Ideemachine.nl
                                                                                                 


Verhaaltje 23



De brutaalste heeft.....


Het kleine dorp, Stofferenblik gaf de indruk dat er niets was veranderd. En dat klopte, want de reis van Skittel had slechts één enkele week geduurd. Gerardo liep elke dag hetzelfde rondje in de hoop zijn verloren geraakte Robot alsnog te vinden. Achteraf vond hij het jammer de Robot met een onduidelijke en uit het blik schietende opdracht te hebben weggestuurd. "Ga maar leren", had hij tegen Skittel gezegd. "Stom van me", spookte als gedachte keer op keer door zijn hoofd. "Robot-opdrachten moet je klein houden", voegde hij er aan toe. Maar....zo weten we inmiddels. Het was onzinnig om daar lang over te piekeren. Toch was er bij Gerardo ook meer aan de hand. De afwezigheid van de Robot maakte hem vanaf de dag dat hij niet meer terugkwam erg moe en eigenlijk had hij ook nergens meer zin in. Het huisje raakte zelfs een beetje verstoft en het kriegelijke onkruid had zijn weg al onder de voordeur gevonden. 

Zoals wij weten, lezers, was er inmiddels hoop voor Gerardo onderweg, maar dat wist hij natuurlijk nog niet. 

Skittel en zijn vrienden namen een sluipweg vol prik-prikkels en brandnetels naar beneden, nadat ze vlakbij het dorp op een heuvel waren beland. Nero had geen herinneringen aan dit dorp, maar Doppeltje des te meer en op het moment dat de deur weg was, kwispelde hij al met zijn staart. (honden vergeten verdriet, weet je). Ook Skittel had meteen in de gaten dat ze in de buurt van zijn dorp terecht waren gekomen en hij voelde de temperatuur van de olie oplopen. Vlak na het uitstappen, verdween de plaatsveranderaar zo snel als het inpakpapier om een sinterklaascadeau in de handen van een zesjarige. Tijd om hierover na te denken of te berekenen kregen onze vrienden niet, want het klakkende geluid van twee Robots was meteen hoorbaar. Een klein verstopt paadje tussen enkele distels leek de beste optie om de twee te ontlopen. Nero vloog natuurlijk mee en Doppeltje liep voorop. 

De sluipweg - niets meer dan een verscholen pad voor reeën - kronkelde als een worm door het struikgewas. De Robots hoorden ze inmiddels niet meer en dat gaf wat gelegenheid om even bij te praten. 

"Ik heb nog nooit zo snel gevlogen al zou mijn vader dat misschien wel kunnen", kraaide Nero tegen Skittel. Ondanks de opschepperij van Nero berekende hij een soortgelijke conclusie, want sneller dan dit was waarschijnlijk niet mogelijk. "Tsja Nero, inderdaad onze reis moet sneller zijn geweest dan de vlucht van een Raaf", sprak hij en Nero begroette deze opmerking met een ferme kraai. Het maakte Nero onmiddellijk vol trots nu Skittel het een keer met hem eens was. Doppeltje daarentegen hield zich hiermee niet bezig. Hij had geen idee wat er was gebeurt, dus liet hij het maar zo. "Wat je niet kan begrijpen, moet je soms ook niet willen begrijpen", zo dacht hij en snoof intussen dus met grote aandacht de ondergrond af naar sporen. En die vond hij. Van viervoeters, van stekeldingen, van modderkruipers en van grondwoelers, maar niet van mensen of Robots. Die laatsten stonken naar zijn mening, want olie.....niet de allerlekkerste geur naar zijn mening. Skittel viel gelukkig wel mee, omdat zijn skelet weinig kieren en spleten had. Bovendien kon hij van zijn baasje meer dulden. Hoewel.....zijn vorige baas, de burgemeester stonk ook - mensen stinken altijd voor een hond, behalve viespeuken en smeerpoetsen - en wel heel erg naar een of andere bloem. Hij moest ook altijd niezen als de burgemeester bij hem kwam, zo wist hij nog.

Skittel haalde Doppeltje in, omdat deze een plas deed tegen een boom. Hij had een andere hond geroken en dat is nooit pluis voor een hond. "Doppeltje", zei Skittel op een zachte toon. "Niet te ver doorlopen. Ik denk dat we beter als het donkerder wordt naar het dorp kunnen gaan vind je ook niet?", fluisterde hij. Doppeltje knipperde met zijn ogen. Hij wist inmiddels dat knipperen een JA betekende. Skittel knipperde terug. Nero had echter de samenkomst van de twee gemist en vloog een stukje verder. Had hij het maar nooit gedaan, want voordat hij het in de gaten had, verstrikte zijn vleugels in een of ander enorm spinnenweb. Hij kraaide uit volle macht, maar het was al te laat. Nero zat vast....in een jagers-net. Skittel hoorde van afstand dat het kraaien van Nero geen normaal gekraai kon zijn en spoedde zich richting het geluid. Doppeltje rende achter hem aan. Plotseling viel Skittel voorover. Hij viel in een gat en hopla daar hing hij met één loop-tentakel omhoog aan een tak van een boom. Doppeltje verstijfde van schrik en dat was weer een geluk bij een ongeluk, want meteen kwamen er een paar Robots aanlopen om hun vangst te bekijken. Doppeltje sloop terug het struikgewas in en bekeek vanonder de bladeren naar zijn gevangen baasje. Hij twijfelde. Zou hij aanvallen? Moest hij wachten? Hij wist het niet. 

Wie ooit is gevangen, weet dat het meestal niet pluis is. Je wordt immers nooit voor je plezier gevangen, behalve bij verstoppertje of tikkertje. Skittel berekende direct een enorm probleem en het eerste wat hij deed, betrof het beschermen van zijn hond. Op zijn voorhoofd verscheen een groot rood minteken en hoopte maar dat Doppeltje het begreep. Gelukkig was dat zo. Doppeltje zag een fel rood "iets" op het voorhoofd van Skittel en rood....dat was ook voor honden meestal niet pluis, behalve als het een beetje bloed op een groot bot betreft. Hoe dan ook, Skittel en Nero waren gevangen en dat betekende maar één ding.....

Terug naar de Burgemeester. 

De jagers in kwestie betroffen de twee Robots die onze vrienden al bijna eerder hadden ontmoet. De ene, een werk-robot van het formaat koelkast maakte een raspend geluid met zijn spreekgedeelte. Skittel wist niet of het een vorm van plezier moest voorstellen of een gewone storing vanwege de ongebruikelijke vangst. De andere Robot, een dien-robot, klein van stuk, prielig gestalte wat betekende dat hij erg dun was, had een groot hoofd en moest dus wel het beste brein van de twee bezitten. De grootste liep om Skittel heen en bekeek hem met aandacht. Soms prikte hij even op het skelet om te zien wat er zou gebeuren. De kleinste was bezig met Nero en dat had hij beter niet kunnen doen. De ene prik na de andere kreeg de arme Robot te ontvangen en op sommige plaatsen was zijn skelet niet bestand tegen de grote snavel. Bovendien krijste Nero als een krijtje op een schoolbord. Skittel probeerde een brutale zet te doen, in de hoop dat het zou helpen. Bovendien als het lukte, kon ze misschien het eerste stuk van haar plan uitvoeren. 

"Stop...nu, jullie twee, anders zeg ik het tegen Tara", schreeuwde ze uit alle macht. En dat was veel...net zoveel als een straaljager boven je hoofd. Het hielp, want de twee stopten meteen met hun werk. "Maak me los, griezel, want ik weet zeker dat Tara je anders in vieren deelt en van je delen vuilnisbakken maakt, met je spreekbuis als olie-afvoer. En jij kleine, stop nu, want Tara schiet je naar de maan als je niet uitkijkt. De koelkast keek de lantaarnpaal aan en beiden plaatsten ze een groot vraagteken op hun skelet. "Juist", riep Skittel. "Vraag je maar af, wie je hier hebt gevangen. Ik ben zeker geen konijn of zo". 

"Dat is waar chef.....Dit is geen konijn, maar een robot.", zei de grootste. 

"Klopt, Bimbo. Dit is geen konijn. Maar voordat je zegt wie je bent....Wie is Tara?", vroeg de kleinste aan Skittel. 

Skittel greep zijn kans. "Luister okkiepokkie, Tara is Robot nummer 1 in de wereld, de machtigste van ons allemaal en ze heeft mij gestuurd."

"Jou?....Maar wie ben jij dan?", vroeg de slimste en week een beetje naar achteren. 

"Ik ben Skittel, nummer 2 in de wereld", blufte ze. "En ik ben hier om jullie te redden". 

"Te redden?", antwoordde de grootste, die inmiddels ook een stapje achteruit had gedaan. 

"Ja, redden. Wat jullie niet weten, is dat er een verkeerd programma binnenin je skelet zit en daarom zijn jullie de drie Robot-wetten vergeten. En dat.....dat is niet pluis." 

"Drie Robot-wetten....nooit van gehoord?", reageerde de kleinste. "Ik ook niet", volgde de grootste. 

"Juist!....en daarom ben ik hier. Op deze manier brengen jullie schade aan de mensen in het dorp. En dat is fout. Maar goed als jullie niet willen luisteren dan geef ik nu aan Tara door dat ze jullie kan komen ophalen. Je weet waarvoor." Skittel knipperde opzettelijk lang met haar oog-sensoren om kracht bij haar boodschap toe te voegen. De twee overlegden kort met elkaar. 

"En dan wordt het dus vierendelen of afschieten naar de maan. Klopt dat?", sprak de kleinste. 

"Jazeker.....als je geluk hebt tenminste."

"Geluk, hoezo?", riepen ze bieden nu verschrikt. 

"Nou....meestal worden slechte robots met zout bestrooit en net zolang in de regen gezet, dat alleen roest overblijft en je brein wordt geplaatst aan een lopende band zonder pauzes", pochte Skittel, die begreep dat ze nu toe moest slaan. De twee overlegden weer kort. De kleinste kwam dicht bij Skittel staan. 

"Wat moeten we dan doen, Skittel?"

Skittel was vrij snel bevrijd uit haar ongelukkige houding, maar Nero...oei dat werd een andere zaak. Skittel moest zelfs meehelpen en hield de kop van Nero vast. De andere zijn  poten en de derde knipte voor de zekerheid het net maar helemaal kapot. Tijdens deze worsteling was Nero op zijn best. "Schorremorrie, blijf van me af. Ik kan het zelf wel, stelletje moeren en kromme bouten, rubberfrutsels, oliedruipers, knipperlichten en dat soort woorden. Het duurde tien minuten en toen was de vogel bevrijd. De vrijheid van hem en Nero was slechts een gedeelte van zijn plan. Wat nu volgde, was volgens Tara evenzo belangrijk. 

Skittel sprak kort met de twee Robots en mocht vervolgens het programmaluik openen. Ze sleutelde wat met haar vingers en na het intypen van een nieuwe code, was het gedaan. 

"Luister goed, Bimbo en Lola, ik heb nu een nieuwe baas bij jullie geprogrammeerd. Als je in het dorp komt, zal elke robot automatisch door je worden besmet. Anders gezegd; morgenochtend luistert elke robot in het dorp Stofferenblik naar die andere baas en dan komt alles goed", sprak ze met luide stem. De strenge woorden maakten indruk op de twee en ze feliciteerden elkaar na afloop door hun loop-tentakel tegen elkaar te boksen. 

"Joepie...we hebben nu een goede baas", riepen ze in koor. 

Voordat we verder gaan, zijn we wellicht benieuwd naar Doppeltje. En eerlijk gezegd; de schrijver weet ook niet meer waar hij is gebleven. Jammer eigenlijk, want net als het goed afloopt met Nero en Skittel, lijkt onze viervoetige vriend verdwenen. Laten we toch maar terugkeren naar Skittel, want die had een geweldige verrassing.

 

wordt vervolgd op 24.  

E-mailen
Map
Info