Ideemachine.nl
                                                                                                 

Tim en Tara 12.

De Sleutel.



Tim was nog steeds in zijn kamer en liep wat vierkantjes. Hij had verder niets meer gehoord na het bezoek. Bovendien kwam er ook geen klus-bericht op zijn display. Op zich vond hij dat wel vreemd, er was genoeg te doen, maar het maakte hem ook niet uit. Zonder Tara was het niet zo fijn meer. "Mensen zouden het "ongezellig" noemen", dacht hij. Of het nu bij hem ook ongezellig was, wist hij niet. Robots hadden hier geen woorden voor. Het was in ieder geval wel anders dan normaal. De dagen na de verdwijning van Tara maakten hem onrustig. Toch durfde hij niet iets te ondernemen. Hij zou niet goed weten wat hij moest doen. Daarnaast......als hij Tara zou ontmoeten, dan moest hij dit melden, want die opdracht had hij gekregen. Hij hoopte dat Tara dit zou kunnen oplossen, anders zou hij haar nooit meer kunnen zien.

Er was ook iets gaande in de Metropool, iets vreemds en geen enkele robot kon een antwoord geven waarom het vreemd was. Ja, er waren minder Stadsbeeldrobots, dat was duidelijk. Maar alle andere robots hadden verder niets ondervonden wat in hun nadeel was. Het werk ging bij alle robots gewoon door. Als hij in de vroege morgen naar buiten keek, zag hij nog steeds alle werk-robots braaf op een rij in de vervoermiddelen stappen en in de avond kwamen ze netjes op een rijtje weer terug. Zo was het altijd en zo was het ook nu nog. Behalve voor Tim dus. De media gaf ook weinig aandacht aan de "verloren" Stadsbeeldrobots en maakten vrolijk duidelijk dat de mensen de robotspelen een groot succes hadden gevonden. Binnenkort kon er zelfs volgens het Metropool-bestuur weer een nieuwe ronde worden verwacht. "Maar wel weer met ons, de Robots....", zei Tim zo zachtjes mogelijk. Kennelijk was hij toch een beetje bang dat iemand zijn bezwaar zou horen. Het voelde allemaal onveilig en dat kwam vooral door het onverwachte bezoek vlak na de verdwijning van Tara. Tim sprak voor zichzelf af dat hij niets zou ondernemen. Hij geloofde niet dat Tara helemaal verdwenen zou zijn. "Daar was ze veel te slim voor", vond hij en bovendien "zou ze hem toch ook wel missen"....,dacht en hoopte ze. En zodoende....wachtte en wachtte Tim op een signaal van Tara.

En dat signaal kwam.

Het was al midden in de nacht toen het eerste signaal door hem werd ontvangen. Tot zijn verrassing niet op zijn display, maar op een hele andere manier. Tim hoorde al een tijdje een getik op zijn plexi-raam en kon dat eerst niet thuis brengen. Een vogel kon het niet zijn, want die waren er nauwelijks en als er één tegen het raam zou tikken, dan zou dat per ongeluk zijn. Het getik hield aan en bracht Tim ertoe om zich in de richting van het geluid te begeven. Hij zag bij het plexi-raam bij de eerste scan niets wat het geluid zou kunnen veroorzaken. Plotseling verscheen er een kleine pikzwarte drone voor zijn licht-sensoren. Het piepkleine ding zweefde vlak voor hem en tikte tegen het raam door er gewoonweg even tegenaan te vliegen. Het was een drone in de vorm van een vleermuis en zo zwart dat je nauwelijks zag, dat het er was. Het maakte ook geen ander geluid. Meestal werden dit soort stille drones gebruikt door de metropool-wacht of het bestuur, dus Tim werd voorzichtig. Nog voordat hij het in de gaten had, was het kleine ding alweer verdwenen. Tim zag bij de 2e scan niets meer vliegen en daarom maakte hij de deur open om buiten na te gaan waar het ding naar toe was gevlogen. De grond knarste onder hem en dat was niet normaal. Een kleine piep in het indicatie-trilling-systeem bevestigde dat. Tim hief zijn rechter-tentakel op en zag een propje papier op de grond. Het was een boodschap. Dat was wel duidelijk. Tim scande nog even rond om zich heen of niemand hem had gezien, zag niets en spoedde zich naar binnen. Op het papiertje stond niets, maar Tim wist wel beter. Hij pakte wat smeerolie en smeerde het op het papiertje. Al snel verscheen er een tekst.   

Timmie jongen, kom morgen rond deze tijd naar kolos 13 nabij de kiosk. Wacht onder de brug bij de 3e pilaar. Wees voorzichtig, er dreigt gevaar...

Het eerste woord in het oorspronkelijke robot-taal-bericht, zag er ongeveer zo uit: 010101111000-0101110-01111000-111000110101-11001110001110001111010101101010110010111101101111011101-1101101101011110111011110111011111111101110110110110110111011011101010-0101-11011101010-0111000-1110-1100001110--1-1---00110-110-11000-1111-000000000-1.

Tim wist meteen dat het een boodschap van Tara was, want alleen zij noemde hem Timmie. Zijn borst-pantser bolde na het lezen van het bericht een beetje op. Het systeem meldde dat de koelings-lucht heel even niet via zijn zij-filters ontsnapte, maar vlak daarna gelukkig wel. Hij hoorde een paar ongewone plofjes en voelde zich daarbij, nou ja.....in een soort van opwinding, opluchting en onrust tegelijkertijd. Maar Tim verbaasde zich al lang niet meer over de kleine veranderingen in zijn brein en systeem na zijn ontmoeting met Tara. Het hoorde inmiddels bij hem. Hij verbrandde het papiertje zorgvuldig met zijn vinger-brander en zoog de as op met de middelste zuig-vinger. "Zo, alle sporen vernietigd".  


De kiosk nabij de brug was volledig verlaten. Ook rondom de kleine winkel waar mensen gewoonlijk hun holo-nieuwsberichten updaten, was het muisstil. Je kon een veer-ringetje op een linksdraaiend schroefje horen vallen, zo stil. Dat was niet zo verwonderlijk, want het was midden in de nacht. Een mooie maan scheen via de sub-atmosfeer-bescherming naar beneden en deze week hadden de mensen gekozen voor een volle maan met schapenwolkjes. Het zag er lieflijk uit, maar Tim wist dat het beeld van zo'n maan ook werd gebruikt bij enge mensenfilms. Hij was dus op zijn hoede. En hij niet alleen, want Tim wist inmiddels ook dat het bestuur op zijn hoede was. Om de vijf minuten vlogen drones rond om de loop-rij en vlieg-wegen in de gaten te houden. Gelukkig hoorde Tim ze al van ver aankomen, want ze zoemden nogal hard. Ook merkte hij dat alle camera's in de stad waren geactiveerd. Het had hem een enorme omweg gekost om uiteindelijk vrijwel ongezien bij de kiosk aan te komen. Hij schuilde in de schaduw van de pilaar en wachtte geduldig af. Plotseling verscheen er een wacht-patrouille. En dat was toch schrikken. Wacht-patrouilles waren sinds tientallen jaren niet meer gezien in de Metropool. Niet nodig ook, want er gebeurde eigenlijk nooit iets onrechtmatigs. Ja, soms wat schroeven-kwaad van een Stadsbeeldrobot en heel soms een wat oudere mens op het verkeerde pad, meer niet. De meeste mensen lagen in de nacht allemaal aan hun droom-systeem en dat hielden ze vol tot een uur of tien in de morgen. Robots daarentegen hadden wel de vrijheid om te doen en laten wat ze wilden, maar de meesten waren geprogrammeerd om in de nacht niets te doen om zo hun energie-systeem te besparen. Slechts enkele robots kwamen elkaar in de nacht wel eens tegen. Het waren vooral klus en brood-robots. Zodoende was Tim wel een normaal geval die nacht. Alleen hij had geen klus-bericht in zijn display. Het beste was dus om stil te zitten en hopen dat ze hem niet zagen. Ongelukkigerwijze hielden de twee vlak voor Tim stil.

"W-231, ik ervaar een trilling, check", zei robot nummer 1. Hij keek op zijn display en liet het aan robot nummer 2 zien.

"Het klopt, chef, maar bij mij is het 0,000035 hertz. Drone-ruis".

"Hm....bij mij 1,36 tot 2,32 West 23 graden, maar nu is het weg".

Tim zette snel zijn back-up systeem aan en schakelde om in ruststand 4. Hij kon nog wel horen wat de wacht te vertellen had en dat was hopelijk genoeg.

"Reukdetectie tot 10 meter, negatief chef. We kunnen beter verder gaan".

"Hm, ik doe nog even een warmte-scan".

Tim raakte niet in paniek. Als het goed was dan was er niets te zien. Toch schakelde hij over naar ruststand 7....voor de zekerheid. (de oor-sensoren waren nu ook stilgelegd, maar de zicht-sensoren niet)

De scan volgde een spoor van west naar oost. Het zou Tim kunnen bereiken en dat baarde hem zorgen. Het paarse licht scheen over de weg en verticaal naar boven. Tim vreesde een ontdekking, want warmte is altijd te meten, behalve als de ruststand langer dan vijf minuten duurde. Hij keek voorzichtig naar de chef, een grote wachtrobot, type C-3. Zijn oog-sensoren stonden ver open en staarden de scan-straal na. Robot nummer 2, een wachtrobot, klasse G2 keek op de display van de chef. De straal ging tergend langzaam. Tim besloot om in te grijpen, want op deze manier zou hij zeker worden ontdekt. En dan was het te laat. De robotwetten verboden om een andere robot te beschadigen en wegrennen had geen zin. De detectie zou onmiddellijk zijn serienummer herkennen. Plotseling klonk er een kabaal vanuit de hoogte en hij schrok.

Zo ook de wacht.

"Allemoertjes, wat is dat nou?", brabbelde de G2 Robot.

"Alleschroeven nog aan toe, inderdaad....wat is dat nou?", zei de chef en liet meteen de scan-straal voor wat het was.

Alle drie keken ze naar boven en hun systemen schakelden hoorbaar in een alarmstatus. 

De kat maakte een klap op de grond, krijste een paar keer, tolde om zijn as en zoefde weg met de snelheid van uh...een bange kat. De twee wachten keken elkaar aan en bewogen even niet. Gelukkig voor Tim hadden ze op dat moment geen aandacht voor de scan of hun displays, want daar was meer te zien dan alleen een rennende kat. Alsof er niets was gebeurd, namen ze weer aanvang met hun ronde en liepen weg van de kiosk. Even verderop was hun aandacht weer helemaal op de omgeving gericht, maar liepen niet in de richting van de kat die even verderop zijn poten zat te wassen. Daar wilden ze niet meer mee worden belast. Een zekere misleiding is iets wat robots moeilijk kunnen behandelen. Hun systeem is vooral bestemd voor "normale" geprogrammeerde omstandigheden.  Elke afwijking is dus lastig en des te moeilijker voor robots met een mindere ontwikkeling van hun brein. De C-3 was zo'n robot. Geschikt voor redelijk normale omstandigheden. En dat....dat wist de jongen boven in de brug. Hij had katten al vaker gebruikt om zo ver mogelijk zonder ontdekking in de Metropool te komen. 

Tim pufte en keek naar boven. Een kat....dat moest wel iets betekenen en hij bereidde zich voor om Tara te zien. Er klom iets omlaag en Tim wist niet goed hoe daar mee om te gaan. Het was Tara niet en hij raakte in een spanning, een trilling, die niet fijn was. Tim besloot om niet weg te gaan, want de jongen had iets met de kat te maken. Dat kon niet anders. Bovendien...de boodschap was helder en het tijdstip klopte. Even later stond er een kleine jongen voor hem. Hij was niet erg bijzonder, gewoon een kind met donkere kleding en een zak op zijn rug. Hij begroette Tim vriendelijk en deed de hartelijke groeten van Tara.

Teleurgesteld hield Tim zich stil en knikte een klein beetje om de jongen aan te moedigen te verklaren waarom Tara er niet was. De jongen begreep het en begon te vertellen.

"Beste Tim. Ik ben Ahmed-Bin-Hendrik en kom met een belangrijke boodschap.

"Ik ben een jongen uit Vrij-land. Dit land is gelegen aan de buitenzijde van Toren 13. Je kunt er niet naar toe. Tara is daar en ze is in orde". Tim knipperde een paar keer met zijn oog-sensoren. De jongen ging verder. "Tara geeft je een opdracht. Je moet zo snel mogelijk naar de gevangenis gaan om de directeur van de Stille Tuin te ontmoeten. Hij weet wat er gaande is in de Metropool en zijn verhaal is belangrijk." De jongen wachtte op een reactie. "Eh......ik begrijp het. Nou ja, niet helemaal, maar ik kan daar niet naar toe. Ik ben maar een eenvoudige klusrobot. Hoe denkt Tara dat ik dat kan regelen. Vliegend door muren of zo?. Ik wil Tara zelf spreken, want hier begin ik niet aan." Tim sprak op een strenge toon. Hij was meer teleurgesteld, omdat Tara er niet was en liet dat ook blijken.

"Nou kereltje Ahmed", vervolgde hij. "Ga maar terug naar Vrijstad, of hoe dat ook heet en neem deze boodschap voor Tara mee. Ik wil haar zelf spreken". Hij keek om zich heen, want verloren tijd was gevaarlijk in deze omgeving. Tim besloot om weg te gaan en draaide zich om.

"Nee, wacht. Ik ben nog niet klaar", riep de jongen met luidere stem. Ook hij keek even rondom zich heen om te zien of het allemaal nog veilig was.

"Tara", zei hij fluisterend......Tara gaat met je mee".

De volgende drie minuten vlogen voorbij. De jongen had eerst heel voorzichtig de zak op zijn rug losgemaakt en neergezet. Hij opende de zak met grote oplettendheid. De jongen gebaarde Tim dichterbij en wat hij zag....had hij nog nooit gezien. De "zak" betrof een waterdichte tas, gemaakt van zwart5 Neo-fiber gevuld met grijs6 stealt-rubber. Tim wist dat dit soort tassen alleen bestemd waren voor Aarde-wachten, die dagelijks patrouilleerden in de ozon-laag met hun G-26-vliegtuigen. Ze kostten alleen al een vermogen vanwege de factor kleur, zo wist hij. Tim bekeek het geheel verder en zag dat de buitenkant beplakt was met nietszeggende kreukelige katoen. De binnenzijde daarentegen was een warboel van gekleurde Nano-draden, tunnelgevormde Nano-karactraten en Kwantum-processors van diverse afmetingen met in het midden een schitterend beweeglijk "iets". Het "iets" trok de meeste aandacht, want het veranderde van kleur, vorm en lichtsterkte. Tim keek Ahmed aan en die bevestigde dat het "iets" het levende brein van Tara was. Kort nadat Tim van de verbazing was bekomen, werd de tas op Tim's stoere rug vastgezet en sloot de jongen een rood kabeltje aan in zijn nek-plug. 

"Dag Timmie, jongen. Hier ben ik dan", klonk een bekende stem in het hoofd van Tim.

Tim rechtte zijn rug en sperde zijn oog-sensoren open. Tara was er....maar ook weer niet. Een prachtige oplossing. Hij hoefde dit niet te melden.


Het gevang


Tijd voor een prettig "gesprek" was er niet. Ahmed nam met een lichte buiging snel afscheid met en verdween tussen de stalen buizen van de brug. Tara gaf kort daarna aan dat zij Tim onderweg verder zou informeren en vroeg hem zo snel mogelijk naar toren 12 te gaan. Over enkele uren kwam de wisseling van de wacht en dan moesten ze al binnen in het gebouw zijn. Een moeilijke klus.

Tara gaf tijdens de route een samenvatting van wat haar na de vlucht uit de Ketel was overkomen. Tim luisterde aandachtig, terwijl hij zo veel mogelijk probeerde de camera's en de beruchte Z-stralen te ontwijken. Intussen probeerde hij ook nog de kortste weg ze vinden. Hij moest wennen aan de stem in zijn hoofd. Het was vreemd om Tara zo te horen, maar nergens te zien. Alhoewel.....de meeste communicatie verliep inmiddels wereldwijd op deze manier. Afstandelijk via verschillende apparaten. Het vreemde voor hem was omdat het voelde alsof Tara echt in zijn hoofd zat. "Een mens moet zich ook zo voelen", dacht Tim. "Alleen een mens heeft een innerlijke ongrijpbare stem", zo wist hij. En noemde dat zijn of haar "ik". Het herinnerde hem ook aan vroeger toen hij eens zag dat een klein kindje voor het eerst een geluid-plug-buzz op haar oortjes kreeg. Ze was toen net zo verbaasd als Tim nu, want ze keek keer op keer nauwgezet in de buzzers om te zien of de stem niet in de buzzers woonde.

Het binnen gaan van het gevang was kinderlijk eenvoudig. Tara hackte ruim van tevoren al de veiligheids-systemen en Tim mocht zonder problemen doorlopen. Dat hij een klus moest klaren, diep in het gevang, werd voor waar aangenomen en er was geen mens die het controleerde. Het gevang was trouwens volledig afhankelijk van Robots. Mensen hadden hier niets te zoeken....althans wel als bewoner uiteraard, want daar was het gevang voor ontworpen.

Tara wist al veel van het gevang. Ze herinnerde zich de informatie uit Wikicenpedia en de gegevens had haar altijd al verbaasd. Ergens in de vorige eeuwen werden alle gevangenissen gesloten. Ze hadden geen nut meer vanwege het dalen van de criminaliteit onder de mensen en Robots waren van zichzelf al niet crimineel. Dat konden ze niet eens zijn. Inmiddels waren de mensen ruim voorzien van hun behoeftes. Zodoende speelde geld geen grote rol meer, een belangrijke status evenmin en alle persoonlijke wensen werden door robots vervuld. Ja, alle wensen, want de "virtual reality-technieken" waren zo ver gevorderd dat mensen zonder mensen konden leven. Kortom, mensen hadden geen reden om crimineel te zijn of te worden. Bleef over de mensen die niet meer "pasten" in de maatschappij en daar werd uiteindelijk de laatste gevangenis in de Metropool voor gebruikt. Tara wist dat er voornamelijk "gestoord zieke zielen" daar beneden opgesloten zaten en natuurlijk een enkeling, een maatschappelijke loser, zoals de ex-directeur van de Stille tuin. Tara twijfelde wel aan het systeem, want zieke mensen opsluiten ver onder de grond, dat was naar haar mening.....eh....onmenselijk!

De diepte van het gevang was overweldigend. Een kijkje in de tunnel, de ingang naar beneden bevestigde dat meteen doordat het lichtje van de lift uiteindelijk helemaal uit het zicht verdween. "Het moest wel kilometers diep zijn", dacht Tara. Tim dacht met haar mee en bracht een fluisterend "Alle bout-bouten en tril-stangen nog aan toe, dat is inderdaad diep, Tara" uit. Ze moesten een half uur wachten op de volgende lift. Zo'n twaalf robots stapten uit, zonder iets te zeggen of te vragen. Alle systemen stonden bij hen op groen en de helft van de robots was door het uitschakelen van de vorm-sensoren zelfs niet meer gewaar van hun aanwezigheid. De lift was niets meer dan een hok voorzien van stalen gaas. Het rammelde aan alle kanten en schokte keer op keer. Ze waren alleen.

"Zou het wel veilig zijn? ", dacht Tim, toen de lift wel erg begon te schommelen.

Tara antwoordde met een "Ja....het is veilig". De stem van Tara was onhoorbaar, behalve voor Tim, want die hoorde het in zijn middenoor-sensoren. Tim dacht verder.

"Waar zou dit naar toe leiden, Tara....weet jij dat?"

"Dat weet ik, Tim. Het is een oude mijnschacht en het gaat naar een oude kobaltmijn. De mijn wordt sinds de ontdekking van kobalt op Titan niet meer gebruikt. Het stond jaren leeg totdat het bestuur vond dat daar de laatste gevangenis voor zieke mensen moest komen. Tara hield even stil. "De mensen waren het er mee eens". Er klonk afkeuring in de stem van Tara en Tim voelde dat aan.

"Tara, hoe kan je nou een ziekte behandelen als criminaliteit. Dat is toch iets heel anders, vind je ook niet?"

"Dat klopt, Tim. Het is een vreemde beslissing. Je weet dat er bijna geen enkele ziekte meer is, omdat mensen zich genetisch hebben verbeterd. Zo zijn ze allemaal, eh....perfect...of zo iets, gevormd en vertonen geen beschadigingen meer. Heb je daar wel eens op gelet Tim?"

"Eh, ze zien er bijna allemaal hetzelfde uit. Is dat wat je bedoelt, Tara?"

"Klopt......alle mensen hebben een sportief lichaam, geen sproeten, vlekken of strepen op hun gezicht en het haar is altijd vol en glimmend van kleur. Het is dat de mensen zelf zich minimaal veranderen door tatoeages en glinsters in het gezicht.....anders zouden ze inderdaad allemaal hetzelfde lijken. Ergens vind ik dat geen goede ontwikkeling. Hoe dan ook.....sommige mensen waren toch anders dan de meeste mensen. Ze gedroegen zich vreemd".

"Ja", zei Tim. "Ik heb wel eens een mens van een brug moeten helpen, omdat de mensen vonden dat het niet veilig was. Hij vertelde mij eerst dat ik weg moest gaan, omdat hij naar beneden wilde springen. Mijn systeem had het zwaar hoor. Ik had een opdracht gekregen om hem naar beneden te brengen, maar niet op die manier. Even later, pakte hij gelukkig toch mijn arm."

"Ik heb hem later nooit meer terug gezien".

"Dat bedoel ik, Tim. Dat soort mensen gedroegen zich vreemd. Ze waren ziek en niets kon hen meer helpen. Het bestuur besloot toen om dat soort mensen op te sluiten zodat ze geen gevaar meer waren voor anderen. Men vertelde dat ze naar een prachtige omgeving zouden gaan."

"Wij gaan nu naar die prachtige omgeving, Tim....."

"Hoeveel mensen zitten daar dan, Tara?" Tara zei niets.

"Tara...hoeveel mensen zijn daar beneden?"

"Twaalfhonderddrieënvijftig, Tim"

"Processor allemachtig......", was het enige wat Tim kon uitbrengen. Hij had even geen vragen meer.

In de Diepte


De afdaling had meer dan een kwartier geduurd en werd afgewisseld met verschillende stops op diverse niveaus. Tara wist dat de ware gevangenis zich op de onderste verdieping bevond. Op de korte stops was geen enkele robot ingestapt. Het leek een verlaten constructie en zo voelde het ook. Buiten een viertal kleinere liften in de schacht was er vrijwel niets te zien. Het waren goederenliften, zo zag Tim (en dus Tara ook), omdat vooral voedselpakketten in de kleinere lift-platforms waren gelegd. Ze raasden ook veel sneller dan de Robot-lift. De meesten omlaag en soms - leeg - ook naar boven. Met een korte schok kwam de lift tot stilstand. Een zwak blauwe gloed gaf net voldoende licht om te zien waar het tweetal naar toe moest lopen. Kleine bordjes met bacterien-verlichting zorgden ervoor dat het pad naar het gevang net zichtbaar was. Plus-3 gaf de thermometer van Tim aan en dat was ook voor Robots flink koud. Toch zou het systeem van Tim daaronder niet lijden. Dat ging tot minus-45. Tim vroeg aan Tara of het voor haar brein een probleem was, maar dat was het niet. Het brein kon tot minus-227.... Langzaam liep Tim de lange gang in waar maar geen einde aan leek te komen. Zijgangen ontbraken en ook de verwachte roosters voor de lucht aan en afvoer waren nergens zichtbaar. Alles verliep door de aan de bovenkant van de gang bevestigde buizen. Ze zoemden hoorbaar. Tim dacht na over de goederen, eten en zo en kon niet zien hoe dat was geregeld. De liftschacht liep waarschijnlijk voor de goederenliften nog verder naar beneden. Na een tijdje lopen merkte Tim dat het steeds stiller werd. Het gezoem van de buizen was weg, net zoals de buizen zelf. Hij moest dus in de buurt komen van het gevang.

Het betrof een simpele deur met een flikkerend lampje in het midden en Tim wist meteen dat het de ingang was. Niet zo vreemd, want met grote witte letters stond er "verboden toegang voor onbevoegden" op gekalkt. "We zijn er, Tara", fluisterde hij, ondanks of juist doordat het vreselijk stil in de gang was geworden.  Tim vroeg zich af of het gevang direct achter de deur zou zijn en luisterde met zijn oor-sensor tegen de stalen deur. Hij hoorde niets.

"Maak maar open, Timmie. Ik heb het gekraakt en er is niets direct achter de deur". En dat klopte. Met een eenvoudige klik ging de deur open. De deur piepte een beetje. Voorzichtig keek Tim om het hoekje en wat hij zag had zelfs bij Tara een groot vraagteken doen ontstaan. Tim had het in de gaten. "Tsja, Tara....waar zijn we in spijkers-naam nu weer beland". De ruimte achter de deur was enorm groot. Het plafond was - zo hoog ze ook keken - niet zichtbaar. Ook het einde van het complex was in een waas van blauw licht gehuld. Bovendien was het heel mistig. "De CO2 en waterdamp van de menselijke ademhalingen moet ergens naar toe, Timmie", verklaarde Tara. Tim had het niet eens gezien, maar overal liepen mensen rond. Ze waren eenvoudig gekleed in ruim zittende blauwe pakken en de meesten droegen een vreemdsoortig hoofddeksel, een bol-hoedje met daarop een klein parapluutje. en dat was nodig, want grote waterdruppels vloeiden veelvuldig naar beneden. De ruimte was bedekt met plassen, stalactieten en uitgesleten padden.

"Kennelijk is dat was ze doen, Tara.....rondslenteren".

"Ik denk het ook, Tim, maar laten we gewoon naar binnen gaan en dan zien we wel verder."

"Maar het water dan. De tas is toch goed waterdicht, Tara?"

"Maak je geen zorgen over mij Tim. Maar ik stel voor dat we voor jouw gestel, ondanks dat het een aluminium-colvux is,  niet langer dan twee uur hier blijven."  Tim knikte.

De eerste stappen binnen het complex hadden niet veel impact, maar een klein groepje mensen iets verderop hadden meteen in de gaten dat er iets niet klopte en kwamen meteen naar Tim toe.

"Beste Robot. Ge zit fout hier, maor nu ge er toch zeit..... Laat me vrij en wel nouw", zei een wat oudere man. Hij lachtte en de hele groep lachtte meteen mee.

"Das een goeie Freek...Ja, Robot, doe dunne opdracht en laot ons allemaal maor vrij", zei een lange slungel er achteraan. De hele groep lachtte nog harder en trok zo de aandacht van andere mensen. Het duurde niet lang tot Tim bijna helemaal was omringd door mensen en parapluutjes. Tim kon niet zweten van de onrust, maar hij wist ook niet wat te doen. Tara greep in en zij sprak met een zware stem - via Tim - de menigte toe.

"Stop!.....Stop nu.... en ga achteruit. Maak ruimte voor mij, anders kan ik niet helpen".

De lange slungel drong toch aan. "Elpen", zei hij, terwijl hij de mensen rondom aankeek. "Elpen doede door ons vrij te laoten. Vrij.......Ge zeit toch een Robot. Nou....volg dunne wet. Ge mot nu ons vrij laten". "Ja, ja, dat is wel waor", riep iemand iets verderop. De menigte was het ermee eens. Tim voelde zich steeds ongemakkelijker en schommelde al een beetje op en neer. Tara's stem ging echter onverstoorbaar verder.

"Luister, ongelukkigen... Ja, het klopt. Ik ben een robot, maar bij mij zijn de veiligheids-wetten niet geprogrammeerd. Dus dat ik iets zou moeten wat jullie wensen, helaas en nee, de mens kan mij geen opdracht geven".

Het werd meteen stil. Tim die het aanhoorde, raakte verder in verwarring. "Geen wetten", dacht hij...."Dat klopt toch niet". Tara merkte dat het systeem van Tim een flex-circulatie in zijn harnas opdeed en stelde Tim gerust voordat ze overging naar de volgende stap. "Sorry Tim, ik neem ook heel even jouw brein en systeem over, anders ga je kapot". Tim kon niet antwoorden. Hij was uitgeschakeld.

De menigte stond nog steeds stil en keken elkaar verwonderd aan. Een robot zonder wet...dat kon niet kloppen. Een enkeling probeerde het nog, maar het was nutteloos. Tara deed niets wat er werd gevraagd. Hierdoor stapten sommige mensen voorzichtig een stukje achteruit en anderen verlieten de groep al.

"Luister, ongelukkigen. Ik heb geen idee waarom jullie hier rond lopen en ook niet hoe ik dat zou kunnen verhelpen", zei Tara nog steeds met een donkere stem. Een geroezemoes was het gevolg. "Maar ook ik heb hulp nodig....jullie hulp. Ik zoek de Directeur van de Stille Tuin. Ik moet hem spreken". Het geroezemoes werd sterker. Voordat het uitliep op oeverloos gekibbel zonder enige nut, werd er een arm de lucht in gestoken. Het was een teken, want de herrie hield meteen op. Uit de groep stapte een stevige kerel. Tara stond meteen op scherp, want echt vrolijk zag hij er vanwege zijn grote snor niet uit. Gelukkig voor Tara was de werkelijkheid beter dan haar eerste oordeel. Tara scande snel zijn gezicht en kwam uit bij Steven Haspelring, een man, 43 jaar met een gevangenistijd van onbepaalde tijd.

"Beste robot", begon de man. Mijn naom is Steven Haspelring en ik zeit hier al vanaf dunne opening, jaoren gelee. Wij, langgestraften hebben nie meer unne robot in de kerker gezien, dus snap ge ons verontrusting. Alles wat nie normaal is - als ge van normaal kunt spreken - is hoop voor ons".

"Ik begrijp het meneer", zei Tara. Ze schakelde Tim weer aan, omdat ze aanvoelde dat ze van deze man niets te vrezen zou hebben. De man ging verder.

"Wij langgestraften zitten hier in ut gevang zonder dat we weten waarom. Ja....de meese in de stad vonden ons gek, maar dat is toch ginne gedoe. Van de één op dunne andere dag werden wij, de gekke zielen, hier diep onderin geplaatst.....door de meese. Nie door robots. Er binne wel robots hier benee - dat kunnen we horen - maar hunnie bemoeien zich nie mee ons. Dunne deur die ge hebt geopend, was altijd gesloten....tot nouw. Dunne eerste vraag die wij dus hebben is of ge dunne deur ook vanaf deuze kant kan openen. Na oehe antwoord, zullen wij ons beraden op jouwe verzoek."

Dit plaatste Tim en Tara in een lastige situatie. Als de deur zou worden geopend en de gevangenen naar buiten zouden gaan, was er groot alarm te verwachten en dat zou slecht uitkomen. Tara besloot voor haar eigen veiligheid om de deur - voorlopig - niet te openen. Maar....dat zou wellicht betekenen dat ze de directeur niet zou mogen spreken. Ze probeerde een uitweg te vinden en enkele nanoseconden knarste en ratelde haar brein in de tas.  "Eerlijkheid was van belang", concludeerde ze.. Tim was het ermee eens. Tara probeerde zorgvuldig de juiste woorden te vinden.

"Het spijt mij zeer dat u mensen hier bent beland en wel zonder een uitzicht op vrijheid. Dat is een zeer ernstig delict, strafbaar gesteld onder artikel 4a van de Global-wet 674, Rechten van de Mens en Robots. Het is onmenselijk. De verantwoordelijke voor dit....eh....moet worden gestraft. Ik vermoed dat ik weet wie dit allemaal op zijn kerfstok heeft, maar ik moet dat natuurlijk ook bewijzen. Dat kan ik niet zonder dat ik de Directeur van de Stille Tuin heb gesproken.

De man, Steven Haspelring dacht na en antwoordde niet meteen. Heel even had hij overleg met een andere man zonder te beseffen dat Tara en Tim hem gewoon konden horen.

"Witte gij ut nouw, Steven?", vroeg de andere man.

"Kwitnie, Rombout". "Zedde gij ut maar?"

"Laot um maar kletsen, anders wordt ut niks, Steven".

Tara reageerde zonder dat Steven een vraag kon stellen. Ze besloot alsnog om aan deze arme mensen volledige openheid te geven en gebood de mensen om rondom Tim te komen zitten. De menigte treuzelde even, maar ging toen allemaal braaf zitten.

"Dit gaat wel even duren, hoor". De mensen knikten en wachtte gespannen op het verhaal van Tara.

wordt vervolgd op Tim en Tara 13.......





E-mailen
Map
Info