Ideemachine.nl
                                                                                                 

TIM en TARA 13.

De eenzame.

Het lange verhaal van Tara werd ademloos gevolgd zonder dat iemand ook maar één vraag had gesteld. Af en toe werd er een pijp opgestoken en soms een Ooh of een Aah, meer niet. Uiteraard moest ze wel de exacte gebeurtenissen flink aanpassen. Ze kon niet laten weten dat haar brein in de zak op de rug van Tim was geplaatst. Dat zouden ze misschien niet snappen. De gevangenen hielden Tim voor een Stadsbeeldrobot en dat was meer dan voldoende. Ze eindigde haar verhaal met het openen van de deur van het gevang.

Nadat Tara haar verhaal had beëindigd volgde er een kort beraad tussen enkele oudere mannen, die achter waren gebleven. De overige mensen waren door hen weggestuurd. Het was immers etenstijd. Tim en Tara hadden geen interesse voor het overleg. Ze hadden gedaan wat ze konden en nu was het afwachten. Tim ging rustig zitten op een koude steen en zag enkele kabels uit het hoge plafond verschijnen. Even later volgde er pakketten met zakken rijst en een grote hoeveelheid flessen water. Een groepje mensen ging verderop met de spullen onder een afdak van plastic aan de slag. Het duurde niet lang totdat Tim de eerste geuren van een eenvoudige soep uit een grote pruttelende pot kon ruiken. Na een tijdje keerde Steven uit de kleine groep terug.

"Beste Tim.....We hebben goe gedacht en kenne nie anders denke dat het nouw ginne tijd is voor unne uitbraak. We snappen ok dat jouw onderzoek heel belangrijk is....ok voor ons. Er moeten bewijzen worden gevonden. Dat is aan jou, nie aan ons, omdat wij, als "zieke" zielen, toch nie worden geloofd".

"We willen daarom een afspraak met je maken".

"Zeg het maar. Ik luister".

De afspraak was niet wat Tim en Tara hadden verwacht. Sterker nog, de arme zielen waren niet zo dom als je op het eerste gezicht zou denken. Tara vroeg even tijd te nemen, want ze wilde goed hierover nadenken. Het was een gevaarlijke afspraak. Ze besloot met Tim te overleggen, want ook hij zou in gevaar komen.

"Eerste reactie Tim", zei Tara.

"Nou, ik snap de mensen hier beneden wel, want ze hebben weinig hoop. Ze moeten wel alles eraan doen om hieruit te kunnen komen".

"Klopt Tim...ik zie ook maar één uitweg - voorlopig - er dat is door de deur waar wij binnen zijn gekomen".

"De touwen naar boven zijn misschien ook een optie, Tara".

"Misschien Tim, maar ik denk dat ze dat al hebben geprobeerd. We moeten dus wel iets met hen afspreken, anders komen wij hier ook niet weg".

"Maar Tara, als het niet lukt.....zou jij dan doen wat ze vragen?" Tara was even stil, maar antwoordde toen met haar innerlijke stem waaruit trots en eerlijkheid naar voren kwam.

"Mijn woord als Stadsbeeldrobot is een woord wat gehouden wordt. Dat moet ik wel om mijn eer hoog te houden. Waar ik mee zit, is jij, Timmie jongen. Ik zit nu in jou en als het mis gaat, verwachten ze niet mij, maar jou hier! De ware Tara kennen ze niet eens."

"Dat is waar Tara....als het mis gaat, dan moet ik hier naar toe. En dat doe ik ook. Ook een klusrobot heeft zijn eer hoog te houden."

"Oke, dan ga je dat vertellen".

Tim liep terug naar Steven. Vlak voor hem hield Tim stil en stampte met zijn linker-tentakel op de grond.

"Beste Steven en al jouw mede-gevangenen. Ik, Tim....eh......Stadsbeeldrobot, beloof hierbij plechtig.... dat ik met alles wat ik heb zal proberen jullie zo snel mogelijk te bevrijden. Mocht mijn taak mislukken.....dan meld ik mij vrijwillig hier terug en zal dan net zo lang als jullie, hier verblijven".

De kleine gevangen-raad was tevreden en Tim werd geboden om Steven te volgen. Samen liepen ze dwars door de groepjes mensen heen en Tim bespeurde bij hen diverse geuren. Hij rook knoflook, appel, groentesoep en iets wat zijn geur-sensor niet herkende. "Het is mais, een groente, Tim", verklaarde Tara. Hij zag de groepjes gevangen al lopend aan en bemerkte dat ze allemaal rustig bijeen zaten. Het leek er zelfs gezellig omdat er ook gelachen werd. Kennelijk was het zo heel slecht nog niet al moesten de stenen waar ze op zaten wel koud zijn. Hij probeerde contact te maken, want Steven zei helemaal niets onderweg en dat voelde niet zo gemakkelijk.

"Eh, Steven.....hebben jullie het niet koud hier? Ik zie alleen maar stenen om op te zitten", vroeg Tim.

Steven keek Tim kort aan alsof hij wilde zeggen dat het nu geen plaats was voor vragen. Tim hield verder zijn mond. Na een tijdje veranderde de ruimte van kleur. het werd donkerder, smaller, grilliger en aan het einde moest Tim zelfs bukken om bij te blijven. Hij besloot niets te vragen en maar gewoon af te wachten. Bovendien was Tara ook helemaal stil, dus het zou wel goed zijn zo. Plotseling stopte Steven en wees naar rechts. Eerst zag Tim niets en hij kroop dichterbij. Er was een spleetje in de rotsen en daaruit kwam een gloed van verschillende kleuren.

"Hier zit de eenzame. We denken dat hij het is die jullie zoeken", zei Steven. "Kijk maar".

Inzicht


Tim kroop voorzichtig wat dichterbij. Hij had geen idee wat hem te wachten stond. "Kom op Timmie, jongen, het is maar een spleetje. Er zit toch geen monster of zo", droeg Tara bij, want zij was nieuwsgierig.

Het was geen monster, sterker nog, er was eerst helemaal niets te zien wat op een monster zou kunnen lijken. Wat Tim (en Tara) wel zagen was een prachtige omgeving. Diverse vogels vlogen op en neer en in de verte was een groep ganzen te zijn die richting een ondergaande zon vlogen. De kleuren waren helder, fel en diverser dan wat Tim ooit had gezien. "Het lijkt de oude Aarde wel", zei Tara. Tim zei niets, want hij was te veel onder in de indruk. Recht voor hem lag een waterplas en libellen vlogen heen en weer. Een kikker sprong weg toen er een klein hertje aan de oever verscheen. Het duurde enkele minuten om het geheel een plaats te geven. Of dit nog een grot betrof, wist Tim niet en ook niet of hier de oude Aarde was. Het was verwarrend, mooi en toch ook griezelig. "Dit kan toch niet, Tara? Is dit een andere planeet of zo?....kijken we door een gat in de ruimte-tijd? Weet jij het?........

"Ik weet het niet Tim, ik heb onvoldoende data binnen om dit te begrijpen. De spleet is te klein om een goed beeld hiervan te krijgen. Maar eh.....ik zie geen eenzame, jij wel?"

"Ik ook niet. Laten we het even aan Steven vragen, Tara".

"Die is al weg, Tim, we moeten zelf zoeken en hopen dat hij ergens zit".

Tim en Tara tuurden enige tijd door de spleet, maar zagen de eenzame nergens. En net toen ze het wilde opgeven, verscheen er een groot hoofd voor de spleet met een donker oog wat Tim direct aankeek.

"Boe."

Tim week onmiddellijk achteruit en stootte zijn stralings-sensor tegen het plafond. "Alle bouten nog an toe. Ik schrik me een kromme pomp".  De man achter de spleet begon te lachen. Tim kroop weer dichterbij, want dat moest wel de eenzame zijn. Tara greep in.

"Zeg beste meneer. U liet mij schrikken".

"A ha, het kan nog praten ook. Wat moet je hier. Kom je een aapje bekijken en waarom zetten ze tegenwoordig een Robot gevangen? Ze zijn vast helemaal gek geworden daarboven". De stem van de man klonk nog steeds lacherig.

"Nou, meneer...dit is niet om te lachen hoor. Ik ben hier met een serieuze opdracht. U kunt mij helpen, weet u?"

"Waarom zou ik jou helpen en waarmee dan? Ik zit hier opgesloten en jij trouwens ook".

"Juist daarom hebben wij elkaar nodig. U zit dan wel in een prachtige omgeving, maar .......". De man onderbrak Tim (en Tara) direct. Een flinke mensen-vloek ontsnapte hem. "Mooie omgeving....laat me niet lachen. Let op, beste Robot. Over tien seconden komt er een groep ganzen voorbij vliegen. Tim drukte zijn zicht-sensor wat verder naar voren en zag inderdaad een groep ganzen van links naar rechts vliegen. "Over 5 seconden landt daar op die bloem een vlinder". En verdraaid als het niet verdraaid was, daar was de vlinder."

"Betekent dat dat...."

"Juist, een holo-visie-setting. Ik word er helemaal gek van. Elke dag is voor mij hetzelfde, keer op keer, snap je?". De man was niet lacherig meer. Zijn stem klonk somber. En dat allemaal vanwege.....nou ja, laat maar." De man draaide zich om en dreigde weg te lopen.

"Nee, nee, meneer. Niet doen. Niet weggaan. Vertel uw verhaal. U kunt ons, eh...mij, daarmee helpen. Alstublieft". De man twijfelde, liep een stukje verder en keerde toen om. "Oke, ik vertel mijn verhaal, maar daarna wil ik je niet meer zien. Mijn leven is uitzichtloos....vandaar."

"Ik ben een Stadsbeeldrobot.....die liegen niet, zijn slim en daarom kan ik u misschien toch helpen. Ik ben niet voor niets hier beneden. Ik ben zelf naar u toe gekomen om uw verhaal aan te horen. Dat is toch wel wat waard. Nogmaals ik ben hier met een opdracht, een belangrijke opdracht. Ik kan u daar meer over vertellen, maar eerst uw verhaal. Waarom zit u hier?" De man kneep met zijn ogen en diepe rimpels verschenen op zijn voorhoofd. Hij dacht even na en kwam toen met een vraag.

"Waarom denken jullie dat ik hier zit?"

Tara herstelde zich snel en was glashelder. "Nou, u hebt de mensen bedrogen. Uw dierentuin was nep. Daarom zit u hier?"

De man knikte met zijn hoofd en schudde een paar keer daarna. "Dacht ik wel", fluisterde hij. Hij keek naar Tim en schudde nogmaals met zijn hoofd. "Was het maar waar, beste Robot. Was het maar zo, dan viel het wel mee. Helaas zit het anders in elkaar. Ik zal het je vertellen, maar wacht even, want ik moet mijn steen halen om goed op te kunnen zitten. De man draaide zich om en kwam even later terug met een vierkantige gladde steen. Hij stak een pijp op en begon rustig te praten.

"Mijn eerste robot-programma maakte ik op 6 jarige leeftijd. Het stelde niet zo veel voor, niet meer dan een paar bewegingen van tentakels en een paar gesproken woorden, maar het werkte. Zoals de meeste kinderen op die leeftijd was programmeren iets wat je leerde op school. Sommigen gingen echter een stuk verder en daarvan was ik er één van. Het was een sport om een zo slim mogelijke robot te bouwen. En elke jaar verbeterde ik mijzelf. Maar ik was natuurlijk niet de enige. Andere jongens en vooral meisjes deden hun uiterste best om op te vallen, want wie opviel maakte kans om op de robot-academie aan te worden genomen . Het zal je niet verbazen dat ik vrij snel daar terecht kwam, samen met nog een paar talenten. Het was daar dat ik Py tegenkwam. Een aardige jongen, erg slim en vrolijk. We werden beste vrienden. Vaak genoeg zaten we tot diep in de nacht de knutselen aan robots en hun programma's. Ik was wat beter in de technische kant en Py overtrof mij in het programmeren. Uiteraard bouwden wij al snel de beste robots van de academie en iedereen keek tegen ons op. Dat had natuurlijk zijn voordelen, vooral toen ook meisjes tot onze interesses gingen behoren. Wij, als team, hadden de tijd van ons leven. Helaas ging het mis.....". De man pauzeerde even en trok een paar keer aan zijn pijp. Hij ging verder.

"In het vierde jaar werd er een belangrijke prijs uitgeschreven. Het betrof een opdracht voor een robot. Het lastigste was dat de robot zowel tegenstrijdige bevelen moest kunnen oplossen en in de tussentijd een micro-processor-vertakking kunnen aanleggen. Extreem moeilijk, maar het was te doen. Uren hebben we besteed aan te oplossen van de problemen, maar na zes weken was de robot af en hij voldeed. We waren natuurlijk niet de enigen die aan deze prijs-opdracht mee deden. De prijs was uitgeschreven in vijf academies, regio-breed dus en de winnaar mocht deelnemen aan het synus-brein project. Je weet wel, het project wat robots voor altijd zou veranderen. (Tara herkende dit, want het was een antieke voorloper van haar eigen brein). Maar wat wij eigenlijk nog belangrijker vonden, was de deelname van Aicha en Marieke aan de prijs-opdracht. Ze waren eh....mooi, lief en slim tegelijkertijd. Maar helaas zagen ze ons niet meer zitten. Dat hadden we zelf verknalt. De enige keer dat we het hadden gedurfd om ze uit te vragen, spraken wij alleen maar over technische details van robots. En dat terwijl zij zich in hun mooiste kleding en siersels hadden gehuld. Stom dus. We hoopten daarom dat het winnen van de prijs-opdracht daar weer verandering in zou brengen.

Ik herinner me de dag van de presentatie nog goed. Het was een prachtige dag en we voelden ons goed. Keer op keer hadden we onze robot getest en alles was oké.  Je begrijpt vast wel, dat het op die bewuste dag niet goed ging. Aicha en Marieke hadden een goede presentatie, maar onze robot zou het veel sneller kunnen, was onze overtuiging. De andere deelnemers hadden wel enig succes, maar met flinke haperingen in de uitvoering van het aanleggen van de micro-processor-vertakking. Het was de dames of wij...dat kon niet anders. Py ging een stap te snel en verkondigde dat wij de opdracht zouden gaan winnen. "Met twee vingers in de neus", zo zei hij in de pauze. Zodoende was iedereen in de zaal niet alleen gespannen maar ook vol verwachting. "Misschien hebben ze een nieuwe brein-processor uitgevonden", werd er gefluisterd. "Of een duo-brein-synus...wie weet", zei een ander. Het werd geen van beiden. De robot deed helemaal niets, althans het startte even op, knipperde met zijn oog-sensoren, bromde een beetje en viel toen stil. Zo dood als een dode robot kan zijn. Het duurde maar heel even totdat de hele zaal begon te lachen. Py was woedend en verliet rennend de zaal." Het was weer tijd om even aan de pijp te trekken.

"Later bleek dat ik één draadje niet goed had aangesloten. Het was los geraakt en veroorzaakte een kortsluiting wat het brein vernietigde. Al het werk was voor niets geweest. Py vergaf het mij nooit meer en onze vriendschap was voorbij."

"Eh, meneer...maar een verloren vriendschap zet u toch niet hier, dat zou wreed zijn, toch?", vroeg Tara.

"Dat klopt robot.....maar mijn verhaal is nog niet af. Luister verder."

"Ik vervolgde mijn eigen weg, net zoals Py en natuurlijk kwamen wij later alsnog in het synus-brein-project terecht. Ik bleef werkzaam in de richting techniek en Py in de richting van het programmeren. We kwamen elkaar maar zelden tegen. De twee dames, Aicha en Marieke waren daar uiteraard ook en voor zover ik het begreep heeft geen van de twee nog interesse in Py of mij gehad. Het maakte hem stiller, nerveuzer en norser dan ooit. Zijn vrolijkheid was verdwenen. Het maakte hem tot iemand die gevaarlijk kon zijn...zeker toen hij in het bestuur van de Metropool stapte. Binnen enkele jaren behaalde hij het hoogste ambt, schijnbaar moeiteloos, want niemand durfde hem tegen te werken. Zijn boosheid, woede-uitbarstingen waren inmiddels berucht. Van wat ik weet, is dat hij heerst als een tiran en geen tegenspraak wenst. Hoewel hiervan de mensen en robots weinig van merken - hij komt nauwelijks buiten zijn ambts-verdieping - zijn er toch bijzonderheden die opmerkelijk waren. De robots bijvoorbeeld.....die mindere klassen worden min of meer opgesloten in kazernes en werken zoals mieren ook doen. Andere robots worden in de gaten gehouden wat ze doen of hoe ze zich ontwikkelen. Is het nooit opgevallen dat robots verdwenen zijn uit onze maatschappij?".

Tim en Tara dachten hierover na en....inderdaad, nu hij het zei....er waren wel eens robots die ze nooit meer terugzagen. enkele klus-robots, wacht-robots, herstel-robots en zelfs soms ook een Stadsbeeldrobot.

"Er zijn robots die zijn verdwenen. Dat klopt, maar ik dacht dat ze naar nodig waren buiten de Metropool. Maar eh....dat klopt dus niet."

"Juist, dat klopt niet. Het merendeel wordt vernietigd, als het voortgangs-proces Py niet aanstaat. Sommigen hebben kunnen ontsnappen en niemand weet waar ze zijn".

"Maar....ook mensen ondervinden de machtslust van Py. De meeste mensen mogen niet in de buurt komen van hem en ook niet bij het bestuur zelf. Ze krijgen voornamelijk veel droom-pakketten zodat ze hem niet lastig vallen. Ook de Robot-spelen vielen daar onder. Hij houdt de mensen rustig door te geven wat ze willen. Ik ben daarvan het slachtoffer geworden". Hij hield wat langer stil.

"Vertel maar. Het is vast ook belangrijk", drong Tara aan.

"Nou de Stille tuin was ook een idee van Py. Om de mensen en vooral de kinderen ook rustig te houden. Het was bedoeld om de aandacht op het milieu weg te halen. Een prachtige holo-tuin zou laten zien dat het allemaal wel mee viel buiten de Metropool. Dat er nog voldoende natuur was en ook nog voldoende dieren. Niets was minder waar. Het gaat zo slecht met het milieu dat ik bang ben voor een ingreep van moeder natuur. Het is maar afwachten hoe lang dit kan voortduren. De metropolen slurpen alle energie weg en de natuur krijgt er niets voor terug. Enfin.....tot mijn verbazing werd ik aangesteld als Directeur van de Stille tuin. ik maakte wel bezwaar, maar het moest. Op zich vond ik het ook wel een goed idee, omdat het vooral prettig was voor de kinderen. Dat ook de volwassen mensen het bedrog niet doorhadden, was een verrassing. Nu......je begrijpt. Zodra Py de kans had om mij in het gevang te kunnen stoppen, heeft hij het niet nagelaten. Iemand heeft ingebroken in de Stille tuin en het bedrog aan het licht gebracht. Misschien goed voor het milieu, want zo komt iedereen wel te weten wat er werkelijk buiten de metropool gaande is, maar het werd ook mijn ondergang. En nu zit ik hier....in een holo-omgeving, een nep-wereld en dat is wreed".

"Ik begrijp het, meneer. Ik word er stil van en moet even nadenken". De man knikte en stap nog een pijp op. Tara voelde zich triest. Het was haar schuld dat hij hier opgesloten zat. Maar dat was niet het enige. Er ging iets goed fout in de Metropool. Alle Stadsbeeld-robots werden opgeruimd, zodra het kon. Andere robots verdwenen en de mensen werden slapende nietsnutten. Ze besloot om de man enkele vragen te stellen en de hoop dat hij iets zou weten. Tim was het ermee eens.

"Eh, meneer. Kunt u vertellen wat nu het doel van Py is. Waar leidt dit naar toe?", vroeg Tara.

De man keek niet meer naar de spleet in de rots. Hij leek bezig met zijn gedachten en zijn ongelukkige situatie. Tara probeerde een andere vraag.

"Waarom wordt er buiten de Metropool gebouwd.? Het lijkt erop dat daar een nieuwe steden of zo worden gebouwd", vroeg Tara. De man keek weer naar Tim, maar zijn blik was nog steeds afwezig. Hij zuchtte.

"Is het je niet duidelijk, beste Robot? Kom op je bent slim. Denk.......Zoek het doel, de verbinding met wat je nu hebt gehoord." De man stond op.

"Het systeem van Tara werkte op volle snelheid en Tim kon de warmte op zijn rug al voelen. Het brein koppelde informatie aan elkaar en vermengde dat met afwijkingen, voorspelbaarheid en algoritmes. Tot slot gooide het brein een vleugje creatief denken erbij en plotseling was daar het antwoord. Tara schrok, bijna hoorbaar en zelfs bij Tim ging er een rilling door zijn tentakels. De man begon weg te lopen van de spleet.

"Stop", riep Tara. "Ik weet het", denk ik. De man keek om, maar zei niets.

"Hij bouwt een nieuwe stad....toch?"

"En...mogelijk wordt dit een stad alleen voor hem...of alleen voor mensen of misschien wel met robots, maar dan alleen de werk-robots, dat zou kunnen, toch?" De man knikte en spoorde Tara aan verder te denken.

"En de andere bouwplaats....dat is wellicht ook een stad. Maar niet voor Py. Het zijn de robots, he...dat klopt toch?" De man knikte weer. "Ga verder...en wat dan...."

Het brein van Tara knarste verder. De hitte liep op.

"Nou, dan hebben we dadelijk twee nieuwe steden. Eén voor de mens en één van de robots, toch?"

"En dat betekent, beste robot. Denk aan de aard van de mens."

"Eh".

"Nee...dat kan niet waar zijn. Nee, toch?"

"Jawel, beste Robot, onvermijdelijk". De man liep weg en keerde niet terug.

Tim draaide zich weg van de spleet. "Wat dan, Tara? Wat dan, vertel".

"Oorlog Tim. Uiteindelijk wordt dat een oorlog. We moeten iets doen. We moeten naar de bouwplaatsen. "

"We moeten.....jij en ik, Timmie jongen."

EINDE DEEL 1.

E-mailen
Map
Info