Ideemachine.nl
                                                                                                 

Verhaaltje 5.


De honden-crisis en zo.


Doppeltje liep keurig naast Skittel mee richting het blikken-dorp. Het beestje kwispelde met zijn staart, die trouwens helemaal zwart was en daar had het natuurlijk alle reden voor. Een tijd geleden had hij nog wild en woelend rondgelopen in het dorp, begroef overal en nergens allerlei lekkernijen en lag uren in de zon naast de bakkerij van mevrouw IJzerdraad om te wachten op een korstje brood. Maar die tijd was al maanden voorbij en de ketting nabij het kippenhok van de burgemeester gaf geen enkele ruimte meer om lekker rond te rennen of te graven.

Doppeltje snuffelde de hele weg af op zoek naar andere honden, maar hij vond ze niet. Hij wist al snel waarom. Er zouden vast geen honden meer in het dorp zijn na die ongelukkige dag in de zomer van het vorige jaar, zo dacht hij. Doppeltje moest nog vaak aan die dag denken. Het begon allemaal met één schoen. De linker-schoen van juffrouw Zonnecel.

De linker-schoen. Eigenlijk was het meer een muiltje, zo eentje die Assepoester had gekregen van de fee voor haar feest in het kasteel. Prachtig gevormd dus, sierlijk ook en vooral smetteloos wit. De schoen was zo wit, dat als je daarmee in de sneeuw zou stappen, je de schoen niet meer terug kon vinden (als je niet zou weten waar je been eindigt). Maar goed....De eigenaresse van deze schoen, ze had er natuurlijk twee, een linker en een rechterschoen, betrof juffrouw Zonnecel. De jongedame had midden in de zomer een dag uitgekozen om er-op-uit te gaan. En dat met de bedoeling om zoveel mogelijk aandacht te vangen. Iets wat sommige juffrouwen nodig hebben, hoewel volstrekt onduidelijk is waarom ze dat doen. Hoe dan ook...Daar ging ze...Ze liep zo langzaam mogelijk en keek, met haar neus omhoog in de lucht, richting haar paarse parasolletje, die vlak boven haar werd gehouden door de dienstdoende robot, M16. De zon is meestal erg fel in de zomer en dat zou haar tere huidje niet aankunnen, zo vond ze. M16 wandelde daarom een klein stukje achter haar aan, hield de parasol in de juiste stand en hij vond het allemaal prima. Niets bijzonders, want de meeste robots vinden alles prima. Ze hebben geen keuze, weet je en dus ook geen wensen. Dat zijn dan ook vaak de meest geliefde robots. Maar....deze robot had juist daarom ook een gebrek en dat zou de juffrouw weten ook! M-16 zou nooit iets doen uit eigen beweging. Dat M16 "het probleem" wat iets verderop op haar lag te wachten al ver van tevoren had waargenomen, zorgde er dus niet voor...dat hij de juffrouw zou waarschuwen. Met alle gevolgen van dien.

Het schattige linker-muiltje zakte destijds een beetje weg en slipte vervolgens met grote kracht rechtdoor. Hiermee kwam de juffrouw ten val en viel ongelukkigerwijze met haar nieuwste pak (een nep-lederen rol-jurk in de kleuren roze en geel) in de drap, die enkele minuten eerder was gedeponeerd door...jawel; een hond.

Het krijsen van de juffrouw werd vervolgens het gesprek van de dag. Langdurig en snoeihard, had ze geschreeuwd en wel zo hard dat de klok van elf uur niet in zijn geheel kon worden gehoord. Het gekibbel daarover (was het nou elf of twaalf uur?) duurde een half uur lang. En schel was het... ozie-moozi....zo schel als een schele uil met keelpijn. Dat allemaal ten eerste. Ten tweede ging het de rest van de dag natuurlijk over wie in hemelsnaam de eigenaar van de drol kon zijn geweest. Uiteraard ontkende iedere hondenbezitter dat zijn of haar hond verantwoordelijk was voor deze betreurenswaardige daad van brute nalatigheid. De dienstdoende blik-opzichter kwam zo rond half twaalf ter plaatste en kon na het bezien van het probleem, geen nader onderzoek uitrichten - hoe graag de juffrouw dat ook wilde. De drol betrof namelijk naar zijn mening een goed gevormde drol, netjes opeengestapeld, normaal bruin ook en van onbepaalde zwaarte, waardoor het moeilijk werd om vast te stellen of het nu van een grote of kleine hond afkomstig was, laat staan welke hond. 

Jullie begrijpen....hier moest uiteindelijk de burgemeester aan het einde van de dag een ferme daad stellen en dat had als gevolg dat alle honden in het blikken-dorp met onmiddellijke ingang werden verboden. Een dader werd alsnog - enkele uren later - "gevonden". Het moest naar de mening van het dorpsbestuur wel de hond van gekke Gerardo zijn geweest al hadden ze daarvoor helaas geen bewijs.

Doppeltje wist wel beter. Hij had destijds tijdens het uitlaten een ongelukje gehad. Het floepte er zomaar uit. Zijn baas, de burgemeester nota bene, had echter geen tijd om het hoopje op te ruimen, omdat het thee-gesprek met de alleraardigste juffrouw Volksbrood, precies om elf uur was gepland. Hij wilde zeker niet te laat komen, want dat zou in het thee-huis tot roddels en ongemak kunnen leiden. Zijn baas keek daarom na het ongelukje goed rond en zag niemand op straat. Het kwam hem daarbij uitstekend uit dat alle huizen geen ramen hadden. Het gevolg van zijn beschamende daad weten we dus nu.

Doppeltje vertelde dit verhaal niet aan de robot naast hem. Op de één of andere manier had hij vertrouwen in Skittel dat het allemaal weer goed zou komen. Bovendien hoopte hij dat zijn baas hem graag wilde terug zien. Hoe dan ook....hopen is wel fijn, maar niet altijd even eerlijk. De hoop op een goede afloop is vaak al lang vertrokken, voordat de eigenaar van de hoop dat zelf weet. Ook in dit geval was de hoop niets meer dan een regenboog. Het is mooi, maar verder heb je er niets aan.

Al snel kwam ons tweetal aan bij de eerste blikken huizen van het blikken dorp hetgeen werd aangegeven door een bord; Welkom in Stofferenblik.

"Nou....zie je Doppeltje, we zijn welkom", zei Skittel met enig plezier tegen de kleine scharrelaar vlak naast haar. Hij wees op het blikken bord en het hondje blafte een keer met een blaf waarin blijdschap in terug was te horen.

Het dorp had een mooi voorkomen. Het lag een beetje verschuild tussen enkele kleine heuvels en zoals eerder aangegeven waren de vormen en de kleuren nogal verschillend van aard. Het dorp was in zijn geheel opgebouwd uit blik en oude metalen. De inwoners hadden daar nooit voor hoeven te kiezen. Nee, het werd voor hun gedaan en wel enkele tientallen jaren geleden al. Na de grote wereld-schoonmaak bleven bergen met afval over, sommigen zo hoog dat de meeuwen er niet op durfden te landen. En daar moest wat mee gebeuren. Het grootste gedeelte werd op de Maan verbrand, met als gevolg dat de Maan vanwege de zwarte rook drie jaar niet aan de hemel verscheen. Daar was niet iedereen blij mee, maar opgeruimd is opgeruimd, zo dacht men toen. Enkele bergen van rest-stoffen werden gebruikt voor nieuwe kleding, het vervoer (vooral om rol-stroken te printen) en natuurlijk de woningbouw. En zo kwam het dat Stofferenblik helemaal werd opgebouwd met blik en metaal. Andere dorpen in de omgeving waren weer helemaal gemaakt van plastic of dik karton en de sjiekste huizen in Spiegelwind, een wat groter dorp vlak buiten de heuvels, konden helemaal van onder tot boven worden bezien, omdat alle muren bestonden uit glas en rijstpapier. (Ter geruststelling....de muren van de douche en de w.c natuurlijk niet.) 

Het dorp had een eenvoudige straat-indeling. De hoofdstraat, met de naam hoofdstraat, kon als hoofdweg worden aangemerkt, omdat die langs alle hoofdgebouwen liep. Een kerk was er niet, niet nodig ook, want men geloofde in de burgemeester en zodoende was er dus ook geen kerktoren. Zoals eerder gezegd was het gebouw van de burgemeester het hoogste in de straat en dat gebouw lag precies in het midden langs de hoofdstraat. Je zou zeggen dat een dergelijke straat recht is, omdat alle verkeer er langs komt, maar niet in Stofferenblik. Nee, de straat was net zo kronkelig als een lange worm die bakt in de zon. Bij binnenkomst in het dorp, aan de zuidzijde, werd het eerste belangrijke huis gevonden, namelijk die van de orde-dienst. In het huis, rood van kleur en een vierkanten vorm met deuken erin, zaten van 's-morgens vroeg tot precies tien uur in de avond twee orde-dienst-ambtenaren, Jans Sip en Sip Jansma. Ze controleerden alle inkomende bezoekers en dit vanwege de mogelijke smokkel van zoet water tegen te gaan. Je moet weten dat zoet water in het dorp hartstikke duur werd verkocht door...jawel....de burgemeester en van andere mensen met zoet water in hun bezit om te verkopen (goedkoper natuurlijk), was hij niet gediend.

Het volgende huis, de bakkerij van Strooi en Hooi lag uiteraard ook aan de hoofdweg. Daar werden immers de lekkerste koffiebroodjes van de wereld gebakken, volgens de burgemeester. En koffie....dat werd in het hele dorp met liters per dag gedronken. Het begon in de vroege morgen, direct bij het opstaan en ook bij het ontbijt. Daarna bij het nadenk-moment, de voor-lunch, de lunch zelf, de na-lunch, het effe-bakkie-doen-moment, het voor-diner, het diner, het na-diner, het poeha-moment rond acht uur en tenslotte vlak voor het slapen gaan.

We kunnen natuurlijk elk huis aan de hoofdstraat wel bespreken, maar dan doen we niet, want daar komen we vanzelf wel achter. Maar de belangrijkste reden betrof het feit dat ons tweetal niet via de Zuid-zijde het dorp binnen liep, maar via de Noord-zijde. En daar was geen orde-dienst te bekennen. Je mocht van het bestuur namelijk wel alles uit het dorp vervoeren van kippen tot smeer en van water tot sinaasappelschillen. Bovendien....binnenkomen via die - ietwat donkere - kant, omdat die kant het grootste gedeelte van de dag in de schaduw lag van de grootste heuvel, was zeer ongebruikelijk, ondanks het welkomst-bord. En daar werd zodoende niemand verwacht.

Aldus....liep Skittel voorop de rood geschilderde drempel over en wachtte af wat er zou gebeuren. Doppeltje stond er naast en kwispelde nog steeds met zijn staartje en plaste op de drempel om aan te geven dat hij weer terug was waar hij thuis hoorde. Er gebeurde nog niets. Geen mens te bekennen. Doppeltje nam al snel het voortouw over en liep in de richting van zijn oude thuis. Skittel slenterde er achter aan en keek rond om te leren, zoals Gerardo van hem had verwacht. Hoewel hij al enorm veel had geleerd van Gerardo's huiscomputer, (soms las Skittel wel dertigduizend informatie-pagina's per dag) bleven sommige zaken een nieuwigheid. Zoals het feit dat de huizen in dit dorp geen ramen hadden. "Waarom zou dat zo zijn?", berekende hij en er kwam geen uitkomst. Skittel legde het erbij neer. Hij had al lang in de gaten dat mensen veel geheimen en veel onduidelijkheden hadden. Hij besloot het aan de eerste de beste mens te vragen. Maar een mens....die kwam er niet.

Wel een Robot.


Woorden en zo.


Skittel wachtte geduldig op de komst van de druk rollende robot en had zich voorgenomen om de robot de vraag te stellen, die zijn brein bezig al even hield met rekenen. Verder zou wellicht de ontmoeting gaan zoals het normaal gaat tussen robots onderling, zo berekende Skittel er tussen door. Maar helaas....hierin had Skittel zich vergist.

"Dag collega-robot. Mijn naam is SK-1-TT-EL, maar u kunt mij Skittel noemen, verder eh....Klingel en Klopper... handgemaakt en eigenaar Gerardo. Mag ik vragen wat....."

De vraag werd bruut onderbroken met een felle knippering uit het enige rode oog van de robot op diens voorhoofd. Wat hierna volgde kunnen we kortaf benoemen als een tirade, een stortvloed, een waterval, een opeenstapeling en zo verder van verontwaardiging, robot-vloeken, korte en lange bevelen en andere onaardige zaken, die zodanig onbeleefd zijn dat we ze maar niet vertellen.

Aldus, na het uitrazen....was Skittel een beetje ineengekrompen en wel twintig centimeter kleiner geworden. Doppeltje zat bibberend achter de loop-tentakels verstopt voorzichtig te gluren en durfde amper meer te kijken naar het wild knipperende oog. Het leek hem wel een rood stoplicht voor een aankomende rol-trein en daar wil je niet zijn, zo dacht hij. Hoe dan ook....de uitgespuugde olie-slijm lag voor zijn rol-eenheid en inmiddels hadden de zware woorden ervoor gezorgd dat meerdere robots aan kwamen schuifelen. Skittel zei niets meer en wachtte maar af wat er zou gebeuren. Nou,....dat gebeurde dan ook. Skittel werd bruusk aan de tentakels meegenomen en er werd geen tegenstand geduld. Doppeltje had het oppakken voorkomen door zijn vreselijkste bek open te zetten. Een blik van één of andere robot in het grote gat bleek voldoende om het oppakken te voorkomen. Toch liep het beestje mee, want hij wilde bij Skittel blijven. "Bovendien", zo dacht hij....."Ze zouden vast naar zijn baas gaan en die zou zeker wel blij zijn hem weer te ontmoeten". "Nou....beste lezers....denken jullie dat ook?"

De route naar het huis van de burgemeester - want daar gingen ze inderdaad naar toe - was een vreemde attractie. De hoofdweg kronkelde door het gehele dorp en Skittel merkte al snel op dat de robots meerdere keren met hem langs hetzelfde huis liepen of in hun geval rolden. Zijn opmerking "Hey, hier zijn we al geweest hoor", had nul verandering opgeleverd. Toen ze voor de derde keer langs de rode apotheek liepen, een langwerpig fel roodgekleurd blik-huis met een wit kruis in het midden, vond Skittel het genoeg. Hij stopte met meelopen, liet zijn tentakels verslappen en dat had uiteindelijk toch het gevolg dat er een zestal vraagtekens op de voorhoofden van de robots verschenen. Na nog drie meter slepen - Skittel besloot ook zijn looptentakels slap te houden - stonden ze stil en lieten Skittel los.

"Wat is er, robot Skittel van Gerardo, zei de robot met het rode oog. U bent niet in de positie om anders te doen, hoor. Dat is eh....ongewenst en wellicht strafbaar. We gaan dit melden aan onze baas, Vladimir Staikop, weet u."

"Nou", probeerde Skittel. "Mag ik dan wel gewoon los lopen? Ik ga echt niet weg, hoor. Sterker nog. Ik zou de heer Vladimir Staikop graag willen spreken."

Het rode oog knipperde tweemaal en een vraagteken flikkerde op, maar het zei niets terug. Zijn twee helpers, een beetje bruut uitziende vierkante dozen met slechts één grijp-tentakel en een grote roller onderaan, lieten Skittel los. Skittel rekte zich uit, draaide zijn hoofd twee maal helemaal om en kraakte zijn vier vingers. Daarna keek hij om naar Doppeltje om te zien of deze ook oké was. Die blafte zes keer; "Yes, we gaan naar mijn baas". En daar gingen ze. Skittel nam de tijd om het dorp eens goed te bekijken. Wat vooral opviel waren dat er nauwelijks bewoners op straat aanwezig waren. En als hij er één zag, kropen ze snel weg in één of andere steeg vlak naast het huis. Het kwam hem voor dat de mensen bang waren voor hem, maar dat kon toch niet! Hij had deze mensen nog nooit gezien of gesproken.....Skittel vroeg zich af of ze misschien bang waren voor de grote bek van Doppeltje. Een klein gezichtje verscheen uiteindelijk na de derde straat om de hoek van een regenton. "Kom maar hoor. Doppeltje doet niets", riep hij, maar het bleke gezichtje dook snel weg. Het brein van Skittel raakte aan het rekenen. "Zouden ook de kinderen in dit dorp bang zijn? Zouden ze bang zijn voor mij? Zouden ze.....zouden ze". Skittel kreeg geen antwoord. Hij vond het wel allemaal vreemd en Gerardo had nooit iets hierover verteld. Het was een dorp, zei hij. En daar kwam hij niet graag, vertelde hij. Maar waarom? Dat was Skittel nooit verteld", zo wist hij nog.

Het huis van de burgemeester stond waarschijnlijk precies in het midden van het dorp. Voor het huis lag namelijk een driehoekig terrein, vol gelegd met vierkante kinderkopjes,. Een plek die kennelijk werd gebruikt als marktplaats, zo zag Skittel, omdat de schillen sinaasappel en halve bananen nog op de grond lagen. Rondom sierden een twintigtal bruine beuken de markt en zorgden voor een aangename plaats om de snikhete zon te vermijden. De rode bladeren lieten slechts af en toe een stukje licht door. Hoewel de gehele markt in de schaduw lag, was het er niet donker of zo. Het blik van de huizen spiegelde genoeg zonnestralen op het wegdek. Zoals eerder gezegd, waren er geen ramen om vanuit de huizen de markt te bewonderen. Dat maakte deze plek toch een beetje duister. Om iets te zien wat er gebeurde op de markt, moest je er naar toe. Skittel zag geen enkele open deur en mensen waren er evenmin aanwezig. "Vreemd", berekende Skittel. "Een marktplaats is volgens Wikipedia een druk bezette plaats", zo had hij geleerd. Een aankomende regenbui lag ook niet in het verschiet en het was evenmin laat in de avond. Skittel verwonderde zich meer en meer over het blikken-dorp en zijn idee erover - een gezellige plaats - verbleekte als zout op blik. Plotseling klonk er een toeter. Drie maal. Skittel hield zijn adem in en wachtte geduldig af. Hij berekende dat dit de normale manier moest zijn om een burgemeester te roepen. Dat was inderdaad zo, maar er gebeurde meer. Na ongeveer veertig seconden stond het halve plein vol met mensen. Ze zeiden niets en als ze iets tegen elkaar vertelden, dan was het slechts een voorzichtig fluisteren. Skittel keek rondom en nam waar dat iedereen dezelfde kant op keek. Ze keken allemaal naar het kleine balkonnetje vlak boven de voordeur van het huis van de burgemeester. Een robot klopte op de deur, goed hoorbaar voor iedereen en riep; "Buig, onderdanen. uw meester zal verschijnen".

Skittel dacht aan een grap, maar dat bleek al snel anders te zijn. Iedereen op de markt boog even voorover. Skittel besloot hetzelfde te doen, want het was best wel grappig dat buigen met z'n allen. En toen gebeurde het. De deur van het balkonnetje ging open.

Op het balkon verscheen een klein dik mannetje. Naast hem verscheen een prachtige vrouw, zo berekende Skittel meteen, omdat de vorm van haar gezicht een honderd procent - "goed" - score had, volgens de regels van het internet. Ook haar lange haar was bewonderenswaardig. Fel blauw gevlochten met roze glitters erin. Een fraaie jurk, evenzo blauw, met een aantal versiersels erop, maakte haar volgens het internet compleet, met het cijfer 10 min. Het gezicht van het mannetje daarentegen had een score - "slecht" of "kan veel beter" en Skittel snapte dat meteen toe hij een grote pukkel op de linkerwang zag. 

"Vrienden", begon de burgemeester. "Vrienden, voor mij zijn een tweetal indringers gebracht...." De mensen op de markt begonnen "boe" te roepen. Skittel deed maar mee en dacht dat dat zo hoorde.

"Vrienden, jullie weten wat dat betekent, toch?", vervolgde het dikke mannetje. De mensen op de markt begonnen te joelen "weg ermee, schande en zo". Skittel deed mee en joelde; "Ja, weg ermee met die.......uh....."

"Ho, ho, wacht even meneer de burgemeester". De stem van Skittel overstemde meteen alle anderen, juist omdat die direct ophielden met joelen. Sterker nog....de meesten slaakten een zucht. Alle vrouwen hielden hun hand voor de mondkap en de mannen stonden met open mond.

"Hoe durf jij...scharminkel van een robot", brulde de burgemeester. "Je zegt pas iets, als ik dat vraag...begrepen?" Skittel wist niet wat te doen. "Was dit nu een bevel of een vraag?", berekende hij. Vanwege de onduidelijkheid zei hij maar niets en wees met zijn tentakel van Doppeltje.

"Wat moet ik daar nu mee, robot? Stom beest ook. Honden zijn verboden, weg ermee.", brulde de stem van de burgemeester over het plein. De mensen vielen hem bij. "Ja, stom beest. Weg ermee".

"Maar.....het is uw hond. Toch...Doppeltje?" Doppeltje blafte drie keer ja, ja, ja.

"Dus....Ik kom hem terugbrengen. hij zat vast in het bos en eh....". Skittel kreeg geen kans de zin verder af te maken. De burgemeester maakte een wegwerpgebaar met zijn arm en dat zorgde voor een groot gejoel. De twee brute robots pakten Skittel vast en een derde probeerde Doppeltje te vangen. Maar dat liep even helemaal anders.

  

wordt vervolgd op verhaaltje 6. 

E-mailen
Map
Info