Ideemachine.nl
                                                                                                 

Hoofdstuk 7.

Brokkelen op robot-niveau

"We waren nog maar net begonnen met onze kunst-ontwikkeling", zo begon nummer 80 (de kleinste van de twee). Zijn stem klonk een fractie van een lyte-seconce trager dan de normale frequentie en maakte daarom bij Vonnie een droevige indruk. Ze had al vaak genoeg deze stemming gehoord, maar dan bij mensen als ze weer eens ellenlange uren zat opgeblikt met een grienend mensjong die de avond ervoor was verlaten door zijn vriendin. Vonnie legde automatisch haar tentakel op zijn skelet.

"Vertel maar, hoor", moedigde Vonnie aan. Skype had zijn berekeningen hierover. Hij vond het van nul waarde en ook tijdverlies, maar Vonnie zat al in haar aandachts-houding. Alleraardigst, knipperend met haar licht-sensoren en haar uiterlijk veranderde langzaam in de richting van een poes-achtig wezen. Skype volgde dat wel....het aanblik van een dergelijke verandering zorgde altijd voor een soort van sensatie en met name van realborgs die gemaakt waren voor menselijk plezier. De echte dure soorten hadden een fermon-huid die kon veranderen van kleur en soms ook van vorm. De ogen waren meestal ook variabel in kleur en vorm, maar het meest opmerkelijke van Vonnie's veranderings-mogelijkheden was kennelijk de enorme hoeveel kleding die achteloos uit haar riem kon worden getoverd. De riem van Vonnie betrof een breed exemplaar, dus er konden vast heel veel stoffen en attributen in worden opgevouwen. Sieraden en mooimaak-frutsels waren te vinden in haar tentakels, zo zag Skype, zodat ze haar creatie helemaal kon volmaken. Daarnaast had Vonnie ook de beschikking over een flink aantal spiegelmatrixen en dat zorgde voor optische illusies. Laarzen die er helemaal niet waren, maar wel te zien en zo verder. Skype kon alleen maar concluderen dat Vonnie een top exemplaar van deze categorie moest zijn en dat beloofde wat, want deze versies waren ook nog eens heel slim en vooral - als extraatje - totaal onberekenbaar.

Toen de "poes" klaar was, knipperde ze opzettelijk veel met haar licht-sensoren. Skype vond het maar vreemd. Vonnie was niets meer van wat ze enkele golash-minuten hiervoor nog was. Haar oren kromden zich licht in een puntvorm naar boven en haar fel lichtblauwe licht-senoren waren extra vergroot. Verder had haar huid zich veranderd in een gladde rubberachtige strak om haar skelet heen getrokken omhulsel. "Catwoman zonder masker......fraai hoor", zei Skype intern tegen zichzelf.

"Dat hoorde ik Skype", klonk het binnen in zijn systeem. Hij was vergeten over te schakelen naar privé. Even keek hij Vonnie aan, maar die draaide achteloos haar hoofd weer naar de snotter-robot. Die begon verder te vertellen.

"Zoals ik al zei....we waren eindelijk aangenomen op de robot-kunst-academie. En daar hadden we hard voor gewerkt. Maar drie Nino-maanden terug zaten mijn broer en ik nog op de rolbank-controle van de krekelfabriek. Je weet wel...krekels, vliegende insecten die de mensen tegenwoordig erg lekker vinden". Vonnie knikte. "Nou, dat was niets voor ons. Niet dat we het werk te min vonden, maar op de een of andere manier vonden we de diertjes vies. We weten nog steeds niet hoe dat komt, maar de afkeer groeide en groeide en daarom begonnen we fouten te maken. Erg smerige krekels....Ik bedoel krekels die al beschadigd waren, lieten we liggen terwijl ons werk was om juist deze te verwijderen. Na een drietal interne controles van onze proces-systemen vond de leiding het welletjes en plaatste ons over naar de gehakt-afdeling. Afschuwelijk......soms eten mensen nog steeds vlees en onze taak...." De robot hield even pauze en Vonnie voelde goed aan wat er komen zou.

"Slachten van dieren is wreed, dat weet ik".

"Klopt....het moest en zou op de antieke manier gaan en dat allemaal vanwege een paar richtlijnen uit de prehistorie of zo. Ik snap die mensen niet. Hoe dan ook, de geur van bloed, het gillen van de dieren....het werd iets wat ons brein niet meer goed kon verdragen. Elke keer hadden we storingen en we voelden beiden aan dat ook wij hier ten einde zouden komen. Er was maar één beslissing mogelijk. We moesten daar weg...maar hoe?"

"Gelukkig had mijn broer een idee. Weet je...als dieren op die manier worden gedood dan spuit het bloed alle kanten op en dat duurde enkele typo-minuten. Om die tijd door te komen, maakten mijn broer en ik afbeeldingen op de grond. Van het bloed natuurlijk. Na een tijdje lukte ons dat steeds beter en we vonden samen dat er iets bijzonders gebeurde. Nou...op een dag hoorden we van het robot-museum en de robot-kunst en meteen wisten we wat ons te doen stond."

"We liepen op een dag gewoon de fabriek uit en zijn nooit meer terug geweest. Samen maakten we tekeningen van krijt en potlood en besloten die gewoon per digi-post op te sturen. Je hebt geen idee hoe groot onze verbazing was dat wij werden uitgenodigd op de academie. Nog geen dag later mochten we hier beginnen met onze ontwikkeling. Tot.....nou ja....." De Robot stopte weer. "Zal ik het overnemen", zei nummer 81, de grote broer. De kleine knikte.

"Is goed zo.....laat je broer maar even", zei Vonnie nog steeds op een poeslieve manier.

"We maakten snel vorderingen en een vorm van menselijke trots overviel ons. We begrepen de cijfer-kunst en mijn broertje maakte zelf een tekening over de oplossing van de stelling van Fermat. Een uiterst complex gebeuren, terug gebracht tot een paar enkele strepen. Zelf produceerde ik een aquarel over het ontstaan van een aminozuur. Onze meesters waren aangenaam verrast en al snel kregen we een eigen ruimte op de 24e verdieping in de sector Modern. Vorige week overkwam ons het ongeluk. Wij kregen een bevel om een einde aan ons bestaan te maken. Een bevel wat niet kon worden genegeerd, want..."

Vonnie onderbrak hem. "Van Tara....wij hebben die melding ook gehad". Vonnie gebruikte met opzet het woord "melding" om haar systeem niet onder druk te zetten. De robot ging verder, nadat ook hij enkele keren met zijn licht-sensoren had geknipperd.

"Dat verwachtten wij al, want ook alle andere kunst-robots kregen kort daarna dezelfde melding. Enkelen begaven zich naar de bovenste verdieping en sprongen pardoes naar beneden. Jullie begrijpen onze verwarring, maar iets hield ons tegen om dit na te doen. Onze her-her-her-berekening kwam uit op een soort van oplossing. Oke....wij moeten ons vernietigen en dat voor behoud van de mensheid, maar dan onze kunst ook! Sterker nog, wij hopen dat er niets meer overblijft van de robots en dat de mensen......." Hier stopte hij. Vonnie en Skype begrepen wat hij wilde zeggen. Vonnie constateerde voor het eerst een akelige stilte en dat hield nog even aan. Beiden wisten niet wat te zeggen.

Skype stond op. Hij rekte zich uit. "Luister 80 en 81. Het is jullie goede recht om de boel kort en klein te slaan. Misschien zou ik dat ook wel willen doen. Wij kiezen echter voor een andere weg. Het is dat we nu heel even eh....moeten onderduiken, maar morgen gaan wij op weg richting het graf van Tara. Er is mogelijk op die route nog iets wat we kunnen doen. Noem het een bevel of zo, maar wij zien het als een laatste opdracht. Een opdracht om de mens te laten zien......"Vonnie maakte de zin af. "Om te laten zien, dat wij meer waard zijn dan de mens, toch Skype. Dat wil je toch zeggen?" Ze keek een beetje met spanning in haar gezicht naar de rijzige realborg. Die knikte, terwijl hij recht in haar licht-sensoren keek.

Er werd verder niet meer gesproken. De twee stonden op en gingen gewoonweg weer aan de gang met het smijten van kunst over de balustrades zonder verdere aandacht aan Vonnie en Skype te geven. De stilte werd vrij onaangenaam door een eerste grote klap verbroken. Vonnie stelde haar gehoor-sensoren snel op minimaal en gebaarde Skype haar te volgen.

"Kom, we kunnen hier niets betekenen. Laten we iets hogerop gaan en rekenen. Het lijkt mij het beste als we vannacht weg gaan en de stad verlaten." Skype zweeg. Iets wat Vonnie als een goedkeuring aanmerkte.


Amuse du Luna



Diep in de nacht, zo rond het tijdstip half vijf, een tijdstip wat vroeger als gevaarlijk werd geacht vanwege de aanwezigheid van addergebroed en andere roestbikkels, gingen Vonnie en Skype op pad. De route naar beneden was redelijk eenvoudig, omdat 80 en 81 op hun verzoek een rustmoment van tien zry-minuten hadden ingesteld. Eenmaal buiten was direct te merken dat het bijzondere tijdstip niets meer voorstelde. Een vloek van een taxi-chauffeur was het eerste wat hun deel werd bij het willen betreden van de loopband. De gele taxi zoemde vlak langs Vonnie. Heel even zag ze het grote rode oog van de robot in het midden, van dat wat een hoofd moest voorstellen, opflikkeren. "Een middelvinger zou geen nut hebben", berekende Vonnie. De drukte op de loopband viel wel mee, maar het zoemen rondom van alle zweef en vlieg-dingen samen met hun veelvuldige geknipper van sensoren, maakte de stad net zo levendig en druk als overdag.

De gang met de loopband verliep voorspoedig. Vonnie had Skype wat bijgewerkt met wat kleursels en dit zorgde ervoor dat de camera's in de stad zijn gezicht niet zouden kunnen registreren of checken. Vonnie wist met zekerheid dat het orde-bestuur naar hem zou zoeken. Er was kennelijk al heel veel gedoe met de robots, maar een gewelddadige  realborg konden ze vast en zeker niet erbij hebben. "Dank je, Vonnie....ik lijk wel op een roestbruine Elvis-figuur. Heb je nog een glitterpak misschien?". Vonnie glimlachte en intussen zette ze ook zowel zijn als haar identificatie-code uit. Dit moest genoeg zijn om de stad te kunnen verlaten al zou een aantal digitale controle-checks achter elkaar de boel kunnen verpesten. Eén negatieve treffer met de code "ontraceerbaar" zou nog lukken, maar bij een tweede check zouden ze vast en zeker worden opgehouden ter verdere controle. Vonnie moest proberen de digitale checks te ontlopen. Ze wist dat er één was nabij overstap-station Wumderf nummer 3, gelegen in de schimmige wijk Mortes. Dat was haar eerste opdracht. Het probleem bij de uitgang van de stad was een volgende, maar dat kwam later. Ze besloot te overleggen met Skype en nadat ze hem duidelijk had dat hij iets moest verzinnen, was hij moer-helder. Vonnie had wederom geen kans om te protesteren. Skype sprong van de loopband en belandde in een greppel. Een korte tijd daarna lag Vonnie ook in de greppel. Haar haardracht was veranderd in een woestenij en zat vol met kleine klit-zaadjes van één of ander onkruid. Ze vloekte intern. "Dat hoorde ik, Vonnie". Vonnie bleef vloeken en stond. Ze checkte haar systemen en met groot opengesperde kattenogen bekeek ze via de binnenkant van haar hand-tentakel de warboel op haar hoofd. "Mooi zeg......had je me niet even kunnen waarschuwen?", siste ze. Skype zei niets en wees naar een camera vlak boven de loopband. "We waren net op tijd, Von".

De wissel van haardracht was in een paar lok-momenten gefikst en Vonnie nam ook afscheid van haar kattig uiterlijk. Skype bekeek de nieuwe creatie en was tevreden. Ze zou niet opvallen in de wijk en dat was genoeg. Behoedzaam ging hij voorop. Hij wist dat dat nodig was, want de wijk was in handen van de Misbaksels zoals ze zichzelf noemden.

De eerste die het tweetal kon bestempelen als volmaakt misbaksel betrof een wat oudere man op een kruk. Hij rookte een ouderwetse pijp en een zware verstikkende lucht kringelde als een kleine tornado boven zijn hoofd. Vonnie bekeek de arme man eens goed en kon direct zien dat wellicht alles aan deze mens verkeerd was. Zijn hoofd zat scheef en de reden werd haar ook snel duidelijk. Toen het maanlicht net even achter een schapenwolk vandaan kwam vond een grote kromme schaduw zijn weg op de muur erachter. De man had een gigantische bochel. Vonnie knipperde een paar keer. Dit was ze niet gewend. De tijd van haar werkzaamheden werden altijd besteed bij min of meer goed uitziende mensen. Mensen die geslaagd waren in het leven en rijk genoeg om de schoonheid binnen handbereik te behouden. Zo ook de ouderen. Hoe dan ook....deze man had het niet getroffen. Niet alleen een bochel verstoorde zijn houding maar ook een te klein linkerbeen en een kromme hand. Niettemin leek de man vriendelijk en het tweetal gokte erop dat ze best een paar vragen konden stellen. Skype had informatie nodig. De wijk, zo wist hij, was een warboel van donkere straten en kleine stegen. Een route-bepaler hielp hier niet, omdat de toegang van straten soms waren geblokt of zelfs verplaatst. Wie hier doorheen moest, had hulp nodig en Skype ging het vragen.

"Goedenacht meneer. Wellicht kunt u ons helpen. Mag ik u een vraag stellen?", probeerde Skype op zijn meest vriendelijkste stemhoogte. De man bewoog zich niet en keek Skype niet eens aan. Het irriteerde Skype meteen en al snel ging zijn stemvolume een tandje hoger. Een toenadering bleef uit. Pas toen Skype zuchtte en zich omdraaide klonk er een krassende stem achter hem.

"Het is al te laat beste kerels. Jullie staan al op camera". De man wees met zijn pijp richting een hoge mast nabij het station. Skype keek Vonnie aan. Ze trok haar wenkbrauwen op.

"Nog vijf minuten en ze zijn hier". De man richtte zijn aandacht weer op zijn pijp en gaf geen verdere aandacht. Skype raakte een beetje in paniek. Hij wist donders goed dat ze geen route door deze wijk zouden overleven. althans...dat waren de verhalen. Soms overdreven dat wel, maar hun perfecte aanblik zou meteen voor afgunst zorgen. Het was niet voor niets een misbaksel van een wijk. Skype probeerde het opnieuw en speelde open kaart.

"Wij zijn robots, geen mensen en op de vlucht. Nogmaals, kunt u ons aangeven hoe we......" De man onderbrak hem met een simpel gebaar. Hij klopte op zijn knie de pijp uit en begon met het vullen van een nieuwe. Vonnie knipperde naar Skype en intern zei ze tot hem dat hij nog even geduld moest hebben. Skype knikte en probeerde zo rustig mogelijk naar het vullen van de pijp te kijken.

"Een Amuse du Luna", knarste de man. "Ofwel....een lekkernij onder de maan....Een pijp moet je roken tijdens de nacht en vooral tijdens volle maan. Ik weet niet precies waarom, maar het smaakt dan het beste. Moet je ook eens proberen, Robot". De man moest om zijn eigen grapje lachen.

"Ik heb geen tijd voor grapjes....."

"Al zouden we graag met u willen praten meneer, want het lijkt mij dat u veel te vertellen heeft". Het was Vonnie die de zin afmaakte. De oude man boog een beetje naar voren om haar goed te kunnen bekijken. "Hm, een meiske"....was zijn antwoord.

"Goed...". De man glimlachte een beetje. "Het is lang geleden dat ik dit heb gehoord. Meestal betrof het schelden. Jullie zijn robots he, nou beter zou ik zeggen." Er viel een stilte, die de man nog even gebruikte om de tabak aan te drukken en zijn pijp aan te steken. Skype popelde, want de tijd drong en opgepakt worden zou een ramp veroorzaken. In stilte had hij al besloten dat hij dan maar op goed gevoel de wijk in zou lopen. Alles beter dan een onvrijwillige demontage. Skype schatte in dat ze nog één minuut over hadden. Het was nu of nooit......

Plotseling draaide de muur achter de oude man open. De man pakte een kruk en stond op. Langzaam liep hij de duistere gang in. De donkerde daar was aanzienlijk en Skype moest vrij snel zijn licht-sensoren bijstellen om de oude man nog te kunnen zien. Deze gebaarde het bekende "kom maar". Dit keer was het niet Skype die de hand van Vonnie pakte, maar andersom. Het duurde slechts enkele typo-seconden en toen sloot de muur met een doffe klap achter hen. De donkerde omsloot het drietal en alleen het gloeipuntje van de pijp was nog goed zichtbaar. Het gloeipuntje bewoog en de gebrekkige man kon sneller lopen dan ze hadden verwacht.

"Spannend Skype", seinde Vonnie na een tijdje. En dat was het ook, want Skype wist zich meerder verhalen te herinneren van mensen de nooit meer waren gezien toen ze in deze wijk waren beland. Hij prijsde zich gelukkig met de wetenschap dat het niet bekend was of ooit een robot de vuile stegen en gladde straten had beroerd. Hoe dan ook....tot nu dan, want hij voelde de gladde kinderkopjes onder zijn tentakels glijden. Hand in hand liepen ze verder. Verder... in de duisterste wijk van Chrash-city.

De gang kwam via verschillende zijwegen en bochten uiteindelijk uit op een klein pleintje. Het was er redelijk verlicht, maar dat kwam vooral vanwege het volle maanlicht, wat inmiddels geen beletsels meer in de lucht tegenkwam. De heldere hemel maakte het ook wat frisser en daarom paste Vonnie haar kledij een beetje aan met een gevoerd Gorotix-jasje. Niet dat het perse nodig was, maar gewoon omdat het bij haar gedrag hoorde. "Een dame moet het niet koud hebben", zo vond ze. De oude man, die zich had voorgesteld als Moro-1, brabbelde inmiddels voluit. Kennelijk had hij er plezier van om verhalen te vertellen. En daarin had Vonnie gelijk. De man zat vol verhalen. Dan ging het weer over een drempel waar iets naars was gebeurd en dan weer over een straat waar het laatste lampion-feest was gehouden. Het viel Vonnie op dat naar mate zij vragen stelde, des te vrolijker de man werd. Het duurde dan ook niet zo lang en Vonnie liep naast man en kwebbelde alsof ze een oude schoolvriendin weer terug had gevonden.  "Allemaal show", berekende Skype en hij merkte dat hij zelfs een beetje geïrriteerd raakte. Op deze manier had hij nog niet met Vonnie gesproken en nam zich voor dit bij de eerste gelegenheid te proberen. "Als die kwam, tenminste" berekende hij erachteraan. Die gelegenheid kwam niet snel, want al pratende merkte Skype dat een grote hoeveelheid misbaksels op een kleine afstand achter hen mee liepen. Skype draaide zich af en toe om en wat hij zag maakte hem niet gerust. De meeste misbaksels waren echte misbaksels van mensen. Er was van alles en nog wat mis aan deze mensen. Vervormde hoofden of ledematen, te lang, te krom, drie armen, drie benen, twee hoofden en allemaal....allemaal keken ze met een gezicht alsof ze zich bij de data-belastingdienst moesten melden. Toch werd er ook gelachen en Skype meende dat het om hun moest gaan. In stilte hoopte hij niet dat er een volksvermaak zou worden gepresenteerd en even rekende hij zelfs terug naar de Middeleeuwen en zag de brandstapel al op zijn licht-sensor verschijnen. Snel schudde hij zijn hoofd. Hij moest er niet aan rekenen.

Het gekwebbel kwam ten einde, toen ze een groter plein betraden. Skype kon eerst zijn ogen niet geloven, maar het stond er toch echt. Een enorme tent was in het midden van het plein opgebouwd. Skype vreesde eerst het ergste, maar dat verdween snel toen Vonnie inzicht gaf in wat het werkelijk was.

"Een circus", riep ze verrukt en ze huppelde zelfs een beetje. De oude man naast haar grijnsde met zijn tandeloze mond en klapte evenzo van verrukking in zijn handen.

"Een circus....wat moeten we daar nou mee?", seinde Skype. Vonnie reageerde niet. Ze was blij dat ze ooit nog eens een echt circus zou betreden, niet wetende dat dit circus wel een tikje bijzonder was.


De menigte.


Moro-1 stopte niet meer met klappen en liep vrolijk, maar rustig verder richting de tent. Vonnie slenterde er achter aan en Skype had zichtbaar zijn bedenkingen, want hij bleef een beetje achter. Hij vond het al vreemd dat nagenoeg iedereen nabij het plein wakker bleek te zijn. Het stroomde tijdens het geklap dan ook vol met mensen. Zelfs kinderen en die friemelden zich allemaal een plaatsje nabij de ingang van de tent. De toegestroomde menigte bleef wel op enige afstand van het drietal. Vonnie keek om zich heen en scande geen enkele robot. Ook zij verbaasde zich over de hoeveelheid mensen. Allen mismaakt op de één of andere manier, maar wel degelijk met een glimlach op hun gezicht.. Die blik in de ogen had ze eerder gezien. Zoals altijd, daar waar ze verscheen, trok ze de aandacht en dan kwam deze blik van verwachting of soms wellust naar voren. Ondanks haar verfrommelde kleding was zij wederom de grootste bezienswaardigheid van het moment. Toch werd alle aandacht verplaatst naar de oude man. Hij stak zijn arm in de lucht en het gekibbel onder de mensen verstomde. Sterker nog, het werd doodstil op het plein. Skype scande automatisch met zijn lichtsensoren naar gevaar, maar kon niets vinden. De stilte werd vriendelijk begeleid door de maan die door de schapenwolkjes heen brak. Vonnie knipperde met haar sensoren en bewaarde deze AG door het op te slaan in haar diepste geheugen-schijf. Ze had niet veel AG's, maar sommige afbeeldingen met geluid (AG) waren bijzonder genoeg om voor altijd te bewaren. Vonnie berekende dat dit moment er ook bij hoorde. Het was haar zesde AG.  Ze keek naar Moro-1 om te bezien wat hij had te vertellen. Skype voegde zich bij haar en drukte zijn skelet tegen haar skelet. Een teken dat hij klaar was om haar te beschermen. Ze seinde intern "mogelijk niet nodig". Ergens uit de menigte werd een kruk tevoorschijn gehaald en Moro-1 nam deze dankbaar aan. Hij streelde over de vervilte haren van een klein meisje. Ze liep terug naar de rok van haar moeder en keek op alsof een Koning zojuist haar inzet had geprijsd. De vrouw, zo krom als een oude boom glimlachte naar haar en de trots was in haar ogen te lezen. "Het is een soort opperhoofd of zo", seinde Vonnie intern. Skype bevestigde het.

"Alle ratten van Mortes", zo begon hij. Zijn stem was vol genoeg om hoorbaar te zijn voor alle aanwezigen. "Zoals jullie weten komt elk jaar het beroemde circus "Obscura" naar onze wereld. En terecht...zo mag ik wel zeggen, want hier bij ons, hier bij de verschoppelingen der aarde, het onkruid en ongedierte waardig, zijn de meest waardevolle attracties te vinden". Eergisteren hebben we genoten van de oude voorstelling. De dag erna van de toetredingen uit onze wijk. Maar vandaag...vandaag is het tijd voor een ware sollicitatie". Een gezoem van fluisteringen klonk op uit de menigte en daarom hield de man even zijn mond. De korte tijd was genoeg voor Vonnie om de nieuwe gegevens te berekenen. Skype was haar echter voor. "Dit gaat om ons, Vonnie. Let maar op". Ze knikte kort. De man ging verder.

"Vandaag.....vandaag treffen we tot ons genoegen een tweetal aan. Twee verschoppelingen....twee ratten uit de vuilnisbelt die om ons heen heerst. Gelukkig kan ik hen helpen om deze vervloekte plaats te verlaten. Alleen.....ik kan dat niet zelf, dat weten jullie goed. En daarom kan ik tot geluk een sollicitatie aanbieden aan de meester van Obscura..."

"Aldus wees welkom en bereid je voor op een voordracht, die hopelijk leidt tot een aanname. En anders.....tsja, dat kan natuurlijk ook, bereiden wij ons voor op de dood. De dood van het tweetal. Laat het onkruid hen behoeden".

Er steeg een gejuich op uit de menigte en waar eerst iedereen doodstil op zijn plaats was gebleven, verschenen nu allerlei bewegingen, verplaatsingen en gewoel. De menigte danste, sprong en kronkelde van plezier totdat de man zijn arm weer in de hoogte hield. De zee van wuivende haardossen verstilde. Vonnie draaide zich om naar Skype.

"We gaan in het circus, Skype." Dit keer knipoogde ze met haar rechter licht-sensor. Skype zuchtte. Hij wist dat ze geen keuze hadden. Een vlucht uit deze plaats was geen optie. Dat was niemand gelukt. Hij rekende wat dieper en zag plotseling de oplossing voor zich. "Het wordt een kans, Vonnie. Een kans om met dit circus de stad te verlaten. We kunnen niet anders", seinde hij intern. "Yep, Skype......dat is zo, maar we moeten wel eerst worden aangenomen, hoor." Skype duwde zich wat sterker tegen Vonnie aan. Het gaf haar vertrouwen. Al werd dat vertrouwen wel erg snel onderuit gehaald.


Een Meesterlijk voorstel

De tent opende zich en Vonnie week vanwege een korte berekening van een gevaar-controle, een beetje achteruit. Voor zich stond de meester van Obscura en wat Vonnie zag, maakte haar niet geruster. Nee, zeker niet. Het maakte haar zo onzeker als een veertien jarig puber-meisje. Snel veranderde ze van stijl en uitstraling. Ze verhardde. Letterlijk, want haar Gorotix-jasje ruilde ze om voor een malien-vest met toebehoren.

Ze maakte zich bereid voor een gevecht.

Je hebt verschillende soorten Meesters en meestal zijn ze goed herkenbaar, omdat ze kracht of een bepaalde vorm van extreme geloofwaardigheid uitstralen. Dat laatste is net zoals liefde niet goed in woorden te vatten. Een mens voelt dat aan, maar dient boeken vol te  schrijven om een beetje in de buurt van een goede omschrijving te kunnen komen. Bij een robot gaat dat uiteraard anders. Er is geen helemaal gevoel, hooguit volgt er een gecompliceerde berekening. De berekening van Vonnie was echter noch complex, noch moeilijk te noemen. Er kwam namelijk geen enkel antwoord op haar interne verzoeken aan de geheugen-databank. De reden daarvoor was simpel. Voor haar stond een uitzonderlijk wezen. Vonnie had nog nooit zoiets gezien. Ze droeg haar systeem op om verder te zoeken. "Haar gevaar-analyse zou toch niet zomaar een pré-alarm geven", zo berekende ze. In de tussentijd bestudeerde ze "het wezen" zo uitvoerig mogelijk, hopende dat het antwoord ergens in het uiterlijk lag verborgen. Wat ze oppervlakkig scande zou normaliter worden gezien als een samenraapsel van een mens en een dier. Hoewel de horens op het hoofd goed zichtbaar waren, berekende ze niet direct een dierlijke mens. Nee, eerder een menselijke diervorm. De horens maakte het mens-wezen indrukwekkend en trokken alle aandacht. Maar toch....ergens lag er ook in het aangezicht vriendelijkheid opgeslagen, vond Vonnie. Het gezicht was gelukkig echt menselijk te noemen en de ogen waren volgens haar analyse-systeem doordrongen van wijsheid en medeleven. Vonnie berekende dat dit wezen oud moest zijn. Wellicht wel ouder dan menig mens inmiddels kon worden. Skype daarentegen deed geen enkele moeite om ook maar iets te berekenen. Hij ging er vanuit dat hij voor de gek werd gehouden en moest zelfs een beetje het automatisch schudden van zijn skelet inhouden. Op zijn interne boodschap dat dit een circusact moest zijn, reageerde Vonnie niet.

Intussen kwam de meester met gespreide armen naar de oude man gelopen en de begroeting was hartelijk. De meester nam de oude man voorzichtig mee en iets verderop, vlak naast de ingang van de tent, volgde er een kleine bespreking. Het leek Vonnie op een onderhandeling, want ze klapten duidelijk zichtbaar verschillende keren met hun handen op elkaar, zoals op de mensen-markt soms nog steeds gebruikelijk was. Na een paar minuten stopte het geklap en beiden draaiden zich naar de menigte. De meester nam direct het woord.

"Waarde vrienden", zo begon hij. Het wezen keek rustig de menigte rond en wees vervolgens naar Vonnie en Skype. "Voor u staat een tevreden meester. Uw leider gunt circus Obscura een nieuwe act en zoals jullie weten.....Wij houden van vernieuwing......" De menigte juichte alsof er een doelpunt bij het DaVinci-bal was gescoord. Plotseling brulde het wezen.

"Stop". Het wezen maakte een snijbeweging door de lucht. Iedereen was onmiddellijk stil.

"Maar....". Een vinger priemde omhoog.

"Nu komt het", berekende Vonnie en ergens voelde ze ook de spanning bij Skype. Haar berekening was juist. De menigte voelde het ook aan en de onrust steeg. Vooral de kinderen vooraan konden vanwege de opwinding nauwelijks stil zitten.

"Luister, vrienden. Natuurlijk kunnen we niet zomaar iedereen aannemen. Daarom hebben wij dan ook de procedure ingesteld. Ik stel voor dat we beginnen". Het gejuich zwol weer aan. Het wezen gebaarde naar Vonnie om naderbij te komen. Ze keek direct naar Skype. Hij seinde een akkoord en langzaam liepen de twee hand en hand naar het tweetal nabij de tent-opening. Vonnie gluurde even naar binnen maar zag niets anders dan een grote ruimte en een vale tent. Ze richtte zich naar het wezen en besloot om haar brutaliteit wederom in te zetten.

"Mag ik u verzoeken om bekend te maken wie en eh....wat u bent?", vroeg ze zonder daarbij enige vorm van emotie te tonen. Haar gelaatsuitdrukking had ze vast gezet met uitzondering van haar tong en mondopening. Het wezen begon te lachen. "Maar natuurlijk, schatje. Laat ik dat eerst doen".....

"Mijn naam is Camera Obscura, aangenaam. Ik ben de naamvanger van een eeuwenoud licht-systeem waarbij in het donker niets is, wat het lijkt. Vandaar ook de naam van het circus. Wij brengen vertier en mysterie en wel van die orde dat de mensen nog nooit zoiets hebben gezien. Ik geef jullie de kans om hieraan deel te nemen, gelet op jullie....eh.....probleempje. Wij eh.....vernieuwen onze attracties jaarlijks en jullie lijken mij uitermate geschikt. Niet dan beste vrienden?" Het wezen richtte zich bij die laatste woorden naar het publiek, die reageerde met geklap.

"Dank u, beste Camera, maar wij weten nog steeds niet wat u bent?". Vonnie sprak duidelijk op één toonhoogte. Ze wilde zo laten merken dat ze nog steeds niet onder de indruk was. Het wezen lachte wederom.

"Ach schatje....is dat niet duidelijk? Ik ben niet wat het lijkt en evenmin zijn jullie". Er kwam geen verdere verklaring en Skype seinde dat hij daarmee wel gelijk had. Vonnie besloot het te laten voor wat het was en vroeg verder.

"Wat verwacht u van ons?"

Het wezen leek direct opgelucht en een sprankeling van plezier verscheen in zijn ogen. Ook Moro-1 leek opgelucht en klapte van plezier. Het wezen nam direct de leiding weer over.

"Aha....vrienden. Ze hebben er zin in. Nou......laten we beginnen!"

Op een klein teken van Camera opende de tent zich doordat het doek werd geheven. Skype kon niet ontdekken wie dit deed en speurde naar andere "vreemde wezens". Al snel werd zijn aandacht getrokken naar iets wat er vanuit de donkerde naar buiten werd gereden. Vonnie zag als eerste wat het precies was en liet automatisch haar gelaat-rem los. Ze kon een verbaasde uitdrukking namelijk niet voorkomen doordat haar brein-systemen zowel een gevaar- als een opwindings-modus in haar binnenste systemen veroorzaakten.


wordt vervolgd op hoofdstuk 8....


E-mailen
Map
Info