Ideemachine.nl
                                                                                                 


Verhaaltje 11.



Rollen en zo.


Voor de duidelijkheid, een A-16-roller-baan is geen plaats voor kleine kinderen. Ook niet voor een hond en een vogel. Het verkeer in alle vormen en maten, ging snel, supersnel soms en bovendien had men alle verkeersregels afgeschaft in het jaar 3614. Dat was de dag nadat de derde onder-president van Zuidland te laat bij een afspraak was verschenen. (Achteraf bleek de afspraak een bezoekje te zijn aan zijn moeder waar hij al drie jaar niet meer was geweest). Gelukkig werden Robots wel toegestaan en de bestuurder moest dus Skittel worden om zijn vrienden veilig richting Oost te vervoeren. Skittel zelf vond dat geen probleem. Hij had toch al berekend dat het stuur aan Doppeltje te geven, geen goed plan was. Laat staan Nero, die waarschijnlijk voor zijn plezier het eerste de beste ravijn in zou rijden.

Nou ja....de besturing kon geen probleem worden, maar....het voertuig wel. Ze hadden namelijk geen voertuig. En daar stonden ze dan, recht voor de A-16-roller-baan en alles zoefde voorbij. Nero krabbelde op zijn koppie en Doppeltje trok gekke bekken. Skittel rekende en rekende, maar uiteraard leverde dat natuurlijk geen voertuig op. Maar wel iets anders; recht vanuit zijn woordenboek. Skittel stak zijn rechter grijp-tentakel omhoog en stak de vijfde grijper omhoog. Iets daarvoor had hij een stuk plastic vanuit de vervuilde berm gehaald en er met zijn brander de volgende tekst gebrand; Naar Oost a.u.b. Vroeger noemde men dit liften en eigenlijk was het verboden, omdat het roller-bestuur precies wilde weten wie er op de snel-banen werd vervoerd. Het duurde slechts enkele minuten en toen stopte er een voertuig aan de kant van de weg. Nou ja...stoppen....het was meer een schuiven met de onderkant van het voertuig op de baan en dat zorgde voor een regen aan vonken. Enkele andere bestuurders vlogen scheldend voorbij en er was zelf één man die een beker met olie naar het remmende voertuig gooide. Hoewel het schuiven op de grond het voertuig wel afremde, was het nog niet genoeg. Echt tot stilstand komen, gebeurde pas nadat er een paar zakken met spijkers en ijzeren stekels in de berm werden gesmeten. De zakken ploften in de berm, schoten van links naar rechts en hobbelden over alle rotzooi. Er moesten wel flinke magneten in zitten, want elk metaal plakte zich vast aan de zakken, totdat die genoeg gewicht hadden om het voertuig te stoppen.

"Hallo. Oost toch?. Stap maar op", klonk het vanuit een kleine doorzichtige cabine voorop het voertuig. Skittel nam even de tijd om het gevaarte te bekijken, want zijn alarm-systeem stond door de ongebruikelijk manier van remmen op rood. "Maar....", berekende Skittel uiteindelijk. "Het is een voertuig en het gaat naar Oost, dus prima toch?"

Het voertuig had de vorm van een zeer ouderwetse auto, eentje met wielen die nutteloos boven de baan hingen en een ware vuil-stook-motor. Het merk had hij al gelezen; Een Tesla, Motion-4. Skittel vroeg alsnog aan Wikipedia of dit een veilig voertuig kon zijn en het antwoord was "prima.....voor de 22e eeuw".

"Zit er nog een werkende motor in", vroeg Skittel aan de man in de cabine.

"Ha, ha, Nee jo. Dit pracht-exemplaar heeft een serie-geschakelde-magneet-vlecht-roller, natuurlijk", schaterde de man. De cabine schudde met hem mee en een aantal moeren vielen uit de doorzichtige bol in de berm. Doppeltje stond naast Skittel en schudde zijn kop. Nero pulkte in zijn oor en schoot een pulk richting de cabine. Het groene kloddertje plakte erop en droop een beetje naar beneden.

"Sorry, meneer. Mijn metgezellen moeten ook mee. Alvast excuses voor de lompheid van de vogel. Hij heeft het zwaar, weet u".

"Hm...maakt niet uit. Mijn roller is niet gemaakt om schoon te blijven. Ja, vroeger wel, maar nu...nu glijdt en rolt ze als de beste en niets kan haar tegenhouden".

"Mag ik vragen hoe u  en eh....het voertuig heet, meneer? Ik ben Skittel en dat is Doppeltje en dit is Nero".

"Aha....goed. Nou mijn naam is Leonardo. Ik bouw zelf mijn voertuigen en deze stond al te lang in de kast. Haar naam is Haasje. Ze moest er even tussenuit. Kom spring erop"

Skittel had ondanks dat het voertuig een niet al te best voorkomen had, vertrouwen gekregen. Een man die zijn eigen baan-roller bouwde, dat moest wel oké zijn, zo berekende hij. Snel zette hij Doppeltje erop en die zocht een plaatsje achter in het voertuig. Eenmaal een plaatsje gevonden op de super-zachte lederen bank, keek Skittel nog even rond en zag een paar paraplu's in de hoek hangen. "Zijn deze voor de regen", vroeg Skittel, maar hij kreeg geen antwoord. Zijn vraag werd overstemd door een vreemd geluid. Skittel boog over het rechterportier en zag dat het touw waar de zakken aan vast zaten, met moeite werd opgerold. De magneten in de zakken waren wel uitgezet, want al het ijzer bleef achter in de berm. "Altijd makkelijk....zoveel metaal in de bermen", schreeuwde Leonardo. Eenmaal alles binnenboord begon het voertuig te rollen. Ook nu barstte er een vreselijk geluid los, maar ditmaal aan de onderzijde van het voertuig. "O....vergeten....de schuiver staat nog open", schreeuwde Leonardo weer naar achteren. Het schurende geluid hield op en meteen maakte het voertuig behoorlijke snelheid. Het oprollen vanaf de vluchtstrook naar de roller-baan zorgde direct voor grote onrust. Achter het voertuig moesten andere voertuigen volop remmen en het voertuig naast Leonardo werd bijna van de roller-baan in de midden-vangrail gedrukt. Een viertal zware toeters klonken, maar Leonardo riep slechts; "Sorry" en zette de versnelling een stukje hoger. Ook dat zorgde weer voor een flink geratel, maar uiteindelijk rolde het voertuig soepel over de rol-baan.

Ze waren op weg.

Op weg naar Oost.

Nadat de rust op de roller-baan weder was gekeerd, vond Skittel het tijd om even zijn eigen gestel te onderhouden. Hij plaatste zijn rechter-loop-tentakel buiten het voertuig en tapte de vuile olie af. Hij kreeg direct zin in een frisse olie-nade. De stof op zijn skelet blies hij eraf en tot slot gaf hij bevel voor een kleine scan. "Geen bijzonderheden", flitste de boodschap binnen in zijn oog. Daarna richtte Skittel zich op Doppeltje. Die had zijn kop aan de linkerzijde buiten het portier gehangen en dat zorgde voor een opmerkelijk beeld. De wind sloeg hard en diep in de bek van de hond naar binnen en zodoende wapperde een groot deel van zijn beide wangen als twee vlaggen in een storm. Het overtollige slijm werd met volle kracht naar achteren gewaaid en Skittel zag dat sommige slierten al op de ruit van de achterop rollende roller terecht waren gekomen. De bestuurder bracht een wild zwaaiende vuist in de lucht. Pas nu zag Skittel hoe groot en bek van de hond was en ook bleek dat er enkele flinke tanden waren die de eerste de beste uitgestorven tijger niet zouden hebben misstaan. Doppeltje probeerde even naar Skittel te grijnzen, - hij vond de wind heerlijk - maar dat lukte niet goed. Skittel plaatste een vraagteken op zijn voorhoofd. Het leidde tot geen enkele reactie. Kennelijk vond de hond het prima zo, berekende Skittel. Nero had geen enkele aandacht nodig. Het vleugel-beest had zich parmantig genesteld op de achterbank en keek aandachtig rond om de nieuwe wereld te ontdekken. De wind blies ruig door zijn veren waardoor hij plotseling groter leek dan hij was en onder zijn veren waren allerlei frutsels verborgen, zo zag Skittel. Het helmpje kon de wind goed weerstaan en bleef exact boven op het koppie zitten. Skittel berekende de vraag wat er zou gebeuren als Nero het helmpje zou verliezen, maar dat werd een nutteloze vraag, omdat er geen antwoord kon worden verstrekt. "Wikipedia is ook niet alles", berekende Skittel.

Na een tijdje rusten op de achterbank - al was dat niet echt nodig -, klom Skittel naar voren en opende de deur van de glazen cabine. Er was nog een plaats vlak achter de bestuurder en Skittel ging zitten, omdat zijn nieuwsgierigheid dit verlangde. De zoektocht naar nieuwe zaken, een standaard opdracht vanuit zijn leer-systeem, was zo sterk dat Skittel min of meer altijd werd gedwongen om op zoek te gaan naar nieuwigheden. Bovendien had de oude Gerardo het nadrukkelijk gezegd; "Ga en leer". Skittel bekeek de glazen cabine en merkte dat deze nog maar met vier boutjes aan het voertuig vast zat. Hij wilde dit opmerken, maar zijn aandacht werd naar het dashboard getrokken. Daar zaten allerlei vreemde bolletjes, handeltjes en draai- en drukknoppen. Skittel richtte zijn vraag-systeem er naar toe en toen kwam en er veelheid aan informatie binnen. Het dashboard bestond uit één knuppel waarmee het voertuig kon worden bestuurd. Skittel herkende het als een apparaat waar ook games mee werden bestuurd. Op de knuppel bevonden zich wel honderd verschillende druk en draai-knopjes. Te veel om ze allemaal te bevragen en Skittel besloot het niet te bevragen. Verder leek het dashboard vooral gemaakt voor het welzijn van de bestuurder. Leonardo kon in de cabine koffie maken, ijs bereiden, holo-visie kijken, vier op een rij spelen, gezichtsmassage aanvragen, een make up robot hand besturen en tot slot zelfs selfies sturen via een loshangende fotoshopbereider 5.6 versie. "Kei-oud spul", berekende Skittel. 

Uiteraard bemerkte Leonardo de gast in de cabine. Hij zette het zelf-stuur aan en draaide zich met een lach om. "Aha, daar ben je. Nou Skittel, wees welkom in mijn meest waardige ruimte. Haasje is een prachtmodel, zo zie je." Skittel knikte maar.

"Heb je vragen, Skittel, want ik heb nu wel even tijd voor je. Dadelijk als het een ietsiepietsieblikkie drukker wordt, dan eh....wordt dat lastiger, weet je".

Skittel berekende deze vraag en kwam met een vraag die Leonardo niet had verwacht. Maar ja....Skittel moest leren, dus vandaar.

"Eh, Leonardo. Hoe kom jij aan je naam?", vroeg hij met enige voorzichtigheid.

"Aha.....ja, goeie vraag, maar waarom wil je dat weten, Skittel?"

"Nou, een naam zegt vaak iets over de mens of dier die het draagt. Doppeltje bijvoorbeeld lijkt vanwege zijn kleuren in tweeën te zijn verdeeld, net zoals de even en oneven stippen op een dobbelsteen, vandaar zijn naam en Nero...eh, nou ik heb Wikipedia geraadpleegd en die naam was niet pluis, vandaar..."

"Aha, Skittel. Nu begrijp ik het. Let op. Mijn naam is dezelfde als die van een groot kunstenaar. Hij maakte eeuwen geleden de mooiste schilderijen, maar vooral prachtige uitvindingen. En dat vind ik ook geweldig. Uitvinden....van niets - iets maken wat werkt. Zo heb ik ook Haasje gemaakt. Haasje vond ik ooit op een verlaten metaalhoop vlak bij Staal-stad en ik werd meteen verliefd. Hoewel hij helemaal onder de vlekken zat en overal deuken in zijn gestel waren te vinden, vond ik toch dat Haasje iets beter verdiende dan een roestig einde op de metaalhoop. Ik plukte hem eruit, stofte hem af en plotseling begon hij zowaar een beetje te glimmen. Het duurde twee jaar, maar toen was Haasje af en ik heb er iets van gemaakt hoor!".

"Het lijkt mij toch een redelijk normaal voertuig, behalve dan....", zei Skittel.

"Nee, Skittel. Je vergist je. Haasje kan veel meer dan je denkt en dat zal je later wel merken".

"Maar nu wat anders. Waar komt jou naam dan vandaan?" Skittel legde zijn verhaal uit en ook het vervolg. Leonardo luisterde met aandacht en vergat zelfs zijn koffie op te drinken. Intussen was Doppeltje in slaap gevallen en daar maakte Nero gebruik van door zich lekker in de wollige haren van de hond te nestelen. Plotseling veranderde alles. Haasje begon van links naar rechts te wenden en dat zorgde voor piepende rollers. Doppeltje schrok ervan en sprong als een kat omhoog waardoor de Kraai naar achteren werd gesmeten. Het kostte Nero een halve minuut om weer te landen op de achterbank.

"Jammer", blafte de hond.

"Je lijkt op een poesje", was het antwoord van de vogel waarmee hij uiteraard de hond diep beledigde. Doppeltje liet zijn tanden zien, maar dat had geen enkel effect. Een scherpe draai naar links maakte dat zowel de hond als de vogel zich schrap moesten zetten.

"Het gaat beginnen, jongens...Hou je vast", schreeuwde Leonardo en hij greep het stuur.

De ietsiepietsieblikkie-drukte was nogal anders dan Skittel had verwacht. Zowel van links als rechts, van boven en onder kwamen verschillende roller-banen bij elkaar en dat zorgde voor een wir-war aan voertuigen van groot naar klein. Skittel kon geen enkel verkeers-aanwijzing op een bord of op de baan zien en hij vreesde het ergste.

"Ik weet wat je denkt, Skittel, maar inderdaad.....er zijn geen regels hier. We zijn in Bots-stad. (Engels; Crash-city voor de lezers van de Tara-sage)  Het duurde niet lang of de eerste botsingen vonden plaats. Een klein bollig roze rollertje werd van de baan gedrukt door een groot vierkant blok, zonder ramen. Gelukkig viel het allemaal wel mee, want de vangrails aan de zijkanten bestonden uit metershoge opvang-schuimblokken. Het kleine bolletje verdween erin en kort daarna klom de bestuurster, een jonge vrouw gekleed in een roze overall aan de bovenzijde eruit en spuugde wat schuim uit haar mond. Skittel had medelijden met de vrouw, want in haar roze haren zaten grote klodders schuim geplakt. De volgende botsing betrof van een andere orde. Een roller op de baan vlak boven hen, sprong naar beneden en wel bovenop een langwerpige vracht-roller. De bestuurder van het lange voertuig was er niet blij mee, zo te zien, want hij klom uit zijn cabine en zocht de bestuurder van het andere voertuig op. Enige tijd later rolden ze samen over de lading in een poging om ander van het voertuig af te gooien.

"Valt mee hoor Skittel. Let maar op", brulde Leonardo. En inderdaad het viel mee. Een grote robot-grijper plukte de twee kemphanen van de baan en zorgde er ook voor dat het lange voertuig aan de kant werd gezet. De muur van schuimblokken opende zich en het voertuig verdween in zijn geheel van de baan.

"Die krijgen een flinke data-boete", schreeuwde Leonardo weer naar achteren. "Je hoeft niet te schreeuwen hoor. Ik hoor alles", zei Skittel. Leonardo stak zijn duim op.

Het werd natuurlijk nog drukker en van een "ietsiepietsieblikkie-drukte" kon je niet meer spreken. Nee, in de ogen van Skittel was het gewoon een rijdend gekkenhuis met een drietal gekkenhuizen rondom zo vlak voor de stad en hij vreesde de drukte in de stad. Toch kon Skittel geen enkele ingang zien. De hoge torens stonden recht voor hem, maar het geheel van de stad leek wel potdicht.

"Nu gaat het beginnen, Skittel", zei Leonardo met een gedempte stem. "Hou je vast". Skittel keek direct achterom en zag in een flits dat Nero zich dicht tegen Doppeltje had gedrukt en de hond zat kennelijk verkrampt tegen de linkerdeur. "Was het nou net alsof Doppeltje zijn pootjes om de vogel hield....of vergiste hij zich?". Skittel kon niet nogmaals kijken, want daar ging Haasje....als een haas ervandoor.

Leonardo drukte de magneet-pedaal vol in en het voertuig schoot vooruit. De voorzijde kwam omhoog en de achterzijde werd naar beneden gedrukt. De wind woei als een razende voorbij en alles...maar dan ook alles schudde. Skittel berekende een kritieke gevaar-toestand, maar hij kon niets ondernemen en was geheel aan de stuurkunsten van Leonardo overgeleverd. Die draaide als een dolle aan het stuur en drukte keer op keer diverse knoppen in. De beste man leek er schik in te hebben, want verschillende malen klonk er een soort van cowboy-kreet. "Yie-hauw", schreeuwde hij dan en stak tegelijkertijd één arm in de lucht. Skittel snapte er niets van, want het werd nog drukker dan druk en intussen ging Haasje nog sneller dan een haas. Eenmaal dichterbij de kolossale muren van de stad werd het een waar gevecht om de beste positie. Haasje drong zich werkelijk overal voor en dat zorgde voor vloekende en tierende andere bestuurders. "Het voordeel van een oudere roller....", zei Leonardo. Skittel begreep het. Haasje was voor anderen niets waard en dus waren die juist bang voor een botsing. Heel even kwam Haasje in de lucht en schakelde naar een bovenliggende baan. Daar was het net zo druk, maar toch kon het voertuig allerlei kleine gaatjes vinden in het verkeer op de baan wat ervoor zorgde dat hij steeds met flinke snelheid vooruit kon gaan. Plotseling was alles voorbij. Haasje dook in de diepte, remde zwaar af en daar waren de verschillende ingangen. Het voertuig remde nog meer af en reed gewoontjes op een slakkengangetje bij een zwarte opening de stad binnen. Een kille duisternis trok over ons viertal en het werd stil. Geen toeters meer, geen piepende remmen of knallende metaal-braaksels, niets van dat. Skittel vond het meteen niets. Te koud, te donker, te stil en vooral....te zwart.   

wordt vervolgd op verhaaltje 12. 

E-mailen
Map
Info