Ideemachine.nl
                                                                                                 

TTTT W-11

 

Kijk, een vallende ster.


Moerassen zijn heftige gebieden voor wie er niet thuis hoort. Het betreft sowieso al vreemde gebieden, omdat ze meestal zijn ontstaan door externe factoren. Zo ook de SARS-moerassen. Het klopt, SARS was een ziekte en zeer gevaarlijk. Het begon allemaal ergens ver voor de eerste robot-oorlog en het kwam uit het niets. Kippen waren de boosdoeners, volgens de onderzoekers, dan weer de spreeuwen en tot slot alle trekvogels. De vierde uitbraak van de ziekte trof veel mensen en velen gingen dood. Regeringen wisten niets beter te doen dan te trachten om trekvogels te verjagen. Maar dat ging moeizaam en duurde veel te lang. Bovendien....de groepen vogels, miljoenen, konden niet in één of meerdere jaren worden verdreven. Natuurlijk is de mens op zijn best als iets niet lukt en een creatieve geest in Zuid had de oplossing. Overal op de wereld werden graslanden, de mooiste plekjes voor trekvogels onder diep water gezet. Enkele van de grootste dammen in West en Oost verdwenen door enorme explosies en zorgden voor de opkomst van de moerassen. Het hielp, want de meeste trekvogels vonden elders hun plek en vooral diep in het Zuiden of hoog in het Noorden waar de plaatselijke bevolking niet zo groot was. Dit alles zorgde alsnog voor grote verschuivingen. Niet alleen van soort beplanting op de ontstane gebieden, maar ook van dieren en uiteraard mensen-populatie.

Maar....na enkele jaren gebeurde er iets vreemd. Keer op keer verschenen bij mensen toch nog verschijnselen van SARS en het was volstrekt onduidelijk waar de bron te vinden was. Niettemin hadden de bewoners van de grote metropolen een vaste oplossing voor deze gevallen. De meesten werden gedood, verbrand en verstrooid en anderen iets minder besmette mensen werden verwijderd naar de moerassen. Jawel...een ware zuivering zoals vroeger ook de melaatsen had getroffen. Hoe dan ook....deze mensen verdwenen in de moerassen en werden nooit meer terug gezien. Het duurde decennia tot de bevolking van de metropolen weer terug durfden te keren richting de moerassen. Eerst voor de spanning...op zoek naar de verdwenen mensen en later voor de lol vanwege de geboren spook en griezel-verhalen. Uiteindelijk kwam het moment dat de verdwenen mensen niets meer waren dan een mythe. Tijd vertroebelt de waarheid.

De lezers denken vast dat in de moerassen de verdwenen mensen een mooi veilig plekje hadden gevonden, met een eigen cultuur, een paar fraaie dorpjes en misschien wel een een vorm van religie, maar niets is minder waar. Wie de moerassen durfde te betreden en er waren enkele ervaren gidsen, vond nooit enig spoor. Het moeras had werkelijk de mensen opgeslokt.

Dit is de setting waar we terugkeren naar ons tweetal. Een realborg en een mens in een godsonmogelijk groot gebied vol met gevaar. Want eerlijk is eerlijk....een moeras blijft een broedplaats voor dieren, zowel prooien als rovers. Laat ik toch enige geruststelling geven. Krokodillen zaten in de moerassen van Zuid en gelukkig niet bij Vonnie en Sandra. Dat moet ook...anders is dit verhaal zo voorbij. En voorbij...is het nog lang niet.

Vonnie kroop met haar buik over de modder in een richting. Het maakte haar niet uit welke richting het was, want de enige noodzaak betrof het kwijtraken van geuren om de hond te misleiden. Het geluid van de blaffende hond stierf na enige tijd uit. Toch hoorde Vonnie niet het geluid wat ze wenste, namelijk het draaien van de rotors van de vlieg-deksels, zodat ze verder kroop. Sandra volgde geholpen door haar lichte gewicht redelijk eenvoudig. Ze ploegde met haar armen door de modder, iets wat Vonnie vanwege het verlies van één tentakel niet kon doen en bleef zodoende iets hoger boven de waterspiegel. Vonnie daarentegen had last van de slijmerige stengels en moest keer op keer ze verwijderen omdat ze haar lichtsensoren blokkeerden. De modder was gelukkig alleen maar troebel en niet erg vast. Het waren ook de bubbels uit de modder die Vonnie het meeste ongerust maakte. Het methaangas viel in de categorie irriterend, maar Sandra zou er zeker nog meer last van krijgen. En dat was ook zo. Op sommige delen kwam het gas veelvuldig vrij en dan moest Sandra wel even afhaken. Vonnie gaf Sandra af en toe wat zuurstof doordat ze het methaangas om redelijk eenvoudig in haar systeem kon zetten. De lippen van Vonnie smaakten naar modder, vond Sandra, maar dat deerde niet. Na het contact kon ze enkele minuten verder.

Het kruipen kostte te veel kracht en gelukkig werd de ondergrond iets vaster. Vonnie probeerde als eerste op te staan en dat lukt wonderwel goed. Sandra volgde later en stond als een verzopen katje met een smerige outfit uit te druipen naast een knotwilg. Ze hijgde flink, maar kon ook een lachje niet onderdrukken. "God, wat zie ik eruit", klaagde ze en wreef met haar handen de smurrie van haar broek. Vonnie had er geen last van. Alle rotzooi viel als water van haar af. Niets hechtte aan haar behalve enkele stengels. Even later werd het lachje vervangen door een treurige blik. De koude werd erger naar mate ze omhoog stond. Ze had het getrotseerd, de koude, maar nu...met een briesje erbij, werd het ijskoud. "We moeten en plek vinden om op te warmen, vonnie....Althans ik in ieder geval, anders overleef ik deze tocht niet". Haar boodschap was duidelijk en Vonnie scande de omgeving af naar een schuilplek. Iets verderop vond ze een verdikking van de een bruinkleur en het leek op een verzamelplaats van takken of iets dergelijks. Toen ze inzoomde fluisterde ze al snel dat daar mogelijk een schuilplaats was. En dat was ook zo.

De hut van de gidsen gaf aangenaam beschut tegen de wind, maar hoewel de duisternis zijn aanvang had genomen, durfde Vonnie het nog niet aan om een klein vuurtje te maken. Sandra rilde van de kou en deed haar uiterste best om warm te worden. Ze maakte bewegingen in de hut en zwiepte met haar armen op en neer. Het hielp niet veel. Plotseling hoorde ze een gebrom. Een gebrom, onmiskenbaar van een vliegend gevaarte. Het geluid kwam dichterbij en trok over hun hoofd. Sandra hield haar adem in en keek vol spanning naar de schijf bonen in de lucht. Een aantal honderden meters verder hield het toestel stil en iets viel naar beneden. Een kleine flits, veroorzaakt door het licht van de maan, gaf onvoldoende duidelijkheid wat daar gebeurde en Vonnie rekende naar een analyse die niet duidde op een eerste begin van een basisplaats in het moeras. Gelukkig verdween het toestel.

"Dat was toch geen vallende ster, toch. Of vergis ik mij, Vonnie?"

"Ik weet het niet, Sandra. Ik krijg geen uitsluitsel van mijn zoom-systeem, maar ik weet zeker dat een geen goed voor een basiskamp is. Daarvoor was het te klein. Wellicht een baken voor een verdere zoektocht. Mijn alert-systeem geeft wel aan dat we het ding moeten onderzoeken. Laten we dat morgenvroeg voor het licht wordt doen."

"Kom, ik maak een vuurtje, dan kan je warm en droog worden".  


Het baken


De krekels en muggen tjirpten en zoemden de gehele nacht waardoor Sandra weinig sliep. Hoewel ze wel lekker was opgewarmd, voelde ze de mystieke kracht van het moeras tot in haar botten. Natuurlijk kon het kleine vuurtje niet de hele nacht branden en toen het donker de omgeving vertroebelde, door alles om te zetten in wazige vlekken, werd het geheim van het moeras een onmiskenbare aanwezigheid. Overal en nergens zag Sandra mogelijke wezens en soms leek het haar alsof ze ook bewogen. Vonnie sliep uiteraard niet en stelde haar metgezel keer op keer gerust door aan te geven dat het om dichte struiken of door de wind bewogen stengels ging.

Hoe dan ook...Sandra was blij dat de duisternis werd verdreven door de opkomende zon. Ze strekte haar benen en moest al snel constateren dat haar vreugde van korte duur was. De eerste mistflarden dreven richting de geknutselde hut en tot haar verdriet werd het zo erg dat ze bijna de duisternis weer terug verlangde. Vonnie scande de witte omgeving en constateerde nergens beweging. Het stelde Sandra niet op haar gemak.

"Dit is nog erger Vonnie", klaagde ze. Ze keek keer op keer rondom zich heen en vooral als er ergens een geluidje werd gehoord. Een krakend takje bracht haar behoorlijk van streek totdat ze zag wat het had veroorzaakt. De bever, een zeldzaamheid, kroop rustig voorbij op weg naar een kleine kreek. De zucht van Sandra was hoorbaar.

"Ontspannen, meiske. We gaan verder. Laten we voorzichtig in de richting van het ding uit de lucht lopen. Voordeel is dat niemand ons vanuit de lucht kan waarnemen. Mee eens?"

Sandra knikte en daarna vertrok het tweetal in Oostelijke richting. Het duurde slechts vijf minuten voordat Sandra vanwege de mistdruppeltjes alweer kletsnatte kleding aan had. Een miezer-regen maakte haar ongemak alleen maar groter en dat maakte ze duidelijk door om de dertig seconden te vloeken als een mijnwerker in Zuid. Vonnie had er geen last van. Het vocht droop als dunne olie van haar synthetische fero-huid en liet zelfs geen enkel spoor achter. Behalve op haar rug precies op de plaats van haar batterij. Wel moest ze elke keer haar lichtsensoren vocht-vrij maken. 

"Ik baal hier echt van Vonnie. We moeten dit gebied verlaten. Het is er Godsgruwelijk koud, zo nat als een oceaan en het is hier ook niet pluis. Dat voel ik. En dan wil jij nog naar één of ander ding, waarvan we niet eens weten wat het is".

Sandra ratelde door totdat Vonnie haar tentakel ophief. Het teken was duidelijk. Sandra tuurde door de mist naar voren en fluisterde naar Vonnie wat ze dan had gezien.

"Ik zie niets....Jij wel dan?" Vonnie knikte. De alert-scan had een beweging gemeld op ongezien twintig meter afstand. Er werd nog wat gemeld, maar Vonnie hield dat voor een foutmelding en besteedde er geen aandacht aan. Plotseling zag Sandra ook wat bewegen en de vorm maakte haar bang. Onmiskenbaar werd de vorm van een mens duidelijk. Een mens die moeizaam vooruit bewoog...zwalkend en zwaaiend met beide armen.

Sandra hield haar adem in. Als het een bendelid was, dan zouden er meer zijn en wellicht waren ze dan al omsingeld. Ze vreesde een nieuwe start in één of ander schimmig bordeel of...nog erger. De man viel volgens de diepte-scan van Vonnie voorover en richtte zich weer op. Even later viel hij weer en draaide zich toen om. Sandra zag slechts vage bewegingen in de mist en hoopte maar dat de man zou verdwijnen. Ineens voelde Sandra een spanning en die kwam van Vonnie. De Realborg sidderde en beefde en kleine robot-kreetjes, onverstaanbaar, brachten de schim tot stilstand. Sandra zag dat de man zijn armen spreidde en niet meer bewoog. Vonnie sprintte naar voren en liet Sandra in verbazing achter. Vonnie naderde de man en Sandra vroeg zich af of dit wel goed zou aflopen. De mist maakte alles onduidelijk, maar ze kon niet anders dan Vonnie volgen. Plotseling hoorde ze een kreet.

"Skype".

Een kort moment was Sandra nog in volle spanning, maar nadat ze besefte wat de kreet inhield, maakte ze een klein sprongetje van blijdschap en rende op volle snelheid naar het tweetal toe. De mist trok een beetje op. Ze zag inderdaad de stoere Skype staan met aan haar voeten Vonnie. De robot moest zo blij zijn dat ze het even niet kon handelen, was haar gedachte. Ze had het mis.

Sandra gilde en haar kreet galmde door de mist.

E-mailen
Map
Info