twijfel maar Ahmed stak als eerste zijn hand op. Hij keek de drie anderen strak aan. "Tot zo, vrienden". Tim knikte naar hem en zag dat Ahmed met gemak op de glider sprong. De glider pruttelde, bewoog naar links en rechts en bromde merkbaar harder dan eerst. Ahmed bracht zijn lichaam een beetje naar rechts, boog door zijn knieën en daar ging de glider er vandoor. De anderen keken hem na en zagen dat Ahmed al snel de diepte in dook. Tim zuchtte. "Ik wil nu".

Op het moment dat Tim de glider besprong, bromde de glider harder dan ooit. Het was alsof de machine aanvoelde dat er een flinke rijder zijn plaats op de romp had gevonden. Het wiebelen was ook sterker dan bij Ahmed. Tara maakte zich zorgen. "Als dat maar goed gaat", ging als een serie gedachten door haar brein. Maar Tim voelde dit niet. Hij dacht aan de woorden van Tara die hem moed hadden gegeven. "Ik kan het". Dat was de gedachte die keer op keer in zijn brein opkwam. Ook hij bracht zijn gewicht naar de rechterkant en daar ging hij. Het duurde lang en hij was bijna uit zicht, toen Tim de weg naar beneden vond. Tara pufte haar reuk-sensoren leeg.

Hierna was Jimmie aan de beurt en ook hij voelde zich snel thuis op het apparaat. Er kon zelfs een "joepie" van af, tijdens de eerste seconden van zijn vlucht. Ook hij dook snel in de diepte en was bijna direct niet meer te volgen.

"Nou dan ben ik dus", zei Tara zelfverzekerd. Ze sprong op de glider en er gebeurde niet veel. Het brommen was nauwelijks vermeerderd en de glider zelf wiebelde niet eens. "Is dit wel goed, Glump?" Maar Glump reageerde niet en trok zijn schouders op. Tara ging overdreven hangen naar rechts en ja hoor...de glider bewoog. "Komt wel goed, Glump, doei". "Het beste Tara en succes". Hij draaide zich om toen Tara een beetje naar rechts verdween.

Tim raasde als een waanzinnige naar beneden en draaide rondjes om wat af te remmen. Het gevoel met de glider was goed en het reageerde op elke kleine beweging van Tim. Een beetje overhellen naar voren...en de machine dook de diepte in. Een beetje achterover hellen en de machine remde af. Tim voelde zich als een ware piloot. Zijn skelet bolde op en glom van de olie. Zijn tentakels gaven de richting aan en meer was niet nodig. "Joehoe.....", klonk het meerdere malen door de lucht. Tim keek naar boven en zag dat Ahmed boven hem zweefde. Hij had niet eens gezien dat hij die al had ingehaald. Even verderop, een flink eind naar boven, was Jimmie zichtbaar en zo te zien ging het bij hem ook goed. Tara was echter niet te zien. Tim concentreerde zich op Ahmed en probeerde nader hem te komen. Misschien konden ze samen wel een beetje afremmen om te wachten op Jimmie en Tara. Niet lang daarna kwam Ahmed naast Tim. "Wat een fijne machine. Vind je ook niet Ahmed?", schreeuwde Tim. "Jaaa, cool".  "Zullen we wachten op de twee boven ons?", vroeg Tim. "Is goed, doen we".

Tim en Ahmed cirkelden een tijdje rondom elkaar en maakten zelfs enkele acht-vormen in de lucht. Even later voegde Jimmie zich bij hen. "Hey, Jimmie....cool he?", schreeuwde Tim. Maar Jimmie schudde zijn hoofd en wees naar boven. Tim schrok en voelde meteen aan dat er iets mis was. En dat was ook zo. 

Tara had geen enkele macht over de glider. Ze moest zelfs omhoog springen om gedaan te krijgen wat ze wilde. Bij elke plof op de romp, deed de glider een beetje wat ze wilde, maar echt naar beneden sturen dat lukte haar niet. Ze was een mug op een olifant, concludeerde ze. Een tijdje cirkelde ze zo hoog in de lucht en zocht naar hulp. Die was niet te zien. Glump en Vrij-land waren al lang uit beeld en al kijkende naar beneden zag ze niets meer dan een vreselijke diepte. Ook haar drie vrienden waren niet te zien. Roepen om hulp had ook geen zin, want het waaide te hard.

"Wat te doen?".

Tara's brein zocht naar oplossingen en ratelde op volle sterkte. Soms kwam er een "oplossing" voorbij; "Ga hangen aan de neus.....stort je tegen het gebouw....doe niets en wacht tot de motor uit valt"....waren enkele "oplossingen", die het brein naar voren bracht. Tara voelde nog niets hiervoor, behalve de laatste. Afwachten dus en hopen op "iets".

Tim en zijn medereizigers keken naar boven en overlegden met elkaar. Nou ja, overleggen was het niet echt. Ze schreeuwden tegen elkaar om boven de suizende wind uit te kunnen komen.

"Naar boven?", riep Tim en wees naar Tara.

"Kan niet", schreeuwde Jimmie.

"We blijven hier, oké?", schreeuwde Ahmed.

"Oke" en alle drie staken ze een duim op.

Het wachten duurde en duurde maar en langzaam bij beetje zakten de drie alsnog naar beneden omdat er te minder kracht was om de hoogte aan te kunnen houden. Plotseling was Jimmie niet meer te zien. Tim en Ahmed speurden over de rand en zagen een klein puntje met cirkelende bewegingen wegduiken naar beneden.

"Energie op?", schreeuwde Ahmed. Tim knikte alleen maar. Hij wist het niet.

Ook Tara draaide uit alle macht rondjes om tijd te winnen, maar al snel dook de neus van de glider meer en meer in een rechte lijn naar beneden en de snelheid nam ook toe. Ze wist zich geen raad en probeerde zich vast te houden aan een bolvormig uitsteeksel van de voorzijde. Het brein rekende en rekende en het piepte in haar hoor-sensoren. Soms kwam er informatie binnen op haar licht-sensoren. "Hoogte; vijf kali-meters en zeshonderd voet punt zeven. Snelheid; minus zeventig kernkracht advantage-sinoor". Tara wist wat dit betekende. Ze was nu keihard aan het vallen vanaf een verschrikkelijke hoogte en zou dat nooit overleven. Het brein zocht toegang tot het voertuig. Dat lukte vrij snel, maar gaf geen resultaat. Ze miste gewicht en dat was echt nodig om dit voertuig uit de lijn naar beneden te kunnen halen. "Was ik maar van Aluminium gemaakt", dacht ze. "Of van gewoon fiber net als Jimmie". Het suizen van de wind nam toe.

Tim merkte Tara als eerste op en zag dat ze in een razende vaart behoorlijk steil naar beneden viel. Tim slaakte een oer-robot-kreet en keek naar Ahmed, maar... vergeefs. Ook Ahmed was inmiddels verdwenen en een snelle blik naar beneden maakte Tim duidelijk dat ook Ahmed al rondjes draaiend naar beneden dook. "Gliders sturen zichzelf naar beneden", zei Tim tegen zichzelf. De volgende gedachte was makkelijk te raden. "Hij zou de volgende zijn".

Het "bestaan" van Tara (wij mensen noemen dit "leven")  begon met kleine herinneringen vormen aan te nemen . Zoals ook bij sommige mensen verschenen - zo kort voor een aankomende dood of het niets in dit geval bij Tara - duidelijke fragmenten in haar gehoor en licht-sensoren. Waarom Tara dit als een Robot overkwam, was haar volstrekt onduidelijk, maar de flarden van geluiden met filmpjes in slow-motion waren aangenaam. Ze "zag en hoorde" de vriendelijke glimlach van haar ontwerper, haar eerste achterwaartse rol, de paarse knop die leidde naar de ultieme level 32, haar eerste olie-nade met Tim en tot slot de aanblik van een lachende Jimmie boven het luik. De beelden en geluiden leidde tot een bepaalde rust. Ze besloot haar hoor en licht-sensoren te sluiten. Het was goed zo.

Plotseling activeerde iets in haar op een krachtige manier en schoksgewijs al haar sensoren tot nood-niveau. "Nee, ze zou zo niet eindigen. Ze had niet voor niets gekozen voor een katvorm. Tara krijste, liet de glider los en spreidde haar tentakels. 

Tara voelde direct dat ze vaart minderde en zag dat de glider onbestuurbaar weg tolde de zwarte diepte in. Ze opende haar tentakels tot het uiterste en speurde naar iets....een berg, gebouw. Het maakte haar niet uit. Iets.... Er was natuurlijk niets, behalve een klein vreemd vliegende "dingetje" ver beneden. "Dat moest één van haar vrienden zijn", hoopte ze. Al zou het uiteraard ook een drone kunnen zijn... Des te meer ze daalde, des te sneller zag ze dat het "dingetje" Tim was, die heftig naar haar zwaaide. Tim was echter geen redding. "Dat kon gewoon niet", berekende ze binnen een nano-seconde. Na één hecto-minuutgedeelte kwam Tim nog duidelijker in beeld. Maar nu ook de vaste grond. De dodelijke bodem was waar ze zich op ging richten. De sporen van voertuigen, stensels en lingers namen vormen aan en ook kon ze duidelijk zien waar de diverse grote vuilnishopen waren opgebouwd. Tara scande drie bereikbare vuilnishopen om uit te zoeken uit welke substantie ze waren gemaakt en dus het beste was om op neer te vallen. Ze zou het niet overleven, maar.....dan had ze in ieder geval haar best gedaan. Sterven, zoals een kat behoort te sterven. Ofwel in een dodelijk gevecht of slapende boven een warmte-rooster. Ze koos de meest rechter hoop vuilnis omdat dit restafval was en geen metaal of hard plastic. Ze concentreerde zich op de richting en hoopte een beetje te kunnen sturen.

Plotseling werd ze van onderen hard geraakt en haar systeem constateerde direct een beschadiging aan haar loop-tentakels. Haar skelet tolde rond en maakte verschillende driedubbele salto's. Ze had eerst geen idee wat haar had geraakt, maar ze zag na stabilisatie de glider van Tim een eindje rechts naast haar. Zijn glider schommelde nog heftig en Tim was hard bezig om zijn voertuig weer richting Tara te krijgen. Dat ging moeizaam en Tara ging - ondanks haar kleine noodstop - nog snel naar beneden. Tim raakte zodoende na enkele servo-seconden al meer dan zeven teno-meters boven haar en die afstand naam toe. Tim draaide uit alle macht zijn glider om te zien waar Tara zou neerstorten, maar was te laat.

Tara was nergens meer te zien.


De pelgrim.



De schijnbare vlakte, het doel van onze vrienden, was onherkenbaar veranderd in een vreemd gevormd berglandschap. Wat van boven niet te zien was, betrof een grote hoeveelheid kuilen, canyons, vuilnishopen en putten, samen met boven- en ondergrondse bouwsels. Er was slim gebouwd. Heel slim. Wie dit ook had bedacht, de mensen, cyborgs of robots, ze hadden goed nagedacht over het gebruik van visuele illusies. Een ode aan Escher. De oude schilder uit de tijd van zelfs vóór de opkomst van pre-robots en het eerste mislukte wereldwijde web. Waar men ook keek, het was niet duidelijk of men nu bovengronds was of juist ondergronds. Ook was niet goed te zien of iets scheef stond of in rechte lijnen was gebouwd. Nog opmerkelijker waren de illusies dat iets tot heel ver reikte. Sommige schijnbare gaten, kuilen of openingen, waren zelfs gewoon dicht. Waarom het zo was gebouwd?, was ook een vraag, maar een antwoord daarop werd niet gevonden.

Tim was goed geland, maar de anderen waren nergens te zien. Hij durfde niet te roepen, want wat hier allemaal aan mensen en robots aanwezig was, kon hij vanwege duisternis niet goed waarnemen. Zijn glider had hem behoorlijk in de buurt gebracht waar hij wilde landen en gelukkig voor hem had hij een flinke berg metaal-vuilnis gemist. Ook de beslissing om op het laatste moment niet in de donkere gang te landen, was een goede. Vlak na de opkomst van de zon, zag hij tot zijn grote verbazing dat de duistere gang, helemaal geen gang was, maar een keiharde muur. De illusie dat het een diepe gang was, was kundig gemaakt door gebruikmaking van muurverf, nano-plastic repen van één of andere gladde stof en vele kronkelige inkepingen. Deze zorgden voor de juiste schaduw-effecten. Tim bleef waar hij was en wachtte geduldig op de zonneschijn. Ondanks zijn zorgen om Tara, had men - bij problemen - afgesproken om een schuilplaats te vinden totdat de duisternis weer opnieuw zou invallen. Tim had zijn schuilplaats gevonden door in de metaal-vuilnis berg te duiken en zich met allerlei metalen stukken te bedekken. Zelfs van dichtbij was Tim niet te onderscheiden van de rommel.

Tijdens de dag werd de omgeving voor Tim duidelijker. Het enige wat hij tot nu toe te vrezen had, waren de grote slenken, die met hun grijparmen enorme stukken vuilnis opraapten om ze in gereedstaande bakken te dumpen. Het deed Tim denken aan werkende schorpioenen of krabben. Hoewel het een mooi gezicht was - robots houden nu eenmaal van werken met metalen - moest hij ze wel in de gaten houden. Mochten ze zijn berg benaderen, dan moest hij toch iets ondernemen om uit de kaken van die schepsels te blijven. Het geluid van de kaken kwam in de loop van de ochtend niet dichterbij en dat gaf hem lucht om zijn licht-sensoren wat verder naar buiten te brengen. Op zoek naar de anderen. Helaas zonder resultaat en hij hoopte maar dat de anderen hetzelfde als hem hadden gedaan. Wachten dus....

Tim genoot de rest van de dag van de zon en de schitteringen in de lucht van het iets verderop neerdwarrelende vuilnis. Links van hem was de muur van Kolos 13. Deze reikte zover omhoog dat het in de flarden van wolken verdween. Vrij-land was onzichtbaar. Zo ook de beschermende koepel over Metropolis. Wel waren drones en andere vliegende voertuigen weer aanwezig in de lucht, maar deze bleven ver uit de buurt van de vallende vuilnis. Hij ging er van uit dat zij geen aandacht hadden voor wat er beneden op de grond gebeurde. "Daar zouden vast wel andere toezichthouders voor zijn aangewezen", dacht hij. En dat klopte, want in de middag, verschenen allerlei soorten werk-robots. Ze hielden zich bezig met het coördineren van de afvoer en begeleiding van de slenken naar de rupsvoertuigen. Tim kon nog steeds geen geavanceerde robots of mens ontdekken. Maar dat bleef natuurlijk niet zo.

Een hevige pijn aan zijn rug herinnerde Ahmed eraan dat hij een volledige mens was en geen cyborg. De landing van zijn glider was perfect uitgevoerd. Maar daar lag het ook niet aan. Het was een stalen kabel die uiteindelijk de punt van de glider opving en zodoende Ahmed voor voren lanceerde. Zijn landing was helaas niet perfect, want hij botste nogal hard met zijn rug tegen een pilaar. Nadat hij het stof van zijn kleding had geveegd, zijn nek had gekraakt en probeerde op te staan, knakte er iets in zijn onderrug. Ahmed wist wat dat betekende....een pijnlijke rugpijn die alleen met langdurige rust zou verdwijnen. En rust...dat had hij niet. Sterker nog, hij stond voor de taak om eerst de glider te verstoppen om een snelle ontdekking te voorkomen. Ahmed stond op en dat duurde al twee minuten. Eerst omdraaiden om zo op zijn knieën terecht te komen en daarna een aantal pogingen om zijn rug te strekken. Het lukte wonderwel, maar niet zonder tranen en veel gepuf. Toen hij uiteindelijk recht stond, was het tijd om de omgeving te bezien. Het was nog steeds donker, maar een aantal pilaren waren zichtbaar. Hij had ze vanuit de lucht totaal niet gezien en dacht op een gladde ondergrond te kunnen landen. Een misrekening dus, maar ééntje die hem niet was te verwijten. Hij bekeek de staaldraad en ontdekte er nog meer. Waarvoor ze dienden was niet duidelijk. De glider lag een tien meter verderop en bromde een beetje na. Het Ahmed duidelijk dat tillen of verplaatsen niet zou kunnen en dus begon hij met zijn handen zand op de glider te gooien. Zelfs dat was pijnlijk.

Het was een flinke klus en Ahmed leerde alles over zand. Het was zacht als het tussen je vingers glipte, hard als je nagel bijna barstte op een klein klontertje en veelzijdig. Soms hield hij even stil om uit te rusten en het zand nader te onderzoeken. Glinsteringen overal en in verschillende kleuren samen met onwerkelijke vormen en grootte. Dan weer stukjes van kleine schelpen, glas of steen. Hij ging het zand waarderen temeer van de glider minder was te zien en uiteindelijk was de glider onzichtbaar vanwege een dun laagje zand. De delen verder van hem vandaan waren het moeilijkste, omdat hij het zand moest gooien. En dat deed pijn. Veel pijn. Hij maakte zich zorgen, want de glider mocht dan wel bijna verdwenen zijn, maar hijzelf nog lang niet. Al rondom kijkend zag hij niet direct een schuilplaats. Voor hem lagen een paar hopen vuilnis, maar die waren geheel van kleine stukje plastic. Achter hem was niets, behalve de muur van de Kolos en die gaf niets prijs. Geen uitgang, geen ramen of iets van een poort. Niets meer dan een grijze betonnen wand. Hij hoorde wel een geluid links van hem, maar kon het niet thuisbrengen. "Vast een slenk of een slome bak-trein vol met rotzooi op weg naar....nou ja....ergens. Heel even besloot hij de optie om in een bak te kruipen, maar dat idee verdween tezamen met een pijnscheut. "En dan nog...wat dan? De reizigers hadden niets meer aan hem", zo vond hij. Hij zou louter een belasting, nee meer een belemmering zijn. Ahmed dacht er nog even over na en besloot toen dat hij zich zou aangeven. Hij wist niet exact waarom hij dat zou doen, maar ergens binnen in hem zei dat het goed was. Zodoende slaakte hij een eerste kreet, zuchtte van de pijn en wachtte af.

De schreeuw was duidelijk hoorbaar en galmde zelfs nog even rondom. Tim schrok, want hij herkende de stem van Ahmed en verschoof zijn systeem naar een fase van alertheid die wij mensen acute stress zouden noemen. Al de sensoren verstrakten om totaal ontvankelijk te worden voor alle informatie. Zelfs zijn reuk-sensor deed actief mee, maar constateerde natuurlijk maar vuil en troep, geen mensengeur. Tim besloot zich vanwege het daglicht niet direct te verplaatsen en wachtte eerst af of andere schepsels zouden reageren. Tim had goed gekozen.

Bij elke kreet die Ahmed slaakte, kwamen andere geluiden. De slenken werden stopgezet en zo ook alle bak-treinen, wissels en kranen. Op een gegeven moment was het zo stil dat Tim de drones ver boven zich kon horen. "Dit gaat niet goed", overdacht Tim en besloot toch een risico te nemen, want Ahmed was hem dierbaar. Hij hoopte maar dat Jimmie en misschien Tara niet bij Ahmed aanwezig waren, want dat zou einde avontuur zijn. Tim schuifelde uit zich schuilplaats en kroop richting het geluid. Hij moest en zou weten wat er met Ahmed zou gebeuren en hoopte maar niet dat hij ernstig gewond zou zijn. Tergend langzaam bedwong hij en heuvel van metaal en blik en op het moment dat zijn linker licht-sensor had gevonden wat hij zocht, werd hij er niet geruster op. Gelukkig was er geen Tara of Jimmie te zien. Wel Ahmed. Hij lag inmiddels heftig zuchtend en steunend op een oranje brancard en rondom hem waren wild gebarende mensen. Ware opzichters, met rood-witte armbanden....ware belangrijke figuren. Tim durfde zijn sensoren nog een klein beetje hoger te brengen. Gelukkig kwam er geen enkele drone naar beneden, dus kon hij dat veroorloven. Tenminste moest duidelijk zijn waar Ahmed naar toe zou worden gebracht. Na een aantal Silvio-minuten werd dat duidelijk. Ahmed belandde, samen met enkele nors kijkende opzichters op een vreemd voertuig. Het was een klein voertuig met een glazen cabine en een oplegger erachter. De opzichter lieten Ahmed niet alleen en Tim zag inmiddels ook dat hij op de brancard was vastgebonden met flinke gordels. Tim schrok. Hij zag de glimmende rups-glijders onder de oplegger en wist genoeg.

"Ze gaan reizen".

En inderdaad...Ahmed werd niet opgehaald door iets of iemand uit de Metropool. Het voertuig zette zich traag in beweging en wel in de richting van het vreemde landschap. Heel even dacht Tim nog dat het voertuig tegen een muur zou glijden, maar dat was een illusie. Ahmed verdween in een kleine bijna onzichtbare tunnel. En die tunnel...ging zeker niet naar de Kolos, Nee...de tunnel ging ondergronds, weg van de Kolos. Ahmed verdween. Tara was nergens te zien en Jimmie....Jimmie, waar zou die zijn? Tim kroop achterwaarts de heuvel af om terug te keren naar zijn schuilplaats, gleed uit en belandde met een hoop rotzooi op zijn skelet. Het maakte hem een beetje ongecontroleerd en vreesde dat hij teveel herrie zou hebben gemaakt. Tim worstelde met de rotzooi en greep een tentakel.....

"Een tentakel?"

Tim treurde. Sommige delen van Jimmie lagen vlak bij zijn eigen tentakels en na een beetje graafwerk kwam ook het losse hoofd van Jimmie tevoorschijn. Jimmie was zo dood als een blikje olienade kan zijn.

Tim was helemaal alleen.


Wordt vervolgd op Tim en Tara F




E-mailen
Map
Info