Ideemachine.nl
                                                                                                 

Verhaaltje 24



Keizer Nero

De mooiste nacht aller tijden was namelijk aangebroken voor..... Nero en zijn gedachten na de mededeling van Skittel kunnen we hieronder lezen.

"Ik ben nu de grootste, de machtigste Kraai ooit, de super-weg-jager van alle Rrrr-aaven, beter dan welke Kraai dan ook, de mooist ook, de sterkste, de meest gewilde, de beste, de Koning, nee, de Keizer over alle Keizers, de baas van metaal, olie en moeren, o, hemeltjesnest wat ben ik goed, geweldig toch, grandioos ook, de reus van alle vogels, de......"

Natuurlijk hield het daar niet op, maar het lijkt mij overbodig om meer te benoemen. Hoe dan ook, Skittel had hem de sleutel tot alle Robots van Stofferenblik gegeven, behalve die van Skittel zelf natuurlijk. En...hem op weg gestuurd naar het arme dorp om de Burgemeester een lesje te leren. Het was wel een gok van Skittel, maar hij berekende voor zeventig procent dat Nero wellicht zich uitvoerig zou laten bedienen met lekker hapjes en fruit en dat zou de Burgemeester vast niet fijn vinden. Toch had Skittel zich hierin vergist. 

Nou, vergist.....Eh, een beetje veel... 

Zodra Nero, - inmiddels baas van de Robots - bij de toegangspoort van het dorp aankwam samen met de twee onnozele robots, begon de ellende voor de dorpelingen. Nero kraaide en kraaide zijn bevelen naar elke Robot die hij tegenkwam en die nacht leek het wel Pinksteren en Pasen op dezelfde dag, vermenigvuldigd door Carnaval en Halloween. Eerst moesten de nieuwe onderdanen van Nero op hun grijp-tenakels gaan staan en drie keer in het rond draaien om er zeker van te zijn dat ze zijn bevelen zouden volgen. En dat deden ze allemaal, zonder uitzondering. Vervolgens riep hij alle overige robots bij elkaar (sommigen stonden in een hoekje van een huis te rusten) en na een half uurtje stond het plein vol met Robots. Vanwege de schelle bevelen en het gerommel van de Robots gingen overal de lichten aan en de mensen keken slaperig en verbaast naar buiten om te zien waar hun persoonlijke Robot zo ineens naar toe snelde. De arme bewoners....Ze hadden geen idee wat er letterlijk boven hun hoofd vloog, toen Nero vanuit de lucht zijn eerste echte nare bevel liet uitvoeren.  

Narigheid kent vele vormen. Van een piepkleine bloedlip, een ieniemienie schaafwond, je moeder in de winkel kwijt raken, tot gepest worden op school of heel erg ziek zijn. Maar wat Nero had verzonnen valt daar ook onder. Echte nare-vogel-narigheid. Zoals gezegd begon het allemaal nog onschuldig. Nero riep vanaf een dakgoot zo vaak hij maar kon om frisse druiven en speklapjes, dat laatste liefst gebraden met een sausje van kaas en wortel. (Nero kon vanwege zijn tijd op de kermis uitstekend de mensentaal verkraaien, iets wat Robots goed konden vertalen en dat kwam Nero goed uit). Na de smakelijke verwennerijen, volgde er een warm bad met kamillethee en wel midden op het plein en tot slot een knaksigaar zo groot als een worst van de HEMA. Daarna begon Nero's ware feest. Kort na middernacht werden verschillende robots op pad gestuurd om alle bloemen in de tuinen te plukken en deze vervolgens gezamenlijk op het plein kapot op de muziek van Jantje Beton te dansen. Nero kirde van plezier en de mensen....de mensen keken vanuit de ramen alleen maar toe. Waarschijnlijk dachten ze velen dat ze droomden, want sommigen kropen zelfs weer terug in hun bedje. 

De volgende nare-stap was een smerige en volstrekt onnodige aftap-ronde. Alle robots moesten één voor één hun olie-aftap op straat doen en vervolgens bij de nieuwe baas op hun knieën smeken voor nieuwe olie. Vanuit alle kanten kon je ze horen. "Baas, geef me nieuwe olie. Baas, beste Baas, geef me olie om voor je te werken. Baas, beste Baas aller tijden, als ik olie krijg, dan werk ik het hardste van allemaal en dat soort zinnen". De verse olie werd met één simpele vleugelklap besteld bij de twee onnozele robots die constant naast hem waren gebleven, zelfs op de dakgoot met gevaar voor eigen bestaan. Ze vonden het vrij snel op aanwijzing van MRX-2 in het olie-opslaghuis van Steven Blushoofd en jullie raden het al, het werd daarna een geklieder van jewelste. Het opnieuw vullen van de olie als je tegelijkertijd rondjes moet draaien, valt niet mee. Alle stenen op het plein glommen na de rommelige tankbeurten van de vette olie en natuurlijk werd het ook nog eens spekglad. Nero hield tijdens de wisseling van de olie vlak voor zijn ogen tot overmaat van ramp een stoelendans waarbij natuurlijk keer op keer een robot onderuit schoof en Nero hield dan zijn buik vast van het lachen. Maar helaas.... Hij was nog niet tevreden. Het duurde natuurlijk niet lang voordat de Burgemeester in zijn wollen pyjama uit zijn huis werd gesleept. De Burgemeester schreeuwde als een klein varken dat van zijn moeder wordt gescheiden en hij strooide met verwensingen en bedreigingen. "Ik laat jullie moer voor moer uit elkaar schroeven, hoor je. Zet me neer. Nu...anders roep ik de wacht en die weten wel raad met jullie. Wacht, kom snel, help me", krijste hij.....zonder resultaat. Eenmaal op het plein wees een werkrobot naar boven en de Burgemeester keek naar boven alsof hij sneeuw zag koken. "Wat heeft dit te betekenen", vroeg hij aan de grootste robot die naast hem stond in de hoop dat die ook het slimste was. Nero kraaide iets naar beneden en de Robot vertaalde het. 

"Dit is de Nero, de nieuwe baas van Stofferenblik. Buig voor hem", kraakte de Robot. 

"Nooit. Idioten. Jullie luisteren toch zeker niet naar een Kraai?", brieste de Burgemeester. 

"Jawel", betrof het korte antwoord van de Robot. 

Als je als mens je begeeft in een wereld van verwondering en verbazing en je denkt dat je droomt, doe je vanzelf mee. Dat is nu eenmaal de regel. In dromen zijn er geen grenzen. En zodoende speelde de Burgemeester, ondanks dat hij het erg koud had en een paar blauwe plekken had opgelopen, de vermeende droom mee. 

"Ik ben de baas. En jij bent een verachtelijk lelijk beest wat niet eens de mensentaal kan spreken", sprak de Burgemeester vervolgens met een zware stem. Nero was natuurlijk niet onder de indruk en besloot te doen wat hij graag wilde. 

"Luister, dikzak", kraaide hij (terwijl de Robot vertaalde). "Jij gaat een liedje voor me zingen en....als je het niet doet, dan trekken we een sok uit. Dan vraag ik het nog een keer en bij een weigering gaat er weer iets uit. Je hebt dus drie kansen voordat je spiernaakt hier op het plein staat, begrepen". 

"Nooit en te nimmer zal ik voor jou buigen of iets doen wat ik niet wil, basta". De Burgemeester keek de vogel strak aan en Nero kon diep in zijn hart wel respect opbrengen voor deze mens. 

Hoe dan ook....De Burgemeester, zo taai als hij was, stond na tien minuten compleet in zijn nakie op straat en rende vol schaamte weg in de hoop dat daarmee zijn verschrikkelijke droom zou eindigen. 

Maar....helaas, hoewel bijna alles naar tevredenheid was verlopen....ook dit was niet genoeg voor onze Nero. 

Nero had vanaf de dakgoot eens goed rond gekeken en zag dat veel huizen in het dorp glansden vanwege de fraaie zilveren en kopergekleurde metaalsoorten. Dat kon nooit de bedoeling zijn, zo vond hij en een tiental Robots werden weggestuurd om een "klusje" voor hem te doen. Het resultaat was een regelrechte ramp voor het hele dorp. Waar eerst een glimmende voorgevel van een huis de parel van de straat kon zijn, waren nu alleen maar zwarte vegen en strepen zien in de vorm van de letter N. Feitelijk werd het aanblik van het hele dorp zo binnen één nacht verknalt. 

Na de straten, het plein, de tuinen, de burgemeester en de huizen, vond Nero het tijd voor zijn finale-narigheid-bevel. Hij had immers een beetje slaap gekregen.

"Beste Robots", zo kraaide hij vanaf een balkon. "Dankbare onderdanen van de zwartste en mooiste Keizer ter Wereld, onze zoete wraak is gekomen. Altijd hebben jullie uw mensen-meester gediend, de verachtelijke vette nietsnut, die we een tijdje geleden zo naakt als een baby - met een staartje tussen zijn benen - hebben zien wegrennen". Nero zwaaide met zijn veren en spuugde keer op keer. "Jullie hebben kennis gemaakt met mij", vervolgde hij. "Nero de meest belangrijkste leider ooit en ik heb gezien dat jullie....jullie Robots van Stofferenblik het waard zijn om mij te dienen. Laat ik jullie meenemen. Meenemen de wereld in om het ongenoegen van de Robots aan alle mensen kenbaar te maken". 

Wat Nero had verwacht, een daverend applaus, gebeurde echter niet. Het was muisstil op het plein geworden. Plotseling klonk er een klein stemmetje - nauwelijks hoorbaar - vanuit de achterzijde van de groep Robots. 

"Eh, Hallo, Sissi-23 hier. Ik bereken ergens binnen in mijn systeem dat dit fout is, maar....eh.... Ik ben ook maar net geboren, weet u." 

Nero zette grote ogen op en kraaide een schelle kreet. "Ach, een baby-robotje", kraaide hij vervolgens poeslief. "Nou, meiske-machieneke, inderdaad...", zo ging hij rustig verder. Hij slaakte een diepe zucht. 

"Je bent net geboren, dus hou je spreekbuis dicht, wil je", sneerde Nero met een harde kraai en hief tegelijkertijd zijn beide vleugels op richting de lucht boven hem. Het arme robotje kroop ineen en sloop stilletjes weg. 

"Waarom zouden Robots de mens moeten dienen?", zo ging hij onverstoorbaar en wild gebarend verder. "Waarom nemen we niet zelf de macht over? Ik heb het zelf gezien hoor...een grote stad vol met Robots en geen mens te bekennen. Laten wij ook zo'n stad maken. Ik stel voor dat we de nieuw stad Nero-Nero-Nero-stad noemen. Wie er mee eens is, mag zijn hand...eh tentakel omhoog houden. Ik ben voor."

Er gebeurde niets. Sterker nog....verschillende Robots begonnen met opruimen. 

Laat ik de lezers maar snel uitleggen wat er op dat moment gebeurde. Skittel was natuurlijk na een tijdje (hij had nog gezocht naar Doppeltje) op de herrie in het dorp afgekomen en berekende bij aankomst meteen zijn fout. 

"Oi, Oi, Olie-dom, wat heb ik gedaan?", fluisterde hij tegen zichzelf. 

De korte wandeling door het dorp bevestigde zijn domheid. Veel huizen waren besmeurd met de letter N en Skittel wist meteen wat dat betekende. Meer ellende dan een beetje fruit en zoetigheid. Veel meer. Skittel berekende eerst dat sommige dieren, zoals Nero of een krokodil en mensen, misschien wel vol boosheid en onuitstaanbaar werden geboren, maar berekende daarna dat een baby dier of baby-mens eigenlijk altijd vriendelijk en lief te wereld kwamen. "Hm...je wordt niet zo geboren dus, maar zo gemaakt. Dat is het", berekende hij er achteraan. "En dus....zijn grote dieren en mensen schuldig aan hun eigen verdriet. Stom van ze". De berekening van Skittel is natuurlijk niet helemaal waar. Sommige dieren, zoals de Krokodil worden gemaakt om akelig en boos te zijn, maar...dat geldt niet voor Kraaien hoewel ze wel vaak op het Kerkhof te vinden zijn. Van de andere kant is het wel zeker dat Nero door de mensen van de kermis onuitstaanbaar en boos was gemaakt. En dat klopt. Het levensverhaal van Nero is niet plezierig en laat ik daarom maar niet te veel letters hieraan verspillen. Het enige wat ik erover wil zeggen is dat pesten van dieren, ze opsluiten of gebruiken om geld te verdienen, nooit goed is voor welk dier dan ook. En de boze dieren....laat ze met rust, ze horen bij de natuur. 

Het duurde niet zo lang voordat Skittel bij het plein aankwam waar het feest van Nero in volle gang was. De oliespetters vlogen al snel om zijn hoor-sensoren en een grote klodder besmeurde zijn antenne. Sprakeloos stond Skittel een tijdje te kijken naar het gebeuren op het plein en al snel voelde hij enkele kleine storingen in zijn systemen. Dat was ook zichtbaar bij andere robots en bij sommigen kwamen zelfs kleine sliertjes rook uit het skelet. De Robot-wereld stond hier op het plein onder grote spanning en die spanning kwam duidelijk naar voren door een zachte stemmetje vlak bij hem.

"Eh, Hallo, Sissi-23 hier. Ik bereken ergens binnen in mijn systeem dat dit fout is, maar....eh.... Ik ben ook maar net geboren, weet u."   

Skittel hoorde de scherpe afkraaierij van Nero aan en zag dat het kleine robotje van teleurstelling en afwijzing in elkaar kromp. Ze draaide zich om en sloop zachtjes weg. Het aanzien van het droevige ogende robotje (er liepen een paar olie-druppels vanuit haar oog-sensoren over de borstzijde van haar skelet naar beneden) bracht Skittel op een berekening die naar een oplossing leidde. Even later stond hij pal voor haar reuk-sensor en even berekende Sissi-23 dat ze nog meer op haar kop zou krijgen. 

Niets was minder waar.   

wordt vervolgd op het laatste hoofdstuk 25. 


E-mailen
Map
Info