www.ideemachine.nl (Robots&Zo)
                                                                                                 

Verhaaltje 9



Suus en zo.

Na de ontmoeting met de man op de steen gebeurde er niet zoveel meer in de vallei. Natuurlijk liep Skittel in de goede richting, omdat zijn berekensysteem werd geholpen door een kompas. Het ouderwetse dingetje was er door de professoren Klingel en Klopper op het laatste moment nog ingebouwd en werkte naar behoren. Ze vonden het gewoon stoer staan, een draaiende wijzer op een rode achtergrond. Als ze volgens Bopp in Oostelijke richting moesten lopen - naar het land van Oost - dan zou Oost de beste richting zijn om te volgen, zo berekende Skittel. Zo zie je maar dat ook robots niet alleen maar een waarheid - bijvoorbeeld 2+3=5 - nodig hebben, maar ook kunnen kiezen uit "de beste opties". Ook mensen kiezen, maar die doen dat meestal op goed geluk. En dat gaat vaak mis. Dus, beste lezers.....als je iets niet weet, vraag het aan een robot.

De vallei-wandeling had wel voor wat gedoe gezorgd. Daar waar stenen zijn, liggen vaak ook hele kleine steentjes en die...die passen soms perfect in een spleetje van een robot-skelet. Skittel moest dus vaak stoppen om een steentje eruit te peuteren. Meestal smeerde hij er dan olie in, maar de olie was te dun geworden vanwege de hitte en dat ging op een gegeven moment niet meer. Het was een geluk dat de vallei niet veel langer was dan dertig kilometer, want anders zouden tentakels minder goed kunnen bewegen. Doppeltje had ook wat problemen. Zijn voetbedjes verbrandde zich aan de warme stenen en dat zorgde voor enkele kleine scheurtjes. Op het laatst liep het beestje met zijn linker voorpoot een beetje mank, maar als Skittel vroeg hoe het ging, blafte hij; "goed hoor".

De vallei leek een eeuwigheid lang, wat erg lang is. Ook voor een robot die geen haast heeft. Skittel kon alleen maar leegte zien zover hij keek. Soms zag hij een enkele zwarte stip in de lucht, maar dat konden naar zijn berekening ook gieren zijn, vreselijke vogels die lachend wachten op een uitgeput hapje. Dat zou Skittel nooit worden, maar Doppeltje.....die zouden ze zeker lekker vinden. Vlak boven de vallei kringelde de warme lucht in kronkeltjes omhoog. Daardoor kon Skittel niet goed zien of er nog iets anders bij de stippen hoorde. Een gebouw of zo, of een boom. Niets van dat....ze waren nog te ver weg. Skittel besloot een liedje te fluiten en even laten blafte Doppeltje mee. We kunnen gerust zeggen dat de vallei nog nooit zo'n herrie had gehoord. Je had net zo goed een valse kat met een ijzeren pot en lepel kunnen laten spelen. Maar....het zorgde voor een goede moed en voor Skittel het berekende, had zijn oog een waarheid gezien. Hij zag dat de zwarte stip een kraai was en gelukkig niet een gier.

"Daar...Doppeltje. Een Kraai en waar kraaien zijn, zijn ook meestal mensen", riep Skittel met enige pret in zijn stem alsof hij alsnog de pot met goud had gevonden.

"O, die.....die kraai heb ik uren geleden al gezien." Er verscheen een groot vraagteken bij Skittel op zijn voorhoofd.

"Grapje", blafte Doppeltje en die lachte door met zijn staart kwistig te zwiepen.

Skittel moest zijn woordenboek raadplegen. "Een grap is een vrolijk verteld verhaal, een verrassende wending of een geinig element in een verhaal, film, lied of boek".

"Eh....Doppeltje. Dat jij vertelt een kraai uren geleden al hebt gezien....is geen echt verhaal, dus geen grap".

Doppeltje stopte meteen. "Nou lekker zeg. Ik vond het wel een grap en als jij dat niet vond, dan is dat jouw probleem", blafte hij geïrriteerd door er een kleine grom achter te grommen.

"Grapje", zei Skittel en pakte zijn buik vast om overdreven een lach uit te beelden. Even later lagen ze allebei te rollen door het gruis. "Dat was een goeie, Skittel". "Ja, maar die van jou ook hoor". Skittel vroeg om een poot tegen zijn grijp-tentakel. "Klets", klonk het door de vallei.

Hoewel er een einde van de vallei in zicht was, werd het toch nog meer dan een uur wandelen voordat ze daar aankwamen. Zoals gebruikelijk, had Doppeltje altijd wel een vraag om Skittel bezig te houden.

"Skittel.....Wat was er eerst. De kip of het ei. Wat bereken jij?, blafte hij.

Skittel raakte weer eens helemaal verrast door zo een vraag, maar toch vond hij het belangrijk. Tijdens het berekenen zou hij ook wat leren en dat was een doel op zich.

"Eh....Ik bereken, de kip.....Nee, nu bereken ik het ei.....eh....eh....Ik weet het niet. Weet jij het antwoord dan, Doppeltje?"

Doppeltje glimlachte. "Natuurlijk weet ik het. Het ei natuurlijk!"

"Waarom het ei? Zonder kip is er toch nooit een ei".

"Nou....het is toch veel gemakkelijker voor het grote licht om een ei te maken in plaats van een kip met een ei. Daarom....het ei. En als je twijfelt. Kijk maar naar een kuiken. Die kan meteen voor zichzelf zorgen, dus......het klopt. Eerst het ei...dan de kip".

Skittel berekende het na en kwam tot dezelfde conclusie. "Weer wat geleerd", riep hij verheugd. "Heb je nog meer van dit soort raadsels?"

"Natuurlijk Skittel. Wat bereken je van deze. "Wat wordt door mensen verborgen en kan uit zichzelf nooit terugkomen"?"

Skittel begon te rekenen.....en rekenen....en rekenen. "Moer en bout, zo begon Skittel. "Ik weet het niet. Mijn rekensysteem wordt wel duizenden kanten opgestuurd. Nee....het lukt me niet. Zeg het maar."

"De stilte", blafte Doppeltje.

Skittel kon er niet om lachen en voelde zich een beetje dom tegenover het hondje. Hij zei een tijdje niets en werkte aan een eigen raadsel. Plotseling wist hij het.

"Eh, Doppeltje. Ik heb er één voor jou. Let op. hoeveel is 3235 X 13?", vroeg Skittel en knipperde opzettelijk vijf keer met een rood vraagteken op zijn voorhoofd.

"Ja, dag", blafte Doppeltje. "Dat weet ik niet hoor. Ik kan niet rekenen, dus dat is vals spelen".

"Kan jij niet rekenen....Echt wel. Kijk maar. Hoeveel vingers steek ik op?"

"Drie", antwoordde Doppeltje.

"En nu doe ik er twee bij. Dat zijn...Hoeveel vingers?"

"Vijf", antwoordde Doppeltje vrij snel.

"Nou....hoeveel is drie plus twee dan?"

"Ik weet het niet. Ik kan niet rekenen", antwoordde Doppeltje vrij treurig.

Skittel gaf niet op en probeerde de meest eenvoudige sommen met zijn vingers. Daarna met stenen, maar niets werkte. Doppeltje kon niet rekenen en dat bleef zo.

Plotseling streek er een Kraai vlak voor hun neer. Ze waren aan het einde van de vallei aangekomen.

De Kraai maakte met een paar sprongen een rondje om onze vrienden heen. Kennelijk had het beest geen enkele angst voor een robot en een hond, dit terwijl Doppeltje er toch wel redelijk gevaarlijk uitzag. De bek van Doppeltje lag wijd open en het speeksel droop eruit. De Kraai huppelde op en neer, kopie omhoog, kopie omlaag en sloot het geheel af met een flinke krie-auw. Skittel zei niets en wachtte af. Doppeltje daarentegen gromde een keer.

"Nou, nou"....kraaide de Kraai. "Wat hebben we hier? Laat me zien...Eerst dacht ik nog anderhalf lopende stippen. Maar, neu....stippen lopen niet. En een stip is een stip, geen halve. Stippen zijn niets meer dan stippen en jullie zijn geen stippen. Ik zie....Ik zie een blikken ding en iets wat op een halve hond moet lijken, kra, kra. En wat doet dit allemaal hier? Hier bij mij. Een beetje lopen lanterfanten, lopen te mikmeugen, te lolproppen of zo? Nou ja, jullie mogen dat hoor, maar let wel...eh"

"Beste kauw", protesteerde Skittel die het ratelen beu raakte. De kraai ontplofte en sprong wel een meter omhoog. "Nee, schorremoer en blik. Ik ben geen kauw. Ik ben een Kraai. Ik noem jullie toch ook geen vuilnisbak en poesje".

"Ow....sorry. Foutje van mijn woordenboek, Jullie lijken ook...."

"Nee, nee, nee, helemaal niet. Kauwen zijn kauwen, minderwaardig gedrocht, dat is het, maar wij Kraaien, zijn van edele bloed en dat is iets heel anders", kraaide de Kraai.

"Goed....mag ik dan vragen hoe u heet?", vroeg Skittel.

"Mijn naam is Suus".

"En Suus....Wat doet u, eh....de edele kraai hier dan?"

De Kraai keek op en strekte zich uit. Het was kennelijk fijn om met edele te worden aangesproken. "Nou, Ik woon in het Kraaiendorp nabij de kermis. En niet alleen ik, maar ook Kra, Suss, Suus, Sues, Cra, Chra, Shuus, Suus, Suus, Kra, Suusie, Sjus, Suus, kleine Suus, Kraa en nog wat honderd neven en nichten".

"En die heten natuurlijk ook....." Doppeltje mocht de vraag van Skittel niet afmaken. Hij had geen zin om nog eens honderd namen aan te horen.

"Eh....Suus. als ik mijn woordenboek lees, dan vind ik nogal wat vervelende zaken". Skittel zei niets over het roven en wonen op begraafplaatsen, maar hij was niet gerustgesteld.

"Nee, vals gebrabbel. Klopt niets van. Luister naar mijn verhaal. Ik zal je de waarheid over de zwarte vogels vertellen. Als je tenminste geen haast hebt".

"Wij kennen geen tijd", blafte Doppeltje. De Kraai keek de hond belangstellend aan. Een loop-beest wat een idee over tijd heeft, vond ze maar vreemd,  maar hield haar bek gesloten.

Suus nam het tweetal mee.


Kraaien en zo.


Het kraaiendorp lag iets verderop, vlak na het einde van de vallei. Het pad maakte een scherpe bocht naar rechts en daar doemde achter een flinke groene heuvel een totale verandering van de omgeving op. Allereerst sprong het groen werkelijk uit alle hoeken en gaten. Lieflijke bloemetjes fleurden met hun kleuren en geuren en de bijen zoemden; "zoem" en "zoem". Een opvallende grote boom stond midden op een grasveld en daar was het een drukte van belang. Zwarte vliegende schepsels, de gehele familie met neven en nichten van Suus, sprongen op en neer en krasten de stilte naar de verste uithoek van de aarde. Als dit een mensenplek zou zijn, dan stond hier een volle markt met schreeuwende kooplieden, zo berekende Skittel. Anders gezegd...de herrie die de vogels maakten, was oorverdovend en uiteraard had Doppeltje hier het meeste last van. Skittel zette zijn geluids-ingang op laag en dat voldeed. Doppeltje begon echter keihard te blaffen in een poging de vogels stil te krijgen. Dat gebeurde niet. Skittel pakte nog snel twee ronde stenen en propte die in de oren van het arme viervoetige schepsel. Dat hielp wel en dat maakte Doppeltje duidelijk door zijn staart rechtop te zetten. Skittel zuchtte diep en verwachtte een druk en moeilijk gedoe hier bij de boom, maar met één schreeuw van Suus sprong elke kraai omhoog, zocht een plek en daarna was het eh...zo stil als een leeg blik op een keukentafel.

De stilte was opmerkelijk, eerder beangstigend misschien, juist omdat kraaien nooit stil zijn. Doppeltje keek Skittel streng aan en gebood hem ook stil te zijn. Suus huppelde inmiddels naar het midden van het grasveld en nam plaats in de schaduw van de boom. Ons tweetal sloot braaf aan. Eventjes gebeurde er niets, geen vogel bewoog, geen geluid te horen tot plotseling een vreselijke krieouw opsteeg uit de keel van Suus.

Suus begon te vertellen.

"Beste edele familie. Ziehier Skittel en Druppel"....Doppeltje knipperde met zijn ogen naar Skittel, maar die schudde snel met zijn hoofd.

"Ze wensen het verhaal der zwarte vogels te horen".

De boom schudde heen en weer. Alle vogels sprongen een gat in de lucht en kraaiden luid. Suus spreidde haar vleugels en de stilte keerde meteen terug. Skittel berekende een aankomend verhaal wat hij waarschijnlijk nog niet kende. In ieder geval had zijn woordenboek er niets over gevonden en ook Wikipedia bleef zonder antwoord.

"Het verhaal van de zwarte vleugels begon, volgens Suus in de tijd dat er slechts stoere ridders, kastelen en treurige prinsessen op de aarde hun plaats hadden gevonden. Nou ja....de prinsessen vooral dan, want de meeste van hen verbleven huilend in een zwarte toren in afwachting van een redding. Niet dat dat hielp hoor, want meestal werden ze dan wéér opgesloten in een andere zwarte toren. Hoe dan ook....de tijd was duister, zwart en ook vies. Maar....wij zwarte vogels...wij vonden het prima".

Suus schreeuwde de laatste woorden en dat zorgde weer voor een daverend gejoel en gehup. Skittel berekende dat deze vogels nogal gesteld waren op hun zwartheid. Het duurde een volle minuut voordat het weer stil was. Suus ging pas daarna verder.

"In die tijd dus, leefden de zwarte vogels; de Kraaien, de roeken, de kauwen en de dekselse rrrrr-aven gebroederlijk tesamen. Maar op één dag ontstond er een groot probleem. De opperste rrrr-aaf, ene Bik Bochel vertelde ons op de jaarlijkse vergadering bij het grijze meer van Gruk, dat de Aarde een bol was. Maar dat was natuurlijk onzin, de Aarde is zo plat als een natte flats op de grond". Suus hield even stil en Skittel maakte daar gebruik van, vlak voordat een zekere onrust in de boom weer zou ontstaan.

"Maar, de Aarde is een bol hoor", zei hij zonder ook maar na te berekenen wat de gevolgen van deze opmerking kon zijn.

De boom ontplofte. Alle Kraaien sprongen wild op en neer en kraaiden zo hard dat er een steen uit het oor van Doppeltje viel. Het gejoel duurde deze keer meer dan een minuut.

"Ha, ha.....domme robot", zei Suus nadat ze haar vleugels weer had uitgespreid. "Je maakt ons aan het lachen. Geweldig". "Heeft de hond Dripsel ook zo een geweldig idee? "

Skittel keek Doppeltje aan en schudde bijna onmerkbaar met zijn hoofd. Het hielp niet.

"Uh....Ik ben Doppeltje trouwens en ik ben van mening van de Aarde wellicht de vorm van een bot heeft. Jullie weten wel. Zo'n lekker bot van...." De boom ontplofte weer. Sommige Kraaien lagen op hun rug op het gras te rollen van plezier en anderen lieten de tranen uit hun ogen vloeien.

"Grappenmaker Drutsel", zegt ook wat....maar goed", ging Suus verder.

"Oke, beste familie. Laten we deze minkukels vertellen hoe het verder ging. Waar was ik gebleven...O ja. Nou, we kregen dus ruzie, want wat is nu bol? Een appel is bol, ja, maar als je hem doorbijt, is het nou...eh...niks meer. En wat is groot of klein... Ben ik nu groot of klein? Een mier vindt mij groot, een gier vindt mij klein. Slechts de grote lichten in de vrije lucht weten het. Hoe dan ook...De rrrr-aven dachten zeker dat ze alles wisten, maar wat ze vergaten, was dat wij met velen waren. Veel meer. We plaatsten de verwaande rrrr-aven op de donkerste vergeetplekken bij de eeuwige rustplaatsen van de dolende ridders. Je kunt hun daar meestal vinden, ha, ha, ha".

Suus had krachtig gesproken en uiteraard volgde er een wild applaus in de vorm van klepperende bekken en fladderende fladders. Skittel durfde niets meer te vragen. Tot overmaat van ramp was het Doppeltje die toch een opmerking blafte.

"En de anderen fladderaars, de kauwen, roeken en zo. Sorry hoor, maar ik zie geen verschil tussen zwarte vogels.", blafte hij. De olie binnenin Skittel raakte meteen in paniek en stopte even met stromen.

De boom ontplofte voor de derde keer en deze keer bleven nogal wat Kraaien op de grond liggen. Enkelen raakten versuft of vielen zelfs flauw van het lachen. Overal klonken de lachende krioewen en de krassende haha's. Zelfs Suus was even omgevallen.

"Dreppsel-ding, ziet het verschil niet. Zo'n goeie hebben we nog nooit gekrast", kraste Suus.  

"Zo", snerpte Suus. "Dat is ons verhaal. Nu die van jou, robot. Wat brengt jou hier, zo zonder baas en met een snuf-beest?"

Skittel berekende dat deze vraag best belangrijk was. "Als ze de raven, grote roofvogels konden wegsturen, dan moet je niet met Kraaien spotten", zo was de uitslag. Maar toch....hij besloot zo eerlijk mogelijk te zijn.

"Beste edele Kraaien. Dank voor jullie verhaal. Hoewel wij jullie hebben laten lachen, is mijn verhaal en dat van deze trouwe hond eenvoudig, maar niet om mee te lachen". Skittel hield even stil en merkte dat de Kraaien rustiger werden. Ook Suus borg zijn vleugels weer op en hield zijn koppie scheef. De luisterstand van alle dieren.

"Wel nu. Ik ben een robot en geboren om zelf te leren. Daarom ben ik in de wijde wereld terecht gekomen en vond ik deze arme hond, die ik heb gered van de ketting. Nu zijn wij beiden op zoek naar de stad Rotopia om daar een sleutel te vinden. Met de sleutel wil ik een evenwicht herstellen. Er is een dorp uit evenwicht, omdat alle robots niet meer naar alle mensen luisteren....vandaar. En dat is ons verhaal".

In de boom schuifelden de vogels op en neer. Ze begonnen met elkaar te kwebbelen en Skittel verstond er niets van. "Stop", kraaide Suus. "Jullie hebben vragen. Ik ook".

"Beste Robot en snuif-snoet', begon de Kraai, terwijl hij zijn vleugels weer spreidde.

"Moet jij alles zelf leren?", betrof de eerste vraag.

"Ja, zo ben ik geboren. Ik heb boeken gelezen en verder leer ik zonder de mens", antwoordde Skittel.

"Hm....maar wat wil je dan leren?".

"Nou.....Ik wil een goede Robot zijn, die mens en dier kan helpen. Verder eh.....". Skittel wist het niet meer. Het was ook een moeilijke vraag. Maar of dit genoeg was voor de Kraaien....dat liep even anders.

"Mooi", schertste Suus. "Breng Nero naar beneden".

Skittel keek naar boven en hoorde een flink geritsel in de top van de boom. Tegelijkertijd ontstond er een schermutseling tussen enkele Kraaien en plots duikelde er een vogel naar beneden. De arme vogel botste tegen enkele takken en toen het beest beneden was, lag er een hoopje veren op de grond met daartussen een koppie, waarvan de ogen hevig knipperden.

"Daar hebben we Nero....Nero is onze eh....meest gewaardeerde jongeling". Enkele vogels begonnen te gniffelen en Skittel berekende meteen een probleem.

"Dus, Skittel, als jij wil leren, dan lijkt opvoeden ons een hele goede taak."

"Nou, meneer, eh mevrouw Suus, edele...eh", stotterde Skittel. "We hebben geen tijd om...."

"Stop!"...Je hebt zelf gezegd dat jullie de tijd niet kennen en bovendien heb je zojuist nog gezegd dat je dieren wil helpen. Daarom....schenken wij...Nero onze lieve, aardige, altijd klaarstaande fantastische beste leerling ooit. Hij heeft slechts een ietsiepietsie opvoeding nodig en dat mogen jullie doen". Suus sloot zijn vleugels weer.

Skittel berekende dat protesteren geen nut had. "Oke, dan maar", zuchtte hij. Na deze mededeling ontplofte de boom voor de vierde maal. Als je niet beter wist, dan zou je de indruk kunnen hebben dat er een vogel-feest was begonnen. Dat was natuurlijk ook zo. Skittel en Doppeltje hadden geen idee waar ze mee werden opgescheept.

wordt vervolgd op 10.

E-mailen
Map
Info