Ideemachine.nl
                                                                                                 

Verhaaltje 19


Nero en de R-Raaf. 


Nero...Nero....Onze niet te vertrouwen vriend had de benen genomen. Nou ja, niet de benen, maar zijn fladeraars natuurlijk. Op het moment dat Skittel het geroddel aanhoorde, pakte hij zijn kans. Gewoon...om te jennen, te brallen, te flatsen waar hij maar wilde en zeker ook om enige beroering in de stad te veroorzaken. Anders gezegd, Nero vond het allemaal maar saai en besloot daar iets aan te doen. Zodoende stak hij als laatste groet zijn tong uit naar Doppeltje en fladderde weg. Doppeltje keek eerst naar Skittel, maar die was druk bezig, gromde een keer en besloot voor eens en altijd de snavel van Nero te sluiten. Hij rende erachteraan, maar....de vogel was al verdwenen. 

Nero vond zijn plan goed verlopen. Eindelijk bevrijd van het slenteren door idioot verlichte gangen en dat ook nog eens diep onder de grond, terwijl kraaien toch echt in de lucht thuis horen of op zijn minst in de buurt van een boom, kraaide hij een paar keer erop los. Sommige robots keken verschrikt op, maar een vogel binnen in Rotopia was niet ongewoon. Tara maakte ook dierachtige robots en een krassende kreet was dit keer waarschijnlijk een extraatje. Zodoende kon Nero vrij door de gangen vliegen op zoek naar de uitgang. 

Die vond hij niet. Vliegend van gang naar gang, was nergens een opening te vinden. Hij flatste een paar keer, terwijl sommige robots toekeken, maar ze gaven er niets om. Een robot met veger ruimde het op zonder zich druk te maken of commentaar te geven. Met flatsen bereikte Nero dus niets en ging hij maar over op een andere techniek. Zoals eerder gezegd waren overal in de gangen scan-apparaten geplaatst en daar zou hij vast wel iets vinden om beroering in de stad te verkrijgen. En dat lukte wel. Zodra Nero een draadje ergens achterin het apparaat met zijn snavel had doorgeknipt, begon een rode lamp te flitsen en draaide nog rond ook, zodat de robots nabij werden gealarmeerd. Na de derde vernieling ontstond inderdaad de gewenste beroering. Nero zag de robots nu snel door de gangen rennen of rollen en ze leken hem een beetje in paniek. Die gedachte was een vergissing. Robots kunnen helemaal niet in paniek raken. Ze doen wat ze kunnen en als het niet lukt, dan geven ze de opdracht terug. Alles of niets, zwart of wit, zo werkt de robot. Een beetje oplossen wordt als een mislukking geregistreerd. En hiermee begon de ellende voor Nero. Een snelle robot kwam snel (natuurlijk, anders kan het geen snelle robot zijn) aanrollen en probeerde het probleem op te lossen door Nero te vangen. "Haha, kraaide Nero. "Kom maar op", kraaide hij nog een keer. Dat laatste had hij beter niet kunnen kraaien, want plotseling stond de robot stil en deed geen poging meer om de vogel te vangen. Nero streek neer op een rand ver boven in de gang en wachtte geduldig af. Intussen kwamen meer robots naar de gang toe en ze staarden allemaal Nero met knipperende ogen aan. En Nero...die kraaide en kraaide, stak zijn tong uit, gooide wat flatsen eruit en rolde bijna om van het lachen. Plotseling hoorde hij een bekend geluid. Het geluid van grote wapperende vleugels, het geluid van..."Een Rrrr-aaf", kraaide Nero en sommige veren op zijn koppie kleurde pardoes van diepzwart naar lichtgrijs. 

Aan het einde van de lange gang verscheen inderdaad een grote Raaf en die sloeg met machtige vleugels op en neer. De Raaf landde met een paar snelle bewegingen nabij Nero op een rand van de gang, maar dan aan de overkant. Nero bekeek de Raaf met aandacht en vond het een bijzonder beest. Lelijk natuurlijk, maar ook anders dan hij gewend was. De Raaf had geen gewone vleugels, nee, het betroffen vleugels van dunne metaalstroken en ze glansden als een zwarte spiegel. De kop was groot en twee rode ogen staarden hem aan. Soms knipperden de ogen. De snavel en de klauwen maakten Nero het meeste onrustig. En dat was te begrijpen. De snavel had een lengte van wel bijna een tien centimeter en de nagels van de klauwen leken wel scherpe spijkers. Nero zuchtte....een Raaf, de vijand alle vijanden. 

Zoals iedere prooi op de wereld zou doen, zo reageerde Nero ook. Hij vluchtte. Na nog even zijn tong te hebben uitgestoken, vloog hij rap naar de robots, scheerde over hun koppen en probeerde als de wiedeweerga ver weg te komen. Achter hem hoorde hij het gezoef van grote vleugels en Nero begreep al snel dat vluchten moeilijk zou worden. Heel even wilde hij "mama", kraaien, maar besloot dat toch maar niet te doen. Er was toch geen mama hier. De Raaf achter hem begon tegen Nero te raffen (raffen is kraaien, maar dan op zijn Raafs).

"Kom maar bij papa, hoor, kleintje", rafte de Raaf en hij stootte een oerkreet achteraan. Nero hoorde het aan en de bibbers schoten door zijn vleugels. Een kleine richel leek een tijdelijke uitkomst en Nero zette zijn nagels schrap nadat hij in de uiterste hoek landde. Snel keek hij achterom en zag dat de robot-Raaf even verderop een goede plek had gevonden. 

"Zo, kleintje", sneerde de Robot-Raaf met een krassend geluid. 

"Wat nou zo? Wat moet je van me?, ondier...of nee beter...Rot-Rrrrr-aaaf", kraaide Nero terug zonder te laten merken dat hij nog steeds bibberde en bijna uitgeput was geraakt van de snelle vlucht door de gangen. 

"Weet je, grijs vogeltje, begon de Robot-Raaf. Dit is mijn terrein. Ik heers over alle muizen en soms....ja soms ook over een verloren miezerig klein smerig papperig - naar zijn moeder roepend - onderkruipsel van een vogeltje."

Nero probeerde tijd te rekken om weer kracht op te doen voor een verdere vlucht. "Nou, ik grijs?", verzon hij maar. "Haha, en jij bent zeker donker-zwart? Laat ik je uit een droom helpen. Jij bent net zo zwart als een lichte regenwolk in de zomer, meer niet. Wij Kraaien, zijn de ware zwarte vogels, zo donker als kool en de ogen van Marieke Grijpstuiver, als je snap wat ik bedoel", kraaide hij met energie in zijn toon. De Robot-Raaf liet zich niet van stuk brengen. 

"Hm...laat maar. Jullie zijn net zo dom als mensen. Ik moet even nadenken. Zal ik je veren vermorzelen...of gewoon je snavel breken, ja, dat lijkt mij voorlopig voldoende". De R-Raaf rafte rustig en beheerst en dat maakte zeker indruk op Nero. Bang als hij was om zijn bibbers te tonen, begon hij maar hard te lachen. 

"Hahahaha, Mijn buik schudt van je lompe woorden. Nu je het toch over een snavel hebt. Die van jou....is dat echt een snavel of misschien een rotte banaan? Zo krom, weet je." Deze opmerking had wel effect en de Robot-Raaf spreidde zijn vleugels uit. Nero keek het aan en knipperde met zijn ogen. "Pfff", dacht hij nog. "Wat een enorme vogel". 

Nero kraaide maar eens een keertje en besloot de Robot-Raaf nog meer te tergen. "Wow...groot hoor...Moet je hier soms de vloeren mee dweilen", sneerde hij. Dit keer had de Robot-Raaf genoeg gehoord. Hij wipte zijn lichaam simpel omhoog en sloeg één keer hard met zijn vleugels. Een directe aanval op de arme Kraai werd ingezet. Nero kon geen kant op en zag de messcherpe nagels en de machtige snavel vliegensvlug dichterbij komen. De ogen van de Robot-Raaf leken hem wel van vuur. Nero kroop ineen en hoopte maar op een mis-vangst. Het geklepper van de vleugels naderde hem en Nero kroop helemaal ineen. "Dag Nero", kraaide hij zachtjes tegen zichzelf. 

"Stop Rover", riep iemand en dat was net op tijd. De Robot-Raaf slaakte een scherpe kreet en draaide vlak voor Nero om. Nero voelde de windvlaag nog en deed zijn ogen open. Hij haalde voorzichtig een vleugel weg, die hij voor zijn koppie had geplaatst. Wat hij zag, verbaasde hem. De Robot-Raaf zat op de linkerschouder van een witte magere Robot en....

De Robot leek hem een kat op twee poten. 

"Dag Nero", sprak de Robot.

"Ik ben Tara."


wordt vervolgd op 21   

E-mailen
Map
Info