Ideemachine.nl
                                                                                                 


Verhaaltje 13



De lift en zo.


De pootjes van Doppeltje lagen ver uit elkaar op de grond van de lift. Zijn bek evenzo en zijn oren waren zo plat als de oren van een bang konijn. Nero daarentegen hing tegen het plafond en voelde zich best daar. Leonardo vond het het wel grappig en had het enigszins verwacht. De lift naar de bovenwereld ging ongeveer met een snelheid één kilometer per minuut en was daarmee wel de langzaamste lift ter wereld, maar toch...voor wie het nooit had meegemaakt, zou het best wel vreemd aanvoelen. Skittel voelde het ook. Zijn sensoren gaven aan dat hij omhoog ging, maar tegelijkertijd werd zijn skelet naar beneden gedrukt. "Het zou wel in orde zijn", berekende hij en zijn ogen staarden voor afleiding naar de vele passagiers. De meeste daarvan betroffen mensen, althans zo leek het. "Er zouden ook wel namaak-mensen bij zitten", berekende hij. Maar een verschil kon hij niet vinden. Een kleiner aantal, ongeveer zo'n twintig stuks zagen er overduidelijk uit als echte Robots. Sommigen stoer met grote grijp-tentakels, anderen klein en dun, maar met een groot hoofd waarin een zwaar brein was aangebracht. "De slimmeriken", berekende Skittel en hij berekende ook dat deze robots waarschijnlijk het recept van het zwart bewaakten. De meeste mensen keken naar wat er verder in de lift gebeurde. Op de muren en het plafond werden beelden getoond. Beelden van de stad, de ruimte, enkele verre planeten en ook nog van walvissen, die uit het water sprongen. Skittel besloot om de beelden van de stad eens te bezien en zag toen pas hoe deze monsterlijk ruime stad was opgebouwd. Vanaf de rollerbaan had de stad eruit gezien als een grote rechthoek met flinke muren waarop woon-elementen stonden, maar dat beeld klopte niet meer. Hij zag de voorstelling van een drone die boven de stad hing en toen werd het duidelijk dat de stad één enorm rond blik van beton en metaal was. De buitenkant klopte, muren met waarschijnlijk woningen, maar de binnenzijde leek meer een wirwar van losse gebouwen in honderden spinnenwebben. Pas later berekende Skittel dat alle lijntjes van de webben dienst deden als vervoersmiddel. Soms betrof een lijn een rail voor vrachtverkeer, dan weer een hang-rail voor een tram of busvervoer en er waren ook lijnen die slechts een kleuren-laser betroffen, gewoon om de goede richting aan te geven. Skittel berekende dat deze bestemd konden zijn voor zelf-reizigers.

Na een tijdje ving Skittel een gesprek op tussen twee robots en besloot het te volgen om meer te weten te komen over de stad.

"Verbliksemd ZZ-1675, vandaag heb ik weer geen olie-nade gekregen van Meester F-18. Dat is toch niet normaal?", zei een wat oudere robot tegen een kleinere en jongere versie. De jonge versie - ze had nog een gaaf skelet zonder deuken en krassen - richtte zich naar de oude robot. Deze zat onder de smeer en roest en maakte een ellendige indruk doordat er olie uit zijn ogen druppelden. De kleine veegde ze weg met een doekje. "Je bent bijna klaar, bereken ik, AA-3023. Over een tijdje ga je toch naar de onderafdeling, vandaar". De oudere knipperde met zijn ogen. "Ja, je hebt gelijk, maar er kan toch wel één olie-nade van af. Mijn hele skelet rammelt. Ik vind het oneerlijk en on-robots ook". De oude robot boog zijn hoofd. "Kop op, AA-3023. Je hebt een mooie tijd gehad. Klaar is klaar, maar eh....ik zal F-18 dit aangeven, want één olie-nade kost toch n iet zo veel". De kleine streek met haar tentakel over het skelet van de oude. Die knipperde nogmaals. "Dank je, ZZ-1675".

Skittel berekende geen bijzonderheden over de stad, maar berekende de oude robot wel als zielig. "Zoals dieren zielig konden zijn, gold dat ook voor robots en dat kon niet pluis zijn", was het antwoord op de berekening. Hij liet het zo en richtte zich op een ander gesprek. Ditmaal tussen twee mensen.

"Fritsie, Ik heb genoeg gespaard. Morgen komt mijn lucht-scooter. Ik heb het na twintig jaar wel gehad met deze lift". De man maakte een opgewekte indruk. Hoewel het wel duidelijk was dat hij al jaren hier onder de grond werkte, want zijn teint was net zo bleek als de veren van een zwaan, stond zijn gezicht op standje vrolijkheid. De andere man onderging een verandering. Zijn evenzo vrolijk gezicht, veranderde naar droefenis en Skittel berekende meteen wat dat betekende. Deze man had nog lang niet genoeg gespaard en zou nog jaren met deze lift moeten afdalen naar het ondergrondse gedeelte. Skittel probeerde de man te ondersteunen.

"Meneer, eh, sorry, maar deze lift is best wel fijn", zei hij, terwijl hij de man (Fritsie) op zijn schouder tikte.

De man schrok. Alle andere mensen en robots kennelijk ook, want alle reizigers keken direct hem aan. Skittel berekende een fout, maar wat de fout was, dat kon hij niet achterhalen.

De man werd gelukkig niet boos. Eerder vond hij de opmerking van een robot vreemd. Hij moest ook even nadenken voordat hij een antwoord gaf.

"Beste robot. Even voor de duidelijkheid. Als je niet weet hoe het hier ruikt, dan kan je beter je mening voor je houden, vind je ook niet". Skittel berekende meteen zijn fout. Hij had niet alle gegevens die mensen wel hadden. Hoewel Skittel kon ruiken, kon hij nooit weten of iets vies of lekker rook. Dat was alleen voorbestemd aan mensen.

"Neemt u mij niet kwalijk, meneer. U hebt gelijk. Maar ik wilde u een beetje moed geven", antwoordde Skittel en boog een beetje voorover. Hierna begonnen alle mensen te lachen en alle robots knipperden met hun ogen. Het had wel een voordeel want Skittel kon meteen zien wie de onechte mensen betrof. Hij had daar natuurlijk niets aan. Hij berekende een vreemd gevoel in zijn buik en zijn skelet bibberde een beetje.

"Jij bent zeker een nieuw model?", vroeg de man en hij lachtte Skittel toe. "Ik ben Fritsie. Ik mag jou wel. Weet je....sinds al die jaren heeft een robot mij nog nooit in deze lift aangesproken. Gelukkig hebben de Robot-ontwerpers daar iets aan gedaan".

"Nou meneer Fritsie. Mijn naam is Skittel en dat is Doppeltje, mijn hond en daarboven hangt Nero....eh....ook een vriend. En ik ben samen hier met Leonardo. Hij gaat een vrouw ophalen".

De hele lift vol begon weer met lachen en knipperen. Kennelijk vonden ze Skittel wel leuk en aardig. Toch was er één persoon, waarvan het gezicht op standje onweer stond. Skittel kreeg meteen de kriebels in zijn skelet van deze man. Leonardo had het ook gezien en stapte snel naar Skittel toe.

"Eh...beste mensen. Skittel is inderdaad een beetje nieuw. Neemt u mij niet kwalijk. Er moet nog veel aan hem worden gewerkt. Daar zal ik zorg voor dragen", zei hij met luide stem en gebaarde daarna aan Skittel dat hij niets meer moest zeggen. Maar....het was al te laat. De man in kwestie kwam dichterbij.

De man had een hoed op en droeg een lange jas en leek daarmee op een geheim agent. Althans, dat verklaarde Wikipedia, toen Skittel daarom vroeg. En een geheim agent...was niet pluis, zo berekende hij.   

De man had geen volle lippen maar gewoonweg één rechte streep. Zijn lippen waren met kracht samengedrukt en dat maakte de man direct verdacht en ook onprettig om naar te kijken. Doppeltje vond de man ook een probleem en gromde een paar keer, terwijl hij zijn linker-bovenlip omhoog trok. Nero daarentegen daalde af en nam plaats op de schouder van Skittel om de man nader te onderzoeken. Ook de ogen van de man waren evenzo toegeknepen en daarbij stond ook nog eens de hoed iets te ver naar beneden. Skittel berekende alles bij elkaar een groot probleem en wachtte af.

De man richtte zich tot Leonardo. "Mijn naam is Dicky Braaksul, vermaak-agent van sector A, B en C. Ik mag aannemen dat dit opmerkelijke stel bij u hoort?", vroeg hij. De man sprak met een krakende donkere stem. 

"Uh...aha, haha, nu snap ik het. Eh, ja....ze horen bij mij en zijn inderdaad opmerkelijk", antwoordde Leonardo lachend. Skittel vond het maar vreemd. Er viel wat hem betreft helemaal niets te lachen. Doppeltje was het daar mee eens en gromde nog wat valser. 

"Goed, we begrijpen elkaar. U vindt het prima als ik dit gezelschap meenemen ter vermaak van de sectoren?" De man boog voorover en fluisterde iets in Leonardo's oor. Skittel kon het niet horen en ook een herhaling-opdracht aan zijn gehoor-systeem had geen effect. "Dit is niet pluis", berekende Skittel nogmaals. Hij wilde aan Leonardo vragen wat er aan de hand was, maar....helaas....te laat. 

"Goed, best gezelschap. Beste Robot, ik beveel je met mij mee te komen", zei de man en maakte direct een gebaar om mee te komen naar de deur van de lift. Skittel berekende en berekende, maar kreeg geen uitslag. Wel een groot vraagteken op zijn voorhoofd. Het zorgde ervoor dat alle mensen begonnen te lachen. De robots daarentegen keken onverstoord een andere richting op zodat Skittel geen kans kreeg om met hen contact te leggen. 

Hoe dan ook...Skittel kon een bevel van een mens nooit weigeren, behalve als het tegen de regels was, maar daar leek geen sprake van. Hij moest meekomen. Nog even keek hij Leonardo aan en die knipoogde naar hem. "Was dat nu een goed teken of zijn manier om afscheid te nemen?" Skittel berekende na een microseconde een vorm van verraad. Het verraad van een goede vriend en dat maakte iets binnen in hem los. Zijn skelet bibberde bij de heupen en de temperatuur van zijn olie liep op naar zeventig graden. 

De lift remde af en stopte zonder dat je het merkte. De acht meter brede deur ging razendsnel open. Er waren genoeg mensen en Robots die uitstapen, maar dus ook onze vrienden. Skittel liep de man een beetje troosteloos achterna, zijn skelet gebogen. Nadat de lift weer met een flits was vertrokken en zich een beetje oprichtte, zag Skittel een wonderlijke wereld. Niet alleen recht voor hem, maar ook onder hem, naast hem, boven hem....echt overal. Skittel's aandacht werd ondanks nieuwe wereld getrokken door iets wat vlak voor hem gebeurde. Dicky Braaksul had enkele mensen aangesproken en zodoende moest ons drietal even wachten op wat er verder zou gebeuren. Bij Dicky stonden drie figuren, een lange vrouw en twee mens-gelijkende Robots, die beiden allerlei vreemd apparatuur bij zich droegen. 

"Hallo Bots-stad.....wat gaat hier allemaal gebeuren?", berekende Skittel. Natuurlijk kreeg hij geen antwoord. Skittel leek geheel overgeleverd aan de nare man en zijn vreemde gezelschap. 

"Beste Skittel. Ik begrijp dat je nu niet helemaal in orde bent. Hier ligt een nieuwe wereld voor je, maar....ik heb een belangrijke mededeling voor je, snap je?" 

Skittel schudde zijn hoofd. Natuurlijk begreep hij hier niets van en plaatste een vraagteken op zijn voorhoofd. De man glimlachte en gaf Skittel een skelet-klopje. "Luister, Skittel. Ik ben inderdaad een agent, maar uh....er is geen gevaar voor jullie, begrijp dat goed. Wat ik je beveel is het uitvoeren van een opdracht. En als jullie daarmee beginnen, dan gaan zij met je mee". Skittel keek naar de vrouw en de robots. "Juist, die drie. Zij moeten je volgen. Vraag niet waarom, maar het is gewoon zo. Kan je dit volgen?"

Skittel knikte, maar begreep er nog steeds weinig van. Zijn berekeningen hadden geen resultaat. Niets op Wikipedia en niets in het woordenboek. Toch...een menselijke opdracht moest hij uitvoeren en Skittel vond nog steeds geen probleem. Er leek geen gevaar te zijn en geen beschadigingen in het vooruitzicht. Dat laatste was ook belangrijk. Een robot mocht zichzelf nooit beschadigen. 

"Oké, zeg het maar. Wat is de opdracht?", vroeg Skittel en keek zijn vriendjes aan met een blik van; "Nou, dat moet dan maar". Hoe dat eruit ziet, kan ik niet vertellen, maar echt vrolijk zou het niet zijn geweest. Doppeltje gromde niet mee, maar tilde wel zijn lip op, zodat de grote tijger-tand aan de linkerkant goed zichtbaar werd. Nero krabbelde aan zijn helmpje en kraaide niet. Skittel berekende dat Nero wel zin had in een avontuur. 

De man boog voorover en fluisterde de opdracht in het gehoor-systeem. Skittel's ogen begonnen te knipperen en hielden niet op. Doppeltje maakte zich meteen zorgen en blafte om een antwoord. Het duurde even voordat de opdracht goed was verwerkt en toen slaakte Skittel een grote zucht. 

"Vertel, vertel", blafte Doppeltje en hij sprong tegen Skittel op. Nero boog ook voorover om zo dicht mogelijk bij het spreekgedeelte te komen. En toen sprak Skittel, langzaam en duidelijk.

"Zoek de rode hoed". "Zoek de rode hoed....dat was het". 


wordt vervolgd op 14. 


E-mailen
Map
Info