www.ideemachine.nl (Robots&Zo)
                                                                                                 

TTTT W-13

 


De vecht-robots.


De eerste vechtrobots waren niets meer dan een machine met wapens. Een oordeel over hun daden konden ze niet geven en meestal werden ze dan ook van afstand bestuurd, door mensen, die zich soldaten noemden. Iets later kwamen de zelfstandige versies en zij waren nog meer dodelijk dan de eerste lichting, maar nog wel bestuurbaar. In ieder geval konden de daden worden geanalyseerd en zodoende acties worden bijgesteld. 

Een totaal-verandering kwam met de robots in de eerste robot-oorlog. De schijnbare zelfstandigheid werd omgezet naar een zelf-oordelend vermogen wat hen los maakte van de verantwoordelijke mens. Een kapitale vergissing.

Al tijdens de eerste oorlog kwamen de verhalen van foutieve inschattingen en ook van toenemende friendly fire-incidenten. Sommige exemplaren schoten er maar op los en het maakte niet uit of het vriend of vijand betrof. De mensen, zowel slachtoffers als soldaten, schrokken zich rot en namen uiteindelijk wereldwijd beslissingen om dergelijke incidenten te voorkomen. Anders gezegd; de rotte appels werden verwijderd en dat was het dan wel. Wederom een vergissing. Had men toen daadkrachtige maatregelen genomen, dan had erger kunnen worden voorkomen.

Hoe dan ook....vecht-robots werden weliswaar beter getest, maar niet verboden. Het proces van verbetering op verbetering ging voort en een ware ontwikkel-oorlog werd de inzet van vele staten. Elke jaar, meestal op militaire parades werden de nieuwste versies getoond. Dan had er één een onverwoestbaar skelet ontwikkeld, de ander weer een mate van onzichtbaarheid, dan weer een ultra-sterke laser en tot slot ook nucleaire mogelijkheden. De race naar de ultieme vecht-robot was geboren.

En toen.....en toen ging het fout. Het was de opmaat naar de tweede robot-oorlog. Het begon met een eenvoudig persbericht uit Oost-Chino. 

Afgelopen zondag werd een holo-preview geplaatst door een groep digi-teleten, genaamd The Finest Thing op de schimmige onder-site Balchwan.org2-dim. De holo toonde een nieuw exemplaar vecht-robot. Het is onduidelijk of het hier om een grap gaat of een werkend exemplaar. De robot zou volgens de beelden in staat zijn om zich organisch te veranderen. Nadere berichtgeving volgt.   

Later bleek het geen grap te zijn. Noord-Korstian had het geluk om de digi-teleet Monchu zover te verkrijgen dat hij zijn of haar diensten aanbood, uiteraard tegen een verschrikkelijke hoge data-bits prijs. Enkele jaren later verscheen de eerste versie op de Nacht-parade van de 41e verjaardag van het Smirr-regiem en het aanblik van de presentaties was overweldigend. Analyses van de voorstelling brachten een beeld van ongeloof, respect en vooral angst naar voren. De robot zou volgens de Westelijke genootschappen in staat zijn om zowel mechanisch als gedeeltelijk organisch de mogelijkheid hebben om te veranderen van vorm. Dat dit aspect een wereldwijde omschakeling van krachten zou betekenen, was wel duidelijk. Diverse schoten op het gevaarte misten allen doel, omdat het doel zich in nano-fractie-seconden had geopend. Grote gaten verschenen daar waar de laser of het projectiel zou inslaan en zodoende leek de robot onschendbaar. Maar dat was nog niet alles. De vuurkracht was onmiskenbaar vergroot doordat het nu zowel vooruit als tegelijkertijd in alle andere richtingen kon afschieten. De robot verplaatste zich razendsnel, rolde, verlengde, verkleinde en sprong tot op grote hoogte. Toch....dit alles zou geen verandering van krachten en machten in de wereld betekenen zonder het vernieuwde positronische brein. Het brein bevond zich in een doorzichtige, tevens vervormbaar omhulsel. Het brein, direct gekoppeld aan lichtsensoren, gaf de indruk van emotie en dat.....dat was hetgeen wat de angst naar voren bracht. Wat eerst leek op een gespeelde mime, een soort van creatief masker om een boos uiterlijk te geven, bleek later een oprechte eigenschap. De robot, al snel het beest genoemd, was boos, altijd.... en had een onvermoeibare lust tot moorden.

De woede werd een gruwel.  

De mens zou de mens niet zijn als het niet in staat zou zijn om ofwel te kopiëren ofwel het origineel te verbeteren. Slechts bij kunstobjecten is deze eigenschap onmogelijk, maar wat techniek betreft, zijn er geen grenzen. West kwam vrij snel met een antwoord. De Westelijke robot kon evenzo alles wat het eerste exemplaar liet zien, maar had uiteraard nog enkele verbeteringen. De vormverandering ging zover dat sommige delen tijdelijk meer uit een gasvorm leek te bestaan dan uit een veste of vloeibare vorm. De mogelijkheid tot verlening van een tentakel was opgerekt. Daarbij werd nog iets anders gepresenteerd. De robot kon zichzelf herstellen door inname van organisch materiaal. De gang naar een half-mens-half robot werd een reële optie. Slechts één eigenschap kon niet worden verbeterd en de leiders van West waren daar blij mee. De mate van woede.

Echter....dat was te vroeg gejuicht.

Al tijdens de eerste schermutselingen tussen de robots van Oost en West bleek de creatie van West evenzo schadelijk te zijn als de duplicaten van het Beest. De woede was er niet, maar wel wat anders. Totale onverschilligheid. Of het nu kinderen waren, oudere mensen, burgers of om genade smekende soldaten, het ding had geen rem. Het Beest versus de Dood. En zo werd de tweede robot-oorlog een gruwel zo groot als de eerste en tweede mensen-wereldoorlogen en de vergelijking met de Bijbelse openbaringen waarin de duivel in gevecht gaat met de engelen leek een opmerkelijke overeenkomst. 

Een schijnbare overeenkomst, maar meer niet.....Engelen bleken niet te bestaan.

Vonnie, Skype en Eri-Lene wisten exact wat ze hadden aangetroffen. Kopie-breinen van "Het Beest".

Eri-Lene ontwaakte uit een niet te voorkomen slaap. Het was nog steeds nacht en de krekels overstemden het geluid van vroege vogels. Ze voelde zich nog steeds er moe en realiseerde zich dat het vooral kwam omdat ze tot diep in de nacht aan het overleggen waren geweest. Vonnie en Skype konden niet op één conclusie uitkomen. Vonnie wilde nog steeds de hele bol vernietigen door een brand, maar Skype berekende steeds dat het te gevaarlijk was. Ze vond het een vreemde gewaarwording. Twee realborgs die met elkaar discussieerden zonder tot een sluitende overeenkomst te komen. Meestal was er altijd een overheersende conclusie die tot goedkeuring van beiden leidde. Hoe dan ook....aan het einde van de discussie lag de beslissing bij Eri-Lene. De mens moest dit enorme probleem - wat ze zelf hadden veroorzaakt -  kennelijk maar oplossen. Niet de robots.

Ze twijfelde nog steeds. De door Skype aangegeven angst voor een mega-ontploffing vond ze uiterst reëel, maar niets doen kon feitelijk ook geen optie zijn. Nadat ze haar ogen had uitgewreven, richtte ze zich direct op Skype.

"Een onbegrensde ontploffing....dat lijkt me inderdaad mogelijk Skype, maar waarom zou het directe gevolgen voor ons hebben als we verderop zijn? Je hebt me niet helemaal overtuigd."

Skype zuchtte...."Luister...nog eenmaal....breinen van vecht-robots zijn sowieso explosief. Het is niet alleen de fysische eigenschappen van alle gebruikte materialen, maar ook de metafysische eigenschappen. Die dingen zitten vol met haat. Ik bereken dat die woede ook een uitweg zal willen vinden. Er zijn verhalen genoeg van verwoeste vechtrobots die jaren later nog schade aanbrachten aan de natuur en de omgeving.

"Je bedoelt radio-activiteit?"

"Nee.....dat is onzin. Maar wel nano-activiteit. Ik ben bang dat die vrijgekomen nano-deeltjes als eerste een woning elders gaan opzoeken. In jou bijvoorbeeld of in mij of Vonnie....".

"Ach, nee Skype". Vonnie knipperde fel. "Dat gaat mijn alert-systeem echt te ver, hoor. Vuur is gewoon een allesvernietigend wapen. Als we de bol dichthouden, is er geen ontsnappen aan. De bol heeft een factor negen omhulsel, volgens mijn berekeningen. Die houdt het wel".

"Vuur heeft zuurstof nodig.....dus...."

Eri-Lene bekeek de twee robots en constateerde een verhoogde energie aan beide zijden. De lichtsensoren knipperden feller dan ooit......

"Hey...Skype. Je...Je hebt weer ogen?", riep ze verschrikt uit.

Skype raakte afgeleid en wendde zich naar Eri-Lene. "Ja, klopt....ik uh...ik heb er twee gevonden. Je zult me wel stom vinden, maar toen je sliep heb ik ze geroofd uit zo'n brein. Het ging gemakkelijk. Als het brein maar onder de vloeistof blijft. Los knippen was voldoende en zoals ik had verwacht, kon ik ze implementeren in mijn brein."

"Volgens mij heb je een groot risico genomen".

"Dat klopt Eri-Lene. Skype is een beetje....een beetje te veel mens wilde ik bijna zeggen".

"Ik snap je, Vonnie, maar oké....Ik ben blij dat je mij weer aankijkt met gewone sensoren. Ik hoop niet dat je alleen maar boos kunt kijken. Ehh....je begrijpt wel...boosheid, woede...."

"Ik snap je. Wees niet bang. De sensoren zijn niet besmet."

"Nou....en nu verder. Jij bent nog steeds aan zet meiske". Vonnie streek haar handtentakels door haar haar alsof ze wilden zeggen dat ze het moeilijk vond, maar wel besefte dat er wel iets moest gebeuren.

"Hm....een beslissing. Nou. hoewel slecht geslapen, volg ik Skype in deze kwestie. Althans met zijn analyses. We gaan gewoon verder. Er is volgens mijn conclusie slechts één ding wat we kunnen doen". Ze keek de beide realborgs indringend aan.

"Nou, wat dan?"

"We schakelen hulp in."


Kleine ergernissen


Skype had ondanks de vochtige hitte zijn hoody wat strakker aangetrokken en had de anderen aangeraden zijn voorbeeld te volgen. Natuurlijk hadden ze angst voor drones en een schittering van metaal zou hen zeker kunnen verraden, maar Eri-Lene vertrouwde op haar eigen gemaakte camouflage; enkele modderstrepen in haar nek en wangen leek haar voldoende. Vonnie had wel zijn voorbeeld gevolgd, ondanks dat zij haar ferno-huid allang had aangepast aan de bruingroene omgeving.

"Zo goed, Skype?", vroeg ze en draaide bevallig een paar keer om haar as totdat ze uit balans raakte. Een korte knik volgde. Skype kon er niet om lachen.

Eri-Lene worstelde met de zwermen van muggen, die keer op keer massaal een plek trachtte te vinden op haar lichaam. Ze besloot haar gezicht en handen nog meer te besmeuren met modder. Het rook duf en zuur. Waarom in hemelsnaam muggen nog bestonden, kon ze nog steeds niet bevatten. Ze dienden nergens voor dan alleen mensen en runderen ergeren en inmiddels zouden er al lang systemen moeten bestaan die dergelijke insecten zouden kunnen doden, zo dacht ze. Ze besloot van de ergernis een deugde te maken en begon onderweg het aantal zwermen te tellen. Al snel zat ze over de honderd en telde vervolgens maar af naar nul.

Haar metgezellen waren stil, te stil eigenlijk en dat bevreemde haar een beetje, want ondanks hun meningsverschil, was er een beslissing van een mens gekomen. Dat zou voldoende moeten zijn. Ze besloot om te onderzoeken wat er nog gaande was. 

"Vonnie"

"Ja, Eri-Lene. Zeg het maar".

"Nou....nu zijn we weg van die verdoemde plek, maar we moeten niet vergeten dat wij persoonlijk nog steeds gevaar lopen, toch?"

"Klopt....maar waarom vraag je dat?"

"Nou....op een gegeven moment moeten we echt dit moeras eens verlaten. Weet jij waar we ons op kunnen richten? Het lijkt zo uitzichtloos....dit gewoel door de modder, begrijp je?"

"Ik begrijp je. Maar....eh, vraag het Skype, wil je?"

Eri-Lene begreep direct wat er aan de hand was. Vonnie voelde zich nog steeds gepasseerd. Ze treuzelde even, maar besloot haar advies te negeren.

"Weet je Vonnie. Ik zou graag willen dat jij hier iets over zou zeggen, want eh...jouw alert-systeem is ietsiepietsie beter dan die van Skype, toch?", vroeg ze voorzichtig.

"Nou, misschien Eri-Lene, maar eh...dat doet er niet meer toe, toch?" Vonnie stapte langs Eri-Lene heen zonder haar aan te kijken en stapte flink door.

"Nou ja...Kom op zeg. Dit is een beetje flauw, Vonnie. We zijn met drieën en allen gelijk wat mij betreft hoor. Maar soms moet je gewoon een keuze maken". Eri-Lene trok even aan de tentakel van Vonnie en die draaide zich meteen om. Ze knipperde met haar licht-sensoren en de kleur was rood, een duidelijke hint dat ze moest stoppen met aandringen.

"Oke....Laat maar".

Eri-Lene liep de rest van de middag piekerend door over het pad dat schijnbaar nergens naar toe liep. Ja, naar het Oosten, dat was haar wel duidelijk, omdat de zon steeds meer achter hen wegdook, maar verder was er niets af te lezen. Gelukkig waren er geen sporen meer. De avond viel al in, toen Skype zijn eerste woorden van de dag produceerde.

"We stoppen hier", zei hij krachtig en hij hield ook meteen stil om een plekje te vinden waar hij kon zitten. Vonnie keek hem strak aan.

"Mooi plekje....voor jezelf. Waar moeten wij zitten, Skype?". Vonnie's gezicht stond op de onweer-stand.

"Weet niet...daar misschien', zei Skype en wees achteloos naar een droge plek iets verderop.

"Moeten we niet bij elkaar blijven, dan?", vulde Eri-Lene aan. Ze vond de situatie maar niets.

"Nee, het is goed zo".

Vonnie draaide zich bruusk weg en wendde zich met een kleine knik tot Eri-Lene. Die volgde haar en nam plaats op het droge stukje. Ze keek naar Skype die verderop bezig was met het slijpen van een punt aan een stok. Hij zat diep in berekeningen, redeneerde ze. Vonnie nam geen acht van Skype en begon voor Eri-Lene een betere plaats te maken dan die ze zelf had gevonden. "Hier....deze plek is droger. Goed voor je. Zorg dat je sokken wat kunnen drogen, anders krijg je blaren", zei ze zorgzaam. Eri-Lene glimlachte haar toe.

"Niet meer boos op me, Vonnie?"

"Nee, natuurlijk niet, meisje. Ik was even een tijdje...eh...van slag, begrijp je? Het is niet niets om een vechtrobotbrein te zien, weet je".

"Ik snap het. Hoe dan ook, ik ben nog steeds van mening dat we hulp moeten vinden. Bij Rotopia of Utopia misschien. Dat zou toch kunnen...Waar moeten we anders hulp vinden?"

"Juist, Eri-Lene wij hebben hulp nodig. Ik doe mijn best om dit probleem op te lossen. Vertrouw me".

"Ik vertrouw jullie nog steeds, hoor. Praten jullie wel intern met elkaar...Hopelijk wel".

"Natuurlijk, dat doen we al de tijd, meisje". Ze keek naar Skype en maakte een kleine glimlach. Skype zag het maar reageerde niet.

"Hij is vast ook geschrokken, Vonnie".

"Ja, vast....Kom ik zal wat eten proberen te maken voor je".

Even later smakte Eri-Lene op een bruin gebraden kluifje en likte haar vingers af. Ze trok een tweede pootje van het diertje en constateerde dat de zelfgemaakte "braadgrill', een aantal dunne snoeren uit de grijptentakel van Vonnie, goed werkte. De draden gaven een dieprode gloed uit, maar maakte geen rook.

"Ideaal Vonnie...en lekker ook zo een eekhoorntje", zei ze terwijl ze het vlees eraf trok.

"Het is een waterrat".

"Gedver...". Eri-Lene trok een vies gezicht en gooide het botje weg.

"Zou ik niet doen, meiske. Zo gemakkelijk zijn ze niet te vinden. Eet....Je hebt het nodig. Hier. Ik heb ook nog wat eetbare kruiden en een paar bessen".

Eri-Lene ging overstag en viel al snel, gerustgesteld door de woorden van Vonnie, in een diepe slaap. De volgende morgen stond de rijzige Skype met gespreide benen voor haar slaapplaats.

"Kom, we moeten verder. Nog één flink stuk en daarna zijn we uit het moeras". Hij stak zijn tentakel uit en trok haar omhoog. De zon kwam recht voor hen omhoog en zorgde dat de nevel snel verdween.

"Het wordt een prachtige dag", zei ze. Er kwam geen reactie. De twee realborg liepen al een stukje verder. Vonnie draaide zich om en wenkte haar. Ze knipperde drie keer wat ze vreemd vond. Inmiddels had ze al geleerd dat realborgs op deze manier ook met elkaar communiceerden, maar wat exact dit betekende? Geen idee. Ze was geen robot.

Ze kwam er later achter, maar toen....toen was het al veel te laat. 


Mazzel maakt boos.


Het mistige moeras lag al enkele uren achter zich en Eri-Lene voelde zich al een stuk lichter. De vochtigheid die in haar kleding was gekropen, verdween, langzaam dat wel,  met het opkomen van de zon. Inmiddels voelde ze wel iets anders. De hitte. Een hitte die de horizon vanwege het golven van de warme lucht vertroebelde naar een wazig beeld. Als ze haar hadden verteld dat ze in Midden-Mexico stond, dan had ze het direct geloofd. Een pluspunt had ze snel gevonden. De muggen vlogen daar waar ze het liefst waren....boven het moeras.

Vonnie en Skype liepen zoals altijd als extra bescherming vóór en achter haar. Skype voorop en zo te zien had hij zijn vaste koers gevonden. Ergens in de verte trilde het aanblik van een zout-witte woontoren met groene effecten. "Het zou een eco-gebouw voor één of andere luxe-groepering kunnen zijn", dacht Eri-Lene en ging er vanuit dat ze waarschijnlijk niet recht in het clubhuis van een of andere motorbende zouden belanden. Skype had haar een bepaald vertrouwen al gegeven. "Dit is geen bandietenland meer, Eri-Lene. Er zijn nergens sporen van rol-moto's te vinden". Om Eri-Lene te overtuigen wees hij ook naar boven waar een wirwar van kabels te zien was. "Dat vinden vlieg-moto's ook niet leuk", voegde hij er aan toe.

De visie van Skype klopte. De drukte van kabels in de lucht, sloot een druk vliegverkeer uit. En als er op de grond ook geen sporen te vinden waren, dan kon je een bende wellicht uitsluiten. Toch...knaagde er iets. Bij haar wetenschap zou een eco-gebouw nooit zonder bescherming zijn, zo dacht ze. Ze besloot alsnog haar angstige gevoelens naar voren te brengen.

"Skype, Eh....eco-bewoners hebben ook bescherming hoor. Ik hoop maar niet dat we zo dadelijk worden verpulverd door een mech-laser of zo", probeerde ze.

Skype reageerde niet spontaan. Hij wachtte even. "Luister Eri-Lene. Een laser-inrichting zou allang mijn alert-systeem hebben geactiveerd. Er is niets om bang voor te zijn".

Eri-Lene keek om naar Vonnie.

"Het klopt...niets te scannen. Ik vermoed dat we bij een elite-gemeenschap aankomen, die personal beveiliging hebben of zo".

"Wat bedoel je met dat Vonnie. Is dat dan niet gevaarlijk?".

"Hm....nee niet gevaarlijk, althans niet direct. Ik bedoel hiermee dat de beveiliging zo extreem is dat sowieso niemand het zou wagen om deze toren iets aan te doen, begrijp je".

"Ik begrijp het".

Ze kwamen aan bij een klein hekwerk. Hoewel het er uitzag als een hindernis, was er geen bord te bekennen. "Vrije inloop", concludeerde Eri-Lene. De woontoren was inmiddels veranderd van een wazige cilinder naar een prachtige toren waarin veel kunstelementen waren aangebracht. Verschillende woorden in het marmer gegraveerd verraadde dat het hier om een Griekse gemeenschap ging. Althans....als ze er nog woonden, want bewoonbaar was het niet. Geen enkel raam bevond zich aan de buitenkant, slechts enkele vreemde spleten, die rondom het hele gebouw leken te zijn aangebracht. Een wilde groei van klimplanten gaven de cilinder de kleur die ze van veraf al hadden gezien. Eri-Lene vond het een prachtig gebouw, ondanks dat het niets meer was dan een gekleurde cilinder. De spleten in het gebouw intrigeerde haar en ze vroeg zich hardop af wat ze konden betekenen.

Vonnie reageerde. "De zinnen maken onderdeel uit van de Ilias. Je weet wel...het beroemde epos van vroegere tijden uit Griekenland. De spleten vindt mijn alert-systeem ook vreemd, maar of het gevaar oplevert, wordt niet bevestigd. Bij jou wel, Skype?"

"Nee....ik krijg ook geen conclusie. We moeten het er maar op wagen. Maar niet vergeten....de Ilias is geen kinderboek. Het zijn strijders die hier moeten wonen". Skype wachtte niet op een antwoord en stapte over het hekwerk. De grond erachter kenmerkte zich als zacht en zonder enig spoor van leven. Hij keek even achterom naar Vonnie.

"Ik weet het niet, Skype. Strijders bevalt me niet....."

"Mij wel...Kom we gaan verder."

Eri-Lene volgde Skype en een ietwat treuzelende Vonnie volgde uiteindelijk ook. De grond rondom leek enigszins aangeharkt en vrij gemaakt van welke plantsoort dan ook. Het leek Eri-Lene een soort van tuin, die precies paste bij de cilinder. Eenvoudig van opzet maar ook groots. Na enkele kilometers ploeteren door het zand verscheen er een tweede hek en daarachter leek niets anders te zijn dan de toren. Er was geen ander gebouw te traceren, alleen één toren. Het aanblik bevreemde des te meer, omdat er ook geen teken van leven aanwezig was. Geen vogels....niets.

"Zou het wel bewoond zijn, Skype?"

"Weet ik niet, Eri-Lene, maar ik heb nog nooit gehoord van een toren in deze omgeving. Er wordt niets aangegeven op satelliet-project 6.2."

"Misschien heb je een verouderd systeem?"

"Ja, kan wel, maar een toren zoals dit moet al enkele tientallen jaren oud zijn. Kijk maar naar de klimplanten. Dat zijn enorme gevaartes hoor. Die vond je vroeger alleen in de jungle. Bijzonder is dit....." 

"Kan wel bijzonder zijn, Skype, maar mijn alert-systeem vind het maar niets. Er is geen analyse te maken op hetgeen we zien. Ik stel voor dat we naar het hek gaan en voorlopig niet verder. Eerst maar even afwachten wat er gebeurd, Oke?"

"Oke Vonnie". Skype stapte door en enkele minuten later stonden ze voor een hek met een klein bord erachter. Eri-Lene's mond viel open van verbazing. Voor hen lag een diep gat, kilometers groot en evenzo diep. In de randen van het gat was een witte stad aangelegd en het krioelde er van leven. Het luchtverkeer was zeker zo groot als in Krash-city, wellicht nog drukker zelfs.In het midden van de stad was de toren gebouwd en het werd de bezoekers duidelijk dat de klimplanten zelfs vanaf de grond waren opgeklommen. Vonnie was de eerst die wat zei.

"Dit moet een eeuwenoude stad zijn, Skype."

"En eentje die niemand kent, toch Vonnie? Mijn systemen geven niets aan."

"Laten we nogmaals eens goed scannen. Misschien levert het wat op, oké?"

De beide realborg gingen aan de slag en scanden minutieus de stad op zoek naar iets wat herkenbaar voor hun systemen was. Ze vonden niets. Plotseling werd de stilte doorbroken door Eri-Lene. Ze stond aan de andere kant voor het bord en keek er met dichtgeknepen ogen naar.

"Wat betekent .....eh....ta orycheía kindynou of zoiets?"

Haar opmerking haalde de beide realborgs uit hun scan-bezigheid en Skype vloog zo snel als een hert over het hek. Vonnie volgde kort erna.

"Olie...alle...Olie-drek", vloekte hij keer op keer. Vonnie keek Skype boos aan en knipperde ononderbroken met haar lichtsensoren. Haar pupillen waren vuurrood.

"Wat?", zei Eri-Lene en maakte een weids gebaar met haar armen.

"Olie-drek....Eri-Lene. We hebben net door een mijnenveld gewandeld."

Tijd om bij te komen kreeg Eri-Lene niet, want vlak voor haar verscheen een flink lucht-voertuig. Bovenop zat een vreemd gekleed figuur. Hij lachte.

"Zo....jullie hebben mazzel gehad".

wordt vervolgd op W-14.



E-mailen
Map
Info