Ideemachine.nl
                                                                                                 

De eerste wereld



We kunnen ons als lezers uiteraard richten op de gebeurtenissen in de tempel via Vonnie en Skype, maar dan treedt er verlies op en bovendien behoort de zienswijze van Vonnie en Skype tot de tweede wereld, die van de Robots. Het zou zodoende een onvolledig beeld geven van de werkelijkheid dan wel de onwerkelijkheid terplaatse. Vandaar een andere keuze. Ik neem je mee naar een uitzonderlijk geschiedkundig (Menselijk en Robotiaal) verslag vanuit de verre toekomst.


Dat van het Sterrenlogboek Aarde, ruimte-tijd T16SSPINUP00130-AUG31-2481- object T21-OSTSAMARK-3357483295560.

( Menselijk verlangen )


Susano W, Mens: het begin. (de eerste wereld)

Een aantal flitsen van licht troffen mij en het werd direct zowel groen als rood voor mijn ogen. De lucht trilde vanwege het oorverdovende geluid. Niet dat het geluid afkomstig uit de zuilen hard was, nee....eerder zacht, zwoel en aangenaam, maar het werkte verdovend op mijn gehoor en later zelfs op mijn zichtvermogen. Een mist trok zacht naar binnen en vertroebelde alles van beneden tot aan de top van de koepel. Ergens was een opening, in het midden, want een zuiver geglinsterd spul, zoals die vroeger in lampen werd gestopt, dreef naar boven. De bellen van lucht, de glinsters en de veelvormige vissen dreven van beneden naar boven. Later keerden ze weer terug. De vissen leken doorzichtig en groot-ogig. Zo groot dat de ogen ver uit de kassen puilden en de indruk gaven er pardoes af ter kunnen vallen. Hun terugkeer was van mindere verwondering, omdat inderdaad de meeste ogen los naar beneden dwarrelden. Toen ze eenmaal weer waren verdwenen, verschenen de draken. Deze enorme gevaartes vermengden zich met de mist en een schouwspel van flarden gekleurde wolkjes met zwiepende vleugels verstomde alle aanwezigen. Anders gezegd...de monden vielen open om het fraaie nooit vertoonde samenspel tussen lucht en wervelingen te aanschouwen. Althans...dat is wat ik heb gezien. Ik heb ook andere verhalen gehoord.

Karimv T, Mens: het begin. (de eerste wereld)

Een aantal flitsen van licht maakten mij een beetje blind, maar toen mijn ogen waren gewend aan de hoeveelheid licht, viel mij op dat er iets vreemds was gebeurd. Ik kan het niet anders uitleggen, maar ik hoorde de klanken van het licht en zag het stromen van geluiden. Het maakte me verward en moest mijn ogen sluiten om niet achterover te vallen van duizeligheid. Daar bleef ik liggen...op de grond en ik voelde dat het geluid over mij heen trok. Het spande zich aan en een aangenaam gevoel trok vanaf mijn tenen naar mijn oren. Ik heb wel eens KCF gerookt, maar die trip is als een druppel in de oceaan. Ik voelde me vredig totdat er iets aan mijn cocon begon te trekken. Het betrof een kruiperig iets met veel haar. Iets later besefte ik dat een jonge vrouw met lang ravenzwart haar mij bekroop en mij streelde. Ik ontspande direct en kwam in de hemel wat mij betreft. Hoe lang het duurde weet ik niet en het stopte pas toen de vrouw in haar geheel over mij heen was gekropen. Nogmaals, het was geweldig, maar ik heb ook andere verhalen gehoord.

Fylum G, Mens: het begin. (de eerste wereld)

Het donderde en bliksemde in mijn hoofd en leek leek het alsof mijn hersenen zouden ontploffen. Plotseling was er een welkome rust, die maakte dat mijn hele lichaam verslapte. Iets....ik weet echt niet wat, sleepte me naar een soort van sport-bank waarop ik werd vastgeketend. Ik herinnerde dit gebeuren vanuit mijn dromen, maar toch was het niet te vergelijken. Een droom is vals, maar dit leek echt. Een aantal strips werden vrij gemakkelijk om mijn enkels en polsen gedaan en ik kon geen kant meer op. Het was alsof ik wilde dat dit ging gebeuren. Ik raakte ook niet in paniek en dat verbaast me nog steeds. Je zou toch bang moeten worden of zo, maar het betrof juist het tegenovergestelde. Ik verlangde naar meer en dat kwam er ook. Boven mij verscheen een ingewikkelde machine en daaruit daalden diverse slangen naar beneden. Op de kop van de slangen zat geen dierlijke bek met een sissende tong, nee.....maar wel geschikt "apparatuur". De eerste tang knipte in mijn linkerwang en haalde er een klein bloederig stukje uit. Ik gilde, maar er was geen geluid. Ik zag ook niemand in de nabijheid, slechts een mistig geheel. De tweede tang, geholpen door een andere die mijn mond opende, knipte in het puntje van mijn tong. Het bloed spatte op mijn gezicht en mijn ogen werden troebel van het bloed omdat ik spuugde. Ik besloot mijn ogen dicht te knijpen, want een andere slang kronkelde om mij heen als ware het op zoek naar een gelegenheid. Die vond het ook. Ik heb nog nooit zo'n pijn gevoeld en toch .....ergens vond ik het fijn. Alles had raakvlakken met mijn eerdere dromen. Natuurlijk heb ik het bewustzijn verloren en toen ik weer bij kennis kwam, bemerkte ik dat er niets met mijn wang en tong was gebeurd. Ik koester nog steeds deze herinnering al heb ik ook andere verhalen verhoord.


(Menselijk gebrek)


Gina De L, Mens: ondertussen. (de eerste wereld)

Nadat ik bij was gekomen van de rustgevende muziek, werd mijn blik getroffen door iets uit mijn jeugd. Vlak voor me liep Mankelotje, mijn eend. Ik weet nog goed hoe vroeger dit beestje bij ons kwam om brood en overig eten zoals warme gekookte aardappelen op te eten. Het lieve diertje zag me en een gevoel van herkenning meende ik te zien in de ogen. Al kwakkend rende het op me af en het maakte me blij.....zo blij. Deze eend was mijn liefje. Ik had niet zoveel toen....geen vrienden en ik werd vaak gepest vanwege mijn stotteren. Elke dag was het één van de eerste dingen die ik deed. Even naar buiten en kijken of Mankelotje er was. Plotseling verscheen de gruwel. Een blinkende zwarte auto raasde over een vluchtheuvel en kwam in rap tempo nabij. Nee....het zou toch weer niet gebeuren? Ik zag de geplette eend weer voor me. Maar deze keer verstijfde ik niet en rende op Mankelotje af. Net voordat de een voorwiel het beestje zou raken, griste ik het weg. We knuffelden nog lang na. O, wat was ik gelukkig. Nog nooit zo gelukkig, want al die jaren leefde ik met de wetenschap dat ik niets had gedaan om het diertje te redden. Dat was nu voorbij. Ik wilde dat ik altijd bij Mankelotje kon blijven.


Samir V, Mens: ondertussen. (de eerste wereld)

De kleuren die ik zag, trokken langzaam weg door mijn neus. Ik inhaleerde alle kleuren en een louter grijs bleef over. Het maakte me verdrietig en op dat moment stond mijn moeder weer voor me. Haar ijskoude blauwe ogen priemden diep in me en het gevolg was een verstijvende angst waardoor mijn lichaam verstrakte. Een rilling trok door me heen en de lucht rondom werd donkerder en donkerder. Mijn moeder kwam naar me toe en ze lachte haar verrotte tanden bloot. Het waren haar handen, nee haar vingers, die de weerzin van vroeger bij me bracht, zo diep dat ik het voelde in mijn darmen. Altijd weer die dunne lange vingers met scherpe nagels. De angst voor het gekras op mijn rug werd me te groot. Ik voelde het al.....diep in mijn vlees. Met een snerpende toon vroeg ze of ik haar voeten wilde masseren. Ik moest bijna kotsen en het beeld van die eeltige tenen bleef een tijdje bij me hangen. Maar toen...Ik zei nee en mijn verbazing overtrof die van haar. Ik had nog nooit nee tegen mijn moeder gezegd. Haar ogen schoten vuur en de wijsvinger trilde in mijn richting. Alweer zei ik nee. Daarna nog een keer. Ze krijste nu en uit haar mond klonken de meest verschrikkelijke verwensingen. Nu werd ik rustiger en zei weer nee, maar nu wat harder en zag dat ze wild met haar hoofd op en neer schudde. Inmiddels stroomde allerlei kleuren uit mijn mond en de omgeving worstelde met het plaatsen van de kleuren. Mijn moeder bleef grijs en grauw en kromp een beetje. Hierna ging het snel. Ik riep keihard nee, nee en nog eens nee. Ik kreeg er plezier in en voelde me bevrijd. Mijn moeder stortte zich op de grond en verdween stukje bij beetje in de kleuren. Opeens was het voorbij. Ze was weg. Ik voelde me als een engel en begon te fladderen met mijn armen. Vrij, riep ik. Vrij......ik had gewild dat ik altijd zo kon blijven fladderen.


Wiskie El H, Mens: ondertussen. (de eerste wereld)

De geur van terpentijn en sinaasappel voelde ik nog steeds op mijn handen, maar toen ik ze bekeek, was er niets te zien. Het verbaasde me en gedurende enkele minuten bleef ik zoeken waar de geuren zich hadden verstopt. Het was niet meer te vinden. Mijn blik werd plotseling getrokken naar een hoopje zand ergens verderop en het irriteerde me meteen. Al lopende naar het bergje zand wat als een duiveltje de grond eromheen verpestte, hoorde ik die eeuwig dwingende stem weer in mijn binnenste. Het moet verdwijnen. Maak het schoon....los het op. Nadat ik bij het hoopje aankwam, probeerde ik het op te pakken, maar mijn handen weigerden een kommetje te maken. Onrustig probeerde ik het hoopje weg te schoppen, maar ook mijn benen weigerden te bewegen. Er bleef niets anders op dan naar het hoopje zand te kijken in de hoop dat het vanzelf weg zou gaan. Het gebeurde niet. Ik trilde. Dit was het ergste wat me kon overkomen. Vuil....wat niet te verwijderen is. Paniekerig keek ik naar de andere mensen, maar die keken niet naar mij en zeker niet naar het vuil. Iemand trapte er zelfs op en verspreidde het vuil. Plotseling gebeurde er het onmogelijke. Het zand op de grond kroop weer naar elkaar toe en sloop als een slang over de grond in mijn richting. Het raakte mijn tenen en kroop omhoog. Ik zag vuil op mijn kleding en uiteindelijk raakte ik bedekt met zand, stof en zelfs klein ongedierte. Toen ik mijn mond opende...waarom weet ik nog steeds niet....sluimerde al het vuil bij mij naar binnen. Het voelde heerlijk warm en voldaan. Alsof mijn maag eindelijk eens werd gevuld met al dat lekkernij. Het laatste sliertje vuilnis kronkelde speels om mijn tong en toen was het klaar. Ik heb me nog nooit zo fijn gevoeld. Vrij van vuil en toch voldaan dat het er is. Het heeft mijn leven tijdelijk veranderd. Ik zou wensen dat ik altijd zo met het vuil kon leven. 


( Menselijk verdriet )


Sindraine V, Mens: richting het einde (de eerste wereld)

Mijn fysieke vrijheid duurde niet lang. Het vrije gevoel in mijn hoofd evenmin, want mijn ontsnapping werd opgemerkt. Voordat ik het wist, bevond ik mij weer in gevangenschap. Deze keer brachten ze mij een verdieping lager. Het gekerm van God mag weten wie, versterkte mijn angst, ondanks dat één van de bewakers zei dat ik niets persoonlijks hoefde te vrezen. Hoe gemeen.....Dat bleek later. Ze brachten me op een stoel en voor mij stond een tafel. Op de tafel lag een vrouw en meteen begon ik te hyperventileren. Het ergste wat een mens kan overkomen, gebeurde recht voor mijn ogen. Marvia kreunde en kronkelde bij de eerste hersenpuncties en kleine stukjes hersenen werden achteloos in een vuilnisbakje gegooid. Het plastic droop van het bloed en sommige stukjes lagen ernaast. De bewaker vroeg aan mij wie het was, maar ik antwoordde niet. Daarna kwam Marvia wat omhoog, langzaam, maar zeker. Een bewaker duwde een kussen achter haar hoofd. Ze keek me aan. De bewaker vroeg aan haar of zij wist wie ik was. Ze reageerde niet. Haar ogen keken dwars door me heen. Een verdriet zo groot als de oceaan trok mijn brein binnen. Ik gilde en smeekte om te stoppen.


Kufari Van Z, Mens: richting het einde ( de eerste wereld )

Ik vloog een tijdje door de lucht en vond mijn weg tussen de vlinders en de vogels. Ze kwetterden naar mij en ik kon verstaan wat ze vertelden. De meeste fladderaars verwelkomden mij en anderen floten een bekend baby-liedje. Het maakte mij dromerig en uiteraard slaperig. Langzaam maar zeker kwam ik terug op de grond. Daar stond een klein hokje en ik herkende dat hokje. Het betrof mijn cavia-hok van jaren geleden. Ik wist wat daar was gebeurd en ik wilde het niet nogmaals meemaken. Ik wendde mijn hoofd af, maar waar ik ook naar toe draaide, verscheen het hokje. Uiteindelijk gaf ik me over en erkende dat ik mijn verdriet nogmaals moest aanschouwen. De film die voor mijn ogen verscheen, gaf de bekende beelden. Een tweetal cavia's, mannetje en vrouwtje met vlak daarbij hun baby'tje. Ik begon te zeggen dat ze niet moesten bewegen, maar dat hielp natuurlijk niet. Het mannetje begon rond te rennen en raakte het woonhuisje van het drietal. Het viel om en daar verscheen de gruwel. Een grote zilveren spijker priemde in de hoogte en automatisch vervloekte ik mezelf weer. Mijn constructiefout werd op deze manier nog zichtbaarder dan ik had gewenst. Nu begon ook het vrouwtje mee te spelen en draaide haar rondjes in het hok. Het duurde drie rondjes, toen het ongeluk in het hok neerdaalde. Een piepend kreetje van de baby-cavia was voldoende om te beseffen dat de moeder haar kindje op de spijker had geduwd. Het bloed droop uit het buikje en ik zag dat de moeder wist wat er gaande was. Alles bij elkaar duurde de eind-fase extreem lang en ik werd gedwongen het te aanschouwen. De jonge cavia stierf vrij snel, gelukkig maar, maar de moeder moest haar verdriet nog dagen voelen. Uiteindelijk stierf zij ook.....van verdriet. Ik voelde het ook...en het ging maar niet weg.


Clio X, Mens: richting het einde ( de eerste wereld )

De kleuren die ik was geworden, maakte me zoals de kleuren eruit zagen. Belangrijk, uniek en vooral gezamenlijk een uitermate perfect geheel. Het geel trok over mijn handen en het bruin benaderde mijn hals. Mijn ogen schoten heen en weer en de transformatie voelde als een meesterwerk. Plotseling verscheen er een man voor me. Ik zag de waanzin in zijn ogen en wist meteen wat er zou gaan gebeuren. Ik verstijfde. Een paar rotte tanden verschenen vlak voor me en ik voelde de eerste steek in mijn buik. De vaas werd versneden. Ik probeerde mijn stelen en bloemen aan het uiteinde te beschermen, maar wist niet hoe. De man sneed de bovenste bloem eraf....in zijn geheel en een groot gat gaapte daar waar vroeger mijn rechterhand zat. Het vervolg duurde tergend lang en ik moest aanschouwen hoe het meesterwerk werd vernietigd. Nooit meer zou de mensheid in het echt dit werk van Van Gogh kunnen aanschouwen. Enkele verwelkte zonnebloemen lagen reeds aan mijn voeten. Ik wilde dat het stopte, maar het was te laat. De man was begonnen met het versnipperen van de vaas. Een onmiskenbaar verdriet om het verlies van deze schoonheid overweldigde me en mijn tranen werden op de grond vermengd met stukjes geel en bruin. De man ging onverstoorbaar verder en het grote verdriet.... verliet me niet meer. 


( Menselijk angst )


Giselle C, Mens: het einde (de eerste wereld)

Verdoofd liep ik rond en kon geen mens vinden. Soms raakte iets me aan en het voelde niet vertrouwd. Ik wist dat realborgs soms een elektrische reactie geven, maar de aanraking was niet van een ding of een dier. Het was erger....veel erger. De geur van rottend vlees raakte mijn voeten en ik zag dat ze zwart werden. Kort daarna verschenen de eerste open wonden. Het leek op koudvuur, maar dan in een versneld tempo. Ongelofelijk staarde ik naar de geur die mij beroerde. Het had geen specifieke kleur, noch vorm en soms meende ik dat het af en toe verdween. Het was ijdellijke hoop, want nadat die gedachte bij me opkwam, verscheen het uit het niets. Dit keer op mijn handen en armen en het brandde als de hel. Ik schreeuwde van pijn. Even was het weg ik ik voelde de nabijheid. O, mijn hemel, wat was ik bang om bedoezeld te worden...nee, te worden vernietigd, want toen ik naar mijn benen en armen keek, hingen de stukken rottend vlees al aan mijn botten. De angst voor de geur kroop binnen in me. Ik was nog nooit zo bang geweest en vertwijfeld keek ik om me heen, zoekend naar een schuilplaats. Die was er niet. Grote brokken steen stonden overal, maar ik was niet in staat om erachter te kruipen. De geur wel, want ik voelde de aanwezigheid achter elke steen. Het zweet brak mij uit en de druppels vermengden zich met het bloed op mijn armen. Plotseling viel mijn rechtervoet eraf en verloste mij van een helse pijn. Tijdelijk....want de pijn aan de andere voet werd hierdoor alleen maar groter. Mijn tranen verdroogden en er was niets meer. Ik was uitgehuild van pijn en verdroeg het, zij het maar net. Ik vloeide mij neer op een zwarte steen en de kleur nam mijn zwarte armen in zich op. Verdween ik nu? Zou ik verstenen? Ik wachtte af en daar was het...de laatste aanval van de geur. Ik spande al mijn spieren aan en kneep mijn ogen dicht. De geur naderde en snuffelde aan mijn gezicht. Het puntje van mijn neus vatte vlam, maar de overname van heel mijn gezicht volgde niet. In plaats daarvan beroerde het om mij heen. Het duurde een eeuwigheid. Tot slot was mijn angst te groot om van de pijn te sterven. Ik leefde door...niet vanwege mijn wil daartoe, maar puur door mijn volledige overgave aan een alomvattende angst. Ik vreesde dat het altijd zo zou blijven.


Kai V.F.H, Mens; het einde ( de eerste wereld )

Iedereen is bang van spinnen, althans als ze maar groot genoeg zijn. Mijn angst is evenzo groot voor mieren. waarom weet ik niet, maar het zijn ook dieren met pootjes en kaken. Ooit was ik gebeten door een rode mier en de pijn was akelig heftig. Wat ik nooit had verwacht was de komst van het mierenleger in de tempel. De sfeer was geweldig, uitzinnig zelfs en ik raakte moe van het dansen. Plotseling zag ik de eerste mier op de grond. Het betrof een flink exemplaar, een termiet misschien. Ik trapte het meteen dood en ging verder met dansen. Toen gebeurde het onmogelijke. Het platgetrapte beestje herstelde zich en maakte zichzelf uiteindelijk groter dan eerst. Vlak achter de herrijzenis verschenen meerdere mieren. Groot....wow....te groot en ik begon mij uit de voeten te maken. Helaas vond ik elke deur dicht en dat was het moment dat de angst mij greep. Ze kwamen voor mij, dat wist ik zeker. En ik kreeg gelijk. Achter elke mier groeide een grotere en de grootste reikte bijna tot aan mijn knieën. Sommige kleintjes vonden mijn schoenen en trokken op in formatie naar boven. De eerste beet in mijn testikel was een feit en ik schreeuwde het uit van pijn. Het hielp natuurlijk niet en de volgende beet voelde ik inmiddels aan mijn onderlip. ik begon te rennen, zwaaien en gillen. Vergeefs....na enkele schopbewegingen, raakte ik uit balans en ik viel op mijn gat. Zo snel als een windhond rende een groot exemplaar op me af en ik zag diens kaken op en neer bewegen. Ik kan niet aangeven hoeveel pijn ik had, maar het moet veel zijn geweest, omdat na één beet mijn onderarm op de grond verdween. Het dier knipte vol trots met de kaken en week toen achteruit. De reden daarvoor wist ik niet, maar ik voelde aan dat het nog erger zou worden. Intussen kropen de kleintjes in mijn oren en de verwoesting was enorm. ik hoorde niets meer. Daarna verscheen de koning, de sloper, de vernietiger. De poten waren even groot als mijn benen en de kaken leken eerder op één of ander apparaat op een werkrobot. Ik wachtte op het verscheuren van mijn lichaam en ik ben nog nooit zo bang geweest. Het beest kwam tergend langzaam dichterbij.


Tinna W, Mens; het einde ( de eerste wereld )

Natuurlijk had ik verdriet en het duurde vrij lang voordat dat gevoel verdween. Een aantal mensen op de dansvloer wenkten naar me. Misschien waren het realborgs...ik weet het niet. Toch was het fijn. Ze sloegen hun armen of tentakels, whatever om me heen en ik voelde me getroost. Ik danste door, zoals ik vroeger ook deed en besloot dat ik niet zou stoppen voordat het feest was afgelopen. Zover kwam het niet. In een fractie van een seconde stond ik op een metalen buis. op zich was dat niet zo erg, maar toen ik zag dat de grond onder mij vertrok en een gapende leegte achterliet, gilde ik het uit van angst. Daar stond ik. Niemand om mij heen, geen hulp te verwachten, geen vast baken in de buurt, slechts een lange buis die liep naar....ja, naar wat eigenlijk. Er was geen einde en ik durfde mij niet om te draaien. Plotseling gleed ik uit en viel naar beneden. Ik gilde en hoorde dat mijn gillen als een echo achterbleef in de leegte. O, mijn hemel, wat was het gat diep. Ik kelderde naar beneden en wist dat ik dood zou gaan. Het lukte me om mijn ogen te openen en zag na enkele minuten de grond naderbij komen. Het grijs van een betonnen vloer kwam even hard dichtbij als mijn gevoel van valsnelheid. Snel dus. Het laatste wat ik dacht te zien, was een plukje gras in een klein scheurtje. Plotseling stopte mijn val.....maar ik viel nog steeds. Het voel van te pletter vallen, bleef bij me. Mijn hart klopte in mijn keel en mijn ademen ging nauwelijks. Mijn opengesperde ogen begonnen pijnlijk aan te voelen, vanwege de wind die er tegen sloeg. Mijn angst was groter dan de lengte van de val. Een eeuwige val versus een gevoel van vernietiging, pijn en onmiskenbare doodtrillingen in mijn lijf. Werd alles al zwart? Ik weet het niet meer. 

Wordt vervolgd op W3



E-mailen
Map
Info