Ideemachine.nl
                                                                                                 

Verhaaltje 7.



Bliep, Toink en zo.


Des te verder ze liepen, behoedzaam dat wel, des te groter werd het puntje, totdat het over ging in een ienie-mienie-spleetje. Het spleetje werd verderop een kleine kier en toen ons tweetal de deurklink zag, veranderde de kier in een werkelijke uitgang. Zoals Skittel al had berekend, "elk begin heeft ook een einde en elk einde is een nieuw begin". Het einde betrof dus een deur. Een gewone deur, dart wel, van hout en voor mensen gemaakt. Skittel was de eerste die stiekem om de hoek keek en wat hij zag, gaf hem voldoende moed om Doppeltje te wenken. Samen gingen ze door de deur en stapten gebroederlijk in de nieuwe wereld. Skittel deed de deur achter zich voorzichtig dicht en....de deur verdween in het zwart. Zover als Skittel keek, naar boven, onder, naar rechts en naar links...al datgene waar ooit de deur was, was nu een zwarte leegte. Skittel draaide zich maar om, weg van de leegte en liep een paar stapjes naar voren. Slecht één keer keek hij om en zag dat de zwarte leegte samen met hem mee naar voren bewoog. Skittel snapte er niets van en zei stilletjes tegen Doppeltje vlak naast hem te blijven. Hij vertrouwde de leegte achter hem niet meer hoewel hij er net vandaan kwam.

Naar voren bleek de wereld er totaal anders uit te zien. Vlak onder zijn loop-tentakels liep een rode strook van kleine stenen en die kronkelde naar voren. Sommige lezers zullen wellicht denken dat hier de weg van Oz lag, maar dat is niet waar, want die was geel. De weg liep zover door als het oog van Skittel kon zien, maar er bevonden zich verderop ook vreemde blauwe blokken op de weg waarvan hij totaal niet wist wat deze konden betekenen. Skittel keek rondom zich heen en zag aan beide kanten van de weg een fraai grasveld vol met veelkleurige bloemen. Toch was er iets geks met het grasveld, want aan de uiterste zijden werd het beeld helemaal vaag. Alsof daar de wereld ook ophield te bestaan. Een zwarte leegte was er weliswaar daar niet te zien, maar het leek daar niet echt helemaal pluis. Hoe dan ook...Skittel en Doppeltje werden min of meer gedwongen om de rode weg te volgen. En dat deden ze dan maar. Na een tijdje kwamen ze aan bij het eerste blauwe blok. Het blok, zo'n halve meter hoog en net zo breed als de weg lag daar midden op de weg zonder enige bedoeling. Skittel liep naar de zijkant en zag niets bijzonders. "Kom", zei hij tegen Doppeltje en die sprintte het gras op om verder te kunnen gaan. Plotseling verstijfde het hondje en werd, toen hij zijn eerste pootje op het gras zette, meteen teruggeworpen op de weg. Het hondje likte zijn pootje en gaf aan dat het gras hem pijn deed. Skittel vertrouwde het gras niet meer en besloot om op het blok te klimmen. Dat was geen probleem en Doppeltje sprong hem na. Op het blok, ze konden er gewoon staan zonder eraf te vallen, zagen ze een enorme hoeveelheid blokken op de weg. Sommige groot, sommige klein en anderen waren niet vierkant, maar rond. Skittel keek Doppeltje aan en zijn zwijgen hield automatisch in dat hij ook geen idee had wat dit allemaal te betekenen had. Ons tweetal liep verder en vorderden gestaag door elk blok gewoon over te klimmen of te springen. Skittel keek vaak achterom en zag dat inderdaad de zwarte leegte hen volgde. "Terug kunnen we niet meer", berekende Skittel. Na het twaalfde blok gebeurde er iets wat alles zou veranderen. 

Op het moment dat Skittel op het blok sprong, schoot er iets uit het blok en het blok gaf een bliep-geluid. Doppeltje stond nog voor het blok en moest snel omhoog springen om het ding te ontwijken. Het hondje wilde gaan lachen, maar daar kreeg hij geen tijd voor. Skittel schreeuwde "Doppeltje spring...nu". Het beestje keek achterom en zag dat het vreemde ding - het leek wel een stekelvarkentje - met een toink-geluid tegen de leegte was gebotst en snel weer terugkwam. Doppeltje sprong naar Skittel en het vreemde ding verdween in het blok. 

"Wat was dat nou?", blafte het hondje. 

"Geen idee", zei Skittel. "Kom we gaan snel verder". 

Na deze eerste kennismaking met de gevaren van de blokken volgden er al snel meer. De meeste blokken hadden inderdaad een stekelvarkentje binnenin en sommigen wel twee. Iets verderop werden de blokken hoger en Skittel moest dan Doppeltje oppakken om verder te kunnen komen. Beiden hadden er op één of andere manier wel plezier in, maar Skittel hoopte wel dat deze weg niet al te lang zou duren. Plotseling zagen ze een jong meisje staan, gekleed in een roze pyjama, midden op de weg vlak na een flink blok. Skittel en Doppeltje namen zonder problemen dit grote blok waar wel drie stekelvarkens uit werden geschoten en kwamen aan bij het meisje. Skittel zag meteen dat er iets niet goed was, want haar wangen waren overstroomd door dikke tranen. 

"Dag, beste mejuffrouw. Ik zie dat je huilt. Kunnen wij je helpen, misschien?", zei Skittel zo rustig en vriendelijk mogelijk. Doppeltje besloot maar om niet te blaffen en zeker zijn bek niet te openen. 

"O, gut....een robot". Ze keek naar beneden. "En een hondje, nog wel. Waar komen jullie vandaan?", vroeg ze snotterend. 

"Nou...Ik ben Skittel en dat is Doppeltje. Hij doet niets hoor. Het is een lieve hond. Maar...eh....wij komen daar vandaan." Skittel wees naar de leegte. 

"Ik ook....Ik ben Snoes. Snoes van Meersum". Ze begon weer te huilen. 

Skittel wist niet goed te berekenen wat hij nu moest zeggen. Hij besloot een grijp-tentakel op haar schouder te leggen en pakte een olie-schoonmaak-doekje. "Hier....voor je tranen". 

"Ach...dank je." Snoes snoot haar neus en wees vervolgens naar het blok recht voor haar. 

"Ik weet het. Er zitten stekelvarkens in en eh...."

"Deze niet. Uit deze komt een plant met een grote bek. Het onding komt bovenuit het blok. Ik kan er niet omheen. Ik kan er niet doorheen. Ik zit vast". Ze begon weer te huilen. Skittel keek naar het blok en besloot om dit eens nader te onderzoeken. Hij nam een aanloop en sprong zo hoog als hij kon. En dat was hoog hoor! Er kwam inderdaad een plant uit het blok en die opende zijn bladeren. Skittel keek naar beneden en zag een paar lange tanden. "Oei", berekende hij..."Daar wil je niet invallen". Eenmaal aan de andere kant, nam hij weer een aanloop en sprong terug. 

"Het klopt, Snoes. Dat is niet pluis, maar het lukt mij wel".

"Hoe bedoel je?"

Skittel nam Snoes op zijn skelet en pakte Doppeltje vast. Hij nam weer een aanloop en sprong met gemak over het blok. Hierna zette hij het meisje weer af en Doppeltje huppelde vrolijk rondom hen heen. Plotseling klonk er een donkere stem. 

"JA HO....STOP MAAR. DIT MAG NIET. WE STOPPEN." 

Het drietal keek verschrikt om zich heen. Ze zagen niemand en dat maakte Snoes een beetje bang. Ze pakte de tentakel van Skittel vast en kroop een beetje tegen hem aan. Doppeltje had zich ook beschermd en stond pal tussen de loop-tentakels. Op de één of andere manier vond Skittel het bij elkaar zijn fijn. Hij ademde zijn skelet diep op waardoor hij wat groter leek en nam zich voor om hen te beschermen. Maar dat was niet nodig. Aan de linkerkant piepte er iets en toen ze keken zagen ze een open deurtje. Op de plaats waar alles vaag was, verscheen nu een muur met het deurtje. In de opening kwam een man tevoorschijn. Hij leek vriendelijk, vanwege zijn overdreven grote blauwe bril en wenkte hen. "Kom maar hier naar toe, dan leg ik het uit", zei de man en ook zijn stem klonk aardig. 


Antwoorden, vragen en zo.


Voorzichtig stapte Skittel op het gras en er gebeurde niets. Hij maakte nog wat stappen. "Het is goed....Kom maar mee, want we kunnen hier toch niet blijven, toch?" Doppeltje rende meteen naar Skittel toe en uiteindelijk stapte ook Snoes op het gras. Ze raakte eerst even met haar blote teen een grassprietje aan, daarna zette ze haar voet neer en durfde toen pas een echte volgende stap te zetten. Achter de deur was een vierkante ruimte, opgebouwd uit schotten van hout, met een wit plafond en meerdere deuren. De man stelde zich niet voor en liep vooruit. Ons drietal volgde, maar Snoes bleef schichtig om zich heen kijken. De route waarlangs ze liepen was een warboel. Slechts Skittel zou de weg terug kunnen vinden, zoveel deuren, trappen en gangen gingen ze door. Er waren ook andere mensen, mannen en vrouwen, allemaal met een blauwe of rode bril en die knikten vriendelijk of zeiden "Goedemiddag" en dat soort woorden. De meeste mannen hadden een blauwe bril en sommigen een kort baardje, de vrouwen een rode en geen baardje, zo zag ons drietal. Ook de kleding bij de mannen en vrouwen was voornamelijk hetzelfde, voor de man een lange witte jurk, sandalen eronder en een blauw koord. De vrouwen die ze tegenkwamen, droegen ook sandalen, maar met touwtjes kruislings gebonden tot aan de knie. En een dieprode overall waarvan de pijpen slechts tot de knieën kwamen. Het zag er allemaal een beetje gek uit, vond Skittel en berekende de vraag waarom ze dit droegen.

Het antwoord op deze vraag werd al snel beantwoord. Eenmaal aan gekomen in een grote ruimte, werden onze vrienden in het midden geplaatst. De man verzocht hen te gaan zitten en vroeg wat ze wilde drinken.

"Een limo-olie", zei Skittel en doe maar gewoon een bakje water voor Doppeltje.

"Voor mij...eh, een zola, smaak gember als jullie die hebben?".  De man lachte. "Natuurlijk hebben we dat. Ik ben zo terug."

De korte afwezigheid van de man gaf de gelegenheid om eens te bezien waar ze nu weer waren beland. Het vertrek was helemaal gevuld met mensen, die achter een computer zaten en zo te zien waren ze allemaal druk bezig. Sommigen bewogen wild in hun stoel, anderen zaten achter een stuur, maar de meesten drukten slechts op enkele knopjes van een apparaat in de hand. De man kwam terug en zette de drankjes op een tafeltje. Ons drietal had dorst en de man liet hen rustig het glas leegdrinken of in het geval van Skittel het inschenken.

"Eh....Laat ik mij eerst voorstellen. Ik ben Bopp, met dubbel p aan het einde en chef van deze afdeling. Mag ik vragen naar jullie namen?" Skittel en Snoes antwoordde beleefd.

"Oke, nou eh....Waar jullie in zijn beland is ons computerspel-leerprogramma. We oefenen hier computerspellen met echte mensen. Zoals je ziet zijn er veel spellen - we hebben twee teams, mannen of vrouwen (vandaar het blauw en rood) en jullie waren in een zeer oud, maar eenvoudig spel beland. Ik wil meteen sorry zeggen tegen Snoes, want...eh....we hadden niet verwacht dat je zo snel zou gaan huilen. Toen eh....Skittel en zijn vriendje kwamen, was het spel voorbij. Een robot zoals Skittel kan vanwege zijn bereken-kracht elk spel moeiteloos spelen en dus helpt ons dat niet. We hebben jullie eruit gehaald en nu zitten we hier."

Skittel wist niet wat hij hoorde. "Een spel spelen met echte mensen...."

"Eh, ik heb een vraag, nou ja...eigenlijk wel veel vragen....Eh...waarom echte mensen? Sommige spellen zijn toch gevaarlijk", vroeg Skittel en knipperde een keer langzaam met zijn ogen.

"Goede vraag Skittel, maar wees gerust. Geen mens zou gewond raken hoor. Alleen...eh, nou ja, we werken wel met vervelende signalen, zoals een elektrisch schokje aan de voet of hand."

"En die plant met tanden dan?". Snoes stond rechtop en haar oog-pupillen waren helemaal zwart. Een pruillip zorgde voor een nog bozer uiterlijk.

"Ho, ho...rustig maar Snoes. Er zou je niets erg zijn overkomen, behalve een prikje van een brandnetel."

"Maar dat doet best pijn hoor", brieste Snoes.

"Tsja....weet je. Eigenlijk moest jij daar helemaal niet zijn. Wij weten ook niet hoe het komt, maar elke keer verschijnen er mensen in dat spel. Zomaar...."

"Dus jullie weten niet dat daar een deur zit met een gang naar het blikken-dorp?", vroeg Skittel.

"Eh, nee....nou ja, de mensen die door de spel-levels heen gaan, komen uiteindelijk bij ons en vertellen dat ze nooit terug willen, dus hebben we het zomaar gelaten. Extra onwetende deelnemers is handig voor ons."

"En waar zijn al die mensen nou", vroeg Snoes. Nu met enige beheersing. Ze sloeg haar armen over elkaar.

"Gewoon.....na betaling voor het meedoen ons gebouw uit en waar ze daarna naar toe gaan. Ik heb geen idee. Eh....Heb je het koud meiske? Kom hier ik heb een lang vest voor je".

Skittel berekende nog veel meer vragen, maar er was ook één vraag die met rood was aangegeven. De man was hem echter voor.

"Zeg, Snoes", zei hij toen hij het vest om haar heen sloeg. "Jij bent het eerste...eh...kind hier. Hoe kom jij eigenlijk hier terecht?" Skittel, Bopp en Doppeltje keken meteen Snoes aan, want ook zij wilden dit wel weten. Snoes veegde haar tranen weg.

"Nou, begon ze.....Dat is best een lang verhaal."

"Geeft niet", zei Bopp. "Neem je tijd...misschien kunnen we je helpen".

Snoes zuchtte diep en begon met haar verhaal.



Het verhaal van Snoes van Meersum en zo.


"Ik ben op een vrijdag, 13 oktober geboren in Dom-stad. Dat ligt ver weg van hier, is mij gezegd in het dorp Stofferenblik, maar dat is ook alles wat ik ervan weet. Mijn moeder had al twaalf kinderen heeft mij nummer dertien dezelfde dag nog weggegeven. Zomaar, omdat ik huilde, denk ik. Ik weet niet wat ik daarvan moet denken...eh....baby's huilen toch altijd? Ach ja.....Ik kwam dus terecht bij een centrum voor spook-kinderen. Dat zijn kinderen die slaapwandelen, gekke dromen hebben of vreemde dingen overdag zien. Tenminste dat denk ik, want er werd veel geslaapwandeld. Eigenlijk wandelde we meer in de nacht dan overdag. Nou ja.... Het was er erg gezellig. Wat mij betreft - en wat ik nu weet - waren wij gewoon normale kinderen. We speelden veel buiten, speelden nooit met games en kletsen met elkaar. Iedereen was vriendje van iedereen en....er werd nooit gepest. We hielden van elkaar. Natuurlijk was er ook verdriet. Als iemand werd opgehaald bijvoorbeeld. Zo vond ik het afscheid van mijn beste vriendin Samira de Mroc niet leuk.

Natuurlijk werd ik op een dag ook opgehaald. Ik zou een nieuwe moeder krijgen, zei zuster CeeCee. Of er een papa bij werd geleverd, werd mij niet verteld. Had ik het maar geweten....Dan was ik nooit meegegaan. Ik kreeg ook een nieuwe naam; Charlitse-Mosj-Isabulla van Meersum. Afschuwelijk vond ik dat....Ik hield gewoon mijn oude naam aan; Snoes. Ik had die naam in het tehuis gekregen vanwege mijn eh... wipneusje. De vrouw die mij ophaalde was beeldschoon. Ik had nog nooit zo'n mooie vrouw gezien, behalve zuster Noa-Noa misschien. Nou ja....Ze droeg een prachtige jurk roze, met wit kant, zwarte glazen muiltjes en de fijnste rode sieraden. Ze leek aardig....en na een kort gesprek ging ik mee. Alle kinderen in het tehuis hingen uit de ramen en zwaaiden met hun zakdoek vol tranen. Ook ik moest huilen, maar mijn nieuwe moeder vertelde mij dat ik geluk had om met haar mee te mogen gaan. Ik vroeg ook of er een papa was, maar daar kreeg ik geen antwoord op."

"De reis naar Stofferenblik duurde erg lang. We vlogen lang met een Star-2, we gingen uren met de uni-rail en tenslotte nog één volle dag met de rol-bus. En op een dag...was ik thuis. Mijn nieuwe thuis. Al snel vond ik het niet leuk meer. Ja, de digi-klas wel en de kinderen uit mijn klas ook, maar mijn nieuwe papa.....wat een verschrikking. Mijn moeder, Mama Lizzie mocht ik haar noemen, viel om de blikken-klap flauw. Tijdens de reis had ik er niets van gemerkt, maar eenmaal thuis....Elke keer lag ze op de grond en dan moest ik haar helpen. Mijn vader deed niets. Hij liet haar altijd gewoon liggen. Maar....Op een dag kwam ik achter haar geheim. Als ze sprak met mijn vader, de Burgemeester van Stofferenblik, een nare lelijke man, dan viel ze neer. En als hij weg was, kwam ze snel weer overeind. Het werd mij duidelijk....mijn nieuwe moeder vond mijn papa helemaal niets. En ik kon me dat helemaal voorstellen. Als ik hem aankeek kreeg ik al de bibbers".

"Ik mocht hem nooit aanspreken met papa. Niet dat ik dat perse wilde, maar eh... het werd 'meneer' hier en 'meneer" daar. Zijn echte voornaam weet ik nog steeds niet. Hij droeg altijd hetzelfde vestje en dat stonk gewoon naar zweet en curry. Curry at hij altijd. In de soep, op brood en ook in de koffie. Zijn pukkel stond me helemaal niet aan. Soms krabde hij eraan, vooral als hij boos was en dat kwam er een beetje slijm uit. Dik en klein...dat was hij ook en ik snapte nooit hoe hij mijn moeder had kunnen verleiden. Tot vorig jaar dan".

Snoes veegde wat snot met de mouw van het vest weg en ging verder. 

"Ik vond mijn nieuwe moeder op een dag liggend in haar slaapkamer vlak voor haar bed. Ze was weer eens flauwgevallen na een kort gesprek met eh....papa. Ik streelde haar rug en hoofd en toen begon ze te vertellen. Eerst kon ik het niet geloven, maar het is echt waar. De Burgemeester, de meneer, mijn papa had haar gewonnen in een loterij. Afschuwelijk toch?....Mijn moeder Lizzie vertelde dat ze straatarm was geboren en bleef arm tot haar achttiende verjaardag. En toen kon ze meedoen met "Geld of je Leven", een spel wat je gewoon in een koffie-en-thee-winkel kon kopen. De uitslag van het spel werd altijd op de holo-visie uitgezonden. En dus....mijn moeder deed mee, omdat je ook een huwelijk met een prins kon winnen, zo had ze gehoord. Of een vlieg-auto, een paard, een kasteel en nog veel meer. Ze verloor echter en werd zelf verloot aan een winnaar. Geen geld gewonnen....wel haar leven verloren. Die winnaar was natuurlijk de Burgemeester van Stofferenblik. En zo kwam mijn tweede moeder hier terecht en ze leefde....nee, niet lang en gelukkig. Ik meen dat ze ongelofelijk ongelukkig werd daar in dat dorp. Het enige wat haar dierbaar was, betrof ik en haar eigen hondje, Kwiebus die ze altijd meenam naar de thee. Papa had ook een hondje, ergens, maar die heb ik nooit gezien."

Doppeltje begon te blaffen. "Dat is deze hond, Snoes. Hij heet Doppeltje", zei Skittel. "O, wat leuk....dat wij elkaar hier ontmoeten....eh, nou ja, nu ik je zo zie, verbaasd mij dat niet. Je bent..."

"Eh", brak Skittel in. "Ga maar door met je verhaal".

"Oke, nou...Op een dag in maart veranderde alles. Hij, de griezel dus...wilde alleen nog maar het beste en het mooiste. Het leek wel alsof hij nooit tevreden was en kocht allerlei leuke spulletjes, zoals een persoonlijke robot, een vlekkenspray en veel curry natuurlijk. Natuurlijk had hij ook mijn moeder in bezit, maar eh...ik geloof niet dat zij hem ooit een kusje heeft gegeven. En toen na een tijdje kopen, kopen en nog eens kopen, begon het pesten. Alle hondjes in het dorp moesten plotseling weg, zo had hij verzonnen, maar mijn moeder weigerde en nam Kwiebus in het geheim mee naar de thee. De andere dames deden dat ook. Wellicht daarom gebeurde er iets vreselijks. Ik weet niet hoe, maar van de één op andere dag, was elke robot in Stofferenblik onaardig en zelfs zeer brutaal geworden en ze luisterden alleen nog maar naar de griezel van het dorp. Alle mensen in het dorp kregen er last van hoor, maar als ze protesteerden dan....nou ja....dan werden ze dus naar de put gevoerd en kwamen nooit meer terug. Daarom is iedereen in het dorp zo voorzichtig....En bang. Nou, dat is mijn verhaal".

Er volgde een stilte van één minuut.

'Eh....Ik mis iets", zei Skittel en stak zijn grijp-vinger omhoog.

Het meisje keek hem aan en bedacht plotseling wat er niet was verteld. "Natuurlijk....nu ik nog. Hoe kom ik hier?..."

Iedereen ging goed zitten en met volle aandacht keken ze haar aan.

"Nou....eh...In alle eerlijkheid. Ons huis had nogal last van Simon de rood-wit gestreepte kat uit de Blik-Soepstraat. Elke keer kwam hij naar binnen om te snoepen uit de keuken. Op een avond, zag ik hem en probeerde hem weg te jagen, maar tot overmaat van ramp, liep hij de trap op naar boven. Ik sloop erachter aan. Nou ja....Ik betrapte zo op een avond mijn eh... papa, de griezel, toen hij frutselde aan een robot. Ik had iets gehoord en keek voorzichtig om de hoek van zijn werkkamer en zag toen... wat ik niet mocht zien. Aan de achterzijde van de robot was een luikje geopend. Ik hoorde nog iets van..."code" en toen tikte mijn papa zijn vinger ergens binnenin het skelet. Daarna werd de robot weer aangezet. Ik weet zeker dat mijn papa, de griezel, alle robots in het dorp heeft veranderd. Het zijn zijn slaven geworden en doen alles voor hem. Zelfs...."

"Zelfs, de robotwetten zijn gewist", zei Skittel.

"Ja, klopt. Een robot mag toch nooit een mens pijn doen. En moet toch altijd naar een mens luisteren, toch Skittel?", zei ze snel.

"Dat klopt. Wij robots moeten ons gedragen. Geen probleem hoor".

"Juist...maar ik werd gesnapt. Mijn papa zag me via een spiegel in de gang. Hij werd boos, schold me uit en het spuug viel al op zijn vestje. Ik rende weg en uiteindelijk had ik maar één uitweg".

"De put", mompelde Skittel.

"Juist...de put. Ik rende en rende en zag al lampjes van robots in mijn richting komen. Toen ik de put inliep was ik bang hoor, maar....de robots kwamen niet achter mij aan. En ja....daarom ben ik nu hier."


wordt vervolgd op 8.

E-mailen
Map
Info