www.ideemachine.nl (Robots&Zo)
                                                                                                 

Verhaaltje 10



Nero en zo.

De arme kleine Kraai lag nog even gefrommeld op de grond. Enkele veren staken recht omhoog, maar het meest opmerkelijk betrof, naast zijn enorme snavel, een helm. De helm, gemaakt van leer zat rondom het koppie en bovenop zat een scherpe punt. Verder hingen er aan een paar kleine koperen kettingen wat vreemde spulletjes op zijn borst. Skittel bekeek het beestje en rekende zich olie-moe. "Wat had dit nu weer te betekenen?", werd met grote rode vraagtekens op zijn voorhoofd gezet en Doppeltje schudde zijn hoofd alsof hij wilde zeggen; "Hebben wij weer..."

Tsja, onze vrienden hadden inderdaad iets gekregen. En dat...dat wist de Kraai ook. Nadat hij wat veren recht had gestreken met zijn veel te grote snavel, sprong hij in één keer boven op de rug van Doppeltje. Het hondje wist even niet wat te doen, maar Skittel gebood hem rustig te blijven. Kraaien konden smerig prikken met hun sterke snavel, zo berekende Skittel. Doppeltje liet het maar zo, maar echt blij was hij niet. Zijn tong hing al een beetje buiten de bek en zijn staart hing troosteloos naar beneden. Skittel besloot snel afscheid te nemen om te voorkomen dat ze nog meer "cadeautjes" zouden ontvangen. Het Kraaien-feest was inmiddels in volle gang en dus maakte Skittel een korte buiging naar Suus en vertrok. Zodra ze uit het zicht van de boom waren, volgde er een groot en hard gejoel. Skittel berekende direct een verdikking van zijn olie en Doppeltje keek net zo droevig als Assepoester die haar schoentje net had verloren. En dat bleef een tijdje zo.

Het was Nero die zelf zorgde voor de eerste stappen in de nadere kennismaking.

Een dikke witte flats spatte neer op de rug van Doppeltje. Doppeltje schrok en blafte een aantal vreselijke vloeken zoals; "Bot-ver-drie en poes-poes". Hij probeerde net als een dolle stier de vogel van zijn rug te smijten, maar dat mislukte. De nagels van de Kraai hielden het beest op zijn plaats en tot overmaat van ramp begon het een liedje te kraaien. Het klonk afschuwelijk, bijna een achterstevoren-liedje, maar dan ook nog vals. Skittel kwam Doppeltje te hulp.

"Hou op...jullie allebei...Nu", schreeuwde hij en flinke stralen rood licht knipperden uit zijn ogen. Het hielp direct.

"Dit gedoe op mijn rug begon, Skittel", blafte Doppeltje voorzichtig.

"Weet ik....."

"Eh, Nero....Nero heet je toch?", begon Skittel.

De Kraai pakte met zijn pootje iets van zijn borst keek met één enorm oog naar Skittel. Het duurde even voordat Skittel had berekend dat de vogel een vergrootglas voor zijn oog hield.

"Klopt, Nero, de meest verschrikkelijke vogel ooit. Tot uw dienst".

"Eh, Nero. Dat wat je deed, is inderdaad verschrikkelijk. Waarom deed je dat?"

De Kraai begon te kraaien. "Wat denk je van een verschrikkelijke vogel. Dat die netjes een hoopje maakt achter een boom of zo?"

Skittel liet zich niet inblikken en maakte zichzelf wat groter door een paar cilinders op te pompen.

"Luister Nero. Jij bent bij ons geblikt en wij houden ons woord, maar dat wil niet zeggen dat jouw grote snavel alles kan kraaien wat het wil en bovendien doe je inderdaad je hoopje voortaan achter een boom of struik en niet op Doppeltje. Heb je dat begrepen?"

"Ik zal het proberen, maar ik BEN verschrikkelijk en daar kan ik niets aan doen."

"Volgens mij Nero.....BEN jij niet verschrikkelijk, maar DENK je dat je verschrikkelijk MOET zijn. En dat is heel wat anders."

Skittel berekende dat het beter was om niets meer te zeggen en hoopte dat de vogel zich aan de afspraak zou houden. Hij besloot verder te lopen en de richting was al duidelijk. Het geluid van een kermis is namelijk nogal vanaf ver te horen. De zware toeters van verschillende snelle attracties, de eeuwige vrolijke liedjes bij de draaimolens, het hard aankondigen van een bijzonderheid, zoals de sterke man, of de goochelaar, echoden via de verschillende heuvels richting ons drietal. Even later klonk het geluid van groot plezier, met name van een grote hoeveelheid kinderen. Omdat het al wat donkerder werd, schoten de eerste lichtflitsen de vallei in en dat maakte het allemaal best een beetje spannend. Na een aantal kastanjebomen verscheen de eerste attractie, de suikerspin-molen.

Skittel stond stil om de kermis eens goed te bekijken, maar plotseling begon Nero te kraaien.

"Ik hoop maar dat ze ons niet direct opsluiten, Skittel". Skittel draaide zich naar Nero toe.

"Hoezo opsluiten?"

Nero sprong van Doppeltje af en ging zitten op een klein takje. "Nou, eh.....de laatste keer dat ik hier was, had ik per ongeluk een paar moeren uit de achtbaan gedraaid en toen eh....reden er een zestal wagentjes scheef en eh....moesten ze sluiten. De chef was nogal een beetje boos op mij".

"Waarom was jij daar dan?", vroeg Skittel die ook even ging zitten.

"Nou, ik werd verkocht door mijn familie aan de chef van de kermis, omdat ik eh....nogal bijzonder was. Ik kon zingen, dansen en ook wel grappig doen. Maar eh....na de vierde keer ongeluk....werd ik de kermis afgegooid. Nou ja, ik moest wel, want ze wilden mij kaal plukken."

"Vier keer?", blafte Doppeltje.

"Ja...eh....de eerste keer morste ik per ongeluk wat modder in de suikerspin-molen. De tweede keer had ik een paar gaten in het doek van de rups gebeten. Er zat wat vast in mijn snavel, weet je.... en de derde keer prikte ik per ongeluk de boksbal kapot."

"En dat allemaal per ongeluk.", zei Skittel, terwijl hij drie keer knipperde met zijn linkeroog.

Nero raakte niet onder de indruk van de afkeurende blik. Het ongeluk zat in hem, zo dacht hij en het was daarom ook maar beter om meteen verschrikkelijk te zijn.

Skittel overwoog om de kermis niet te bezoeken, maar de route was toch echt via de kermis, zo had Bopp hem vertelt. Het rekenen duurde een tijdje en kwam toen met een oplossing. Hij moest zelf de vogel op zich nemen. De mensen zouden dan weten dat hij bij mij hoort. Skittel strekte zijn tentakel uit en Nero sprong erop. Toen het beestje op zijn schouder zat, pakte het zijn vergrootglas en keek lang en diep in het linkeroog van Skittel. Skittel hoopte dat Nero op deze manier zijn vriendschap wilde tonen en voelde al wat olie in zijn skelet warmer worden. Hij glimlachte de vogel toe en wilde zelfs de vogel even aaien.

"Je hebt geen pulk in je oog", zei Nero droog en borg het glas op. Skittel bracht zijn grijper weer omlaag.

"Oke, dank je". De stem van Skittel klonk teleurgesteld. Hij pufte een keer en liep toen richting de suikerspin-kraam.


De eerste kermis van Roderik en zo.




De kermis van Roderik begon aan het einde van de steen-vallei en liep volgens de plattegrond als een kronkelige slang verder tot aan het water. Skittel zag dat er allerlei attracties waren, die verdeeld werden in een drietal eigenaardige "kermis-dorpen". Alles bij elkaar had de route een lengte van vijf kilometer. Aan het einde lag het water, maar Skittel kon niet achterhalen of het een rivier of een zee was. Het eerste dorp waar ze waren beland, had de naam; "oude kermis" en toen Skittel de lijst aan attracties langs ging met zijn grijp-vinger, werd direct duidelijk waarom er voor deze naam was gekozen. Uiteraard begon het dorp met de bekende suikerspin-molen, daarna een draaimolen, de zweef, de rups, de botsauto's, de schiettent en uiteindelijk nog het touwtje-trekken. Skittel besloot om dit dorp rustig door te wandelen, want hier moesten de meeste kleine kinderen zijn, zo berekende hij en hij wilde ze niet bang maken. En dat er veel kinderen rondliepen dat klopte. Al snel rende een groep lachende kinderen hen voorbij op weg naar de suikerspin-molen, die ons drietal net was gepasseerd. "Ik wil een roze", riep de één en de andere wilde een blauwe. Het laatste kind, een jongetje riep ook iets en Skittel kon het niet goed verstaan. Lachend keek hij het ventje na, zag zijn vinger een kleur uitkiezen en toen werd het duidelijk dat hij een zwarte wilde. Skittel's woordenboek bracht een piep naar voren met een vraagteken. Kennelijk klopte er iets niet en daarom draaide Skittel om. Hij wilde wel eens een zwarte suikerspin zien.

Toen Skittel met zijn vrienden de suikerspin-molen voorbij liepen hadden ze niets vreemds opgemerkt. De vogel had zich sowieso al verschuild om herkenning te voorkomen en Skittel noch Doppeltje hadden trek in een suikerspin. Een olie-spin....ja die wel of een suiker-bot...dat zou wel lekker zijn, maar het ragfijne zoetje goedje...Nee, dat was niets voor hen. De suiker-meester achter de suikerspin-molen zag er wel opmerkelijk uit. Hij droeg een lang wit schort en had een lange snor die bijna in de suiker-molen hing. Skittel liep terug en wilde ook zien hoe de man zijn suikerspin bereidde. En toen werd het Skittel duidelijk. Achterin de kraam stonden verschillende gekleurde hokjes met tralies ervoor. Er was verder niets te zien, maar nadat het eerste kind zijn bestelling had gedaan, opende de man, bij een hokje een roze deurtje. De man pakte iets....iets met acht poten. De spin, want dat was het, zag helemaal roze tot en met de ogen toe. Het arme beestje bewoog wild met zijn pootjes en plotseling pakte de man iets aan de achterzijde van de spin en legde het in de suikerspin-molen. Die begon te draaien en aan de bewegingen van de oogjes kon Skittel zien, dat het beestje moeite moest doen. Om een draad te spinnen, zo zag Skittel. Na drie minuten was de suikerspin klaar en werd het beestje teruggezet. Daarna kwam er een blauwe en zo meer, totdat het laatste jongetje aan de beurt was. De laatste spin betrof een harig zwart monstertje. De oogjes schitterden in het licht van de kermis. Skittel vond het geen prettig gezicht, maar het jongetje danste van ongeduld. Hij kreeg zijn zwarte suikerspin en begon snel aan de spinrag te snoepen. "Hm....dropsmaak...lekker", zei het ventje tegen een wat ouder meisje. Skittel knipperde met zijn ogen en stelde allerlei vragen aan zijn systemen, maar een antwoord.....Dat kwam er niet. Doppeltje blafte een keer.

"Zou hij ook een spin helemaal van bot hebben...", blafte hij en samen moesten ze lachen. Skittel pufte en berekende een vreemde maar hopelijk leerzame tocht over de kermis.

"Kom we gaan verder."

De Draaimolen iets verderop had een dak van rood leer en erop waren verschillende afbeeldingen van dieren geschilderd. Nou ja, zo leek het, maar toen de molen stil stond, veranderde elk dier van vorm en kleur. De beer werd langzaam een vlinder en de vos broeide uit tot een heuse kakel-kip. Skittel bekeek aandachtig naar de andere dieren en liep zo langzaam rondom de molen. Hij zag een koe, een hommel, een kat en zo meer, maar plotseling stopte de verandering. De molen begon te draaien en de kinderen hadden volop pret. Mama's en papa's of andere zorg-mensen keken met geluk en trots naar hun kind en toen begon de echte pret. Daar waar eerst een politieauto was, veranderde deze langzaam in een koets met twee paarden. De brandweerauto werd een olifant en ook de hertjes waren plots veranderd in een bootje met dolfijnen rondom. De pret die dit allemaal voortbracht leek als een sluier rond de molen te hangen. Iedereen, maar dan ook iedereen had plezier. Zo berekende Skittel. Toch.....toen zijn oog viel op een donker geklede man met een hoge hoed aan de overzijde van de molen, zakte de warmte in de olie naar beneden. De man keek boos....heel boos. "Oei, olie en blik.....Dat is niet goed", fluisterde hij. Doppeltje blafte. Die had de man ook gezien en honden weten meteen of een mens vriendelijk is....of juist niet.

Wat Skittel al vreesde werd een waarheid. De man liep met ferme passen naar ons drietal, pakte Skittel bij de tentakel en zette hem weg nabij een boom. "Mag ik vragen, beste Robot. Wat dat mormel op je schouder hier doet?", vroeg hij, terwijl hij wees naar Nero. Die kwam tevoorschijn en kraaide een paar flinke kraaien.

"Hij zegt dat hij bij mij hoort en ik moet hier langs dus...", antwoordde Skittel zo rustig mogelijk.

"Weet je wel wat je bij je draagt?"

"Jawel....Nero en hij.....". Skittel kon niet verder speken, want de man begon keihard te lachen.

"Nero...Dat is een goeie. Wij noemen hem; de verschrikkelijke verschrikking, de ramp van alle rampen, het zwarte onheil, de boogiewoogie-vogel, de jammerlijkste verschijning aller tijden en wat niet meer. Ga terug en neem deze plaag mee, Robot". De man keek ondanks zijn lachen weer boos.

"Maar ik moet via deze kermis lopen. Dat heeft Bopp mij vertelt", probeerde Skittel.

"En waarom is dat zo?"

"Nou, wij zijn op weg naar Rotopia met een belangrijke Robot-opdracht." Skittel knipperde drie keer om duidelijk aan te geven dat hij het meende.

"Hm....oké, maar niet deze vogel, want die is nog erger dan een vloedgolf van de zee".

"Maar eh.....Ik ben nu verantwoordelijk voor hem. Dat heb ik Suus beloofd."

De man bekeek Skittel en Doppeltje eens goed en schudde zijn hoofd.

"Nou goed. Voor de aller-aller-laatste keer, maar als het mormel schade maakt, moet jij het betalen, akkoord?"

"Betalen....nee, hoe dan? Nee, Nero doet niets, ik hou hem vast. Dat beloof ik."

"Luister Robot, Ik ben Roderik, de baas van deze kermis. Als jij moet betalen dan mag je een jaar bij ons optreden als levende vuilnisbak, snap je?"

"Ja, meneer...ik snap het." Skittel boog zijn hoofd een beetje en zuchtte luid toen de man wegliep.

Skittel hield een ernstig gesprek met Nero en de Kraai luisterde met het glas voor zijn oog. Doppeltje had allang in de gaten dat de vogel iedereen voor de gek hield, maar hij hield zijn bek. Voor je het wist zou Skittel alle dieren weg doen en dat wilde hij niet.  

"Skittel, als ik iets doe, wat natuurlijk niet zal gebeuren, hèhè, dan mag je mij...eh....opeten of eh.....Nee, beter nog, dan mag je mij insmeren met bessen".

"Bessen...hoezo dat nu weer?"

"Nou, die lust ik niet". 

Skittel pufte maar weer eens. Er was kennelijk niets te beginnen met dit dier, maar.....ja, hij bleef verantwoordelijk. En een opdracht, een belofte, een bevel, dat kon een normale robot nooit weerstaan. Hij moest voor Nero zorgen en hij moest via de kermis lopen, zo berekende zijn systeem nog eens voor de duidelijkheid.

Met angst in de loop-tentakels, want hij vertrouwde de vogel niet heel erg veel, liep Skittel verder. Hij bibberde een beetje en zijn olie was iets te warm. Doppeltje volgde hem - zoals altijd. 

Al verder lopend ontdekten ons drietal dat gezelligheid op deze "oude" kermis voorop stond. Zo maakte een clown leuke ballonfiguren, zoals een spook, een duizendpoot of een draak met drie koppen en diverse personen zoals een levend standbeeld zorgden voor extra plezier. Met een grote glimlach liepen ze het schouwspel voorbij en hun aandacht werd al snel getrokken door een vrij grote attractie. De "ie-wiet-waai-weg-rups", zo stond er te lezen op de luifel boven de attractie. De rups was niets meer dan een flinke ronddraaiende slang van karretjes en na een minuut ronddraaien ging er een groen doek over de karretjes heen. De duisternis onder het doek zorgde voor joelende kinderen binnen in de rups en klappende mama's en papa's daarbuiten in de hoop te laten weten dat zij er nog stonden. Intussen vlogen hun ogen van links naar rechts. Op zoek naar de plek waar hun kind weer zichtbaar zou worden. Uiteindelijk opende de rups, het doek rolde zich op en dat leidde tot een enorme schrik. Alle kinderen waren verdwenen. De mama's en papa's begonnen meteen met grote ogen naar links en rechts te kijken in de hoop dat ze hun kind alsnog zouden vinden. Sommigen riepen hun kind en meenden dat ze zich mogelijk onder de stoeltjes hadden verstopt. Maar nee....Er was geen kind te zien en de rups draaide vrolijk verder. Na zo'n drie rondjes sloot de rups zich weer en jawel....nadat de rups zich weer had geopend, zaten alle kinderen weer in hun zitje. Een mama die naast Skittel stond droogde snel haar eerste tranen. "Nu stoppen graag", riep ze en alle ouders deden al snel mee.

De rups stopte en aan de kinderen was niets te zien. Op de vraag; "waar was je?", kwam het gebruikelijke antwoord waar de ouders niets mee konden. "In de rups, natuurlijk". De meeste ouders lieten het hierbij en gingen snel verder naar de volgende attractie. Skittel keek hen na en krabbelde op zijn voorhoofd. Daar stond natuurlijk een groot vraagteken, maar een antwoord....die kwam er niet. Sterker nog, Skittel kon niet eens wachten op een antwoord, want zijn aandacht werd getrokken door een stel vreselijke vloeken.

"Mijn hemel, nee toch.....bliksem-en-deksel....verrekte vogel...Ik sla je tot moes en kook al je veren in een pot met olie", klonk het vanuit de plaats waar net nog een levens standbeeld stond. Die was inmiddels weer helemaal tot leven gekomen en voelde met zijn hand boven op het hoofd.

"Nee, toch?', fluisterde Skittel. Maar ja toch.....Nero was aan de aandacht van Skittel ontsnapt en had toegeslagen met zijn puntige helm. Direct kwam het beest aangevlogen en landde op de schouder van Skittel. Die begon meteen te rekenen. "Wat te doen?" Het antwoord kwam na slechts één milli-seconde; "doorlopen en snel".


De tweede kermis van Roderik en zo.





De botsauto's, de schiettent, het touwtje trekken en nog veel meer leuke attracties moest worden gepasseerd zonder ook maar even stil te staan. Doppeltje vond het jammer, want hij had gehoopt op een lekker bot bij het touwtje trekken en keek daarom Nero onophoudelijk boos aan. Hij gromde zelfs als de vogel naar hem keek. Het maakte geen verschil. Nero keek boos terug, stak zijn tong uit en flatste een flats richting het rechteroor van Doppeltje.

"Skittel", zo begon hij. Skittel...echt waar....Ik eet de staart van dat beest nog eens op".

"Ik weet het Doppeltje. Ik ben ook teleurgesteld, zo heb ik berekend, maar we hebben ook een groter doel en dus moeten we vaart maken".

"Kunnen we nou echt dat beest niet afleveren bij één of andere kookpot. Of een "pluk-maar-kaal-attractie", mompelde de hond. Terwijl hij dit blafte, spuugde hij een klodder slijm omhoog. Die haalde natuurlijk het doel niet en de vogel bleef gewoon stok-stil zitten waar hij zat.

"Nee, Doppeltje. Ik heb beloofd hem op te voeden. Dat gaat dus niet, maar dat wil niet zeggen dat dat nooit gaat lukken. Misschien is deze kermis geen goed plek om daarmee te beginnen, maar....we moeten wel. Misschien gaat het in het tweede dorp beter".

Dat tweede kermis-dorp lag inmiddels vlak voor hen. En dat het er was, kon niet worden gemist. Verschillende lichtflitsen in allerlei kleuren schoten de lucht in en wel zover dat sommige de Maan misschien wel zouden bereiken.

Skittel stelde zijn ogen in op een matige lichtsterkte en had direct minder last van de flitsen. Nero had een brilletje opgezet met donkere glazen, wat trouwens Skittel niets eens verbaasde en Doppeltje was de klos. Hij kneep zijn oogjes tot spleetjes en dat hielp ook een beetje. Deze kermis leek vooral bedoeld voor de wat oudere kinderen. Pubers, zeg maar, ofwel slome - moeilijke - altijd hongerige - jong-mensen, zo zou een robot het ook kunnen zeggen. De eerste attractie was meteen een duizendklapper. Een mini-achtbaan waarbij de inzittenden alleen maar op hun kop werden vervoerd over een snelle baan. Het plezier werd verhoogd doordat allerlei akelige beesten met vreselijke tanden plotseling op de baan werden getoond waardoor je het idee kreeg te worden opgegeten. Skittel raakte een beetje van slag door al het gegil en gaf aan snel te willen doorlopen.

De rest van de tweede kermis bestond uit een samenspel van licht, kleuren, geluid - of wel veel herrie - en snelle bewegingen. Niets van dat had de interesse van onze vrienden en liepen daarom snel door. Maar ja.....met een Nero erbij moest er wel iets gebeuren wat ook deze wandeling erdoor een bijzonderheid werd. En dat werd het ook. Nero vloog weg en Skittel werd compleet verrast. "Kom terug", schreeuwde hij, maar het was te laat en bovendien....Nero luisterde niet. Het duurde slechts een ogenblik en plots verdween alles. Weg, de flitsen, weg, het geluid en weg, alle bewegingen. Uiteraard begonnen alle kinderen te gillen. Eerst dachten ze nog dat het erbij hoorde, maar na een tiental seconden vonden ze het wel genoeg.

Skittel vreesde het ergste en daar had hij gelijk in. Iets later plofte alles weer aan, daarna meteen weer uit en zo ging het een tijdje door. Enkele kinderen werden misselijk van dat op en neer gedoe, maar dat weerhield Nero niet ervan om te stoppen. Nee, al snel gingen de kinderen verder met bewegen, maar nu slechts in het donker, iets wat de misselijkheid nog meer verhoogde. Jullie begrijpen het doel van Nero. Kots.....veel kots. Het slijmerige goedje, soms met hele stukken roze appels en blauwe kokos-koeken droop van de karretjes af. De meeste hadden of zichzelf ondergekotst of degene recht voor hen. Het gegil draaide om in een gehuil en gejoel. Maar Nero was nog niet klaar. Tot verbijstering van Skittel werden de getoonde koppen van beesten veranderd in andere afbeeldingen. Draaiende spiralen en lach-spiegels zorgden voor maximale verwarring. Het kotsen hield niet meer op. Plotseling stopte dit alles en werd het weer een gewone attractie. Onmiddellijk werd alles stilgezet om de kinderen te verlossen uit hun karretjes. Jullie begrijpen.....alle plezier was verdwenen.

Skittel stond nog steeds op dezelfde plek en uit het niets landde de vogel weer op zijn schouder. Skittel keek met zwaar knipperende ogen de vogel aan.

"Wat?"......"Ik moest toch achter een boom flatsen, toch?", kraaide Nero en deed alsof er niets was gebeurd.

"Nero.....Als je nog één keer liegt, dan geef ik je aan Roderik, begrepen?" Skittel gaf de vogel geen kans om te antwoorden. "Ik begrijp dat je dit wil doen.....je wil schade maken....je wil kinderen het plezier afnemen, maar op een dag zal dat allemaal omdraaien als je zo doorgaat. Dan kom je in een kooi....voor altijd, snap je", brieste Skittel. Doppeltje blafte keihard mee; "Ja, ongeluks-beest....opsluiten in een kelder voor altijd. Dat moet..."

Zonder verder iets te zeggen stapte Skittel flink door en verliet de chaos. Gelukkig duurde het niet lang voordat de derde kermis in het zicht kwam. Even moest ons drietal stoppen om te begrijpen wat er nu voor hen stond. Skittel kon het niet berekenen. Zoiets had hij nog nooit gezien op Wikipedia en het woordenboek had ook geen antwoord. "Weet jij wat dit is?", vroeg hij aan Nero, die zijn veren recht zat te likken.

"Ikke.....nou, edele meester-robot. Hier ben ik nog nooit binnen geweest, dus uh....misschien een veld vol rrrrr-aven of een bakkerij met de lekkerste broodjes of een......."

"Laat maar.....We moeten er door heen. Ik zie geen weg rondom dit ....eh.....gebouw heen." Skittel hoorde vlak achter hem een bekend geluid. Een tierende en vloekende Roderik kwam dichterbij, zo was wel duidelijk.

"Smerig beest, uilskuiken, stuk vliegend ongeluk...jij...voer voor de wolven....blik en sum, uitgegooid derde koekoeksjong, verdriet van de wereld, met olie ga ik je insmeren, met bessen ook....". Het gevloek kwam snel dichterbij.

"Kom op....opschieten....welke poort nemen we, Doppeltje".


De derde kermis van Roderik en zo.



Skittel stond weer buiten en ging zitten. Voor hem lag een nieuwe vlakte. Het verschil met de beklemde ruimte waar hij net had verbleven, kon niet groter zijn. Een licht briesje wind tegen zijn neus werd gemeten en zo ook het verschil in luchtdruk. Skittel had veel apparaatjes om van alles en nog wat te meten en het meeste had hij niet nodig, maar zijn olie werd toch wat kouder van de berekening dat de luchtdruk weer tot normaal was gedaald. Skittel keek om en zocht zijn twee vrienden, maar die waren er nog niet. Het gebouw waar hij net had verbleven bestond ook aan de andere kant uit slechts een paar poorten en verder niets dan grijs beton. Een ingang ontbrak hier en zo ook het vreemde welkomst-bord wat aan de andere zijde vlak voor de poorten stond opgesteld. Skittel herhaalde binnen in zijn brein de tekst op het bord;

"Hoe voelt het?"

En Skittel had gekozen. Niet voor de anderen, want per keer mocht er slechts één naar binnen. Voor de hond en de vogel werd geen uitzondering gemaakt. Ook Doppeltje en Nero moesten zelf een keuze maken. Skittel koos voor de bruine poort met slechts een korte zin erop; "Klein Duimpje". Doppeltje ging na lang nadenken voor de gele poort: "Het lelijke eendje" en Nero koos voor de rode poort; "Domme Hans". Ons drietal had naar hun idee niets te vrezen, want wat kon er nu gebeuren in een sprookje?, zo dachten en berekenden ze.

Nou.......dat ging dus helemaal anders.

Als tweede duikelde Nero naar buiten. Al zijn veren zaten in de war en hij waggelde heen en weer richting Skittel. "Geweldig", was zijn eerste kraai naar Skittel. Skittel had zijn bedenkingen en kon zich niet voorstellen dat de Kraai dit echt leuk had gevonden.

"Hoe ging het?", vroeg Skittel in afwachting van Doppeltje.

"Nou prima. Ik begon bij een tafel waar een hakmes keer op keer naar beneden viel en ik kwam steeds dichterbij. Voor ik het wist werd ik in drie stukken gehakt en toen......"

"Wacht....Daar komt Doppeltje".

Doppeltje kwam snel hun richting op en zijn bek stond wagenwijd open. Het zweet gutste van zijn tong en het hijgen was te vergelijken met het happen naar lucht van een gevangen vis op het droge. Hij stortte neer voor de tentakels van Skittel. "Nooit meer....nooit meer, Skittel". pufte hij.

"Vertel maar verder Nero, maar hou het kort. Ik hoop niet dat Roderik nog achter ons aan komt". De vogel echter vond dat Doppeltje maar als eerste moest, want hij moest "zijn ding doen" en hier was geen boom te zien. Dat klopte, zo zag Skittel, maar hij vertrouwde het beest niet.

"Echt Nero.....nu perse?" Skittel keek naar het terrein wat achter hen lag, zag de kleurige flitsen boven het gebouw en wilde eigenlijk meteen doorlopen. Maar ja....Nero moest doen, wat hij moest doen, dus gaf hij hem toestemming.

"Wel direct terugkomen hoor", riep hij de vogel nog na.

"Nou Doppeltje. Vertel jij maar en dan kan je gelijk even uitrusten. Doppeltje keek omhoog, spuugde wat slijm weg en begon te vertellen.

"Skittel....Je hebt geen idee. Het lelijke eendje, nou dat werd ik. Toen ik de deur instapte veranderde alles. Mijn snuit werd een bek van een eend of zo, maar dat was niet het ergste. Ik zat in een ei. Een echt ei. Eerst had ik geen idee wat te doen, maar ik besloot dat ik daar niet in wilde blijven. Ik wilde het ei openen, maar dat lukte niet. Pas toen ik met mijn bek tegen de schaal begon te tikken, kwam er een krak. Nou...het werd een hele opgave om het ei kapot te tikken. Na een half uur was het gat groot genoeg en ik klom eruit. Nou...eh....dat heb ik ook geweten, want eenmaal op de grond, buiten het ei, werd ik helemaal overspoeld door warmte en een enorme hoeveelheid witte veren. Moeder eend of toch een zwaan was op mij komen zitten en ik stikte bijna. Ik wurmde mij eronderuit en rende als een razende naar een gele deur verderop. En toen....toen was ik buiten. Bij jou."

Skittel had het verhaaltje beluisterd en berekende een vraag.

"Waarom koos jij voor de gele poort, Doppeltje?"

"Nou, Skittel....Ik dacht...eh....Een lelijk eendje, dat ben ik ook en ik zou ook graag in iets moois willen veranderen", blafte Doppeltje en keek met droevige ogen naar beneden.

"Je hoeft je daarvoor niet te schamen hoor. Ik begrijp je wel, al vind ik dat je net zo mooi ben als een zwaan. Luister, je kunt blaffen, waken, botten zoeken, rennen, bijten en wat al niet meer. Dat kan een zwaan niet eens. Je bent wat je bent Doppeltje, een hond met een grote bek, dat wel."

"Zie je....mijn bek is gewoon veel te groot en dan ook nog die idiote kleuren op mijn vel. Waarom moet mij dat nu overkomen. Als ik met de ene kant in de sneeuw staat, ziet niemand me en als ik met de andere kant in het donker loop, dan ziet ook niemand me. Ik kan me laten verdwijnen, zie je."

"Beste vriend. Dat is toch mooi. Geen enkele andere hond kan dit. Daarom ben je uniek".

"Uniek?"

"Ja, uniek....dan ben je alleen op de wereld en er is geen andere net zoals jou.", sprak Skittel met een grote glimlach op zijn gezicht. Hij had berekend dat dit Doppeltje zou helpen, maar.....dat was helaas niet zo.

Doppeltje begon te janken. Te janken als een puppy die zijn moeder kwijt is. "Ik ben alleen op de wereld", jankte hij. De tranen vlogen weg en Doppeltje ging liggen. "Laat het maar gaan sneeuwen....dan ben ik wel weg", jammerde hij.

"Kom op Doppeltje....Niet zo treuren. Ik ben ook uniek en Nero ook. Laten we dan maar een andere hond gaan zoeken die ook is zoals jij bent. Is dat een goed plan?" Skittel's vraagteken op zijn voorhoofd vlamde rood op. De hond kwam weer omhoog. Hij schudde met heel zijn lichaam de treurigheid eraf en toen was alles weer goed.

"Goed plan, Skittel. Ik doe mee."

Inmiddels bleef Nero weg en Skittel voelde aan dat er weer iets stond te gebeuren. Eigenlijk berekende hij dat hij beter door kon lopen, maar een afscheid van Nero op deze manier, wilde hij niet. Hij vond dat hij zelf de opdracht moest beëindigen en dat zou de vogel zelf moeten aanhoren. Als een Robot zijn opdracht heeft aangenomen, dan houdt hij zich eraan. Dat kon niet zomaar worden veranderd, zo berekende Skittel. Hij besloot om zijn eigen verhaaltje dan maar te delen met Doppeltje.

"Luister, Doppeltje. Dit is mij overkomen. Ik ben de deur van Klein Duimpje in gegaan. Ik berekende dat ik meer van de mensen wilde leren en klein duimpje was een slimmerik, dus vandaar....Het werd ook bij mij helemaal anders. Eenmaal door de deur werd ik uitgerekt. Mijn loop-tentakels begonnen te groeien en kropen diep in de grond. Intussen werd mijn skelet naar boven uitgerekt en mijn grijp-tentakels veranderden in takken. Ik werd een boom, Doppeltje. Alle-blikjes-hoog, zo hoog. Veel groter dan het gebouw, maar toch kon ik niet naar buiten kijken. Ik voelde mijn skelet - hoewel het al hard is - verharden in een kronkelige bast. met scheuren en groeven en aan mijn takken verschenen blaadjes. En toen stond ik vol trots daar, een machtige boom en berekende dat het goed was. Ik hoorde bij de natuur, de vogels op mijn takken, de spinnen tussen de bladeren, de kriebelbeestjes kriebelend overal en wat al niet meer. Plotseling verscheen er een klein mannetje beneden aan mijn stam - en dat was de dekselse kabouter - en hij begon......eh....hij begon te hakken met een hakbijl. Ik voelde de klappen, hoorde het dreunen tot in de kruin van mijn toppen en het voelde eh....Ik weet niet. Ik denk dat de mensen dit verdriet noemen. Ik kon niets doen. Ik schreeuwde; "hou op klein duimpje, hou op, je doet me pijn en je doet ons allemaal pijn", maar het het hielp niets. De klappen gingen door en mijn splinters vlogen alle kanten op. Ik berekende dat dit niet lang kon duren en plotseling viel ik om. Alles rondom mij heen huilde....alle dieren, de andere bomen, het gras, de struiken. Ik werd vernietigd, ik kraakte, ik versplinterde en knalde met de hardste klap ooit op de grond. Toen ik bij kwam, leek ik weer normaal en vluchtte snel weg". Skittel hield zich stil en knipperde flink met zijn ogen.

Doppeltje zag dat zijn vriend het moeilijk had. Niet dat een Robot verdrietig kon zijn, maar wat hij had meegemaakt...poeh.....

"Skittel....wat vreselijk". Skittel knikte.

"Skittel....wat heb jij nu geleerd?"

"Ik weet het niet Doppeltje. Ik bereken dat de mens...eh....slim is, maar niet zo slim als ze zelf denken. Ik bereken namelijk dat de mens niets af weet van het leed wat ze in de natuur veroorzaken. Zoiets...."

"Maar dan is het toch goed Skittel. Jij weet het nu. Jij kan het de mensen nu leren, toch?"

Skittel liet deze opmerking even in zijn brein woelen en toen kwam het antwoord dat dit een uitstekende oplossing was. "Je hebt gelijk Doppeltje. Wat goed van je. Dank je, vriend." Doppeltje kwispelde en de olie in Skittel werd weer wat warmer. Opgelucht over de afloop van het avontuur stonden ze zo samen te wachten op het derde verhaaltje en alle twee hoopten ze - tegen beter weten in - dat Nero ook iets had geleerd. Skittel keek naar het gebouw in afwachting van het fladderende fladder-beest. Die kwam, maar niet voordat er iets gebeurde.

Wat Skittel al vreesde werd een waarheid. Met een grote klap viel al het licht boven de kermis uit en het gillen en joelen begon weer. Kort daarna kwam de vogel aangevlogen.

"Zo, eh....nou, die boom lag een stukje verder dan ik dacht. Eh...waar was ik gebleven? Nou, toen ik dus in stukken was gehakt, toen...."

"Stop, Nero", schreeuwde Skittel. "Niks geen boom. Je hebt je weer verlaagd tot het pesten van kinderen. Ik zou je in stukken moeten hakken."

Nero zette zijn vergrootglas op.

"Ow.....je bent boos". 

"Nu snap ik ook waarom jij de poort van domme Hans hebt gekozen", voegde Skittel toe.

"Nou eh.....weet je. Ik dacht aan domme Hans met zijn twee stenen aan het einde van het sprookje. Als de zware stenen in de put vallen, is hij bevrijd van een last. Nou....dat wilde ik ook wel, vandaar......"

"Hoe bedoel je een last die je draagt?", vroeg Skittel. Zijn nieuwsgierigheid was gewekt en hoopte iets te kunnen horen over het lastige gedrag wat de vogel vertoonde. Doppeltje schudde met zijn oren. Hij wist al lang dat de vogel alles bij elkaar kletste en zijn baasje....die trapte er weer in.

Nero begon zijn spel te spelen en startte met huilen en snikken. "Nou, Skittel vlak voordat mijn oude moedertje stierf", snotterde hij, "vertelde ze mij met krakende stem dat een paar kinderen haar expres hadden geschopt. Ze droeg mij op om alle kinderen terug te pesten. Daarna kraaide ze nog één keer en stierf in mijn vleugels". Er drupte 'één traan uit het linkeroog van Nero. Skittel werd er stil van.

"Tsja.....dat is wel een opdracht die je hebt gekregen. Nu begrijp ik je", zei Skittel met een zachte toon. Doppeltje keek met een smerige grijns de vogel aan. Die stak zijn tongetje uit en flatste weer eens wat groen-witte flats in de richting van de snuit. De vogel kraaide vals naar Doppeltje, maar veranderde zijn gekraai in een bedroevend gehuil en richtte zich weer naar Skittel. 

"Kom maar lekker bij mij zitten, Nero", gebood Skittel. De vogel streek neer op zijn schouder en kroelde zijn koppie tegen de uitstekende geluid-sensoren. 

"Kom we gaan verder", zei Skittel.

En daar ging het drietal. Skittel voorop en Doppeltje op gepaste afstand er achteraan. Elke keer als de arme hond dichterbij kwam, spetterde er een groen-witte flats in zijn richting. De vogel keek daarbij gemeen achterom en lachtte hem uit. Zo lopende richting Oost, moest dit wel een keer fout aflopen. Maar zover....was het nog niet. Iets verderop lag de roller-baan.

De weg naar Oost.


wordt vervolgd op verhaaltje 11.

E-mailen
Map
Info