Ideemachine.nl
                                                                                                 

Verhaaltje 3

Burp, Slosj en zo.


Terwijl de hele nacht het brein van Skittel groeide en groeide, kwamen onze twee slimme vrienden uit hun bed met een probleem aan hun eigen brein. Ze stikten van de hoofdpijn en jammerden wel een half uur lang. Warme koffie en een broodje nep-vlees hielp allemaal niets en daarom besloot het tweetal een tijdje op zijn kop te gaan hangen. Meestal hielp dit uitstekend tegen de hoofdpijn, zo wisten ze van de vorige keren. Klingel drukte op een knop tegen de muur en twee hangstoelen daalden neer uit het plafond. Eenmaal in de stoel hangende, verslikten ze zich allebei twee keer. Warme koffie drinken op zijn kop, dat ging niet goed en koude koffie trouwens ook niet. Toch daalde na een paar minuten de hoofdpijn en samen vielen ze zelfs eventjes in slaap. Het was Klopper die als eerste wakker werd. Bij het openen van zijn ogen zag hij Skittel, die nog steeds op zijn plaats stond, maar wel opmerkelijk was veranderd.

"Klingel...."

"Klingel, kijk eens....er groeit iets uit die spaarpot", mompelde hij en schudde intussen aan de schouder van zijn metgezel. Klingel opende ook langzaam zijn ogen en wilde boos worden op degene die hem wakker maakte, totdat ook hij iets zag....iets wat helemaal niet klopte. Snel probeerde hij uit de hangstoel te komen en greep Klopper vast. Het gevolg was dat zowel Klopper als Klingel in de touwen verstrikt raakten en met geen mogelijkheid zich konden losmaken. Deze keer besloot Klopper om een wijze beslissing te nemen.

"Laten we even uitrusten, Klingel". En dat deden ze.

Het beeld wat de beide professoren zagen was even vreemd als een gele bad-eend zwemmende op het plafond. Uit de gleuf van de spaarpot groeide draden en het leek precies op een kluwen van koperkleurige wortels. Soms bubbelde er een bubbel op en die klapte open als het te groot werd. "Slosj", zo klonk het dan. Een geluid wat ze nog nooit hadden gehoord.

"Alle blikjes en deksels, Klopper....Er gebeurt daar iets."

Jullie begrijpen, het besef dat er in de spaarpot, het hoofd van de Skittel, iets aan de hand was, was voldoende voor een tweede poging om los te komen uit de touwen. Het lukte, maar de hangstoelen waren nadien even dood als de stenen van het plafond waar ze aan hingen. Klingel stapte voorzichtig over de kluwen van touwen heen en naderde de kleine Robot.

En hiermee zijn we terug bij het begin. Bij het plotseling openen van de oogjes en het boertje wat iets later volgde. Hoe dan ook, de beide professoren waren erg blij en constateerden dat er een wonder in het hoofd van hun Robot had plaats gevonden.


Vlinders en zo.


De volgende stap van de professoren betrof een nuttige ingreep. Nadat ze er zeker van waren dat de Robot echt werkte, besloten ze dat er meteen iets aan het uiterlijk moest gebeuren. Het hoofd, de spaarpot in dit geval, puilde uit en de eerste barsten werden zichtbaar. "Het lijkt wel een rups, Klopper", zei Klingel en wees op een barstje die al ver open stond. Klopper antwoordde met een knik en wees op een nog grotere barst aan de achterzijde van de spaarpot. "We moeten een beter en sterker hoofd hebben, Klingel....en snel ook, want anders klapt het uit elkaar".

Hierna spurtte beiden professoren weg op zoek naar een geschikt hoofd. Klingel vond in de schuur een emmer, maar die was veel te groot. Klopper vond onder zijn bed een olie-kannetje, maar dat was weer te klein. Puffend kwamen ze terug in de kamer en trokken allebei hun schouders op.

"Wat nu?, Klingel".

Klingel dacht na en plotseling had hij een idee. "Misschien.....dacht hij....misschien, toch...." Zo snel als de gedachte neerdaalde in zijn hersenen, zo snel had Klingel de benen genomen en rende weg naar buiten. Het duurde niet lang en hij lag al spartelend op de grond. Toch liet hij zich niet tegenhouden en kroop over de sneeuw verder naar zijn bestemming. De oude put in de hoek van de tuin. De put hadden ze ooit laten maken om bij warm weer de limonade koud te houden. Het hielp donders goed, juist omdat de put erg diep en vooral donker was. Klingel wist dat daar beneden nog iets bijzonders lag. Hij richtte zich voorzichtig op bij de put en kroop over de rand erin. Via een ijzeren ladder belandde hij op de bodem. En daar lag het. Een leeg blik kattenvoer van veertien kilo. Klopper had het ooit gekocht, uiteraard vanwege de katten. Elke keer verschenen ze tot zijn verdriet in het huis op zoek naar eten en dan maakten ze een rommel van-blikjes-nou-nog-aan-toe. Toen Klopper het beu was, omdat de katten per ongeluk de waterkraan op de tweede verdieping hadden open gezet, zette hij wat voer in de tuin. In de hoop dat ze voortaan buiten zouden blijven. Maar....Na twee minuten was de totale veertien kilo brokken al op...en het kostte nog wel 150 bits! De teleurstelling was groot genoeg om het lege blik pardoes de put in de schoppen. En daar lag het dus. Een mooi blik van de juiste afmetingen. Niet te groot en niet te klein. Zonder roest, dat ook. "Dit moet het zijn", dacht Klingel. En dat klopte.

Na een beetje schaven, slijpen en sleutelen had het Robot-hoofd een nieuw uiterlijk. Het vierkanten blik paste precies over de spaarpot en de oogjes bleven goed zichtbaar.

"Klaar....Nu nog een naam, Klopper.....weet jij er één?"

"Nee, even denken....hm....onze Robot is wel veranderd. Net zoals een rups naar een vlinder. Is vlinder misschien een goed naam?" klopper keek Klingel aan en wachtte geduldig op een antwoord.

"Nee", zei Klingel uiteindelijk. Het is geen vlinder. Eigenlijk is de Robot best lelijk, vindt je ook niet, Klopper?"

"Tsja,....hm, ik heb een ander idee. De S van Serie en de K van Klopper en Klingel en het is nummer 1. Dat maakt....even denken, de SK-1. Wat vindt je daarvan, Klingel?"

"Hm", antwoordde Klingel. "Een goed begin, maar er moet nog meer bij. De T van trots op, vind ik en nog een T van technisch. En daarna een E van elektrisch en de L van lelijk. Dat maakt....eh, de SK-1-TT-EL".

"Dat is toch geen naam, Klingel..."

Eventjes was het doodstil, maar toen sprongen beide professoren omhoog en riepen in koor. "Skittel......dat is het!"

En zo ging het. Skittel was geboren en had een naam gekregen tesamen met een lelijk hoofd. Maar dat was niet erg, hoor.

Nog niet, tenminste.....

Stapjes en zo.


Skittel was dan wel klaar voor gebruik en ook aangezet, maar echt iets doen, gebeurde niet. Althans, niet uit zichzelf. En dat was niet zo vreemd. Zoals elke Robot moest ook Skittel worden gevoed met informatie. Basis-opdrachten, zoals lopen, bukken, grijpen en zo, en ook nog een aantal verboden handelingen, zoals brutaal zijn, niet luisteren of iets weigeren, daarna leren van belangrijke dingen, zoals aftappen van oude olie, oog-knipperen en als laatste de eerste belangrijke woordjes, zoals ja, nee, dank u en dag, moesten in het brein worden ingebracht. En dat ging niet zomaar. Nee, vooral nullen en enen (0 - 1) waren noodzakelijk in het brein van een Robot om ook maar iets te kunnen doen. Zonder die getallen kan een Robot niets. Een aansluiting om die cijfers binnenin het brein te brengen werd niet gevonden, dus daar zaten onze professoren mooi mee. "We kunnen toch zo geen opdrachten geven, Klopper? Dit is lastig...Wat nu?" mopperde Klingel en hij was al op weg om het blik-huis te verlaten om een rondje te gaan mopperen. Klopper haalde hem terug. "Wacht, Klingel....Ik heb een idee. Let op."

Klopper had het juiste geraden. Bij Skittel hoefde geen cijfers te worden gevoed. Skittel zou het zelf doen. "Kijk Klingel, hij had toch ook zelf een boertje kunnen laten. En het luikje zelf kunnen openen! Misschien gaat het bij dit brein op een hele andere manier", had Klopper toegevoegd en stak zijn vinger in de lucht. Snel rende hij een andere kamer in en kwam hijgend terug. "Gevonden...Let op Klingel....nu komt het".

"Skittel", zei Klopper ernstig. "Skittel...Kijk, pak deze rammelaar, pak maar".

Even gebeurde er niets, maar toen...ineens....ging het linker-grijp-tentakeltje omhoog en greep de rammelaar vast. Beide professoren klapten in hun handen en lachten de kleine Skittel toe. Deze rammelde en rammelde totdat zijn batterij bijna op was. Laat in de avond bespraken de twee professoren deze onverwachte handeling.

"Zou het kunnen, Klopper....Dat Skittel net zoals een mens leert door te kijken, horen en doen?"

"Ja, dat dacht ik vanmiddag ook. En het klopt....het is net een mensenbaby, Toch...Klingel?". Klingel knikte en hapte daarbij in zijn zelfgeprinte 3D-wortel. Hij reikte naar een flesje blauwe limo-smurrie en slurpte met groot plezier de lekkernij op.

"Maar dan hebben we wel een probleem, Klopper. Ik heb geen zin in een Robot die er jaren over doet om een klein beetje te leren. Kijk naar een mens...Dat duurt vier jaar voordat die ook maar een beetje kan lezen. Nee, dit wordt niets zo. Bovendien....Ik vind het ding echt lelijk. Zie dat hoofd....groot, vol gaten en het past maar net".

"Ho, Ho...Klingel. Je wilt toch niet zeggen dat je nu al klaar bent met deze Robot. Het werkt toch...Er is een brein...en het boert al". Maar Klingel was niet vatbaar voor de woorden van zijn metgezel. Klopper stond uiteindelijk op en liep met ferme stappen op en neer door de kamer. "Wat zonde....Wat zonde", prevelde hij keer op keer.

"Ja, ja, Klopper...Ik weet het nu wel. Hou daarmee op. Ik ben gewoon erg teleurgesteld. Dit hadden we beter kunnen doen, toch?"

Klopper stopte plotseling. "Hm....Laten we eens zien of de batterij in orde is en dan probeer ik iets, Oke?"

En dat was goed. Samen liepen ze de kamer van Skittel weer binnen en bekeken de batterij. Die stond alweer op honderd. "Kijk, Klingel....Dat gaat best snel. Nu, let op". Klopper pakte weer de rammelaar en hield deze iets verder van Skittel vandaan. Beide professoren zagen dat de oogjes van Skittel zich richtten op de roze rammelaar. In spanning wachtte ze af. En toen gebeurde het. Skittel trok de rechter-loop-tentakel op en probeerde te stappen. "Toe maar...Kom maar...Pak het dan", zei Klopper in de hoop dat Skittel nog een stapje zou maken. En dat deed het. Maar....Met het verkeerde been. Voor de tweede keer zette hij een stap met de rechter-loop-tentakel en daarna nog een keer totdat de arme Skittel op de grond in een spagaat terecht kwam en natuurlijk omviel. Direct daarna opende het luikje in de buik weer en begon het tot overmaat van ramp geluid te maken op een Robot-manier. "Rrrrrrrrrr, Rrrrrrrrr", klonk het in de kamer. Klingel wist genoeg, hield zijn oren dicht en draaide zich snel om.

"Ik stop ermee, Klopper. Blik en moer....Dat lelijke ding. Weg ermee". 


Tot ziens en zo.


De arme Skittel. Pas geboren en nu moest het al weg. Maar waar naar toe?

Nu wil het toeval soms ook eens een handje helpen. De volgende dag in de ochtend, zo rond kwart voor twaalf begon de markt in het blikken-dorp en meestal gingen alle inwoners daar naar toe, behalve de jongeren. Die zaten in de ochtend allemaal in de digi-klas en zodoende thuis achter de computer. Gezellig was het wel hoor, want de hele klas kon elkaar horen en ook zien. De juf daarentegen, die was er niet. Ook niet te zien. Nee, zij was niet echt, maar slechts een fleurig poppetje wat les gaf via de centrale blik-stad-computer. Toch bleef de hele klas altijd rustig, want als je vervelend deed, werd je computer gewoon uitgezet. Spelen gebeurde vanaf twaalf uur. Dan was het pauze en dan kwam elk schoolkind naar het speelplein in het midden van het dorp om vervolgens na een half uurtje weer terug te keren naar huis.

De markt, want daar hadden we het over, hadden de dorpelingen vlak buiten het dorp gemaakt. Er was een nep-vlees-boer, een nep-vis-boer, een groente-boer en ook nog een nep-kaas-boer. Ooit was er een ouderwetse vleesslager geweest, maar die was verdwenen, omdat niemand meer vlees wilde eten. Te gevaarlijk vanwege ziektekiemen en ook erg onsmakelijk als je wist hoe vlees werd verkregen. Soms kwam er een zeewier-boer en een insekten-boer, maar....eerlijk is eerlijk, die verkochten niet genoeg. De zeewier was namelijk veel te zout en de insecten leefden soms nog wat evenzo erg onsmakelijk werd gevonden. Nee, de mensen in het blikken-dorp belegden hun boterham nog steeds het liefst met groenten, fruit, eieren en nep-beleg. Maar.....zowel de school als de markt hadden geen al te groot belang in de toevallige ontmoeting.

Nee, er gebeurde iets anders.

Juist doordat op het middaguur iedereen uit het blikken-dorp zich bij de markt of het schoolplein begaf, vond Gerardo het prettig om een stukje richting het dorp te wandelen. Zo wist hij bijna zeker dat er slechts een enkele Robot op zijn pad zou komen en dat was meer dan voldoende, zo vond hij. En zo kwam hij na een beetje slenteren eerst aan bij de grote rol-weg. Deze weg, een flinke tweebaansweg met vier rol-stroken rolde van Blik-stad naar het blikken-dorp en weer verder naar de Moer-stad twintig kilometer verderop. Gerardo vond het hier fijn om even rond te kijken en dacht daarbij vooral aan zijn oude werk. Gerardo had ooit zelf een vrachtwagen met een motor gehad, maar toen de zelf-rijdende rol-wegen er kwamen, werd hij tot zijn groot verdriet ontslagen. De rol-voertuigen rolden allemaal zonder bestuurder.

Hij nam plaats op een bankje en veegde eerst de sneeuw eraf. De bank was koud, maar daar had Gerardo al op gerekend en plaatste een klein kussentje op de bank. Met groot plezier keek hij naar de rol-weg en volgde met zijn ogen de opgestapelde vracht, die op rol-weg voorbij kwam. Als eerste volgde hij een pakket met bloemen, daarna een groot pakket met blik en ook nog een pakket met fruit en tot slot zemen. Zemen waren belangrijk geworden, zo wist hij. Iedereen wilde zijn blikken-huis mooi laten glimmen, dus vandaar....

In de verte kwam alweer een nieuwe lading aan, maar er was toch iets anders wat zijn aandacht trok. Aan de zijkant van de rol-weg, iets verderop, waren twee figuren bezig om een reclamebord te plaatsen, zo leek het. En dat klopte, want toen Gerardo zijn nieuwsgierigheid niet kon bedwingen en dichterbij kwam, zag hij onze twee bekende professoren. Eenmaal aangekomen bij het bord kon hij de tekst lezen.

Aangeboden, gratis, één Robot. Moet wel worden opgevoed. Als u wilt dan kunnen u berichten naar de ontvanger 1285905rrt6.   

Gerardo moest de tekst twee keer lezen. Werd hier nu echt een Robot aangeboden? En gratis ook nog! Daar moest wel iets mee aan de hand zijn, zo dacht hij. Toch besloot hij om eens navraag te doen. Nu hij er toch was.....waarom niet.

"Eh, beste heren. U biedt een Robot aan, gratis. Dat zal wel fout zijn, neem ik aan", zei Gerardo en maakte tegelijkertijd alsnog aanstalten om weer om te draaien naar zijn vertrouwde bankje.

De beide professoren keken elkaar aan en begonnen beiden met een uitleg. Gerardo snapte er niets van. Hij hoorde slechts enkele verstaanbare woorden zoals Robot, goed apparaat, beetje moeilijk en ja, gratis.

Gerardo fronste zijn wenkbrauwen en stak beide handen in de lucht als gebaar dat hij er niets van begreep. De professoren begrepen het gebaar gelukkig. (professoren zijn ook erg slim, dus vandaar)

"Aha, helder, stom van ons. Klopper....deze meneer begrijpt ons niet. Misschien wil jij wat langzamer een toelichting geven", zei Klingel.

Klopper nam de taak op zich en vertelde het volgende;

"Meneer. Wij hebben een Robot. U weet zo'n blikken ding wat bevelen en orders uitvoert". De Robot hebben wij gemaakt, maar er is een klein probleempje. Het....eh....luistert niet goed. Dat is geen groot probleem hoor, echt niet, maar eh....wij hebben geen tijd om het op te voeden. Wij zijn professoren, weet u en die hebben geen tijd voor dat soort gedoe. Daarom gaat het ding weg. Gratis. Hierna kunnen wij weer een nieuwe, een betere versie bouwen. We zijn niet voor niets professoren, weet u. Zo goed, Klingel?"  Klingel knikte.

Gerardo had het aan gehoord en hoefde niet lang na te denken.

"Heren professoren. Ik wens u succes met uw volgende Robot, goedemiddag", zei hij en draaide zich meteen werkelijk om. De professoren bleven achter en krabbelden zich op het hoofd. "Heb ik iets verkeerd gezegd, Klingel?" Die schudde zijn hoofd.

Na enkele meters lopen, stond Gerardo plotseling stil. De professoren keken vol verwachting naar de stilstaande man. "Zou hij zich bedenken?". Je kon deze gedachten bijna zien op het voorhoofd van de professoren, maar dat is onzin. Toch was dit het gene waar Gerardo zich mee bezig hield. "Zou het kunnen?....Zou hij het kunnen en willen?....Zou een Robot hem plezier kunnen geven?". Gerardo wist het antwoord op deze vragen niet. In dat soort gevallen kan je slechts twee zaken doen. Meteen doorlopen en er niet meer aan denken of.....zoeken naar een teken, die dat verandert. En dat kwam er.

Op het moment dat Gerardo nadacht, dwarrelde er een klein sneeuwvlokje naar beneden en viel pardoes op zijn spitse neus. Het kriebelde een beetje. Gerardo moest er bijna om lachen en dat....dat maakte het verschil. Er kwam iets in zijn leven wat hem blij zou maken, dat moest nu wel, zo dacht hij.

"Goed....Ik doe het."

Een bijzonder afscheid kan je het niet noemen. Laat op de avond werd Skittel afgeleverd met een tot ziens en zo, meer was het niet. De kleine Robot stond roerloos in de kamer van Gerardo en had geen idee wat te doen. In dat soort gevallen is de mens sterker dan een Robot. Het niets doen werd al snel verbroken door een eerste bevel.

"Kom mee", zei Gerardo en gebaarde met zijn hand. Er gebeurde niets, althans niet datgene wat Gerardo wenste. Er ging een luikje open in de buik van Skittel. De twee professoren hadden het al gemeld. Luikje open betekent olie geven. Gelukkig had Gerardo daar al op gerekend en haalde een kannetje olie. De volgende weken bleef dit proces gaande. Luikje open, olie erin, luikje dicht en boertje. Dat was het, meer niet. Na enkele weken kwam er toch een klein verschil. Skittel at niet alleen olie, maar tapte het ook zelf af en probeerde de spullen rondom hem heen te begrijpen. Er werd constant gegrepen, gesabbeld, geknepen, bevoeld en bezien. Gerardo was zo geduldig als een schildpad en gaf elke keer een korte uitleg. Skittel leek de uitleg te begrijpen en leerde snel. Na het bevoelen kwamen de eerste woordjes. "Fles, olie, boertje, hoi, dag en zo".

Op deze momenten wordt het geduld beproefd, maar zeker ook de wil tot opvoeden. Voor elke mama en papa is dit een normaal iets. Kinderen opvoeden, maar voor Gerardo gold dat niet. Hij had nooit kinderen gehad, slechts een hondje, meer niet. Toch verliepen eerste maanden goed en na de woordjes kwamen de handelingen. Stappen, pakken, lopen, draaien, zitten en tenslotte springen. De winter ging razendsnel voorbij en voordat Gerardo het in de gaten had, sprong de lente op de wereld. En dat kwam mooi uit. Skittel was klaar voor de volgende stap.

Naar buiten.....

wordt vervolgd op verhaaltje 4.



E-mailen
Map
Info