www.ideemachine.nl (Robots&Zo)
                                                                                                 

TTTT, W-12

 

De duisternis doet geen pijn.

 


Daar waar ooit de lichtsensoren zaten, was nu een zwarte leegte. Sandra keek naar de gaten en kon niets bijzonders waarnemen. Geen kabeltjes, geen elektronica...niets....Gewoon aan beide kanten een zwart gat met wat slijmsporen. Ze bracht haar handen voor haar gezicht.

"O, my god, Skype....wat hebben ze je aangedaan?", stamelde ze. Enkele tranen welden zich op in haar ogen en ze wreef ze weg. Een natte bruine streep op haar wangen was het gevolg. Ze richtte zich op Vonnie en pakte haar schouders vast. Vonnie trilde een beetje en schrok van de aanraking. Snel keek ze om en knipperde met haar licht-sensoren. Een subtiele herinnering aan de functionaliteit van lichtsensoren. Hierna stond ze op en scande de omgeving.

"Oke, Skype. Ik neem aan dat je de sonar kunt gebruiken.', zei ze met een ferme en normaal klinkende stem.

Skype knikte.

"Misschien is het goed om level zeven te gebruiken. Je bent namelijk in het moeras beland Dat vergt dus minder diepte en meer scherpte. Heb je nog andere schade, want ik neem aan dat je een flinke val hebt gemaakt."

"Ik viel vanuit het toestel in de modder. Maar, mijn systeem geeft geen enkel gebrek aan. Behalve dan....".

"Ja, snap ik, Skype. Ik zal je visueel eens nakijken." Vonnie liep om de realborg heen en kon geen plaat of skelet-schade vinden.

"Oke, Skype. Laat me naar je licht.....eh ik bedoel....nee, laat maar. Ik check je even verder, goed?"

"Is goed Vonnie. Ik weet dat het een definitieve beschadiging is. Ze hebben de bundel-cortex eruit geknipt en ik hoorde dat ze de sensoren hebben vertrapt. Dit kan niet meer worden gemaakt, althans niet hier. Voor reparatie moet ik terug naar de fabriek en dat gaat niet Vonnie....die ligt in West. Ik zou binnen enkele reso-minuten blokkeren als ik die richting op zou gaan".

Sandra bekeek het schouwspel en constateerde een vreemde gewaarwording in de bewegingen van Vonnie vooral vanwege de snelheid waarmee ze Skype beroerde. Het leek haar een soort van....nee, dat kon niet. Robots hebben geen emoties, realiseerde ze. Toch zag ze ware tederheid in de slome handelingen van Vonnie. Ze beroerde met haar enige voel-tentakel de beide gaten zo voorzichtig mogelijk en ze smeerde het vuile smeer evenzo behoedzaam weg. Normaliter zou een robot dit niet op deze manier doen, omdat een acceptatie van de situatie formeel zou worden berekend en ook formeel zou worden behandeld. Gewoon als schade en meer niet. Nu was het anders. Vonnie accepteerde de schade wel, maar ze had er kennelijk een soort van interne mening over die zorgde voor een zachtaardige behandeling. Sandra kreeg nieuwe tranen in haar ogen en deze keer mochten ze komen. Ze huilde. Ze huilde om een robot. 

Uren later schuifelden het drietal over kleine droge iets hoger gelegen paadjes. Het betrof schijnbaar paden voor groot wild en op het spoor lagen dan ook volop keutels. De richting was onmiskenbaar richting het oosten en gelukkig konden ze vlak naast de rand van het moeras blijven omdat het spoor niet naar het midden van het moeras liep maar evenwijdig aan de rand. Vonnie wist te vertellen dat het moeras zich richting het noorden uitstrekte tot aan de Kapri-heuvels en die lagen mijlen en mijlen verderop. "Wie verdwaalt in dit moeras, komt er nooit meer uit", zo vertelde ze. Maar verdwalen waren ze niet van plan. Sterker nog, vanwege zijn sonar kon het pad in de duisternis zelfs beter door Sandra worden gevolgd. Skype liep ondanks zijn belemmering namelijk gewoon voorop. Sandra kon hem beter dan Vonnie volgen, omdat het schijnsel van de maan precies op een speciaal punt van zijn skelet viel. Het zorgde voor een kleine glinstering juist vlak voor haar en dat hielp haar zo goed dat zelfs een versnelling in de gang mogelijk werd.

"Vonnie en Skype. Mag ik jullie aandacht?" De vraag werd tijdens het lopen zachtjes gesteld. Vonnie knikte dat het goed was.

"Nou, ik heb mijn naam veranderd. Vanaf nu moeten jullie mij Eri-Lene noemen, goed?"

"Skype, heb je dat?"

"Ja, is goed....maar waarom Eri-Lene?"

"Ik zal het uitleggen. Nou, ten eerste zoeken nare mensen naar mij. Een of andere Sandra, toch?....Alleen daarom is een andere naam beter. Vooral als we uiteindelijk weer in bewoond gebied komen, want ik mag aannemen dat dat de bedoeling is, toch?"

"Ga door, meiske", fluisterde Vonnie.

"Nou, ik had vroeger een persoonlijke robot en daar heb ik veel plezier aan gehad. Jullie raden het al. Haar naam was Eri-Lene. Eri-Lene G35A voor de duidelijkheid".

"Een huishoudrobot voor kinderen, bereken ik."

"Juist Vonnie. Hoe dan ook...we speelden meer dan dat zij het huishouden deed. Uiteindelijk werd ze ingeruild voor een nieuwe versie, maar die had alleen nog maar oog voor het huishouden. Als ik wilde spelen, dan ging stof-verwerking voor".

"Nu....ik kom op mijn punt. Met mensen heb ik niet veel meer. Te agressief, te egoïstisch en vooral te gemeen. Daarom neem ik de naam van de robot aan. Bovendien vind ik het een mooie naam".

"Mee eens Eri-Lene. Nou goed toch?"

Eri-Lene knikte en ergens binnen in haar voelde ze trots op haar nieuwe naam en ook trots omdat ze bij deze twee geweldige robots terecht was gekomen. Ze rechtte haar rug en besloot ze nooit meer in de steek te laten. Met ferme passen liep ze verder. Ze tikte de rug van Skype aan.

"Kom op Skype. De duisternis doet geen pijn. Tandje erbij! "

Skype hield even in en draaide zijn hoofd in de richting van Eri-Lene.

"Sorry, Ik bedoel dat je de snelheid van wandelen iets mag verhogen."

"Oke", zei de realborg en vervolgde het pad.


De wachtkamer van Mars.


 


"Zeg Eri-Lene. Wat denk je te vinden in Utopia?". Skype sprak zonder om te kijken en liep nog steeds met stevige pas vooruit. Eri-Lene hijgde een beetje.

"Utopia....het was toch Rotopia waar we naar toe gaan?". Haar stem klonk verontrustend. Vonnie greep meteen in.

"Het klopt Eri-Lene. Wij gaan naar Rotopia. Daar moeten wij, robots, eindigen. Het is niet anders. Maar...vlak bij die stad ligt een andere stad, Utopia. Deze stad is vermoedelijk gesticht door mensen en één of ander experiment heeft daar geleid tot de geboorte van een nieuwe mensheid. Althans....dat is wat Tara onze opper-robot ons heeft gemeld. Een nieuwe mensheid lijkt ons uitstekend te passen bij jouw bijzondere gesteldheid. Feitelijk ben jij ook een vorm van een nieuwe mens, toch? We hopen dat je daar veilig bent."

Eri-Lene liet deze woorden even bezinken en dacht na. Ze schudde een paar keer met haar hoofd en richtte zich na Vonnie.

"Eh, Vonnie. Het wordt mij een beetje te....eh...hoe zeg je dat?...te complex. Jullie gaan naar een robot-stad en nemen mij mee en nu moet ik naar een mensenstad, terwijl ik mensen haat. Ik wil niet. Ik blijf bij jullie, punt uit."

Skype seinde intern direct aan Vonnie dat hij dat wel snapte en het beter was dit punt met rust te laten. Het zorgde voor een lange berekening, analyse en uiteindelijk een kort advies.

"Oke, Eri-Lene. We nemen je gewoon mee naar onze stad. Daarna zien we wel".

Eri-Lene slaakte een zucht van opluchting. Ze was er nog niet aan toe om zich te richten op een toekomst. Wat ze wel wilde was een vorm van veiligheid en die vond ze bij de realborgs. Het maakte haar niets uit waar deze naar toe zouden reizen. Al werd het gevaarlijk of zelfs zeer onprettig (de muggen vonden haar lekker), ze zou hen niet verlaten.

Zodoende voltrok een bijzonder schouwspel van een aantal zwoegende figuren zich aan het moeras voorbij. De kleinste vooral slaand met haar armen om de muggen te weren. De andere waggelend van gang en degene die voorop liep, leek onverstoorbaar in zijn poging om de goede weg aan te houden. Bij het naderen van de avond hield de waggelaar, Vonnie dus, stil. Ze bukte en seinde intern naar Skype om terug te keren. Ze had iets gevonden.

"Wat is er Vonnie?", vroeg Eri-Lene die helemaal niets bijzonders kon waarnemen. Ze boog haar rieten hoed naar boven om nog beter te kunnen zien, maar er was niets te zien.

"Een spoor zeker?", vroeg Skype. En hij voegde er aan toe dat wolven niet in een moeras voorkwamen.

"Nee, Skype, geen wolf....veel erger. Een laarsafdruk. Op dit pad lopen mensen en ze gaan heen en terug. Verderop moet iets te vinden zijn wat van belang is. Misschien een hut. Dat zou mooi zijn voordat de duisternis invalt. we moeten aan Eri-Lene denken".

"Ik zal iets verder vooruit het beeld op warmte scannen. Als er mensen zijn, dan weet ik het".

Vonnie knikte en doofde daarna haar licht-sensoren. "Stiller lopen Eri-Lene. Probeer geen takken te breken, oké?"

"Is goed Vonnie....maar je maakt me wel een beetje bang, hoor".

"Weet ik lieverd, maar vertrouw op Skype. Als er mensen voor ons zijn, dan weten we dat op tijd. Geloof me."

Eri-Lene accepteerde de geruststellende woorden van Vonnie. Realborgs waren fantastisch geavanceerd zo wist ze. En zo liepen de drie rustig maar beheerst door totdat Skype zijn hand opstak. Een teken van gevaar. Eri-Lene ging naast hem staan en verschool zich een beetje achter het brede skelet. Onder zijn oksel door kon ze naar voren kijken. Eerst zag ze niets meer dan vlekken, stengels en bladeren, maar even later werd het glashelder. Verderop lag een klein gebouwtje en het was zeker geen hut. Haar verbazing groeide met elke seconde dat ze naar het bouwwerk keek.

"Een bol", fluisterde ze.

"In hemelsnaam....wat moet een bol hier in het moeras", betrof de automatische gedachte. Het was alsof Vonnie haar gedachten kon lezen.

"Een bol, Skype, wat in olienaam moet een bol hier in het moeras?"

Skype antwoordde niet meteen. Hij trok zich schouders op en draaide zich om.

"Ik weet niet wat daar is, maar er is geen leven te bekennen. Niet in of rondom het gebouw. Laten we gaan kijken, dan weten we het zo".

De bol, bruin van kleur, had een hoogte van 4,5663 meter en een omtrek van 16,3421 meter. Het gebouw glinsterde totaal niet, omdat de gebruikte verf mat van kleur was en waarschijnlijk zwaar-absorberend. Stealht-verf, Vonnie", seinde Skype intern. "Wordt bij mijn berekening alleen gebruikt bij het Ministerie van extern geweldbeheersing". Vonnie knikte.

Skype onderzocht het gebouw verder met zijn sonar en registreerde geen enkel geluid. Vonnie daarentegen bevoelde met haar tentakel het gebouw en stopte bij een kleine naad op borsthoogte. Ze volgde de rechtlijnige onregelmatigheid en kon niets anders berekenen dat er het een deur moest zijn. Ze zag echter geen handel of iets dergelijk waarmee de deur zou kunnen worden geopend. Eri-Lene hielp haar.

"Wat is dit, Vonnie?"

Vonnie draaide zich om en zag dat Eri-Lene met haar vinger prikte richting een kastje wat in de nabij gelegen boom was bevestigd. Een toevalstreffer. Ze had het zelf niet gescand.

"Stop....Niets doen. Laat me kijken", gebood Vonnie. Skype sloot aan en samen bekeken ze het rechthoekige doosje. Het was kunstig verborgen in een gat van een knotwilg. Alleen een mens, klein van stuk, zou het kunnen zien, omdat het vrij laag was bevestigd. Het doosje was verder eenvoudig. Een scherm met een aantal cijfertoetsen.

"Een code. We hebben een code nodig, Skype.", zei Vonnie met een opgewekte stem. Haar nieuwsgierigheid was kennelijk zo groot dat het haar alert-systeem overtroefde. Skype zette haar weer even gelijk.

"Vonnie....het is een Defensie-opslag. We hebben hier niets te zoeken. Kom op, we gaan verder". Hij draaide zich weg, maar Eri-Lene vroeg de aandacht.

"Nou, Skype....daar ben ik het niet mee eens. Toeval bestaat niet, zeg ik altijd maar. Hoe groot is nu de kans dat ik, samen met twee realborgs hier....precies hier terecht kom?...Alles heeft een reden en wat mij betreft is de reden dat we moeten uitvinden wat hier is". Eri-Lene keek Skype krachtig aan totdat ze realiseerde dat ze tegen twee donkere gaten aan keek.

"Oke, jij je zin. Maak maar open als je durft."

Na twee donkere gaten in het gezicht verscheen er een derde bij toen de deur met een beetje geknars open ging. De mond van Skype viel open.

"Rustig maar Skype.....de code staat op de zijkant gekrast....haha. Ik vermoed dat ze nooit hier een mens hadden verwacht. Nou....de deur is open. Laten we gaan kijken".

De bol was geen zuivere bol, maar had meer de vorm van een onvolledige cilinder. In het midden van de verdieping lag een groot vierkant gat en toen Vonnie erin keek, zag ze een grote ijzeren trap, die op de benedenverdieping was gemonteerd. Onder de trap lag een vloer, gemaakt van roosters en de rest was nog niet zichtbaar. De deur had zich omhoog gedraaid en stond wagenwijd open. Eri-Lene bleef buiten staan, want ze was er niet zeker van of de deur zich niet automatisch zou sluiten. Pas na enkele minuten durfde ze op een teken van Skype voorzichtig naar binnen te schuifelen. Vonnie en Skype waren echter niet meer te zien en daar schrok ze een beetje van.

Het licht ging gelukkig aan wat een bijzondere sensatie teweeg bracht vanwege het contrast met de buitenwereld. Een ferme lichtstraal scheen op de bomen en takken vlak voor de deur en de takken leken geheel anders te zijn dan bij daglicht. "Eerder van ijzer of zo, dan van hout', dacht ze en constateerde even later dit kwam omdat kleuren vanwege de scherpte van het licht niet meer duidelijk waren.

Even vreesde ze voor ontdekking. "Een lichtbundel in het donkere moeras zou zeker opvallen", dacht ze, maar gelukkig hoorde ze geen geluid van een of ander voertuig. Toch meende Eri-Lene dat ze niet te lang hier zo moesten blijven. Ze riep een hallo naar het tweetal, maar kreeg geen reactie.

Voorzichtig liep ze naar het gat en keek van een kleine afstand tot het gat naar beneden. De lange trap van ongeveer tien meter leek haar veilig genoeg, maar van het tweetal was nog steeds niets te vernemen.

"Vonnie....., Vonnie...", fluisterde ze dit keer. Waarom ze zacht sprak, wist ze niet, maar gevoelsmatig bemerkte ze dat er iets mis kon zijn. Het duurde nog even en toen hoorde ze de vertrouwde stem van Skype.

"Kom maar naar beneden Eri-Lene. Het is veilig hier". Eri-Lene zuchtte diep, verloste zich van de druk op haar borstkas en maakte de eerste stappen naar beneden. Al dalende naar beneden kon ze enkele flarden waarnemen van wat zich daar bevond. Ze zag een mengsel van roosters en glas en overal schitterde er iets tussendoor, maar wat het kon zijn.....ze had nog geen idee.

Vervolg

Eenmaal weer buiten zei geen van de drie iets tegen elkaar. Minutenlang staarden de realborgs naar de grond. Dat Skype niets kon zien, maakte hem niet uit. De verslagenheid was groot. Eri-Lene drukte op de knop en de deur sloot. Een zachte klik bevestigde de afsluiting. Ze wist niet wat te doen en vroeg zich af of ze het kastje met de code moest slopen in de hoop dat de deur nooit meer open zou gaan. In gedachten kwamen de beelden van daar beneden weer naar voren. Het glas waarvan ze eerst dacht dat het afscheidingspanelen moest voorstellen, behoorden tot honderden verschillende bassins. De potten, gevuld met een onbekende doorzichtige vloeistof schommelden zachtjes op en neer zodat er kleine wervelingen plaats vonden. Het goedje was geen water, maar meer een stroperig slijmachtig iets. In het slijm dreef een rond gevaarte, nauwelijks passend in het bassin en het gaf een zachtrood-kleurige straling af. Eri-Lene zag de kluwen van nano-draden, het bekende noodzakelijke zenuw-eiwit voor de verbindingen en de kleine maar duidelijk herkenbare gekleurde blokjes die zorg droegen voor de werking van de afzonderlijke systemen. Ja, ze was geschrokken toen ze de overheersende kleur, rood zag en eigenlijk wist ze al meteen wat daar in zat. Ze zei het niet.....en ook de realborgs hielden zich stil. Ook voor hen was het een schok om de gruwels van voorheen wederom in "levende" lijve te zien. Iedereen wist niet beter dan ze waren vernietigd. Niets was minder waar. Onmiskenbaar betrof het hier positronische breinen van vecht-robots. Kundig en zorgzaam opgeborgen. "Voor wie....waarom?", waren de vragen die belangrijk werden in het brein van Eri-Lene. En nog meer.....wat ermee te doen?".

"Ik schrok me dood van zo'n ding. Ze bewegen...Er kwam er zelfs één duidelijk op me af....Het drukte zich tegen het glas en ik voelde.....Ik voelde". Eri-Lene kon haar zin niet afmaken en begon te snikken.

"Je voelde de haat", zei Skype.

"Ja, klopt.". Eri-Lene snoot haar neus en veegde de tranen weg. Het hielp weinig, want ze begon weer te huilen.

"We snappen het Eri-Lene. Het is alsof Hitler en Sensara opnieuw zijn opgestaan. Voor ons is het ook pijnlijk. De wereld was bevrijd van de gruwel, zo leek het. Ergens zijn wij, robots en mensen bedonderd door...Tsj-olie, wie weet? Misschien wel door Simsalabim....Tara....nee, dat kan niet. Wat bereken jij, Skype?"

"Hm...mijn systeem komt niet verder dan menselijke invloed. Volgens mij kunnen alleen de makers van de vecht-robots de breinen verwijderen zonder dat ze worden beschadigd. Een robot misschien ook wel, maar dit bouwwerk duidt ook op een menselijk gebruik. De voetstappen op het pad waren menselijk, niet robot-achtig".

"Je hebt gelijk, Skype. Dit is mensenwerk. Wat doen we? Afbranden deze handel....wachten op de mensen of gewoonweg verder gaan? Wat vind jij Eri-Lene?"

Eri-Lene had wel geluisterd maar de vraag was te complex voor haar. Ze wist genoeg van de vechtrobots om te weten dat het hier om een mega-groot wereldprobleem ging. Ze schudde met haar hoofd.

"Oke....Dat begrijp ik. Laten we even rust nemen en goed analyseren wat de opties zijn. Skype bouw jij een klein onderkomen voor de nacht, wil je?"

"Kunnen we niet binnen in het gebouw blijven?" Skype stond rechtop en had de verslagenheid al uit zijn systemen verwijderd. Eri-Lene zag het, maar het gaf haar geen vertrouwen.

"Ik ga daar niet meer naar binnen, hoor. Veel te eng...".

"Goed", zei Vonnie en ook zij rechtte zich op. Ze had berekend dat Eri-Lene daar het meeste bij gebaat was. "Oke, we blijven hier tot het eerste daglicht. In die tijd kunnen we overleggen".

Skype hoorde het niet meer. Hij was al bezig met het verzamelen van takken en even later stond er een klein hutje gereed. Het drietal ging een onrustige nacht tegemoet al was dat niet te merken aan het moeras. Een paar vogels floten een lied en soms vloog er één over. Alles leek hetzelfde als altijd....maar toch....toch was de wereld door de ontdekking voorgoed veranderd. En ook het leven van ons drietal!


wordt vervolgd op W-13.

E-mailen
Map
Info