Ideemachine.nl
                                                                                                 

TIM EN TARA D

De voorbereiding.

Ahmed Bin Hendrik werd na de vergadering direct benaderd door Glump, de Nar. Iedereen in Vrij-land wist dat Glump wel gek deed, maar altijd ware woorden sprak. Niet alleen ware woorden, belangrijk dus, maar ook gaven ze stof tot nadenken. Ahmed wist zodoende dat hem een vraag zou worden gesteld en geen opdracht. Glump was zoals verwacht duidelijk. En het antwoord van Ahmed ook. Natuurlijk zou hij met Tara meegaan.

Ahmed's keuze was niet verrassend. Als kleine jongen had hij genoeg in de Metropool meegemaakt. Elke mogelijkheid om het Stads-bestuur dwars te zitten, zou hij niet nalaten. Daarom had hij zich ook vrijwillig aangemeld om Tara's brein naar Tim te brengen. Het was zijn meest gevaarlijke klus geweest en had het perfect uitgevoerd. Ahmed was niet alleen wegens zijn haat tegen het Stads-bestuur een goede kandidaat voor dergelijk acties, maar ook zijn postuur hielp daaraan mee. Ahmed was kleiner dan normaal. Hij noemde zichzelf een vijfenzeventig procent-mens. Licht, klein, rank, maar sterk genoeg. En slim, want kleinere jongens verweren zich op een andere manier dan vechten. Het duurde maar enkele vechtpartijen tot hij ontdekte dat tegenstand ook kon worden geboden door slimmer te zijn dan de anderen. Het had hem gemaakt tot wat hij nu was. Een pittig kereltje. Slechts veertien jaar oud en altijd gekleed in een grijze versleten mantel met een te grote kap om zijn gezicht in te kunnen verschuilen. De camera's in de Metropool hadden daarom nog nooit zijn gezicht kunnen vastleggen en dat gaf hem een voordeel. Nodig ook, want Ahmed had geen alledaags gezicht. Als kind van een Arabische moeder en een Noordeling, had hij fel blauwe ogen, terwijl zijn haar gitzwart was. Ook waren zijn oren misvormd. Vroeger toen hij alleen op straat leefde had een groep menselijke toezichthouders opdracht gegeven om hem te merken. Niet direct aan een robot, want dat kon wegens de eerste wet niet. Nee, ze hadden wat anders uitgezocht en dat was even wreed als misselijkmakend. Eerst hadden ze zijn lichaam helemaal ingepakt in zilverfolie en alleen de neus en een deel van de oren vrijgelaten. Daarna gaven ze een robot de opdracht om een deel van de "apen-oren" af te branden. De eenvoudige robot wist niet beter. Pas nadat de "operatie voor wetenschappelijke doeleinden" was gebeurd, maakte ze aan de robot duidelijk dat deze een mens had beschadigd. De robot brandde na enkele seconden door, omdat zijn brein dit niet aankon. Ahmed had zich altijd afgevraagd waarom mensen geen ingebouwde wetten hadden gekregen. "Het was oneerlijk", zo vond hij. Robots, die uit zich zelf niemand kwaad doen, kregen de robotwetten en mensen, die uit zich zelf vaak anderen kwaad doen, hadden slechts schriftelijke wetten.

Ahmed wist tot op de dag van vandaag zich dit te herinneren. Hij wist ook wie de toezichthouders waren. Ares, de zoon van Py, hoofd van de groep en zijn medestanders; Hermes, Hades en Apollo. Hoewel ze als kinderen van bestuursleden alle vrijheid hadden om de dromen, die ze maar wilden, te kunnen verkrijgen, kozen ze toch regelmatig voor een bezoek aan de laagst gelegen straten. Daar konden ze hun wreedheden uitvoeren, zonder dat dit ooit consequenties voor hen had. Voor Ahmed was dit het begin van zijn haat voor de elite. En ook het begin van zijn pogingen om het bestuur ooit weg te krijgen uit de stad. Na een tijdje vond hij zijn weg naar Vrij-land.

Zijn vader en moeder vond hij daar helaas niet terug en er was ook niemand die wist waar ze waren gebleven. Gedurende zijn verblijf in Vrij-land werd hem wel kleine stukjes van het verhaal over zijn vader en moeder verteld en uiteindelijk was het hem duidelijk. Zijn moeder had zich gekeerd tegen het bestuur en haar vriendelijke maar standvastige aanpak was succesvol. Te succesvol dus....en op een dag was ze verdwenen. Zomaar.....Zijn vader zou navraag hebben gedaan en werd uitgenodigd door het Stads-bestuur. Ook hij keerde nooit meer terug.  

Vroeg in de avond waren onze vrienden op verzoek van de Raad bijeengekomen op een verlaten en hoog gelegen geel platform. Ahmed had een verbeten blik en was kennelijk tot alles bereid. Maar....wat hem nu wachtte, was toch wel iets bijzonders. Ook Tim, Tara en Jimmie keken met enige verbazing naar wat hen werd aangeleverd. Ze wisten wel dat een dergelijk voertuig bestond, maar hadden het nog nooit gezien. De meeste voertuigen in de Metropool hadden de vorm van een auto, vliegtuig of drone. Andere versies waren er niet. Ze waren te gevaarlijk of gewoonweg verboden. Zo ook dit apparaat. Tim gleed met zijn tentakel over het voertuig heen en voelde een lichte trilling. Het zoemde ook een beetje. De Surfglide, want dat was het, zweefde enkele decameters boven het platform en bewoog een beetje met de wind mee. Tim keek naar Glump en wachtte op een reactie.

"Tsja", giechelde hij. "Een surfglide....aardig speelgoed maar ook gevaarlijk. Ik heb er ooit één keer mee gevlogen en eh....eh....het is te doen. Zijn woorden kwamen onzeker over en zowel Tim als Ahmed voelde aan dat een vlucht met dit apparaat gewoonweg levensgevaarlijk was. Tara zei nog niets en bekeek het voertuig met een strakke blik. Ook zij voelde aan de gladde zijkant en tikte er een beetje op.

"Is het te hacken?", vroeg ze aan Glump.

"Nou...eh....ik zou het niet weten, maar mijn advies is toch om niet in de buurt van een ander voertuig te komen. Je weet maar nooit".

"Hoeveel van deze voertuigen hebben jullie hier?" Haar vraag was logisch want de afspraak was dat ze met vieren zouden gaan en dat kon niet op dit apparaat.

"We hebben er vier. Ooit gestolen uit Metropolis en ze hebben zich daar rot gezocht, want eh....inderdaad, niemand mag ze hebben."

"Hebben ze Stealt-activiteit?", vroeg Tara en ook deze vraag deed er toe.

"Eh, nee....ze zijn niet onzichtbaar voor radar, maar juist daarom zouden we voor afleiding moeten zorgen", was Glumps reactie.

"Stabiliteits-indicatie-systeem?", vroeg Jimmie.

"Ik snap dat jullie veel vragen hebben. Laat mij dit voertuig eens toelichten".

"Dit voertuig is de Delta III, een super lichte lucht-glider. Het is gemaakt van fiberglas en verdunde Nano-aluminium. Gemaakt dus van het lichtste materiaal wat er maar is. De structuur is op atomair niveau voor tachtig procent leeg, maar dat zie je niet. Het heeft geen besturings-instrumenten, behalve dat het zeer gevoelig is voor druk. Zoals men vroeger een paard bereed, zo behandel je dit voertuig ook. Met de verschuiving van lichaamsgewicht, kan je dus sturen. Er is wel één probleem.....eh...oefenen kan dus niet, want dan worden jullie ontdekt."

"Zeg maar gerust...een groot probleem", zei Jimmie.

"Juist ja, een groot probleem, maar we moeten het ermee doen. De aandrijving is uiteraard minio-kernfusie en daarom raad ik jullie aan niet je tentakels of handen aan te achterzijde te houden. Ze zouden eh....direct verpulveren. Verder is er niet zoveel te vertellen. We hebben er dus vier en aanstaande Saturnus-dag staan ze hier klaar. Zijn er nog vragen?"

Het was even stil, maar zowel Jimmie als Tim bewogen onrustig. Tara snapte dat wel, want zij waren de twee zwaarste exemplaren in het gezelschap. Bovendien was Tim en waarschijnlijk Jimmie niet zo handig. Dat was bij Tim wel gebleken tijdens zijn fietstochtje.

"Dus ik begrijp", zei Ahmed op een rustige toon. "Dat wij de volgende Saturnus-dag, midden in de nacht, op een ons onbekend voertuig kruipen en daarmee geheel onvoorbereid kilovectors naar beneden suizen en dan ook nog waarschijnlijk met een rot snelheid. Klopt dat?"

Glump antwoordde niet. Er was genoeg gezegd.

De volgende dag stond er een droog oefening op het programma. Tara kwam niet opdagen. Tim verontschuldigde zich voor haar met een leugen en hoopte dat Glump niet zou vragen of dat waar was. Hij had de wetenschap dat Tara als een luie poes lag te kirren op een zachte ligplaats vlak boven een verwarmingsbuis.  Hij had zelf ook niet zoveel zin in een nep-situatie, omdat hij wellicht nog onzekerder zou worden dan dat hij al was. En dat klopte....Tim struikelde al vóór dat hij op de glider stapte en botste met zijn reuk-knop tegen een flexlamp. De motor stond niet aan en Tim moest proberen "een goed gevoel te krijgen". Glump trok daarbij een gekke bek en drukte met zijn vinger op z'n neus. Tim schudde met zijn hoofd en zuchtte. "Hij zou mensen nooit echt begrijpen", zo vond hij. De verdere droog-oefening verliep slecht. Nou ja, heel slecht. Tim viel verschillende keren van de glider, zowel naar achter als naar voor en ook nog eens van links naar rechts en andersom. Met andere woorden; een drama. Glump daarentegen was zoals een nar dient te zijn. Goudeerlijk met een zinken randje. "Nou, Tim, dat ging goed". "De volgende".

Ahmed en Jimmie deden het veel beter. Zo goed zelfs dat beiden opzettelijk enkele fouten maakten om daarmee de sip kijkende Tim een beetje vrolijker te maken. Het hielp niet veel en kleine olie-druppeltjes fonkelden al als zoete honing op Tim's oor-tentakels. Jimmie probeerde daarna iets anders, maar dat pakte totaal verkeerd uit.

"Tjonge, blikjes nog aan toe. Het is zo simpel dat zelfs een klein kind hiermee naar beneden kan vliegen. Ja, toch Tim? Jij kan het ook hoor, makkie". Tim reageerde niet, liet zijn schouders hangen en liep een beetje gebogen weg. "Morgen weer Tim?", fluisterde Glump nog naar hem in de wetenschap dat het antwoord nee zou zijn. En dat was ook zo. Tim antwoordde niet meer en de volgende dag was hij er ook niet. Sterker nog....Tim was een tijdje nergens te vinden en dat.....maakte Tara zorgen. Ze kroop uit haar mandje en raadpleegde haar display. "Noord, 43 graden, 45 decometer", gaf deze aan. "Aha.....ik weet genoeg".

Tara trof een zorgelijk kijkende Tim aan. Ze had het verhaal al van Jimmie vernomen, maar nu wist ze het zeker. Robots kunnen niet echt bang zijn of worden, maar het idee dat ze niet kunnen voldoen aan een opdracht, maakt het brein kwetsbaar.  En in die situatie zat Tim nu. Tara nam plaats naast hem. Het was op een zwart piepklein platformpje wat uitzicht bood op Sun-city. Vooral s'avonds gaf deze stad een fraai schouwspel doordat het licht van de stad via gekleurde fiber-buizen naar de Maan werden getransporteerd. Op de Maan was daarom ook altijd een heldere vlek zichtbaar in alle kleuren van de regenboog.

"Wat ik kan....kan jij ook Timmie, jongen", begon Tara.

"Hm.....denk het niet. Als ik al kijk naar die dunne plank word ik al duizelig".

"Nou, Timmie. Dat heb ik ook, maar ik heb ooit een belangrijke les geleerd van een klein meisje".

"Wat dan, Tara?". Tim draaide zich naar haar toe en wachtte af.

"Er was eens een klein meisje en haar naam was Pipie Langkous. Op een dag werd haar iets voorgelegd wat erg moeilijk leek en weet je wat ze zei?"

"Geen idee".

Ze zei; "Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk wel dat ik het kan! " En zo denk ik er ook over. Bovendien zijn we altijd samen verder gekomen dan we dachten. Ik was daar en jij ook. Ik ben hier en jij ook. Wij zullen morgen samen daar zijn, oké?" (serieus.....ik weet niet of ik de zin van Pippie al eerder heb geschreven....Een alternatief; "Elke goede daad, is een stap-steen naar de hemel", zei Tara. "Robots hebben geen hemel, Tara" "Jawel, ooit maken we die ook nog en dan gaan we samen".

Tim was er stil van en constateerde dat alles klopte wat Tara zei. Zijn gezicht fleurde op zoals alleen een robot-gezicht op kan fleuren. Een beetje glimmend en strakker dan één seconde daarvoor. Ook zijn licht-sensoren leken een beetje groter.

"Je hebt gelijk, Tara. Jij en ik.....samen...."

Verrassingen maken het feest.


Een ouderwetse Ddos aanval op het internet is te vergelijken met het gooien van een basketbal in een kleine emmer. Het zit direct vol. Vroeger gebeurde dat vaak en zodoende had men in de loop van de eeuwen genoeg ervaring opgedaan om dergelijke aanvallen te weerstaan. Een grote hoeveelheid berichten om een server over te belasten...dat simpele trucje ging dus voorbij.  Maar Vrij-land had meer in zijn mars dan een paar eenvoudige hack, snij en bederf-activiteiten op het S.Mebes-net. Het was niet alleen Tara die met dit soort klusjes wel raad wist, maar men had de gelukkige omstandigheid dat Dievert Dievenstein ook zijn weg naar Vrij-land had gevonden. En hij was bruikbaar. Sterker nog...heel bruikbaar. 

Dievert was de nerd onder de nerds. Vanaf zijn kleuterjaren was hij bezig met virtuele gadgets, go-vimeo-systemen, 4-holo-traficlijnen en iets later ook met nano-kwantum-computers. Voor hem was niets veilig. Alles brak hij eerst af in kleine stukjes om zo de systemen te leren kennen en daarna bouwde hij ze weer op. Meestal ontstond er dan een geheel ander systeem wat beter werkte af de vorige. Zo ook met Robots. Waar de ontwikkelaar meer bezig was met programmeren van het brein, was hij bezig met de communicatie tussen brein en tentakels of bijvoorbeeld de licht-sensoren. Het was alsof Dievert de onzichtbare (draadloze) lijnen tussen deze onderdelen in het echt voor zich zag. Waar Mozart vroeger een genie werd genoemd, zo had Metropolis en later Vrij-land deze genie. Een genie onder de nerds zo gezegd.

En deze Dievert ging voor een fijne verrassing zorgen en wel op de late avond van Saturnus-dag. Nadat hij zich toegang had verschaft tot het S. Mebes-net, was zijn eerste taak om een schuilplaats te vinden. Een plaats die er voor zorgde dat de herkomst van de verrassingen onduidelijk bleef. Zo was hij veilig en Vrij-land ook. Een extreem geavanceerde en zelfstandig werkende stofzuiger op de Afdeling Veiligheid Voor Allen (de AVVA) was perfect. Zo had Dievert niet alleen toegang tot de AVVA, maar ook via via naar alle andere afdelingen. Dus ook de Afdeling Feest En Genot (de AFEG). Deze laatste afdeling stond garant voor plezier op bepaalde dagen en ook voor genot op bepaalde maanden. Nu de maand december weer naderde, was uiteraard deze afdeling al druk bezig met de voorbereidingen voor Kerstmis, het enige algemene feest wat was overgebleven uit vroegere tijden. De voorbereidingen stonden al vrij vroeg in het teken van de komst van de kerstman en één van de rituelen was het rondvliegen van de beste oude man in zijn slee door de lucht. Jullie begrijpen het al......daar ging iets mee gebeuren.

De paniek begon vroeg in de avond door uitschakeling van alle gezichts-herkenning-camera's en werd het al snel een drukte van belang doordat alle veiligheids-troepen en robots werden opgeroepen om aanwezig te zijn in de binnenstad. Daar was Veiligheid een kritiek punt, omdat de binnenstad vooral de toegang was tot alle Stads-bestuur afdelingen. Al snel leidde dit tot een toestroom van mensen en berichten op de holo-foons. Iedereen wilde weten wat er aan de hand was en of ze zich zorgen moest maken. Een mededeling van het bestuur dat alles onder controle was, hielp niet veel en dat was goed te zien aan de verlichting die tot laat in de avond in bijna alle woonvertrekken van mensen brandde. De opperste staat van paraatheid en dat  was precies wat Dievert nodig had.

Het begon met een paar AAh's en OOh's op straat en een vingerwijzing naar de Maan. Al snel volgde meer geroezemoes en dat hield aan tot het uiteindelijk was vervormd naar een groot gejoel en geschreeuw. Het bestuur zat flink in zijn maag met de geboren situatie. Het is op zijn minst vervelend te noemen als er ineens twee sleeden met rendieren en Kerstmannen een rondje rond de Maan draaiden. Maar vervelend was wel het minste. De meeste mensen waren bedroefd en boos tegelijkertijd en het zorgde voor een kleine opstand binnen in de stad. De orde-troepen waren er druk bezig mee. Zo ook alle drones. En dat  kwam onze vrienden goed uit. Op het hoogtepunt van de woede, vertrokken ze. En dat ging zo.   

wordt vervolgd

E-mailen
Map
Info