Ideemachine.nl
                                                                                                 

Hoofdstuk 6.

In de Brokkel-toren

Een rood-wit geblokt lint versperde de ingang, maar dat was ijdele hoop. Skype denderde er dwars doorheen en zag alleen maar het donkere vierkanten gat met de wijd geopende deuren recht voor hem. Vonnie bungelde achter hem en keek vooral naar boven. Skype wist van niets en stapte ook zo snel mogelijk over de grote hoeveelheid brokken steen die voor de ingang lagen. Nog steeds ging er geen lampje bij hem branden. Anders gezegd; het controle-systeem van Skype was ondergeschikt gemaakt aan zijn anti-gevaar-systeem. Vonnie dreunde op de Robot-spreekwoordelijke blikken trommel met een schelle stem.

"Skype, wacht. Hier is het gevaarlijk", gilde ze. Skype stopte en keek in de richting van haar grijp-tentakel. Recht naar boven dus. Het was een beetje lastig te zien, maar hoog in het gebouw leek het één grote warboel van vuurrode ijzeren balken, nano-schermen, rood marmer en roze-achtig gekleurd glas. Het duurde maar één gino-seconde en toen viel een groot scherm naar beneden. Skype trok Vonnie snel mee naar links en dat was net op tijd. Met een groot gebulder stortte het scherm zich op de hoop stenen die ook binnen in het gebouw voor de ingang lagen.

"Wat in bliksnaam is dat nou?" Skype keek nu constant naar boven en vervloekte zijn gevaar-systeem die hem hier binnen had gebracht.

"Vonnie, wat gebeurt hier.....weet jij hiervan?" In de tussentijd zocht hij een plek waar geen rommel lag en kroop samen met Vonnie in een hoek van het gebouw. Het leek veilig, want boven hen was een plafond geplaatst met een trap erboven. Vonnie zuchtte van opluchting.

"Luister Skype. Dit is de Brokkel-toren. Sinds vorige week is het hier helemaal mis gegaan. In dit gebouw, een museum voor Robot-kunst, zijn een aantal kunstenaars gaan slopen en niemand kan ze tegenhouden". Ze keek Skype indringend aan in de hoop dat het hem duidelijk zou worden om hier zo snel mogelijk te vertrekken. Het liep echter anders.

"Mooi.....dan kunnen we hier voorlopig schuilen. Die kunstenaars...zijn ze boos op de robots dan?"

"Die kunstenaars daar boven, Skype... zijn Robots....."

Skype was even stil en begon toen hard te lachen. "Nou nog beter! Het wordt tijd dat we deze robots eens gaan ontmoeten, bereken ik".

"Hoezo....ze zijn niet te vertrouwen, Skype. Luister je wel goed?"

"Jij moet luisteren, Vonnie....Heb je ooit wel eens een brok steen op je skelet gekregen terwijl je op gelijke hoogte bent met die steen?" Vonnie zei niets.

"Duidelijk, dat kan dus niet. Kom op we moeten naar boven". Hij pakte haar tentakel weer stevige vast en begon te rennen. Vonnie bungelde weer erachter aan, maar protesteerde niet. Het doel van de sprint werd haar duidelijk. Om de hoek lag een trap naar het eerste plafond. Skype hoopte dat de trap en de trap erboven niet waren beschadigd. Plotseling dreunde er een flink brok marmer vlak naast hem. Skype berekende maar één conclusie. Ze waren een target, een doel.

Skype trok Vonnie nog harder mee en bereikte de trap naar boven. Nu liet hij haar los. Hier zou geen steen op kunnen vallen, had hij berekend en dat klopte. De trap leidde naar plafond, wat de vloer was van een kleine presentatie-ruimte. De deur stond open en het bordje naast de ingang gaf aan dat Robot Z17450-B hier een kleine expositie had. Snel doken ze naar binnen. De expositie was er nog steeds, maar alle kunstwerken waren vernield. Grote scheuren hadden elk schilderij zodanig beschadigd dat het doek zich rafelde tot een kluwen van stof en verf-resten. Je kon niet meer zien wat het ooit was geweest. Een complete vernieling en duidelijk was dat dit niet met een schaartje was gebeurd. Nee, eerder een kettingzaag of....juist een snij-gereedschap van een robot. Heel even keken ze de kamer rond en schrokken zich toen een boutje, toen ze zagen dat een plafond erboven ontbrak. Snel sprongen ze naar de volgende trap. Dit keer een harmonica-trap ver naar boven. Sterker nog, voor zover ze konden zien, ging deze trap helemaal naar boven. Skype achtte het veilig omdat er geen opening was die recht naar boven leidde. De trap-vorm zou hen dus beschermen.

"Nou meisje, dan gaan we maar naar boven". Vonnie vertrouwde het nog steeds niet, maar op de één of andere manier berekende haar systeem dat Skype de beste optie betrof. Ze volgde dus, behoedzaam dat wel, maar altijd vlak achter de realborg, die steeds meer een voorbeeld werd van kracht, doortastendheid en schoonheid. "Ja, dat ook", berekende ze. "En ze had er verstand van", berekende ze vlak erna in de wetenschap dat uiterlijk, aandacht en spanning een onderdeel waren van haar hele bestaan.



Wie ooit wel eens een museum heeft bezocht, wordt meestal toch overvallen door één of andere emotie. Je wordt blij, of juist droevig of iets anders. Soms overvalt je een groter iets...iets wat je niet direct kan plaatsen. Een vorm van verbazing gemengd met onbegrip. Het is daar waar het menselijke brein aan de slag gaat met het proberen het kunstwerk een plaats te geven. Of het iets voor je betekent, iets met je doet. Soms wordt je geholpen door de kunstenaar zelf en is er een uitleg, meestal in de vorm van een titel. Een robot doet feitelijk hetzelfde, maar dan zonder emotie. Het berekent, zoekt en plaats het ergens waar het thuis hoort. Op dit punt zijn er grote verschillen met de mens en die verschillen worden eens te meer duidelijk in een robot-museum.

De Robots begonnen zo'n eeuw terug met het maken van kunst, zoals zij dat zelf stelden. De eerste kunstuitingen waren niets meer dan wiskundig volmaakte onderwerpen. Een bloem of landschap, perfect gemaakt met behulp van de fibonacci-code of middels de wetten van Pi. Er was volgens de mens niets aan op te merken, maar wel dat het te perfect was gecreëerd. De mens schaarde het tot afgrijzen van de robots zodoende niet onder kunst, maar louter onder de noemer van speculatieve architectuur. De robots gaven niet op en probeerden, naar mate ze zich ontwikkelden, betere kunst te creëren. Ditmaal werd de kunstuiting van het Kubisme gevolgd, iets waar ze zich in konden vinden, omdat het ook een raakvlak had met de wiskunde. Helaas.....de mens kon het alsnog niet waarderen. Het bleef te perfect en een bijzondere uiting van robot-creativiteit werd nog steeds niet gevonden. Het betrof kopiëren naar hun mening. De robots gaven echter nog steeds niet op en probeerden weer wat anders. Naar hun idee was de perfectie juist wel een uiting van kunst, mits het goed zou worden toegepast. Dit maal wijdde de robots zich aan het kopiëren van bestaande meesterwerken. Dit om te laten zien dat ze de technieken geheel onder controle hadden. Het was knap werk, de kopie van de Mona Lisa en de Nachtwacht, maar helaas. De mens kon het niet waarderen. Er bleef iets mis met het geschilderde. De kleur was niet goed of de lichtinval. Hoe goed het ook was geschilderd, de mens achter laten bij het kunstwerk met een mate van bewondering, gebeurde nimmer. De robots gaven niet op en enkele waren al zover ontwikkeld dat ze een mate van creativiteit zichzelf toedichtten. En zo maakten de robots voor het eerst bijzondere schilderijen en beelden, die bij de mens niet zouden misstaan. Toch ging het mis, want gevraagd naar de betekenis van het kunstwerk, bleef een bevredigend antwoord achterwege. De robot kon zijn of haar kunst niet verklaren. Aldus.....het trok geen volle zalen en dit bleef decencia's lang zo, tot de "geboorte" van SimonA-67. Het was deze robot, die voor het eerst een creatief kunstwerk kon maken en een verantwoording gaf. De mensen waren verbaasd, maar oprecht blij voor de robots. Het was hun gelukt.

SimonA-67 maakte zijn eerste kunstwerk, de dansende robot, in het jaar 2332 nog vóór de eerste robot-oorlogen. Een rood vierkant wat schuin was neergezet op een witte achtergrond van cijfers, maakte duidelijk dat een robot danste, iets wat feitelijk nog niet mogelijk was. De robot werd in een melige bui bevraagd door een medewerker van het digitale netwerk Kunst en Kots en tot diens verbazing gaf de artiest aan dat het een stille wens moest uitbeelden. Het werd wereldnieuws en vanaf die dag werden robots toegelaten tot de orde van kunstenaars. Uiteindelijk - jaren later - kregen ze een eigen museum en wel het museum waar Skype en Vonnie een weg naar boven trachtten te vinden.

Vonnie zag op de deur dat ze feitelijk nog bij de prehistorie van de robot-kunst waren aangekomen. Hier waren schilderijen verworden tot niets meer dan pulp en de werken die nog redelijk heel waren, stelden niet zoveel voor. Het waren de vervolg kunstwerken van SimonA-67. Vonnie wist dat hij zich niet verder had kunnen ontwikkelen dan de toepassing van enkele lijnen , kleuren en matige verantwoordingen op het geheel. Skype trok haar snel weg van de deur en geleidde haar naar de volgende trap. Naast haar vloog wederom een groot scherm naar beneden en het veroorzaakte een wolk van stof toen het op de stenen neer kletterde. Skype keek voorzichtig vanaf de balustrade naar boven en zag dat een aantal robots flink aan het werk waren om de boel af te breken. Hij schreeuwde naar boven om te trachten contact te krijgen, maar het hielp niets.

"Kom Vonnie, we zullen de weg helemaal naar boven moeten gaan om iets te bereiken". Vonnie knikte en knipperde met haar licht-sensoren. Ze deed het net iets langzamer dan normaal, op een wijze waarvan ze wist dat het een reactie gaf bij de mens. Skype gedroeg zich onverstoorbaar. Zijn berekeningen waren elders. Hij was op de vlucht en kon hier niet blijven. Zijn systemen stonden volledig op de alertheid-stand en berekenden keer op keer de kans op een veilige voortgang naar boven.

Onderweg vonden ze verschillende kapotte aquarellen, olie-verf schilderijen en krijttekeningen van allerlei formaten. De één nog mooier dan de andere al vonden ze de olie-verf schilderijen met meest aansprekend. Soms konden ze nog goed zien wat het had voorgesteld. Eén schilderij moest werkelijk een meesterwerk zijn geweest. Het stelde een portret voor van het priemgetal dertien. Iets verderop lag nummer zeventien, maar dat was bijna niet meer zichtbaar. Lang stilstaan bij deze kunstwerken konden Skype en Vonnie niet. al was het maar omdat de stilte keer op keer werd gebroken door harde de klappen onderin het gebouw en de suizende brokken marmer die keer op keer voorbij vlogen. Skype sleepte Vonnie nog steeds aan haar tentakel mee. Vonnie gaf geen geluid. "Zolang mijn tentakel niet scheurt", vond ze het prima. Bovendien ging het zo sneller, omdat ze geen zorgen hoefde te maken. Skype berekende ook voor haar en dat scheelde tijd. En zo ging verdieping na verdieping voorbij. Zo ook de afdelingen Middeleeuwen, nieuwe tijd en uiteindelijk de afdeling actuele kunst. Eenmaal boven scande Skype zijn energielevels en die waren nog steeds goed. Vonnie scande niet eens. Ze vond het goed zo, blij dat ze bovenaan waren gekomen. Hoewel er boze robots waren, voelde ze geen onrust. Haar systeem bleef op groen en zelfs het aanblik van een woest vernietigende robot iets verderop, gaf haar nog steeds geen alarm van welke aard dan ook. Skype liet haar los en begaf zich richting de robots en gebaarde Vonnie even achterop te blijven. De robots waren zich niet bewust van hun aanwezigheid en daarom startte Skype de normale procedure.

"Identificeer robots. Mijn naam is Skype, realborg".

De robots draaiden hun lichtsensoren naar Skype toe en lieten pardoes van alles en nog wat uit hun tentakels vallen. Even keken de twee robots elkaar aan en zoemden toen gelijktijdig hun code op. Intern via het gebruikelijke robot-kanaal.

"K-versie, E12 - 28980", zoemde de eerste.

"K-versie, E-12 -28981" zoemde de tweede.

"En ik ben Vonnie, realborg ook". Ze zwaaide een beetje met haar tentakel naar de twee. Dit gebaar was genoeg om tot een benadering te komen en met grote bonzen stapten de twee naar Skype toe. Vonnie sloot aan.

"Jullie zijn uit orde, bereken ik, toch?" De twee antwoordde niet en er volgde een klein overleg op een ander kanaal.

"Luister, realborgs", begon de grootste (nummer 81 dus). "Jullie komen van beneden. Zijn jullie hier om ons te bewegen te stoppen? Zo ja, pas dan maar op, want voordat je het weet, lig je op het marmer!.....Daar". De robot wees naar beneden. Vonnie greep snel in.

"Nee, nee....helemaal niet. Wij zijn eh....gevlucht en het lijkt ons hier het veiligste, voorlopig dan. Ja, toch Skype?" Skype keek haar aan met boze licht-sensoren, maar dat hielp niet meer. Vonnie trad naar voren en pakte de tentakel van de grootste vast. "Kom vertel, wat brengt jullie zo uit orde. Dat wil ik graag weten en misschien kunnen wij jullie wel helpen. Skype sloot zijn licht-sensoren en haalde zijn schouder-skelet wat naar beneden. Dit was niet zoals hij het had gewild. Hij begreep dat Vonnie nogal snel reageerde en minder veiligheids-berekeningen maakte dan hij. Hij zou daar rekening mee moeten gaan houden en sloeg het op in zijn systeem. Inmiddels zaten Vonnie en de twee robots elders op een grote ronde steen, die vroeger als bereken-steen werd gebruikt. Skype kon al van afstand zien dat Vonnie helemaal klaar was voor een interessant gesprek en daarom besloot hij om aan te sluiten. Wat hij berekende, klopte als een aluminium blik, want enkele jota-seconden later zat hij midden in een bijzonder verhaal.


Wordt vervolgd op hoofdstuk 7.

E-mailen
Map
Info