Ideemachine.nl
                                                                                                 

TTTT W-14

 


Plato's grot

De man zat in een zilverkleurige stoel, die vrijwel bovenop het voertuig was bevestigd. Eri-Lene zag geen stuurwiel en maakte daarop uit dat het vrijwel zelfstandig zou kunnen vliegen. Achterop bevonden zich een zestal zitplaatsen zonder beugels. "Een veilige vlieger" constateerde ze. Ze nam even de tijd om het tafereel goed in zich op te nemen. hoewel de man vriendelijk oogde, moest ze steeds op haar hoede zijn. Ze merkte het ook aan de realborgs, omdat die dicht tegen haar aan gingen staan. De vlieger moest wel een  taxi zijn, want ze kon uit de Griekse letters duidelijk de naam "taxi" uitmaken. Dit gegeven maakte haar onzeker. Kennelijk wisten de bewoners dat zij eraan kwamen. Dat was een punt van belang, temeer het ook betekende dat ze hen niet hadden willen redden in het mijnenveld. Het tweede; kennelijk voelden de bewoners geen drang om een veiligheidseenheid te sturen wat weer betekende dat ze ofwel geweldloos konden zijn ofwel nog beter beschermd dan op het eerste gezicht zou lijken. Eri-Lene dacht het laatste en keek schuin naar de toren. De toren leek ook van dichtbij gewoon onbewoond, maar kleine puntjes die uit de spleten staken waren nu wel zichtbaar. Ze bewogen ook. "Scan-lasers", gokte ze. Ze vond het raar dat de realborgs het niet hadden getraceerd. "Ook nog veiligheid-pulseerders dus", voegde ze in gedachten toe. Hierna richtte ze zich op de man. Het eerste wat opviel waren zijn hagelwitte tanden. Ze staken scherp af tegen de mat-brons-kleurige huid. Zijn kleding was minder opvallend. Een strak-sluitend pak evenzo gekleurd als zijn huid, meer was het niet. Verder geen opsmuk...geen sieraden, geen riem (niet nodig ook, vanwege zijn goed getrainde body), slechts halfhoge laarzen en handschoenen. Pas hierna merkte ze op dat de man fraai gekrulde blonde haren had. Ze vond het geheel een soort van gelijkenis hebben met iemand die ze niet zo goed wist te  herinneren. Zijn looks waren onmiskenbaar Grieks, dat wel en plotseling wist ze het.

"Alexander", fluisterde ze. "Alexander de grote".

Na een korte begroeting; hij stelde zich voor als David, nodigde de man hen uit om plaats te nemen in het voertuig. Er werden geen vragen gesteld, ook niet door het drietal. Eri-Lene kreeg bij het instappen prompt een vertaal-stip op haar voorhoofd en kon zo een korte conversatie tussen David en Skype volgen.

De stad hadden de bewoners Plato's-cave genoemd als eerbetoon aan de roemruchte wijsgeer uit Griekenland van vroegere tijden. Maar iedereen noemt de stad gewoon Plato. Skype vond de naam goed gevonden, aangezien de stad feitelijk in een soort van grot was gebouwd. David knikte en vroeg aan Skype uit welke stad hij afkomstig was. Eri-Lene luisterde het gesprek verder aan en zag dat David zich gewoon kon richten op de realborg zonder op de besturing te hoeven letten. "Geen probleem hoor, Eri-Lene", zei David, toen hij zag dat ze dit ongemakkelijk vond. "Alles gaat vanzelf hier. Daarom hebben we geen wegen of banen. De voertuigen zijn voorzien van vleermuis-sonars, haha. Je zal hier nooit een botsing zien", vertelde hij lachend en richtte zich daarna weer op Skype. Vonnie hield zich stil en keek alleen rond om zich heen. Haar gezicht stond ondanks alle vriendelijkheid strak gericht op de toren. Eri-Lene volgde haar voorbeeld, maar kon niets onvriendelijk vinden. Ze besloot het later na te vragen. 

De vlieg-taxi naderde de bodem van de stad. Het had verschillende keren bochten naar links en rechts gemaakt om andere vlieg-machines te ontwijken en Eri-Lene voelde enige misselijkheid opkomen. Ze was wel wat gewend, maar de vlucht leek meer op het vlieg-patroon van een mug, dan van een bestuurd voertuig, zo vond ze. Ze waren enkele kilometers afgedaald en toen ze naar boven keek zag ze pas hoe ontzagwekkend groot de toren was. Toch viel deze constatering in het niet bij hetgeen ook als een feit kon worden bestempeld. De klimplanten hadden hun wortels evenzo in de bodem en waren zodoende even groot. Ze keek naar de voet onderaan en berekende dat de omvang van de stammen wel meer dan dertig meter moesten zijn. Ze wees ernaar en Vonnie knikte.

Kort hierna stond het drietal op een klein platform en tot hun verbazing steeg het voertuig direct weer op. David had slechts tijd voor een korte zwaai met zijn hand en verdween in de massa van vlieg-machientjes.

"Nou...daar staan we dan, zei Eri-Lene en draaide in het rond om het totaalbeeld eens goed te bezichtigen. Haar gezicht straalde van vrolijkheid. De lach van David had haar kennelijk flink beïnvloed, maar er was ook reden toe. Uitingen die zouden kunnen leiden naar enige bezorgdheid waren niet te vinden. Overal werd er naar alle kanten gevlogen en op de grond krioelden het van de mensen.

"Kijk eens goed, Eri-Lene. Valt jou niets op?". De stem van Vonnie klonk droog en zonder emotie. Eri-Lene fronste haar voorhoofd en keek weer rondom zich heen, maar nu wat langzamer. Na enkele seconden zag ze het.

"Je bedoelt dat alle mensen hier gelijk zijn of zo....Inderdaad...Ja, ze hebben allemaal...eh dezelfde kleding aan. Maar dat is toch niet zorgelijk, Vonnie? Ik denk dat dat wel prettig is....misschien..... Ik weet niet....", stamelde ze.

"Hm......Nou, laat ik het zo zeggen...dat ze wel heel erg veel op elkaar lijken". Vonnie's stem klonk als een boze schooljuf en dat maakte dat Eri-Lene nogmaals op onderzoek uit ging,. Ze richtte zich op een kleine samenscholing nabij een stilstaand voertuig.

"O, mijn hemel. Dat is het. Ja....ze lijken echt helemaal op elkaar, behalve dat sommigen wel haar hebben en de anderen niet. Is dat het, Vonnie?"

"De vrouwen zijn haarloos, maar ook allemaal gelijk. Ik vermoed dat we hier allemaal goed gebruinde Davids en Helena's hebben. Meer smaken zijn er niet."


David's en Sofia's


Een klein gezelschap haalde het drietal van het platform op en zoals verwacht kon er nauwelijks verschil worden gezien in het uiterlijk van de schijnbare ontvangst-delegatie. Het verwonderde Eri-Lene die slechts een enkele keer een menselijke tweeling of R-meerlings, een serie robots met een gelijkend uiterlijk, had gezien. Ze vroeg zich even af of dit ook allemaal robots waren, maar zag er vanaf, omdat de vraag haar misschien als dom zou typeren. Ze zocht naar een teken wat de één van de ander zou onderscheiden, maar dat was er niet. Ze hadden eerst vriendelijk de hand geschud en zich voorgesteld. David en Sofia, Sofia en David en David en David en vervolgens allemaal tegelijkertijd met de linkerarm gewenkt om hen te volgen.

Vonnie gaf tijdens de wandeling aan dat het zuurstofgehalte hoger was dan normaal en Skype voegde toe dat er nagenoeg geen fijnstof in de lucht aanwezig was. "Een gezonde omgeving, dat is meegenomen", zei Eri-Lene in de hoop dat iemand iets terug zou zeggen. Dat was niet het geval. De route naar de binnenstad duurde namelijk best wel lang en de stilte voelde haar onprettig aan, temeer nu het gezelschap allemaal blijvend glimlachten. Het leek haar wel een toneelspel. Vragend keek ze naar Vonnie, maar die keek strak naar voren en knipperde zelfs niet één keer met haar lichtsensoren. Deze kleine verandering van gedrag - Vonnie knipperde altijd om een vorm van emotie aan te geven -  was voor Eri-Lene opmerkelijk genoeg om nog meer wantrouwend te zijn ten opzichte van de bewoners. Skype leek echter op zijn gemak. Hij had zijn hoody weliswaar nog wat verder over zijn hoofd getrokken, maar liep stoer, soepel en gemakkelijk tussen de delegatie in.

Een opvallende rode deur moest het eindpunt zijn, want een andere deur ontbrak in de directe omgeving. De deur, een cirkel-schijf, opende vanzelf en wederom spreidde de mensen hun armen om het drietal naar binnen te geleiden. De deur sloot automatisch en het drietal stond in een legen ruimte. Eri-Lene hoefde niet achterom te kijken om te weten dat het zestal buiten bleef. Ze voelde de leegte.

Plotseling stond er een David en een Sofia in het midden van de ruimte. Uit het niets. De realborgs schrokken niet, maar Eri-Lene des te meer.

"What the fark", zei ze en wendde zich een beetje achteruit. Ze keek naar haar hand...."Ze had toch net echt een hand gevoeld", sprak ze binnensmonds.

"Wees gerust Eri-Lene....Ook dit zijn R-holo's". Vonnie keek haar aan en knipoogde deze keer, iets wat ze nog nooit had gedaan. Eri-Lene knipoogde terug, maar waarom wist ze niet. 

Ook de R-Hollo's namen het drietal mee door duidelijk een route aan te wijzen. Het betrof een eenvoudige rode lijn die op de grond was aangebracht. De route, wellicht een vrij belangrijke, liep via diverse tunnels, hallen en kruisingen zodat Eri-Lene al snel de weg kwijt raakte. Ze keek achterom en zag tot haar schrik dat de rode lijn achter hen vervaagde. De "mensen" op de route knikten allemaal vriendelijk en de bekende lach stond op ieders gezicht. De toren was nergens meer zichtbaar en het vermoeden dat ze diep in de stad geraakten, werd sterker naar mate de wandeling duurde. Eri-Lene zag dat alle handelingen van de mensen onderweg gebruikelijk waren. Praten met elkaar, afdingen van de prijs, waren verkopen en goederen kopen, het hoorde er allemaal bij. "Alsof je in Crash-city wandelt, maar dan zonder diversiteit", dacht Eri-Lene en bekeek het schouwspel met genoegen. Vonnie besloot de stilte op haar bekende manier te beëindigen. Kennelijk had ze genoeg van deze onzin.

"Oke, luchtbellen, waar breng je ons naar toe"? Er kwam geen reactie. Ze probeerde het nogmaals, maar nu iets directer.

"Oke, grote ziener....waar gaan we naar toe?"

Heel even bleef het nog stil, maar al snel weerklonk er een heldere stem. De stem kwam uit het plafond.

"Vrienden.....wees gerust. Jullie komen zo bij mij en dan kunnen we redeneren", was het antwoord. Eri-Lene kreeg er meteen de kriebels van. "Redeneren....waarom....met wie?"

"Goed. Tot zo". Vonnie keek Skype aan knipperde twee keer met haar lichtsensoren. Skype knikte. Na nog een drietal minuten was het zover. De R-Hollo's verdwenen als olie in een lekkende kan en het drietal stond voor een nieuwe opening. De eikenhouten deur had een patroon van één of andere Griekse god.

"Zeus...hm", zei Vonnie zonder enige vorm van eerbied in haar stem. Skype klopte uit automatische interne vorm-opdrachten driemaal op de deur en een "Sofia" deed open. Eri-Lene zag het verschil. De vrouw bloosde namelijk een beetje, toen ze zichzelf voorstelde aan Skype.

"Een echte mens....gelukkig...", zei ze in gedachten. Het was alsof Vonnie haar gedachten kon lezen. "Nou, eindelijk een feitelijkheid...He Skype", zei ze terwijl ze rond om zich heen begon te scannen. Skype volgde haar voorbeeld. Er was niets aan gevaar te traceren, behalve dat er nog een mens in de ruimte aanwezig was.


Het probleem.


"Welkom vrienden. Mijn naam is David. Jullie hebben al kennis gemaakt met Sofia. Wij zijn vereert dat jullie er zijn. Graag zou ik uw namen en plaats van registratie vernemen, wil je?". De man hield kennelijk van formele omgangsvormen hetgeen niet zo vreemd was gelet op de Griekse sfeer die de stad en de bewoners compleet doordrongen had.

Eri-Lene keek de man aan. Hij was identiek aan alle andere David's die ze had gezien, behalve dat hij niet lachte. Zijn voorkomen was serieuzer dan alle andere kopieën en ook bewoog hij wat langzamer. Ze schatte dat de man - hoewel het niet aan hem te zien was - ouder in leeftijd moest zijn dan Sofia.

"Vonnie, realborg Crash-city, met uw welnemen", begon Vonnie.

"Skype, robot hetzelfde", antwoordde Skype.

"Eh, ik ben Eri-Lene, maar vroeger.....nee, laat maar... Eh, mens dus en eh...wij zijn op zoek naar hulp?", flapte ze eruit en had gelijk spijt van de laatste zin. Het leek haar niet het juiste moment om hulp te vragen en ze voelde zich opgelaten wat merkbaar werd door de rode blos op haar wangen. David bevestigde haar vermoeden.

"Wow, hulp vragen, nou ja zeg.....hahaha, dat wilde ik nu juist aan jullie gaan vragen, toch Sofia. Eri-Lene voelde de ironie op haar neerdalen en kreeg het nog warmer.

"Nou vooruit dan maar. Dan maar verder op deze eh....wat zal ik zeggen....provinciaalse manier". David's worden klonken scherp en de gemoedelijke sfeer was verpest. Vonnie  probeerde alsnog de situatie voor hen te redden.

"Luister, beste David....deze stad kennen wij niet en ik vraag me zelfs af of deze stad überhaupt bekend is op de wereld. Mijn excuses voor onze jongste metgezel. Ze is soms een beetje..nou ja...snel van tong, zeg maar". Vonnie keek Eri-Lene aan met een ietwat rode gloed in haar lichtsensoren. Eri-Lene wist genoeg en hield haar mond verder dicht.

De man wenkte naar Sofia en die kwam vlak naast hem staan. Beiden keken het drietal aan en daarmee werd duidelijk dat ze samen iets te melden hadden. Sofia maakte het kenbaar.

"We hebben begrip voor jullie standpunt eh... Robots. Natuurlijk mag mijn vader evenzo niet meteen om hulp vragen, we kennen elkander immers niet, maar inderdaad....jullie metgezel was wel de eerste die de gebruikelijke omgangsvormen heeft overtreden. Ze hield even stil.

"Laten we de jongste dame in ons gezelschap vergeven. Dat lijkt mij het beste. Maar....laten we er geen olie opsmeren. Wij.....en jullie nu ook...hebben een probleem". Skype zuchtte...."Nog een probleem erbij", seinde hij intern naar Vonnie.

"Laat het me dit goed uitleggen. Ik stel voor dat we plaatsnemen, want mijn uitleg moet volstrekt helder zijn om ongelukken te voorkomen". Het drietal nam - hoewel de woorden van Sofia bij beide realborgs het alert-systeem deed activeren - in alle rust plaats in mens-gemakkelijke sofa's Sofia begon te vertellen.

"Ooit was deze plaats niets meer dan een simpele wachttoren met kazerne. De tweede Robot-oorlog maakte namelijk de noodzaak om een sterke pre-verdediging op te stellen. Het idee werd geboren om deze ver vooruit te plaatsen en een klein garnizoen van ervaren strijders werd erbij geplaatst. Dit allemaal ter verdediging van Serum-city en Metropolis wat verderop ligt. Ook het luchtruim werd rondom de wachttoren zodanig ingericht dat vliegen in de omgeving alleen op zeer grote hoogte mogelijk is. Zoals jullie weten, kunnen vechtrobots niet hoog vliegen, maar wel flink omhoog springen.

"Aha....Daar zijn de vecht-robots....kan geen toeval zijn", dacht Eri-Lene. Sofia ging verder.

"Het moeras was een natuurlijke hindernis. Het garnizoen; de menselijke, althans...dat was de gedachte. Maar het plan mislukte. De vecht-robots zijn niet eens in de buurt gekomen van de toren. Niemand had verwacht dat ze gewoon met de provinciale langbus-maatschappijen naar de steden zouden reizen en daarna...nou jullie weten wel wat er toen gebeurde. Hoe dan ook....het garnizoen bleef zonder werk ter plaatse en er gebeurde niets. Totdat...nou ja....totdat er iets vreselijks gebeurde".

Eri-Lene verschoof op haar stoel een beetje naar voren.

"Nou, de toren dus... had een centrale basis van waaruit alle vecht-bevelen werden gegeven. Het stond onder leiding van een pulsar-2quantum-computer, die alle gegevens kon verzamelen om goed strijd te kunnen bieden aan de vecht-robots. De computer had verbluffende mogelijkheden om de vechtrobots te kunnen pareren. Niet alleen illusies, holo's of vimeo-elementen, maar ook H-projecties en uiteraard echte wapens, zoals puls-lasers. Voorafgaande aan het verwachtte gevecht werd er volop geoefend en....dit oefenen gaat tot op de dag van vandaag door". Sofia pufte en hield even stil.

Eri-Lene zuchtte.

"Inderdaad, een zucht waardig.... En...wat het erger maakt. Nu ook nog".

Vonnie reageerde meteen. "Je bedoelt dat er nu een oefening gaande is?"

"Ja....en eentje die nooit meer stopt".

"Olie-vat-gedrel, Jee...eh... en hebben jullie geprobeerd deze oefening te stoppen. Ik mag toch aannemen van wel, toch?"

Deze keer nam vader Davis het woord. Hij stond op en rechtte zijn rug. Hij kuchte en schraapte zijn keel als voorbereiding op zijn deel van het verhaal.

"Natuurlijk heb ik geprobeerd de oefening te beëindigen, maar helaas...het is me niet gelukt. Als eerste hebben we zo stiekem mogelijk de toren trachten te betreden, maar het idee alleen was al zinloos. We mochten van geluk spreken dat we dat overleefden. Je komt niet verder dan de deur en daarna wacht je een gewisse dood dood. Bij ons werd gelukkig alleen een waarschuwings-puls gegeven, vlak voor onze voeten. De toppen van onze schoenen smolten weg. Later heb ik getracht om de computer te hacken, maar wat wil je....een pulsar 2quantum....onmogelijk. Nou....eh....intussen voerde de computer de oefening naar een hoger niveau. Er kwamen nep-mensen om de vechtrobots te misleiden, nep-ingangen, nep-gebouwen enzovoorts totdat er stond, wat je nu ziet. Een stad die eigenlijk geen stad is, maar slechts een kuil met wat gangen. Tot zover onze pogingen".

De man ging weer zitten, maar het meisje greep in.

"Nee, vader. Je vergeet nog iets".

"O ja...De computer heeft tot ons gesproken, één keer. Het gaf aan dat hij begrip had voor onze pogingen, maar kon ons niet laten gaan. Het was immers een oorlogs-computer met een oorlogs-taak. Alleen vechtend zou het wijken....Vechten.....wat een waanzin".

De stilte hierna was drukkend. Zowel Vonnie als Skype rekenden en rekenden. Eri-Lene dacht wel na, maar niet over het probleem. Dit was te moeilijk voor haar en zodoende ging ze na wat nu echt en wat nu vals zou kunnen zijn. Ze wist het niet. De computer was en meester in het creëren van illusies. De stilte werd plotseling onderbroken door Skype.

"Ik vecht met het ding. Het moet en bovendien heb ik niets te verliezen. Nee....geen bezwaren. Ik ga me gereed maken." Skype liep weg en alle aanwezigen keken hem na. Eri-Lene met open mond en Vonnie's oogschaduw veranderde van zilver naar rood.


Het gevecht


De technologische vooruitgang was sinds de komst van de eerste computers zover gestegen dat nagenoeg niets meer tot enige onmogelijkheid behoorde. Op verschillende gebieden werd dit principe bevestigd en het meest aansprekende daarvan betrof de illusie-industrie. Mensen wilden worden vermaakt en uiteraard na een tijdje ook de minder kapitaalkrachtigen. De basis voor die categorie, de grootste massa, werd gelegd door de uitvinding van droom-machines. Het grote voordeel van deze machines; relatief makkelijk te maken, betaalbaar ook, maar had als nadeel; te weinig controle op het verloop van de zelfgemaakte dromen. Natuurlijk hadden de seksueel getinte dromen altijd wel een vorm van resultaat, maar ander soortelijke wens-dromen, zoals avonturen en reiservaringen werden eerder een risico juist vanwege het uitblijven van een voldoende geacht effect. Het frustreerde en werd vooral een gevaarlijke bezigheid. Al snel gebeurden dan ook de eerste ongelukken. Mensen begonnen te slaapwandelen - meestal met een mobiele droom-helm - en raakten vaak in de problemen. De brandweer had handen vol aan alle wandelaars die ergens op grote hoogte op een randje van één of andere kolos liepen. De ongeluk-opruimingsdienst natuurlijk ook. Het ging te vaak mis. Het gevolg van deze onrustige periode was dat de illusie-industrie de focus verplaatste naar illusie-ruimtes. Afgesloten ruimtes die extra werden beveiligd door allerlei voorzorgsmaatregelen. Het zorgde inderdaad voor minder ongelukken, maar dit was veel kostbaarder dan de mobiele versies. Er ontstond zodoende een zwarte markt voor droomhelmen en die markt werd ook nog eens aangevuld met illusie-pillen om het effect te maximaliseren. Er was geen houden meer aan en de wereld moest accepteren dat droom-ongevallen deel gingen uitmaken van de werkelijkheid. Tot zover de eerste stappen wat leidde naar de huidige situatie waarin onze vrienden waren beland.

Hoe dan ook. Bij deze voortrazende ontwikkelingen konden de meer kapitaalkrachtigen niet achterblijven. En wat er voor hen werd gemaakt, was werkelijk een hemels geschenk. Al het gevaar werd bij hen geminimaliseerd en dat binnen een setting die geen grenzen meer had. Dit maal konden deze categorie mensen - hoe oud ze ook waren - ook zichzelf aanpassen. De gewenste omgeving werd geheel gestuurd op basis van algoritmes die konden worden ingevoerd uit de data van gesprekken, gegeven opdrachten en krachtige gedachtes. We hebben al kennis gemaakt met de tempels, één van de machtigste illusie-ruimtes op aarde, maar na een tijdje ontstonden alsnog enkele duistere en scherpe randen van dergelijke systemen.

De computer die dit soort illusie-ruimtes beheerde en bestuurde, werd machtig en soms....soms - zoals in het huidige geval -  te machtig.

Enfin....Zo ook dus in Plato's Cave. De computer hier - aangesteld als relatief simpele beveiliger - had diverse onderdelen van zijn pakket aangevuld met eigen illusie-elementen. Uiteindelijk creëerde het in de tijd die het ten overvloede had de hele stad inclusief alle mensen en sloeg op hol zodra de verveling toesloeg.

Skype stond op het plein voor een grote uitdaging, want hij wist dat een gevecht met een computer alleen in de virtuele ruimte kon plaatsvinden. En die ruimte....werd geschapen door zijn tegenstander. Met andere woorden....er waren geen grenzen en hij stond al met drie-nul achter.

Het gevecht begon met een eenvoudige oproep aan het systeem. Skype stelde zich voor en sloot af met een contact-code. Het systeem reageerde meteen en stelde zich voor als LAHLAH.

"LAHLAH....ik heb begrepen dat er een oorlogs-oefening gaande is, maar ik meen dat er ernstige gebreken in het verdedigingssysteem zijn te traceren. Laat de taak vallen en ik neem het over, aangezien ik beter hiervoor ben uitgerust". Skype stond kaarsrecht en met zijn skelet een beetje opgepompt richting de toren. Hij zocht een indicatie van waaruit exact LAHLAH functioneerde, maar er gebeurde niets.

Plotseling bulderde er een soort van lach door de stad en alle Davids en Sofia's pakten hun buik vast om het belachelijke te visualiseren. Skype vond het prima. Dit was precies wat hij wilde.

"Ik bereken dat mijn voorstel kennelijk niets voorstelt, maar....toch....ik heb slechts enkele momenten nodig om aan te tonen dat deze stad verloren is. Dus....sluit af en laat mij verder de controle overnemen".

Na deze woorden bleef het lang stil. Ook dat had Skype verwacht en zette zich scherp. Een straal verscheen uit de toren en voor de tentakels van Skype ontstond een flink gat wat smeulde en rookte naar verbrandde steen. Eri-Lene week achteruit en nam plaats achter Vonnie.

"Nou nou, wat een gedoe". Skype wiegde met zijn heupen heen en weer. "Kijk, hier wordt geen enkele vechtrobot bang van. Een puntlasje van één nanometer op een ijzeren plaat, meer niet. Kom op. Ik stel voor dat we samen uitmaken wie hier de leiding neemt. Is dat mogelijk in een virtuele setting. Dit ter bescherming van een mens die hier ook is?" Skype wees naar Eri-Lene. Uit al de hoeken van de stad kwam het geluid van het antwoord, streng en vanwege de donkere toon, onheilspellend.

"Natuurlijk, edele verliezer. Ik zal een virtuele wereld creëren op het plein. We zullen vechten en de verliezer zal zichzelf ontkoppelen van de wereld. Akkoord?"

"Nee". "Nee". 'Nee". Skype maakte een afwijzend gebaar met een grijp-tentakeldeel.

"De verliezer...jij dus.... zal het verdedigingssysteem geheel beschikbaar zetten aan de winnaar. Akkoord?"

Vonnie knipperde met haar lichtsensoren en Eri-Lene beet op haar lip. De spanning van het antwoord aan het systeem was voelbaar en zichtbaar. De grond trilde een beetje en de muren van de stad werden donkerder van kleur. Het leek Eri-Lene net alsof een stenen octopus van kleur veranderde.

"Akkoord....We starten vandaag om 15.13 Stera-tijd op het plein."

"Ach, wat sneu.....Het systeem heeft voorbereidingstijd nodig", pochte Skype. "Kom op zeg, geef je systeem over en stop hiermee. Het is feitelijk niet waard om ervoor te vechten". Skype lachte en draaide om zijn as om zijn metgezellen aan te kijken. Vonnie sloot aan.

"Inderdaad....het is de moeite niet. En dat noemt zich beschermer", zuchtte ze. Eri-Lene giechelde een beetje om de vernedering totaal te maken.

En toen was het klaar.....Er bromde iets vanuit de toren en de omgeving werd nog onheilspellender doordat enkele lichtflitsen door de muren heen braken. Eri-Lene liet Vonnie los en wilde wegrennen, maar Vonnie pakte haar vast.

"Niet doen....Blijf bij mij".

Het was de lotgenoten duidelijk. Het gevecht ging nu beginnen. Skype zette zich schrap voor de eerste zet.




Skype hoorde als eerste een snerpend geluid vlak achter zich. Razendsnel draaide hij zich om en registreerde een rode vlek, die recht op hem af kwam. Eri-Lene lag al op de grond en hield haar oren dicht. Skype's alert-systeem berekende een virtuele high-loop-sneltrein en wel op volle snelheid. Zijn pompsystemen schakelden in één hypo-seconde over op een ontwijk-procedure naar links en dat was ook de richting waarnaar hij sprong, viel en strandde. Het spel was heftig begonnen. Alles wel in een virtuele en mogelijk onschadelijke situatie voor Eri-lene, maar Skype berekende daarnaast dat een "dood" of "af" tevens zou betekenen dat hij had verloren. Snel maakte hij zich uit de ren-tentakels en zocht een tijdelijke schuilplaats. Van afstand zag hij dat Vonnie en Eri-Lene zich op de grond hadden genesteld en het spel zodoende in relatief veilig gebied konden volgen. De trein was inmiddels via een balkon op de tweede verdieping uit het beeld verdwenen. Skype vroeg om een nood-berekening "wat er zou kunnen volgen", maar ontving geen antwoord. Logisch, want de situatie was volstrekt onberekenbaar.

De volgende gerichte aanslag betrof een kleine aardbeving en boven Skype donderden enkele brokstukken van de stad naar beneden. Voor de tweede maal in korte tijd moest hij vluchten en realiseerde dat hij op deze manier geen enkele kans had om te overleven. Kort nadat hij terecht kwam in een kleine sleuf, schreeuwde hij. "He, LAHLAH, waar ben jij nou? Wil je alleen maar spelen of.....kom je zelf ook nog in actie?"

Het gevolg was een bekend geluid zonder dat direct helderheid ontstond over wat het precies was. Eri-Lene gilde echter en Skype zag uit zijn linker-oogsensor-hoek een waterval. Het duurde niet lang daarna voordat hij berekende dat het nieuwe gevaar een watervloed moest zijn wat zijn ondergang moest worden. Uit alle gaten van de stad spoelde een ijskoude waterstraal en in korte tijd zag hij Vonnie en Eri-Lene onder water verdwijnen.

Vonnie hield Eri-Lene direct nog steviger vast en kalmeerde haar.

"Rustig....het is maar een illusie".

Dat was het ook, maar voor Skype niet. Hij moest ergens lucht happen om niet te worden verslagen. Een mens kon immers ook niet een vloed van water langer bestrijden dan iets meer dan 110 seconden. Skype zwom dan ook voor zijn "leven" en raakte net op tijd aan de oppervlakte. Wederom schreeuwde hij de computer toe. "Kom op zeg....moet ik wat watertrappelen. Ik heb al een C-diploma hoor", schertste hij. Hij proestte een straaltje water uit en begon keihard te lachen. Het water zonk meteen in de bodem van de stad en niet lang daarna lag Skype weer op het plein. Hij keek rond om zich heen en verwachtte ergens een nieuwe aanval, maar die kwam niet. Er kwam wat anders in beeld en toen Skype het naderende gevaarte aanstaarde, voelde hij toch een alert-trilling door zijn hele systeem. Eri-Lene had inmiddels haar ogen stijf gesloten. Ze kon het niet meer aanzien.

Voor Skype ontwikkelde zich een pseudo-materie-val. Het begon met twee kleine streepjes enkele meters verderop op de grond en het breidde zich als een lego-toren naar boven uit. Een paar lederen laarzen was de eerste duidelijke indicatie dat hier de manifestatie van LAHLAH werd gebouwd. Skype vond het prima. "Eindelijk....daar ben je dan", berekende hij intern.

De computer bracht zichzelf naar voren en vooral naar boven, want de creatie torende minstens twee meter boven Skype uit.

"Oliedrek, Vonnie", fluisterde hij intern.

"Ik zie het, Skype. Dit ga je misschien niet redden. Zie je de scan-zweep links onder zijn riem en de laser op zijn schouder?", fluisterde ze intern terug. Skype reageerde niet. Hij analyseerde het gevaar voordat het in actie zou komen. Helaas kwam er geen strategie en zodoende moest hij op zijn alert-systemen vertrouwen. Plotseling hoorde hij een iel stemmetje achter hem.

"Skype...het is maar een computer", zei Eri-Lene in de verwachting daarmee een beetje hoop te scheppen. Skype hoorde het aan, bevreemde zich over de mens en viel onverwachts het gedrocht aan. Een knetterende blauwe bal spatte op het creatuur. Het had geen enkel resultaat. Nog geen schrammetje was te zien op het zwarte prikkeldraad-achtige skelet. De creatie vuurde terug en dat had wel gevolgen. Iets verderop lag een losgeraakt deel van het bovendeel van de loop-tentakel waardoor het interne en kwetsbare pompsysteem open kwam te liggen. "Nog één treffer daar en ik ben al "af", berekende Skype, terwijl hij met afschuw naar zijn beschadigingen keek. Hij verplaatste zich zo snel mogelijk naar een gedeelte waar de creatuur vanwege zijn omvang niet kon komen. Vonnie registreerde op dit moment een vergelijking tussen een woeste kat en een kleine muis, die zich ternauwernood kon verstoppen in een rozenstruik.

Twee tellen later stond alles in de fik.

Skype rende en rende in de hoop de vuurwolk te kunnen ontwijken. Tegelijkertijd werd hij achtervolgt door elektrische strepen van scan-zweep. Ze kwamen keer op keer dichterbij en de laatste schampte het onderste deel van zijn loop-tentakel. Vlammen van de vuurwolk likten aan zijn skelet en een einde leek nabij. Plotseling klonk er een ander geluid in de vecht-arena. Het klappen van de scan-zweep stopte meteen en de vlammen verkleinden zich tot een pruttelend berm-brandje.

"Hey, LAHLAH....wat een vechter ben jij zeg. Is dit alles wat je kan?" Vonnie stond fier overeind en keek het creatuur strak aan. Het beest draaide zich om en bekeek de nietige realborg.

Vonnie zuchtte. "Luister...als jij zo goed bent. Mogen wij het dan iets moeilijker voor je maken, want dit is een beschamende vertoning. Je kunt hem niet verslaan en wij zien nog steeds weinig van jouw ware kracht, bereken ik". Vonnie sprak krachtig en wees met haar enige grijp-tentakel richting het gevaarte.

LAHLAH reageerde niet, kennelijk in een diepe analyse van wat hiermee te doen. Vonnie greep haar kans om de computer niet langer te laten rekenen.

"Weet je. Ik geef je twee opdrachten tijdens dit betreurenswaardige slappe gevecht en ik analyseer ten stelligste dat je dat niet kan".

Stilte....

Plotseling klonk een gebrul wat leek op lachen en ergens op een paar verdiepingen stonden weer de mannetjes en de vrouwtjes te lachen met gekromde ruggen en hun handen op de buik.

"Nou?"...."Mag dat?, anders verveel ik me kapot hier." Ze draaide zich om. "Jij toch ook, Eri-Lene?"

Eri-Lene knikte en wist niet goed wat te zeggen. Vonnie keerde zich weer naar het gedrocht. Tot haar geluk, had ook zij beet.

"Goed, noem mij twee problemen en ik los het op", antwoordde het systeem.

Vonnie had goed beet....boven haar berekeningen en analyses zelfs.

"Hm..... (ze deed net alsof ze er nog over moest analyseren). Hm...nou de eerste opdracht dan. Ik, als eenvoudige realborg.....Ik zou graag het antwoord willen weten op de volgende vraag.

"Wat is de ultieme vraag die voorafgaand is op het antwoord 42, zoals vermeld op pagina 125 wordt gemeld in het boek Het transgalactisch Liftershandboek".

"A ja, Je bedoelt de vraag die voorafgaand is aan de vraag "Wat is het antwoord op Alles, het heelal, het leven en de rest?", zei het creatuur.

Vonnie knikte.

"En het antwoord daarop was 42".

"Dat is juist.

"Je bedoelt dus - wat is de werkelijke onderliggende vraag?"

"Klopt".

"Oke...snap ik. Wat is je tweede vraag?"

Vonnie knipperde tweemaal met haar licht-sensoren en die sprongen kort daarna op een rode gloed.

"Nou, de tweede vraag is.....Wat is het derde getal van de oplossing als je de wortel neemt van Pi en deze deelt door Pi?"

"Oke. Ik begrijp het. Ik zal het je zo laten weten. Kan ik nu verder?"

Vonnie knikte.

Skype had zich inmiddels enkele verdiepingen naar boven verplaatst. Kennelijk hoopte hij op de kop van het beest te kunnen springen, althans dat was het enige wat hij, als realborg had kunnen berekenen en besefte zelf niet dat zijn onzichtbare begeleider (de vechtrobot) inmiddels een wormboor van zijn grijp-tentakel had gemaakt. Skype stond al klaar om te springen totdat een enorme bal van vuur hem recht op zijn borstplaat trof. Hij viel voorover en kletterde op de grond en wist niet dat zijn tegenstander een massieve poot oprichtte om hem te verpletteren. Skype stond op het punt om de wedstrijd te verliezen.

Eri-Lene gilde. Vonnie draaide zich om. Ze had wat anders geanalyseerd dan deze uitslag en doofde haar rode gloed.

De voet daalde met grote kracht naar beneden en een doffe dreun golfde door de ruimte.

wordt vervolgd.


E-mailen
Map
Info