Ideemachine.nl
                                                                                                 

TTTT Hoofdstuk 4.

Robots....onder elkaar.

Aandacht is - voor mensen - vaak een vorm van eogisme. Zowel van de vrager als van de gever. Er is altijd een voordeel te behalen. Bij robots is dat anders. Zij hebben geen aandacht nodig om zich goed te voelen, maar overleggen wel regelmatig met elkaar om de afstelling van hun systemen te toetsen. Dat is nodig, want ongemerkt veranderen sommige instellingen. Langzaam, dat wel, maar toch. Het bureau van fine-tuning was daarom ooit in het leven van de robots geroepen en daar kon elke robot terecht, indien deze twijfelde aan de juistheid van de instellingen. Het gebeurde vaak. Een storing in het systeem kon een aanleiding zijn, maar ook iets wat de robot had meegemaakt, gezien of had ervaren. De laatste tijd kwamen robots op het bureau vanwege- zoals zij dat noemden - een vreemde gewaarwording. Het hield verband met de verminderde positiviteit ten opzichte van mensen. Waarom dat zo was, wist geen enkele robot goed aan te duiden en daarom sprak men met elkaar. Het leverde meestal niets op, maar in ieder geval was er getoetst, dus kon - als de tuning niet te groot was - de houdbaarheidsdatum van de VK, de verantwoordings-keuring worden verlengd. Pas bij grote voor de mens zichtbare problemen of na twintig jaar werkbelasting werd standaard een VK gehouden. Een gebeuren waar geen enkele robot op zat te wachten, omdat een dergelijke keuring enkele dagen duurde en veel energie kostte. Daarnaast werd de robot altijd tegen hun zin herplaatst op een ander werksoort. Tot slot was er altijd nog de mogelijkheid tot onvrijwillige definitieve demontage en de meest geavanceerde robots wilde "aan" blijven vanwege hun opgebouwde relatie met mensen en andere robots.

Het is duidelijk. Een relatie werd ook op de fine-tuningsdagen gevormd, want de sessie duurde enkele uren en de meest geheime "gevoelens" werden hier gedeeld. Zo ook vandaag.

Als robots onder elkaar gaan is de eerste indruk net zoals bij mensen ook belangrijk. Elke robot checkt een andere robot, zowel met interne als externe sensoren. De volgorde is meestal identiek, eerst het type, daarna de (on)mogelijkheden, de werksoort en tot slot pas de uiterlijke eigenschappen, waarbij glans bij gewone robots altijd een pluspunt opleverde. Er hadden zich al enkele doen-en werk-robots verzameld, zelfs een hond-achtige, toen een "meer afwijkende" versie de gespreksruimte binnentrad. Het was Skype, een type C5 met zelfrecht dus, iets wat hoort bij een real-robot. Hij keek de kleine ruimte rond en checkte alle andere robots binnen een fractie van een Z-seconde. Hij voelde zich goed genoeg en nam - zonder zich voor te stellen - plaats naast een F4, een geharde mijnwerker. Een korte blik op het skelet van zijn buur-robot was voldoende om te ontdekken dat er nog ontzettend veel gruis tussen alle naden en kieren aanwezig was. Skype vroeg zich af of alles nog wel goed kon functioneren en berekende de robot met een min-3.

Tijdens het gekibbel om de kwaliteit van de Th-olie maakte een andere robot zijn entree. Wederom betrof het een real-borg, maar dit keer een C7, een robot met beslis-functies. De meeste robots hadden nog nooit kennis gemaakt met een C7 en scanden ook diep om zo veel mogelijk informatie van hem te verzamelen. Vergeefs....want de real-borg had zijn systemen afgesloten. Hij stelde zich wel netjes voor.

"Goedemiddag, mijn naam is Dr. Salvin".

De andere robots meldden ook hun naam, maar uiteraard dwars door elkaar heen. Toen het gebrabbel af was gelopen, stelde Skype zich voor. Dr. Salvin knipperde éénmaal. Skype zag dat de Dr. plaats nam recht tegenover hem en merkte dat hij intern werd gescand. Het scannen werd een beetje ongemakkelijk, omdat hij de enige was waarvoor de Dr. interesse nam. Voordat dit gevoel van gerichte aandacht de overhand nam, werd echter zijn aandacht getrokken door een andere robot, die haar entree maakte. En wat voor één. Het betrof Vonnie. Op zich was haar binnenkomst niet zo vreemd, omdat elke robot wel eens een keer naar een fine-tune-sessie kwam, maar haar uiterlijke kenmerken waren opzienbarend.

Vonnie had gekozen voor opmerkelijke make-up. Ze had er geen speciale reden voor, maar ergens had een klein systeempje haar vanmorgen intern aangegeven dat misleiding misschien wel een voordeel had. Haar lichtsensoren lagen daarom diep in hun kassen, althans zo leek het, omdat zware donkere strepen rondom de glazen sensoren waren aangebracht. Ook haar lippen hadden de diep-zwarte kleur en om het geheel af te maken, leek het net of haar huid vies en vuil was. Niets zou haar uiterlijk leiden naar het werk wat ze verrichtte. Sinds het gebeuren in de club met de criminelen was ze op haar hoede. Ze zei niets en nam plaats.

Het was de normaalste zaak in de robot-wereld. De hoogst ontwikkelde robot had de leiding. Dr. Salvin keek de kring eens rond en pikte de jongste robot eruit door met zijn licht-sensoren te knipperen. De robot, een W-1, klein van bouw met een glimmend skelet begon.

"Eh, mijn naam is......". Hij werd onmiddellijk onderbroken. "Je naam doet er niet toe. Vertel wat je probleem is, meer niet", klonk de Dr. streng. De kleine had meer van de bijeenkomst verwacht en stotterde even, maar ging daarna verder.

"Nou, eh.....ik denk dat mijn klokken niet meer gelijk lopen. Kunnen we dat checken?"

Zonder dat iemand ook maar antwoord gaf, begonnen de aanwezige robots met het kalibreren van hun interne klokken en gaven met een hand-tentakel aan dat de controle bezig was. Kalibreren is bij robots vrij eenvoudig. Een aantal robots zetten hun kloksystemen open en zenden. Daarbij geldt dat de meest geavanceerde robot de meeste invloed uitzend. Uiteindelijk komt er een gemiddelde klok-stand uit en die kan worden aangehouden. Na enkele tipo-minuten was het klaar. De jonge robot keek tevreden en knipperde om aan te geven dat het goed was. De beurt ging over na een W-3, een flinke werkrobot met een zware bouw. Zijn stem klonk net zo zwaar als zijn skelet. Diep en langzaam.

"Geachte....."

"Stop!....geen gedoe, gewoon je probleem melden, wil je". Dr. Salvin keek de robot met gefronst voorhoofd aan en knipperde drie keer met zijn licht-sensoren. Het was de robot en alle anderen helemaal duidelijk. Er werd geen tijd verloren en praatjes onderling werden bij deze robot niet op prijs gesteld. De robot ging verder en boog zijn hoofd een beetje, omdat hij het idee had dat dat moest.

"Nou eh....". "Kop op, zware jongen. Zo bedoel ik het niet. We zijn allemaal robots onder elkaar, maar er....nou ja....ik heb niet veel tijd en daarom....Ga verder". Dit keer klonk de Dr. weer vriendelijker. De zware robot begreep het.

"Oke, mijn chef is ook een W-3 en eigenlijk vind ik dat verkeerd. We zijn gelijk en toch heeft hij de leiding gekregen. Het is niet dat ik de leiding wil hebben, maar het hoort toch niet zo? Ik wil het niet aan hem te vragen, want dat hoort ook niet". De zware robot keek de kring rond en wachtte op een antwoord. Die kreeg hij niet direct.

"Is die robot aangesteld door een mens of door een andere robot?", vroeg Skype.

"Eh, ja, een mens".

"Dan klopt het". 

"Oke, dan is het goed", zei de zware jongen met een stem die wat lichter en vrolijker klonk dan eerst.

"Dan mag jij nu je vraag stellen", zei de Dr. Hij keek naar de hond-achtige robot.

Dit keer stond de robot op voor zover een hond-achtige robot kan opstaan. De Dr. greep direct in, want hij vreesde dat de robot zou gaan lopen en kwispelen, maar nadat hij de robot eens goed in de licht-sensoren had gekeken, knipperde hij dat het goed was. Het was begrijpelijk want pas nadat de robot was opgestaan, werd op het skelet-type-plaatje duidelijk dat dit niet zomaar een eenvoudige hond-achtige Doe-robot betrof. Het was een T-4, feitelijk bijna net zo slim als Skype of elke andere real-robot, maar met vele beperkingen, omdat emoties, extern spraakvermogen en diep-rekenen niet waren ingebouwd.

"Aha, vandaar de trotse houding....en terecht", berekende de Dr.

De lange en slanke hond-robot betrof een verdelgings-robot. Zeer geavanceerd om slim te zijn. Ze was verantwoordelijk voor het vangen van ratten, iets waar de mens nog steeds niets afdoende op had gevonden. En in grote steden wemelden het van de ongedierte. Zoals gezegd, de ratten waren het slimste van al dat ongedierte en dus moest de verdelger ook slim zijn. Het was ook daarom dat ze opstond, want ze wilde eenvoudigweg niet zomaar over het hoofd worden gezien. Nadat ze de aandacht van alle robots had verkregen, begon ze met de interne digitale - niet hoorbare - boodschap.

"Allereerst wil ik melden dat tijd niet belangrijk is voor deze sessie", verzendde ze. "Als een robot geen tijd heeft, dan moet hij maar een andere keer komen, toch?". Ze keek nadrukkelijk de Dr. aan. "Bovendien", zo vervolgde ze. "Bovendien stel ik wel op prijs hoe een robot is benoemd. Mijn naam is Lottie. Misschien dat iedereen zich even met de roep-naam kan benoemen, want zojuist heb ik er niets van verstaan?" Ze keek wederom naar Dr. Salvin. Die knikte. Lottie keek naar links.

"Mijn naam is Skype", klonk het droog.

"Mijn naam is Dianne", zei de glimmende robot.

"Mijn werk-systeem wordt Hoennes genoemd", zei de zware jongen. "Deftin", zei de harde mijnwerker.

"Nou....Dr. Salvin dus". Een tentakel gebaar gaf aan dat hij niet meer wilde prijsgeven.

"Mijn gestel wordt Mohadrie genoemd, maar je mag Moha zeggen, hoor", zei een werkrobot waarvan evenzo alle kieren en nader waren gevuld met stof.

"Vonnie", klonk het kortaf. Ze knikte naar Lottie die wederom een digitale boodschap verzond.

"Mooi, dat is duidelijk. Nou...nu mijn probleem. Zoals jullie misschien konden raden, ben ik een verdelger. Normaal gesproken doe ik mijn werk. Eerst ruiken, dan sporen zoeken en uitzoeken waar de vluchtwegen van de ratten naar toe leiden. Meestal gaat het allemaal zoals gewenst is. De rat of muis loopt in mijn val en...nou ja...ik bijt het beest doormidden. Klaar. Zo ging het altijd, tot vorige week. Waar zal ik beginnen.....". Ze zuchtte wel hoorbaar.

"Ik kwam vorige week zondag op mijn werk. Er was iets aan de hand. De stilte van de silo's onder de deeg-afdeling  was opvallend en maakte mij een beetje....hoe zal ik het zeggen....onrustig. Het was namelijk muisstil. En dat terwijl dit de plaats was waar alle muizen en ratten van de stad zich in het weekend ophouden, omdat dan het deeg-gemaal stil staat. Ik heb het wel eens aangegeven...vergif in de holtes van de silo's spuiten en zeker weten dat er dan geen ongedierte meer overblijft. Maar ja. De mensen, de bakkers wilden het niet. Zodoende moet ik elke zondagochtend naar die donkere ruimte om te verdelgen. Nou ja, beter ook, want anders was ik meteen mijn werk kwijt. Zodoende....daar stond ik dan midden onder de bodem van een enorme silo, onder het meel-stof natuurlijk en te speuren naar sporen. Mijn reuk-sensor hoefde ik niet te gebruiken. Het stikt er normaal gesproken van het ongedierte. Sporen waren er wel genoeg te zien, kris-kras door elkaar, maar een muis of rat.....nee.....  Even dacht ik dat het aan mij moest liggen, maar bij andere keren was dat niet gebleken. Normaal gesproken was het daar zo vol dat ze bijna tegen je tentakels omhoog kropen".

"Plotseling zag ik in het midden onder de silo een rode vlek en naderbij gekomen, trof ik enkele dikke ratten aan, die rondom een piepklein ratje zaten. Het kleine mormel was gewond en normaal gesproken heb ik geen enkele moeite met het doormidden bijten van een beest. Maar deze keer werd het anders. Ik sloop wat dichterbij om het gebeuren eens goed te bekijken. Het kleine ratje had een wit kuifje op zijn kopje en het bibberde. Een grote rat, met ook een witte kuif stond op twee poten naast de dreumes en een andere lag roerloos zacht kreunend naast de kleine. Uit haar ogen dropen kleine traantjes. Een klein systeempje in mijn brein vonkte een enkele keer en ik schrok er van. Plotseling zag ik door mijn licht-sensoren verschillende ratten in mijn richting kruipen. Ik besloot om even niets te doen en voor dat ik het wist, raakte ik omringt met ratten. Ik wist niet wat me overkwam. Sommigen ratten brachten een beetje eten mee om dat bij de kleine neer te leggen. Knipperen met mijn sensoren hielp niet om me wakker te maken. Nee, ik was wakker genoeg. Ik was getuige van een klein dierlijk drama. Alles bij elkaar leek het nog het meest op een eerbetoon aan een belangrijke rat. Al de ratten hadden geen witte kuif en ik berekende ze als onderdanen van de witte kuif-ratten. Na even dit te hebben aangekeken, berekende mijn systeem - tot mijn verrassing - dat ik deze plaats voor nu moest verlaten. En dat deed ik, terwijl mijn systeem ook aangaf dat ik de grootste slag tegen het ongedierte voorbij had laten gaan". Jullie begrijpen dat mijn systemen flink van slag raakten. Ik hoorde het knetteren in mijn kop.

"Eenmaal terug op mijn rust-plaats kon mijn systeem geen afscheid nemen van het gebeuren en zoals het nu gaat........ik wil geen dieren meer doden". Er viel een stilte, niemand reageerde en wachtte rustig af. De hond-robot ging verder. "Wie weet wat zij denken? Wie weet wat ze voelen, wellicht wel meer dan robots. Ik bedoel maar....welk recht heeft de mens aan mij gegeven om dieren te doden? Nou ja, ik ben dus helemaal van slag en weet niet goed hoe het nu verder moet".

Lottie liet wat druk uit haar skelet ontsnappen en kleine wolkjes meel vlogen de ruimte in. Alle deelnemers waren er er nog steeds stil van en berekenden wat ze zouden kunnen adviseren. Dianne was als eerste klaar.

"Eh, Lottie. Nou.....je moet toch de bevelen van een mens opvolgen? Dus....je moet. Oppassen hoor, want anders gaat misschien je brein wel stuk." De groep knipperden tegelijkertijd een aantal keer.

"Goed gezegd, Dianne", zei Skype die niet had verwacht dat de robot-wetten hier zouden worden besproken. "De robot-wetten zijn streng", ging hij verder.  "Misschien helpt het als je bedenkt dat de mensen goed over de wetten hebben nagedacht. Bovendien.....ratten zijn schadelijk voor de mens. Ze brengen ziektes en daarom doe je goed werk". Wederom knipperden de meeste deelnemers allemaal met hun licht-sensoren. Toch was Lottie niet overtuigd.

"Ik begrijp dit, maar mijn brein sputtert tegen! Ergens is er iets ontstaan dat zorgt voor onrust en kortsluitingen. Hoe kan dat?" Ze opende haar grijp-tentakels en keek de kring rond. Dit keer kwam Dr. Salvin aan het woord.

"Luister Lottie. Ik heb ook gemerkt dat de robot-wetten soms tot onrust leiden met alle gevolgen van dien. Feit is dat de wetten mogelijk niet meer voldoen, juist omdat wij - robots - steeds beter kunnen berekenen. Misschien is het goed als je gewoonweg vraagt om ander werk". Er klonk een instemmend gezoem.

"Ik ben het daar niet helemaal mee eens", zei Vonnie tot ieders verbazing. Ze had al die tijd nauwelijks een reactie laten zien, behalve een zwak geknipper van haar licht-sensoren.

"Dr. Salvin....we gaan inderdaad steeds beter berekenen. Vooral robots die wekelijks een update krijgen. Ik zeg dat het bijna geen berekenen meer is, maar denken. Net zoals de mens. Sterker nog, misschien denken we al beter dan de mens. Het is daarom dat velen van ons gaan twijfelen. Kijk nou eens goed om ons heen. Overal worden nog steeds mensen en dieren misbruikt en erger. De mens is niets meer dan een wezen wat altijd moet worden gevoed. Met bits, data, dromen, macht en aandacht, toch?" Wederom klonk er een instemmend gezoem. Behalve door Hoennes en Deftin. Die konden dit niveau niet meer volgen. Vonnie ging onverstoord verder.

"Laat ik het zo zeggen. Ik snap Lottie wel. Dieren doden....waarom? Heeft de mens nu niet genoeg tijd gehad om na te denken over betere middelen? Wel toch? Duizenden jaren al. En wij.....wij robots zitten opgescheept met de robot-wetten, die nota bene zijn verzonnen nog vóór de 1e robot-oorlog. Ze waren bij het begin al verouderd. Laat ik een voorbeeld geven. En misschien heeft dit ook wel te maken met de vele kleine storingen waar wij allemaal mee te maken hebben." Ze hield opzettelijk stil om iedereen goed aan te kijken.

"Kijk de mens draagt ons op om taken uit te voeren bijvoorbeeld vuilnis oprapen in de stad of het doden van ratten. Vanwege die taken moet de robot zich door de stad bewegen. En bewegen draagt sowieso bij aan de dood van vele insecten. Ze worden door ons vertrapt. Die insecten...die zijn nodig voor vogels enzovoorts. Feitelijk beschadigen wij het ecosysteem van de aarde. Net zoals de mens zelf trouwens. En nu komt het......beschadiging van het ecosysteem bijvoorbeeld in de vorm van het doden van dieren, brengt de mensheid in gevaar en daarom is onze aanwezigheid op aarde al een schending van de 1e robot-wet. Tatata.....blik en zeem......daar hebben we een probleem."

Dr. Salvin knipperde niet eens met zijn sensoren. Hij was nog bezig met de berekening van deze stelling. Hoennes en Deftin knipperden daarentegen constant en hielden niet meer op. Dit was te veel voor ze. Dat was wel duidelijk. De anderen staarden Vonnie aan en ook zij rekenden en rekenden om dit een plaats te geven. Het duurde enkele Goha-minuten toen de Dr. reageerde.

"Eh......beste deelnemers. Ik stel voor dat we deze bijeenkomst direct afsluiten. Wel zou ik graag met Lottie, Skype en Vonnie een kleine voortzetting willen bepleiten. Kunnen we daar akkoord mee gaan?"

Dat kon. Sterker nog....de minder begaafde robots waren er snel bij om deze vreemde bijeenkomst te verlaten. Een langer verblijf zou vast breinschade opleveren, zo rekenden ze. Ze zeiden geen gedag en vertrokken met achterlating van de Th-olie.

wordt vervolgd op T T T T hoofdstuk 5.



 


E-mailen
Map
Info