Ideemachine.nl
                                                                                                 

Verhaal 2

Overleg en zo.

De eerste nacht na de geboorte bleef Skittel - De professoren wisten toen nog steeds niet dat de kleine Robot, Skittel heette. Maar wij wel - alleen achter in de donkere werkplaats. Professor Klopper had hem helemaal uitgezet om er zeker van te zijn dat de kleine Robot niet weg zou lopen of nog erger.....bang zou worden.

We laten Skittel even rusten. Onze twee slimme slimmeriken verdienen ook onze aandacht, want wat er nu vóór de geboorte had plaats gevonden? Daar weten we nog niets van. Laten we dat eens uitzoeken?

Skittel was voor de twee professoren niet de eerste Robot, maar wel de eerste die heel bijzonder was. Een gewone Robot, zoals ze al vaker hadden gemaakt kon meestal niet praten. Nou ja, een beetje wel hoor, maar meer dan "ja", "nee" of "tot uw dienst", was het niet geworden. En dat kon anders, zo dachten ze er destijds erover. Wat ze deze keer wilde maken moest een Robot zijn, die goed kon praten, snel zou leren en vooral opvoedbaar was. Na een tijdje piekeren, nadenken en verzinnen, ontstonden op een koude herfstdag de eerste echte goede ideeën. Ideeën die ze niet in de prullenbak hoefde te gooien. De twee professoren besloten om te gaan zitten in een luie stoel en staken een waterblaas-lollie op. Al bij het derde kringeltje water-rook in de lucht stak Klingel zijn vinger op.

"Geen dunne lichtbalkjes om door te kijken, maar echte ronde machine-ogen met kleur en scherpte, Klopper. Dat ten eerste". Klopper knikte en blies in de lucht een kringeltje in de vorm van een bloem.

"Echte ogen, natuurlijk Klingel, Goed idee".

"Met wimpers, blik-in-soep-nog-an-toe.... en.....en knipperen...dat moet ook kunnen", voegde Klingel er snel aan toe.

"Met wimpers en zo, natuurlijk, goed idee, Klingel". Deze keer blies Klopper in de lucht een rode driewieler.

Samen gingen ze zo een paar uur door. Ze bespraken ook de technische zaken, zoals pompdruk, snaar-sterkte en blik-buigingen en uiteraard ook de meer belangrijke wensen. Praten bijvoorbeeld, was zo'n ding.

"Geen knikjes of buigingen, Klopper....Echte verstaanbare woorden, echte mooie zinnen".

"Echte zinnen...natuurlijk, goed idee, Klingel".

"En de Robot moet zelf leren. Uit zichzelf, snap je, Klopper?"

"Zelf leren, uitstekend idee, Klingel".

"Maar...wel de goede dingen en zaken. Geen frutsels of prutsdingen, Klopper".

"Geen frutsels, natuurlijk, goed idee Klingel".

En zo ging het maar door. Hele nachten lang hadden de professoren overleg en aan het begin van de winter was het idee helemaal af. In de kist met water-lollies lagen nog maar vijf water-blaas-lollies, drie groene en twee blauwe. Nog slechts één belangrijke zaak moest worden geregeld. Ze moesten de Robot nog bouwen. En dat ging ook niet zomaar. Nee, het verzamelen van goed bruikbare spullen werd al een gedoe. Rommel-dingen konden zij natuurlijk niet gebruiken. Gelukkig had deze keer voor dit probleem professor Klopper het beste idee. Hij begaf zich naar de woonkamer en haalde daar van alles uit elkaar. De hologram op de tafel en het kastje wat games op de muur liet zien, gingen als eerste uit elkaar. "Kijk Klingel, twee omschakel-schakel-dingen....die kunnen we goed gebruiken". Klingel stak zijn duim omhoog en zocht ook mee. Het duurde een hele middag maar toen hadden ze alles bij elkaar. Klingel keek eens goed rond en zag dat er niets meer kon worden gesloopt. Natuurlijk....ze konden niet meer gamen, geen ijsjes meer maken, geen automatische sloffen-poets-machine en dat vonden ze eigenlijk wel jammer, geen licht-ballonnen en ondanks dat het winter werd, ook geen warmte-zakken meer. Niets van dat, maar dat deerde ze niet. Klingel kon namelijk goed breien, vond hij zelf en diezelfde avond nog, breide hij twee warme truien. De ene trui was geel met de letter K in het midden en de andere een rode trui met de letter K op zijn kop, zodat ze volgens Klingel niet in de war zouden raken. De laatste trui was natuurlijk voor Klopper, maar die vond de letter K op zijn kop niet erg, omdat hij toch niet van de kleur geel hield.

Maar zoals vaak bij het maken van nieuwe apparaten ontstonden er problemen. Hoewel er al een Robot-hoofd was gemaakt van een oude spaarpot, had het hoofd wel een ernstig gebrek. De olie, het water, een aantal stukjes koperdraad en flink wat zilverpapier, allemaal nodig voor soepel- en stevigheid, vonden binnenin de spaarpot al snel hun hun plaats, maar.....het echte brein, de Robot-hersenen zeg maar, die hadden ze niet en kon ook niet zomaar met de hand worden gemaakt. Nee, daarvoor moesten ze een bestelling plaatsen bij de Robot-fabriek in de stad Rotopia. Klingel had diezelfde avond nog een mooie stralings-brief gemaakt samen met een mooie foto van de eigen gemaakte Robot. De brief ging zo.

Beste Robotfabriek,

Graag zouden wij, professoren Klingel en Klopper, een brein willen ontvangen om het in onze zelfgemaakte Robot te plaatsen. Het brein moet slim zijn met de bedoeling om het nog slimmer te maken door een verblijf in ons blikken-dorp. Sterker nog, we willen het slimste brein wat er voorhanden is, want wij zijn ook slim. Graag ontvangen wij eerst een bericht over de kosten.

Klingel en Klopper, professoren Robots en zo.

Het bericht van de fabriek, via de binnenlandse zendmast W-23 op hun blik-huis, werd op een maandagmiddag ergens in november ontvangen. Het luidde zo;

Beste professoren Klingel en Klopper,

Uiteraard kunt u een Robot-brein bij ons kopen. De beste is de DF-12-56-A, welke ongeveer zesduizend miljoen bits en data kost, welke u kunt afgeven via de straal 12999657. Indien deze is ontvangen sturen wij zo spoedig mogelijk het gevraagde brein.

Uwe dienaars van de Robotfabriek.

Klingel en Klopper lazen de brief wel drie keer maar het bedrag van zesduizend miljoen bits en data werd niet lager.

"Dat hebben we niet, Klopper", zei Klingel uiteindelijk.

"Nee...ik heb slechts vijftien bits".

"Ik heb nog drie data, meer niet", zei Klingel en zijn hoofd boog een beetje voorover.

"Wat nu, Klopper....wat nu?"

Het valt lastig te verklaren maar op dit soort momenten moet je hopen op een wonder en dan...dan gebeurt het soms ook. Niemand weet waarom en meestal weet ook niemand hoe een wonder kan gebeuren. Wij, lezers hebben het geluk dat wij het ontstaan van het wonder wel kunnen weten, gewoon door verder te lezen.

Het wonder was niet echt een wonder zoals het lopen op water. Je kon het ook geluk noemen. Het geluk zat deze keer verstopt in twee belangrijke deelnemers.

Laten we beginnen met de eerste.

Simon de gestreepte straatkat uit de Blik-soepstraat kreeg in de middag erge honger, wat vaak gebeurde, omdat elk vogeltje wat hij wilde eten, sneller weg kon vliegen dan hij kon springen. De reden van de mislukkingen lag in de omvang van zijn buik. Anders gezegd, Simon was gewoon te dik. Dit betekende dat de modderdikke Simon op...eh....een soort van jacht moest....en wel deze keer in de keuken van het professoren-blik-huis. En daar gebeurde het begin van het wonder. Ergens bovenop een vettige kast stond een glazen pot met snoep. Iets wat Simon, de kat erg lekker vond. De kleine ronde kleurige snoepjes met een smiley erop leken volgens Simon allemaal precies naar hem te kijken. De snoepjes lachten Simon werkelijk toe om het zomaar te zeggen. "Eet ons, eet ons, toe dan, katje lief", zo dacht Simon de kat. Zodoende sprong hij richting de pot, knalde tegen de onderzijde van de plank en.....viel.

Ongelukkigerwijze kwam hij niet zoals een normale kat op zijn pootjes terecht, maar recht op zijn kopie. En dat deed pijn, want zijn kopie raakte een ijzeren bakje. Dat bakje kantelde razendsnel en de inhoud, kleine koperen muntjes van vijf en tien cent, vloog meters door de lucht. Nu wil het geval dat het hoofd van Skittel voor het grootste gedeelte bestond uit de bolle spaarpot met uiteraard een grote gleuf in het midden. En juist daarin belandde een muntje geld van tien cent. (heel vroeger kon je met die muntjes iets kopen en waarom de professoren een spaarpot voor geld hadden bewaard, weet niemand, zelfs ik, de schrijver niet). Enfin, waarschijnlijk, maar dat weten we niet zeker, omdat dit muntje graag in een spaarpot verbleef. Nou ja....Tot zo ver, wonder nummer 1.

Het echte wonder gebeurde later op de avond en daar vinden we deelnemer nummer 2. Eentje die er in dit geval geheel vrijwillig aan mee deed. Het was onze eigen Maan. Die scheen dwars door de schapenwolkjes heen. En wel met volle kracht, want de maan was helemaal rond. Of het nu de schapenwolkjes zijn geweest, die misschien een speciaal licht konden maken, dat weten we niet. Wat we wel weten is dat het licht van de maan, via het rode en blauwe oogje van Skittel in de spaarpot drong en daar al snel een geborrel en geklodder van jewelste veroorzaakte. En dat duurde bijna de hele nacht. Hoe dan ook....nummer 1 en 2 maakten dat er in het toekomstige hoofd van Skittel, een slijmerige bal werd gevormd. Een beweegbare zoemende bal, van water, olie, blik, roest, drap en een vreemde blauwe schimmel met lange haren.

Het Robot-brein werd gevormd, het wonder was een feit en dat....dat zouden de professoren snel ontdekken.  

Wordt vervolgd op verhaal 3.

E-mailen
Map
Info