Ideemachine.nl
                                                                                                 

TIM en TARA, deel 2


HET PERRON


Tim slofte achter Tara aan. Het probleem van de drukte was opgelost, want hoe dichter bij het Perron, des te minder robots er te zien waren. Tim vroeg zich hardop af of ze hier wel iets zouden vinden, maar Tara was vol vertrouwen. "Als je broertjes hier niet zijn, dan is dat ook een resultaat". Tim knikte. Het klopte wel. De Metropool was zo groot dat niet te overzien was, waar zijn broertjes precies zouden zijn. "Als...als ze wel bestonden, want dat wist hij ook niet zeker", was de gedachte die steeds maar voorbij kwam.

Tara maakte het niet zoveel uit. Het zou leuk zijn voor Tim, maar ze vond de ontdekkingstocht door de Metropool gewoon leuk. Zo'n kans, een tocht door alle krochten van de immense stad zou ze niet snel meer krijgen. En daarom huppelde Tara vrolijk richting Perron nul, via de bordjes. Zowel Tim als Tara hechtte geen belang aan de kleur van de pijlen. Diep rood....en....daar zouden ze spijt van krijgen, want die kleur was er niet voor niets.

Perron nul lag enkele honderden meters verderop. Overal knipperde er rode en oranje verlichting en een mist van stof belemmerde ook nog eens het volledige uitzicht. De herrie rondom was massaal. IJzer op ijzer, machines worstelden met kettingen en sleepnetten en een constant donker gezoem overheerste op de achtergrond. Tara hield even stil en bekeek de nare omgeving. Overal waren bergen van schroot, vuil en grond en de ene berg nog hoger dan de andere. In het midden tussen al die bergen stonden diverse torens. Torens van lange buizen, met grijparmen rondom en ergens bovenop een kleine verlichte cabine. "Daar zit de mens", riep Tara naar Tim en wees schuin naar boven. Tim reageerde niet. Hij wist dat ze daar nooit mochten komen en dus stelde hij direct voor om maar om te keren. Tara luisterde niet en was al weer op weg naar de toren. Tim volgde maar weer, want hij wilde haar niet alleen laten gaan. Bovendien....het ging om zijn broertjes en dus voelde hij zich verantwoordelijk voor haar veiligheid. "Als het te gevaarlijk zou worden, dan grijp ik haar gewoon of sleep ze weg", had hij zich voorgenomen. Alleen... Tara liet zich natuurlijk niet zomaar grijpen.

Enthousiast vanwege de vreemde omgeving wilde Tara gewoon meer zien. In gedachten beklom ze al de toren om de mens in de cabine volledig te verrassen. En had dus niet in de gaten dat een enorm gevaarte stampend hun richting opkwam. Maar dat was niet het ergste. Tim moest ingrijpen en snel ook. Tim zag het gevaar. Een berg met schroot werd verhoogd met nog meer schroot, maar met gevolg dat er een gedeelte van dat nieuwe schroot helemaal naar beneden schoof. Het zou zeker Tara hebben bereikt als Tim niets had ondernomen.

Even later stond Tim met Tara in zijn armen en keek haar boos aan.

"Ja, ja, ik weet het Tim".

"Je weet het..., maar doet dom. Ik had meer verwacht van jou".

"Nou Timmie, niet overdrijven. Ik had vast wel op tijd weggesprongen". Het was even stil.

"Denk ik"......

"Laat me nou maar los".

Tim liet Tara los. Ze stapte achteruit en hoorde een wild gestamp vlak achter haar. Het gestamp stopte en toen Tara naar boven keek, zag ze een paar kolossale robot-poten. 

Tara draaide zich om en verschool zich een beetje achter Tim. Boven de poten werd een deur geopend en een mens boog voorover om eens goed het tweetal te bekijken.

"Identificeer Robots en snel".

Tara voelde zich beschaamd en sprak daarom als eerste.

"Tara, stadsbeeldrobot". Ze hoopte dat dit voldoende was. Niets was minder waar.

"Nou, jij..." De man wees richting Tim.

"Tim, klusrobot". Tim dook een beetje ineen. Hij had het meeste te verliezen. Een Stadsbeeldrobot was een stadsbeeldrobot en dus vrij van doen en laten. Maar een klusrobot.....hij zag zichzelf al staan tussen al dit schroot, elke dag.....zolang hij nog nuttig was.

"Luister Tara....Jij bent verantwoordelijk. Jij bent vrij en ik neem aan dat jij...jij Tim hebt meegenomen. Ik draag je op om als de sodemieter hier weg te gaan. Ik snap trouwens helemaal niet waarom je in hemelsnaam hier bent! Dus..., opdonderden en snel ook."

"Dank u mens, maar één vraagje. Ik ben hier niet voor niets. (Ze ging door en gaf de mens geen kans om te antwoorden). Weet u of er meerdere robots zoals Tim hier zijn?"

De mens was verbaast van zoveel brutaliteit, maar wist ook dat straffen van een stadsbeeldrobot niet kon. Hij zuchtte.

"Nee, die zijn hier niet. En als ze er zijn, dan liggen ze daar verderop. Je mag heel even kijken, maar dan wegwezen, Oke?"

Tara knikte en gaf een kleine buiging. Het gevaarte draaide om en vertrok met grote stappen. Tim keek naar de plek waar de mens naar toe had gewezen. Het betrof een kleine berg en verder was er geen beweging te zien. "Misschien lopen mijn broertjes wel achter die berg", dacht hij, terwijl hij de eerste stappen in die richting nam. Tara volgde.

De teleurstelling was groot voor Tim. Hij stond voor de stille berg. Geen beweging, geen robots...nou ja, geen robots die aan waren geklikt. Deze waren allemaal kapot. Tim wist niet eens dat kapotte robots hier terecht kwamen....

En druppelde een beetje olie uit zijn licht-sensor.

"Kom", zei Tara en klemde haar hand om zijn stoere vinger.

"Kom", zei ze nogmaals. "We gaan. Hier zijn ze niet, maar deze week komt er vast nog een kans. We zoeken gewoon verder, Oke, Timmie?"

"Is goed Tara. Laten we hier maar snel weg gaan".

Hij trok Tara mee en zou haar niet meer loslaten voordat ze thuis waren.


Een ongemakkelijk gesprek.




Die week kwam er geen nieuwe kans. Tim had de ene klus na de andere gekregen, omdat enkele grote roest-buien de stads-schilden op verschillende plaatsen hadden gekraakt. Op zich waren roest-buien niet zo'n probleem. Meestal kon men de buien al kilometers vóór hun aankomst laten omkeren. Alleen deze keren was dat niet gelukt, want de roest-buien waren via verschillende kanten bij de stad aangekomen en bovendien zeer hardnekkig van aard. Zo vonden die week flinke ladingen roest hun weg naar de open structuren van de binnenstad. En overal waren nu de rode roestdeeltjes terug te vinden. Op bruggen, liften, rijbanen, verkoopluifels, parasols en zelfs in de hangende riool-gaten nabij de vliegwegen. Het luchtverwerkingssysteem draaide wel op volle toeren en alle klus-robotten ook, maar dat was niet genoeg. Tim constateerde een lichte paniek bij de mensen. Ze waren druk, kortaf in hun bevelen en leken niet bijster gelukkig met de alom aanwezige rode roest. Tim zelf had er geen last van al moest hij wel zijn pantser elke avond afborstelen om geen robot-eczeem te krijgen. Roest was een probleem en niet alleen voor de Metropool. Ook andere massa-steden hadden hiermee te maken. "Wij hebben gewoon pech", dacht Tim. En dat klopte. De ligging van Metropool was midden tussen vijf andere steden en die veegden keer op keer hun eigen straatje schoon. Het veroorzaakte enorme stofwolken van roestdeeltjes. "Nou ja, als wij het maar wel goed opruimen....alles helpt", zei Tim in zichzelf, terwijl hij de mobiele zuiger aanzette om het bijgeharkte roest op te zuigen. Al met al duurde het een hele week om alle verdiepingen roest-vrij te krijgen. Vandaar dus....geen nieuwe kans.

Tim stond rustig een olienade te drinken met een aluminium rietje en keek voldaan naar buiten. Zijn verdiepingen waren brandschoon en er was geen spatje roest meer te bekennen. Alle stralen van de zon en de spiegel-halo's reflecteerden in de ramen van de torens. Het zink en aluminium blonk als nieuw en zelfs de oude matte plastic platen hadden hun schoonheid van vroeger weer terug. "Een roest-storm heeft dus ook zijn voordelen", dacht Tim. Plotseling werd zijn blik gevangen door de aankomst van een bekende. Hij glimlachte. Daar was Tara.

Ook Tara genoot van haar olienade en bekeek Tim aandachtig. Hij maakte geen vermoeide indruk, maar Tara was niet zeker. Het was een flinke klus geweest voor alle klus-robots en dat zorgde altijd voor bepaalde schade. Roestvorming was meestal niet aan de orde omdat iedere robot zich goed wist te beschermen, maar andere kwaaltjes bleven soms onopgemerkt. Tara liep eens rondom Tim en bekeek verschillende belangrijke naden en kieren. Gelukkig vond ze niets en Tim was sterk. Sterk genoeg dus voor elke klus.

"Je ziet er goed uit, Timmie".

"Dank je Tara. Ik heb er ook moeite voor gedaan. Veel moeite zelfs, want het was me het klusje wel deze week".

"Wat vindt jij nou hiervan?"

"Hoe bedoel je?, Tara".

Tara ging even hangen op een lage kast en gaf een uitleg.

"Nou, Timmie.....de mens maakt er alweer een rotzooi van. En jullie klusrobots zijn de klos. Heb jij een mens zien helpen dan?"

Tim moest bekennen dat hij geen mens had gezien die ook maar een beetje had geholpen. Het zette hem even aan het denken.

"Had ik het niet moeten doen dan? Wij kunnen de mens toch niets weigeren?"

"Hm, klopt, Timmie, maar als jullie dat nou eens wel hadden gedaan. Dan had de mens misschien er iets van geleerd!"

"Maar Tara.....Dat betekent een aanval op ons programma. Dat gaat toch niet! Je verwart mij met deze vragen."

Tara gaf niet op. Ze was immers een stadsbeeldrobot en die mochten alles. Ook lastige vragen stellen. Ze ging verder.

"Waar ligt dan jou grens?, Timmie."

Tim fronste zijn lichtsensor-beschermers. Hij twijfelde of Tara wel goed op de hoogte was van de stop-programma's. "Zou Tara helemaal geen stop-programma hebben gehad?". Hij schrok van deze mogelijkheid, want als dat zo zou zijn, dan was Tara een gevaar!

"Tara", zei hij voorzichtig. "Tara, jij bent toch wel geprogrammeerd met de mens-robot-instructies?"

Tara lachte. "Tuurlijk, Timmie, anders zou ik hier niet meer mogen zijn".

"Ik weet van de bij jou aangebrachte grenzen, maar stel...stel je zou zo lang moeten werken dat je helemaal met de roest verstopt zou raken. Dan zou je je zelf hebben kapot gewerkt op bevel van de mens. Exit, vuilnisberg op Perron nul".

Tim was een tijdje stil.

"Ja, dat kan, Tara. Maar eh, het maakt mij eigenlijk niet uit. De mens beslist en daar moeten wij, Robots, het mee doen. misschien ligt dat in jou geval anders, maar jij kan toch ook niet zomaar een bevel van een mens weigeren? Of heb ik het mis, Tara?"

Nu was Tara even stil. Ze had al vaak met deze materie geworsteld en inderdaad. Er was geen ontkomen aan. De mensen staan boven de robots. Toch was ze nooit helemaal overtuigd en dat wilde ze toch eens delen met Tim.

"Maar Tim. Eh, maar dit kan toch zo niet blijven? Als je ziet hoe de mens zich heeft gedragen de afgelopen eeuwen, dan....dan moet je toch wel bedenkingen krijgen, vind je ook niet?" "Wat vind jij dan van de mens?

"Niks, ik denk er niet over na, Tara".

"Nou, probeer dat eens een keertje dan...."

Tara was standvastig en bleef Tim strak aankijken. Hij voelde zich ongemakkelijk. Of dat kwam door de sensoren van Tara of doordat hij moest nadenken over de mens, dat wist hij niet goed. Hij draaide zich om en liep weg.

"Wil jij ook nog een olienade. Tara?"

"Ja, is goed Timmie. We hebben het er nog wel eens over, oké?"

Tim zuchtte zachtjes. Een kleine glimlach verscheen weer op zijn gezicht. "Oke, Tara...een ander keertje. Het kost mij moeite weet je. Ik moet voorbij mijn stop-programma's denken en ik weet niet zeker of dat wel mag?"

"Ik snap het Timmie. Neem me niet kwalijk. Als het kan, dan verneem ik het wel van je. Laten we dat afspreken. Morgen vroeg kom ik weer langs en dan kijken we wel of je een klus hebt. Zo niet....dan weet je wat we gaan doen. Denk maar na over waar we naar toe kunnen gaan om te zoeken".

Tim knikte en slurpte de olienade naar binnen.

"Aaah, lekker".


De Blikkenboeg



"Tweede gang rechts en dan de blauwe lift naar de 3e verdieping".

Tara luisterde de stem aan. Het kwam uit een advies-robot en wel eentje die speciaal voor dit gebouw was bestemd. Niet dat Tara zelf de weg niet had kunnen vinden, maar ze was nieuwsgierig. Ze vroeg nog een keer de weg en de robot antwoordde exact hetzelfde. Na vijf keer vragen vond Tim het genoeg. "Kom op Tara. Dadelijk moet deze robot zelf naar de blikkenboeg". Tara keek Tim een beetje bedroeft aan. Ze wilde testen of ze een robot wel kon pesten. "Het zou vast niet, maar je wist maar nooit".

In de morgen was Tara zoals belooft vroeg bij Tim aangekomen. Tim was al gereed en gelukkig had hij een vrije dag. (wat wel fijn was na zo een zware week) Hij had die avond nog eens nagedacht en kwam tot de conclusie dat de blikkenboeg een goede plaats was om naar zijn broertjes te zoeken. De blikkenboeg was een bijzondere plaats. Er waren wel enkele mensen, maar voor het merendeel werden alle werkzaamheden daar volledig door robots uitgevoerd. Robots die robots hielpen en robots die robots herstelden. Een ziekenhuis voor robots. Ooit moesten robots altijd terug naar de mens om ze te herstellen, maar inmiddels deden robots dit ook al zelf. Dat was beter ook, want robots begrepen robots sneller en beter. Een kwestie van inpluggen bij de hoofdblikverzorger, of de Robot-arts.

Maar dat was bij Tim en Tara niet nodig. Nee, ze kwamen zoeken. Tim had bedacht dat als zijn broertjes iets mankeerden ze vast wel naar de blikkenboeg waren gestuurd om ze te maken. En als dat zo was, dan was dat hier bekend. Ze zochten dus naar een robot die "iets" kon vertellen over blikschade-gevallen op13 april 2478. Zodoende kwamen Tim en Tara bij de afdeling blikherstel aan. "Om mee te beginnen", dacht Tim.

Tim plugde in bij een hoofdblikverzorger. Deze keek na drie seconden verbaasd naar Tim.

"Zichtbare schade; nul, interne blikvisie; nul, geen herstel noodzakelijk, dikte en flex; voldoende. Wat kan ik voor u doen?".

"Niets, dank u, maar ik heb wel een vraag".

"Daarvoor verwijs ik u naar de adviesrobot. Blauwe lift naar beneden, nul en dan tweede gang links". "Volgende graag". De hoofdblikverzorger plugde zelf uit.

"Das mooi. Wat nu Tara?"

"Kom we gaan naar beneden en vragen het aan die adviesrobot. Hadden we eigenlijk meteen al moeten doen".

Plotseling werd er een gangdeur geopend. Een blauwe lamp flitste en vloog door de gang in de richting van Tim en Tara. Een brancard met een robot erop vloog vlak daarna voorbij en het was maar goed dat ze zich tegen de muur drukten. De spoed was hoog, want een grijze rookwolk kwam uit de borst van de robot en een brandlucht bleef hangen. In de vaart kon Tara nog zien dat het om een orde-robot ging. "Arme drommel", dacht Tara. De vliegende brancard verdween achter een rode deur met de opdruk: Electriciteit-schade.

Tim was even sprakeloos en keek Tara aan. "Nee, Timmie. Dat was geen klusrobot."

"Oke", was zijn korte antwoord.

"Laten we snel naar beneden gaan, Tara. Ik krijg hier een beetje kriebels in mijn veringen".

Beneden aangekomen stond de advies-robot nog steeds op dezelfde plaats. Dit keer ging Tim naar de robot.

"Kunt u nagaan of op 13 april 2478 er robots zoals mijn type hier zijn geweest?"

"Ik heb geen klusrobot op die datum in mijn systeem".

"Ik bedoel niet bij u persoonlijk, maar gewoon in de blikkenboeg.

"Bij welke afdeling zou het moeten zijn?"

Tim wist zich geen raad. Hij was nog nooit in de blikkenboeg geweest en wist niet eens welke afdelingen er waren. De advies-robot trachtte te helpen.

"Evenwichts-probleem? Olie-probleem? Blikschade?"

"Nee, dat weet ik niet, precies." De robot ging verder. "Kabel-probleem? Veringen? Transmissie-probleem?

"Nee, nogmaals...ik heb geen idee. Ze werkten niet"

"Oh.....maar wanneer werkte ze niet? Tijdens werkzaamheden of spontaan. Bij spontane niet duidelijke klachten wordt men eerst naar de monitoren gebracht, zodat ze kunnen scannen. Derde gang rechts, gele lift naar de 11e verdieping".

Tim zuchtte. "Nee, dat is het ook niet. Ze werkten niet bij hun geboorte!" Tim sprak krachtig en hoopte dat de robot het zou begrijpen.

"Aha....een brein-probleem. Maar dan moet u niet hier zijn. Brein-problemen worden altijd opgelost door de mens. Ik wens u een goedemorgen".

Tim bleef verbaast staan en haalde zijn schouders op met enig gekraak. Tara kwam naderbij.

"Timmie....dit wordt niets hier. We gaan verder. Tim knikte. Hier lag inderdaad het antwoord niet. Hij moest naar de mens. Maar welke mens?

Tim overlegde met Tara en hoopte dat zij wist waar ze moesten zijn. Maar dat was niet het geval. Buiten de blikkenboeg bleven ze beiden even staan. Een beetje moedeloos waren ze wel, want nu wisten ze het even niet meer. Tara was ook bedroeft. Vooral vanwege Tim, maar ook een beetje omdat ze nu niets te doen had. Ze had geen zin om Tim te verlaten en weer ergens in de stad te gaan chillen. Zo nutteloos eigenlijk, toen ze er goed over nadacht. Ze zocht verder in haar brein naar ideeën en zoals dat altijd gaat met ideeën....plopte er iets op.

"Natuurlijk, riep Tara plotseling". "Tim, ik heb een idee".

Tim veerde op en keek Tara vol verwachting aan. "Nou, kom op...bij wie en waar dan?

"Het algemene Robot-registratie-bureau! Er is alleen één probleem....nou ja, wel wat meer."

"Hoezo?"

"Er mogen geen robots naar binnen....en.....het is op eiland drie." Tim pufte. "Eiland drie...blikferdorie".


Eiland drie deel 1


Tim staarde al tien minuten naar het station. Hij zag de rij robots niet eens meer. In gedachten was hij op zoek naar een oplossing. Eiland drie...het bleef maar in zijn hoofd en het ging niet meer weg. Ja, bij een aangevraagde droom, was het even niet aanwezig. Maar dat was niet genoeg om het te vergeten. Hij had alle opties al doorgenomen samen met Tara. Zonder resultaat. Het was eigenlijk wel te verwachten. De mens had uiteraard een paar plaatsen waar robots niets te zoeken hadden. En één daarvan was nou net de centrale stads-administratie. Er waren nog wel andere plaatsen, maar die waren helemaal onbereikbaar. Die hingen ver boven de stad los van de bouwsels. Dat waren echte eilanden.

Eiland drie was één van de eilanden die dus gewoon bereikbaar waren. Een kolossale supersnelle lift bracht iedere mens naar boven, als deze dat wenste. Robots uitgezonderd, want "het ging hun niets aan". Zo vonden de mensen dat. En dat was nou het punt waar Tim en Tara niet voorbij konden komen. Hoe dit nou op te lossen? Verstoppen werd besproken?....nee, te moeilijk. Inbreken misschien?....nee, te gevaarlijk. Vermommen dan maar?....nee, lukte nooit met die zware poten van Tim. Elk geboren idee liep uit op een mislukking nog voordat het kon worden geprobeerd. Tim werd er droevig van.

Tara kwam binnen. Tim had haar niet eens zien aankomen. Ze ging zitten en zei niets.

"Je hebt zeker niets gevonden?", zei Tim tegen Tara. Plotseling verscheen er een grote glimlach op het gezicht van Tara.

"Wat?" "Kom op....vertel. Je hebt iets....toch?"

"Ja, Timmie. Natuurlijk heb ik iets. Luister maar".

De lift ging supersnel naar boven en Tim en Tara genoten van het uitzicht. Al enkele minuten keken ze neer op de drukke vliegwegen ver onder hun, maar de meeste indruk maakte toch het goederenvervoersysteem. Afgezien van alle rijbanen voor robots, lagen er kriskras door de hele stad gekleurde lijnen. Rode lijnen voor voedsel en olie, gele voor alle huisraad, bruin voor de bouw en tot slot blauwe lijnen voor de pakketdienst. Tara wist dat drones ook pakketjes brachten en natuurlijk ophaalden, maar het merendeel moest toch via de blauwe lijnen. Winkel bestonden niet meer, behalve natuurlijk de energie-winkels waar iedereen, zowel mensen als robots en toebehoren, zich kon opladen. Energie was nog steeds een probleem. Mensen, maar ook robots gebruikten eigenlijk te veel energie en een oplossing voor het langer vasthouden van energie was er nog steeds niet. Ja, kwantum-energie....maar dat was geen optie sinds het ongeluk in Brittanica ergens in de vorige eeuwen. De wereldraad had toen besloten dat kwantum-energie nooit meer mocht worden gebruikt en daar hield elke stad zich aan. Natuurlijk was er wel zon, wind en water, maar de donkere en smerige roest-buien verpestte veel.

Tim was nerveus. Het plan van Tara was gewaagd. Het eerste stuk ging boven verwachting goed. De mens bij de lift ingang, vond het wel goed. Niet eerst natuurlijk, maar Tara was slim. Het ging zo.

"Goedemiddag beste robots. Mag ik vragen wat u hier komt doen?" zei de liftbediende zo vriendelijk mogelijk. Er waren meer mensen en uiteraard geen enkele robot, dus werd alleen Tim en Tara aangesproken. De rest kon zo doorlopen. Tara zag dat de lift nog niet vol was en probeerde deel één van haar plan.

"Goedemiddag beste mens. Wij willen met de lift mee naar boven", zei Tara en eveneens zo vriendelijk mogelijk.

"Dat gaat helaas niet. Er worden geen robots toegestaan op het eiland. En als u mij wilt verontschuldigen, ga ik nu de lift sluiten."

Tara was snel met haar antwoord. "Ik kan nergens in de reglementen vinden dat robots niet met de lift naar boven mogen reizen. Sterker nog...er wordt uitdrukkelijk in artikel 67, onder punt 1 genoemd dat de lift geen deel uitmaakt van het eiland. U ziet....ik ben een stadsbeeldrobot, dus ik hoop niet dat ik moet gaan klagen bij de stadsraad over uw weigering". Tara keek de man zonder te knipperen met haar licht-sensoren aan. De mens twijfelde, maar gelukkig werden Tim en Tara geholpen door de andere mensen. "Kom op, laat ze maar, dan kunnen we eindelijk naar boven", klonk het uit de lift.

"Vooruit dan maar. Maar eh.....direct naar beneden hoor".

"Tuurlijk", zei Tara en stapte snel de lift in. Tim volgde en kreeg al een paar oliedruppels op zijn voorhoofd. "Als dat maar goed zou gaan", dacht hij. Toch vertrouwde hij op de slimheid van Tara.

De lift naderde het eindstation. Er waren onderweg bij de zes tussenstations enkele mensen in en uitgestapt en sommigen keken vreemd op naar Tim en Tara, maar zeiden gelukkig niets. Het zicht op de hoogste verdieping veroorzaakte enkele kreten, "Aah" en "Ooh", maar vooral sprakeloosheid. Ook Tim en Tara waren onder de indruk. De lucht was hier glashelder en gaf in de verte het uitzicht op enkele andere steden. Tim wist niet eens dat er zoveel steden waren. De lift draaide langzaam rondom zodat een 360 graden uitzicht werd geboden, voordat de deur van de lift open ging. "In het zuiden lag Catalonië", zo vertelde Tara tegen Tim. "Met haar blauwe gebouwen", voegde ze er aan toe. Tim bekeek een tijdje naar die stad en verwonderde zich. De lift draaide verder en in Westelijke richting keek men al snel naar de enorme bol over de glimmende stad; Krash-city. Tara vroeg zich af of ze daar last hadden van roest-buien. "Vast niet... Eén en al blingbling", zo dacht ze. "En wij zitten met de meeste rommel", zei ze tegen Tim. Maar die luisterde niet, want in het Noorden verscheen "de kolos". Het betrof één gigantisch gebouw, zo groot en zo hoog dat je de bergen erachter niet meer kon zien. "Het gedrocht", zo noemde Tara het gebouw was onderdeel van een reeks soortgelijke steden, die vroeger een verbintenis hadden met de Noordzee. "Feitelijk was het hele Noorden volgebouwd en de zee was bijna verdrongen", wist Tara nog te vertellen. En toen was het tijd. Tijd voor deel twee van het plan. Tim pufte en was er klaar voor. Tara ook en de deur van de lift ging open. Alle mensen liepen snel naar buiten, giechelden nog een beetje en enkelen staarden nog even achterom naar het vreemde tweetal.

De manager-ingang stond stil en keek het geheel aan. "Wat in hemelsnaam moet dit nu weer betekenen?", voeg hij aan Tara. Tara boog een beetje voorover. "Ik zou graag het eiland willen bezoeken?" De manager moest lachen. Daar zat Tara...bovenop de schouders van Tim. Al snel was er beroering in de grote ontvangsthal en meerdere mensen kwamen naderbij om het vreemde gevaarte te aanschouwen. Tara was niet van plan om zomaar deel twee van het idee op te geven en zette brutaal door.

"Beste mevrouw manager. Mijn naam is Tara, Stadsbeeldrobot en ik wil een keer het eiland van een stadsbeeld voorzien. Ik ben dus voornemens om eens rustig hier rond te gaan wandelen".

"Robots", zei de mens ernstig. "Robots, zijn hier niet toegestaan. Ik verzoek u dringend om snel om te keren. Terug de lift in te gaan en direct door te dalen naar beneden".

"U vergist zich mevrouw. Uit artikel 45, wetboek van de Metropool-gebouwen, sub drie, regel zes blijkt dat Stadsbeeldrobots het eiland mogen bezoeken in de maand maart tot en met augustus."

De mens was er stil van......Ze had geen idee of het klopte, maar durfde niet tegen de stadsbeeldrobot in te gaan. Dat was zeer ongewenst. Gelukkig had ze een oplossing.....zo dacht ze.

"Hm, misschien, maar toch...de klusrobot onder u moet direct naar beneden".

"Wederom onjuist mevrouw. Uit de voetnoot van het artikel blijkt ook dat de stadbeeldrobot zich mag voorzien van een voertuig. De klusrobot hieronder.... is mijn gekozen voertuig. Met u welnemen, ga ik nu het eiland bezoeken". Tim zei niets en een aantal radartjes in zijn borst klikken even tegelijkertijd. Tim wachtte gespannen af. Het was zeker een minuut stil.

"Goed. Gaat u gang, maar u dient terug te zijn binnen één uur. Als u er niet bent, laat ik de ordedienst u opzoeken en verwijderen .

"Dank u, mevrouw. Ik zal mijn best doen".


Eiland drie, deel 2.


Het eiland leek meer op een doolhof. Genoeg borden, dat wel, maar Tara wist niet waar ze precies moest zijn. "Afdeling hogere persoonsregistratie", las ze op een rood bord. "Afdeling Meer-en-Minder" op het volgende bord. "Wat moet ik daar nou mee?", dacht ze, terwijl ze Tim een instructie gaf om dan maar rechts af te slaan richting "Elementen en Niet-elementen". Na een korte wandeling via een stadstuin (waar iedere mens op een holo-scherm zat te kijken en een glas muntthee dronk) kwamen onze vrienden aan bij het loket. Tara gebood Tim om naar de mens achter het loket te lopen.

"Goedemiddag mevrouw", zei Tara vanaf de grote schouders van Tim. De vrouw keek omhoog en liet niets merken van enige verbazing. Haar gezicht was net zo strak en nietszeggend als de modellen op de fluoriderende reclameborden lang de vlieg-wegen. Tara liet zich niet van de wijs brengen.

"Mevrouw, ik zoek een antwoord op een vraag over robots."

"Heeft u een groene ticket gepakt?"

"Eh, nee", stamelde Tara en keek naar de richting van een kleine piramide waar de vrouw naar toe wees.

Tara gaf opdracht aan Tim om te draaien. Na enkele tellen kwam Tara terug bij de balie.

"Alstublieft mevrouw".

"Dank u".

De vrouw zei niets en wachtte af.

"Eh, mevrouw, ik heb een vraag over robots."

"Voor vragen over robots moet u misschien zijn bij het loket Diensten of Klachten. Volg de bruine lijn....goedemiddag".

Tara pufte en voorzag dat dit moeilijk zou worden. "Snel Tim....volg de bruine lijn. Het duurde een tijdje, maar het aanblik van het eiland was de moeite waard. Afgezien van enkele stadstuinen, omdat die allemaal op elkaar leken...zelfs de mensen en de thee, waren de namen van verschillende balies een bezienswaardigheid op zich. Afdeling Dingen en Ondingen. Daarna de afdeling Spraakrecht en Rechtspraak. Gevolgd door Controle en Nepnieuws en tot slot de afdeling Vertrek en Terugkeer. Tara keek het allemaal aan en haar onrust groeide. Sommige balies hadden lange rijen zonder een indicatie dat het snel verliep. Tim stopte. "Wat is er Timmie?". Tara boog voorover. "De bruine lijn is gestopt", zei Tim nauwelijks hoorbaar.

Tim had gelijk. De lijn was plotseling gestopt en geen balie te zien. Tara keek rondom zich heen en zag een grote deur links van haar. "Misschien daar Timmie...kom op."

De deur was slechts een ingang naar een andere grote ruimte. Weer volgepakt met balies en stadstuinen. Tim keek naar beneden en zag voor zijn voeten een bruine lijn. Hij stapte verder en gelukkig kwam de balie Diensten en Klachten in zicht. Het was er druk. Tara pakte snel een ticket en plaatste zich in de lange rij. 'Nog 35 minuten", las ze op haar oog-sensor.

De rij werd kleiner en tot opluchting van het tweetal ging het toch nog redelijk snel. Toen waren ze aan de beurt. Wederom verscheen een vrouw aan het loket en Tara dacht heel even dat dit dezelfde vrouw was van de vorige balie. "Goedemiddag.....wat kan ik betekenen?" Tara kreeg hoop, want deze vrouw vroeg tenminste direct wat er aan de hand was. Ze gaf het ticket. "Sorry, maar u heeft een ticket voor de balie Afstand en Lasten. Goedemiddag...de volgende graag". Er komt geen stoom uit robots. Ook niet als ze boos zijn. Stoom betekent storing...vandaar. Er was dus niets aan Tara te zien, maar boos was ze wel. Heel boos en de tijd tikte weg.

"Goedemiddag....wat kan ik betekenen?", zei de vrouw nadat ze goed naar de gegeven ticket had gekeken.

"Mevrouw.....Mevrouw, ik zoek informatie over robots", zei Tara tot haar eigen verbazing op een vriendelijke manier.

"Oh...robots. Nee, dat is niet hier. Misschien de afdeling Diensten of Klachten. Goedemiddag".

De reis terug naar de lift ging vlotter, maar dat lag voornamelijk aan de mens-bewaker die hun terug leidde naar de lift. Uiteraard kon een robot geen opdracht van een mens weigeren en dat hielp. Tara was razend geworden en Tim had moeite om haar bevelen uit te voeren. Het moet een gek gezicht zijn geweest een stadsbeeldrobot die wild krijste bovenop een klus-robot en vervolgens kris-kras door de rijen heen liep om maar zoveel mogelijk mensen te verstoren. Het duurde dan ook een tijdje voordat Tara tot rust kwam. De mens-bewaker gaf geen krimp toen Tara zei dat ze een stadsbeeldrobot was. Na een vijandig overleg gaf ze haar gewonnen, maar dat was meer op advies van Tim.

Het uitzicht naar beneden was weergaloos, maar dat was dan ook het enige positieve van deze onderneming. Terug in de rust-ruimte van Tim pakten ze snel naar een Oliebol. (een klodder olie in de vorm van een bol).

"Ik ga plassen".

"Ik ook".

En daar stonden ze dan. Met lege handen, geen idee of plan meer. De voet-pluggen werden geactiveerd en de oude olie stroomde rustig in de oliebakken.

"Hey, Timmie...moet je eens horen".

"Zeg het maar Tara. Ik luister".

"Stadsbeeldrobots mogen niet meer naar het eiland. Het reglement is nu al aangepast."

"Nou weet je Tara.....ik wil daar niet eens meer naar toe".

Tara lachte. "Ik ook niet. We moeten niet bij de mensen zijn, Timmie. Dat weten we nu wel."



(lees verder op deel 3)

E-mailen
Map
Info