www.ideemachine.nl (Robots&Zo)
                                                                                                 

TTTT W-10


Doelloos.

Skype had de juiste analyse gebruikt. Vechten was geen optie geweest, zo berekende het alert-systeem. In een titan-seconde zag hij dat een gevecht inderdaad nutteloos zou zijn. Zes bandieten, mogelijk zwaar bewapend zouden hem direct doden om vervolgens zich te richten op zijn metgezellen. Hij maakte daarom een sprong naar rechts om de volle aandacht op hem te vestigen en verdween met veel geruis in de struiken. Na een korte worsteling met stengels, wortels en bladeren brak hij uit via een zandpad en rende voor zijn bestaan. Pas op het moment dat hij de zekerheid had dat Vonnie en Sandra aan de aandacht waren ontsnapt, stopte hij pardoes in het midden van het pas en draaide zich rustig om naar zijn belagers.

Het luchtvoertuig landde met enige wiegelingen, waarschijnlijk veroorzaakt door de opwinding van de inzittenden. Het zand stoof op, maakte ronddraaiende wolkjes in de lucht en daalde neer op nagenoeg dezelfde plaats waarvan het was vertrokken. Skype kreeg via diverse analyses inzicht met wie en wat hij te doen had en de alert-melding, code paars, was gegrond. De lucht rondom het voertuig klaarde op en als eerste kwam de piloot enigszins wazig in beeld. Een donkere bril, een warrige haarbos en voornamelijk veel stiksels op een lederen jas, typeerde hem als onberekenbaar. Een grijns waardoor twee gouden hoeken zichtbaar werden, maakten het geheel - een levensechte menselijke bandiet - af.

Skype verroerde zich niet en wachtte geduldig op de komst van de zes bandieten. De mannen waren druk in overleg met elkaar en de wilde gebaren met grommende kreten van plezier en opwinding, maakten het analyse-systeem eventjes in een twijfelpositie. "Nu vluchten....of niet", was de vraag binnen het systeem. Het besliscentrum maakte - zoals bedoeld - een beslissing. Blijven staan en niets doen. Skype zag meteen de reden daarachter, want iedere bandiet had een vang-bolo om zijn middel geslagen en op elke schouder prijkte een drietraps-laserpistool, type GFH-16. "Niet dodelijk", scande het alert-systeem, maar wel genoeg kracht om alle tentakels met één schot te verwijderen. Het maakte Skype niet veel uit. Hij had zijn doel bereikt en bovendien.....zou hij toch uiteindelijk "uit" gaan.

"Hoi gozers", grapte hij. Het was het laatste wat hij van deze ontmoeting zou herinneren.

"Auw", schreeuwde een felle stem vanuit enkele braambossen. Sandra vervloekte de natuur en haar boosheid werd vermeerderd doordat een steekvlieg haar blote armen intussen terroriseerden. Vonnie gebaarde met haar grijp-tentakel om stil te zijn. Sandra keek de realborg geïrriteerd aan. "Wat nou?.....Ze zijn toch allang vertrokken met die stomme schotel. Ik ga hieruit, want ik ben het wachten helemaal beu. Verdomde vliegen ook...Auw....Godsamme...."

Even later stond het tweetal op het pad wat ze hadden verlaten en vol moed liepen ze in de richting van waar Skype naar toe was gelopen. Althans....zo berekende het scan-systeem van Vonnie op basis van de afdrukken in het zand. Het was duidelijk dat de stappen bij elke meter groter werden. "Hij heeft gerend, Sandra". Ze knikte en volgde zonder iets te zeggen de duidelijke afdrukken. Plotseling stopte ze. "Het is een warboel hier, Vonnie". Vonnie zei evenmin iets en bekeek alle indrukken.

"Geen vechtpartij, Sandra. Dat is goed nieuws". Vonnie knipperde als teken van opluchting. Sandra liep rond de plaats van de afdrukken en stopte nadat ze rond was geweest. "Toch, slecht nieuws Vonnie......Ik zie geen sporen buiten deze warboel hier". Vonnie knipperde nu éénmaal en scande met een zoemstraal rondom zich heen.

"Alle Olievlekken, Sandra. Dat betekent maar één ding".

"Ze hebben hem meegenomen", fluisterde Sandra en sloeg haar ogen neer.

"Sorry Vonnie....Ik eh."

"Nee, stop maar. Het is jouw schuld niet. We kunnen hem niet helpen. Er is slechts één lichtpuntje in deze duisternis, zoals jullie mensen dat zouden zeggen".

"En dat is?"

"De schotel vloog richting het Oosten. Dat betekent dat Skype geen storingen zal ondervinden. Hij gaat de goede kant op. Laten wij ook die kant op gaan en wie weet......misschien....."

Het ontging Sandra niet dat Vonnie op een sombere toon sprak. Langzaam liep ze naar de realborg en streek met haar hand over het schouderblad. "Gelukkig heb ik jou nog Vonnie en jij mij. We gaan doen wat we moeten doen en ergens...ergens in mij voel ik dat we Skype weer terug gaan zien".

"Dat is lief van je, Sandra. Dank je......Ja, kom op, we gaan verder."


De SARS-Moerassen en het Schrödinger dilemma


De SARS-moerassen waren berucht. Niet alleen vanwege de nadelige omstandigheid dat je er gemakkelijk in kon verdwalen, maar meer omdat het er niet pluis was. Oude verhalen over verdwenen mensen - uiteraard volgens de meest nuchtere mensen gewoon gevallen van verdrinking in het drijfzand - en spookachtige wezens - gewoon uit de kluiten gewassen spoelwormen en dikke meervallen waarschijnlijk - hielden de mensen in de buurt van de moerassen in een greep die we gerust volledige hebzucht kunnen noemen. Toerisme, en wel angst-toerisme, was een verdienmodel van jewelste. De nachtelijke tochten waren bij jongeren uitermate populair, maar vooral de vierentwintiguurs "heel-alleen-tocht" - werd veelvuldig door metropool-bewoners geboekt. Natuurlijk kwamen de verhalen ook vanaf die zijde en de omringende bevolking was er maar al te blij mee. Des te meer mystiek, gevaar en angst, des te beter.

Vonnie en Sandra naderden het uitgestrekte gebied en dat kon je zien. Overal stonden of hingen bordjes met angstaanjagende opdrukken; "Kijk uit...niet verder lopen...blijf op de weg, enzovoorts"..... maar ook "Herberg de moddervloed....Gasthuis binnenblijven....Camping het spook".

"Ik vind het maar niets hier, Vonnie...Moeten we echt hier langs lopen?"

Vonnie had deze vraag van haar steeds zenuwachtiger wordende metgezel al verwacht, maar het antwoord erop was zoals je kon verwachten van een robot goudeerlijk. "We moeten hier langs, Sandra. Zeker nu we zonder Skype zijn. Als die onberekenbare lui terugkomen, dan rest ons maar één ding.....verdwijnen in het moeras. Tijdelijk natuurlijk, maar toch....voor even minstens".

Sandra begreep het antwoord. Ze waren kwetsbaar. Zij, hoewel vuil en besmeurd bleef onmiskenbaar herkenbaar als een mooie jonge vrouw, alleen nog wel, met louter een evenzo mooie vrouwelijke realborg naast haar en kon dus niet rekenen op een zekere veiligheid. Nee, ze waren in gevaar. Allebei.... en vonnie wist dat.

Vonnie probeerde Sandra gerust te stellen door dan maar wat afleiding te bieden. "Ken jij het verhaal van "het Schrödinger-dilemma al?" Sandra keek verbaasd met een schuin oog naar Vonnie en antwoordde; "Natuurlijk niet.....dat is vast een robot-verhaal. Ik hield me niet met robots bezig, zeg maar..."

"Ik snap het, maar laat ik toch beginnen. De route langs de rand van het moeras is nog lang. Eh....waar zal ik beginnen...hm...natuurlijk. Bij het einde...Nou ja, bijna het einde van het verhaal". Sandra vond dit gegeven al vreemd en zodoende schonk ze aandacht aan de vertelling van Vonnie.

"Lang geleden, toen in de breinen van de Robots nog geen robot-wetten waren verwerkt, was er één bijzondere robot en zijn naam-code was Zyklon-C. Misschien gaat er al een lampje bij je branden...hm, nee...nou ja, zijn naam-code was afgeleid van het zenuwgas wat ooit in de tweede wereldoorlog was gebruikt."

"Je bedoelt...de grote oorlog in Europa van ver vóór de eerste robot-oorlog, toch?"

"Ja, die...Het gas werd gebruikt  om....nee, laat maar. Het was dodelijk, begrijp je."

"Ik ben geen kind Vonnie. Ik snap het....zal vast wel een leuk verhaal worden", zei ze cynisch. "Maar ga verder." Vonnie begreep de hint niet.

"Oke, de robot was feitelijk een gedrocht van een robot en werd uiteraard door mensen ingezet. In dit geval om de waarheid te achterhalen. Vroeger gebruikte men waarheidsserum om verdachte lieden te bewegen de waarheid te vertellen, maar toen nano-robotjes in staat waren gebleken om het serum te blokkeren, was dat een uitkomst voor criminelen. De rechtspraak liep vast. Niet zo vreemd hoor dat dit gebeurde, want nano-robotjes werden na hun geboorte al snel een hype en zodoende overal en nergens voor gebruikt. Je weet wel...psyche-pillen en zo..."

"Die pillen werden bij ons in de tempel ook nog gebruikt. Als je zag wat dat voor gedrag veroorzaakt...walgelijk".

"Ik heb het gemeten en inderdaad...walgelijk".

"Oke...ik zal uitleggen hoe de Zyklon-C werkte.In die tijd van verandering vond de mens noodzakelijkerwijs naar andere ingangen om de waarheid te vinden. Eerst ging men terug naar middeleeuwse methoden, maar niemand wilde die procedures uitvoeren en robots waren daarin geen succes. Ze hadden...eh...nou ja, ze hadden te weinig remming of gevoel om te stoppen als dat nodig was. Het kostte veel onschuldigen een arm of been en soms nog veel erger. De raad van gerecht zat met zijn hand in het haar en vonden maar geen goede manier om de waarheid te vinden. Tot....totdat de Lot-methode werd gevonden. Nou ja gevonden, opnieuw dan. Het was simpel. Het lot zou beslissen of de waarheid werd gesproken".

"Ja, ik heb daarvan gehoord, maar ik weet niet hoe dat precies werkte. Iets met een dobbelsteen of zo?"

"Nee....Ik zal het uitleggen".

"Natuurlijk kon er een data-schijf of een dobbelsteen zoals jij zegt omhoog worden gegooid, maar die methode was te gevoelig voor misbruik. Het duurde namelijk niet lang nadat de eerste blinde-lasers op de markt kwamen en in staat waren om het lot te veranderen, bijvoorbeeld van groen naar rood in het geval van zo'n data-schijf. De rechters besloten na lang beraad om alsnog een robot in te zetten. Een robot, die het systeem van Schrödinger in zijn systeem had. De Zyklon-C dus".

"Vertel nou. Schrödinger.....nooit van gehoord. Ik ben benieuwd".

"Nou, in gevallen van twijfel werden twee verdachte mensen, die elkaar tegenspraken en dus de waarheid verborgen hielden in een ronde ruimte gebracht. De ruimte was geluidsvrij, gasdicht en geblindeerd, maar er scheen wel licht. In de ruimte liep de Zyklon-C-robot rond, maar dat werd niet bekend gemaakt. De mannen...meestal mannen Sandra, dat snap je wel...gingen met een verduisterings-bril naar binnen en hadden dus geen idee wat ze daar zouden aantreffen. Nadat de mannen een binnen zaten, werd er een boodschap gegeven en weet je hoe die luidde?"

"Nee, natuurlijk niet. Schiet op, vertel".

"Oke...ik weet de formele boodschap niet precies, want ik heb het ook maar van Skype gehoord. Maar dit is wat ik van hem heb vernomen".

Luister goed verdachten. Na deze boodschap wordt uw verduisterings-bril geopend. U kunt dan zien wat erin de ruimte is. Maar weet wel...als u ziet wat u niet mag zien, wordt een keuze gemaakt. Het Lot-systeem zal een keuze maken tussen het DNA van u of dat van uw medeverdachte of misschien wel van uw beiden. Één van u beiden zal vervolgens hoe dan ook sterven. Wie het systeem kiest, weet niemand. Het is afhankelijk van de kosmos en diens geheimen. U kunt uiteraard ook gewoon een bekentenis aan ons mededelen en dan gaat de bril weer op slot.

Vonnie had met een donkere stem gesproken en liet de zinnen even bezinken. Dat was nodig, want de vragen van Sandra kwamen snel achter elkaar.

"Zit er gif in de robot of zo.....en als ze allebei nou onschuldig zijn....en als niemand kijkt, wat dan?", vroeg Sandra met een ietwat hoge stem, die opwinding veronderstelde.

"Rustig, Sandra. Het werkte zo. In de robot zat inderdaad gif, nee....een virus, maar het werd alleen geactiveerd als de mens naar de robot zou kijken. Wie zijn ogen opende en de robot zag, activeerde het lot. Zo simpel was het. Weet je, in de super-super-kleine kwantum-wereld wordt ook keer en keer een keuze gemaakt. Een kwantumdeeltje wordt materie of juist niet. Maar....dit gebeurt alleen als de mens waarneemt. Het is een vreemd verschijnsel en ook onverklaarbaar. Dat is nu eenmaal één van de grote geheimen van de kosmos. Als dus één van de twee de robot zou bekijken, werd er een beslissing genomen en minimaal één persoon stierf dan. Een keuze kan namelijk worden gemaakt op basis van DNA-strengen die de één wel heeft en de andere niet. Als bijvoorbeeld een man en een vrouw in de ruimte zitten, kan het lot-systeem een virus maken voor alleen een man, maar.....misschien ook wel voor de mens met bruine ogen en dan sterft zowel de man als de vrouw als ze allebei die kleur ogen hebben. Begrijp je het nog?"

"Eh...ja, maar is dat nu wel een eerlijk systeem?"

"Goede vraag Sandra, maar wat doet het er toe! De kosmos beslist altijd over iedereen en alles. Als het moet...dan gebeurt het en niemand kan iets tegen de dood ondernemen. De mens is echter zo slim geweest om het aan het verkrijgen van de waarheid te koppelen. Vroeger deed men dat ook hoor! Met vermeende heksen, maar dat was niet eerlijk, want je ging zeker dood als je eenvoudigweg niet kon zwemmen. Ze gooiden heksen in het water en wie zonk was geen heks. Wie kon zwemmen was wel een heks en werd je alsnog gedood. Dit systeem is helemaal eerlijk...de kosmos maakt een keuze".

"Uh...maar maakt de robot dan geen keuze. Het is toch de robot die het virus samenstelt"?"

"Klopt, Sandra, maar dat gaat op basis van de kwantummechanica en die.....die basis is ongrijpbaar. De robot krijgt een opdracht, maar weet nimmer wat het maakt."

"Wow.....en hoe ging het dan als niemand naar de robot keek?"

"Nou....natuurlijk hielden in het begin allebei de ogen dicht. Soms bekende één van de verdachte gewoonweg dat hij of zij de crimineel was en de andere niet. Soms gingen ze elkaar te lijf om te proberen de ogen uit te steken of zo. Wie weet wat je allemaal bedenkt in zo een situatie. Hoe dan ook....niemand hield het langer dan één half uur vol om niet te kijken. De mens is nieuwsgierig Sandra en dat is een voordeel maar soms ook een nadeel".

"Kijk Sandra....we zijn al een flink stuk verder....misschien moet jij ook een verhaal vertellen, dan gaat het allemaal sneller voorbij, althans...voor jou, want ik heb geen last van de tijd."

Ze liepen een klein stukje verder en Sandra zei niet veel. Ze dacht na over het verhaal, maar vond het uiteindelijk toch allemaal maar vreemd. Om niet te veel na te denken besloot ze om de rand van het bos aan het moeras beter te bekijken. Boven de toppen van de wilde bomen leek het behoorlijk druk. Er vlogen vogels en uit het kwetteren kon ze opmaken dat er leven genoeg aanwezig was. Des te donkerder leek het op de grond. Daar was geen beweging te zien. Zelfs het gras tussen de struiken bewoog niet. Verder het moeras in kijken lukte niet. Groen en nog eens groen, met bruine rechtopstaande strepen. Een schilder zou er weinig van kunnen maken. Een aantal kauwen dook omlaag. Ze volgden een meeuw die kennelijk een stukje eten had gevonden. Al snel moest de meeuw het loslaten en het voedsel viel op de grond. Het was een kuiken. Het bewoog niet meer. De kauwen storten zich op het beestje en de grootste ging ermee van door. "Ook al niet leuk", dacht Sandra. "Is al het leuke vertrokken?", vroeg ze zich af. Toen uit het niets.

"Jij bent".

"Huh, wat?"

"Een verhaal....jij bent".

Sandra snoof wat extra lucht naar binnen en dacht lang na. Plotseling begon ze te vertellen en smoezelde van binnen al bij de gedachte hoe de reactie van Vonnie zou zijn. 

"Ahum.....Wel, goed dan. Een jonge monnik treedt in een klooster in en wordt ingewijd in alle facetten van het kloosterleven. Een van zijn toekomstige taken is het kopiëren van gezaghebbende religieuze teksten, waaronder de Bijbel. Het valt de jonge monnik meteen op dat er wordt overgeschreven van kopieën en niet van originele manuscripten. Maar goed, hij gaat hard aan het werk. Als hij zijn eerste teksten af heeft, gaat hij met de teksten naar de abt.

De jonge monnik vraagt de abt: ‘Abt, omdat we hier overschrijven van kopieën en ik nog weinig ervaring heb als overschrijver, wilt u daarom mijn eerste kopieën goed bekijken op eventuele fouten?’
‘Dat is uitstekend’, zegt de abt, die de kopieën van de monnik meeneemt en kelder in verdwijnt. Daar kan hij de kopieën vergelijken met de originele manuscripten.

Het duurt één uur, twee uur, vier uur en uiteindelijk twaalf uur, maar de abt keert niet meer terug. De monniken worden steeds bezorgder en uiteindelijk besluit de jonge monnik te gaan kijken of de abt überhaupt nog leeft. Hij daalt haast de trap af. Beneden in de kelder ziet hij de huilende abt zitten, die met zijn hoofd tegen de muur bonkt.

‘Wat is er aan de hand abt?’, vraagt de jonge monnik.
‘Verdorie! We hebben het al die tijd verkeerd begrepen!’, reageert de abt emotioneel. ‘Er staat: “Geen snacks voor het huwelijk.”’

Sandra begon te lachen en keek naar Vonnie. Die fronste met haar voorhoofd en knipperde ook enkele keren met haar licht-sensoren.

"Ik snap er niets van. Wat bedoelt de abt in olienaam. Snacks zijn toch helemaal niet goed voor de mens. Dat hebben ze eeuwen geleden al vastgesteld".

Sandra had dit al verwacht en vond het leuk. Een glimlach sierde haar gezicht. Ze moest zelfs harden lachen toen duidelijk werd dat Vonnie flink aan het rekenen was geslagen. Er kwam geen uitsluitsel.

"Ik snap het echt niet hoor. Wat een verhaal voor een mens. Waar blijven de verhalen van Shakespeare of Jane Austen nou?".

"Dat zijn lange verhalen Vonnie. Dit is een kort verhaal...een mop".

"O, een mop. Ja, die term kan ik berekenen, maar dan nog. Geen olie van te maken. Leg de mop dan eens uit".

Sandra legde de mop uit. Het hielp weinig. Vonnie kon er niet om lachen en vond het evenmin een mooi verhaal. Ze beklaagde zich er langdurig over. Sandra besloot het te beëindigen, want een robot uit vorm was geen pretje. Bovendien kostte het de aandacht aan de veiligheid.

"Laat het los, Vonnie. Kijk mijn bedoeling was niets anders dan de tijd te laten vergaan en zie....we zijn alweer een behoorlijk stuk verder". Vonnie bromde een beetje en ging expres iets harder lopen. Sandra kwam even achterop en stak haar tong uit. Ze liepen zo een tijdje verder, totdat Vonnie stil stond. Sandra kwam dichterbij, maar Vonnie gebaarde haar achter haar te blijven. Toen realiseerde Sandra het ook. Al het gekwetter van de vogels was verdwenen. Er was iets......

"Rennen Sandra...rennen, zo hard als je kan", schreeuwde Vonnie naar achteren en begon zelf met volle kracht heftig wankelend te rennen naar de rand van het moeras. Sandra volgde en haalde haar vlak voor de struiken in. Samen doken ze het groen in op zoek naar een schuilplaats. Gelukkig betrof het deze keer niet een bramenstruik. Sterker nog...een kleine opening, waarschijnlijk voor reeën of kleine herten, gaf de mogelijkheid direct wat dieper het moeras in te vluchten. Na een tijdje hield Sandra stil en hijgde verschrikkelijk hard. Ze greep naar haar keel. De lucht was er anders en maakte dat ze minder verse lucht naar binnen kreeg. Ondanks het heftige hijgen pakte Vonnie haar beet en trok haar in een veld van varens. Intussen veranderde ze haar fono-huid naar een donkergroene tint. Ze doken ineen en Sandra smeerde snel wat vieze modder op haar gezicht. Ze hijgde al iets minder en het duurde niet lang totdat duidelijk werd waar het gevaar vandaan kwam.

Een twintigtal meters terug worstelde een grove gedaante met het gewas en sloeg met ferme klappen de struiken opzij. Naast de man stond een zwarte hond, type dood en verderf. Tot overmaat van ramp hoorde Vonnie met haar sonar de komst van nog meer lucht-rotors. Ze begon te rekenen en het alert-systeem kwam na een tria-minuut met een oplossing. Ze werd er niet gerust op. Het risico bleef groot. Factor 7,5 dat het zou mislukken. Toch....ze kon niet anders. Ze greep Sandra vast en trok haar over de grond verder het moeras in. Enkele kruipbewegingen later gleed de grond weg en het geheel onder hun beiden veranderde in een poel van modder, riet en smurrie. "Koud", zei Sandra zachtjes. Vonnie gebaarde haar stil te zijn.

"We kunnen niet anders, Sandra. We moeten de hond kunnen misleiden." Sandra wist dat ze gelijk had. De hond zou niet verder kunnen komen dan de vaste grond. Het betekende wel een reis door de modder en God mocht weten hoelang. Ze beefde...nu al....en de reis door het moeras was nog maar net begonnen. Een koudetrilling schoot door haar iele lichaam.


wordt vervolgd op W-11.



  

E-mailen
Map
Info