Ideemachine.nl
                                                                                                 

Tim en Tara, Hoofdstuk #-7



Zo vader, zo.....

Er werd luidruchtig op de deur geklopt en dat was Py niet gewend. Hij keek daarom, toen de deur open ging, met ogen die een vloek voorspelden. Voor Ares was deze gezichtsuitdrukking geen verrassing. Zijn vader keek altijd boos. Een reden om boos te zijn was er meestal niet eens. "Ontevredenheid is een last", vond Ares en keek rond of er andere mensen in de kamer aanwezig waren. Het vertrek was verder leeg. Op de tafel voor het balkon stond een schaakbord met wit op een grote zichtbare winstpositie. "Je speelt voor de verandering tegen zwart", zei Ares en liet daardoor direct blijken dat er wat hem betreft belangrijkere zaken waren dan deze zinloze bevestiging van de kracht van wit. Py ontkende het met een wegwerpgebaar en maakte duidelijk dat hij in gedachten was. Een vinger priemde zich tegen zijn slaap. "Ik heb hoofdklachten, maar dat hoort erbij, zoon. Kom verder." Ares ontblootte zoals altijd zijn sneeuwwitte tanden en maakte gebruik van de uitnodiging. Hij sloeg zijn mantel over de stalen stoel en bekeek heel kort de positie van zwart op het schaakbord. Hij zette een zwart paard richting de witte Koning. "Ik denk toch dat je nu schaakmat staat, beste vader". Py fronste zijn wenkbrauwen en een paar diepe rimpels verschenen op zijn voorhoofd. Heel even overwoog hij om aan te geven dat niet zwart maar wit aan de beurt was, maar zag daar vanaf. Hij kende zijn zoon. Erg slim....veel slimmer dan hij zelf was en bovendien, nou ja....hij leek zelfs op een jonge Griekse god.

Deze visie klopte ook wel. De naam Ares hoorde perfect bij de jongeman. Een groot postuur, niet te veel gespierd, maar zichtbaar sterk. Zijn blonde haren trokken ook de aandacht. Het krulde fier onder zijn hoofddeksel naar beneden en op sommige warme dagen droeg hij het in een grote lange, maar o, zo stoere vlecht. Het meest in het oog springende waren toch zijn witte tanden. Ze pasten goed bij zijn glimlach, die vaak genoeg tot genoegen van anderen werd gepresenteerd. Ares wist maar al te goed dat meisjes, jonge vrouwen en ja, ook de wat oudere vrouwen hem als uitzonderlijk mooi bestempelden. Daarbij was zijn smaak voor kleding een eigenschap die hem nog meer respect oplevende. En natuurlijk, veel diepe zuchten, rollende ogen, verlegen blikken en soms een speelse handkus of knipoog.

In alles was - op dit moment - niets terug te vinden van hoe deze jonge "god" zich had gedragen op de dam in zijn confrontatie met Tim en Faye. Ares had blijkbaar twee gezichten. De ene vrolijk, aardig met een vorm van modern ridderschap als dragende kracht. De andere kil, boosaardig en zonder gevoel voor enig medelijden. Het waren de uitzonderlijke eigenschappen die ook bij zijn vader aanwezig waren hoewel zijn vader nooit lachte en door de dames als "vreemd en overdreven vriendelijk" werd aangeprezen. 

"Ik moet een zeer ernstige zaak bespreken, vader."

"Dat had ik verwacht, Ares. De tijd is gekomen".

"Zoals je had voorspeld.....Er zijn twee robots uit die verdomde stad binnengedrongen. Ongelofelijk hoe beïnvloedbaar ze zijn. Ik had daar meer van verwacht". Ares lachte een beetje.

"Zie Ares. Voorspelbaarheid is nooit een voordeel. En als er iets te voorspellen is, dan zijn het wel robots. Zelfs Estelle is een open boek voor ons, toch?"

"Klopt vader. Ik krijg signalen binnen dat Estelle op oorlogspad is. Die twee hierbinnen gaan het nog moeilijk krijgen. Maar hoe het ook afloopt, vader....ik begrijp dat het tijd is om "Thor" aan te laten treden. Dat kan nu toch?"

"Je hebt mijn zegen. Installeer Thor en wacht op verdere instructies." Ares knikte en vertrok zonder te melden dat Skielie door een robot was ontvoert.

Py wendde zich naar het balkon en overzag zijn stad. Het groeide nog steeds en daar zouden de robots niets aan kunnen veranderen. Uiteindelijk zou hier het nieuwe Moskou verschijnen, met Kremlin en Basilieken erbij. Een prachte stad met een onderwereld van vernuft, wetenschap, vernieuwing en onbeperkte mogelijkheden. Zijn plan begon vorm te krijgen en het minst belangrijkste was de buitenkant hoewel hij daarmee groot aanzien zou krijgen van de andere mega-steden. Het aanzien wat hij verdiende. Hij vroeg zich af of de robots uit Robotica het andere deel van zijn plan zouden kunnen beschadigen en beantwoordde deze vraag met een nee. Een dikke nee, want dat gedeelte was afgesloten van het complex en alleen mensen uit de vertrouwenskring konden zich daar begeven. Enkelen.....zelfs Skielie kon er niet komen. Heel even schrok hij toen hij in gedachten nam dat er één robot was die wel toegang had. Estelle.....Maar Estelle was op oorlogspad had hij zojuist vernomen en dus zakte deze schrik weer weg. Ergens kriebelde er iets op het puntje van zijn tong, maar hij wist nog niet wat het betekende. Py wendde zich tot het schaakbord en constateerde dat Ares inderdaad zijn Koning schaakmat had gezet. "Slechts één zet, kan voldoende zijn". Het idee daarover pijnigde hem en de negatieve gedachten kwamen weer omhoog. Plotseling veranderde de kriebel in een naam.

Tara.

"Verdomd....Tara.....het zou toch niet?". Snel schakelde hij zijn display aan en riep Skielie op. Die reageerde niet. Zelfs toen hij een spoed-oproep plaatste, kwam er geen reactie. Het angstzweet verscheen als eerste op zijn voorhoofd. En de paniek daarna. Niet op zijn voorhoofd, maar in zijn ogen. Met haast pakte hij zijn mantel en bende uit de kamer.

"Verdomd, verdomd......", schreeuwde hij in de gang. Py was boos.....alweer.



De walgelijke dood van Dirk.



Lang alleen zijn in het grote complex is een onwerkelijke gewaarwording. Overal hoorde Dirk geluid van printers en werkzaamheden. Zodoende was er het besef dat anderen dichtbij waren. Maar dus ook...compleet onzichtbaar. Sinds de verdwijning van Tim was er geen andere robot of mens in welke gang waar hij slenterde te zien. Dit gaf - als voordeel - Dirk wel de tijd om zijn kansen op succes te berekenen. Hij was immers ook in het bezit van het robot-plan, hoewel het alleen kon worden uitgevoerd in de nabijheid van mensen. Een duidelijke afspraak hadden ze samen gemaakt. "Wacht altijd totdat jouw uitvoering een succes zou kunnen worden". De uitvoering ging dus niet in de gangen van het complex en vooral niet als deze allemaal zo leeg waren als een oude rups-cocon.

Dirk de stadsbeeldrobot had niet de bijzondere eigenschap van creativiteit zoals bij Tara wel het geval was. Ja, hij kon heel grappig zijn en dat ging hem ook prima af, maar de grapjes stonden altijd in het teken van het verkrijgen van voordeel. Het grootste belang om daartoe te slagen; Iedereen te vriend houden. In de Metropool werd Dirk al snel als een slijmbal aangemerkt. Het was niet zo erg, want zowel mensen als robots werden altijd door hem in het zonnetje gezet. "Dag mevrouw....u ziet er fantastisch uit.....of hey Reno, goed bezig, maat". Door zijn houding kreeg hij altijd wel een lekker olie-lollie of een smeer-schuimpje. Het was zijn manier van bijdragen aan het stadsbeeld. Een vriendelijke cyborg en altijd vrolijk. Alleen....dat was vroeger. Nu kon het niet meer en dat maakte hem wisselend van stemming. Kleine schokjes in zijn hoofd deden hem hieraan herinneren. "Kalm zijn Dirk.....het moet lukken", sprak hij zichzelf toe. Dat hielp wel een beetje, maar de onrust bleef.

Het zal niemand verbazen dat een treuzelende Dirk snel werd opgespoord. De systemen binnen het complex waar Dirk nu was, werden en konden worden uitgelezen. Voor Estelle....een koud kunstje en ze vloog werkelijk door de gangen om één van de robots snel op te ruimen. Dirk hoorde plotseling naast het razen van de printers een ander geluid. Het naderde en werd met elke dinso-minuut angstaanjagender. Beelden van een T-rex of een Z-tank gevolgd door een vraagteken verschenen op zijn licht-sensoren. Dirk wist het antwoord op de vraag niet en berekende dat het in ieder geval geen mens kon zijn. En geen mens....dat betekende een enorm risico voor hem persoonlijk, omdat uitvoering van het plan niet mogelijk zou zijn. Althans.....je kon het net zo goed uitvoeren bij een steen of een plant.

De laatste berekeningen zorgden er voor dat Dirk haast maakte met het zoeken naar een uitgang, een vluchtplaats of een mens. Hij rende en rende zo snel zijn tentakels konden, maar het geluid kwam alleen maar naderbij. Af en toe keek Dirk achteruit. Er was niets daar en vooruit was er ook niets. Gelukkig kwam er een zijgang in beeld en de hoop op een ontsnapping versterkte zijn sprint. Hij keek nog één keer achterom en sloeg de zijgang in. Hij botste onmiddellijk tegen een soort van muur op, knalde achterover en keek versuft op tegen een wit groot monster van een cyborg. De cyborg siste en een aantal scherpe tanden verscheen vlak buiten de schedel. Er droop zelfs een beetje verdunde smeerolie uit de opening wat een mond zou kunnen zijn.

Dirk raakte in paniek en allerlei systemen sprongen direct op rood. Hij probeerde datgene waar hij altijd goed in was en maakte een grapje. "Ik had voorrang, hoor", zei Dirk met een iele enigszins gebroken klank. De cyborg, uiteraard Estelle, antwoordde niet en zette maximale kracht op haar blauwe scans. Dirk krijste en hield met zijn tentakels de geluid-sensoren dicht. Het hielp niet. Dirk moest inmiddels vanwege allerlei storingen zijn licht-sensoren ook afsluiten. Even later viel hij weg. Weg in het niets. Niet dat zijn systemen niet meer werkte, nee.....hij kon niets meer uitvoeren, geen beweging, geen diepe berekeningen, niets.

Ook Dirk werd als een lappen pop meegenomen door Estelle, waarbij ze geen rekening hield met beschadiging van het robot-skelet. Dirk botste tegen wanden, deuren en de keiharde knie-harnas-delen van Estelle. Het maakte ook niet zo veel uit. Zijn systemen stonden stil en slechts een noodsysteem draaide ergens in zijn brein. Hoelang dit allemaal duurde wist Dirk niet, maar op plotseling was er geen beweging meer. Dirk werd op de grond geplaatst en de invloed van de scans namen af. Langzaam maar zeker kwam Dirk weer bij en de systemen schakelden weer op naar normaal. Hij opende zijn licht-sensoren en keek wederom recht in de blauwe gloed van Estelle.

"Dag vriendje. Ik ben Estelle en ik ga je afsluiten. Maar wees niet bang hoor. Ik neem de tijd."

Dirk had geen idee wat dit betekende en zijn bereken-systeem gaf geen enkele uitslag.

"Wil je mij laten gaan, alstublieft. Ik ga naar buiten en je zult me nooit meer zien", smeekte hij, terwijl er flink wat olie uit zijn licht-sensoren droop. Estelle reageerde niet meteen en het werd beklemmend stil.

"Echt waar hoor", smeekte hij nogmaals.

Helaas waren dit de laatste woorden van Dirk. Estelle bracht haar vinger-tentakels naar zijn hoofd en opende de mond. Dirk gorgelde moeizaam in de hoop dat Estelle los zou laten. Plotseling zag hij iets naderen wat elke robot vreest en in paniek zwaaide Dirk met zijn hele skelet. Het hielp niet. Ergens achter het skelet van Estelle naderde een andere tentakel en de schepvorm aan het uiteinde zat vol met zand. Tergend langzaam kwam het zand dichterbij en verdween ten slotte in de mond van Dirk. Estelle sloot de mond, krijste een overwinningskreet en liet Dirk los.

Dirk was verloren. Het zou lang duren, maar het zand zou hoe dan ook zijn weg vinden in alle naden, openingen, tunnels en gaten. Uiteindelijk zouden de nood-systemen het zand proberen te verwijderen, maar daardoor kwam het zand ook in het brein. Eerst zouden alle tentakels uitvallen, daarna de rest en tot slot - in kleine stukjes - het brein. Het walgende aan deze methode was dat de robot bij kennis bleef tot het einde en alle noodoproepen en storingen van binnen zou meemaken. Niet dat het pijn zou doen.....maar de wetenschap dat niemand je meer kon redden, was afschuwelijk. Ook voor een robot.

Estelle was al vertrokken nog voordat de eerste pompsystemen uitvielen. Op weg naar de volgende. Tim of Tara.

wordt vervolgd.....

E-mailen
Map
Info