Ideemachine.nl
                                                                                                 

Tim en Tara, deel 3.


Bij de Zom-Bot-winkel

Het door de meerderheid van de mensen gekozen avondrood, sierde de hemel. Vanuit een kleine balkonnetje keken Tara en Tim naar het schouwspel. Enkele vlieg-mobielen vlogen zo hoog mogelijk om de kleuren nog beter te kunnen aanschouwen. "De bekende avondvliegers", zei Tim een beetje neerbuigend. "Ja....je ziet ze pas als het rustig is. Anders durven ze niet", antwoordde Tara al zuigend aan een Olienade. En zo was het. Overdag was het bijna geen doen om rustig en ontspannen binnen de stad te vliegen. Nee, overdag was het alleen maar pure stress en waaghalzerij. Dat was ook de reden dat robots niet mochten vliegen, terwijl zij eigenlijk de beste bestuurders zijn. Het zou anders te druk worden, vond het stadsbestuur. Nu al waren er ondanks de zelfsturende mobielen nog aanrijdingen genoeg. "Alleen maar omdat de mens zelf wilde blijven sturen. "Dus behoud van identiteit en een gevoel van controle", zei Tara. "Noodzakelijk dus", voegde Tim er aan toe. En zo was het. In het begin van de opkomst van de robots, was iedereen nog blij en aangenaam verrast vanwege de onuitputtelijke mogelijkheden. Later werden de nadelen van robots meer benoemd en dat leidde zelfs tot flinke onrust. Toch won het financieel voordeel het van de nadelen. Dat was ook niet zo verwonderlijk, omdat de nadelen, zoals werkeloosheid, verveling en verlies van nuttigheid, vooral bij de armere bevolking terecht kwamen. De rijkelui konden daarentegen zelfbeschikking, dus ook vliegstuurrecht aankopen bij het stadsbestuur en deze categorie zagen we nu in de lucht. Het was natuurlijk destijds tegen het zere been van de rest van de armere stads-bevolking en deze creëerden uiteindelijk een protest wat leidde tot een verbanning van alle robots uit het vliegverkeer. Iedereen blij...behalve natuurlijk diegenen die vanwege de halsbrekende toeren in het vliegverkeer (vooral tijdens de spits) niet durfden te vliegen en aangewezen waren op stadsverkeer en metro's.

Op de gewone rijwegen was het altijd druk. Iedereen die niet mocht of durfde te vliegen, reed op de rijweg. Op zondag vooral richting de grote openbare stadstuinen, die rondom de stad waren aangebracht. Ook daar was het systeem van verbanning van alle robots ingevoerd. Het was niet leuk om in de natuur te zijn, terwijl je elke keer werd gestoord door mensen en robots. De rode goederenwegen hadden wel vrij spel, want daar verliep alles via zelf rijdende vrachtauto's en robots en het systeem was zo strak ingesteld dat er nooit een file ontstond.

Die week was het druk voor Tim, maar de week daarna was het rustig. Tim had met Tara besproken dat ze woensdagmiddag om drie uur elkaar bij de Zom-Bot-winkel zouden treffen. Toen Tim arriveerde, lag Tara languit op de stoep, zodat iedereen om haar heen moest lopen. Ze had er schik in en maande mensen tot lachen of een glimlach op zijn minst, als ze haar boos hadden aankeken.

 



De winkelbel klingelde. Tara keek bevreemd omhoog. Tim niet, hij wist van deze klingelbel en liep direct door naar de man van de winkel. De begroeting was zoals altijd vriendelijk en gelijk aan de vorige ontmoeting. De man gaf Tim een schouderklopje, Tim boog een beetje naar voren en de man vroeg lachend wat Tim wilde afleveren. Tim reageerde niet op de vraag en vroeg op zijn beurt beleefd naar de gezondheid van de man. Die was goed. Tim wees naar Tara en zij kwam schuifelend dichterbij. Nadat zij zich ook had voorgesteld, vroeg ze of ze even in de Zom-Bot-winkel rond mocht kijken, want hier was ze nog nooit geweest. Om haar vraag positief te laten beantwoorden, voegde ze eraan toe dat ze als Stadsbeeldrobot op zijn minst moest weten waar de mensen afstand van deden. "Nou", zei de man. "Niet alleen afstand ervan doen, hoor. Ook kopen ze spulletjes en vooral die van vroegere tijden. Kennelijk is dat populair". De man keek eens in zijn winkel rond en zag dat het niet druk was. Hij stelde voor om Tara rond te leiden in de winkel en haar vragen te beantwoorden. Tara vond het geweldig en liep gelijk richting een vreemd geval.

"Dit is een televisie. Zeer oud exemplaar. In vroegere tijden moesten de mensen het nog doen met een vaste televisie die ergens op werd gezet. Erg onhandig, maar toen had men niet beter. Sommige mensen willen nu zo'n exemplaar in de rustkamer." Tara liep naar het vreemde ding en stootte er tegenaan. "Loodzwaar, zo'n ding". De man knikte. "Maar let op...hier heb ik nog iets vreemder". De man liep naar een witte pot met een gat erin. "Dit was vroeger een toilet". "Hey", zei Tim. "Dat heb ik ooit eens gezien in het museum van de Oudernis". "klopt", zei de man. "Daar staat ook nog één exemplaar. Iedereen kijkt naar deze pot, maar ik verkoop hem niet". "Wat brengen de mensen hier allemaal", vroeg Tara, terwijl ze iets in haar handen had wat leek op een kleine schoenborstel. "Dat is trouwens een tandenschoonmaker, maar om je vraag te beantwoorden...van alles en nog wat". "Schoenen, rij-helmen, oude polslogesystemen, kapotte holo's, halve zitsystemen en vooral veel prulletjes, die men overbodig vind. Tara keek eens rond en zag dat er inderdaad ook veel overbodige rommel lag. "Pannen en potten, volstrekt onnodig", dacht ze. Bloempotten, keukenapparatuur en nog veel meer. "Plotseling viel haar oog op iets bijzonders. Het was een geraamte met twee ronde buizen. "Wat in hemelsnaam is dat? ", vroeg ze direct aan de man. Hij moest lachen. "Dat Tara...dat is een fiets. Op een fiets kan je...eh....fietsen, een vervoersmiddel van eeuwen geleden, maar het is moeilijk. Jij Tara, bent er te klein voor, maar Tim, die zou het wel kunnen, denk ik". Tim glunderde. "Natuurlijk kan ik dat", zei hij zelfverzekerd en keek bewust Tara aan.

Het gevolg was uiteraard lachwekkend. Tim moest en zou laten zien dat hij kon fietsen. Het was geen gezicht zo'n grote robot op een fiets en dan nog wel met een krom stuur. Tim kreeg een korte uitleg en de man van de winkel wenste hem veel geluk. En daar ging Tim, slingerend over het voetpad. Het gevolg was dat veel voetgangers uit de weg moesten, totdat Tim met zijn arm achter een bord bleef hangen en vervolgens - gelukkig de goed kant op - omviel tegen een vuilnis-gat. Tara en de man moesten had lachen. Tim daarentegen krabbelde op en gaf aan dat de fiets niet goed meer werkte. Tara gaf Tim gelijk. "Ja, dat was het Timmie. Daarom ligt dit ding ook bij de Zom-Bot-winkel. Oude rommel".

Het drietal ging weer naar binnen en genoot nog even van al die rare spulletjes. De man gaf beiden een flink glas Sinas-olie en vroeg nogmaals wat Tim in de aanbieding had. Tim was nog een beetje van slag en daarom greep Tara in.

"We zoeken de broertjes van Tim. Soortgelijke robots uit dezelfde serie....we hopen dat misschien ooit hier dergelijke robots zijn aangeboden. Ze waren kapot of werkten niet goed....."

Het bleef een tijdje stil. "Nee, helaas, dat kan ik mij niet herinneren. Nee, slecht werkende robots...hm".

Plotseling stak de man een vinger op. Ik heb een idee. Tim rechte zijn rug meteen en stopte met slurpen.

"Vertel".

"Nou, wat ik weet is dat slecht werkende robots of kapotte robots wel eens worden aangeboden op de scholen niveau 23. Daar zou je eens kunnen navragen".

Tim en Tara verlieten de Zom-Bot-winkel en zeiden niets. Ze waren een beetje teleurgesteld en hadden meer verwacht. "Een school", dacht Tim en dacht er verder niets bij. "Een school", dacht Tara en vond het meteen interessant.

"Wie weet Timmie. We geven niet op en gaan gewoon deze week....naar school".


De Robot-herstel- en instructieschool



Niveau 23 was een hele nette verdieping. Alles was keurig in orde en dat vanwege de grote hoeveelheid scholen die daar waren gevestigd. De hogere land-en zeebouwscholen, de meeste middelbare vermaakscholen, diverse mens- en stadscholen en ten slotte alle min11 scholen...ze zaten allemaal op die ene verdieping. Het was dan ook een drukte van belang. Veel gekrijs, gelach en geroep en dat alles zonder communicatiemiddelen. Die waren verboden sedert de grote verlaging. Tara wist nog van die periode. Ze had het tot zich genomen, tijdens haar opleiding. "Het was nodig ook...destijds", dacht ze. Alle kinderen, maar ook jongvolwassenen zaten destijds dagelijks uren gekluisterd aan hun sociale pols-media en wel zo diep dat uiteindelijk zelfs het onderwijs en de stads-economie eronder leed. De leraren stonden met hun hand in hun haren en wisten zich toen geen raad meer. Alle sociale binding was ver te zoeken, zo erg, dat het merendeel in therapie moest om besef te krijgen dat de mens vooral een sociaal wezen dient te zijn. Het hielp niet. Het regende uitval van kinderen op scholen en op de stageplaatsen. Aan het einde van die domme periode was iedereen ten einde raad. Dat er iets moest gebeuren, wist iedereen ook, maar de daadwerkelijke verandering kwam pas toen men wakker werd geschud. Ook dat wist Tara.

Op die bewuste dag, ergens in november, werd er een onnozel sociaal experiment uitgevoerd, met het doel om nog meer volgers te krijgen. Eén of andere belangrijke site met enorm veel invloed had daarom hun bezoekers opgeroepen om het meest mensonvriendelijke gedrag wat ze konden bedenken, op de site te plaatsen. Het liep totaal verkeerd af, omdat niet duidelijk was, wat de site precies bedoelde en of er grenzen waren. Zoals gezegd....de gevolgen waren dramatisch.

Kinderen op de min11 scholen gingen massaal elkaar, zonder reden, digitaal pesten. Er ontstond in korte tijd in de hele stad een groot verdriet, maar het werd nog erger, toen veel ouders ook ruzie met elkaar en de leraren of leraressen kregen. Niemand wist een goede oplossing. Het werd minder toen alle scholen genoodzaakt werden om tijdelijk te sluiten. Jongeren op de hogere scholen waren ook begonnen met massaal pestgedrag. Natuurlijk was de schade door de afschuwelijke video's en vlog-berichten daar nog groter en ook daar werden uiteindelijk de scholen gesloten om erger te voorkomen. Natuurlijk werd de site verantwoordelijk gesteld, maar dat hielp niet. Pas toen de economie schade opliep doordat de levering van voedsel aan huis en de vuilverwerking stopte, greep het stadsbestuur in. De site werd verbannen, samen met de regel dat alle video-pols-logs niet meer welkom waren op school en onder stagetijden. Dit gaf weer rust.

"Hm, netjes hier....ik hoef hier ook nooit te komen, Tara", zei Tim.

"Dat snap ik, Timmie. Kom... de Robot herstel- en instructieschool ligt West 13 na 11. We zijn vlak bij".

Even later stonden onze vrienden voor een groot wit bord. "RHIS", lazen ze en keken een beetje verbaast naar een over de gehele lengte open gesneden robot. Tim hield zijn hoofd en beetje schuin en constateerde droogjes dat er wel erg veel draden, slangen, veren en andere machientjes binnenin die robot zaten. Ze liepen de hoofdingang naar binnen en niemand stelde hen vragen of kwam tegemoet. Tara zocht een balie of een advies-robot, maar kon niets vinden. Ze twijfelde of ze gewoon verder naar binnen moesten lopen en dan maar kijken of ze iets zouden tegenkomen of wachten. Het werd geen van beiden.

 "Aah, daar zien jullie", riep een jonge vrouw vanuit de lange gang recht voor hen. Tim keek Tara aan en trok zijn schouders op. De vrouw gebaarde naar hen.

"Nou, Timmie....we zien wel wat er gebeurd. Het is maar een school dus...."

"Alles goed", zei Tim. "Als we maar niet worden gehalveerd".

Tim en Tara liepen op de vrouw af, maar voordat ze ook maar iets konden zeggen, werden ze via een ronde sluisdeur een lokaal binnengeloodst. En daar stonden ze dan. Een complete klas staarden het tweetal aan en Tim en Tara staarden de scholieren aan. 

De juffrouw nam het woord. Ze vertelde over de bekende basiswetten voor de robots en stelde voor om vragen op dat punt aan het tweetal te stellen. Tara en Tim zeiden niets. Ze durfden eigenlijk niet zomaar weg te gaan. Bovendien zou dat een teleurstelling zijn voor de scholieren. Tim bood zich aan. "Vraag maar, hoor. Even was het stil en een paar scholieren giechelden met elkaar. Plotseling stak een jongen achter in de klas zijn hand op. "Zeg het maar Julius".

"Nou, eh...robot....zijn jullie gelukkig met de bekende basiswetten of zouden jullie eigenlijk wat anders willen?", vroeg de jongen met een beetje onvaste stem. Tim moest nadenken, want hierover had hij nog nooit nagedacht.

"De wetten maken mij niets uit. Het is gewoon zo", antwoordde Tim. In de klas ontstond op verschillende plekken meer gegiechel.

"Maar eh", vervolgde de jongen. "Dus ik kan jou gewoon bevelen om het raam uit te springen en dan doe je dat gewoon?". Hij lachte erbij. Tim moest weer lang nadenken. "Wat een rotvragen", dacht hij.

"Eh.....ja en nee."

"Wat moet ik nu met zo'n antwoord...ja en nee. Maak een keuze", riep hij wat harder naar Tim en maakte ook het "nou-kom-op"-gebaar. Tim was stil. Tara begreep het antwoord van Tim en gaf dat ook aan de klas aan.

"Hij bedoelt Ja, je kunt dat bevelen en nee, dat doet hij niet", zei Tara zo rustig en helder mogelijk.

"Kan hij niet voor zichzelf antwoorden", riep een meisje in het midden van de klas. Ze ging verder. "Hij kan het vast niet, want zo'n domme robot heb ik zelden gezien". Ze lachte en de klas lachte mee. Tara werd een beetje boos en probeerde het recht te zetten.

"Hij is niet dom hoor, maar jullie moeten gewoon hem de tijd geven om zijn antwoord uit te leggen".

"Zo mevrouw wijskattenneus doet ook mee", riep iemand ergens in de klas. De juf greep in. "Jongens en meisjes...laten we ons voordeel doen met deze twee robots. De les gaat over basiswetten weten jullie nog". Het klonk een beetje streng. De klas werd stil.

"Oke, dezelfde vraag voor kattenneus dan. Zou jij uit het raam springen als ik het zou vragen?", vroeg de eerste jongen weer. Tara antwoordde direct.

"Misschien", was het korte antwoord van Tara.

"Verklaar je nader". Tara was er weer snel bij.

"Nou, het ligt ten eerste aan de omgeving. Is het raam te doordringen, zonder dat ik mij daarbij beschadig? Ten tweede zou ik moeten weten of de omgeving geschikt voor mij is na de sprong. Hierbij is snelheid en afstand van belang. Maar....ten eerste zou ik vragen of de vragensteller goed bij zijn of haar hoofd is en ten tweede dan nog ernstig te overdenken dat een Stadsbeeldrobot, volgens artikel 46a bis uit het twee addict van het handboek der robots een eigen vrij leven leidt. Heeft u hier genoeg aan?"

De klas was doodstil. De juf kuchte om de aandacht naar haar te krijgen.

"Eh....heeft iemand een andere vraag?" Het duurde wat langer, maar toen kreeg een meisje met vlechten een ingeving.

"Wie zou je eerder redden als een ongeluk onvermijdbaar is? Jezelf, die andere robot (ze wees naar Tim) of een stokoude man?" Tara begreep dat de vraag voor haar was bedoeld. "Wat een rotvraag", dacht ze meteen. Natuurlijk was Tara's brein opgeleid met de basiswetten. Die waren bedoeld om mensen altijd voor te laten in dergelijke gevallen. Ze probeerde de schade te beperken.

"Ik zou de oude man redden". De klas knikte met instemming, maar helaas was Tara hier nog niet vanaf. De vraag waar ze bang voor was, werd gesteld.

"En tussen jou of die andere robot dan?"

Tara zat vast....ze mocht niet liegen en wilde Tim ook geen pijn doen. Wederom een antwoord met de minste schade.

"Ik zou mezelf redden". De klas knikte met luidere instemming, maar helaas.....

"Waarom jij en niet die andere?" Tara keek een beetje droevig naar Tim en toen naar de klas.

"Omdat ik meer waarde heb". Wel tien seconden bleef het stil, maar toen....

"Zie je wel.....die andere is gewoon een domme robot", werd er door de klas geschreeuwd en veel kinderen wezen direct naar Tim. Tara voelde zich ongelukkig en besloot tot een ingreep. Hier zou deze klas niet zomaar mee weg komen.

"Hij is niet dom. Stel hem maar een moeilijke vraag?" Tara pakte de rechterhand van Tim vast.

"Oke", zei een lange jongen bij het raam en liep naar het holo-bord vooraan in de klas.

Hij maakte wat gebaren met zijn handen en toen stond er iets op het bord.

1/2 3/4 H/V

H/V 1/2 3/4

H/V ?

Tara en Tim keken naar het bord en het hoofd van Tim zakte merkbaar naar beneden. Ze klas was muisstil. Wat betekende het vraagteken? Wat moest daar nou staan? Plotseling veerde het hoofd van Tim op en hij antwoordde. De klas was stomverbaasd want zij hadden werkelijk geen idee wat het antwoord was, totdat Tim het zei. Tim was zelf ook verbaasd en keek met een grote glimlach naar Tara. "Papier....hoedje van papier. Wie had daar nou aan gedacht", dacht Tim en hij maakte zichzelf nog iets groter. 

Eenmaal buiten was het Tara die als eerste flink begon te lachen. "Wat", zei Tim en lachte mee. "Hoe kan dat nou Tara....ineens wist ik het". "Kijk Timmie, ik heb in je hand ingeplugd en het antwoord doorgegeven". "Ah, natuurlijk, nou snap ik het....grappig". "Ben ik trouwens echt weinig waard? ", voegde Tim eraan toe. "Nee, Timmie.....ik zou bij elke andere robot eerst jou redden".

"Echt waar?"

"Ja, Timmie, echt waar". Tim was blij en huppelde zelfs een beetje over het plein voor de school. Plotseling klonk er geroep achter hen. Toen ze omdraaiden zagen de lange jongen naderen. Hij pufte een beetje van het rennen.

"Sorry voor het raadsel, want ik had nooit gedacht dat je de oplossing zou weten. Het was gemeen.", zei hij tegen Tim.

"Geeft niet. Het is goed zo, dank je".

"Maar....eh...Ik begrijp de klas eigenlijk wel, eerlijk gezegd, want een robot net als jij zie je in de stille tuin en die is wel een beetje dom". Tim zei niets en liet het even bezinken.

"De stille tuin?, zei Tara" "Die op niveau 16?"

"Ja daar, precies één zoals jij". Toen rende hij terug.

"De stille tuin", ze Tim na een tijdje.

"Wie had dat gedacht".


De Stille Tuin


"Bliksem en schroefdraad nog aan toe", vloekte Tim. "Wat is er, Timmie?", antwoordde zijn beste vriendin vanuit de ligbank bij het grote raam, terwijl ze lichtjes omdraaide. Tara lag uitgestrekt op de bank. Net als een echte poes. Haar hoofd lag gebogen naast haar lichaam en haar grijp en sta-tentakels waren zo ver mogelijk uitgerekt. De zon scheen recht op het raam zodat zelfs een beetje stoom uit haar kieren naar buiten kwam. Het was ook wel warm deze week. De mensen hadden wel warm weer besteld, maar zo warm.....dat ging hun weer te ver. Het was voor iedereen wachten op de weer-machines. Soms duurde dat even, omdat er ijs of wolken moesten worden besteld. Wolken lukte vrij snel, die kwamen van het platteland, maar ijs...dat kwam van veel verder. Tara bedacht dat het wel slim zou zijn om een ijsmachine in de metropool te plaatsen. Als zij burgemeester zou zijn, dan zou ze dat beslissen. Ze overdacht ook dat je wolken ook ergens in de stad moesten opslaan. "We kunnen zoveel....maar een wolk opslaan, gaat te ver", mompelde ze. Tara was Tim alweer vergeten, totdat de tweede vloek in haar oren terecht kwam. "Alle scharnieren en moeren nog aan toe". Dit keer kreeg Tim wel de volle aandacht. 

"Wat is er nou Timmie?", vroeg ze oprecht en ze boog haar hoofd in de richting van Tim. Ze zag dat Tim iets met zijn hand zat te frutselen. "Ik moet naar de herstel. Mijn vinger-span ligt eruit en ik kan er niet bij", klonk het geïrriteerd. Tim keek een beetje bedroefd richting Tara. Tara stond op. Ze had Tim al meerdere keren geholpen met kleine defecten. Zowel bij het klussen als aan Tim zelf. Ze had kleinere vingers en nagels die voor alles en nog wat konden dienen. Als schroevendraaier, als mes, maar ook ook als flesopener. Vorige week kon ze Tim helpen met een klein poesje wat in de knoop zat met een net en gisteren nog met een dopje van een dekseltje die scheef gedraaid zat op het tuitje van een kimenserflesje. Tim kon dat niet met zijn grote knuisten en gelukkig hielp Tara daarmee. Tara had trouwens besloten om een half jaar bij Tim te blijven. Om te leren helpen en om de stad nog beter te kunnen ontdekken. Bovendien.....hadden ze een opdracht te vervullen. De zoektocht naar de broers van Tim.

Nadat Tara Tim had gemaakt (er zat één draadje los) genoten ze eerst van een kopje bessen-Tholie. Tim verbrak de korte stilte. "Tara, ben jij wel eens op de 16e bij de stille tuin geweest?", vroeg Tim. Tara reageerde snel. "Jawel, maar ik heb daar nog nooit een robot gezien, die op jou leek. Ik heb trouwens nog nooit een robot daar gezien", voegde ze eraan toe. Ze keek naar Tim en besloot snel iets toe te voegen. "Maar eh....dat was lang geleden hoor", loog ze. "Kom Timmie, we gaan gewoon op bezoek". "Ja...Tara, doen we. We gaan gewoon op bezoek ook al komt daar nooit een robot. Niemand die ons tegenhoud, toch?". Hij klopte op zijn borst. "Zo is het Timmie...niemand die ons tegenhoud".

Het bezoek aan de stille tuin was een drama....De bewakers van de tuin waren onverbiddelijk. "Geen toegang aan robots, ook niet een Stadsbeeldrobot". Ze waren streng en niet voor rede vatbaar. Tara probeerde nog en strooide met wat wetsartikelen, maar het hielp niets. Natuurlijk waren onze vrienden teleurgesteld en dat duurde een paar uren. Tim zei die uren niet veel en Tara lag piekerend op de ligbank.

"Ik hou er maar mee op, Tara".

"Mooi niet. Ik verzin wel iets. Geduld, Timmie".

Het duurde nog een paar uurtjes en het werd al donker. Tara had nog niets kunnen bedenken en keek onrustig naar de ondergaande zon. Plotseling schoot ze omhoog. "Natuurlijk", schreeuwde ze uit. Tim schrok ervan en vroeg wat er gaande was. Tara was inmiddels al volop in beweging. Ze rende de kamer een paar keer door en stopte toen vlak voor Tim.

"Timmie", zei ze. "We gaan vannacht".

De trap naar de 16e was even lang als saai. Wel duizenden treden en elke trede leek op de vorige. Soms een klodder olie en soms een losgeraakt schroefje op een trede, meer niet. Niet zo verwonderlijk, want de trap werd alleen gebruikt door robots. Voor mensen was het gewoon te vermoeiend. Elk jaar was er wel een traploopwedstrijd voor mensen, maar dat was voor de "sporties". Super sportieve en fitte mensen, één van de vele levenswegen die men kon volgen, en men noemde ze de sporties. Er waren nogal wat soorten mensen te onderscheiden en Tara noemde ze op, terwijl ze stap voor stap naar boven ging. "Witjasjes", mompelde ze. "Roepers, Zoemzoemers, drukkers, slagroomkijkers, nietsnieters, blaasbalgen, burgemeesters, wakermatten, weertoetsers, kruimelaars, lijnspanners, mooiblijvers, troubadours".

"Ik ken er ook nog wel een paar Tara, maar die zijn niet zo netjes", zei Tim, die op enkele stappen Tara volgde. "Zeg maar", giechelde Tara. "Ik ben benieuw".

"Kruikzeikers, gluurkwijlers, dikdoeners, robot-look-a-likes, de strakgetrokkenen, kleur-idioten, mompelaars. Nog meer Tara?" 

"Nee, ik ben". "wegpiraten, vormlozen en snuffelaars". Tim moest lachen. En zo ging het uren door, totdat uiteindelijk het bordje 16 op een deur verscheen. Het duurde heel even en toen stonden ze voor de stille tuin. Het was er stil. Natuurlijk, was het stil. Het was midden in de nacht.

De poort van de tuin was hoog en gemaakt van fraai donker ebbenhout. In het hout waren diverse afbeeldingen van dieren gekerfd, te samen met afbeeldingen van spelende kinderen. Een mooi uitnodiging, maar zoals Tara wel wist...heel misleidend. Er waren wel speeltoestellen, maar de dieren, die kon je niet knuffelen. "Vroeger deden ze dat ook niet", dacht Tara. Tim keek op een andere manier naar de poort. "Hoe komen we daar binnen, Tara?", vroeg hij zachtjes. Zijn stem klonk onrustig. "Geen probleem, Timmie. Je bent toch een klusrobot....die kunnen toch wel een beetje omhoog klimmen?" Tim knikte. "En jij dan Tara, kan jij wel klimmen?" Tara zei niets en knipoogde naar Tim. Plotseling was Tara weg. Tim keek rondom zich heen en zag ze niet. "Hey", klonk het van boven op de poort. "Kom je nog?".

Tara kon niet alleen klimmen, maar natuurlijk ook als de beste kat van de wereld springen. Tim keek toch een beetje verbaasd en besloot toen maar om omhoog te klimmen. Het duurde iets langer dan ze hadden verwacht, maar na een minuutje stonden ze in de stille tuin. Overal waren grote hokken zonder deuren of hekwerk en verder was er weinig te zien. "Misschien zijn de dieren binnen", zei Tim. Zijn stem was nu heel zacht, want ze waren op verboden gebied. Tara scande de omgeving naar camera's, maar vond tot haar stomme verbazing niets. "Kom", gebaarde ze. "Ik weet waar de dieren zijn", voegde ze daar aan toe. Tim liep achter Tara aan. Hij wist de weg niet, want hij was hier nog nooit geweest en bovendien had hij het niet op dieren. Duiven poepte alles onder en muizen maakten gaten waar geen gaten mochten worden gemaakt. Tara naderde een rode deur. "Hier moeten we zijn, Timmie". Tim keek naar de deur en zag meteen dat de deur was beveiligd. "Dat is een code-slot Tara.....wat nu?" "Let op", zei Tara. Ze stond even stil voor het slot en ging met haar hand op en neer. Daarna toetste ze een code in en de deur ging open. "Hoe doe je dat nou weer, Tara". Tara legde het kort uit. Ze scande de hoeveelheid menselijk vingervet op de toetsen en diegene met de meeste toetsen...behoort bij de code. Het eerste nummer heeft het meeste vet en daarna is het makkelijk. Tim pufte en keek zijn metgezel een beetje vreemd aan. Hij vroeg zich af wat Tara allemaal nog meer kon, maar tijd om hierover na te denken had hij niet. Tara liep verder en ging uiteindelijk een kamer binnen. De kamer was rood van binnen. Ze gebood Tim om rustig te gaan zitten.

En wat er daarna gebeurde.....verraste Tim helemaal.


Het geheim.


(wordt vervolgd, under construction.)

E-mailen
Map
Info