Ideemachine.nl
                                                                                                 

TTTT W-20

 


De aankomst van het lam.

Leegte levert meerdere gevoelens op. Uiteraard de leegte zelf, een gevoel van eenzaamheid, gemis of verdriet en anderzijds mogelijk opluchting voor zover dat aan de orde is. Dat was het ook. De luchtbus was zonder problemen richting Metropolis gevlogen en na een korte veiligheidscheck mocht er worden geland op de quarantaine-plek nabij toren vier-C. De begeleiding van twee mini-destroyers, onbemande voertuigen, enkele minuten vóór de landing had maar één doel. Het object neerhalen als dat nodig moest zijn. Eri-Lene vond die minuten spannend, want in de gigantische stad waren mensen genoeg en het morele besef van een verplichting tot hulp aan de hulpbehoevende mens was al lang geleden in dergelijke steden verloren of noodzakelijk opgeheven.

De sluis van de deur ging langzaam open en een kleine robot vond met zijn rupsbanden al snel een centrale plaats in de luchtbus voor het testen van de luchtkwaliteit. Iedereen kon meekijken en een zucht van verlichting was hoorbaar, toen het licht op groen sprong. Toch was een gang naar buiten niet aan de orde. Skype had de veiligheids-regels van vliegbussen in de Metropool gedownload en aan de passagiers aangegeven dat er altijd nog eerst een korte periode van toetsing zou volgen. Die toets duurde drie uren. Intussen werd de bus bezocht door een andere robot, meer een realborg, die gerichte vragen stelde aan de passagiers. Het was feitelijk een leugendetector vermomd in een prettig aangezicht. Vonnie probeerde haar brein binnen te dringen, maar dat had ze beter niet kunnen doen. De uitslag van het onderzoek betrof dan ook geen verrassing. Toegang voor alle mensen. Skype en Vonnie hadden het al een beetje verwacht. De menselijke controle op Robots was ook hier ten einde gekomen en velen hadden de stad - meestal gedrongen - al verlaten. Vonnie had een kleine formatie van robots op de laagvlakte gezien. Allemaal op weg naar de kleinere stad verderop. "Rotopia", had ze doorgegeven aan Eri-Lene en die keek vol verwachting naar buiten. Het had haar teleurgesteld. Veel meer dan bouwkranen, een gelige wolk en vreemde gebouwen, was er niet te zien. Ze zag ook de stad daar vlak bij. "Utopia toch?" had ze gevraagd en kreeg de bevestiging middels een eenvoudige knik.

Eri-Lene besloot om de luchtbus niet te verlaten en nam afscheid van de mensen. Enkelen huilden als teken van dankbaarheid en gaven Skype een klopje op zijn skelet. Ook Vonnie kreeg een aantal stevige hugs. Voor Eri-Lene was het moeilijker. De kinderen klampten zich tegen haar aan en sommige moeders streken met de handen lieflijk door haar haren. Ze kreeg ook kussen op haar wang en dat voelde vreemd, omdat het jaren was geleden dat haar een gebaar van eerlijke tederheid was overkomen. 

Jullie lezers begrijpen vast wel dat we aankomen bij het slot van dit verhaal. Het is complex en verwarrend...een waarschuwing is dus op zijn plaats. Maar laten we beginnen met Skype.

Skype hield zich aan de afspraken die waren gemaakt en zette het voertuig netjes aan de grond nabij Utopia. Het was de bedoeling dat Eri-Lene snel en zonder treuzelen de stad zou betreden. Niets was minder waar.


Kresh-Seconden en Nano-Millimeters


Om 16.01.34 uur sneed Skype met één snelle beweging de keel van Eri-Lene door. Natuurlijk had ze dit niet verwacht en nadat ze een scherpe pijn voelde, gingen haar beide handen automatisch naar enerzijds de plaats van het beginpunt en anderzijds verderop naar het andere oor, het eindpunt van de snede. De pijn was niet het meest akelige wat haar overkwam, maar het zien van een grote hoeveelheid bloed die op haar armen spatte des te meer. Ze probeerde te gillen...iets wat niet lukte. Een gerochel overstemde het geluid van voertuigen en zeemeeuwen.

Vonnie's lichtsensoren registreerde een menselijke calamiteit om 16.01.42 uur en gaf al haar systemen de opdracht voor een spoed-analyse. De alert-systemen werden hierdoor gepasseerd en dit bespoedigde de uitkomst. Die uitkomst was helder. Een mens in doodsnood, type dodelijk, tijdsduur voor afdoende hulp maximaal 4 minuten. ze kwam meteen in actie en negeerde daarbij alle zelfbeschermingsvoorwaarden. De oorzaak van het letsel was geregistreerd, glashelder stond Skype in beeld met een grijp-tentakel omgevormd tot een snij-wapen. Zijn lichtsensoren stonden dof en maakten een afwezige indruk. Vonnie berekende met een uitkomst van 100 procent een invloed van de vechtrobot. Een minieme optie (3 procent) om Skype aan te vallen, werd verwijderd door haar centrale brein. Niet alleen waren de robotwetten nog actueel en dwingend, maar ook een zekere verantwoordelijkheid richting Eri-Lene specifiek speelde mee in al de genomen beslissingen.

Om 16.01.53 uur plus 16 kresh-seconden kwam Vonnie bij het neergevallen lichaam aan. Al het leven leek uit het meisje verdwenen. Haar ogen, open dat wel, waren net zo dof a;s die van Skype en staarden naar het niets. Haar keel maakte daarentegen nog wel enkele bewegingen...happend, zuigend naar adem, maar deze activiteit werd behoorlijk gestoord vanwege de grote hoeveelheid bloed die de wond in en uit stroomde. Vonnie berekende een kans, klein weliswaar, maar toch een kans. De bloedsomloop was nog niet gestopt. Het hart pompte nog en deed zijn verschrikkelijke werk door al het bloed de vrije natuur in te laten stromen. Vonnie bevoelde de aders aan de rechterzijde van het hoofd en constateerde een totale breuk. Dit betekende feitelijk een doodsvonnis over pakweg vier minuten aangezien na die periode de hersenen zouden zijn afgestorven.

Vonnie berekende een aantal opties om iets aan deze noodsituatie te kunnen doen. Als eerste bracht ze een intern noodsignaal in de vrije ether in de hoop dat welke vorm van leven of kunstmatige intelligentie dan ook haar te hulp zou kunnen komen. Skype sloot ze hierbij uit en hoopte maar dat de vechtrobot zich verder gedeisd zou houden. Wellicht zou de vechtrobot min of meer genieten van de menselijke doodsstrijd, zo berekende ze. Dat was ook zo. Skype was erbij gaan zitten en de lichtsensoren waren gericht op het bloederige tafereel recht voor hem. De tweede optie betrof een risico, maar het kon niet anders. Koeling was essentieel nu. Des te kouder, des te meer tijd voor de hersenen. Ze trok een ampul uit haar loop-tentakel, brak die doormidden en een ijskoude wolk wreef ze letterlijk in de wijd openstaande wond. Ze berekende een extra tijd van ongeveer 34 seconden.

Om 16.02.21.56 stopte het hart van Eri-Lene en direct was dit waarneembaar doordat er geen bloed meer uit de wond gutste. Vonnie zocht naar een oplossing voor de hersenen. Hoe zou ze die van zuurstof kunnen voorzien? Ze berekende, analyseerde en concludeerde een nul-kans. Vanaf dat moment begon een ander systeem de overhand te verkrijgen. Het was niets meer dan een ingebouwd troost-algoritme bij dit soort calamiteiten. Ze aaide over het hoofd van Eri-Lene en zong - zacht en ingetogen - een kinderliedje. Het was wachten op de onvermijdelijke afloop. Het einde van de vier minuten.

Om 16.02.46.31 landde er een medic-drone naast haar. Het rode kruis viel enorm op en eronder stond een tekst. - UTOPIA-NOOD-DRONE - - DRUK OP DE RODE KNOP - 

Vonnie aarzelde geen kresh-seconde.

Onmiddellijk nadat de rode knop was ingedrukt, viel de drone open. Diverse camera's flipten naar buiten en namen een positie in. Het was Vonnie niet duidelijk of de camera's van buiten werden bestuurd of dat de drone zelfstandig werkte. Hoe dan ook....het apparaat ging aan het werk. Een drietal snij, brand en lijm-tentakels vloeiden richting de snede. Vonnie voelde automatisch aan dat een honderd procent stabiele positie nu cruciaal kon zijn. Ze ging een beetje verzitten en zette het hoofd van Eri-Lene vast. De tentakels betraden het rode weefsel. Wat ze precies deden kon Vonnie niet zien. Het was ook niet belangrijk. Dat ze iets ondernamen, gaf haar enige hoop. In de tussentijd had ze haar sensoren vooral gericht op de dader. Skype....

Die zat nog steeds uitzichtloos naar Eri-Lene te staren. Vonnie gaf haar systemen een opdracht om direct in actie te komen bij een dreiging van de verstoring van het healings-proces. Het leek niet nodig en dat berekende ze ook, omdat een redding niet te verwachten was.

Om 16.04.51.14 werd een gas, vermoedelijk zuurstof in het hoofd van Eri-Lene gebracht. De tentakels hadden een bruikbare ingang gevonden en de koppeling leek geslaagd. Niet dat er iets veranderde...het hart was dood, maar misschien...heel misschien kon dit een keerpunt worden. Vonnie analyseerde dat het lichaam deze plaats moest verlaten om het te kunnen overleven. Het was alsof de drone het had gehoord. Uit de achterzijde van het voertuig, kwamen nu grotere tentakels en die schoven richting het lichaam. Vonnie kroop achteruit, maar hield het hoofd nog steeds in de vastgestelde positie. Dit laatste werd overgenomen door de kleinere tentakels. Om 16.05.13.42 besloot Vonnie om het hoofd los te laten. Er veranderde niets, behalve dat het gehele lichaam iets omhoog werd getild. Een draagnet was de volgende stap.

Om 16.05.32.02 steeg het lichaam van Eri-Lene op en verdween richting Utopia. Vonnie stond op en stormde richting Skype.


De jacht.


Skype was sneller weg dan berekend. Vonnie vloekte en analyseerde dat ze nu meer te maken had met de kracht van de vechtrobot dan van de robot die ooit Skype werd genoemd. Die laatste leek de controle totaal te hebben verloren. De conclusie van haar alert-systeem bracht duidelijkheid. Een treffen met de vechtrobot zou haar einde betekenen. Het bracht geen verandering in de werkwijze van Vonnie. Ze rende achter Skype aan in de hoop dat hij ergens op haar zou wachten. Intussen ging haar werk-systeem op zoek naar een oplossing. Hoe zou ze de vechtrobot kunnen verslaan zonder dat ze zelf of Skype ten onder zouden gaan? Het duurde enkele hyso-seconden.

"Totaaloplossing; geen".

Sub-optie; verbreken contact op intern skelet-niveau".

"Het was in ieder geval een idee", zo analyseerde Vonnie. Ze besloot om haar systeem niet te veel uit te putten en verminderde snelheid. Het werd haar duidelijk dat Skype op weg was naar Rotopia, de ultieme "place to be" voor robots....ooit dan. Nu was het een lege huls met een robot-kerkhof vlak ernaast. Aantrekkelijk genoeg voor een vechtrobot. Al was het maar om andere robots tegen te houden om navolging te geven aan de puls van Tara, zo berekende Vonnie.

Even later was Skype van haar lichtsensoren verdwenen. Stapvoets liep ze nu richting de stad. Haar aandacht werd getrokken door een gele wolk die aan de rechterzijde van de stad omhoog dwarrelde. Ze berekende meteen dat daar de brug met het zuur eronder moest zijn gelegen. Ze analyseerde verder. "Zou de vechtrobot toch worden aangetrokken tot die specifieke plaats als ware het de plaats waar een eind-gevecht moet plaatsvinden? Of juist de start-omgeving voor een nieuwe vernietigingsronde? Vonnie berekende 78 procent kans op de laatste optie. De vechtrobot zou immers niet voor niets deze tocht hebben ondernomen. Het gedrocht had veel eerder ook kunnen toeslaan. Nee, het was iets anders....Iets anders bracht hem specifiek naar deze plaats. En toen viel het oliedruppeltje.

"Hm....Zou het oorlogs-tuig verwachten om alhier een soortgenoot van Tara te treffen of misschien de Tara zelf. Zij was de meest geavanceerde robot te wereld. Nee toch?....zou het ding Tara willen bezitten dan? Maar dat kon toch niet! Tara was toch vernietigd?".

De berekeningen en analyses deden Vonnie's brein duizelen en enkele storingen traden op.

Vonnie spaarde inmiddels voldoende energie om het tot een treffen te laten komen. Al berekende ze dat ze het nooit kon winnen van de vecht-robot. Plotseling registreerden haar lichtsensoren iets van belang. Ze raapte het op, bekeek het indringend en analyseerde dat het een mogelijk effect kon hebben. Ze analyseerde het verder uit en dat bracht haar alert-systeem tot een eindconclusie. Het zou kunnen.....misschien....waarde tot maximaal 32 procent. Ze stopte het ding achter haar riem en liep verder. Ergens in haar brein stopte de storingen. Ze was er klaar voor. Nu maar hopen dat "Skype" ergens op haar stond te wachten. Ze gokte (= een wild-card-berekening) dat hij bij de brug zou zijn en dat klopte ook. Ze registreerde een krachtige uitstraling. Skype stond wijdbeens, met een kaarsrechte rug en zijn grijp-tentakels waren aan het uiteinde tot sterke vuisten gebald. Vonnies bestaan zou binnen tien minuten eindigen was de boodschap. Ze berekende dat niet exclusief, omdat het niet interessant was. Een leven of bestaan is niets voor een robot, behalve als een gegeven opdracht niet kan worden afgemaakt. Een opdracht om Skype te vernietigen of de vechtrobot had ze nooit officieel gekregen en de afhandeling van Eri-Lene, het overdragen aan Utopia, was ten einde. Althans....meer kon ze niet doen. Zogezegd...het maakte haar niets uit. Daadkrachtig stapte ze in de richting van Skype en nam zich voor om vrouwelijke elementen in de strijd te brengen. Iets wat haar altijd had geholpen en ze berekende ook nu een factor van belang. De vechtrobot kon immers als mannelijk worden aangemerkt. Agressief, onberekenbaar, nietsontziend en met een enorm ego, want dat laatste was zeker in zijn basis-systeem geprogrammeerd. Haar eigen systeem had de geschiedenis van vecht-robots kort voorgedragen. Gemaakt door mannen, voor mannen en tegen mannen. Althans....dat was de oorspronkelijke bedoeling totdat snel bleek dat geen enkele mens meer veilig was. Kinderen evenmin. Het was haar ook bekend dat vecht-robots later exemplaren met een "vrouwelijke" inslag hadden gebruikt, dit om nog meer vrees en paniek te zaaien. Dat laatste.....dat was haar kans, zo had ze geconcludeerd. De strijd kon beginnen.

"Kom, stap over ultieme vernietiger. Kom maar bij mij". Vonnie plaatste haar lange benen evenzo breed. Skype begon te lachen, maar het was niet de stem van hem. Deze stem was raspend, schraal en duister.

"Ha, ha, Vonnie...grappenmaker. Moet je jezelf eens zien met één arm. Je zal vast een geweldige vechter zijn....niet dus."

"Nou....dat gaan we nog zien dan. Ik kom eraan en zal mijn plaats innemen. Als ik dan toch moet uitgaan, dan maar opzienbarend. Mijn systeem is namelijk niet geprogrammeerd voor een onbekend bestaan zonder noemenswaardige inhoud. Daar ben ik niet voor gemaakt. Jammer voor jou Skype", blufte ze.

Skype begon te schudden en pakte zijn buik met twee handen vast. Dit was precies waar Vonnie op had gehoopt. Een kleine afleiding. Ze sprong direct naar voren en rende uit volle macht naar Skype. Die brulde inmiddels een robotische strijdkreet en spande al zijn pompsystemen aan in afwachting van een botsing. Zover kwam het niet. Vonnie bukte, greep een hand met zand, smeet het richting de lichtsensoren en dook vervolgens naar beneden. In een smerch-seconde had ze achter haar riem gegrepen en plaatste het ding op de linker loop-tentakel van Skype. Die voelde uiteraard niets van wat daar gebeurde, maar toen de wolk van zand was neergedaald, zag hij Vonnie wegrollen met in haar hand een deel van zijn onderste stand-tentakel. Toen hij zag dat ze het met één snelle beweging het deel over de brug-reling gooide, berekende de vechtrobot direct dat deze wedstrijd al was verloren. De klepper-mijt, een apparaat om dwars door metaal te kunnen snijden met een hoog-intensiteit waterstraaltje, had zijn werk in een flits uitgevoerd.

Skype werd onmiddellijk instabiel en bewoog heen en weer om de juiste evenwicht-stand te vinden. Het lukte hem niet. Net zoals bij mensen de grote teen niet kan worden gemist, betrof dit deel van de stand-tentakel een essentieel onderdeel voor de balans.

Vonnie ging over tot deel twee van haar plan.

"Kom nou....Je weet best dat vrouwen gevaarlijker zijn dan mannen. Vroeger werden wij ook ingezet als zelfmoordterroristen en dat was niet voor niets", zei ze brutaal en met enige flair. Vonnie danste een beetje rond, draaide zwoel om haar as. Ze leek zelfverzekerd en dat was voldoende.

Het hoofd van Skype maakte een doffe klap op de grond. Zijn rechter-grijp-tentakel en het bijbehorende schouderblad volgde automatisch. De zanderige grond vloeide vol met olie en het pomp-slijm vooral uit het korte nekstuk van het hoofd. Vonnie registreerde een mens-akelig beeld, omdat er geen snede te zien was, maar wel diverse gescheurde slangen, draden, trek-snaren en pompjes. Enkele pompjes bewogen nog en sommige snaren maakten trillende bewegingen. Skype zelf keek met snelbewegende licht-sensoren naar alles wat hij registreerde in de hoop dat er enige hoop te vinden was. Die was er natuurlijk niet. Langzaam werden de sensor-bewegingen minder.

Vonnie's alert-systeem berekende een vervolgstap en was er klaar voor. Het moment van overspringen kon ze niet registreren, maar wel was de connectie in het achterste deel van haar hoofd voelbaar. Er drong iets in haar brein en er zat "iets" op haar schouderbladen. De eerste opdrachten werden ingevoerd en er volgde een serieuze storing. Het eindigde bij niveau 16....zoals verwacht....en berekend. Vonnie had het klaar gespeeld om haar gehele systeem om te zetten tot een complete uit-stand, maar wel niet vóórdat een paar opdrachten werden uitgevoerd. Het maakte de overstap van de vechtrobot naar haar systeem een loze stap. Ze zou binnen enkele seconden niet meer bestaan. En zo verliep het plan van Vonnie volledig via haar ingezette plan. De vechtrobot had geen idee en settelde zich op de nek van Vonnie, boorde zich in en dacht een ultieme medewerker te hebben gevonden. Een totale misvatting....iets wat vaker voorkomt bij kunstmatige entiteiten die slechts één doel voor de licht-sensoren hebben. Vonnie draaide zich om en rende als een wervelwind naar de reling, berekende slechts haar snelheid en de hoogte van de reling en sprong soepel de diepte in. 


De Alien I escape-versie.


Vonnie sloot haar licht-sensoren en sloot evenzo haar systeem af. Als eerste vielen haar pompen stil en werd de olie-circulatie beëindigd. Als tweede werden contra-opdrachten door haar gehele brein gestuurd en die zorgden voor een mega-storing. Anders gezegd.... de elektrische stromen botsten tegen elkaar en bliezen het brein op. De licht-sensoren plopten uit haar hoofd en bungelden gedreven door de valwind alle kanten op. Er volgde geen schreeuw, niets....Vonnie was uit en viel met groter snelheid richting het zuur. Plotseling schoot er iets uit het lichaam, althans zo zag het eruit. Niets was minder waar, want een rol-tentakel had zijn weg naar boven gevonden en greep de reling vast door zich eromheen te rollen. Het betrof een kleine rol-tentakel, maar wel één die zeer strak was opgerold. Dus lang en dun. Het was genoeg voor de vecht-robot. Hij schakelde zich los van Vonnie en hing zodoende onder de brug. Vonnie verdween in het zuur en een kort sissen met een kleine gele fontein was het laatste wat restte.

De vechtrobot begon met het oprollen van de rol-tentakel...langzaam dat wel, maar zorgvuldig. Zoals vaak het geval is, hebben vechtrobots diverse verweer-mechanismes, overlevings-tactieken en een uitgebreid combat-scenario's standaard in hun systeem. Dat moest ook wel, want ze waren bedoeld als ultiem wapen.Onoverwinnelijk, gehard en meedogenloos. De vecht-robot richtte zijn licht-sensoren naar de reling en zag dat de streng goed genoeg was bevestigd. Zijn brein-systemen waren inmiddels op zoek naar een oplossing nadat het geheel zou zijn gered. Feitelijk was het simpel. Gewoon wachten op een robot en dat was slechts de eerste stap. Het berekende dat hier bij de brug van Tara waarschijnlijk elk uur wel een robot zou verschijnen om aan de puls te kunnen voldoen. En het kreeg gelijk. Vlak boven de reling verscheen een robot. Eerst was een grijp-tentakel zichtbaar en vervolgens verscheen een gedeelte van een robot-hoofd. De vechtrobot sidderde van opwinding.

De siddering trok door het gehele systeem en bereikte zelfs het uiteinde van de rol-streng waardoor de reling een beetje begon te trillen. Plotseling kwam een schreeuw uit de diepte. Niet van Vonnie of enig andere robot. Nee, het was de vecht-robot zelf. Het zag wat er langzaam boven zijn hoofd verscheen.

Het hoofd van Skype. Er droop oliekleurig slijm uit zijn mond en slechts één licht-sensor gaf nog wat licht. Het gezicht was volledig besmeurd met zand. Kort hierna verscheen de grijp-tentakel die tot het uiterste was gegaan om nabij de reling te kunnen komen. De vingers waren verzand door een dikke laag olie en zand, maar het was voldoende om enkele bewegingen te kunnen maken. Het was ook de reden dat hij vooruit had kunnen komen. In een laatste berekening had had een nood-oplossing geanalyseerd en had alle opengescheurde delen dicht gesmeerd met zand en olie. Het werkte, maar uiteraard tijdelijk. Het was net voldoende om de reling te kunnen bereiken en keek nu met die ene sensor recht in de licht-sensoren van de vechtrobot. Skype spuugde naar beneden.

Het einde is niet veel verrassend. Skype brandde de rol-tentakel door en het onding stortte met een laatste kreet in de diepte. Er volgde slechts in dit verhaal nog één enkele handeling...een verwachtte handeling....met een laatste pompstoot sleepte de grijp-tentakel zich over de reling en de rest volgde door de wet van de zwaartekracht.

Puls-opdracht uitgevoerd.

Einde Vonnie en Skype.


En Eri-Lene?


Een wazig beeld veranderde langzaam in een loep-scherpe afbeelding van een druppeltje water. Het sijpelde omlaag, kronkelend. Soms hield het stil, maar altijd ging de stroom verder naar mate er een klein beetje water vanuit boven werd toegevoegd. Het volgen van het stroompje deed geen pijn. Ook het knipperen niet en voor het eerst hoorde ze ook haar ademhaling. Toen ze zich beter concentreerde, kon ze zelfs wat geluiden verderop horen. Deze paar zintuiglijke waarnemingen waren voldoende om te beseffen dat Eri-Lene leefde. Heel even kwam een akelig rood beeld in haar gedachten op en dat zorgde voor een grote zucht. Ze opende haar ogen weer snel en probeerde zich weer te concentreren op het kleine stroompje. Die was inmiddels buiten haar zicht verdwenen. Andere stroompjes waren er op. Veel zelfs en het leek erop of ze zich in een broeikas bevond al was er geen vlinder of groen blad te zien. Wat er achter het glas of plastic moest zijn, daar had ze geen idee van. Dat beeld bleef wazig. Soms dacht ze een snelle schaduw waar te nemen, maar niets meer dan dat.

Eri-Lene sloot haar ogen. Ze voelde zich moe. Haar gedachten volgden nu de weg naar binnen. Adem in - adem uit, dat patroon werd voor even haar wereldje. Het was genoeg en al snel viel ze in een diepe slaap.

Later....ze wist niet hoeveel later, was het stroompje er weer. Ze besloot zich weer te concentreren om zo meer invloed te krijgen op haar zintuigen. Natuurlijk maakte het stroompje geen geluid, maar er was wel iets te horen. Een zacht gebrom. Waar het vandaan kwam, kon ze niet achterhalen. Heel even besloot ze om haar hoofd te bewegen, maar dat ging nauwelijks. Er was geen pijn, maar het ging gewoon moeilijk zonder dat ze wist waarom. Ze vermoedde dat haar hoofd was vastgezet, maar voelde niets. Het bevreemdde haar, dacht eraan en zonk weer weg in een diepe slaap.

Deze keer werd ze wakker van haar droom. Onmiskenbaar kwamen de laatste herinneringen weer terug en de onrust bleef. Een beeld van spuitend bloed, veel bloed en er was iemand bij haar. Ze wist niet wie. Waarom er zoveel bloed in de droom werd getoond, wist ze ook niet. Ze besloot er niet meer aan te denken. Wederom volgde al snel de diepe slaap, die ze nog steeds nodig had.

Bij haar ontwaken zocht ze naar het stroompje. Die was verdwenen en het duurde even voordat ze besefte dat glazen of plastic wand was verdwenen. Dit keer was het beeld direct helder. Ze lag in een wit-gekleurde kamer, wellicht van één of ander ziekenhuis. boven haar bevond zich een wirwar van kabels waarvan enkele richting haar hoofd liepen. Ergens was weer het zachte gebrom te horen. Ze mistte iets, maar wist niet wat. Rond om haar bewogen enkele figuren, robots. Ze hadden geen licht-sensoren of spreek-gedeelte. Ze besloot de vragen die ze had voor zich te houden. Er werd aan een slang geknutseld. Dat voelde ze, want langs haar oor verschoof iets. Ze probeerde meer informatie te verkrijgen en stuitte op een raam. Buiten zag ze een weerschijn van stralend mooi weer en plotseling dreef er een vliegbus langs. Het veroorzaakte een herinnering, maar het werd haar niet duidelijk waarom de vliegbus deze herinnering veroorzaakte. Ondanks dat ze niet wilde, viel ze weer in slaap met immer in haar gedachten dat ze iets mistte.

Haar volgende ontwaken zorgde voor een paniekreactie. Hoewel ze wist dat ze in een ziekenhuis lag, was het haar niet duidelijk waarom. Bovendien.....was er iets vreemd, iets waar ze geen grip op kreeg. Dit keer riep ze wel. Het waren voorspelbare woorden; "Waar ben ik?" Een schaduw kwam dichterbij. Dit keer verscheen er een robot met licht-sensoren en spreekgedeelte, onmiskenbaar een geavanceerde robot. Wel een vreemd figuur, omdat het niet menselijk leek, maar dat deerde haar niet.

"Rustig Eri-Lene.....Je bent in veilige handen", zei een aangename stem vanuit het meebewegende spreek-gedeelte.

Eri-Lene probeerde zich op te richten, maar dat lukte niet. Ze wilde wel, maar er gebeurde niets. Het was alsof er totaal geen kracht te bekennen was. Niet in haar armen en niet in haar benen. Twee vriendelijke handen bedaarde haar door haar voorhoofd aan te raken.

"Blijf maar liggen. Je bent er nog niet klaar voor."

Eri-Lene voelde zich moe en enigszins geruststelt. Ze verliet de wil om zich op te richten en omarmde de wens om te slapen. Ze sloot haar ogen.

Het was inmiddels donker buiten toen ze weer haar ogen opende. Dit keer veroorzaakte haar ontwaken geen paniek, eerder een vertrouwd gevoel. Ze bekeek de slangetjes boven haar met aandacht en probeerde rustig te blijven ademen. Plotseling overviel haar een gedachte die meteen angst in haar ogen naar voren bracht. "Zou ze wel echt leven....en zo ja....Kan ik dan nog wel lopen?", was een gedachte die in deze toestanden vanzelfsprekend was. Het bracht haar even van stuk en realiseerde toen dat de eerste vraag al ruim was beantwoord. De tweede nog niet, maar in haar herinneringen wist ze dat verlies van loopvermogens nooit meer voor kwam. Iets verderop kwam een wit schepsel naar voren. Het was dezelfde figuur. De robot lachte haar vriendelijk toe.

"Blijf kalm Eri-Lene. Je herstel verloopt prima. Wees gerust."

Eri-Lene antwoordde niet. Ze sloot haar ogen, zuchtte diep en concentreerde zich op haar ademhaling. Toch opende ze snel haar ogen. Een ander "iets" drong wederom op in haar gedachten. "Wat mis ik?....Ik mis iets...." Ze besloot het te vragen en probeerde te spreken. Het lukte, maar ze kon haar eigen stem niet herkennen. Het geluid was blikkerig en naar haar gevoel te scherp.

"Eh....robot....Ik zou graag wat informatie willen, kan dat?"

"Natuurlijk, meisje....Vraag maar."

"Nou, waar ben ik?"

"Je bent in Utopia, Eri-Lene en we zijn blij dat je hier bent aangekomen."

"Oke....maar eh...ik voel mijn benen niet. Mag ik mijn benen er armen wel bewegen?"

Het antwoord kwam niet meteen. De robot knipperde met haar licht-sensoren. Ga eerst nog maar slapen Eri-Lene. Die vragen komen later wel.

Diep in de nacht werd Eri-Lene wakker. Goed wakker deze keer. Er was geen schaduw van een robot te bekennen. Ze luisterde naar haar ademhaling en bekeek de sterren in de duisternis. Soms vloog er een lichtpunt voorbij. Dan weer naar links en dan weer naar rechts. Ze besloot om helder na te denken over hetgeen haar was overkomen. Soms kwamen er robots in haar herinneringen voor, maar wie ze waren wist ze niet. Er was ook een zwart schepsel en ze wist meteen dat dat ding haar iets had aangedaan. Maar hier ook....wat wist ze niet, behalve dat er veel bloed werd vergoten. Haar bloed? Geen idee...Er was ook nog een andere robot, een vrouw met prachtige licht-sensoren en glinsters op haar wangen. De herinnering bracht een glimlach naar voren. Ze voelde zich kalmer, erg kalm. Adem in- adem uit.....

Plotseling schrok ze. Ze wist wat ze miste. Onmiddellijk riep ze om hulp en trachtte haar hoofd te bewegen. Het lukte haar niet en haar paniek werd verhoogd. Snel kwamen enkele zorg-robots naar haar bed en probeerden haar stabiel te houden. Het zorgde niet voor verbetering. Weer riep ze om hulp en uiteindelijk kwam degene die ze wilde zien. Haar ademhaling ging snel, te snel en de eerste symptomen van hyperventilatie brachten haar nog meer in de war. Het bed schudde.

De redding kwam eraan.

"Rustig Eri-Lene...rustig....Sssss". De twee grijp-tentakels op het voorhoofd probeerden haar te bedaren en langzaam maar zeker keerde de rust terug.

Eri-Lene stamelde. "Eh....eh.....waar....eh....waar is?"

"Waar is wat Eri-Lene?"

"Waar is het geluid?"

"Welk geluid Eri-Lene?"

"De piepjes......de piepjes van de hartslagmeter.....Waar is die? Dat is er toch altijd, toch?"

De stilte was lang.....

"Luister Eri-Lene. Ik ga je iets vertellen. Probeer rustig te blijven. Dat is erg belangrijk. Nogmaals...Je bent in goede handen, vertrouw me."

Eri-Lene sloot en opende haar ogen. "Goed....vertel maar. Ik wil het weten".

De robot maakte zich even los van het bed en dook een beetje naar beneden. Ergens begon er een piepje en Eri-Lene voelde dat haar hoofd zich oprichtte. Het bed was verstelbaar en tergend langzaam kwam het rompgedeelte omhoog. Na een tijdje stopte het.

Eri-Lene gilde.

Enkele dagen later begon hert ritueel weer opnieuw. Alleen dit keer was er geen plastic meer. Ook geen stroompje. Ze had veel gedroomd. Gedroomd over robots, over mensen over blaren op haar voeten, vuur en bloed en dit alles gaf een onbeschrijfelijke vermoeidheid. De moeheid was niet het enige. Het andere beeld op haar netvliezen was er ook nog steeds. Haar skelet, de loop en grijp-tentakels, dit alles zonder huid en nauwelijks verpakt in een dun kort rood jurkje. Ze kreeg tranen in haar ogen, maar had geen zin om ze weg te vegen. Het duurde niet lang voordat ze begon te huilen. "Wat was er in hemelsnaam met haar lichaam gebeurd?", vroeg ze zich af. "Zuster...zuster", schreeuwde ze.

De vriendelijke robot kwam vrij snel. Dit keer geen panieksituatie, geen onrust, maar wel een vragende blik. De robot ging rustig naar haar staan.

"Je hebt vast veel vragen Eri-Lene. Ik zal proberen wat antwoorden te geven, oké?"

Eri-Lene knikte.

"Goed....Je bent dus in Utopia. Ik zal je daar later meer over vertellen. De mensen hier hebben je gered, maar zoals je al hebt gezien, konden we je lichaam niet meer redden. Je bent een cyborg nu, Eri-Lene. Het is niet anders en we hebben gekozen voor een optie die je vermoedelijk het meeste zou aanstaan. De realborg die je heeft proberen te redden, is ons voorbeeld daarvoor geworden. We hadden opnames van haar. Wat er met haar is gebeurd vertel ik je ook later. Je moet nu veel rusten en binnenkort starten we eerst met de koppeling van het skelet. Daarna volgen de grijp-en loop-tentakels. Snap je dit?"

Eri-Lene knikte. De robot liep weg.

"Stop....nog een vraagje, mag dat?"

"Natuurlijk, mijn kind."

"Hoe kan ik je noemen?"

De robot glimlachte.

"Ik ben Tara, Eri-Lene."

"Tara", fluisterde Eri-Lene. Ergens ging er een lichtje in haar herinneringen branden, maar ze kon het niet duiden. Nog niet.....


EINDE TTTT


Vervolg in ontwikkeling; De laatste robot.


    



 

E-mailen
Map
Info