Ideemachine.nl
                                                                                                 

Tim en Tara

Op de vlucht, deel II (Waar is Tara?)



Zoals elke stad op Aarde had ook Metropolis een negeer-gedeelte. Vroeger heette dat een sloppenwijk, maar nu werd de naam niet eens meer genoemd. Als we het een naam aan het gedeelte zouden moeten geven, dan lijkt "Voldermort" mij het beste, omdat van hem ook nooit de naam werd genoemd. In ieder geval was het duidelijk dat dit gedeelte van de stad helemaal buiten het maatschappelijke leven van de mens en robots stond. En dat is feitelijk nu ook nog zo. Het gedeelte hangt als een soort smerige oude stofzuigerzak aan de buitenzijde van Kolos 13. Het is nauwelijks te bereiken, geen in- of uitgang te zien en niemand weet meer wie daar wonen. Het bestuur weet nog wel waarom men daar woont. Simpelweg omdat zij zich niet wilden houden aan de mens-robot-regels die voor Metropolis waren opgesteld. Dit gedeelte was smerig aan de buitenkant en iedereen verwachtte dat het binnenin de zak ook zo zou zijn. Maar dat klopte dus niet. Binnenin de "Voldermorts zak" was het netjes en redelijk georganiseerd. Het enige wat lastig was, betrof de toegankelijkheid en de bewegingsvrijheid. Je moest stalen zenuwen hebben om daar te kunnen wonen, want alles hing verticaal, inclusief huizen, bouwsels en alle straten. Straten mag het eigenlijk niet eens worden genoemd, want het waren niet meer dan strengen touw of kabels. Soms dienden die touwen als slinger om van het ene huis naar de andere te kunnen gaan en soms werden ze gebruikt als liftkabels. Het was bovendien een drukte van jewelste daar. De reden was simpel. Het was marktdag en die dag was ook de dag waarop Tara haar entree maakte.

Tara was razendsnel gevlucht in de wetenschap dat de winst op de renbaan haar was ontschoten. En verliezen stond gelijk aan de dood, zo was haar verteld. Het was een koud kunstje om de Ketel te verlaten, omdat iedereen nog steeds alle aandacht had op wat er op de renbaan gebeurde. Eenmaal buiten de Ketel ging het nog sneller. Tara wist precies waar ze moest zijn. Kolos 13, en dan met name het afvalsysteem op de 33e verdieping. Daar lag de verborgen in- en uitgang naar het genegeerde gedeelte. Ze wist gelukkig ook hoe ze deze ingang kon bereiken zonder dat de straatcamera's het zouden registreren. Daar had ze een leuk foefje voor gevonden. Ze moest alleen wel even wachten....

Het wachten van Tara was de moeite waard en verliep zoals ze eerder had gezien. Elke dag om 7 uur in de avond kwamen twee W-Robots, klasse H/F-17 naar het kleine park vóór Kolos 13. En daar wachtten ze op hun opdracht.

(Uitleg van het robot-code-systeem; Allereerst is elke Robot voorzien van een uniek registratienummer, zodat duidelijk is wie de robot heeft gemaakt. Daarnaast komt een klasse-letter.  W = de arbeid klasse T = nadenkend/meedenkend-niveau, C = bevel acceptatie-niveau, S = is de zintuig-klasse, E = empathie-klasse H = de hardheids-klasse en tot slot F = kracht-klasse.)

Tara wist hun nummers nog. Ze had ze zo vaak gezien tijdens haar dwalingen door de metropool en zag direct dat het dezelfde robots waren als altijd.

Het betrof de 132867-W-T1-C1-S1-E0-H17-F17 en de 132868-W-T1-C1-S1-E0-H17-F17

Ze wist dus ook wat ze konden; Dit waren simpele werkrobots, die alleen een bevel aannemen van diens eigenaar. ze hebben geen of nauwelijks menselijke zintuigen, noch menselijke empathie, maar ze zijn daarentegen wel bestendig tegen zeer koude en extreem warme temperaturen en bovendien zijn ze zeer krachtig.

Tara glimlachte. Ze waren perfect voor haar plannetje. Ze ging aan de slag, want ze kon niet meer lang verschuilen, onder de brug van 13 naar 14. Het moeilijkste was om een vertrouwd bevel te activeren. Natuurlijk was het een koud kunstje van Tara om de brein-systemen te hacken en zo de bevel-code van de eigenaar te achterhalen. "1732A6". Ze gaf een signaal om de twee te testen en zag meteen dat het lukte.

"Eh 132868, hoorde gij dat ok"

"Eh, ja 132867. Tis ons chef"

"Eh, 132868, ziede gij um dan?"

"Neue, ikke nie. Wa nou?"

Tara zag de twee in een positie die wij onthutsing of paniek zouden noemen. Ze draaide al snel alle kanten op en keken verdwaast omhoog en omlaag. Tara wist dat dit niet lang mocht duren, omdat anders de brein-systemen het zouden begeven. Het was te vreemd voor de twee en dat konden ze niet aan. Tara greep in.

"132867 en 132868, hier 1732A6. Begeef je naar paal 3 onder de brug". Ze stopten direct met draaien en gingen op weg. Er werden geen vragen gesteld.

"Goed 132867 en 132868. Onder de paal ligt een zak. Die zak werp je in de afvalcontainer van Kolos 13".

"Begrepen?"

"Eh, 1732A6", riepen ze allebei tegelijk. "Eh, begrepen".

Zodoende was het plan kinderlijk eenvoudig. Tara kroop in de zak, die ze onder de brug klaar had gelegd en wachtte geduldig af. Dat de twee werkrobots Tara in de zak zagen kruipen, maakte niets uit. Bevel was bevel.



De val naar beneden duurde niet zo lang. Tara was er wel bang voor geweest, want ze had geen idee waar ze terecht zou komen. Een plof bevestigde dat ze ergens was beland. Voorzichtig knoopte ze de zak los en keek naar buiten. Zoals ze al vermoedde lag ze op de bodem van de zak. Het leek een afgesloten geheel, want de zon en de wolken kon ze niet waarnemen. Niet dat het donker was, nee, meer een schemertoestand of een mistige wereld. Stof was overal rondom en vooral dicht bij haar, want door de klap was er van alles en nog wat opgeschud. Tara had er gelukkig geen last van, haar filters werkten goed. Ze opende de zak nog wat verder en plotseling bewoog alles onder haar tentakels en wel de verkeerde kant op. De troep waar Tara op lag schoof langzaam maar zeker naar beneden. Ze schrok, maar herstelde zich snel en kroop vliegensvlug....nee, poezen-snel een beetje naar boven. Tara keek achterom en schrok zich een boutje. In het midden van de zak was een grote opening en langzaam maar zeker schoof alles wat op de grond lag naar het gat toe. Tara besefte meteen dat ze een enorm risico had genomen, omdat ze ook direct in het gat terecht had kunnen komen. "Het was niet voor niets een afvalbak", dacht ze.

Angstig keek ze om zich heen. Wat nu? Ze wist het niet en probeerde weg te kruipen van de gat. Maar dat lukte niet goed. Beetje bij beetje schoof de rommel richting het gat, met Tara daarbovenop. Kennelijk was het precies tijd geweest om het gat te openen. Ze wist wel waar het uitkwam...honderden meters naar beneden. Een val zou ze nooit overleven. De tentakels van Tara deden hun uiterste best en graaiden naar alles om enig houvast te krijgen. Niets lukte, want alles onder haar tentakels was op weg naar de opening. Tara schreeuwde om hulp. Geen reactie...en vlak voordat ze de indruk kreeg dat ze zich moest gaan voorbereiden op een enorme val naar beneden, zag ze de redding boven haar oog-sensoren. Een touw slingerde op ongeveer één meter afstand. Tara zette zich af en hing in het touw. Ze miauwde een keer en dat verraste haar, want de laatste keer dat ze een miauw had gedaan, was toen ze een ijspegel op haar koppie had gekregen. Tara keek nog even naar de hoop rommel en zag dat deze uiteindelijk het een flink kabaal in het gat verdween. Wat overbleef waren wat resten en vooral veel stof. Hierna richtte ze zich op het touw. Iemand of iets had het laten zakken. Ze keek omhoog en zag niets....alleen het touw die hogerop verdween in de wolk van stof. Langzaam maar zeker klom ze omhoog totdat er iets vreemds boven haar verscheen. Nou ja vreemd....ze had het niet verwacht. Dat was het goede woord.

Er stond een "menselijke" robot, een cyborg dus. Vlak naast een luik. Hij of zij wenkte Tara. Het profiel van de robot was vriendelijk gevormd. Tara bekeek het schepsel even goed en constateerde dat het een hulp-cyborg was, klasse 7, vrij geavanceerd dus. Een vlugge contact-scan maakte duidelijk dat de hulp-cyborg de opdracht had om het luik te bewaken en voor verdere ontvangst van goedaardige buitenlanders. De "zak van Voldermort" werd echter anders genoemd. "Vrij-land", zo heette het stuk gesloten bouwsels aan toren 13. En de ingang betrof "uitgang 2" waarop Tara concludeerde dat er meerdere uitgangen waren en wellicht een andere ingang. De ware ingang bleef dus een raadsel. Tara had geluk gehad en dat bevestigde de cyborg.

"Wees welkom Tara. Het is goed dat we je hier hadden verwacht, anders was je nu al vermorzeld".

"Eh,....dank je wel. Goed opgelet, zal ik dan maar zeggen".

Hierna wisselde Tara en de hulp-cyborg die Jimmie werd genoemd, hun eerste vrijwillige contactmomenten uit. Eigenlijk overbodig, want Jimmie wist al dat dit Tara was. Het was een formaliteit, die moest gebeuren. "Opdracht van het bestuur", zei Jimmie. Het baarde Tara geen zorgen. Hierdoor was het duidelijk dat er geen risico's werden genomen en ook dat het bestuur van vrij-land redelijk goed was georganiseerd. Tara klom vanaf het touw het kleine platform op, schudde de rechterhand van Jimmie en ontdeed zich van het stof. Jimmie hielp daarbij en blies met zijn linker-tentakel het stof uit de kieren en spleten van Tara. Meer was niet nodig. Tara was waterdicht gemaakt en voorzien van een anti-kleef-laag. Het duurde maar even en ze zag een weer blinkend uit.

Het was tijd voor een korte verkenning van de omgeving, temeer omdat Tara zich in een volstrekt onbekende wereld bevond. En wat ze zag, had ze nog nooit gezien. Ze glimlachte wel, want hier zou een stadsbeeldrobot met haar vorm, zich goed kunnen vermaken. Het was geen kattenwereld, maar het leek er wel op. Overal hingen kleine platforms, trapjes en vooral veel touwen. Een enkele groter platform had soms een soort van hutje.......

"Jimmie...vertel eens wat ik zie. Hoe werk dit?", vroeg Tara, terwijl ze rondom bleef draaien om alles te beschouwen.

"Tara, het is eigenlijk eenvoudig. Toen we hier aankwamen enkele eeuwen geleden, hadden we slechts een paar hutjes. Het lastige was dat we geen enkele plaats hadden dan de verticale buitenkant van Kolos 13. We creëerden vrij-land met vooral flarden plastic, grote stukken doek, aluminium en afval om ons af te sluiten en na enkele maanden was alles dicht. Omdat het metropool-bestuur dacht dat wij buiten de stad nooit zouden kunnen overleven, schonken ze geen aandacht aan ons. Dat gaf ons tijd en ruimte om vrij-land uit te breiden. We namen de uitgang van de afvalbak in ons bezit om elke keer weer aan spullen te komen voor onze uitbreiding. Het vervoer werd een probleem, maar we vonden een geniale oplossing. We kaapten het ventilatiesysteem van de kolos en de energie ervan konden we omzetten in een draaiende beweging. Het is eigenlijk een soort van kloksysteem. Kan je het nog volgen, Tara?"

"Ja, ik snap wat je bedoelt. Ik weet van die vreemde periode, toen een aantal belangrijke mensen en zeer geavanceerde robots plotseling waren verdwenen uit de stad. Ik wist wel dat er een plaats was buiten de stad, maar dacht dat het alleen bestemd was voor verschoppelingen, armen en zieke zielen. Maar eh....hoe werkt het nou?"

"Eenvoudig, Tara. Het ventilatie-systeem draait altijd en door ons eigen systeem te verbinden, hadden we altijd vervoer. Kijk daar, Tara. Zie je het ronde platform en het touw eronder. Nu zie je een klein plankje, blauw en volg dat maar eens".

Tara volgde het plankje en zag dat het naar beneden ging. Het kwam aan bij een ander platform en ging toen verder naar beneden. Daarnaast zag ze ook een geel plankje, die ook naar beneden ging, maar wel in een andere richting. toen ze beter keek zag ze heel veel touwen met plankjes in verschillende kleuren en ook dat sommigen omhoog gingen. "Ik zie het, Jimmie".

"Blauw, geel en groen, is voor de richtingen naar beneden of zijwaarts naar beneden."

"Rood, oranje en paars, gaan naar boven. Simpel toch?"

"Maar ik zie ook losse touwen, Jimmie. Waar zijn die dan voor?"

"O, die...ja, dat ga je leuk vinden, Tara. Je kunt ermee slingeren en zo kom je bij de platform en hutjes, die dichtbij zijn. Het is onze manier van vervoer. Maar let op...als je valt, heb je dus een groot probleem en mag je hopen dat de netten hier beneden sterk genoeg zijn om je val te breken".

"Kom, Tara. We gaan, er zijn mensen die je willen spreken".

Tara volgde Jimmie zo goed als ze kon. Ze mocht dan wel een kat-vorm hebben, maar Jimmie, die er wat lomper uitzag, was toch soms vlugger dan zij. Ze volgden eerst een rode lijn steil naar boven en stopten nergens. Het uitzicht werd adembenemend, des te hoger ze kwamen. Van de Metropool was weinig te zien, maar van de verdere omgeving wel. Het viel Tara op dat Vrij-land geen bescherming had tegen de zon en de wind. Het leven moest hier best wel zwaar zijn. Ze genoot nu van het uitzicht en Jimmie ging snel naar boven. Onder zich zag ze een grote warboel van netten, hutjes, touwen en soms een enkele ladder. Loopbruggen waren er ook, maar het bleek dat de slinger-touwen meer werden gebruikt. "Misschien voor ouderen en kinderen", dacht Tara. De lucht was roodachtig van kleur, doorbroken door vele lucht-voertuigen in allerlei maten, vormen en kleuren. Ze zag zelfs een ware luchtballon. Toen ze naar rechts keek zag ze een gedeelte van Vrij-land en dat het bouwsel vrij groot was. Groter dan ze had verwacht. Er waren ook enkele grotere hutten. Nou ja hutten...elk hutje zag er sterk uit en sommige leken gezellig, vanwege de bloemen en planten. Naar links zag de natuurlijk ook Vrij-land, maar dat was toch anders van indeling. Sterker nog, de kleur daar was vooral groen, omdat er grote lianen en bladeren groeiden. Het leek wel een afgesloten dichte tuin. De hutten daar waren wel beschermd tegen de zon en de wind. Maar Tara had er verder geen tijd om er verder over na te denken, want Jimmie riep haar. 

wordt vervolgd op Tim en Tara 10.

E-mailen
Map
Info