Ideemachine.nl
                                                                                                 

TIM EN TARA, DEEL 2, hoofdstuk A

Een weerzien op hoog niveau.



Metropolis was droevig gestemd. De mensen kozen de laatste tijd voor een herfstachtig weertype. Uiteraard geen regen of een storm, maar een vette nevel in de onderste regionen met een donkere bewolking rondom de bovenste eilanden overheerste de laatste weken. De laatste keer dat dit weertype door de mensen was gekozen, was vlak na de uitwijzing van Brandol. De bekende musicus overleed destijds onder duistere omstandigheden en de keuze voor donkere tinten was een stil protest. Er waren geen bewijzen, noch aanwijzingen die konden leiden tot een dader of daders, maar dat de man waarschijnlijk op ongelukkige wijze was gevallen, werd niet geloofd.

Brandol was een fenomeen destijds, uitermate getalenteerd en zeer creatief op het gebied van de Gehoor-kunst. Op vijf jarige leeftijd componeerde hij de West-gedraaide minstreel-funetten en slechts drie jaar later zijn eerste mega-concerto in D voor Flits-viool en de Minas-hobbo. Vooral dat laatste was opzienbarend, want Minas-Hobbo's bestonden pas enkele jaren. Zijn populariteit groeide, toen hij verschillende concerten via het afval-systeem gaf en wel in de onderste verdiepingen. Het meesterwerk was zelfs op minus 1 te horen. Het verrukte de mensen en daarmee maakte hij veel mensen blij. Sommige mensen hadden zelfs afstand gedaan van de droomfaciliteiten om - zoals ze zelf aangaven - dichter bij de oorsprong te kunnen zijn. Het was waar, de muziek van Brandol was uniek en gaf een gevoel van verdere in-worteling....een sensatie dichterbij....en - tot slot - een omhulsel van moederlijke -liefde. Maar op een dag, was hij dood. Gevonden in een vreemde krampachtige houding onder Toren 4. Zijn val was enkele Kokameters en begon op de 37e verdieping. Wat zich daar afspeelde is nimmer duidelijk geworden en uiteindelijk leidde het tot een vermoeden van een ongeluk. Het vermoeden was zwak. Een robot zou Brandol geholpen hebben met het vangen van een Merel (de vogel met de mooiste liederen ter wereld), maar dat mislukte omdat Brandol voorrang gaf aan het vangen en niet aan zijn veiligheid. De robot zou door dit bevel - tegenstrijdig als het was aan de Robot-wetten - in paniek zijn geraakt en Brandol naar beneden hebben geduwd. De werkelijkheid was niet meer te achterhalen. De Robot was vernietigd. Iedereen dacht zich het fijne ervan, maar vooropgesteld stond dat het nauwelijks te begrijpen was, dat een superintelligente man zo'n groot risico zou nemen. Sommige mensen fluisteren over mensen aan de top die niet blij waren met de groter wordende populariteit van Brandol.

De uitwijzing van Brandol was opzienbarend. Meestal werden stoffelijke overschotten van mensen verwijderd via een speciaal afvoer-systeem. Ze gingen naar "het midden der Aarde" zo werd gezegd, maar niemand kon precies vertellen hoe dat in elkaar zat. Er werden ook geen vragen gesteld aan het speciale team dat daar voor was opgericht. Verondersteld werd dat Metropolis zelf of in de nabijheid daarvan, een verbinding had met de Aardkern. Dat het gevaarlijk kon zijn, werd ook gefluisterd, maar iedereen legde zich er toch bij neer. Andere opties waren er namelijk niet meer. Ja, wel voor Robots, want die gingen de vermorzelaar in, nadat ze waren gestript van al hun belangrijke metalen en onderdelen. Voor mensen daarentegen was een samensmelting met moeder aarde het lot van het gebroken lichaam. Wat er dan met de "geest of ziel" van de mens gebeurde, daar was men wel zeker over. Niets....er was geen ziel of geest wat hun betreft. Die gedachte was al lang verlaten, omdat de verschrikkelijke her-orde van 82 wreed was verlopen. Te wreed, te veel verlies, te veel verdriet en te veel ongeloof. Dat laatste leidde tot het verlaten van enig geloof. Ja, moeder aarde was er en het heelal en daarmee was het klaar. Hoe dan ook, voor Brandol liep het dus anders. Hij werd onder begeleiding van zijn eigen muziek weggeschoten. Het bestuur had binnen enkele uren een quantumO3-straal opgebouwd en het overschot van Brandol liftte mee richting Saturnus en drijft waarschijnlijk nog steeds rond in één van de buitenste ringen van die planeet.

Hoe dan ook nu overheerste er een droevige stemming binnen de metropool. Er waren meerdere Stadsbeeldrobots verdwenen en de veiligheidsmaatregelen na de Robot-spelen waren fors. Het voelde allemaal niet goed. Eerst wel....eerst was de stemming opperbest. Ja, het was een spektakel geweest en de winnende sector had de overwinning uitzinnig gevierd, maar al snel daalde die stemming naar een nulpunt, toen duidelijk werd dat een blijvend prijskaartje aan de spelen was verbonden. De vrijheid van de mensen en robots werd behoorlijk beknot en dat duurde nu al maanden. De robots maalden daar niet om. Hen deerde het niet, maar bij mensen was dat anders. Er waren zwaardere ID-controles bij de ingangen van gebouwen en dag en nacht werd het luchtruim gevuld met zoemende Li-robot-bels. Enkele mensen klaagden bij hun sector-bestuur, maar een antwoord kwam er nooit. 

Tim en Tara hadden uiteraard last van de genomen maatregelen. Het enige lichtpuntje in deze situatie was de keuze van het weertype, want de mist en het duister zou hen enige voordelen geven. Hoe dan ook.....de weg terug naar Vrijland was feitelijk onmogelijk en dat baarde Tim zorgen. Tara was zoals altijd positief.

"Het komt wel goed, Timmie. Laat me nadenken en denk met me mee", was de reactie van Tara op de treurige trillingen binnenin Tim's pompsysteem. "Laten we eerst goed onze situatie bekijken", ging Tara verder. Maar voordat Tara iets kon zeggen, was het Tim die een belangrijke mededeling deed.

"Tara......., Tara, Eh....." "Zeg het maar Timmie. Er zit je iets goed dwars, zo lijkt het. Wat is er?"

Tim richtte zijn schouders op en slaakte een zucht.  Nou, Tara. Ik heb opdracht gekregen om jou aan te geven, zodra ik jou zag."

Het was even stil.

"Nou Timmie jongen, daar hoef je geen zorgen om te maken. Je ziet me toch niet?"

Tim was verrast en knipperde met zijn licht-sensoren. "Eh, Tara, versmurrie nog aan toe, dat klopt. Maar, Eh....je moet toch een keer uit de zak terug in je kat-skelet?"

"Dat klopt Timmie, maar zover is het nog niet en in de tussentijd scan ik jouw brein om de opdracht eruit te halen. Dat kost mij wel enkele uren. Ben je gerust gesteld, Tim?"

Tim was gerustgesteld. De spanning in zijn systeem viel weg en alle sensoren knisperden van een gelukzalige opwinding.

 "Nu...opgelost Tim. Laten we nadenken over de route naar Vrijland, want dat zal niet meevallen. Ze zullen vast jou ook zoeken. Het bezoekje wat je hebt gehad, kan niet anders dan een controle-opdracht zijn geweest".

"Heb jij ideeën?"

"Nou, Tara....het enige wat ik kan bedenken is een route midden in de nacht waarbij we alle camera's, Li-robot-bellen en drones moeten ontwijken, maar eh......dat wordt nogal wat Tara, want ik ben niet de kleinste robot." En bovendien", zo ging hij verder. "Bovendien, zou ik niet weten waar de ware ingang van Vrijland zou kunnen zijn. En..als ik goed heb begrepen....dat weet jij ook niet Tara....dus Eh, meer zit er van mijn kant niet in. Ik vertrouw op jou Tara".

"Laten we beginnen met de gang naar boven. Intussen zal ik nadenken, Oke?"

"Goed, Tara....we gaan eerst naar boven."

En zo geschiedde. Tim ging ongeveer dezelfde weg terug als de genomen heenweg. Geen robot, slot of code kon Tara tegenhouden en het duurde slechts een half uur, toen ze bij de gevangenis-uitgang aankwamen. Klaar voor de volgende uitdaging.

"En Tara, weet je iets?"

"Tuurlijk Timmie jongen. Luister".

Het plan van Tara werkte. Gelukkig maar, want een afspraak met iemand van Vrijland om Tara's brein weer op halen, was eenvoudigweg bij geen mens of robot opgekomen. Eenmaal buiten het gevang gaf Tara de opdracht aan Tim om gewoon te gaan lopen. Hij durfde er niet aan te denken wat er zou kunnen gaan gebeuren. Maar toch....af en toe plopte het beeld van zijn treurige broertje als vanzelf op in zijn rechter licht-sensor. Soms deed Tim even zijn sensoren dicht om het gevaar niet te hoeven zien. Het hielp niets, want het gevaar was overal. Robots, mensen, drones en camera's zover de lichtsensoren reikten. Het gevaar was simpelweg te veel aanwezig om te kunnen ontlopen. Toch moest Tim doorlopen alsof er niets aan de hand was. Hij snapte er niets van, maar kennelijk werkte het. Er gebeurde na een tijdje van alles rondom. Paniekerig liepen Robots doelloos rond, drones vlogen af en aan en de camera's liepen warm van alle zijwaartse bewegingen die er werden gemaakt. 

"Het lijkt wel...of iedereen en alles van streek is, Tara".

"Dat klopt Timmie, alles is gericht op jou. Jij wordt inderdaad ook gezocht en iedereen en alles moet jou aangeven. Dat gebeurt nu dus, maar.....Er komt zoveel informatie binnen dat het systeem op hol slaat. Het is eigenlijk eenvoudig".

Zo gezegd, het plan werkte. Verschillende robots zochten snel hun display op om de aanwezigheid van Tim door te geven. De reactie van de centrale was het sturen van orde-robots en drones. Tara had Tim opdracht gegeven zo snel mogelijk te lopen, verschillende gebouwen in te gaan om deze direct weer te verlaten. Liften nemen, was ook een strategie. Hoe dan ook, de centrale wist op een gegeven moment het aantal meldingen niet meer bij te houden en het was volstrekt onmogelijk om vast te stellen waar Tim nu precies was. Ook Tara verzond, via Tim, diverse valse meldingen en deze waren vooral bedoeld om de drones in de war te brengen. Na een tijdje was het zover. Enkele drones begonnen te roken en vielen al snel uit. Overbelasting vanwege tegenstrijdige berichten. Op een gegeven moment ging Tim gebouw 17 binnen. Ook dit was één van de grootste gebouwen in Metropolis. Tim wilde alweer naar buiten gaan, maar Tara gebood hem om nu de lift te nemen naar één van de hoogste verdiepingen. Zo gezegd, zo gedaan. De robots onderweg in de lift werden misleid door Tara door hun licht-sensoren tijdelijk te vertroebelen. Ze kon steeds meer de inbreng van Simsalabim, haar ontwerper waarderen. Hij had haar werkelijk naar een niveau getild waar nagenoeg geen enkele robot aan kon tippen. Vooral de mogelijkheid om systemen van andere robots te hacken en de snelheid daarvan, was goud waard.

Boven aangekomen stapte onze vriend Tim rustig de lift uit en zocht naar een kamer met uitzicht. Tara had gezegd zo hoog mogelijk te gaan, omdat ze "iets" wilde checken. Een kamer, waarvan de deur toevallig open stond, gaf uitzicht op Kolos 13 en dat was precies wat ze wilde. "Zoom maar eens in naar kolos 13, Timmie." Tim deed wat werd gevraagd. "Nog verder en ga met je sensoren naar de West-hoek. Tim deed wat werd gevraagd en plotseling zag hij iets wat vreemd was. Een dikke kabel liep van de hoek, enkele verdiepingen onder de top, naar boven en wel naar het gebouw waar ze zich in bevonden. "Ik denk dat je dit bedoeld, Tara?" "Dat klopt, Tim. Een verbinding tussen 13 en 17. Die nemen we en ik vermoed dat daar ook de ingang naar Vrijland ligt".

Tara had het goed geraden. Het vinden van de route was niet zo moeilijk, maar de afdaling via de kabel daarentegen was geen makkie. Tim twijfelde....het was verschrikkelijk hoog en als het mis zou gaan, dan was het einde verhaal.

"Ik mag me eigenlijk niet in gevaar brengen, Tara. Mijn brein knispert al bij de gedachte. Als het zo blijft, dan komt het niet goed. Dan moet je wat anders vinden."

"Er is niets anders, Tim....Laat me even denken."

Na enkele seconden......Tim voelde het brein van Tara achterin zijn tas warmer worden,  kwam er een antwoord. "Ik heb de oplossing Tim".

"Ik ben benieuwd Tara", zei hij met een haperende stem.

"Nou let op Timmie. Je mag jezelf niet in gevaar brengen, dat begrijp ik. De Robot-wetten houden het tegen. Maar....er zijn uitzonderingen. Je mag dit wel doen als er gevaar dreigt voor een mens. En dat gebeurt, als je niet afdaalt."

"Hoezo Tara. Ik snap dit niet."

"Tim.....wat gebeurt er als je hier blijft?"

Tim wist niet snel iets te zeggen. "Uh, dan.....dan...ik weet het niet. Het klinkt niet goed voor ons, in ieder geval, toch?"

"Nee, Timmie, niet voor ons, maar ook voor mensen! Kijk, als ons plan niet lukt, komen wij niet in Vrijland en als we daar niet komen, dan kunnen we ook niet naar de bouwplaatsen en dat niet kan, dan moeten we terug naar de gevangenis. Volg je het nog?"

"Eh, ja, dit snap ik".

"Nou, Timmie...als wij terug moeten naar de gevangenis dan komt de Directeur van de gevangenis nooit meer vrij en gaat hij vast en zeker dood van verdriet".  Tara liet dit even doordringen in het brein van Tim en ging toen verder.

"Sterker nog Timmie...we moeten dit samen tot een goed eind brengen. Niet alleen nu door af te dalen, maar ook daarna. Eigenlijk....moet je alles doen om mij te helpen.....Alles dus, begrijp je?"

"Ik begrijp het Tara. Het lucht mij op en voel me nu al beter".

"Ik, Tim de klusrobot, zal alles doen wat je mij opdraagt. En dat allemaal voor het redden van één mens."

"Juist Tim.....dat allemaal voor één mens. Je kunt niet anders. Maar weet je, Tim. Ik vermoed dat ons avontuur niet alleen voor die ene mens is.....sterker nog, misschien is het wel nodig voor alle mensen en alle robots."

Tim luisterde naar de woorden van Tara en dat sterkte hem nog meer om vastberaden aan zijn opdrachten te voldoen. Hij wist ook dat zijn leventje als klus-robot voorbij was. Het maakte hem een beetje treurig, want hij kluste graag. Maar...een avontuur met een grote opdracht vond hij nog mooier. Tim stapte krachtig richting de kabel, pakte hem met zijn rechter-tentakel vast en liet zijn geheel (een lichaam kan het niet worden genoemd, want dat is menselijk) hangen aan de kabel. Hij verminderde de druk op de kabel en daar ging Tim. Hij zoefde met een redelijke snelheid naar beneden. Vlak voor het naderen van gebouw 17 vermeerderde hij de druk en zo kwam Tim rustig aan op een klein platform.

Het platform was klein en een misstap zou fataal zijn. Er was niet eens een hekje en Tara wist wel waarom. Het platform was niet te zien vanuit toren 17 en zonder hek zou het ook nagenoeg niet zichtbaar zijn voor drones en vliegauto's. Bovendien was het platform verbonden met het lucht-afvoer-systeem en zo leek het daarbij te horen. Tim had al snel door dat dit ook de ingang naar Vrijland moest zijn, want het gat van de buis was groot genoeg voor een volwassen mens. Hij vertelde het aan Tara en die was het ermee eens. "Ik meet niets van een kracht die lucht afvoert of aantrekt, Tim. Deze buis dient nergens voor, behalve inderdaad...Vrijland. Na enkele seconden verdween Tim in de buis. Op weg naar een nieuw bestaan.

"Alle olievlekken en schaafsels nog aan toe. Nu zie ik het ook, Tara", zei Tim met zijn geluidniveau op stand vijf. Dat niveau was ook hard nodig, want de wind gierde om hen heen. Het was de eerste keer dat Tim de wind echt voelde met zijn tril en warmte-sensoren. Echte vlagen van wind kwamen nooit binnen in de Metropool. Soms een kunstmatig klein briesje, maar dat was niets vergeleken met deze wind. Vogels scheerden met volle snelheid langs op weg naar een volle bek met insecten. Ze maakten handig gebruik van de harde wind en ook dat was voor Tim iets nieuws. In de Metropool waren de enkele vogels die er nog waren, vooral lui en ook veel dikker dan deze. Maar ja, het eten kwam daar als vanzelf naar ze toe. De wolken bewogen snel en waren zowel donker als spierwit van kleur. Ze voorspelden regen, veel regen, en daar hadden ze bij gebrek aan een koepel in Vrij-land wel last van. De eerste maatregelen waren al genomen, want overal was men druk bezig met blauwe stukken plastic. Ook de anti-vocht-spray ooit bij toeval ontdekt op een gewone zwarte wegslak was kwistig gebruikt. Daar waar geen plastic was, ontstonden donkere vlekken. Het was een fraai gezicht, dat blauw met zwart en het leek op een wirwar van paraplu's, maar dat had niet de aandacht van onze twee vrienden. Zij keken vooral naar voren, naar het Noorden, richting de bergen. Daar achter lag "de Kolos", de grootste stad ter wereld. Kolos 13 was er naar vernoemd, omdat die ook het hoogste gebouw binnen Metropolis was.

Tara had de twee bouwplaatsen moeten aanwijzen, omdat alle aandacht werd getrokken naar de afmetingen van enorme stad. "Je bedoelt toch die twee gele kranen vlak achter de bergen?", vroeg Tim ter bevestiging. "Dat klopt, Timmie....Daar is men bezig met iets, maar wat precies, weten we niet. We vermoeden dus zeer sterk dat zowel Robots als Py daar bezig zijn. Waarom ze dat doen is ook onduidelijk, maar we maken ons zorgen. Als het inderdaad twee verschillende bouwplaatsen zijn met verschillende ontwerpers.....dan hebben we een groot probleem."

"Dat snap ik, Tara. Maar misschien is het niets meer dan een afvalverwerking of zo. Of iets met energie". Tim keek Tara aan en hoopte een beetje geruststelling, maar die kwam niet. "Timmie jongen, ik zou willen dat dat zo was, maar de Robot-spelen en het verhaal van Berend hebben mij aan het denken gezet. Mijn berekeningen op algoritmes, Quantum-rotatie-aannemingen gedeeld door de Wet van Klingston, leiden mij tot slechts één conclusie; twee nieuwe steden gemaakt door afzonderlijke wezens. Robots versus Mensen".

Tim en Tara begaven zich snel naar beneden. Het was niet zeker of het skelet van Tara al waterdicht was. Het brein van Tara was bij binnenkomst in Vrij-land zo snel mogelijk weer in haar Kat-skelet geplaatst en na enkele testen bleek ze goed te functioneren. Voldaan rekte ze zich goed uit, snorde een paar minuten en scherpte ze haar nagels aan de muur van Kolos 13. Dezelfde avond werden ze nog uitgenodigd bij de Raad van 11. Tim mocht zijn verhaal doen, omdat hij misschien meer had gezien of gevoeld dan Tara. Bovendien had Tara erom gevraagd. Tim was trots op zijn verhaal en vertelde het soms met een opwinding, die zelden werd waargenomen bij Robots. Hij beantwoorde alle vragen van de Raad en genoot zichtbaar van alle aandacht. Slechts één vraag kon hij niet beantwoorden....

"Wat nu, Tim...wat stel jij voor dat we moeten doen?"

Wordt vervolgd op Tim en Tara B.

E-mailen
Map
Info