Ideemachine.nl
                                                                                                 

Tim en Tara.

Tim en Tara. Dit zijn 2 Robots en leven in een wereld waarin Robots volledig door de mens zijn geaccepteerd.


TIM



Het geknars van keramiek en aluminium klonk harder dan het ruisen van de windturbine. Elke dag werd Tim vlak voor het starten van de windturbine gewekt door een scherpe piep in zijn linker-oorstift. Daarna volgde het testen van zijn loop- en grijponderdelen. Vandaar ook het knarsen, want Tim was niet de allerjongste Robot meer en zodoende zeker niet de soepelste. Voor soepele bewegingen moest je bij een dans-robot zijn. En dat was Tim dus bepaald niet. Hij wist niets van dans. Niet nodig ook, want Tim was een klus-robot en die hadden alleen kracht en lengte nodig. En een klus natuurlijk!

Het verschijnen van zijn dagelijkse klus op de display liet precies 5 minuten op zich wachten. Dat kwam hem het beste uit. Tim had namelijk altijd extra tijd nodig en werkte dan zijn vaste ritueel af. Eerst rekken, daarna een klein olie-ontbijtje, vervolgens linksdraaiend insmeren met een metaalverfrisser en tenslotte drie spuitjes glans bovenop zijn antennes. Nooit meer of minder. Daarna liep hij naar de holo-muur en zag dat de eerste monorail net was vertrokken. Boven bij de ingang van het verzamel-station stonden nog lange rijen robots te wachten op de volgende monorail. Er was geen gedrang, geen gekibbel. Niets van dat. Elke dag was het beeld vanuit de holo-muur de laatste periode hetzelfde. Het weer maakte daarbij niets uit. Een mooie lenteachtige dag, zonnetje, 22 graden en geen wind, was door de mensen besteld en die bestelling liep al 215 dagen. "Mooi systeem", dacht Tim hoewel het hem niets uitmaakte of de zon vanaf de spiegel op hem scheen of de regen vanaf de druppel-koepel bovenop hem neerdaalde.

"Ping". De display op de linker arm-tentakel lichtte op. Op het scherm verscheen een gezicht. Tim wist meteen dat er iets niet pluis was. En dat klopte. "Tim, jongen, vanmorgen heb je een rot klus en het moet nog snel ook". De man ging verder zonder op een bevestiging te wachten. Hij had gelijk ook, want Robots zijn nooit ziek en zelden moe. Bovendien spreken ze mensen nooit tegen.

"De 4e lijn, 32 graden onder de Diamant-brug, nummer 16'. "Daar zit een kat. Je begrijpt.....die hoort daar niet". Mooi klusje, maar opletten, want het is gevaarlijk." "Einde bericht".

Tim hoefde het bericht niet nog een keer te beluisteren. Hij wist al waar het was, want op de display knipperde een rood lampje op de 3D-plattegrond van Metropolis.


TARA




Het zachte snorren van Tara was alleen voor haar hoorbaar. Het meeste geluid kwam dan ook niet van haar, maar van de vliegende auto's. Beter nog...van de toeters van die voertuigen, want voordringen, afsnijden en roekeloos gedrag op de luchtweg, was een normaal iets in Metropolis. Tara keek ernaar en verwonderde zich nog elke dag om al dat gehaast. Zelf had ze helemaal geen haast. En dat kon, want zij was een stadsbeeld-robot.

Stadsbeeld-robotten waren bijzondere robots. Hoewel niemand meer wist wie dit had bedacht, waren ze wel door zowel mensen als robots algemeen aanvaard. Een stadsbeeld-robot bepaalde namelijk het stadsbeeld. Sommigen waren stabiel, vriendelijk en rustgevend. Anderen weer een uiting van kunst en sommigen waren er gewoon om de stad te vullen met een bijzondere aanblik. Zoals Tara dus.

Tara had het uiterlijk van een kat gekregen en gedroeg zich ook als een kat. Lekker luieren in de zon of slenteren in het park, was het liefste wat ze deed. Kattenkwaad uithalen natuurlijk ook. En dat is logisch voor een kat anders heet het geen kattenkwaad. Vanmorgen nog had ze een dood vogeltje (gevonden bij de Spiegelstraat...inderdaad een straat vol met glas en spiegels) op de stoep gelegd bij de kleuterschool. Jullie begrijpen al...het werd een gekrijs en gehuil die morgen nog voordat de kleuterschool was begonnen. Tara vond dit leuk. Nadat ze had genoten van de chaos besloot ze om eens lekker te gaan rusten. Ze koos een fijn plekje onder de Diamant-brug. Toch was dit nou net niet zo een fijne plaats. Ja, wel voor Tara, maar niet voor alle bestuurders van de vliegauto's. Het leidde enorm af, zo'n witte robot-kat vlak naast de luchtweg van 16Noord naar Zuid12. Het getoeter kwam dus niet alleen vanwege de haast, maar ook van schrik. Het zal jullie niet verbazen...er werd meteen geklikt en binnen enkele minuten werd hulp ingeroepen van een klus robot.

Een mooi klusje....


TIM EN TARA


Een zachte wind zorgde in Metropolis voor een aangename bijkomstigheid. Kleine waterdruppeltjes van het anti-smog systeem legden een klein laagje vocht op alle metalen onderdelen in de stad. En het was een kwestie van tijd wat ervoor zorgde dat kleine druppeltjes versmolten met andere kleine druppeltjes. Na een tijdje dropen dunne straaltjes vocht overal langzaam naar beneden. Zo ook bij de brug en Tara lag precies uitgestrekt onder een paar straaltje. Het verkoelde haar systeem en ze vond het heerlijk.

Tim was er niet zo blij mee. Het verminderde zijn grip op de metalen buizen van de brug. Maar het ergste was het vocht op zijn lenzen. Het maakte de klimpartij lastiger. Nou ja klimpartij....Tim daalde af. Met zijn uitschuifbare tentakels kon hij makkelijker naar beneden afdalen, maar hij moest wel opletten. Een val - niet te hopen - duurde enkele minuten en dat zou de klus-robot uitschakelen om nooit meer wakker te worden.

Tim naderde voorzichtig de "kat". Hij wilde voorkomen dat het beest ergens anders naar toe zou vluchten. "Zoveel tijd had hij ook nou niet", vond hij zelf. Soms luisterde hij even om te ontdekken waar het snorren precies vandaan kwam. "Nog enkele dikameters", dacht hij opgelucht. Het "beest" was nog steeds op dezelfde plaats. En hij had gelijk. Slechts enkele dikameters onder hem lag Tara rustig te luieren en wachtte geduldig op de komst van de klus-robot. Tim besloot tot een ongebruikelijke actie. Hij sloot zijn been-tentakels over een flinke buis en boog naar beneden. Hij schrok een beetje, want daar lag geen beest maar een robot. "Hu", was zijn eerste reactie.

"Hu"......is dat jouw manier van het aanspreken van een dame?", vroeg Tara, terwijl ze Tim strak aankeek.

"Wat doe jij hier dan?"

"Hallo, vreemdeling.....je hebt mijn vraag nog niet beantwoord...kom op zeg".

"Hu.....O, sorry".

"Weer die "Hu"....je bent slecht opgevoed. "Hu" is voor mensen, honden uiteraard en een schorre ezel".

Tim wist zich geen raad. Wat moest hij nou hiermee? Ten eerste was er geen echte kat en ten tweede wist hij niet wat hij nu moest doen nu het om een stadsbeeld-robot ging. Hij probeerde een andere benadering.

"Beste dame".....het is niet gepast om hier onder de brug plaats te nemen, want u stoort de vlieg-auto's", zei hij zo beleefd mogelijk.

Tara moest lachen. "Je blijft een vreemde hoor. Een robot met u aanspreken. Maar oké, beter dan "Hu". "Wat wil je van me?

"Even wachten, want hoe heet je dan?"

"Goeie vraag. Jij eerst".

"Tim", klonk het droogjes.

"Tara....maar eigenlijk heet ik de Tyger Alfa Rumidiair Algorithm 1673456. Je weet wel....De zakelijke geboortenaam uit de ontwerpplaats IBC Boston USA. Afgekort Tara".

"Hm....ik ben de Titan in Memory of Jim Blackmaster. Je weet wel de grote ontwikkelaar van klus-robots uit de fabrieken van Geegle, Los Angeles, USA. Afgekort Tim". 

"Aangenaam Tim. Nou.....dan weten we dat. En nu? Kom je me nu arresteren of zo?"

"Nou...nee, maar ik heb wel de opdracht gekregen om een kat hier te verwijderen. Dit is geen plaats voor luieren of zomaar rondhangen. Er vliegen hier elke minuut dertig vliegbussen voorbij en dan heb ik het niet eens over al de vliegauto's". Tim draaide zijn hoofd om en wees demonstratief naar het gezoem op de vliegwegen en inderdaad....het was erg druk.

"O."......en wat nu lieve Timmetje van me.....ga je mij vangen? Ik lig hier lekker, dus ik ben niet van plan om deze prachtige plaats te verlaten".

Tim voelde zich ongemakkelijk. Hij had helemaal geen zin om een stadsbeeld-robot te vangen en zeker niet één die op een kat leek. Dat was vragen om problemen. Maar toch....hij moest de opdracht uitvoeren'.

"Ik hoor je positronisch brein knarsen", zei Tara op een poeslieve manier. "Maar vooruit....je bent aardig en je ziet er cool uit. Ik zal het je niet moeilijk maken".

Tim zuchtte van opluchting.

"Maar.....alleen als ik vandaag met je mee mag naar de volgende klussen, oké?".

Tim wist zich even geen raad. Hij voelde onraad, een lichte tinteling, ergens in de Avi-diode van zijn linker been-tentakel. En hij had gelijk, want Tara....Tara was uit op een plezierige dag vol...inderdaad...., kattenkwaad.


De Tunnel



De weg naar beneden was vol gedoe, maar daarover later meer.

Boven op de vastegrondbrug komen was geen probleem. Tim trok zichzelf moeiteloos op en Tara sprong met grote sprongen snel naar boven. Ze was nog eerder op de brug dan Tim en keek aandachtig naar het vastegrond- en lucht verkeer wat haar voorbij raasden. Het stoorde haar niet, want al het geluid van het verkeer werd opgezogen door zwarte gaten. Het geluid verdween daarin en werd pas op Mars bevrijd. Het verbaast jullie niets dat het op Mars een herrie van jewelste was, maar dat hinderde daar ook niemand. Mars was al eeuwen weer verlaten.

Tim meldde "gereed" via de display aan zijn chef en nog geen minuut later, verscheen klus nummer 2. "West 13, bodem minus 1, schakelplaats 16 - defect, herstel licht en afzuiging s.v.p".

"Minus 1", klonk het droevig. Tara merkte het meteen op. "Minus 1.....wat is daar nou zo gek aan. Het is er donker, ja, maar dat is toch geen probleem, toch.... Timmie?"

Tim wachtte even met antwoorden. Nee, het donker was geen probleem, maar leuk vond hij het ook niet. Zijn lichtsensoren waren niet bijster sterk en bovendien - zo was zijn ervaring - lag er altijd rommel op de grond. Al meerdere malen was hij gestruikeld over van alles en nog wat. Hij haatte werken in het donker en vooral op minus 1.

"Nee hoor", loog hij. (robots mogen en kunnen niet tegen mensen liegen, maar er was verder niets geregeld, dus was liegen onderling wel een optie) "Ik heb gewoon liever een kat onder een brug". "Kom op we gaan".

En daar gingen ze, samen, op weg naar beneden. En daar begon het gedoe.

Verschillende grondkruiswegen waren verstopt door het drukke verkeer waardoor de weg naar beneden langer was dan verwacht. Ze maakten een omweg via de Zuid 11 en 12 grondweg en zakten af via de masten 30 en 35A. Tim maakte zich keer op keer druk om Tara, omdat ze in zijn ogen gewoonweg een gevaar op de weg en in de lucht was. Ze sprong zo voor een grondbus om vervolgens weer even zo snel op de bus te springen. Pas na honderden meters sprong ze dan weer via een snelle vliegtaxi en een drukke mast op de stoep naast de grondweg. Tim - die natuurlijk nogal achter bleef - kon het alleen maar aankijken en hopen dat er niets ernstigs gebeurde. Enkele verdiepingen lager werd het verkeer rustiger, maar er verschenen weer andere problemen. Vuil van de bovenste stadslagen maakte het lopen langs de onderste grondwegen niet gemakkelijk en de lucht stonk. Niet dat de Robots zelf last hadden van de stank, maar de vieze lucht zorgde wel voor andere belemmeringen. Tim had het vaker gezien. Dat gedoe. De meeste mensen droegen een soort van paraplu op hun hoofd en een donker zuiveringsnet rondom hun gezicht en het gevolg was de ene botsing na de andere. Overal klonk het "sorry". Het leven hier was niet eenvoudig, dacht Tim.

Tara vond het kennelijk wel leuk en zij deed dan vooral overdreven mee. "Sorry, Sorry, O, sorry hoor....O, neemt mij niet kwalijk, O,O,O, gutjeprutje toch". En zo ging ze maar door. De mensen keken haar boos aan, maar durfden er niets van te zeggen. Een stadsbeeldrobot had alle vrijheid...dus....Bovendien had iedereen haast en wilde geen tijd verspillen aan een robot. Tim had intussen Tara ingehaald en wees naar een kleine mast, die een beetje verborgen lag achter een Chinese bonen-kraam. Op de mast stond een pijl en minus 1 en een gevaarteken in de vorm van een krokodil. (dit was vooral bedoeld om kleine kinderen te weerhouden af te dalen).

Minus 1 was zoals Tara had verwacht. Nog vuiler, stil en ook donkerder. Voor Tara geen probleem, want om een vuile vacht hoefde ze zich geen zorgen te maken en daarnaast had zij wel goede sensoren. Kijken in het donker was een specialiteit van haar. Tim daarentegen had het direct minder naar zijn zin en dat liet hij merken ook. Een klodder olie uit zijn elleboog flanste hij zonder pardon op de grond. "Zo", zei Tara. "Dat is duidelijk". Tim zei niets en liep stevig door in Westelijke richting. Na een tijdje hield hij stil. Voor hen lag een duistere tunnel. "We zijn er. Laten we snel die schakelaar vinden. Des te sneller kunnen we weg".

De Tunnel werd al snel echt donker en de ingang werd bij elke stap voorwaarts kleiner tot het nog een klein wit stipje was. Tara vermaakte zich kostelijk en sprong tegen de zijkanten op om vervolgens in een koprol naar beneden te zoeven. Tim schudde zijn hoofd, maar liet Tara doen wat ze wilde doen. Hij wist...een stadsbeeldrobot.....daar valt weinig mee te beginnen. "Leuk", zei ze tegen Tim. "Moet je ook eens doen". Tim besloot om beter te zwijgen en concentreerde zich op de schakelaar die maar niet te zien was. Inmiddels was het witte puntje ook verdwenen en het was echt zo donker als een tunnel maar kan zijn. Tim stopte even. "Tara....zie jij een schakelaar?" Hij hoopte dat zij verderop de schakelaar kon zien met haar sensoren. "Ik zal even kijken....wacht even". Tim wilde nog nee zeggen ,maar Tara was al verdwenen.

En daar stond Tim.....in het donker. Plotseling zag hij iets vooruit twee gele ogen langzaam naar hem toe komen. "Tara....". Het bleef stil.

"Tara, ophouden nou. Geen spelletjes, Oke?" Het bleef stil.

De twee ogen kwamen dichterbij en stopte op enkele meters van Tim. Toen gingen de ogen naar rechts en omhoog tegen te wand van de tunnel. De ogen stopten niet en hingen na een tijdje aan het plafond. Tim wist niet wat te doen. Hij was niet bang of zo, maar normaal was het ook niet. En normaal werd het zeker niet. Zonder waarschuwing viel één oog een meter naar beneden. Als Tim een echte mond had gehad, dan was die nu open gevallen. Het éne oog schommelde op en neer en het andere ging snel van links naar rechts. Tim wist niet wat hij zag. Dat kon Tara niet zijn.

Plotseling een schelle lach en het licht knipte aan. Tara hing op haar kop aan het plafond van de tunnel. "Wat doe jij daar nou?"

"Ha, ha...was je bang Timmie?"

"Nee, natuurlijk niet, maar het was wel vreemd."

Tara klauterde naar beneden en opende haar poot. In de palm lagen twee knikkers.

"Fluor knikkers.....altijd handig.

Tim keek Tara aan en zuchtte diep. "Kom op. We moeten naar boven".


Het begin. (TIM)



"Hoe ben jij geboren?", vroeg Tara, terwijl ze een sliert olie op haar vinger nauwkeurig bestudeerde. 

Tim en Tara waren na de klus en de klim naar boven het klusgebouw binnengekomen en trakteerden zichzelf op een welverdiende Ollie. Dat is een soort lolly gemaakt van Olie. Het nadeel van een Ollie is dat het snel drupt.

"Ik?, uh." Tim moest even nadenken over deze vraag. Eigenlijk had hij nog nooit deze vraag gehad en bovendien zag hij het belang ervan niet in.

"Nou, zoals iedere klusrobot".

"Maar hoe dan? Wat weet jij er nog van?"

Tim keek Tara aan en vormde zijn diahybride-lippen een beetje naar voren. Hij wachtte even, maar kwam er niet onderuit.

"Nou?, zeg eens....".

"Eh, nou gewoon. Ik werd aangezet en daarna kreeg ik een controle. Die liep goed en zodoende werd ik ingedeeld bij de klus-unit 7. Dat is alles".

"Dus als ik het goed begrijp, is het enige wat je weet van je geboorte....het omzetten van een knopje. Heb ik dat goed?"

"Eh, ja....".

Tara was niet tevreden en ze vond het ook een beetje sneu. Eén knopje maar als geboorte. Dat is niet veel. Ze probeerde wat anders.

"Maar....wat zag je dan, toen je werd geboren?"

"Eh....nou gewoon, een mens. Ik weet zijn naam niet. Hij glimlachte naar mij toen mijn lichtsensoren blauw werden van de energie. Ik deed het dus en dat is al heel wat, want mijn broertjes van die dag, werken niet. Zij bleven stil".

"Ha, ha...broertjes...dat is een goeie". Tara slurpte een klodder olie naar binnen en ging verder.

"Wat gebeurde er verder?"

"Eh....nou, de mens pakte een takel en pikte mijn broertjes eruit. Ze gingen omhoog en verdwenen in een tunnel". Tim bleef even stil.

"Aha, Timmie....vandaar dat je tunnels niet prettig vind?".

"Eh, klopt wel een beetje.....waar denk jij dat mijn broertjes zijn, Tara?"

Nu was het Tara's beurt om verrast te zijn over de gestelde vraag. Ze wist het wel, maar zou ze het wel vertellen?.....De meeste mislukte robots gingen namelijk vrij direct naar de sloper. Een enkeling kwam later weer terug omdat hij of zij alsnog contact maakte.

"Nou, Timmie, daar stel je een vraag zeg. Wat denk je zelf?"

"Ik hoop...hoop dat ze worden gemaakt. Maar, eh....ik heb in al die jaren geen broertje meer gezien".

Het werd een tijdje stil en beiden genoten van de Olly's. Toen de laatste lik naar binnen was, sprong Tara op.

"Timmie jongen. Ik weet wat. We gaan gewoon zoeken naar je broertjes. Wie weet zitten ze toch ergens op een niveau waar jij nog nooit bent geweest".

"Hm,....oké. Goed plan". Tim veerde ook omhoog en strekte zijn borst alsof hij wou zeggen dat hij er klaar voor was.

"Ho, ho Timmie....niet te snel. Morgen oké? Morgen beginnen we.


Het begin (Tara)



Die avond dacht Tara na over haar geboorte. Die was volstrekt anders. Ze glimlachte erbij en alweer kwamen de eerste beelden van die mooie dagen naar boven. Zoals dat kan bij robots, ging ze elke stap nog eens na. Gewoon...omdat ze er zin in had.

Het begon zo.....

"Tara, wakker worden". Die opdracht kwam op enig moment in haar systeem. Het was slechts een enkele opdracht en gemeld door "iets", wat verscheen als een serie 0-1-1-1-0-0-spin up en 1-down in haar brein en werd direct omgezet naar een doe-opdracht. Daardoor werd ze dus ook "wakker".

Het maakte weinig uit. Haar systeem warmde op en enkele sensoren gingen één voor één aan. Eerst de kritieke bescherming-functies en vervolgens de doe-functies. Met de doe-functies gebeurde nog niets. Geen opdrachten. Met de bescherming-functies wel. Een aantal verborgen sensoren scande naar onregelmatige opdrachten, maar vonden niets. De reactie-functie startte als laatste op in haar brein en vormde een simpele reactie; "OK"

Het systeem hoorde een geluid. Het duurde een halve nanoseconde om het geluid in drie-biocentrale matrix eenheden om te vormen tot kennis, een opdracht of een reactie noodzaak. In dit geval waren het slechts twee. Ze begreep de woorden; Engels, menselijk, vriendelijk, variabel op en aflopend van 3,5 hertz tot 3,67, echo negatief en afstand 2,344532 meter grond, hoek 17 en 1,75691 hoog en het betrof een vraag. 

"Tara, is je pre-kennis-systeem OK?" Ze antwoordde met een nul-spin-1-1-1-spin-down-0-1 (OK). De verbinding was ook OK, maar dat was niet gevraagd.

"Tara...., neem kennis van de volgende informatie". En dat deed ze. Het duurde drie minuten om alle informatie op zich te nemen. Het systeem warmde flink op en enkele seconden pauze waren zelfs noodzakelijk. "Maar ja, dat was niet zo vreemd", dacht ze nu achteraf, omdat alle technische kennis van de Hawking-universiteit in haar positronisch brein werd opgenomen. Een simpele OK beëindigde deze sessie.

"Tara, mijn naam is Edwin Davies....Ik ga je opvoeden en verder bewerken".

"OK".

De algemene opvoeding viel wel mee. Het was vooral updaten van verdere informatie over de mens en de robot. Het duurde een paar uurtjes en toen was Tara af. "Nou ja, af", dacht ze. Er was wel een Tara-ik, maar geen Tara-lichaam. Ze vroeg zich af wat er verder ging gebeuren, want dit kon toch zo niet blijven. De volgende morgen kreeg ze al vroeg een antwoord. Haar licht, reuk, en voel-systemen werden geactiveerd.

Het eerste wat Tara zag, was een vriendelijk gezicht van een mens recht voor haar lichtsensoren. De man had grijs haar wat hij kennelijk nooit kamde, omdat het haar nog alleen maar bestond uit klitten. Verder een lange snor met een sik en tot slot een gele bril van 1,5 negatieve glazen met kraswering.

"sensoren OK, meneer Edwin Davies".

"Prima Tara. We kunnen verder".

Dat verdergaan was belangrijker dan wat Tara had gedacht. Ze was al blij met lichtsensoren, maar dat was niet genoeg voor haar meester. Ze zag dat de man naar achteren liep en terugkwam met een aantal kartonnen platen. Ze had geen idee, totdat de man één van de platen omdraaide. Ze herkende meteen een koe en dat meldde ze ook. "Koe, OK".

De man glimlachte. "Goed Tara, een koe, maar ik heb hierover een paar mededelingen".

Tara wist het nog goed. Wat was ze blij, toen ze hoorde dat ze een stadsbeeldrobot zou worden. Ze kon haar enthousiasme bijna niet onderdrukken en antwoordde een enkele keer "OK" nog voordat de vraag tot bevestiging was gesteld. Wat een geluk had ze. De taken van een stadsbeeldrobot waren eenvoudig. Je moest er gewoon zijn, meer niet. Het maakte nauwelijks uit wat je deed, als je maar dagelijks zichtbaar was in de Metropool, dan was het al goed. Toch knaagde er iets in haar back-up systeem. Niet dat er ergens een rood lampje ging branden, maar er was wel 'iets"....Plotseling begreep ze het.

"O, jee......word ik een koe?".

"Natuurlijk Tara", was het directe antwoord. "Luister Tara, ga je systeem na en kijk eens goed naar de functie van een koe in India. Daar is een koe heilig en niets mag het beest benadelen. Zo simpel is het. Het gemeentebestuur heeft om een stadsbeeldrobot gevraagd in de vorm van een koe. Je wordt dus een koe".

Tara viel stil...."Een koe", dacht ze en tijdens die gedachte knipperde haar lichtsensoren. Waarom wist ze niet, maar het had vast met die koe te maken. Ze probeerde iets, want ze wist nu al dat ze geen koe wilde zijn en gelukkig kon het nog. Er waren namelijk nog geen stop of uitschakel processen in werking gebracht, omdat ze nog geen lichaam had. 

"Ik wil geen koe zijn. Koeien zijn lui, doen niets en kunnen ook niets". "Laat me zelf kiezen...mag dat....alstublieft".

Edwin dacht lang na. "OK, ik zal het voorleggen aan het bestuur, maar dan moet je zelf wel met een plan komen. Wat wil je zijn en hoe wil je zijn. Daar is nu nog tijd voor. Morgen kom ik terug, Tara".

"OK".

De man ging weg zonder Tara uit te schakelen. Wederom knipperde haar sensoren. "O, jee", dacht ze. "Wat moet ik nu?.....ik weet nog niets van de wereld om mij heen en ik moet nu al beslissen wat ik wil worden.....Hoe los ik dit op?"

Plotseling viel haar linker-lichtsensor op een paar holo-boeken in de hoek van de kamer. De titels kon ze niet lezen, maar wel zag ze een afbeelding van een dier op het bovenste holo-boek en een paar zinnen op de achterflap van het holo-boek daaronder. Na enkele tellen wist ze het. Ze wilde de kat van het bovenste holo-boek zijn en net zo vrij zijn als de Pippie Langkous van het holo-boek daaronder. Al wist ze totaal niet wie die Pippie nou precies was, maar dat maakte haar niet uit. Ze had tenminste een plan.

De man, Edwin, had de volgende morgen goed nieuws. Het bestuur vond het wel apart dat Tara haar eigen lichaam wilde uitzoeken. En tot haar verrassing was het type Pippie ook geen probleem. Ze moest immers een stadsbeeldrobot worden. En zo konden Edwin en Tara aan de slag. Eerst werd het hoofd gemaakt. Een paar helderblauwe beschermvliezen over haar licht-sensoren, een paar spitse hoor-sensoren bovenop en boven haar mond een aantal extra lange voel-sensoren. Tara keek naar zichzelf en was tevreden. Het duurde nog enkele weken en toen was ze compleet. "De bewerking is klaar", zei Edwin. Hij pufte zijn snor een beetje omhoog en stak zijn duim omhoog. "OK", zei Tara met haar jonge meisjesstem. "Dan kan ik gaan, toch?". Maar dat was te vroeg. Tara wist niet meer dat er ook nog een opvoeding volgde. Een digitale opvoeding natuurlijk, maar deze duurde langer dan ze had verwacht. Het was niet mis ook. Afrikaans trommelen, 18e eeuws portretschilderen, Iraanse poëzie, Amerikaanse film- en cultuurgeschiedenis, je netjes gedragen zoals in Rome gebruikelijk is, Duitse schlagerliederen en tot slot gewoon miauwen, want dat hoorde er ook bij als je een kat wilde zijn, vond Edwin. En op een dag was Tara gereed. Ze maakte nog enkele afspraken met Edwin, gaf een knuffel en vertrok richting de stad.

Tara knorde en spinde.


Op zoek?


"Hoi Tara".

"Hoi".

"Ik was nog wat vergeten te vragen".

"Wat dan?"

"Hoe ben jij geboren?"

"O, gewoon......hetzelfde als jou".

Tara was vroeg opgestaan deze morgen. Niet echt opgestaan, want dat hoefde niet. Tara's verplichte rusttijd deed ze in staande positie. Dat was ook makkelijker voor de aansluiting van de batterijen. Gewoon één stapje naar achter en plug erin klikken. Geen gedoe met kabels. Ze had een hekel aan kabels, omdat ze altijd in de war zaten als er één nodig had. Pas later leerde ze dat de kans op "in de war raken" veel groter is dan "niet in de war zijn" en het daarom lijkt dat ze altijd in de knoop zitten, maar toen was het al te laat. Vroeg opstaan had nogal wat voordelen voor Tara. Meestal drupte er waterdruppels vermengd met olie van het raam in haar onderkomen en dat vond ze heerlijk. Zoals mensen altijd koffie nodig hadden op de vroege morgen, vond zij de water-olie noodzakelijk om goed de dag te beginnen.

Voor een stadsbeeldrobot is de dag goed beginnen een vereiste. Je bent er namelijk voor de stad en de bewoners, mensen en robots. Het was haar taak om een vrolijk en positief beeld uit te dragen zodat de mensen, maar ook de robots het overnamen. In ieder geval....dat was het idee. Tara, goed opgestaan dus, plooide haar kattengezicht in een grote glimlach. Ze gebruikte de glimlach van de kat in "Alice in Wonderland", omdat die het breedste van alle beschikbare glimlachen was. En daar ging Tara. Op weg naar Tim, want ze vond Tim erg aardig en interessant. Niet alleen omdat hij een klusrobot was, maar ook omdat Tim overal de weg goed kende. Tara vond dat belangrijk. Ze moest namelijk nog veel van de stad leren en ze kende nauwelijks tien procent van de Metropool. Bovendien....Tim was sterk.

"Timmie, jongen, wat is het plan voor vandaag?", vroeg ze beleefd na een flinke slok warme Thee-olie. Ze slurpte een beetje om de volledige aandacht van Tim te krijgen. "Niet slurpen Tara. Dat is toch niet netjes?" Tara moest ervan lachen. Tim was in haar ogen een redelijk eenvoudige robot zonder ooit vervolg-programma's voor menselijk gedrag te hebben gekregen. "Opvoeden kan dus ook zonder programma's", dacht ze. Ze nam een slok zonder te slurpen. "Oke, Timmie....jij je zin, maar ik hoor niets over een plan".

Tim keek naar zijn display. Er was nog geen klus te zien. Dat gebeurde wel eens en dan was hij gewoon vrij om te doen wat hij wilde. Vandaag was dus zo'n dag. Heel even keek hij nogmaals naar de display om zeker te zijn. Niets.

"Tara, we gaan zoeken. Ik heb vannacht vlak voor de ruststand een droom aangevraagd. Ik moest drie dingen opgeven en dan zou mijn droom worden gemaakt".

"Wat heb je opgegeven, je broertjes zeker?"

Tim antwoordde niet, maar keek een beetje schuin omhoog. Tara wist genoeg...ze herkende het gebaar. Het was dezelfde houding. "Net als het vastberaden gezicht van de beroemde oud-president Donald Trump als hij weer een vreemde actie van zichzelf moest verdedigen", dacht ze. Een plaatje van Trump uit de www-data-clopedie plopte op haar licht-sensoren.

Nou ja, dit was ook precies wat ze wilde. Een vrije dag voor Tim en een zoektocht naar twee robots die mogelijk niet eens meer bestaan.

"Nou, je gezicht zegt mij genoeg. We gaan zoeken. Waar zullen we beginnen?"

Tim had daarover al nagedacht. Perron nul. Dat vuil-verzamel-perron op de laagste verdieping vlak boven de bodem was het meest geschikt om te beginnen. Daar werd al het vuil van de Metropool verzameld en - zo dacht Tim - als de broertjes niet helemaal goed werkten, dan zouden ze misschien daar te werk worden gesteld. Hij legde het aan Tara voor.

"Helemaal mee eens Timmie". Tara kende de stad goed, maar zoals gezegd, niet helemaal. Perron nul, daar was ze nog nooit geweest (wel dichtbij namelijk richting de tunnel). Niet zo vreemd, hoor, want op dat perron waren nagenoeg geen mensen te vinden en de robots die er werkten, die waren allemaal behoorlijk dom. Zodoende had een stadsbeeldrobot daar niet veel te doen. Geen mens of robot zou naar haar luisteren en ook niet bekijken. Het was daar een drukte van belang. Dat wist ze ook nog. En het stonk.

De drukte en stank waren inderdaad fors. Niet dat het Tara en Tim deerden, want zij konden gewoon de reuksensoren uitzetten. De drukte naar Perron nul was ergerlijk. Tara, flink kleiner dan de meeste robots daar, had moeite om Tim te volgen. Tim, groot en sterk, wriemelde zich dwars door de massa heen en leek nergens last van te hebben. Na een klein stukje voelde Tara aan dat dit een mislukking zou worden. Ze gebood Tim te stoppen.

"Timmie, stop even". Tim draaide zich om en zag Tara worstelen tussen twee robots, die een aantal vuilniszakken droegen.

"Wat?"

"Kijk dan lompie". "Zo kan het toch niet?"

"Oh...." Tim draaide zich om en botste de naaste robots weg van Tara. "Kom", zei hij nog en wilde doorlopen.

"Nee, suffie...Je moet me meenemen. Op je schouder, anders ga ik niet verder". Tara draaide zich een beetje om en dat hielp meteen.

De weg verder naar perron nul verliep beter en sneller. Tara zat lekker op Tim's schouder en plukte af en toe een lekkernij, een klodder olie van de plafonds. Ze keek op haar gemak eens in het rond en verbaasde zich over de hoeveelheid robots. Overal liepen robots rond met blauwe en rode zakken vuilnis. Anderen liepen rond met prikstokken en zodoende leek het net een mierenhoop waar iedereen druk bezig was. De robots werkten hard en dat moest ook wel ,want elke seconde dwarrelde er wel een hoopje vuilnis naar beneden. Hoewel er ook genoeg vuilstortbakken en buizen in de Metropool aanwezig waren, was een gedeelte van het vuil afkomstig vanuit de lucht. "Kennelijk werd al het losse afval via luchtstromen naar perron nul geblazen", dacht ze. En dat klopte. Het vuilverwerkingssysteem van de stad werkte prima, maar vlak boven de onderste laag, ging het mis, omdat het dwarrelen van los vuil vanuit de lucht gewoon te veel werd.

"Ik begrijp de mensen niet". Ze keek eens naar boven en zag niets anders dan neerdwarrelend stof en vuil. Tim keek ook even omhoog. "Ik ook niet".

"Mensen kunnen robots maken en raketten, maar los afval en stof in de lucht, daar denken ze nauwelijks aan". "In ieder geval niet genoeg, want hier beneden hebben ook mensen er last van".

"Klopt, Tara....daar hebben ze dus robots voor. Nagenoeg geen mens hier meer te zien".

"Timmie, gelukkig voor mensen kunnen robots niet staken".

Tim moest lachen. "Nee, dat had de mens goed geregeld. Het programma zorgde ervoor dat een robot altijd deed, wat de mens hem opdroeg.

"Eigenlijk best wel sneu", ging Tara verder. "Deze robots doen niets anders dan prikken en verzamelen".

"Tsja....Tara, niet iedere robot mag een stadsbeeldrobot zijn". Tim kreeg meteen spijt van zijn opmerking en hoopte dat Tara het niet verkeerd zou opvatten. Maar Tara was slim. Ze wist meteen al dat Tim spijt zou hebben. "Geeft niet Timmie. Ik snap dat je zo denkt". "Hopelijk kunnen ze ook dromen aanvragen al hoop ik niet dat ze maar drie woorden kennen....prikken, zakken, opruimen".

"We kunnen ze het eens vragen", zei Tim.

"Goed idee en dan vragen we meteen naar je broers".


De opruim-robot


Er waren diverse opruimrobots nabij, maar ééntje kwam recht op hun af. Het was een lelijk gedrocht. Slechts één groene lichtsensor, wat waarschijnlijk meer een vuil-indicator dan een oog was, één grijparm en één prik-tentakel. Tara verwachtte eigenlijk niets van de robot, maar probeerde het toch.

"Identificeer je, Robot", zei ze brutaal en sprong recht voor de tentakel. De robot was verrast, want hij of zij knipperde met de licht-sensor en stond daarna volledig stil. Tara vertrouwde het niet helemaal en week een beetje uit naar achteren. "Je wist maar nooit", dacht ze en keek wantrouwend naar de flexibele prik-tentakel. "Voor je het weet, wordt je geprikt", zo dacht ze. Tim dacht er ook het fijne van en hield vooral de vuil-robot in de gaten.

"Nou, kom op....er wordt je wat gevraagd, robot", zei Tara met enige stemverheffing

"VP13568".

"Vuil-prikker13568, Oke". "Ik ben Tara en dat is Tim". De robot richtte de licht-sensor even op Tim en daarna weer op Tara. De licht-sensor knipperde twee keer. Voor Tara was dit een teken om nog voorzichtiger te zijn, want knipperen betekende meestal verwarring.

De vuilprikster was inderdaad verwart. Ze... (opruim-robots krijgen altijd een mens-type, mannelijk of vrouwelijk mee om daarmee voor de mens een soort van karakter te verkrijgen. Dit verbeterde de mens-robot omgang en de acceptatie van robots in het algemeen. Het "vrouwelijke" zat bij deze robot in de kleur van de lichtsensor, groen)...

Ze dus.....keek nogmaals beide robots aan en vroeg vervolgens zeer beleefd om aan de kant te gaan. Ze moest namelijk werken en zowel Tim als Tara stonden op het vuil. "En", zo zei ze, "het vuil was gereed om te worden geprikt". Tim en Tara durfden niet te lachen. Nu waren zij een beetje verwart, want de formele taal hoorde naar hun idee helemaal niet bij een dergelijk lelijke robot. Tim greep echter zijn kans, maar helaas nogal klunzig. "He, VP...uh, zijn er nog meer zoals ik?". De opruimrobot keek Tim niet eens aan en antwoordde ook niet. Tara begreep sneller hoe deze robot te behandelen. Ze wist ervan. Er waren namelijk verschillende robotontwerpers. De concurrentie bij de ontwerpers was zwaar en daarom werd er altijd een persoonlijk "iets" aan elke robot gegeven. Maar dat kon alleen aan robots die niet in de schijnwerpers zouden staan. Tara, als stadsbeeldrobot was helemaal gevormd en wel naar haar eigen idee, maar deze lagere robots moesten het doen met dat kleine extraatje. En bij deze vuilrobot was het Tara duidelijk. Ze reageerde dan ook op de manier, zoals de robot het liefst wenste.

"Neemt u ons niet kwalijk, geachte VP13568. Wij zijn Tim en Tara en vragen beleefd om uw kostbare tijd heel even aan ons te verspillen. Ziet u daartoe een mogelijkheid"

"Ik heb twee minuten vrij gemaakt voor u, maar geen seconde langer, beste Tara".

"Oke,.....weet u - en als ik u goed inschat, weet u dat -, of hier ook andere robots dan de VP serie aanwezig zijn?"

"U schat mij hoog in en dat klopt. Ik weet dat er andere robots zijn".

"Eh, ik bedoel andere robots dan de VP serie?"

"Maar natuurlijk zijn er andere robots."

Tara raakte meteen geïrriteerd en probeerde het op een andere manier.

"Beste VP, ziet u de robot naast mij?"

De VP draaide zijn sensor naar Tim en weer terug naar Tara.

"Ik heb de robot gezien".

"Zijn er nog meer van deze Robots hier nabij perron nul?"

"Nee, ik zag alleen de robot naast u."

Tara zuchtte. Dit ging niet goed. "De VP was te strak geprogrammeerd", dacht ze. Hoe dit op te lossen?

Tim greep op zijn manier in. "Ik zoek mijn broertjes, VP".

"O....uw broertjes! Eh ja......Maar mijn tijd is op. Neemt u mij niet kwalijk". De VP richtte zijn sensor naar rechts en prikte een plastic zak op die naast Tim lag.

Tim en Tara bleven verbaasd achter en keken de VP na. Tara moest een beetje lachen, maar Tim niet.

"Kop op, Timmie. Je gelooft toch niet dat we meteen je broertjes vinden? We gaan door naar het perron. Er moet toch wel één mens daar aanwezig zijn en dan zullen we vast een antwoord krijgen". Tim's gezicht klaarde weer op. Tara had gelijk. Eenvoudig zou het niet worden.




(lees verder op deel 2)

E-mailen
Map
Info