Ideemachine.nl
                                                                                                 

De Laatste Robot, L-21

Geluk en droefenis

Geluk.

De greep op Eri-Lene verslapte enigszins een enkele dita-seconde. Tara's conclusie-systeem, hoewel een beslissing bleek te zijn genomen, gaf meteen ingevolge de aansluitende twijfel in combinatie met de robot-wetten enkele tegenstrijdige opdrachten en dat veroorzaakte een enorme storing. Heel even vielen zelfs haar lichtsensoren uit en dat maakte het meest urgente alert-systeem als eerste wakker om de controle in zijn geheel over te nemen. Met andere woorden....Tara's brein besliste niet meer, maar een klein intern losstaand systeem wat compleet en nietsontziend op een aan-stand aanstuurde. Eri-Lene werd zodoende nagenoeg geofferd met daarbij als grote verliezer de nulde-wet, iets wat feitelijk onmogelijk zou moeten zijn.

De gruwel beneden nam de kleine verandering van de situatie in berekening. Het rook de dood. Het snoof de onrust, de machteloosheid en de wanhoop op en brulde een overwinningskreet. Dat laatste kostte energie en vooral tijd. In de Robot-wereld zijn fracties van tijd voldoende om een situatie om te draaien. Dat geluk had Tara niet, want daarvoor was het gevaar te dichtbij, maar wel..... voor een ander.

Kria, de persoonlijke assistent van Tara had tijdens dit beslissende robot-uur een eigen avontuur gehad. Ze had zich in het begin van de aanval naar de tuin met de grachten begeven. Ze wilde haar meester dienen door - informatie ter plaatse - te verkrijgen, iets wat geheel overbodig was, aangezien ze vergeten was dat Tara met iedereen en alles in Rotopia in verbinding stond. Op het moment dat de vechtrobots de muur overstaken had de kleine robot zich verstopt, maar toen er brand uitbrak, kon ze gelukkig via de goed in het alert-systeem met prioriteit onthouden geheime gang naar de binnenstad kunnen vluchten. Ze had het maar net gered, want een rode bal van stromend vuur, begeleid door een akelig krijsend geluid, stroomde in de smalle tunnel razend op haar af. Eenmaal in Rotopia moest ze verschrikkelijk snel via een kleine blok-trap naar boven zien te komen. Ze haalde net op tijd de volgende rondo-trap en zag nog net enkele meters beneden haar dat er een hel van vuur en stoom het gat van de gang uitbarstte. Enkele klodders van de brandende smurrie zorgden voor brandvlekken op haar skelet, maar dat deerde verder niet. Ze was al blij-berekend dat ze de aan-stand had kunnen behouden.

Hoe dan ook....Kria spurtte via de gele lijnen naar de kamer van Tara en vond haar natuurlijk niet. Onder haar kreunde het gebouw en alle afgaande alarmen en sprinklers zorgden voor interne paniekreacties onder alle robots. De geur van brandende olie trok door het hoofdgebouw en de rook leek zelfs voor een robot verstikkend. Even stopte ze om in alle rust een juiste berekening te kunnen maken, maar....ze kon geen bereken-vraag bedenken.

De bereken-vraag werd uiteindelijk van afstand gegeven. Ze ontving een nood-oproep van Tara met positiebepaling. Een korte analyse was voldoende om tot actie over te gaan. Als de wiedeweerga rende ze door de 2e ijzer-gang en drukte met alle kracht op een knop om de bewuste deur te openen. Recht voor haar stond het ultieme hulpmiddel.

Flex.

"Wow....het is gelukt", fluisterde Eri-Lene in de linker gehoorsensor van Tara. Die draaide zich om en glimlachte een beetje. Ze knipperde met haar licht-sensoren om aan te geven dat het goed was. Eri-Lene hield Tara goed vast en bewoog met het flexibele wezen mee als er een bocht werd genomen. Flex had niet voor niets deze naam gekregen. Het doorzichtige wezen had zich uitgerekt en uitgespreid tot de vorm van een zee-rog. En wel zo ver dat door de vleugels heen de wereld eronder kon worden gezien. Kria had net op tijd Flex als reddende R-engel kunnen inzetten voor een ultieme laatste poging. Vanaf een iets verderop gelegen kamer was het wezen vertrokken en vloog in één scheervlucht recht op het ongelukkige tweetal af. De overwinningskreet van de brandende gruwel was nog niet eens uitgedoofd om onmiddellijk te worden opgevolgd door een kreet vol van wraak. De krijs sneed door de lucht, krassend en zagend en zorgde voor een moment van opperste afschuw. Alle vogels in Utopia vlogen verschrikt op en later vertelden de mensen dat er nooit meer een vogel in hun stad was teruggekomen.

Maar....Eén specifieke vogel was er ook gevlogen.....

Tara en Eri-Lene bevonden zich al op een veilige afstand en daalden in alle rust neer op de bovenste delen van Utopia. Vanaf de veilige plaats hoog bovenin de mensenstad keek Tara naar het tafereel van een alles overstijgende vernietiging van robotische pracht en praal. Ze zoomde ver in, vond wie ze wilde vinden.

Ze groette Kria met een groene lichtpuls. Tot slot boog ze een beetje voorover en zag dat Kria hetzelfde deed vlak voordat een rap stijgende flard van een helwit-verlichtende vlam de arme Robot naar een uit-stand brandde. 

Droefenis.

De stad van de Robots, Rotopia brandde volledig tot de grond af. De gedraaide glazen toren van Drin stortte met het gebruikelijke gerinkel als eerste in. Het glas verkruimelde om later in de verstikkend hete ondergrond te worden versmolten tot lege pilaren en druipende bollen. Van de afbeeldingen was niets meer terug te vinden dan enkele vervaagde kleuren in het versmolten glas. Weg; de saga van Piraeys, weg; de saga van Smirr, weg; de laatste weg naar Klimst en ook weg, de verstrengeling van Py met de ringen van Saturnus. Vooral die laatste deed Tara pijn omdat ze zelf aan het ontwerp had bijgedragen. Iets later kromp de bol van Fins ineen wat uiteindelijk resulteerde in een implosie van stof, metaal en ferro-plastieken. Een zuigende onderdruk was voelbaar tot op de daken van Utopia. Ook het zien van deze vernietiging deed pijn, temeer Tara wist dat eronder haar kraamkamer was gelegen. Bovendien had de bol van Fins de mooiste diamant-mozaïeken uit de Robot-kunst ontvangen. Zelfs de kunstenaar AF-3497, beter bekend als Slimoa, had eraan meegewerkt en dat terwijl het een opdracht van The Newest-York niet eens af had gemaakt. Iets waar het bestuur van die ultra-metropool in West nog steeds boos over werd als het ter sprake kwam, zo berekende Tara. Na het instorten van de bovenste delen kon je zien dat ook de binnenste delen van de stad kraakten onder de hete zucht van het brandende goedje. Diverse stromende bollen van vuur wentelden zich door de gangen en zorgden voor explosies en spuitende vuur-bronnen. Keer op keer braakten de gaten in Rotopia, daar waar eerst deuren en ramen hadden gezeten, een stroom van vuur en stoom de lucht in. Alles wat in de invloedssfeer van het vuur lag, werd onherstelbaar aangetast. De blikken bomen blakerden in de rode gloed en vormden uiteindelijk een zwarte rand van roet en slappe takken. In feite werd het hele bos veranderd in een koolzwart bos van treurwilgen. Buiten waren de grachten en bruggen samengesmolten tot één geheel van druipend vuur-water. Anders gezegd, er was geen brug meer die overeind stond en feitelijk waren alle grachten door de druk van het vuur buiten de oevers gekomen. Het leek wel één groot meer van brandend water-olie. Niets zou daar in de aan-stand kunnen blijven, kunnen overleven om het op een menselijke wijze te zeggen. Alle robots, groot, klein, nuttig of gewoon grappig hadden geen ruimte gehad om te kunnen ontsnappen. In feite....de enigen die waren ontsnapt stonden boven op de daken van Utopia naar het drama te kijken. Eri-Lene huilde dikke tranen en verborg keer op keer haar gezicht bij het zien van in paniek verkerende hard rennende robots, die compleet in vuur en vlam waren geraakt. Meestal stortten ze na enkele meters neer om vervolgens geheel te worden verzwolgen door de vlammen. Anderen sprongen naar beneden in een poging te kunnen ontkomen, maar sloegen natuurlijk te pletter op een harde bodem van vuur en beton. Sommigen stonden roerloos voor de ramen, totdat die uiteen barstten vanwege de hitte en verdroegen hun lot in stilte. De meest geavanceerden hadden zichzelf uitgezet nog voordat de vlammen hun bereiken. Een aantal losse respect-groeten trokken door de ether richting hun leider Tara, die ze ontving, maar niet beantwoordde met een tegengroet, omdat dit toch niet meer de zender zou bereiken.

Tara huilde niet. Dat kon ze ook niet. Ze berekende ook geen verdriet, haat of pijn. Wat restte was een vorm van menselijke jammerlijkheid. Een gevoel van gemiste kansen, maar dan vooral voor de mensen. Tara had ooit al berekend dat elke robot opnieuw kon worden geschapen, dit in tegenstelling van de individuele mens. Het idee van een robot, zoals zij het voor zich zag zou de aarde toch nooit verlaten.

Maar...dat... was niet helemaal waar.

  

wordt vervolgd op het laatste hoofdstuk L-22

E-mailen
Map
Info