Ideemachine.nl
                                                                                                 

TTTT Hoofdstuk G-6.

De Galgen-weg

De donkere galgen, afgetekend tegen een kraakheldere blauwe achtergrond, trokken het tweetal aan als magneten met ongelijke polen. Toch hield Skype zijn ferme stappen in en Vonnie volgde. "Ik weet het Skype....we moeten voorzichtig zijn. Ze kunnen er nog zijn." Skype knipperde even met zijn sensoren. "Ik denk dat het beter is om te wachten tot het donker, Vonnie. Dan zijn wij in het voordeel", fluisterde hij. Vonnie hield stil en zocht naar een onderkomen. Een stapel oude loko-banden leek haar voldoende. Skype trok iets later een gedeukte golfplaat er over heen en dat maakte hen tijdelijk onzichtbaar. Ze schakelden zich uit met de timer op 5 bind-uren.

Het was niet genoeg. De zon maakte weliswaar een uitdovende indruk, gelet op de zachtroze kleuren van de wolken, maar donker werd het nog niet. Ze besloten om de tijd door te brengen met hun nieuwe spelletje.

"We zijn Coppelia vergeten, Skype, begon Vonnie. Ze trok tegelijkertijd zijn aandacht door hem even aan te raken. Skype keek direct naar haar tentakel en bemerkte een kleine maar prettige storing in zijn alert-brein. De storing was kort, maar genoeg om een korte berekening op te eisen. Een antwoord kwam er niet en Skype gaf er verder geen aandacht aan.

"Je bedoelt de zelf dansende pop, de balletdanseres uit 1870?"

"Ja.....maar laten we verder gaan waar we waren gebleven."

"Oke, doen we. Eh......de thuis-robots. Je weet wel, robots die mensen in de huishouding helpen en in de zorg, maar dan wel de fase 1 robots."

"Is goed. Daar waren er wel veel van. Robotjes die medicijnen brachten, grondzuig-robots, aai-robots voor oudere mensen, spelletjes-robots om mee te kunnen kaarten, glas-zeem-robots, vuiloppik-robots. En zo verder. Ze konden bijna allemaal niet communiceren met hun cliënten".

"Pfff, Skype. Ik krijg zojuist uit mijn kennis-centrum nog meer informatie over robots, maar nu uit de oudheid. Wil je het horen?"

"Ja, natuurlijk....we hebben nog tijd genoeg, toch?" Vonnie keek naar het westen en zag dat er inmiddels geen enkel wolkje de zon zou kunnen verduisteren. "Om 21.35 uur is het pas donker....Skype, dus tijd genoeg".

"Nou....best bizar deze gegevens. Luister, het schijnt dat er oude Griekse mythen zijn, die verhalen over een soort van Robots. Zo zou de bronzen reus Talos een soort van Robot kunnen zijn geweest. Het ding patrouilleerde rondom het eiland en gooide stenen naar vijandige schepen. Talos was gemaakt door de God Hepaesthus". Skype antwoordde niet en knikte om verder te gaan.

"Een andere God van de techniek, Vulcan, maakte van goud slaaf-meisjes voor zichzelf. Het lijkt allemaal slechts een mythe, maar...eh....Kijk, ik ben wel niet helemaal gemaakt van puur goud, maar er zit best veel goud in mijn dialuxen verwerkt."

"Wil je hiermee zeggen dat realborgs, zoals jij misschien ook in de verre oudheid bestonden?", vroeg Skype. Hij trok een wenkbrauw op en keek Vonnie nadrukkelijk en overdreven vragend aan.  

"Ja, precies.....misschien zijn Robots uiteindelijk wel net zo oud als de mensen. Als je tenminste de Griekse Mythen mag geloven. Nee, wacht Skype, voordat je wat zegt". Vonnie hief haar tentakel op. "Kijk,.....naar het verhaal van Troye. Het was slechts een mythe totdat de Duitser Schliemann de stad in Turkije vond, toch?" Nu was het Vonnie's beurt om Skype vragend aan te kijken. Ze opende haar ogen extra groot en knipperde driemaal.

"Oke, klopt Vonnie, maar....eh...dat betekent dat de mens misschien helemaal niet boven ons moet worden geplaatst, maar ernaast!"

"Precies". Vonnie had haar stem verheven en daarom keek Skype direct om het hoekje van de banden naar de galgen. Er was niets te zien.

"Sorry.....", zei ze snel en dempte haar stem.

"Laten we maar verder gaan Vonnie, want zo dadelijk creëren we nog een storing door eigen toedoen".

"Je hebt gelijk, Skype, maar echt helemaal dit wegfilteren kan niet meer. Ik zal opdracht geven, deze informatie te parkeren op een niet-actieve stand. Doe jij dat ook maar". Skype knikte.

En zo gingen onze vrienden nog een tijdje door. Vonnie vertelde over de getraceerde informatie afkomstig uit Chinese verhalen, zoals het verhaal van Yan Shi en de koning van Mu of Zhou, waar een op mensen gelijkende robot voorkwam en de Arabische verhalen van de Banu Masa broeders, waarin werktuigen die waarachtig zelfstandig zouden kunnen werken, werden beschreven. Uiteindelijk was Skype weer aan de beurt waar hij was gebleven.

"Oke, Vonnie. Nu mijn informatie. Eh.....al snel hierna kwamen de eerste versies van militaire robots en......"

Skype zei plotseling niets meer en Vonnie richtte meteen haar sensoren op de plaats waar het intern gegeven geluid vandaan kwam. Tot hun verbazing zagen ze ook dat het al behoorlijk donker was geworden. Enkele donkere wolken waren alsnog aan de westelijke hemel verschenen. Nabij de galgen was beweging zichtbaar en kort daarna golfde het flakkerende licht van een klein kampvuur rondom de lugubere plaats. Skype telde vijf mensen en één realborg. Het gegeven signaal was duidelijk.

- RB 1601-T-A34 - output, output MD3 -

"Daar is een realborg Vonnie, fluisterde Skype.

"Yep, Skype....en eentje die kennelijk ten onrechte wordt vernietigd, zo lijkt het. MD3....Mayday, Mayday, Mayday. Het universele noodsignaal".

"Wat gaan we doen, Vonnie?" Skype keek nogmaals naar het tafereel bij het vuur. De realborg werd gedwongen om met zijn gezicht stil te staan voor een betonnen muur. Inmiddels werd een nieuw touw met een strop naast de andere galgen opgehangen.

"Alle blik met roest, Vonnie.....geen mensen.......ze hangen daar realborgs op!"

Vonnie zei niets meer en rekende op volle kracht naar een oplossing.


De slak

Er was geen worsteling, noch enig protest. Eén van de mannen knipte met zijn vingers en de realborg draaide zich rustig om.Een volgend gebaar, een subtiele wenk met zijn hoofd, zorgde voor een beweging in diens richting. Niets wees erop dat de realborg iets zou weigeren. Het betrof een jonge realborg, althans een realborg met een jong uiterlijk. Zijn sensors stonden droevig afgesteld, dat wel, maar een oliedruppeltje was nergens te zien. Vonnie en Skype keken met de zoom-modus naar de arme RB, die inmiddels zijn hoofd ietwat naar beneden boog. "Hij weet wat er gaat gebeuren", berekende Vonnie en dat maakte dat een kleine storing plaatsvond in haar analyse-systeem. Skype had er kennelijk ook last van, want hij schudde een keer met zijn schouders.

De man, een bendelid zoals bleek uit zijn vele tatoeëringen grijnsde naar de overige leden. Zijn tanden waren geslepen tot kleine puntjes en beide voortanden ontbraken. Dat laatste maakte de man afschrikwekkend alhoewel Vonnie er geen last van had. Zij beoordeelde de man als gevaarlijk en onberekenbaar, meer niet. Skype scande intussen de bloed-tatoeages in de nek en hals van overige leden. De fijne en dikke bloedrode lijnen, die meestal in een bultig patroon samen werden gevoegd tot een bende-teken, waren eerst niet te analyseren, maar toen hij overschakelde naar deep-scanning, een scan via het data-web naar het verleden, kwam er een antwoord tevoorschijn. Het maakte Skype niet blij. 

"Het zijn Ultra's Vonnie", seinde hij intern. Vonnie pikte het antwoord op, maar liet het even voor wat het was. De RB naderde de galg en keek naar boven. Het houten gevaarte, een kruisvorm met op de bovenzijde, een druipende kop van een gespietst dier, stond een beetje schuin. Even leek het alsof de RB er iets van wilde zeggen, het was immers niet symmetrisch en zodoende een robot onwaardig, maar er kwam geen geluid meer uit de mond. Passief keek hij de bendeleider aan en knipperde éénmaal met zijn lichtsensoren. De bendeleider gebood de RB naar voren te stappen. Recht onder de galg bungelde een strop. Vlak boven de knoop kroop een slak op het touw wellicht in een poging om te ontkomen aan de ferme handen van de bendeleider of aan een onzalige plek waar niets te vinden was behalve bloed. Iets wat een slak niet eet.

Vlak voordat de strop om de nek van de RB werd geplaatst, sloeg de bendeleider de jonge RB op zijn schouders. "Ik ben trots op je, jongen. Fijn dat je zo meewerkt en doe de groeten aan al je ellendelingen", zei hij terwijl een grote lach erna bulderde, gevolgd door het mee lachen van de overige leden. Vonnie snapte niets van het plezier wat daar ten tonele verscheen. Ook de RB kon er niet om lachen en schoof daarom maar een beetje recht onder de galg. Deze symmetrie kon hij nog beïnvloeden om zijn laatste momenten nog iets van waardigheid te geven. Het was echter wel het teken om te beginnen met de ophanging.

De bendeleider stak zijn hand op en iedereen was stil.

"Zowaar wij, Ultra's er zijn, zolang zullen we plezier hebben aan het vernietigen van deze onaardse dingen". De overige bendeleden slaakten een kort instemmend geluid wat het best te vergelijken was met een Zweedse oerkreet. De leider ging verder.

"Zowaar wij, Ultra's er zijn, zullen we de vernietiging grondig en vooral langzaam ondernemen. Zo vergeten wij het leed van Sylvester, onze eerste leider niet`, sprak hij. Er volgde dit keer een korte stilte. Enkele leden bogen even het hoofd. Het zag er eerbiedig uit. Volledig in contrast met het vreselijke doel wat op het programma stond. De leider....dit keer met tranen in zijn ogen, ging verder.

"Zowaar wij Ultra's er zijn".......Zijn stem sloeg even over. "Zullen we jagen op deze ondingen, ze vangen, slopen en zorg dragen dat uiteindelijk geen enkel exemplaar meer op deze wereld zal rondlopen. Ongeacht....hun bedrieglijke uiterlijk of nep-zorgzame gedrag". De afsluitende woorden klonken weer krachtig. "Laat ons beginnen".

Er volgde een gezamenlijk gebrul en één van de leden trok ferm de strop aan. Direct daarna snelden enkele anderen toe en trokken aan het touw. Kort daarna bungelde de RB slechts enkele centimeters boven de grond. Een laatste ruk maakte dat de arme RB hoog bovenin hing, zichtbaar voor iedereen in de omgeving. De slak had zo'n twee meter aan afstand gewonnen, maar klom rustig door naar het doel....een paar lange vettige haren van het beest erboven.

Vonnie en Skype keken nog steeds in zoom-modus naar de gehangene. Die bewoog nauwelijks, maar zijn licht-sensoren draaiden nog alle kanten op, kennelijk op zoek naar hulp. Die kwam er natuurlijk niet, want ons het tweetal kon niets berekenen en betekenen voor de RB. Ze besloten te wachten tot de bende zou vertrekken.



Het jammerlijke verhaal van Paris.


Een contact met de jonge RB aan de galg was snel gemaakt. Een interne puls naar het brein werd vrijwel meteen beantwoord met een bevestiging. Hoorbaar spreken ging niet, dat was wel duidelijk, omdat de strop nagenoeg door heel de hals was aangetrokken. Vonnie tikte met haar vinger een controlepunt nabij de voet van de linker tentakel, maar zonder resultaat. De cortexe baan werkte niet meer. De RB was onherstelbaar verlamd. Skype probeerde in de tussentijd het touw wat te laten zakken, maar dat lukte niet. De knoop was complex en alleen doorsnijden zou een optie kunnen zijn. Hij twijfelde, want een plotselinge knal op de grond zou het brein voorgoed kunnen uitschakelen. Hij keek Vonnie aan en die gebaarde subtiel om even niets te doen.

Vonnie probeerde intern een boodschap.

"Hallo, RB, wij zijn Vonnie en Skype en willen je helpen, oké?"

Er volgde vrij snel een bericht terug.

"Hallo, Vonnie en Skype. Verdwijn...., nu...., onmiddellijk en keer nooit meer terug. Er dreigt gevaar." Vonnie schrok een beetje van deze boodschap, aangezien ze zeker wist dat de bende was vertrokken. Ze vroeg direct naar een verheldering en scande snel nog een keer de omgeving. Er was geen menselijke beweging, noch CO2 uitstoot te traceren.

"Luister, Vonnie. Ik ben gedoemd om hier te hangen, samen met anderen". Vonnie knipperde met haar lichtsensoren ter bevestiging dat ze de andere RB's aan de galgen had gezien.

"De anderen zijn helemaal uit", seinde ze, terwijl ze wist dat deze mededeling overbodig was.

"Vonnie en Skype. Ik beveel jullie, ga weg, snel en vergeet mij", jammerde de RB via een iets hogere frequentie op de interne lijn.

"Nee...dat doen we niet. Wij accepteren alleen een bevel van Tara, dus......".  Vonnie sloeg haar tentakels over elkaar en plante haar loop-tentakels met een stamp op de grond. De boodschap was duidelijk. Een kleine zucht ontsnapte aan de hals van de hangende RB.

"Luister nou.....ik weet niet wie of wat Tara is, maar deze regio is gevaarlijk voor elke RB. Er wordt op ons gejaagd, weet je. En het lot is dit".

Vonnie negeerde het advies en vroeg gewoonweg naar zijn naam. "Wie ben je, wat ben je en waarom hang je hier, dat wil ik weten. Vertel nu het nog kan, want over enkele uren ben je helaas ook uit. Dat snap je toch wel?"

De RB draaide met zijn lichtsensoren en er viel een korte stilte. Toen begon hij met zijn verhaal. Skype sloot aan bij Vonnie en luisterde mee.

"Mijn eerste naam was Paris", zo begon hij.

"Ik ben gemaakt om als mooiste RB ooit te schitteren op de feesten van Dionysos de 3e en in de Tempels van de grenzeloze stad, Samarkand, de stad waar alles kan en mag. Al vroeg na mijn eerste optreden in de stad kwamen mensen van verre om mij te aanschouwen. Verwonderlijk was dat niet, want mijn systeem had een gave wat slechts enkele RB's tot nu toe hadden verkregen. Je begrijpt vast wat ik bedoel?" De jongen keek naar Vonnie.

"Je bedoelt de gave om van uiterlijk te wisselen", zei Vonnie hardop.

"Juist....maar niet alleen wisselen van uiterlijk. Het duurde een tijdje voordat mijn systeem het begreep. Het wisselen van uiterlijk werd namelijk veroorzaakt door de mensen die mij aanschouwden. Vooral op persoonlijk gebied - bij één op één contacten - was de kracht van de menselijke wens-gedachte groot. Wij RB's en onze ontwerpers weten nog steeds niet hoe het precies werkt. Hela....het was moeilijk die eerste jaren. Mijn uiterlijk wisselde keer op keer. Dan vormde mijn fono-huid zich weer tot een jonge vrouw met langen blonde haren en dan weer tot een jongen met een puntig baardje".

"Heb jij een fono-huid?", vroeg Vonnie, terwijl ze even over de huid van een tentakel wreef.

"Ja, versie 4.6 nog wel", klonk het trots.

"Wowie, alle moeren en slijpsels, een 4.6 fono-huid....weet je Skype, een dergelijke huid heeft een diamantwaarde. Er hangt hier gewoon een fortuin aan de galg. Niet te geloven...maar ga verder".

"Nou, het werd natuurlijk niet alleen makkelijker de verdere jaren, maar ook complexer. Op een gegeven moment was mijn systeem in staat om vliegensvlug te wisselen al gelang wie er voor mijn systeem stond en dat zorgde ervoor dat mijn voorkomen welkom was in de tempels en op de feesten natuurlijk. Wat een tijd heb ik gehad. Bijna iedereen werd verliefd op me".

Skype onderbrak hem. "Je was een wandelende droomfiguur voor de mensen, berekent mijn systeem".

"Dat klopt....ik was dan weer Paris de schone verleider en dan weer Jacob, de knappe verlegen buurjongen.....of Syskia, de prachtige gothic-godin uit een ver verleden of Maria, de natuurlijke schoonheid van drie woningen verderop. Nogmaals, het was maar net wie mijn systeem ontmoette. Maar......."

Een kleine zucht ontsnapte nogmaals uit één of andere gebroken slang. De arme jongen knipperde langzaam en Vonnie begreep dat zijn krachten afnamen.

"Ga verder jongen. Wij kunnen jouw systeem niet helpen, althans nu niet. Misschien komen we later terug voor je brein", loog Vonnie. "Maar misschien kan je ons helpen...wij zoeken iemand."

De jongen reageerde niet direct. Zijn ogen waren gesloten en opende zich tergend langzaam.

"Je mag overgaan op interne meldingen, hoor", seinde Skype. Een gerommel ergens in het skelet verraadde een storing van formaat. Toch begon hij weer te spreken.

"Luister....het kon natuurlijk niet goed aflopen. Een jonge vrouw, Asmiray werd smoorverliefd op me. Ondanks dat ik niet gemaakt ben voor echte liefde als jullie begrijpen wat ik bedoel".

"Non-seksueel dus", antwoordde Vonnie.

"Juist....het maakte Asmiray niets uit. Als zij mij zag, straalde ze van geluk en ze deed alles om in mijn nabijheid te komen. Op een dag maakte ze echter een fout. Ze bezocht mij in de tempel van Gris waar ik een optreden verzorgde als Casanova, de grote verleider. Mijn systeem danste daar die nacht de mooiste dansen en iedere mens raakte in een trance van geluk en verlangen. Allen wilde mij bezitten, aanraken en behouden om tot een opperste geluk te kunnen komen. Het was de slimme Asmiray die mij veroverde en meenam naar de Tuin van lust. Helaas, helaas.....haar vader trof ons daar aan en onze onschuld mocht niet baten. Hij was wreed en sloeg Asmiray, gooide mij in een vijver en vertrok uit de Tempel....."

De jongen viel even weg en richtte zich pas op, toen Vonnie aan zijn skelet schudde. Skype wilde al vertrekken, maar Vonnie gebood hem even te wachten. Ze kreeg gelijk. Even later opende de jongen zijn licht-sensoren weer.

"Geweld is een misdrijf in de Tempel. Iets wat de vader, Sylvester, een bruut van een kerel, was vergeten. Onderweg werd hij gevangen door een paar bewakings-robots en pardoes overhandigd aan het Tempelbestuur. Nog voordat de zon opkwam werd hij zonder proces aan de Tempelmuren opgehangen".

"Aha.....en daarom hangen jullie hier?", seinde Skype.

"Ja, helaas.... Alle RB's uit Samarkand en omstreken worden tot op de dag van vandaag bejaagd en gehangen als wraak. En er komt maar geen einde aan, zo groot is de woede van de Ultra's. Soms worden er zelfs RB's uit de stad geroofd....zoals mijn systeem dus. Wat zullen ze droevig zijn in de Tempel en op de feesten nu mijn verschijning er niet meer is".

"Dat denk ik ook", voegde Vonnie toe.

De jongen keek nogmaals recht in de licht-sensoren van Vonnie.

"Maar jij.....jij zou mijn systeem kunnen vervangen, toch?"

Vonnie werd overvallen door deze vraag en keek even naar Skype. Op zijn beurt keek Skype met vragende sensoren haar aan.

"Ik heb een 4.5 fono-huid, dat klopt, maar eh...."

Ze kon haar zin niet afmaken. Een flink gerochel kwam uit de keel van de jongen en de lichtsensoren knipperden nu in een angstaanjagend tempo. Skype wist genoeg en greep in.

"Ken jij een meisje met de naam Sandra Burakka?", vroeg hij snel.

De jongen reageerde als door een blik roest getroffen en een schok trok door zijn hele systeem. Toen was het stil.

"Hij is uit, Skype".

"Ja, maar het leek net of hij haar kende, toch?"

"Zou kunnen, Skype. Als er een plaats is waar Sandra misschien naar toe is gebracht, dan moet het die Tempel zijn. Kom op, we kunnen al deze drommels niet meer redden, we gaan".

Skype keek nog even opzij en zag enkele tentakels nog schokkend bewegen. "Mijn Ketel, wat een einde. Bespaar mij dat, Vonnie, beloof je dat?"

"Ik beloof het", seinde ze intern en liep gestaag door richting het Oosten. Naar de stad Samarkand, naar de Tempel van Gris.


wordt vervolgd op G-7.

E-mailen
Map
Info