Ideemachine.nl
                                                                                                 

Verhaaltje 18



In Rotopia


De verdere vaart naar Rotopia verliep zonder problemen. De cocon remde met tussenposen rustig af, soms begeleid met een kort snerpend geluid afkomstig van de wrijving tussen de cocon en de lucht. Hierdoor raakte wel de binnenzijde redelijk warm en de tong van Doppeltje hing dus veelvuldig op de bodem. Nero spreidde zijn vleugels om af te koelen en Skittel zette gewoonweg zijn temperatuur wat lager, waardoor hij wel wat olie verloor. Iets waar Doppeltje weer last van kreeg. Na het enorme park met de piramides veranderde de omgeving. Onder de cocon ontplooide zich een landschap vol boerenbedrijven en natuurlijk industrieën, maar soms ook hier en daar een paar flarden van woningen, meestal in kubusvorm en voorzien van een groot balkon met mooie bloemen. Na enkele uren zo genieten van het uitzicht - vooral Nero vond de zwarte uitlaatgassen van de fabrieken indrukwekkend - kwamen de eerste grote steden in het zicht. Hoge torens baanden zich een weg door de wolken en omdat de cocon al onder het wolkendek was gedaald, kon de top nooit worden gezien. "Hoe hoger, des te groter het mysterie", berekende Skittel en hij berekende ook dat dit wellicht ook voor mensen gold, gelet op zijn ervaringen met een Burgemeester. 

Als eerste kwam de grootheid Metropolis in het zicht en dat ontlokte Doppeltje tot een blaf. "Wowie", blafte hij. "Dat is groot", blafte hij erachter aan. Skittel bekeek ook de immens grote stad en verwonderde zich dat het gevaarte niet door de grond heen zakte. Om de stad hingen verschillende roestwolken in de kleuren rood-bruin en in het midden van de stad steeg een witte wolk op, kennelijk om voor wat verfrissende neerslag te zorgen. Skittel wist uit zijn woordenboek dat de mensen in deze stad het weer van de dag mochten bestellen. "Het zou er vast vaak warm zijn", berekende hij. Hoe lager de cocon ging, des te vaker werd ons drietal verblind door de schitteringen op de spiegels van de torens en Skittel moest meerdere malen zijn oog-sensoren bijstellen. Nero had een zonnebrilletje uit zijn veren getoverd en hij had zodoende nergens last van. Doppeltje daarentegen bleef een tijdje wederom onderin de cocon waardoor zijn bek nog meer besmeurd raakte van de olie. Aan de linkerzijde van Metropolis zag Skittel in de verte nog zo'n stad en hij berekende dat daar "De Kolos" moest liggen, omdat er slechts één gebouw zichtbaar was. Een gigantische pilaar stak de lucht in en de top verdween uit het zicht. Dit maal niet vanwege wolken maar gewoonweg omdat het hoogste punt buiten het bereik van zijn zichtvermogen lag. De Kolos, een gedrocht van tientallen kilometers hoog, leek hem niet aantrekkelijk al was het maar vanwege de kleur, diepzwart. Uiteraard had Nero het ding ook gezien en nam bijna aanstalten om het gebouw te aanbidden met een diepe buiging en omhoog reikende vleugels. Skittel belette het; "Doe eens normaal Nero...wie weet wat voor verschrikkelijke mensen daar wonen", zei hij op een bitse toon. Nero reageerde met een korte kraai en keek opzettelijk lang en strak naar de verre toren. Aan de rechterzijde lag weer een andere stad; Catalonië, zo berekende Skittel en de kleur van die gebouwen beviel hem wel. Diepblauw met verschillende tinten die te herleiden waren naar het groenblauwe van de zee en het donkerblauw van de lucht. 

Maar...Skittel wachtte natuurlijk op iets anders. Een kleinere stad, waarvan hij berekende dat het uitzonderlijk mooi moest zijn, gelegen aan een grillige rivier en vlak bij een nieuwe mensenstad. Al turend naar de plaats waar de twee steden moesten liggen, kwam als eerste Utopia in beeld. Onmiskenbaar waren de prachtige kegels op de gebouwen die een kopie moesten voorstellen van het eeuwenoude centrum van Moskou in de vroegere Russische staat. De kegels hadden de prachtigste vormen, meestal afgeleid van een ui en soms ook van een tulp en voorzien van strepen in allerlei kleuren. Het mooiste vond Skittel waren de formaties van die lijnen, niet recht omhoog, maar draaiend om de kegel heen zodat je nooit goed kon zien wat het begin of het einde van de kegel betrof. Wie te lang keek, zou hoofdpijn krijgen, meldde Wikipedia. Ook Doppeltje was inmiddels weer voor het raam verschenen en verwonderde zich ook over zoveel pracht en praal. Nero echter bleef ondanks het aandringen van Skittel strak naar het verderop liggende zwarte monster kijken en zijn borst ging zelf snel op en neer. Skittel bespeurde dat de vogel heel af en toe met één oog schuin naar Utopia keek, wellicht met de vraag waar hij het beste een dikke flats zou kunnen neerleggen om het gebouw te verpesten. Skittel vond het allemaal zeer amusant en zijn olietemperatuur steeg met de minuut dat de cocon dichterbij vloog. "Wat geweldig toch....zo berekende hij. "Dat Gerardo mij heeft laten leren". Opeens kwam het einddoel ook in beeld. Rotopia..... 

Het eerste aanblik van Rotopia gaf enige teleurstelling. Nee, anders gezegd, Skittel had niet verwacht dat de stad zo klein zou zijn. Alle steden die hij tot nu toe had gezien waren veel groter. Skittel berekende verschillende opties. Of er waren veel minder Robots dan mensen of wel de Robots hadden minder ruimte nodig...zo iets. Wat Skittel uiteraard niet kon berekenen betrof de uitgestrektheid van de stad onder het aardoppervlak, maar daar kwam hij pas later achter. De cocon verminderde nog meer vaart en dat leidde tot een korte onderlinge botsing. "Ooef", kraaide Nero die onmiddellijk uit zijn positie was geraakt en botste tegen Skittel. "Owee", blafte Doppeltje en hij botste weer tegen Nero. De hond kon het niet laten om expres zijn voorpoot hard tegen de staart van de vogel te drukken zodat die bijna knakte. De vogel pikte meteen terug en dat leidde weer tot een lelijk samenspel van gegrom en gekraai. "Hou op, jullie twee", siste Skittel en wees naar de Robotstad. "Kijk, dat is ons einddoel. De stad van Tara." 

Des te dichterbij, des te fraaier de robotstad werd, tot opluchting van Skittel (er ontsnapte steeds kleine beetjes lucht uit zijn buigsystemen). Uiteraard vond Skittel de gebruikte materialen beter dan al het andere wat hij tot nu toe had gezien. Het betroffen kunstig precies in elkaar passende constructies van Flins-ijzer, roestige ferro-plastics, blik 2 en 3-bliks, draadstaal-verzegels, krul-spiegels, zilveren zonnepanelen en veel roze nep-marmer. De bogen tussen de verschillende gebouwen raakte Skittel's verwonderings-berekeningen het meeste. De bogen leken zo licht als veren ondanks dat ze in het geheel bestonden uit krullerige spiegel-stukken. Het zonlicht kaatste er keer op keer op terug of verboog naar alle kleuren van de regenboog en opmerkelijk...het weerkaatste licht veranderde van kleur naar gelang waar je vandaan keek. Na een tijdje stond het spreekgedeelte van Skittel wijd open. Hij rekende en rekende, maar kreeg niet overal een antwoord op. Skittel snapte waarom de robots trots waren op deze stad en zijn waardering steeg nog meer toen de tuin van de stad verscheen. Vanuit de cocon, die nu tergend langzaam bijna boven de stad vloog, waren de tunnels, de kanalen, de ferro-bomen en de bruggen goed zichtbaar en Skittel kon zelfs enkele afbeeldingen op de bruggen zien. "Robot-helden", fluisterde hij, ondanks dat hij niet direct had berekend wie deze robots waren. De cocon daalde af naar een klein gazonnetje ergens tussen brug acht en negen. Ergens onder de cocon ontstond een gesis en kleine flarden van witte rook kringelden op. Plotseling, na een korte klap, was de reis ten einde. De cocon opende zich en via een klein trapje kon Skittel het krappe ding verlaten. Hij strekte direct zijn skelet en begon met een controle-scan. Doppeltje sprong hem na en Nero deed weer hetzelfde wat hem wederom een klap op zijn snavel opleverde. "O, ja....ik kan vliegen", kraaide hij en iedereen moest lachen. 

Er was geen welkomstcomité. Ons drietal stond daarom een beetje verloren naast de cocon en wachtte gedwee op een ontwikkeling die wel zou duiden op enig ontvangst. Dat gebeurde niet en Doppeltje raakte geïrriteerd. "Nou, beste Robot...hier zijn al je vrienden, maar niet heus", blafte hij. "Kom we gaan...Ik weet een betere plek", kraaide Nero erachteraan en maakte aanstalten om weer in de cocon te stappen. Skittel zuchtte. "Ik zou je eigenlijk moeten laten gaan, vogel", sneerde Skittel en hij maakte een rechthoek van zijn mond. "Niet zo boos kijken, Skittel. Het was maar een grapje. Ook hier kan ik genoeg onder flatsen". "Luister, pak veren...Als je hier flats, dan flats ik je ook onder, maar dan met olie, begrepen?" Skittel hield de rechthoekige vorm van zijn spreekgedeelte aan om aan te geven dat hij nog steeds boos was. Nero boog. "Jawel...uwe zijne meesterlijkheid". Skittel liet het hierbij en wilde geen energie aan de vogel verspillen. Hij keek rondom en hoopte nog immer dat één of andere robot hem zou verwelkomen. In de directe omgeving stonden genoeg robots, dat wel, maar ze leken allemaal een taak te hebben. 

Zo zag Skittel een Robot die het gras maaide met zijn eigen looptentakels. "Handig", berekende Skittel. Iets verderop stond een grote robot te vissen, althans...dat was de eerste berekening. De tweede berekening gaf echter een andere uitslag. De robot was de gracht aan het filteren en schepte allerlei rommel van de bovenste laag olie-water. Een andere robot liep naast de schepper en zorgde ervoor dat het afval netjes in een korf werd belandde. Al met al leken de meeste robots zich hier bezig te houden met onderhoud en dat gaf Skittel een fijn warmte-gevoel in zijn olie. Uiteraard was zijn respect groot voor deze stad, het betrof immers een robot-stad, maar het groeide met de tijd dat hij rondom zich heen keek. Toch op enig moment kwam er uit de verte, uit de richting van het hoofdgebouw, een klein karretje aanvliegen. Het ding leek op een vlieg-riksja, maar hier konden meerdere robots in plaats nemen. 

"Kom mee", zei de bestuurder, een aardig uitziend robotje met een enorm groot hoofd. Het vlieg-busje stopte vlak voor de tentakels van Skittel en opende zijn deuren. "Eh...is goed", antwoordde Skittel. "Waar gaan we heen dan?", voegde hij toe en plaatste een vraagteken op zijn voorhoofd. 

"Tara wenst jullie te ontmoeten", betrof de korte toelichting. Skittel durfde direct niets meer te vragen, want dat zou mogelijk onbeleefd over komen, maar van binnen brandde zijn olie en brein van nieuwsgierigheid. "Hoe zou Tara eruitzien? Waarom wil ze ons ontmoeten? Hebben we iets fout gedaan?" Dat soort vragen gingen als wilde berekeningen door zijn systemen. Nero vond wel de moed om iets te vragen, tot grote verbijstering van Skittel en Doppeltje. " 

"Kan ik ergens flatsen....Ik moet zo nodig", kraaide hij. De bestuurder reageerde echter hier niet op. De vraag of de robot hem kon verstaan of geen zin had om zo'n vraag te beantwoorden, werd niet duidelijk. Skittel keek de vogel verwoestend aan en fluisterde hem in het oor dat als hij nog zo'n vraag zou stellen...hij hem in stukjes zou voeren aan een raaf. De vogel stak zijn tong uit, maar zweeg gelukkig. 

De korte reis naar het hoofdgebouw verliep via de loop van het grootste kanaal en bereikte al snel een ingang. Het busje dook een tunnel in en met een enorme vaart schoot ons drietal ver naar beneden. Nu pas berekende Skittel dat de stad groter moest zijn, dan dat hij eerst had berekend en dit besef groeide naar mate de tocht onder de grond duurde. Op een gegeven moment gaven de sensoren van Skittel aan dat ze wel driehonderd meter onder de grond waren beland, dit in tegenstelling tot de hoeveel licht die hier aanwezig was. Het zou stikdonker moeten zijn, berekende hij, maar dat werd het nooit. Skittel kon geen lichtbronnen ontdekken en besloot het toch maar eens te vragen. De bestuurder verklaarde zijn vraag met plezier. "Haha....jullie hebben zeker nog nooit neon-bacteriën gezien. Kijk maar eens omhoog...Soms zie je kleine hoopjes groen spul. Dat zijn ze en die zorgen voor het licht. Dat is het". Skittel keek omhoog en zag vrij weinig. Hier en daar een plukje pluizig lichtgroen wolkje, maar hij zou het zeker niet hebben opgemerkt, als de robot dit niet had uitgelegd. Hij berekende vast nog meer verrassingen en zijn eerbied voor Tara groeide en groeide. 

Het groeien van de eerbied voor de schepster van deze stad was helemaal terecht. Tara had haar uiterste best gedaan om er een bijzondere robot-stad van te maken. Gemaakt door robots en uiteraard alleen voor robots. Ten eerste had elke hoek nabij een tunnel-afslag een olie-aftapplaats, zodat knoeien met olie werd vermeden. Het hield ook de tunnels schoon. Daarnaast stond er om de veertig meter een scan-apparaat. Mocht een robot twijfelen aan de afstelling van zijn sensoren, dan konden die daar ter plekke worden gecontroleerd. Skittel zag zo'n moment. Een flinterdunne robot met wit haar (wat eigenlijk nergens toe diende) ging met haar skelet in het apparaat hangen waarna ze snel in haar nek werd aangesloten op een flexibele buis. Het skelet schudde even en een zoemend geluid bevestigde de uitvoering van de scan. Kort daarna werden de neonbuizen van het apparaat oranje. De robot knipperde met haar ogen en wachtte geduldig af tot het moment dat de buizen een groen licht uitstraalden. Skittel berekende de vraag of hij zich hieraan zou wagen, maar het besliscentrum gaf aan dat het echt niet nodig was. Iets verderop wachtte een nieuwe verrassing. Een ruimte zo groot als een volley-hoed-veld zorgde voor een druk punt binnenin de stad. Het krioelde er werkelijk van de robots en Skittel, noch de andere twee hadden geen idee wat hier gaande was. De begeleider-robot greep in, temeer omdat ons drietal geen stap meer verzette. 

"Hier is de roddel-markt", zei de begeleider op rustige toon.  

"Wat in blikjesnaam moeten Robots nu met roddel doen?", kraaide Nero. Skittel herhaalde de vraag voor de robot en die kwam met een vreemde verklaring. 

"Tara is erachter gekomen dat sommige robots behoefte hebben om menselijk te doen en roddelen is echt iets menselijks. Normaal gesproken doen robots dat niet, want...ze hebben er geen belang bij. Maar, zo ging hij verder...verschillende robots hebben zo lang bij mensen gewerkt, dat ze vanzelf iets menselijks hebben overgenomen. Het stelt niets voor hoor. Het is eigenlijk meer een...eh...een uitlaatklep...of zo. Luister maar".               

"Hey, Sjim. Weet je nog die magere van sector zeven", fluisterde een grote bulk-robot. Hij stootte zijn buikskelet naar voren om zo de bewuste Sjim een klein zetje te geven. Sjim plaatste een vraagteken op zijn voorhoofd en bracht zijn schouders omhoog. "Die magere uit zeven....Hm....O, die. Ja, vertel. Heeft ie het gedaan?", fluisterde hij terug en hield een grijptentakel bij zijn spreekopening. "Ja, echt, Sjim. Ik hoorde gisteren weer dat hij olie aftapte naast de pot. En opruimen ho maar. Het is niet te geloven." Sjim knipperde met zijn ogen. "Nee, maar zeg. Wat een vuilak. Moeten we dit niet doorgeven, Sjaak?" "Nee, Sjim, eh...ik heb het maar gehoord he, van Sjan en eh...eigenlijk vertelde ze gisteren dat hij dit elke dag doet, maar dat heb je niet van mij hoor..." Skittel hoorde dit aan en moest er een beetje om knipperen. Hij richtte zich op een ander tweetal. 

"Hey Sjan. Weet je nog die dikke uit sector vier, fluisterde een huishoud-robot. Ze tikte een stofdoek tegen et skelet om van de bewuste Sjan de volledige aandacht te krijgen. Sjan plaatste een vraagteken op haar voorhoofd en bracht haar schouders omhoog. "Die dikke, met die bulk-buik...Hm...O, die. Ja, vertel. Heeft ie het gedaan?, fluisterde ze terug en hield een grijptentakel tegen haar spreekopening. "Ja, echt Sjan. Ik hoorde gisteren dat hij dat hij twee keer achter elkaar een scan heeft gedaan. Zeker om tijd te verspillen. Het is niet te geloven. "Sjan knipperde met haar ogen. "Nee maar zeg. Wat een lui blik. Moeten we dit niet doorgeven Sjon?" "Nee, Sjan, ik heb het maar gehoord he, van Sjim en eh... eigenlijk vertelde hij dat hij dit elke dag doet, maar dat heb je niet van mij hoor..." Skittel berekende genoeg en schudde met haar hoofd. "Eh....van mij mogen we doorlopen hoor. Ik heb gelukkig geen uitlaadklep nodig. De begeleider knikte. "Natuurlijk niet...Laten we verder gaan. Tara wacht op jullie."

De route naar Tara verliep verder richting de diepste lagen van Rotopia. Skittel mistte het aanblik van buiten, de frisse lucht en de stralen van de zon, ondanks dat de neon-bacteriën flink wat licht veroorzaakten. Des te verder ze naar beneden gingen, des te meer bedrijvigheid. De begeleider vond het nodig om wat toe te lichten. "Hier beneden kweken we olie-toevoegingen. Smaakjes en zo, maar ook verschillende types olie. Zo hebben we olie voor de olie-nades, olie voor de snaren, olie voor de pompen en natuurlijk ook gewone smeerolie. Ook maken we hier onze eigen energie. Klimaatneutraal zeg maar. We pompen warmte op uit de diepte van de Aarde en gebruiken dat voor enige verwarming. Sommige robots worden van hun werk zo vies dat ze dagelijks een warme douche nodig hebben. Nog dieper is ons ontwikkelingsbureau en meestal is Tara daar. Ze maakt de meest uiteenlopende verrassingen. De cocon weet je...Dat is haar uitvinding. Skittel knikte maar terwijl ze geen idee had wat Tara allemaal meer had gemaakt. Plotseling...waarom kon ze niet meer berekenen, keek ze om en jawel hoor....Doppeltje en Nero waren verdwenen. 

"O, hemeltje-blik, nee toch....niet hier toch", fluisterde ze. 


wordt vervolgd op 19. 

E-mailen
Map
Info