Ideemachine.nl
                                                                                                 

Tim en Tara, Hoofdstuk #-4.



Yes we can

De druk op de buitenste sensoren nam toe. Tim controleerde de belangrijkste signalen op zijn display en zag dat het allemaal wel mee viel. Toch besloot hij om een beetje vaart te maken en sloeg zijn tentakels wat harder op en neer. Er was geen golfslag te zien, maar Dirk kreeg wel last van de bubbeltjes rondom Tim, omdat ze meer en meer een ondoorzichtige sliert veroorzaakten. Dirk nam wat afstand. Er was geen reden om dicht bij elkaar te blijven. Dirk scande ook zijn beschermings-systemen niet. Hij wist dat dat al zijn binnenste systemen tegen water en vocht bestendig waren en bovendien had alles bij zijn geboorte een dun laagje fino-smeer meegekregen. Bij Tim, als minder geavanceerde robot was dat anders, maar zijn skelet was redelijk waterdicht. Althans...als het niet te lang duurde.

Sim-Sala-Bim had uitgerekend dat er slechts zeven dikko-minuten nodig waren om in het mensencomplex te belanden. Mits er een beetje door werd gezwommen. Dat laatste ging prima, want een puls van Tim gaf aan dat er nog maar 25 sinsola-meters te zwemmen was. Het eerste deel van het noodplan was weliswaar goed te doen, maar niemand wist met zekerheid te berekenen of daar beneden in het complex een soort van uitgang kon worden aangetroffen. Natuurlijk heeft elk complex een ingang of ergens een uitgang. Al was het maar voor energie of afval-beheersing. In dit geval was er één ding met zekerheid berekend. De mensenstad had water nodig en het koele water liep via een grote buis nabij de dam naar het complex. Ergens dichtbij de muren dook de buis sterk naar onderen en verdween. De berekening was eenvoudig. Er kwam geen water elders naar buiten, dus het water werd vermoedelijk in de stad verbruikt. Tim zag in de diepte met zijn licht-sensoren een verkleuring van het water. Het werd duidelijk lichter van kleur naar mate hij verder dook. De uitgang van de buis werd kennelijk bereikt en dat klopte als gladde olie. Tot zover ging het goed.

Het volgende deel van het plan was evenzo gevaarlijk. Niemand in Robotica wist evenmin te berekenen of de buis daar waar deze uitkwam werd beschermd door een luik of misschien zelfs een vechtrobot. Het plan was zodoende ook een wilde gok, maar ja..."dat is normaal voor een noodplan", vond Sim-Sala-Bim. Tim stak voorzichtig een licht-sensor boven het water uit en scande de omgeving rondom. De ruimte was vrij donker en geen enkele bewegings-activiteit werd geregistreerd. Dirk botste bijna tegen Tim aan en hij stak een riko-sensor, uiterst gevoelig voor menselijke uitademingsgassen, naar boven. Op het moment dat beiden een kleine hand-takel recht omhoog staken, gingen ze over tot een ontsnapping uit de nauwe buis. En daar stonden ze dan. Dirk en Tim. Kletsnat zonder een goed berekend noodplan in de onderste regionen van het dodelijk mensen-complex.

Het zou een kwestie van maximaal twee neon-uren zijn.....dan was duidelijk of dit plan tot een vernietiging van de Robot-stad zou leiden. Dit lag in de hand-tentakels van twee robot-helden.

Nadat onze vrienden zich schoon en droog hadden geblazen, meldde een intern systeem bij Tim een foutmelding. Tim had water binnen zijn skelet gekregen en volgens de sensoren zou het leiden tot roestvorming op het pompsysteem. Het adviseerde een operatie waarbij het vocht moest worden verwijderd en wel binnen drie schin-uren.

"Ik heb een probleem Dirk, maar het is te doen. Dat we hier zonder schade uitkomen, geloof ik toch al niet", zei Tim op een gedempte toon. Dirk knipperde alleen maar en liep vervolgens verder de ruimte in. Er werd al snel vastgesteld dat de ruimte open was. Deuren ontbraken en diverse gangen sloten direct aan. Het zou een kwestie van tijd zijn voordat hier een robot of een mens zou verschijnen. Er moest een keuze worden gemaakt. Dirk stelde een gang voor die iets naar boven opliep. "We moeten wellicht toch ergens boven zijn om ons plan te kunnen uitvoeren", zei Dirk. Tim was het ermee eens. Het klopte....boven bij de mensen en het liefst bij de bestuurders van de stad moest het plan worden uitgevoerd. Mochten ze eerder worden ontdekt dan.......dan was het te hopen dat ze een slimme robot tegen kwamen. Een simpele lage klasse vechtrobot zou alles door dommigheid kunnen verpesten.

Ze liepen de gang in. Tim voelde of zijn pakketje nog goed verbonden zat aan zijn skelet en zag dat Dirk dit ook deed. "Alles in handen van twee kleine breekbare flesjes", verscheen in letters op een licht-sensor als herinnering aan de gevoeligheid van hun plan. Tim dacht even terug aan de voorbereiding. Het ontvlechten van de drie robot-wetten was kinderlijk eenvoudig. Tim had geen idee dat deze belangrijke eigenschap zo gemakkelijk te omzeilen was. Het betrof een denkfout had Sim-Sala-Bim gezegd. De robot-wetten waren aan het uiterste einde van het brein geplaatst, opdat alle opdrachten altijd met behoud van de wetten werden uitgevoerd, maar de mensen waren vergeten dat op deze manier een laatste stukje niet tot de kern van het brein behoorde. Het was beter geweest om de robot-wetten midden in het brein te plaatsen, zodat uitschakeling altijd tot storing zou leiden. Het klusje was dan ook binnen één vira-minuut gefikst. Tim merkte er niets van. Het ging middels een telepathische hack van Sim-Sala-Bim, de grote tovenaar op dat gebied. Tim voelde zich ook niet anders dan ervoor, maar dat zou snel veranderen bij ontmoeting van een mens. En dat er een mens zou worden ontmoet, was ook wel zeker.

Het is onduidelijk of het beter was geweest de andere gang te nemen, maar dat doet er niet meer toe. Tim en Dirk liepen in de bewuste gang en na een tijdje doende er een figuur op. Vluchten was onzinnig, dus bereidden de twee zich voor op uitvoering van het plan. Het was niet nodig. Er was iets mis met de figuur, want het de robot- dat was snel zichtbaar - bewoog zich niet. Kennelijk was het uitgeschakeld en stond het daar voor een onbekende reden. Tim kwam naderbij en zijn pompsysteem begon iets harder te werken. Nog dichterbij gekomen stonden plotseling diverse systemen op oranje. Tim wist nog niet precies waarom dat zo was, maar dat duurde niet lang.

Enkele stappen verder stond Tim voor zijn verloren broertje. Hij keek en scande de robot in de hoop nog iets van energie te vinden, maar nee. Er was slechts energie aangesloten voor een extern systeem. Tim knipperde met zijn licht-sensoren. Dirk kwam naderbij.

"Hij lijkt wel erg veel op jou, Tim". Het was een overbodige opmerking, want de overeenkomst was bijna 100 procent. Het enige wat anders was, betrof een grote opening in het skelet. Tim bekeek de opening en voelde met zijn tentakel aan de binnenkant. "Dank u wel", klonk een donkerbruine olie-stem. Tim haalde snel zijn tentakel weer terug. Dirk hupte van zijn ene tentakel op de andere, maar kreeg al snel in de gaten dat Tim hiermee ongelukkig was. Tim trilde zichtbaar en een druppeltje olie slingerde vanuit een licht-sensor naar beneden.

"De vuile vuile.....olie-drapsels, de smerige smeerwortels....de.....ik zal ze krijgen de nep-olie-duivels, de...."

"Kalm aan, Tim. Ik begrijp het, maar het heeft geen zin om hier lang stil te blijven staan. Bovendien.....hij is gedemonteerd. Er is geen brein meer. Je kunt niets doen, behalve dan ons plan uitvoeren".

"Dat klopt, Dirk.....ik zal het plan uitvoeren al kost het mensenlevens. Het deert mij niet. Ze zijn het niet waard". Tim's klank was smeer-vast en klonk beangstigend. Hij keek verder de gang in, knoopte de plaatsaanduiding in zijn brein; Gang 32, diepte 21, sector F, stond er op een bordje. Hij zou dit niet meer vergeten, nooit meer.

"Kom, Dirk, we gaan".

Onderweg kon het systeem van Tim zich niet loslaten van de berekeningen. Vragen en antwoorden volgden elkaar op en wel zodanig snel dat de polsdisplay erg warm werd. Tim zette zijn display tijdelijk uit om af te koelen, maar ook om zijn batterij te sparen. Het niveau lag op drie en dat zou voldoende moeten zijn. Tim beoordeelde een paar antwoorden met een waarschijnlijkheidscijfer.

- per ongeluk veranderd in een afvalbak - 2

- expres veranderd in een afvalbak - 9

- veroorzaker vechtrobot - 2

- veroorzaker mens - 9

- Py - 5 tot 9

Hij besloot om de cijfers te volgen en gaf daarmee Py aan als opzettelijke dader ter vernedering van een robot. Hoewel Tim geen echte wraakgevoelens had, voelde hij ook niet aan of Py wel of niet moest worden gestraft. De eerste tekenen van de afwezigheid van de robot-wetten werd zichtbaar. Althans...voor Tim. In ieder geval had Tim ook een besluit genomen. Hij zou Py aanspreken op dit gedrag en vervolgens de straf zelf vaststellen. Het ging immers om zijn broertje. Al schuifelend door de lange gangen kwamen als vanzelf bepaalde straffen ook naar voren.

- buik van Py ook openen - 3

- broertje of familielid buik openen - 8

- openbare schuldbekentenis - 6

- zelf-verbanning uit de stad - 9

Het systeem maakte er een combinatie van. Tim zou de buik van een familielid openen, behalve als er schuld werd bekend en een vertrek was aangekondigd. Dit voelde aan als een goede berekening en Tim gaf de opdracht om deze conclusie vast te houden in de voorste delen van zijn brein.

Dirk daarentegen had hele andere zaken in zijn brein. Nadat hij de vastberadenheid van Tim had waargenomen, berekende zijn systeem dat dit bij hem niet het geval was. Natuurlijk was Rotopia waardevol voor hem, maar..... is het werkelijk zo belangrijk dat de robot-wetten moeten worden geschonden. Zijn situatie was vol tegenstrijdigheden. De robot-wetten waren niet voor niets gemaakt, zo leerde de historie. Toch had hij zelf geen robot-wetten meer in zijn systeem en dat was niet echt een gevaar geweest voor welke mens dan ook. Ja, voor robots wel, want Dirk voelde geen enkele belemmering om een robot te beschadigen. Maar nu......zoals het plan er nu voor stond, zouden aan aantal mogelijkheden kunnen voorkomen. Ernstige en belangrijke mogelijkheden. Ook hij droeg het brein op om bepaalde mogelijkheden aan te geven met een cijfer. Het zag er ongeveer zo uit.

- beschadiging robots - 9 - fataal en onuitwisbaar - 9

- kwetsen mens - 9 - fataal - 9

- vernietiging meerdere mensen - 9

- demontage van zijn systeem - 9

- vernietiging Robotica - 9

Zoals gezegd....tegenstrijdigheden volop. Het systeem piekerde verder. "Moest hij zichzelf meer beschermen dan Tim of de andere robots? Of zou hij alsnog de smeer en olie achterlaten? Een nieuwe start in een andere stad was zeker mogelijk." Dirk vond het moeilijk. Hij keek naar Tim en die maakte nu flinke passen vooruit. "Die heeft zijn keuze al gemaakt", berekende Dirk. Uiteindelijk besloot zijn systeem om verder af te wachten. "Misschien zou het allemaal wel meevallen", hoopte hij.

Maar hoop.....hoop is iets vals. Je kunt het hebben, maar feitelijk heb je nog niets. Hoop is slechts een gedachte of een berekening met een laag waarschijnlijkheidscijfer. Een 2 of zo. Toch gaan de meeste mensen met dit cijfer verder en ook met overtuiging. Voor robots lag dit anders. Een cijfer 2 betekende meestal een stilstand. Niets doen dus. Heel even stokte het systeem van Dirk dan ook en hij kwam een beetje achterop. Hij zag verderop Tim een hoek naar links omgaan en volgde hem. Zo dacht Dirk.

Maar Tim.....Tim was niet meer te zien en Dirk bleef in een lege gang achter. Een aantal vlugge diepte scans leverde niets op. Tim was verdwenen als olie in de olie.

De spreuk waarmee ze samen op weg waren gegaan - Yes we can - stelde niets voor. Het noodplan lag nu al in de oude smeersel.



Spelregels zijn er niet

Tim liep rustig door de gang, ging links de hoek om en verdween meteen achter een schakeldeur. Tim herkende de vreemde signalen in zijn sensoren en de berekening kort daarna bevestigde het. "Alle smeer en olie.....schakeldeuren...dat ook nog", mompelde hij. Tegelijkertijd registreerde hij dat een hereniging met Dirk niet te verwachten was. Schakeldeuren, zo wist hij, waren openingen werkzaam met kwantummechanische processen. Soms bracht zo'n deur je één halte verder, maar soms ook vrijwel direct in een ander gedeelte van een gebouw. Ze waren gebouwd met het doel om te beveiligen en om een mens de mogelijkheid te geven om te kunnen ontsnappen. Dat Tim nu opgesloten zou kunnen zijn in één of andere duistere afgesloten ruimte, was ook een optie. Toch waren de scans niet van die aard. Het betrof geen dichte ruimte, maar gewoon een nieuwe gang, flauw roze gekleurd en voldoende hoog om een flinke robot, zoals Tim er door te laten. Er waren geen aanwijzingen op de muren meer om te zien waar hij zich precies bevond. Tim keek nog even achterom om met zekerheid te checken of Dirk ook deze deur had kunnen nemen, maar voordat de leegte zichtbaar was, wist Tim het al. "Heen en terug", daar doen deze openingen niet aan".

Ondanks dat Tim op zijn speurtocht twee robots tegenkwam hadden deze geen effect op zijn doelstelling. Het betrof allereerst een zorg-robot, kennelijk met veel haast, omdat deze niet eens naar een identificatie vroeg en snel voort raasde en de tweede was een eenvoudige plant-updater. Plant-updaters waren aangesteld voor in de sector veiligheid, zo wist Tim. Ze hielden de bacterie-zwermen in stand, ten behoeve van goede verlichting en de planten werden geüpdatet met kleine software om hun werk te kunnen blijven doen. Ze waren in staat om bewegingen te registeren en dus konden ze goed werkzaam zijn voor de afdeling beveiliging. Het scheelde enorm veel aan spy-camera's, een energieverslindend proces. Tim was er bijna zeker van dat de software nieuwe informatie zou bevatten op basis van wat er op de dam was gebeurt. Hoe dan ook....de robot had alleen aandacht voor de planten en niet voor Tim. "Onvoldoende geprogrammeerd", berekende Tim. "Nou ja....mijn voordeel". Tim liep snel door en hoopte dat hij niet te veel planten in de gangen zou tegenkomen.

De hogere regionen van het complex waren beter verlicht en ook ontbrak er een bepaalde mate van veiligheids-maatregelen. Geen planten, geen camera's, geen bewakers. Toch vreesde Tim de verandering. Minder beveiliging betekende niet minder gevaar. Wellicht dat juist hier de vechtrobots aanwezig waren. En die...die waren een groot probleem. Tim had geen idee hoe hij een vechtrobot zou moeten verslaan. Hij hoopte daarom op een mens. Een mens kon hij aan en bovendien werkte het plan alleen met een mens of mensen. Nu hij alleen was, zou hij ook moeten liegen en dat was een andere zorg. "Zou hij goed kunnen liegen, nu de robot-wetten waren verwijderd?". Hij wist het niet.

"Daarom heet het ook een noodplan", zag hij op zijn licht-sensor. "Yep", fluisterde hij en liep verder.

Het werd een mens. Aan het einde van de gang liep een meisje recht op hem af. Het meisje zag er vriendelijk uit en was geheel in het wit gekleed. Het systeem gaf aan dat er geen zichtbare wapens aanwezig waren. Tim stond even stil en wachtte op wat er komen zou.

"Identificeer Robot", zei het meisje en wees Tim aan. Het systeem van Tim was aan het rekenen en bekeek de opties. Feitelijk te laat, want deze ontmoeting was een standaard-ontmoeting en had dus al lang moeten zijn berekend. Het was daarom dat Tim niet meteen reageerde. Het meisje fronste haar wenkbrauwen en keek Tim van tentakel tot sensor aan.

"Identificeer Robot.....NU".

Tim besloot niet om niets te doen, want dat zou direct leiden tot een alarm met alle gevolgen van dien. Hij berekende dat het beste was om meteen duidelijk te maken waarom hij hier was.

"Ik ben Tim, een robot uit Rotopia", antwoordde hij met enige kracht in zijn toon.

Het meisje reageerde verrast en keek achterom en vervolgens boog ze om te zien of er meer robots achter de grote Robot in aantocht kwamen. Toen ze zag dat dit niet het geval was, ontspande ze een beetje, temeer omdat het duidelijk was dat de robot voor haar geen vechtrobot was.

"Ben je verdwaald of zo".

"Nee."

"Rotopia.....is dat de robot-stad bij de dam?"

"Ja".

"Wat wil je?"

Deze laatste vraag was precies waarop Tim wachtte en het gaf hem de mogelijk om op een rustige manier duidelijk te maken wat de reden van zijn komst was. Juist toen Tim wilde beginnen verscheen er een andere mens achter het meisje. Tim herkende de jongeman meteen. Het was de jongen van de dam. De robot-moordenaar.

De jongeman begon meteen te schreeuwen en het meisje dook verschrikt naar achteren. "Skielie, wegwezen, nu meteen. Hij is gevaarlijk". Het meisje viel achterover en kroop over de grond weg van Tim.

"Als er iets gevaarlijk is, dan ben jij het wel, moordenaar". Tim bleef rustig. Het had geen zin om nu weg te rennen en bovendien sloot Tim niet uit dat de jongen wel een wapen had. Intussen kroop het meisje achter de jongen.

"Wat is dat, Ares?........Hij komt uit de robot-stad, zegt ie".

"Dat weet ik Skielie, rustig maar. Ik heb het onder controle. Estelle zal hier zo zijn". De jongen, Ares, de zoon van Py keek indringend richting Tim. De haat tussen de twee was voelbaar. Toch rekende het systeem van Tim uit dat hij nog steeds in het voordeel was. Als de jongen een wapen zou hebben, dan had hij nu al gestraald en tenminste het wapen tevoorschijn gehaald. Natuurlijk was de komst van Estelle een groot probleem. Zeker in deze kleine gang. Het systeem van Tim rekende verder en kwam wederom met een vervelende optie. Een optie die droop van hoop en vooral de hoogte van het risico. Tim wachtte dus niet op Estelle. Niet hier! In een uiting van ware robot-kracht sprintte hij naar voren, duwde de jongen ruw tegen de muur en pakte de arm van het meisje. Ze gilde maar dat hielp niet. Tim verdween als een razende door de gangen. Het maakte hem niet uit waar hij terecht kwam als het maar weg was van de jongen en diens hulp, Estelle. "Nu niet.....nog niet", was de uitkomst van de berekeningen. Zijn plan had geen spelregels. Het was gewoon wachten op het juiste moment en daarbij had hij het meisje nodig. Het plan.....het plan had een mens nodig die luisterde. Die hij kon overtuigen dat hetgeen hij vertelde geen leugen was. Daarvoor stonden te veel mensenlevens op het spel en één ding wist hij zeker. Zowel de jongen als Estelle gaven niets om levens.

  



Vertrouwen komt te voet.

Skielie hing als een slappe pop in de tentakels van Tim. Ze gilde niet meer en ademde moeilijk. Verschillende keren vroeg ze om te stoppen met rennen, omdat ze pijn had. Elke robot die ze kende zou stoppen bij deze woorden; pijn en een opdracht, maar Tim dus niet. Het maakte haar bang. Ze huilde zachtjes en besefte ook dat ze verloren was. Tim daarentegen hoorde de smeekbeden van het meisje en voelde zich niet prettig. Zijn systeem werkte na elk verzoek aan een oplossing maar stelde uiteindelijk altijd zijn eigen veiligheid keer op keer bovenaan. Tim had deze situatie nog nooit meegemaakt en af en toe verlangde hij terug naar de duidelijke robot-wetten. "Waar was zijn rustig bestaan gebleven?" Weg, helemaal verdwenen en het was niet verrassend dat de berekening binnen in zijn systemen keer op keer terug kwamen op slechts één woord; Tara.

Eenmaal weg van het gevaar keerde bij Tim de rust terug. Hij besloot te stoppen en aandacht te schenken aan het meisje, omdat ze nu constant huilde. Hij zette haar voorzichtig op de grond. Ze kroop direct in de hoek van de ruimte en keek met betraande ogen naar Tim. Deze berekende zich schuldig aan de pijn die hij haar had gegeven en daarom probeerde hij haar gerust te stellen.

"Ik ben Tim en inderdaad kom ik uit de Robot-stad. Wees niet bang, want ik wil je niet beschadigen. Ik hoop dat je me wilt geloven". Tim sprak rustig en was inmiddels ineengedoken om minder gevaarlijk over te komen. Het had weinig effect. Het meisje plaatste haar beiden handen voor haar ogen en begon weer te huilen. Tim wachtte af. Hij wist hier geen raad mee. "Was Tara maar hier", fluisterde hij. Maar Tara....dat was lang geleden. Hij stond er helemaal alleen voor. Enkele alfa-seconden later scande hij de omgeving op komende geluiden, maar die waren er niet. Er was verder niets te zien, geen aanduidingen.

"Weet jij waar we zijn?", probeerde hij richting het meisje. Geen antwoord.

"Heb je pijn?". Geen antwoord.

"Ik kan je niet laten gaan. Ik zou wel willen, maar dan bestaat Rotopia niet meer....".

Lang bleef het stil, maar wellicht hadden de laatste woorden toch de aandacht van Skielie getrokken. Ze huilde niet meer.

"Wat heb ik nou met je robot-stad te maken", beet ze Tim toe. Haar toon was agressief en zo keek ze ook.

"Heb je even tijd, dan vertel ik het misschien".

"Luister, Robot. Ik weet niet hoe jij in elkaar bent gezet, maar waarschijnlijk net zo stom als je stad. Heb je even tijd? Ook dat nog....een lollige robot".

Tim keek naar beneden. "Sorry, je hebt gelijk, maar eh.....ik ben niet helemaal mezelf meer, als je begrijpt wat ik bedoel".

"Je bedoelt dat je niet spoort".

"Spoort.....eh, ik begrijp het niet".

"Laat maar.....vertel maar wat je wilt vertellen. Ik zit er nou toch, maar ik waarschuw je. Als Estelle je vindt dan demonteert ze je met een botte zaag".

"Ik begrijp dat en nogmaals....ik zal je geen pijn meer doen. Dat was fout van me. Ik zal je vertellen waarom ik hier ben, maar ik verwacht ook dat jij me helpt."

Skielie moest lachen. "Haha, ik jou helpen. Jij bent helemaal uit je olie gerukt.....ik ga je niet helpen, nu niet en nooit niet. Ik ga wachten op je demontage en zal vooraan staan om het van dichtbij mee te maken".

Tim knipperde met zijn licht-sensoren. Dit was lastig voor hem en hij voelde ook enkele kleine storingen in zijn skelet. Zijn pomp werkte even op volle kracht en besloot toen om maar te beginnen.

Skilie luisterde. Eerst met een zogenaamd half oor, omdat ze meer aandacht schonk aan geluiden die konden wijzen op een redding. Maar des te langer dat wegbleef, des te meer haar aandacht verschoof naar de druk bewegende robot. Zijn verhaal was goed te volgen, maar het had nog weinig invloed op haar gemoedstoestand. De angst, onzekerheid en verwarring waren als een dikke mist in een afgesloten ruimte aanwezig. Ze kon er niets aan doen, behalve dan haar situatie accepteren of deuren openen. Maar hier waren geen deuren en Skielie wist niet eens zeker waar ze was. Ze hoopte dat de robot niet niet toevallig in een schakelruimte was gestapt, want dan was een snelle redding niet zomaar te verwachten. Zoals gezegd, de geluiden die konden wijzen op mensen of vechtrobots waren niet hoorbaar. Ze probeerde de robot even tot stilte te manen en dat lukte ook. De stilte bleef echter een stilte. De robot ging verder. Hij wilde zijn verhaal aan het meisje vertellen. Skielie zag er in zijn licht-sensoren namelijk ongevaarlijk uit en volgens de interne berekeningen zelfs betrouwbaar. "Niveau 8 en dat is hoog", vond Tim. Een andere goede reden voor zijn vertrouwen was haar witte kleding, maar veel meer nog haar gezicht. "Witte kleding is verwarrend", waarschuwde het systeem nog. En dat was maar al te waar gebleken. De jongen op de brug en zojuist nog in de gang had ook witte kleding gedragen. Hoe dan ook.....het meisje was heel anders dan de jongen. Ook zij was gekleed in het wit, maar meer lieflijker, meer dunnere stoffen, meer bewegingen en veel sierlijker dan de jongen. Haar ogen knipperden zelfs zoals ook robots kunnen knipperen en ze waren blauw als de oceaan in Zuid. Volstrekt anders dan het koude blauw van het ijs in Noord zoals bij Estelle. Ondanks dat Tim haar vertrouwde en veel informatie prijs gaf, bleef het meisje onbewogen. Totdat Tim de naam Tara uit zijn spraak-systeem liet komen.

"Tara.....zei je Tara?", vroeg het meisje en veerde een beetje op. Tim bevestigde en besefte niet direct dat het meisje wellicht Tara moest hebben gezien. Na een wero-seconde knipperde Tim opzichtig.

"Wat weet jij van Tara? Ik bedoel...de robot, Tara. Niet een mens".

"Tara.....katachtig, wit en superslim...die Tara ken ik".

"Ik ook.....die Tara, de meest slimme robot op Aarde". Tim was even bij zijn herinneringen.

"Tara", zei hij. Hij gebruikte een speciale diepe toonhoogte, die ooit was gebruikt bij de opera Tristan en Isolde. Tim vroeg niet direct verder, want Tara was het meest belangrijkste in zijn verhaal en kon eigenlijk alleen in volste vertrouwen worden benoemd. Het duurde en lange tijd totdat er iets werd gezegd. Skielie durfde niet meteen alles over Tara aan de vreemde robot te vertellen en Tim liet een aantal berekeningen doen om vast te stellen wat hij haar zou kunnen vertellen.

"Vertrouwen - nog steeds niveau 8 - mens moet nader verklaren", was de uitslag.

"Jij kent Tara. Wanneer heb je haar ontmoet?", vroeg Tim. Zijn toon was streng.

Deze keer was de twijfel bij Skielie het grootst. Ook zij woog in haar gedachten af of zij de robot iets over Tara moest vertellen. De robot was immers in haar stad ingebroken en had haar ook nog eens hardhandig meegenomen. Een normale robot zou zoiets vanwege de robot-wetten nooit doen. Pijn doen was hen verboden. Zodoende besloot zij tot een wedervraag.

"Ik ken Tara en zij kent mij. Behoorlijk goed zelfs. Ik vraag mij af waarom Tara belangrijk is voor een - sorry - eenvoudige robot zoals jij? Ik weet wel dat jouw naam mij niet bekend is, dus... eh.....dat zegt mij wel iets".

Tim raakte in verwarring. Dat Tara zijn naam nooit tegen haar had gezegd, vond hij vreemd. Zijn systeem hielp hem; "Vroeger of recent?", gaf het aan. "Dat is een goede opdracht", vond Tim. 

"Ik heb Tara in Metropolis ontmoet. Ze is mijn vriendin. Ik zoek haar, want eh....ze is belangrijk voor mij. Wanneer heb je haar gezien?". Tim hoopte dat een beetje meer informatie zou helpen.

"Oke, ik begrijp het. Nou ik kan je vertellen dat ik Tara pas geleden nog heb ontmoet. Helaas ben ik ook op zoek naar haar".

Tim's systeem kraakte. Hij draaide half om zijn as en opende al zijn tentakels. Met grote licht-sensoren keek hij het meisje aan. "Dus ze leeft, alle olie-goden....gelukkig....gelukkig. O, Tara......". Tim boog zijn hoofd en knikte zijn loop-tentakels naar beneden. Het wantrouwen verdween met deze buiging en Skielie stond voorzichtig op. Haar gedachten waren nog steeds verwart, maar inmiddels had ze een beetje te doen met de grote robot. Hij leek kwetsbaarder dan hij eruit zag en hoe dan ook....een vriend van Tara, was ook haar vriend. Daar was ze van overtuigd. Tara zou zich nooit inlaten met niet te vertrouwen figuren, mens of robot. Ze liep zachtjes naar Tim toe en strekte haar hand uit. Een druppeltje olie spetterde vanaf een licht-sensor op haar vinger.

"Kom maar....vertel verder. Als jij een vriend van Tara bent, dan ben ik ook jouw vriend".

Tim keek weer naar voren en knikte dankbaar. Het systeem van Tim registreerde binnenin een moment van volmaakte volmaaktheid, zestig maal een dikke tien.

wordt vervolgd op #-5



E-mailen
Map
Info