Ideemachine.nl
                                                                                                 

Verhaaltje 17



Een ei met twee dooiers of zo. 


De glazen wand schudde hevig, zowel links als rechts en de berekening die leidde tot "een zeker ongeluk", groeide met de seconde. Recht vooruit bevonden zich een hoeveelheid lichtgevende stralen van verschillende dikte en kleur. Skittel leek - recht in de zwarte punt waar alle stralen bij elkaar kwamen - te vallen, maar dat was natuurlijk niet zo. De stralen deden wel erg vreemd. Ze gingen zowel van Skittel af met een enorme snelheid, maar kwamen tegelijkertijd ook in een langzamer tempo naar hem toe. Skittel had een soortgelijke beeld ooit gezien op een video van YouTube. De rubber-wielen van een auto draaiden toen achteruit, terwijl de auto toch echt vooruit reed. Het betrof een kei-oude video, dat wel, maar het leek er veel op. 

Enkele seconden geleden had hij de vraag van de man beantwoord met "Yep doen we", maar het zelf begrijpen van zijn systeem-beslissing was net zo moeilijk geweest als het vinden van de uitgang van een groot doolhof binnen één minuutje. Skittel had zich daarvoor eerst netjes aangemeld bij de vertrek-balie boven op de hoogste toren. De man die hem aanhoorde, knikte vriendelijk en vertelde dat hij door een vermaak-agente op de hoogte was gebracht van hun komst. Hij gebaarde hem te volgen en vroeg onderweg naar de bestemming. Skittel kon niets anders bereken dan; Rotopia. "Geen probleem", zei de man en wees naar vertrekpunt nummer zes.  

Bij het vertrekpunt stonden verschillende voertuigen. De ballon met rieten bak leek Skittel wel aardig, maar berekende ook een serieuze kans dat Nero de ballon kapot zou prikken. "Deze niet", zei Skittel en de man liep rustig door naar een volgend voertuig. Daar aangekomen zag Skittel een gladde glijplank en hij vreesde meteen dat Doppeltje hier af zou kunnen vallen. "Deze ook niet", zei Skittel en de man liep rustig door naar een volgend voertuig. Dit voertuig had wel iets, het was dicht en groot genoeg, maar toch klopte er iets niet. "Hoe gaat deze?", vroeg Skittel. De man haalde zijn schouders op. "Gewoon, je hangt aan deze rail en dan laat ik je los. Je komt vanzelf bij Rotopia aan". Skittel moest even rekenen en bekeek het voertuig met nauwere aandacht. "Hier zit een bout los....en daar zit een scheur...". "Luister robot. Er valt niet veel te kiezen. Als je echt een goed voertuig wil, dan moet je de cocon nemen, maar....." 

"Ja, wat maar. Ik ben benieuwd". 

"Kom mee", gebood de man. De man liep door naar het hoogste punt. Er was verder niemand te zien. De man wees een cocon aan en Skittel liep om het voertuig heen. Het betrof inderdaad een cocon, een gestroomlijnde doorzichtige huls met wat apparatuur binnenin. Skittel zag geen stuur en ook niets anders wat op een besturings-mogelijkheid leek. "Ik zie geen stuur, geen vleugels en geen rail. Wat doet het?"

"Nou, gewoon. Ik typ de bestemming in en daar ga je, door de lucht in één streep naar de landingsplaats bij Rotopia", vertelde de man op een rustige toon. Toch vertrouwde Skittel het niet. "Maar hoe vliegt het dan?" De man krabbelde onder zijn oksel en schuifelde een beetje op en neer. "Nou...dat weten we niet. We hebben het gekregen van de baas van Rotopia, ene Tara, ook een robot, maar wel een slimme hoor". 

"Huh....jullie weten het niet. Is er dan wel iets over verteld, want anders ga ik hier niet in, hoor". 

"Luister robot. Dit is wat ik weet. Het ding heeft een krachtbron, die wij niet kennen. Voor vragen daarover moet je bij Tara zijn. Er zit wel een bijzonderheid aan vast."

"Wat dan?", vroeg Skittel en droeg het vraagteken meteen op zijn voorhoofd. 

"Nou, de snelheid wordt na dertig seconden verhoogd naar de lichtsnelheid. Dat duurt dan 0,000004 seconden en daarna wordt er alleen maar afgeremd. Het schijnt maar dat weet ik niet zeker, dat die periode van lichtsnelheid iets met je doet, maar ik weet niet wat. Ik heb er nooit in gezeten. Andere mensen trouwens ook niet. Soms een robot, meer niet". 

Skittel zuchtte. Hij ging verder met rekenen en keek Doppeltje en Nero daarbij aan. Hij durfde wel, maar of de dieren veilig zouden zijn, dat kon hij niet berekenen. 

"Hoelang duurt een tocht met die andere voertuigen?", vroeg Skittel. 

"Drie dagen voor de glijplank en de ballon, tsja....ligt aan de wind. Ik vermoed een paar weken", antwoordde de man met een grijns op zijn gezicht. "Neem je de cocon, robot?", voegde hij toe om een snelle beslissing af te dwingen.

"Yep, doen we".  

Zoals gezegd, Skittel kon in blikjesnaam niet berekenen waarom hij dit voertuig nam, maar ergens piepte een klein stemmetje om het toch te proberen. Hij was immers een echte opdracht aangegaan en de veiligheid van de mensen in zijn dorp kwam meer en meer in gevaar. Zeker als het allemaal lang zou duren. En wat doe je dan? Je berekent problemen voor Doppeltje en Nero, toch....diezelfde dieren hadden ook voor Skittel gekozen. Enjuist daarom had hij de cocon gekozen, alsnog. Bovendien...als een hele slimme robot die maakt, dan zou het wel oké zijn, zo berekende hij tot slot. 

De start stelde niet zo veel voor. Skittel zat voorin en vlak achter hem waren Nero en Doppeltje gekropen. Slechts een groene knop maakte duidelijk dat daarmee de motor werd gestart. De man nam afscheid op het moment dat de motor begon te zoemen. "Vaarwel", zei hij nog en zwaaide met zijn hand. En plots ging de cocon een klein stukje omhoog om vervolgens vooruit te vliegen. De cocon bleef netjes recht in de lucht hangen en het voelde goed, berekende Skittel. "Kan ik nog ergens een flats wegleggen", kraaide Nero, maar voordat Skittel of Doppeltje iets konden zeggen of blaffen, werd de cocon getroffen door een flits recht op de voorste punt. En toen gebeurde er iets. Ik heb het al verklapt....de stralen en de kleuren, maar dat was nog niet alles. Skittel had geen mogelijkheid meer om zich te bewegen en zo leek ook alles in de cocon stijf bevroren. Er werd niet meer met enig oog geknipperd, geen veer bewoog en ook de bek van Doppeltje bleef staan op standje; half open. De wereld om hen heen straalde vol licht en daarbuiten was niets meer te zien. Geen enkele berg of rivier, zelfs geen sprankje blauwe lucht...het was allemaal verdwenen of overgenomen door de stralen. Plots verschoof de tijd als ook de plaats van de cocon. Skittel zag duidelijk de cocon onder zich vandaan glijden, naar voren en daar.....daar zag hij zichzelf weer. Ook Nero en Doppeltje zaten gewoon achter die nieuwe Skittel. De nieuwe Skittel zag er eerst vrij normaal uit, maar beetje bij beetje ontstond er een verandering. Het skelet van Skittel kreeg eerst een zachtere kleur en even later glansde het niet meer. De ogen van Skittel zagen dit allemaal en zijn brein kon het niet verklaren. Sterker nog.... het brein stond helemaal stil. Alleen de ogen van Skittel zagen wat ze zagen. Een nieuwe Skittel met een perzik kleur en ja....het leek inderdaad op een menselijke huid. Op het moment dat Skittel duidelijk zag dat het skelet van vorm en kleur was veranderd, veranderde er echter nog meer. Ook het hoofd vervormde en wel tot een echt mensenhoofd met donker krullend haar. De vingers werden ook zichtbaar en ze kromden met een gemak, wat Skittel nooit bij een robot had gezien. Maar...hoe dan ook, het is ons lezers hopelijk duidelijk dat de tweede Skittel een menselijke vorm had, de vorm van een aardig jongetje. En tot grote schrik van Skittel draaide het jongetje zijn hoofd om en zag hij zijn gezicht, zijn mensengezicht. Het kereltje lachte breeduit en had mooie witte tanden met een spleetje bovenin in het midden. Zijn ogen leken wel twee druiven, groot en groen en die keken met een vriendelijkheid, die warm aanvoelde. Skittel zag zichzelf, zoals hij zich wenste en vergat de omstandigheid dat hij toch echt als robot werd geboren. Plotseling verdween het jongetje met de hond en de vogel erbij. Skittel voelde een grote druk van voren op zijn skelet en berekende meteen dat de cocon aan het remmen moest zijn. Intussen veranderden de stralen naar gewone beelden. Beelden van de lucht, van bergen en de aarde onder hem. Alles was weer normaal. 

"Wow", kraaide Nero.

"Wow", blafte Doppeltje. 

Een grote stroom van lucht ontsnapte uit het skelet van Skittel. Hij knipperde met zijn ogen en scande zijn systemen. Alles was in orde. Skittel keek nog even naar zijn tentakels - misschien hoopte hij stiekem dat er nog vingers waren - maar zag dat ook dat weer was veranderd in normale blikken grijp-tentakeltjes. 

"Zag je dat, Skittel", blafte Doppetje. "Ik was even een normale hond", blafte hij er achteraan. 

Skittel antwoordde niet. Hij berekende nog steeds enkele zaken na, want een dergelijke versnelling kon misschien toch nog verborgen gebreken veroorzaken, had zijn alarmsysteem gemeld. Nero was er wel klaar voor.

"Nou, Dop....heb je mij gezien. Ik was groot en sterk, heel erg zwart ook en een snavel....wow, zo groot, machtig en zwaar....Ik leek wel op..."

"Een Raaf", blafte Doppeltje. Nero schrok en sloeg zijn vleugels wijd open. "Nee, geen rrrrr-aaaf natuurlijk, stommerd" kraaide hij. "Gewoon de mooiste en sterkste kraai van de wereld". 

"En jij dan Stom-Dop. Een gewone hond. Wat moet dat dan voorstellen?", kraaide Nero snel als afleiding van zijn eigen verandering.

"Nou, gewoon, een hond zonder een grote bek. Eh...eigenlijk had ik helemaal geen bek meer, maar een snoetje. En lang haar, kleine pootjes en zo". 

"Een pekinees", zei Skittel, die klaar was met zijn aanvullende check "Dat zie ik op Wikipedia. Leuke hond hoor", voegde hij toe. De twee zeiden niets, ze hadden nog nooit van een pekinees gehoord en keken Skittel maar aan in afwachting wat hij zou vertellen. De twijfel van Skittel duurde voor Nero te lang.

"Nou, kom op, Skittel. En jij?"

"Eh....Ik zag mezelf als mens", antwoordde hij voorzichtig. Nero begon hikkend te krassen. "Kra-aha, een mens. Wie wil er nu een mens zijn?", kraaide hij uit volle borst. Skittel moest hierover rekenen. 

"Inderdaad", zo berekende hij. "Welke robot wil er nu een mens zijn? Mensen zijn dommer dan robots, ook nooit tevreden en moeten altijd werken", was de uitslag van de berekening. Toch hield de uitslag hem bezig. "Van de andere kant", zo berekende hij weer. "Mensen kunnen verliefd worden - iets wat hem wel leuk leek - knuffelen - iets wat hij bij robots miste - en hadden meer plezier aan eten en drinken - iets wat hem ook wel fijn leek". Skittel rekende verder. 

"Maar Nero", vroeg hij. "Waarom zou je dan geen mens willen zijn?"

Nero sloeg met een vleugel op zijn kop. "O, wee, dommie", begon hij. "Mensen zijn slecht voor dieren en bomen. Dat weet je toch...en bovendien zijn ze gemeen, vaak verdrietig en dan huilen ze als piepjonge wolven en het ergste is nog wel dat mensen denken dat ze kunnen vliegen. Je ziet ze toch met die minkukels van bouwwerken. Heb je ooit een vogel zien botsen tegen een andere vogel. Nee, natuurlijk niet, maar mensen...kra-kra...de hele dagen door", kraaide hij.

Skittel berekende dit na en het klopte. Hij probeerde Doppeltje. 

"Doppeltje, waarom zou ik geen mens moeten willen zijn?", vroeg Skittel. De hond hield zijn kop schuin, want daar moest hij flink over nadenken. Uiteindelijk kwam hij met een antwoord. 

"Nou, Skittel. Ik zou geen mens willen zijn, want mensen lusten geen botten. Jij zou geen mens hoeven te zijn, wat mij betreft, want je bent veel aardiger dan een mens", blafte hij.  

Skittel berekende dit na en het klopte ook. Toch....diep van binnen wilde hij een mens zijn, zo had de versnelling van de cocon laten zien. En Nero een raaf en Doppeltje een kleinere hond, dat was wel zeker. "Anders...hadden we dit niet gezien", zo berekende hij. 

Maar op het moment dat hij verder wilde rekenen, werd zijn aandacht getrokken door iets anders. Iets buiten de cocon. 

---

Enkele donkere torens maakten een dal recht voor hen compleet donker. En die donkere vlek viel op, zo tussen het door de zon verlichtte landschap. De torens gaven sowieso een duistere indruk. Niet alleen door hun enorme lengte, maar ook omdat ze zo zwart waren als kool. Uit de bovenste verdiepingen kringelde bovendien een zwarte rookwolk omhoog en die verduisterde zelfs de zon met tussenposen. Het leek Skittel een machinestad. Zo eentje waar alle hulpbronnen van de aarde werden omgezet in blik en ijzer-plastic. Skittel vroeg raad aan Wikipedia en kreeg een kort antwoord; 

Ferrosia, middelgrote stad in het oosten, opgericht in 2325 door de oude oliemaatschappijen en enkele superrijke mensen, die verder toch niets te doen hadden. Dit als bron voor nieuwe inkomsten of aanvulling op de toch al met geld overlopende geldkluizen. Nadat de oliemarkt voor rijdende auto's volledig was ingestort, moesten vooral de olie-maatschappijen op zoek naar nieuwe inkomsten. Dit werd snel gevonden in het ombouwen van nieuwe woningen en steden en daarvoor moest blik en ijzer-plastic voor worden geproduceerd. Nadat al het geld werd vervangen door data en bits werden de kluizen ook nog omgebouwd tot internet-servers en G-12 netwerken voor game-toernooien.  

Inwoners; drie. 

Werkenden, alleen werk-robots categorie F-35.       

Skittel vond het aanblik van de donkere stad niets. Hij berekende een voorkeur voor glimmend blik met spekgladde druipende olie. Veel beweging had de stad niet te bieden. Wellicht werden de ovens diep onder de grond gestookt, zo berekende hij. Iets buiten de stad reden wel lange treinstellen af en aan vol met afgewerkt blik of juist met helemaal niets om opnieuw binnen in de stad te worden gevuld. Het blik en ijzer-plastic had de wereld veranderd, zo berekende Skittel. Waar eerst veel stenen en beton de muren van de steden hoger en hoger maakten, werden ze later vooral door een mix van blik en plastics vervangen. Men had een goede reden, omdat met deze bouwmaterialen veel hoger kon worden gebouwd. Wie een toren van twee kilometer hoog wilde blouwen, moest een buigzame toren ontwerpen. De betonen kolossen van vroeger, stug en breekbaar, hielden het niet bij de verwoestende tornado's van enkele tientalen jaren geleden. Ze knakten net zo gemakkelijk om als een rietje in een milkshake-beker. Dat de auto's geen olie meer gebruikten, was ook een prettig gegeven, zodat de olie toch nog geld in de kluizen bracht. Hoewel robots ook veel olie gebruikten, was dat slechts te vergelijken met een druppeltje water in een zwembad. Skittel vroeg niets meer aan Wikipedia. Hij had genoeg gezien en vond het eigenlijk wel sneu voor die drie mensen die daar woonden. Dat was niet veel en hij hoopte maar dat er enkele slimme robots van het menstype rondliepen om hen gezelschap te houden. Plotseling blafte Doppeltje. 

"Kijk daar", blafte hij. "Zijn dat reuze ronddraaiende botten of zo", blafte hij erbij. Skittel en Nero keken in Zuidelijke richting en wat ze zagen, was toch wel iets vreemds. Daar verderop lag een enorm veld van ronddraaiende wieken. Maar wel bijzondere hoor. Vlak boven de grond gingen een drietal wieken rond, die net zo groot waren als tien wildbal-speelvelden bij elkaar. Daar boven lagen een stuk of zeven kleinere wieken en daarboven weer vijf (maar weer kleiner) en zo verder tot drie kleintjes. Alles bij elkaar leek op een draaiende piramide en één zo'n ding moest wel ongelofelijk veel energie geven, zo berekende Skittel. Maar dat was niet alles. Het gehele Westen, zover ze konden zien, was bezaaid met deze piramides. Skittel vroeg zijn woordenboek om raad. 

Wieken-land, eigendom van de ministaat Holland. De bovenste wieken drijven op windkracht de wieken eronder aan en zo verder. Zo kan een piepklein windje toch zorgen voor een grote opbrengst van energie. De energie wordt gebruikt voor de productie van olie-lolly's, een robot-lekkernij uit de lolly-stad. De verschillende kleuren voor de lolly's worden gehaald uit de regenboog-grot in Afrika. De duurste lolly, een diepgrijze in de vorm van een tulp is ooit verkocht voor drie-miljoen ping, een record wat nooit is gebroken. 

Skittel las het stukje voor en beide dieren hielden hun bek open van verbazing. "Ik moet zeggen, vrienden, dat ik ook verbaasd ben, hoor. Drie miljoen ping voor één lolly. Te gek voor woorden, toch?" Doppeltje knikte, maar Nero had een mededeling.

"Drie miljoen ping voor een robot-lolly, Skittel. Welke baas gaat dat nou betalen voor een robot?", kraaide hij. Skittel wist het niet en Wikipedia ook niet. "Misschien die Tara wel", blafte Doppeltje. Skittel moest hierover even rekenen en rekende dat dit best wel eens waar kon zijn. "Laten we het haar vragen....we gaan toch naar Rotopia", antwoordde Skittel, terwijl hij een vinger-tentakel opstak. 

"Goed plan, Skittel", kraaide Nero.      


wordt vervolgd op 18.    

E-mailen
Map
Info