Ideemachine.nl
                                                                                                 


Verhaaltje 20


Doppeltje en de R-R-Hond

Doppeltje, Doppeltje toch. Als een razende rende hij Nero achterna, maar bij de tweede afslag kon hij de vogel al niet meer zien. Wel horen, want het gekras klonk hard en leek van alle kanten tegelijk te komen. Al hijgend rustte hij even uit, wilde terugkeren, maar....natuurlijk, welke kant moest hij oplopen? Doppeltje wist het niet meer en gokte zomaar op één of andere afslag naar rechts waardoor hij zich nog verder van zijn baasje verwijderde. Hij blafte een keer in de hoop dat Skittel hem zou roepen. Helaas had dat ook hetzelfde effect als het krassen van Nero. De echo (blaf, blaf, bla, bla, af, af, a, a, f, f,) klonk door de gangen alsof de blaf in een doolhof was geboren. Mompelend en grommend liep hij verder in de hoop ooit een Robot tegen te komen die hem kon helpen. Maar nee, hoor. Elke keer als hij een Robot zag en blafte om hulp, keek de Robot hem aan alsof hij olie omhoog zag kruipen. 

Op enig moment, enkele minuten later, sloeg de wanhoop toe, omdat hij alleen nog maar olie en nog meer olie rook. Doppeltje begon te janken en kroop in een hoekje van de witte gang. Gelukkig had hij zijn zwarte kant niet tegen de muur geplaatst, zodat een Robot hem wel kon zien. En daar kwamen twee Robots aan, zo hoorde Doppeltje. Het klikklakken van hun tentakels klonk luider en luider en hij keek vol verwachting naar de hoek van de gang. Als ze hem daar een beetje zielig zouden zien liggen, dan zouden ze vast hulp halen, zo was zijn gedachte en hij zette zijn treurigste ogen op. Zijn oren in de nek en dan zou het goed komen, zo voegde hij erin gedachten aan toe. 

Niets was minder waar. 

Voor hem stopte één robot, een kruip-robot met vier slanke poten. Een grote metalen bek ging open en vier rijen lange en scherpe tandwielen verschenen vlak voor zijn bek. De tandwielen draaiden voor als achteruit en ratelden scherp. Doppeltje zag geen staart, maar wel een paar puntige oren van glimmend aluminium en een krachtig skelet, gemaakt van het duurste plastic zo leek het, want er zat geen enkel krasje op. Ook een paar gele tekens, die Doppeltje niet kon lezen, samen met een langwerpige schedel en twee gekruiste botten. Doppeltje wist niet wat dat teken betekende. Hij had nog nooit een piratenvlag gezien, vandaar, maar uiteraard stroomde er al kwijl uit zijn bek vanwege de botten. "Zou deze Robot een botten-koning zijn?", vroeg hij zich af. 

Doppeltje besloot het gewoon te vragen, en blafte de Robot-Hond (want daar leek de robot tot zijn geluk het meeste op).  

"Eh..., ben jij de koning van de botten?", slijmde hij en likte even links en rechts langs zijn bek. De Robot-hond snoof en blies een wolk lucht uit waardoor zijn skelet aan de voorzijde een beetje opbolde. Zo leek hij nog groter en dat was precies de bedoeling.

"Maar natuurlijk, kleintje. Ik stik van de botten. Wil je ze misschien proeven?", blafte hij. Doppeltje's oren klepten direct omhoog. Dit wilde hij graag horen. 

"Ja, ja....lekker. Heb je er echt veel? En grote ook?"

"Ja hoor, kleintje. Voor jou heb ik grootste en lekkerste botten klaar liggen. Kom je mee?" Doppeltje twijfelde even. "Zou Skittel het goed vinden?", dacht hij, maar het vooruitzicht van het sap al druipend uit zijn bek, won het van de trouw aan zijn baasje Skittel. "Ik heb genoeg aan zijn tentakels gelopen en nooit een bot gezien", was zijn stoute gedachte. En daar gingen ze. De Robot-hond voorop en Doppeltje er achteraan. De route door de gangen verliep meestal in één richting. Diep naar beneden en hoe verder naar beneden, des te donkerder het werd. Doppeltje snapte waarom ze naar beneden gingen. Daar moest het rijk van de Robot-hond zijn. In de buurt van muizen en ratten en natuurlijk de begraafplaats van botten. De laatste Robot was al een tijdje geleden langs gekomen en zodoende lag het lot van Doppeltje nu echt in de klauwen van de Robot-hond. Doppeltje had geen idee of hij de robot-hond kon vertrouwen, maar geloofde zijn geblaf. Honden delen onder elkaar, zo wist hij nog van vroeger. Het klikklakken verstomde meer en meer doordat alle muren daar beneden dik waren bedekt met isolatie. De stilte rondom beleefde hier een hoogtepunt en zorgde toch nog voor enkele kriebels bij Doppeltje. "Weet je zeker dat we hier moeten zijn?", vroeg hij, terwijl hij het antwoord al kon raden.

"Natuurlijk...Denk je dat ik jou hier voor niets naar toe breng?", blafte hij met een zware blaf. "Kijk daar is het?" De Robot-hond hief een poot op en wees naar voren. Doppeltje zag niets meer dan een grote koperen ketel en de stoom die bovenuit de ketel kwam, vond direct een weg naar het grauwe plafond. "Maar eh...daar...Eh, dat lijkt mij erg warm daar. Moeten we echt daar naar toe?" De Robot-hond knikte. "Yep, de trap op en over de balk naar de andere kant en daarachter liggen de lekkerste sappige botten die je ooit hebt gezien", blafte de Robot-hond. 

"Oké", blafte Doppeltje, die niet meer durfde te weigeren. Hij maakte aanstalten om naar de trap te lopen, maar iets hield hem tegen. "Luister, Robot-hond. Hoe weet ik eigenlijk zeker dat jij de botten-koning bent. Eh, je bent wel groot en sterk, maar ik heb nog geen bot gezien. En ook geen onderdanen", blafte hij brutaal. De Robot-hond knipperde met zijn ogen. Deze vraag had hij niet verwacht en hij moest even rekenen. 

"Klopt wijsneus. Ik heb nog geen onderdanen, maar dat is een goed plan van je. Wil jij mijn eerste onderdaan worden? En dan krijg jij elke dag een lekker bot, goed plan toch?" De Robot-hond zette zijn oren rechtop en schudde een beetje met zijn skelet om aan te geven dat hij blij was. Doppeltje begreep het gedrag en hij werd ook blij. "Ja, goed plan, want bij mijn oude bazen kreeg ik nooit een bot." 

"Nou vooruit dan. Jij eerst en dan kom ik. Om het te vieren mag jij een bot uitzoeken", blafte hij. Doppeltje kwispelde met zijn staart en stapte nu wel richting de koperen ketel. Hij had niet in de gaten dat de Robot-hond zijn tanden op elkaar zette en met grote rode ogen hem na keek. De trap was eenvoudig te beklimmen en op de laatste trede zag Doppeltje de balk voor zich. Het betrof een dunne balk. Onder hem bruiste kokend water en dat vond hij niet pluis. "Waar is dat water voor?", blafte hij. "Voor de verwarming natuurlijk. Daarom zitten er hier veel muizen en ratten en daarom heb ik ook hier mijn Koninkrijk gemaakt. Je bent er bijna", blafte de Robot-hond. Doppeltje besloot een eerste stap op de balk te maken en die voelde glad aan. "Kom op, een onderdaan van mij is toch niet bang". 

De laatste opmerking was genoeg om Doppeltje's laatste twijfel weg te nemen en hij zette een tweede stap waardoor hij meteen begon te wiebelen. Plotseling....klonk er een harde kreet. 

"Stop, Doppeltje. Kom terug, snel. En af, R-R-hond, vals kreng dat je bent". 

Doppeltje verstijfde, stond even roerloos stil, keek heel even achterom en na een lange zucht stapte hij voorzichtig terug. De Robot-hond jankte en piepte en lag met zijn poten gespreid languit op de grond. Doppeltje draaide zich nu helemaal om en zag een witte robot met Nero op de schouder. Achter de robot, die eruit zag als een staande kat, verscheen het hoofd van Skittel. 

"Dag, Doppeltje, sprak de robot. "Kom maar hier. Je bent bij ons veilig." "Het is een gemene hond", zei hij nog terloops naar Skittel en voegde toe dat hij hem zou updaten om dergelijk Robot-onwaardig gedrag in het vervolg uit te sluiten. Skittel knikte instemmend en zwaaide met een lach naar zijn metgezel.

"Ik ben Tara", hoorde Doppeltje nog. Hij stapte met één sprong van de trap af en begon al lopend naar Skittel met zijn staart heftig heen en weer te zwiepen.  


wordt vervolgd op 21. 

E-mailen
Map
Info