www.ideemachine.nl (Robots&Zo)
                                                                                                 

Verhaaltje 8.



Stenen en zo.


Skittel en Doppeltje namen afscheid van Snoes. De mensen hadden besloten om haar te helpen en een robot....die kon dat niet, zo vonden zij. Het maakte Skittel niet verdrietig, want verdrietigheid stond niet in zijn woordenboek, maar toen Snoes hem een laatste knuffel gaf, berekende zijn brein een verhoging van de olie-temperatuur en een bibbering in sommige snaren. Skittel en Doppeltje waren door de mensen goed verzorgd. De olie was ververst en Doppeltje had zich volgegeten aan gebakken eieren, ei-soep, bami-met-ei en nasi-met-ei. Op het moment dat de eerste zachte scheten het hondje verlieten, werd de voordeur meteen geopend en zwaaide Bopp het tweetal uit.

En daar stond ons tweetal. Buiten....ergens.....en met een zelf gekozen opdracht, dat wel. Skittel had na het verhaal van Snoes besloten om in de Robot-fabriek van Rotopia, de oer-sleutel op te halen. Hij wilde met die sleutel alle robots in Stofferenblik weer in de oude staat veranderen, zodat ze alle mensen weer zouden gehoorzamen en niet alleen een griezel van een burgemeester. De mensen in het game-leer-centrum vonden het een goed idee en staken allemaal hun duim omhoog, toen Skittel het tijdens een limonade-feestje voorstelde. Doppeltje kwispelde met zijn staart en die stond net zoals een mensen-duim fier en recht omhoog.

Bopp maakte duidelijk waar Skittel de robot-fabriek ongeveer kon vinden. Een reis met het vliegtuig zou niet mogen, omdat hij een alleenstaande robot was. En bovendien zou Doppeltje moeten achterblijven. Het werd dus vooral een lange wandeling. Via de steen-vallei naar het kraaienpark bij de kermis van Roderik en vervolgens oversteken naar Nep-land. Van daaruit kon hij de Postel-boot nemen naar het land van Oost en dan moest hij het daar maar verder vragen, zo deelde hij mede.

"Kom...we gaan", zei Skittel en hij voelde de eerste stenen al onder zijn tentakels knarsen.

Maar voordat we verder de steen-vallei inlopen  Even wat anders. Iets wat je moet weten.

Stenen zijn iets bijzonders. Ze zijn al bijzonder, omdat iedere mens ze "normaal" vindt. Met hout is dat namelijk helemaal anders. Een boom wordt meestal groot, fier, sterk en ook mooi gevonden. En het beweegt ook nog eens.

Een steen daarentegen beweegt niet. Behalve als je hem oppakt of wegschopt. Bomen veranderen daarbij ook nog eens van kleur, van een kruin met lege bruine takken, soms met sneeuw erop, naar een plotseling opkomen van lichtgroene bladeren, vervolgens een verkleuring naar donkergroen en uiteindelijk een geweldig wonderlijk samenspel van de kleuren geel, oranje, bruin en rood.

Een steen verandert nooit van kleur, zo denken we.

Maar....

De werkelijkheid is anders. Sommige stenen zijn rond, zoals rond is bedoeld. Als je ze oppakt, dan voel je - als de steen door je vingers glijdt - de gladheid. De steen draait rond zonder dat het ergens blijft haken en het voelt nog prettig ook. Probeer het maar eens. Andere stenen zijn helemaal niet rond. Ze hebben soms wel honderden vlakken en die hebben ook nog eens soms verschillende kleuren of strepen. Ook wordt een steen anders van kleur, als je hem nat maakt. Dan wordt de steen meestal donkerder en als dan de zon erop schijnt, zie je het water verdampen. Kijk ook eens naar de groeven, de bulten, de deuken, de gekleurde lijntjes en de gaten. Weer andere stenen kun je "sijselen". Pak een hele platte steen en gooi hem naar het water. Als je het goed doet, dan springt de steen drie keer over het water voordat hij zinkt. Zo zie je....stenen zijn ook bijzonder...als je maar weet waar je op moet letten. En er is nog iets. Stenen maken veel mee, juist omdat ze blijven liggen, waar ze liggen. Weet je hoeveel dierenpoten en mensen-voetstappen er over de steen gaan? Heb je enig idee hoe oud stenen zijn? Nee, wel miljoenen jaren oud. En wat ze in die tijd allemaal wel niet horen. Ze kunnen niet horen, hoor ik jullie zeggen. Maar....weet je dat zeker? Oke, ze hebben geen echte oren, maar toch....Ik weet het niet zeker en heb maar besloten, dat bomen en stenen wellicht wel kunnen horen. Misschien praten ze ook wel met elkaar, wie weet. Stel je eens voor dat alles kan denken, praten en horen. De dieren, stenen, planten...alles. Zelfs de Aarde en de Maan. Nou, als je dat allemaal beseft, dan zag de hele wereld er anders uit....althans voor diegene die dat gelooft natuurlijk. Alle andere mensen blijven onwetend en denken.....dat een steen, slechts een steen is.

Skittel en zijn hondje verlieten het industrie-terrein en kwamen eigenlijk al meteen in de steen-vallei. Zoals er een zee van water bestaat, zo was daar een zee van stenen. allemaal verschillend van vorm, grootte en kleur. Toen Skittel verder vooruit keek, leek het echter vooral een bruine vlakte met soms een paar kleine scherpe rotsen of heuvels van afgebrokkeld steen. Aan weerszijden lagen de grotere heuvels en die waren vooral erg kaal. Dat was trouwens wel opmerkelijk. Bomen en gras ontbraken overal, ook in de vallei. Hier en daar een cactus, met een paar rode bloemen erop en dat was het dan wel. Skittel wist meteen wat misschien een probleem zou kunnen worden. Doppeltje had water nodig en de warmte zou de olie van Skittel sneller verdampen. Toch besloot het tweetal de gok te wagen. De mensen hadden immers gezegd dat je door de vallei moest gaan om bij het kraaienpark te komen.

Het woordenboek en Wikipedia, Google en Hoge school van Alles en nog wat, berekenden intussen dat Skittel zonder al te veel problemen het kraaienpark zou kunnen bereiken. Weliswaar was de vallei dertig kilometer lang, maar....het moest kunnen. Nou, beste lezers....dat werd wel een bijzondere wandeling. Let maar op.

Na een paar uur wandelen, begon Doppeltje zich te vervelen. Hij schopte wel tegen wat steentjes, maar dat deed eigenlijk alleen maar pijn aan zijn voetjes. Een steen oppakken was ook al geen goed idee. Zijn tanden probeerden op een steen te kauwen, maar dat lukte natuurlijk niet. Toen Doppeltje er wat van zei, besloot Skittel om samen iets te doen. Skittel pakte een steen op, gooide het weg en Doppeltje bracht de steen terug. Het spelletje maakte de wandeling erg gezellig, maar na ongeveer vijf minuten stond de bek van Doppeltje wijd open en zijn slijmerige tong sleepte over de stenen. Doppeltje gaf aan dat het genoeg was en ging pardoes liggen om uit te hijgen. "Oke....slecht plan", zei Skittel en die berekende dat ook zijn temperatuur flink omhoog was gegaan. "Laten we even rusten".

Al rustende had Skittel de gelegenheid om Doppeltje iets te vragen wat hem al lang bezig hield. "Waarom kunnen dieren eigenlijk de mensen-taal verstaan? Dat is toch eigenlijk best vreemd, Doppeltje.", vroeg Skittel.

"Nou....dat weet ik toevallig", zei Doppeltje al likkend aan zijn voetbedjes. "Mijn moeder heeft het mij verteld. De grote lichten hebben dit bedacht."

"De grote lichten....wat bedoel je?"

"Nou, die lichten in de lucht. De Zon en de Maan, noemen de mensen hen. Weet je, Skittel....Wij dieren waren veel eerder dan de mensen op Aarde en toen konden we heel erg lang niet met elkaar praten. Op een dag hadden de twee lampen besloten dat ze dat saai vonden. Ze strooiden met speciaal licht en toen konden de hapjes plotseling elkaar verstaan. Later....veel later werden de mensen op Aarde gestrooid en we leerden beetje bij beetje hun taal. Maar....de mensen...."

"Eh....wacht even. Hapjes....vertel eens, want dat snap ik niet."

"Nou, alle eetbare dieren, de hapjes dus. Dat zijn alle dieren die opgegeten worden door de Slurpers. De Slurpers zijn de boeven en zo, van klein naar groot. Enge beesten, die niets liever doen dan sluipen, bedriegen en alles wat ze lekker vinden opeten".

"Oke....ga verder, ik snap het".

"Nou, eh....Dat is het. Jij, Skittel spreekt de mensen-taal, dus jou kunnen we ook verstaan. En volgens mij hebben alle stenen en houten ook een taal, maar eh...die hoor ik niet."

"Houten....je bedoelt de bomen."

"Ja, de bomen."

"En de Slurpers...kunnen die ook met elkaar praten?"

"Nee, gelukkig niet, Hoewel....Er zijn wel verhalen over vliegende beesten met vuur uit hun bek die dat doen en leeuwen....Leeuwen, die wel, al weet ik niet wat voor soort beesten dat zijn."

Skittel berekende veel vreemde zaken in dat wat Doppeltje hem vertelde, maar een goede berekening waarom hij met het konijn en de hond kon praten, werd nooit gegeven. "Soms moet je gewoon niet alles willen berekenen", berekende Skittel en liet het verder voor wat het was. "Een wonder"....volgens zijn woordenboek.

Toen Doppeltje uit was gehijgd, liepen ze verder. Plotseling zagen ze een mens, iets verderop. Hij of zij zat op een grote steen. Skittel vond het vreemd maar ook nuttig. Zo kon hij mooi vragen of ze op de goede weg waren.


De man met de steen.


De man, want dat was het, bewoog zich niet. Ook toen Skittel en Doppeltje dichterbij kwamen, maakte hij geen aanstalten om hen aan te kijken. Skittel berekende snel dat de man hun waarschijnlijk vertrouwde. Zo ook Skittel. Hij berekende geen reden van gevaar of iets dergelijks. Het leek gewoon een man, een mens zittend op een steen. Pas toen Skittel vlak voor zijn neus ging staan, keek de man op.

"Goedemiddag Robot", zei de man sloom. Hij sloot zijn ogen en opende die weer. Het was geen knipperen, want dat gaat veel sneller. Nee, de man leek met dit gebaar aan te geven dat hij even nadacht. Skittel bekeek de man wat nader en Doppeltje deed een plas aan de achterzijde van de steen. Het vreemde aan de man, begon al bij de haren. Die waren grijs en dik. Ze bewogen niet eens in de wind. Het voorhoofd van de man had meer weg van het profiel van een autoband zo diep zaten de groeven. De man kauwde ergens op en normaal gesproken moesten dan voorhoofd en wangen meebewegen, maar dat ging moeizaam. De neus, vrij groot en korrelig, vond Skittel te groot voor zijn gezicht. Wel maakte het gezicht een rustige vriendelijke indruk. Doppeltje kwam weer tevoorschijn en zette zichzelf weg bij de blote voeten van de man. Er waren slechts drie tenen, zo kon Skittel zien en zo breed als een hand. Voor de rest viel het wel mee. De kleding had zich aangepast aan de warmte. Een lange witte jurk met een koord. Meer niet.

"Eh, goedemiddag meneer. Mijn naam is Skittel en dat is....."

"Doppeltje", zei de man. "Ik kreeg het door van de steen". Skittel wist niet wat hij hiervan berekende en stelde toen maar de vraag wat hij hier deed.

"Zitten.....eten en wachten, beste robot". De man pakte een stukje sinaasappel van de steen en stak het in zijn mond. Alle bewegingen gingen langzaam. Het oppakken, het stukje naar de mond brengen en de mond openen. Het was net of de tijd bij de man alles vertraagde.

"Moeten wij u misschien helpen. Het lijkt erop...." Skittel kon weer zijn zin niet afmaken.

"Nee. Alles is goed en als je bedoelt dat ik sloom ben, dan klopt dat."

"Eh, want?...."

"Er is geen tijd, beste Robot. Kijk maar naar jezelf. Heb jij last van de tijd?", zei de man en keek met zijn lichtgrijze ogen Skittel diep aan. Skittel voelde bij de man meteen iets bijzonders. Zijn brein ging meteen rekenen en al snel kwam er een antwoord; "Gek of wijs". Skittel besloot het laatste aan te nemen.

"Het klopt meneer. Een robot kent geen tijd, althans het maakt mij niets uit of iets kort of lang duurt".

"En zo is het".

"Maar eh.....".

"Luister robot. Je bent nieuwsgierig. Je wilt nog veel leren, hoor ik van de steen. Nou, ik kan je wat leren."

"Wat dan?"

"Dat weet ik niet. Wat wil je weten?"

Skittel ging zitten naast de steen. "Verbliksumie...Ik krijg nu de kans om iets te leren. Wat zal ik vragen?", berekende hij snel.

"Ik zal je helpen. Weet jij waarom er haast bestaat?", zei de man, die zich nog steeds niet had voorgesteld. Skittel keek hem aan, knipperde met zijn ogen en schudde zijn hoofd.

"De ouden Goden lieten ooit lang geleden twee adelaars los om het middelpunt van de Aarde te vinden. Daar lag een pot van goud en het geluk. De vogels vertrokken vanuit één plaats, bij een grote steen en vlogen ieders één kant op. Daar waar ze elkaar tegen zouden komen, daar was het midden van de Aarde, zo werd hen verteld. Ze hebben elkaar nooit meer gevonden en vliegen nog steeds rond. Daarom bestaat de haast".

"Ik begrijp het niet. Omdat twee adelaars blijven zoeken, bestaat er haast."

"Dat klopt. Kijk maar naar de mens....die zoeken hun hele leven naar het geluk. Nooit tevreden".

Skittel knikte en dacht aan Gerardo. Die had nooit haast en leek zeer tevreden.

"Nou, er zijn vast wel mensen die tevreden zijn."

"Dat klopt, Skittel. Sommigen wel, maar daarmee is de haast nog niet weg. Die blijft....voor altijd."

"Heeft u dan haast?", vroeg Skittel.

"Wat denk je zelf, Skittel".

Skittel betreurde zijn vraag. Het brein wist de uitkomst van zijn berekening al.

"Maar waarom zit u dan hier?"

"Het is simpel....Ik heb het middelpunt gevonden. Hier bij deze steen. Ik heb alle tijd en dus ook geen haast."

Doppeltje blafte en vroeg zo om aandacht.

"Doppeltje vraagt of dieren ook haast kennen.", zei Skittel en hoopte maar dat het geen domme vraag was.

De man begon te lachen maar dan wel op zijn manier. Langzame geluiden en ook het schudden van zijn lichaam ging met kleine horten en stoten. Even leek het alsof er wat stukjes steen van de man afvielen, maar "dat zou toch wel niet kunnen", berekende Skittel.

"Ha...................ha....................ha". "De meeste dieren weten niets van haast. Ze zoeken ook niet naar geluk en nemen hun leven zoals het is."

"Dat klopt", berekende Skittel.

"Maar...eh....als u hier bij deze steen bent, dan ligt hier dus een pot van goud?", vroeg Skittel, omdat hij wilde laten merken dat hij een slimme robot was.

"Goeie vraag hoor Skittel. Maar natuurlijk ligt hier een pot van goud. Kijk maar rondom je heen."

Skittel keek rond en zag alleen maar stenen en rotsen. Hij trok zijn tentakels omhoog en knipperde drie keer met zijn ogen.

"Luister Skittel. Over tien miljoen jaar veranderen sommige van deze stenen als vanzelf in goud. Soms komt het goud uit de rotsen, soms ligt het gewoon onder een steen".

"Maar eh....zolang leven mensen niet, dus eh....."

"Steen en gruis, dat klopt, maar moet de Aarde zich dan aanpassen aan de mens, Skittel?"

Skittel berekende deze vraag. "Blik en olie....dat is waar. De mens moet zich aanpassen aan de Aarde, niet andersom.....", zo was het antwoord. En meteen viel er ook een antwoord op een andere vraag. "De mens.....die past zich niet aan....nee, olie en kan.....ze gebruiken de Aarde." Skittel schrok van het antwoord en de man bij de steen zag het.

"Wees gerust Skittel. Ooit zal de mens het weer weten en dan verdwijnt ook de haast."

Skittel nam afscheid van de man, bedankte hem voor de les en liep verder. Plotseling draaide hij zich om. "Eh, meneer....ik weet nog steeds niet hoe u heet?"

Skittel keek verbaasd. Er was alleen nog maar een steen, verder niets.

Doppeltje blafte. "Zijn we nu op de goede weg?" Skittel keek het hondje aan. "Verblikie, vergeten te vragen. Ik denk van wel....anders had de man het wel gezegd, toch?" Doppeltje knikte.



wordt vervolgd op verhaaltje 9.

E-mailen
Map
Info