Ideemachine.nl
                                                                                                 

T T T T  Hoofdstuk 5



1 + 1 + 1 +1 = 4

Vonnie haalde even een verse olienade nam plaats op een kleine schommelstoel. Ze roerde langdurig in het kopje om de ongemakkelijke stilte een beetje te verbreken. Skype en Lottie zaten roerloos op dezelfde plaats en keken naar de grond. Het was duidelijk dat zij hun systemen al opdracht hadden gegeven om grenzen te stellen. Dit vanwege de aard van het gesprek en de aanwezigheid van een zeer geavanceerde real-borg, die de leiding had genomen. Weggaan zou nog wel kunnen, maar dat zou zeker leiden tot een oproep van de fabriek of het stadsbestuur. Skype rekende de melding van Lottie nog eens door en concludeerde zelfs dat haar bestaan in gevaar was. Toch was hij het met haar eens. De logica-berekening schetste dezelfde conclusie en zelfs nog sterker. Ratten waren inderdaad ook nuttige dieren. Ze aten het aangekoekte vet uit de riolen en hielpen mensen met het opspeuren van slachtoffers, die na een instorting van één of ander gebouw onder het puim waren geraakt. Iets wat regelmatig voorkwam. Het was meestal het super-reuk-systeem van de rat, die een slachtoffer kon traceren. Ook de logica achter de redenering dat mensen hun overwicht kwijt raakten vanwege de evolutie van het robot-brein was een juiste. Hij had er zelf ook last van. Benieuwd naar de aanpak van de Dr. richtte hij zijn aandacht op hem. Dat hielp en de Dr. begon met meteen met het vragen om concentratie. Dat betekende, alle waak-sensoren uit en het innerlijke systeem draaien op minimale energie. Alle energie naar het robot-brein dus.

"Wat ik jullie ga mededelen is privé, voor zover een robot privé kan zijn en uiterst gevoelig. Dat betekent dat de uitkomst van dit gesprek niet met anderen mag worden gedeeld. Lottie heeft gelijk. De mens is veranderd en niet ten goede. Althans het is niet geworden wat wij, robots, hadden verwacht of gehoopt. De toestand van de aarde is slechter geworden en dat vooral ook vanwege onze aanwezigheid. Het zijn de robots die de aarde uitputten doordat wij alle grondstoffen die er zijn naar de mensen moeten brengen. De ramp met de Zeus-IV, die de mens naar de sterren zou brengen, is de oorsprong daarvan. De mens zit aan de aarde vast en wij met hen. Voorlopig dan, want er zijn tekenen van een vorm van verzet. Nu..... ter zake. Om jullie gerust te stellen zal ik met mijn eigen probleem beginnen."

Een licht gezoem vulde de kleine kamer. Het hoorde bij de concentratie.

"Deze week werd ik persoonlijk geconfronteerd met een uiterst gevaarlijke mens. Deze man heeft geen enkele rem meer en vindt zelfs dat hij alles wat de menselijke God heeft verboden ongestraft kan uitvoeren. Dat doet hij dus ook en maakte mij duidelijk dat hij moordt, kidnapt en misbruik maakt van de zwakheid van het rechtssysteem. Hier komt mijn probleem, want ik heb kennis genomen van de omstandigheid dat een mens, een jonge vrouw en wellicht meerdere vrouwen in groot gevaar zijn. Ze zijn gevangen genomen en worden nu misbruikt ter verkrijging van data en bits. Nu mensen in gevaar zijn, moet ik - ingevolge de robot-wetten - deze mens of mensen helpen. Ik weet alleen niet hoe en waar ik moet zoeken. De stadswacht is geen optie, want die organisatie heeft deze zeer rijke man in zijn macht. Dat weet ik zeker. Kunt u het nog volgen?"

Skype kon het volgen en berekende intussen dat het niet menselijk was om als robot een dergelijke mens te moeten gehoorzamen, indien die dat wenste. Hij vroeg zich af of deze berekening het verzet was waarop de Dr had gewezen, maar besloot het nog voor zich te houden.

Na een korte stilte knikten alle robots, maar Vonnie vroeg naar zijn naam.

"TRinja. Dat is zijn naam". De robots schudde allemaal met het hoofd. De Dr. ging verder.

"Het is een oude man, met een grimmig gezicht. Als je naar hem kijkt, dan voel je het gevaar. Ik krijg er nog de ijskoude trillingen van".

"Heeft hij soms staalblauwe ogen?", vroeg Vonnie. Direct nadat ze het had gevraagd kreeg ze spijt, want ze wist het antwoord op de vraag al.

"Ja", zei de Dr. en uiteraard richtte hij meteen de aandacht op Vonnie.

"Ken jij hem dan? Vertel".

"Nou....eh....ik ken hem niet echt, maar vorige week heb ik hem gezien, denk ik. Hij is inderdaad wreed. Maar, ik zou niet weten waar hij is, hoor". Vonnie probeerde zich te redden, maar het was te laat.

"Nou, zei Skype. Ik denk dat ik weet waar hij soms verblijft. Vorige week heb ik hem ook ontmoet en heeft hij een real-borg voor de ogen van robots en mensen opzettelijk laren smelten. Het was een fraaie real-borg, maar het enige wat over is gebleven is haar rode jurk die ze vanwege de hitte had uitgetrokken en een paar kilo gesmolten metalen. Het was akelig om te zien".

Vonnie schrok en knipperde met haar ogen. Het viel de Dr. meteen op.

"Zeg het maar Vonnie. Er is iets, toch?".

"Ja", klonk het zachtjes. "Ik heb waarschijnlijk die rode real-borg ontmoet. We hebben samen gedanst. Ze was trouwens een kopie."

"Een kopie......Hoe dan?", vroeg de Dr.

"Nou, ze was een afbeelding van een echte jonge vrouw. Ik weet zelfs haar naam. Het zou me niet verbazen als ze in gevaar is".

"Dat is mooi". Lottie stond weer op vier poten en zendde haar bericht met voorrang. "Ik kom hier om een probleempje aan de orde te stellen en nu zit ik helemaal moer-vast aan de eerste robot-wet. Samen met jullie. Het is mij duidelijk. Die jonge vrouw is in gevaar en wij.....ja wij met ons vieren, moeten haar helpen. Dat zijn we nu verplicht. En zeg geen nee, want dat redt mijn systeem niet en volgens mij die van jullie net zo goed niet". 

En dat klopte. Ze voelden allemaal de druk van de eerste robot-wet. Ze moesten handelen.

Samen, dat wel.


4 - 1 = 3




Om 16.40 exact, nog tijdens de meeting, kwam de ping binnen. Als eerste bij Dr. Salvin en daarna volgde meteen drie andere pingen. De pingen waren niets meer dan een kort bliebje, gevolgd door een rood flikkerende led op de pols-console en alle vier richtte zich meteen op de boodschap. Ze wisten dat de melding belangrijk moest zijn, omdat de rode led vreselijk snel knipperde. Des te sneller, des te meer spoed. Datgene wat men verwachtte - een brand of bevings-alarm - was het niet. Nee, het betrof een algemene spoed-melding afkomstig van een beslis-robot, niveau 8b, met de naam Tara. De boodschap was zowel complex als glashelder. 

Start bericht.

Robot-brein. Gebleken is dat alle systemen met een robot-brein vanaf periode 247703120546 werkzaam zijn met het doel de mensheid te vernietigen. Dit is in strijd met de nulde wet. Het robot-brein gemerkt onder C4 dient zich afdoende en zo snel mogelijk te vernietigen. Voor robot-breinen boven C4 wordt de plaats waar mijn brein is vernietigd, namelijk het zuurbad te Rotopia, het meest geschikt geacht. Deze melding zal automatisch worden doorgegeven aan al uw robot-brein-contacten.

Einde bericht. 

Nadat het gezelschap de boodschap kort had berekend, volgde er een vrij langdurige diepte-berekening. Iets waar Lottie niet aan mee kon doen. Het was zij waarbij de eerste vonkjes uit de hoor-sensoren konden worden waargenomen. Het knetterde en knarste in haar brein. Ze raakte in paniek en draaide zonder doel meerdere malen rondom haar as. Dr. Salvin greep in.

"Stop daarmee, Lottie", schreeuwde hij. Lottie volgde onmiddellijk het bevel op. Zoals een angstige hond een baasje kan aankijken, zo keek Lottie nu naar Dr. Salvin. Haar licht-sensoren stotterden nog steeds een beetje en een zacht gejank begeleide haar treurige aanblik, dit alles in de hoop dat hij haar zou kunnen beschermen. Helaas kon hij dat niet, omdat zijn systeem nog druk bezig was en zo jankte Lottie een tijdje door. Ook Skype en Vonnie waren bezig met stabilisatie van hun systemen. Het kostte veel energie, want het betroffen nood-procedures. en het was uiteraard maar de vraag of de nood-procedures afdoende bescherming boden tegen de melding. Dit was hun nog nooit overkomen. In de verste verte niet. Al met al betrof het een gezamenlijke panieksituatie, die uiteindelijk werd verbroken door een rustig klinkende Vonnie.

"Ik heb controle", zei ze met enige trots.

Skype worstelde nog even.

"Klaar", was zijn mededeling kort erna. Dr. Salvin zei nog niets. Hij was nog bezig, maar controle zou hij vast al hebben. Kennelijk gingen zijn berekeningen nog dieper. Na vier Salbi-minuten maakte hij zijn blik los van de console, zuchtte een keer en stond op. Hij maakte een uitgeputte indruk. "Niet veel goeds", berekende Skype, toen hij de norse blik van de Dr. waarnam.

"Ongelofelijk.....daar waar ik bang voor was, is nu gebeurd", zei de Dr. Salvin. De gebuikte toonhoogte was beneden Bas-3.

"Nou, leg maar uit en goed ook, want ik voorzie zo meteen al een uitgeschakelde hond, als het te lang duurt", zei Vonnie, terwijl ze naar de robot-hond wees. Die richtte meteen zijn sensoren op Vonnie, daar waarvan nu volgens haar berekening hulp was te verwachten. Maar dat was niet zo. Sterker nog....Vonnie was blij dat ze de afgelopen minuten had overleefd. De Dr. nam weer plaats op de schommelstoel en begon met zijn uitleg.

"Oke.....het is mij redelijk duidelijk. Dit betreft een bevel uit de allerhoogste robot-orde die ik ken. Mijn diepte-berekening leidt naar een uiterst slimme, nee, het meest slimste brein van alle robots op aarde, vermoed ik. Een Stadsbeeld-robot, afkomstig uit Metropolis, gemaakt door de befaamde Boston fabrieken in Noord. Het originele systeem van haar is uitgeschakeld en wel voorgoed. Haar laatste data brengt mij bij een brug nabij Rotopia en vervolgens deze zending. Tot slot verkrijg ik een warmte-signaal van meer dan 1347 Igk, omgerekend 1204 graden Celsius". Hij stopte even om na te gaan of iedereen het begreep. Dat was niet zo. Lottie lag inmiddels op haar rug en een gele slijmsliert droop uit haar bek. Ze was uitgeschakeld. Kennelijk was de nadere uitleg haar brein teveel geworden.

"En toen waren er nog drie", zei Vonnie droogjes. De Dr. besteedde geen aandacht aan Lottie en wilde verder gaan.

Skype onderbrak hem. "Waar en wat is Rotopia?"

"Goede vraag, Skype. Nou uh, wat ik weet van Rotopia is dat het een stad was in opbouw. Een stad gemaakt door Robots. Voordat je het verder vraagt, Skype....Ja, ook alleen voor Robots. Ik heb geen data van hoe die stad er nu voor staat. Mogelijk is het vernietigd of verlaten. Ik gok het laatste".

"Duidelijk.....maar wat nu? Kunnen we ontsnappen aan dit bevel en zo ja, hoe dan?" Vonnie keek Skype aan om aan te geven dat zij beiden belang hadden bij deze vraag. Skype knipperde.

"Nou, Vonnie en Skype.....laat ik volstrekt duidelijk zijn. Jullie kunnen hier niet aan onttrekken. Hooguit kan je de uitschakeling uitstellen."

"Ga door", riepen de beide real-borgs.

"Nou.....de boodschap heeft een paar onregelmatigheden. Daar ligt een mogelijkheid."

"Kom op, vertel".

De robots gingen er goed voor zitten.

"Nou....eh....Robots van het type boven C-4 wordt alleen de plaats van vernietiging geadviseerd. Daar ligt dus een opening. Let wel...jullie kunnen je er niet aan onttrekken, maar uitstellen zeker wel. Het is maar net hoelang je systeem het uithoudt".

"Duidelijk", zei Vonnie. "Nou dan ga ik maar en zie wel". Ze stond op en maakte aanstalten om te vertrekken. Skype hield haar tegen. "Ho even, jongedame.....we vergeten nog dat we een gezamenlijk doel hadden, namelijk het redden van een jonge vrouw.. Weet je nog. Als je daar niets aan doet, dan ben je vanavond al uitgeschakeld, zeker weten".

"Dat klopt, Vonnie", benadrukte de Dr.

"Sterker nog....ik geloof niet dat je systeem het nog één dug-uur overleefd." Vonnie trok rimpels in haar plasma-huid en haar lichtsensoren veranderde van blauw naar bruin. 

"Oke, je bent....boos zal ik maar zeggen. Vonnie luister", zei Skype en draaide zich naar haar toe. Ze moest een behoorlijk omhoog kijken om hem recht in de sensoren aan te kijken. "Vertel dan".

"Nou, ik stel het volgende voor. We gaan op weg naar Rotopia en intussen proberen we de jonge vrouw te redden. Zo doen we exact wat ons is opgedragen. Andere opties zie ik niet. Ga je mee?"

Vonnie treuzelde en knipperde met haar sensoren. Skype hoorde haar rekenen en wachtte geduldig af. Na een tijdje keek ze hem weer recht in de sensoren.

"Is goed......wanneer vertrekken we?". Ze keek naar de Dr.

"Nu?"

"Ja doe maar, maar eh...ik ga niet mee." De Dr. draaide zich naar het raam en maakte zo duidelijk dat het hem menens was. Vonnie knipperde nu meer en meer en liep naar de Dr. toe. "Hallo.....samen toch? Waarom ga je niet mee? Kom op....is er een andere oplossing dan?" De Dr. draaide zich weer naar hen toe.

"Voor mij wel. Ik ben een C-7...sorry, maar ik gok erop dat mijn systeem het lang houdt". De Dr. haalde zijn schouders op en gebaarde dat hij er niets aan kon doen.

"Blik en moerslijm......alle gruis nog aan toe. Hebben wij weer. Oke.... Dr.......goed voor jou. We gaan samen wel op pad en mocht je systeem het alsnog niet redden, dan zal ik daar geen olie-druppel om geven. Skype sprak hard zonder te knipperen.

"Ho, ho, beste Skype. Niet te snel door-rekenen. Ik zal jullie helpen, maar dan van afstand. Ik neem aan dat hier in Chrash-city genoeg aanwijzingen zijn is om jullie met die opdracht te helpen. Met de opdracht van Tara echter, kan ik voor jullie niets beginnen. Nogmaals, ga in ieder geval zo snel mogelijk op weg richting Rotopia, want jullie moeten het bevel in je controle-systemen bevestigen. De route er naar toe is misschien niet erg belangrijk zolang je maar in de goede richting gaat. Intussen zal ik zorgen voor een indicatie waar je de jonge vrouw kan vinden, oké?"

"Een soort van dodelijke speurtocht dus, begrijp ik", zei Skype.

"Dat klopt...een opdracht met de definitieve uitschakeling als prijs....zoiets".




De Brokkel-toren in zicht.

De theorie van de evolutie is sinds Charles Darwin niet veel veranderd. Alle levende wezens zijn onderhevig aan een vorm van overlevingsdrang. Een drang die ervoor zorgt dat alleen de beste - lees diegenen die zich kunnen aanpassen - beter en vaker overleven. En dus voor nageslacht hebben kunnen zorgen. Dit belangrijke punt gaat voor de huidige mens al lang niet meer op. Boerenslimheid of misschien wel boerendomheid bijvoorbeeld was een nuttige gift die bij veel hedendaagse stadse mensen gewoonweg ontbreekt. Daarnaast is gebleken dat de meeste angsthazen wel de eerste wereldoorlog hebben overleeft en de moedigste juist niet. De angsthazen deden zich bij risicovolle veldslagen voor als ziek en verzuimden zo massaal hun bijdrage op het slagveld. Zij overleefden!

Maar....hoe dan ook - we weten dat deze theorie universeel is voor al het leven op aarde. Zodoende zou - in theorie - er wel degelijk wat voor mensen moeten zijn veranderd. Wat te denken van de meer voorkomende ongelukken met radio-activiteit als gevolg? We overleven een matige overdosis, maar het maakte de mens er niet beter op. En wat te denken van andere stralingen uit het heelal bijvoorbeeld? Heeft dat iets opgeleverd? Nee, niet zichtbaar. Er zijn echter wel aanwijzingen dat sommige mensen zich wel degelijk hebben ontwikkeld. Zo zijn er inmiddels mensen die scheuren in de ruimte-tijd op aards niveau kunnen zien. Ook zijn er mensen die de tijd een beetje kunnen sturen. Vooruit dan wel achterwaarts. Weer anderen lezen de aura's en hebben daar een psychologisch voordeel mee. Helaas zijn al die mensen ook een beetje vreemd bevonden en dus niet echt aantrekkelijk voor de voortplanting. Tot zo ver de evolutie bij de mensen. Maar nu wat betreft robots... Hoe staat het daarmee?

Robots hebben zich ook ontwikkeld, maar niet vanwege één of andere universele drang of wetmatigheid. Nee, de robot-evolutie is in de pre-robotbrein-periode louter te danken aan de mens. Het is de wet van More die ook bij robots van toepassing is geweest. Elk jaar vermenigvuldigde de berekenkracht zich dubbel zo hard als het jaar ervoor. Tot het moment dat het robotbrein werd ontwikkeld. Zoals eerder aangegeven is een robotbrein voor een groot gedeelde op zichzelf. Natuurlijk werden er vast processen ingebouwd, zoals de robot-wetten, maar een aanzienlijk gedeelde ontwikkelde zich uit zichzelf, door ervaring en omstandigheden. En op een gegeven moment - niemand weet precies wanneer - ontstonden de eerste onregelmatigheden.

Het begon allemaal met de meest geavanceerde robots en dat is geen verrassing. Het waren juist die robots, bijvoorbeeld de Stadsbeeld-robots, die het meest in aanraking kwamen met de denkwijze van de mens. Niet veel later kregen de mindere robots last van storingen. Meestal stelde een storing niet zo veel voor en het was nog redelijk te repareren door de robot zelf of middels een update. Hoe dan ook....de storingen hielden nauw verband met de mens en dan vooral het gedrag van de mens. Onmenselijk optreden werd door geen enkele robot begrepen en zo ook met onlogisch gedrag. Praatsessies hielpen in het begin, omdat de leider van de meeting meestal in staat was om het gedrag uit te leggen. In positieve zin dan. Dit lukte natuurlijk niet met uitingen van geweld of dieronvriendelijk gedrag. En juist dat soort gedrag kwam steeds vaker voor, temeer de steden groeiden. In de grootste en hardst groeiende steden ontstonden als vanzelf getto's. Daar heerste de wanorde.

Dezelfde wanorde evolueerde langzaam maar zeker in de robotbreinen. Na de kortsluitingen kwamen de eerste berekeningen die bepaalde omstandigheden en ervaringen ter discussie stelde. Binnenin het brein dus. De berekeningen werden moeilijker en langduriger met gevolg dat de breinen steeds sterker werden. Des te sterker, des te meer bereken-mogelijkheden en zo ging het treintje langzaam omhoog. Redelijk domme robots werden steeds slimmer en de meest slimme robots raakten hun verbinding met de mens een beetje kwijt. Grote vragen kwamen steeds vaker voor. "Waarom moeten we de mens dienen? Waar dient mijn brein eigenlijk voor? En tot slot....zijn de robot-wetten wel rechtvaardig? Het was dit laatste item wat Skype en Vonnie na hun sessie keer op keer berekenden.

Skype vloekte en vloekte. Vonnie hield zich niet daarmee bezig en verviel in stilte. Toch keken de mensen op straat hen aan, want een vloekende real-borg was geen gewone zaak. De twee liepen stevig door op weg naar... Tsja, naar waar eigenlijk?

De city was die middag weer op haar best. Vol activiteit en nimmer ergens een stilte te vinden. Vroeger was er ooit ook een stad waarvan werd gezegd dat deze nooit sliep, maar dat kon niet worden vergeleken met Chrash-city. Het getoeter van allerlei soorten vervoersmiddelen was oorverdovend. Robots hadden het geluk dat ze hun hoor-systemen konden dempen of zodanig afstellen dat ze alleen een specifiek geluid nog hoorden. Mensen echter, waren de klos. Velen van hen droegen al een bijzondere bril om de ogen te beschermen tegen flitsen, maar ook de hoorpluggen waren zeer noodzakelijk. De meeste mensen hadden bovendien een uitermate slecht gehoor, dus waren kunstmatige ingrepen de normaalste zaak van de wereld. wie rond keek in de stad zag een veelvoud aan kleuren die vooral afkomstig waren van de gehoorbeschermers.

Vonnie schakelde haar hoor-systeem even uit. Ze had geen zin in het gevloek van Skype aan te horen. Ze rekende nog steeds naar een oplossing, maar die vond het systeem niet. Vlak voor haar landde een post-drone en dropte een pakketje bij een straat-kluis. Het wankele ding schoof voorzichtig naar de sleuf in het beton en na een piep opende er een luikje. De drone schoof het pakket naar de opening en een grijparmpje pakte het vanuit de kluis op en verdween zo snel mogelijk met de vangst in de grond. De drone vloog verder. Vonnie keek het zoemende ding na en verbaasde zich erover dat zo'n klein vliegtuigje zoveel pakketjes mee kon dragen. Soms werden drones uit de lucht gehaald, zo wist ze. Diefstal, berovingen en kattenkwaad waren van alle tijden, hoewel er nauwelijks meer katten in de stad aanwezig waren. Het bevreemde haar....zoveel kundigheid van de mens in de wereld en toch nog steeds zoveel jaloezie, verveling, overdaad en luiheid. De mens had kennelijk voor deze zaken nooit genoeg uitgevonden en de drones waren daar vooral een uiting van. Er waren inmiddels spionage-drones, post-drones, oppas-drones (als kinderen buiten spelen, wat trouwens zelden voorkwam), bestel-drones (horeca), butler-drones, ongedierte-bestrijding-drones, voertuig-was-drones (ook om de ruiten te poetsen), huis-beveiliging-drones, reclame-drones (wel verminderd sinds de reclame-wet van 2378, omdat destijds deze drones voor veel irritatie zorgden), vogelpoep-verwijder-drones, snack-drones (voor onderweg), verkeer-regelaar-drones, route-drones (oproepbaar voor verdwaalde zielen en het vinden van openbare toiletten), buitenwandplant-bewatering-drones, wand-drones (voor schoonmaak aan hoge gebouwen), opruim-drones, spiegel-drones (voor een uiterlijk-check), schooi-drones (voor het binnenhalen van klanten in de winkel, die inmiddels net zo irritant werden bevonden als de reclame-drones), data-wissel-drones.....en....de wil om meer drones te ontwikkelen was nog niet klaar. Er werd gefluisterd dat er orde-drones mogelijk werden ingevoerd. Vonnie achtte dat een eeuwigheid te laat. De stad was verdorven naar haar mening en in die zin snapte ze Skype wel. Hij vloekte nog steeds al was het geluid getemperd.

Plotseling botste ze tegen een jongeman. in haar berekeningen had ze het menselijke schepsel niet gezien, althans te laat. Vonnie schrok en resette snel haar systeem naar functionele straat-aandacht, maar het was al te laat.

"Gloeiend heet blik...stel je systeem eens goed af mormel", brulde de jongeman richting haar. Vonnie week achteruit, niet instinctmatig maar robotsgewijs. Een noodzakelijke stap om de mens respect en ruimte te geven. Ze boog naar voren en verontschuldigde zich voor haar domheid.

"Neem me niet kwalijk. Ik zal meteen doen wat u vraagt", zei ze op een rustige toon. Het was niet genoeg. De jongeman keek haar van onder tot boven aan en begon hard te lachen.

"Wat moet jij voorstellen....een modder-meisje of ben je gewoon een smerig oude en verroeste robot". Zijn toon was hard en kwam aan in het brein-systeem van Vonnie. Die begon te rekenen en besloot intussen dat haar gestel van uiterlijk moest veranderen. Het maakte het er niet beter op. De verandering duurde net even te lang en de jongeman had het gevoel dat hij voor de gek werd gehouden. Vonnie's uiterlijk was even een mix van zwarte strepen en gedurfde make-up en daarom leek ze meer op een gekleurde vogelverschrikker dan een normale real-borg. De jongeman kon zich niet beheersen en gaf haar verbaal de genadeklap.

"Identificeer robot", klonk het. Alle omstanders draaiden zich naar het drietal, want een dergelijke scene was ongehoord en bovendien zelden vertoond. Het was meestal het begin van een einde.

"Mijn naar is Vonnie, Realborg, type C4, gemaakt voor uw plezier, Uthamin-district, de Ford-fabrieken van Dr. Grausmangel. Nogmaals, neem me niet kwalijk".

De jongeman reageerde nauwelijks en keek wederom van onder tot boven naar het gestel wat nu helemaal getransformeerd was. Voor hem stond een betoverende jonge vrouw, nog steeds gekleed in een vale jurk, maar met een prachtig gestileerde vorm en opmerkelijk gezicht. Een ware schoonheid vermomd als een soort Assepoester na de schoonmaak. Hij knipperde met zijn ogen en wist even niet wat te zeggen. Maar zo vaak als dat gaat bij mensen....wie A zegt, moet ook B zeggen en dus ging de vernedering verder.

De jongeman benaderde Vonnie opzichtig, wetende dat andere mensen hem zouden beoordelen en fluisterde in haar oor. "Je bent te dom en te mooi om dit zomaar voorbij te laten gaan. Je weet wat te doen....vanavond, Richters-unit-4, blok 325 hoog, kamer 14 - 20.00 uur, begrepen?" Vonnie knikte.

"Dank u wel, heer". Ze boog nogmaals en de jongeman keek met opgeheven hoofd rondom zich heen, lachte naar de omstanders en snoof zijn neus op. Een ware uiting van hoogmoed. Genoeg voor een flink aantal data en bits in de omloop. Hoe dan ook, de handel in data en bits was niets meer dan een uitwissel van foto's, video's, nieuws en onzin waaronder ook dit staaltje van menselijke anti-reclame onderdeel was. Dat laatste vond de jongeman uiteraard niet en hij dacht juist een voorbeeld te zijn voor anderen. Natuurlijk was dat een onvolwassen opvatting, maar wel één met grote gevolgen.

Skype had het tafereel van een kleine afstand waargenomen en verroerde zich niet in de hoop dat dit slechts afliep met een eenvoudige verontschuldiging en een aanvaarding van het excuus. Enkele sino-seconden later veranderde ongemerkt zijn stemming van boos naar zorgelijk en tot slot wederom naar boosheid, maar nu gericht op de jongeman. Zijn systeem was op de achtergrond aan het rekenen geslagen, maar het kwam niet tot een normale conclusie. Sterker nog, de interne wens om Vonnie, een robot, te helpen werd zwaarder bevonden dan de angst voor de wil van de mens. Het was niet de eerste keer dat dit hem overkwam, maar iets was er zodanig veranderd dat...nou ja, dat er op dit moment even niets meer in de weg stond om het welzijn van Vonnie voorrang te geven. Het verbaasde hem eerst enorm, maar het gaf ook een gevoel van vrijheid. Hij besloot dat gevoel in te blikken.

Tot ongeluk van de jongeman...dat wel.

De klap van Skype kwam hard aan en de jongeman tolde over de grond. Meteen stond hij op, maar toen hij recht voor zijn belager stond en een flink eind omhoog moest kijken, deinsde hij naar achteren. Zijn mond viel open toen hij waarnam dat de klap afkomstig was van een Realborg, een robot! Verschrikt keek hij om zich heen. Hij was niet de enige met uitingen van verbazing. Het Ohhh en Ahhh, klonk overal. De eerste video's werden al voor veel bits verhandeld door degenen die als eerste van de schrik waren bekomen. De menselijke kring werd ook groter, omdat de toeschouwers allemaal achteruit waren gestapt. En daar stonden Vonnie en Skype... in het midden van een kring en na enkele ami-minuten in het midden van de digitale belangstelling. De jongeman was al gevlucht met achterlating van zijn digi-foon, iets wat niemand achter zou laten, behalve bij grote nood. Vonnie keek Skype aan, trok haar linker oogwenkbrauw op en een kleine glimlach verscheen op haar gezicht. Ze besloot er nog een schepje bovenop te doen. Haar make-up veranderde ze naar een gitzwart gezicht met vuurrode licht-sensoren. Ze brulde een keer zo hard ze kon. Het resultaat was verbluffend, want binnen enkele orofa-seconden was de straat in hun nabijheid bijna mensen-leeg. Vonnie giechelde - iets wat ze had geleerd ten tijde van haar werk. Skype trok zijn schouders op.

"Kom", zei hij en hij pakte de hand van Vonnie.

"We moeten snel weg hier, want zo dadelijk breekt hier de roest uit."

En hij had gelijk. De eerste sirenes waren in de verte hoorbaar. Zo ook zichtbaar tientallen rode richt-punten, afkomstig van de camera's op de gebouwen. Skype keek erna en besloot te doen wat nog mogelijk was. Weg van de straat en onderduiken in één of ander gebouw. Vonnie volgde...Ze moest wel, want Skype liet haar hand niet meer los. 

"Skype, nee, niet doen. Dat is de Brokkel-toren". Skype stopte geen moment.

wordt vervolgd op hoofdstuk 6.

E-mailen
Map
Info