Ideemachine.nl
                                                                                                 

De Laatste Robot, L-20

De val van Rotopia III

Het achtste, zevende en zesde uur, Rotopische tijd.

Sun Tsu overzag vanuit zijn simpele, maar effectieve toren nabij de centrale tent de aanval op Rotopia en het verliep naar zijn tevredenheid. In het buitengebied was geen robot meer te ontdekken en overal ontstonden kleine brandjes vanwege de verwoestende stralen uit de lasers van de vechtrobots. Enkele bruggen werden met brute kracht stuk gestampt en allerlei rotopische beelden belanden zonder reden in het olie-water van de grachten. Hij genoot van de vernielingen, het uitwissen van de Robot-kunst en de befaamde Robot-architectuur, vooral vanwege de suggestie van menselijke superioriteit die het achterliet. Met een flinke trek aan een vlio-gaar bevestigde hij zijn voornemen om Rotopia in zijn geheel met de grond gelijk te maken. Er was immers een blanco kaart door de wereld-raad aan hem vergeven. Met andere woorden, hij mocht doen wat hem goeddunkte. De eerdere persoonlijke vernedering bleek voldoende kracht te hebben opgebouwd om zijn gedachten over de schoonheid van de robot-stad te vertroebelen. Er zou - wat hem betreft - geen steen of ferro-plastic meer overeind blijven. Een dergelijke verwoesting - op basis van menselijke emoties - had eerder plaatsgevonden. De tempel van Salomo bijvoorbeeld of de binnenstad van Dresden. Later zou er bij de mensheid vast een algemene spijt volgen, maar de geschiedenis leert de mens geen lessen en als deze wel lessen zou hebben geleerd, werden ze pardoes weer vergeten door de volgende generatie. Mens zijn, een Homo Sapiens zijn, een oude mens dus, lijkt een zware last. Fouten maken uiteraard onderdeel uit van het menselijke leven, maar foute beslissingen worden ook nog vaak overwoekerd door de aanwezigheid van plotseling opkomende stommiteit, geboren uit zelfgekozen tekorten van ontwikkeling. Het was niet voor niets dat Jezus de mensen mededeelde dat iedereen zonden maakt.

Hoe dan ook, Sun Tsu betrof geen uitzondering op de regel en dus raasde de vernietiging van de vreedzame robots voort. Sommige reliëfs, zorgvuldig aangebrachte verhalen in de vorm van robot-hiërogliefen, robot-taal of prachtige muurschilderingen werden met branders zwart geblakerd. Enkele vechtrobots verloren compleet hun beheersing en krasten centimeters diep in het beton. Weer andere robots vonden het noodzakelijk om elke uitgeschakelde realborg op te vouwen tot een pakketje ter grote van een schoenendoos. Eén van de vernietigers had kennelijk een vorm van menselijk plezier om aan de bovenzijde van het pakket de lege kassen van de licht-sensoren en de mondopening te plaatsen. Een vernedering op robot-wijze, vooral omdat elke volgende vechtrobot er vuile olie uit het gestel erin deponeerde. 

Langzaam maar zeker ontstond er een inferno, gelijkend de periodieke vuurstormen aan de Australische kusten. Onbedwingbaar, allesvernietigend en ook verschrikkelijk in aanzien. De macht die de likkende vlammen uiten, leek zo groot als een rijzende tsunami. Er kon geen weerstaan aan worden geboden, temeer nu diverse belangrijke dammen tot overmaat van ramp door de briesende vecht-kolossen waren vernietigd. De afloop laat zich raden. Een massa van brandend water-olie stroomde zichtbaar richting de robot-stad en haalde bijna de vooruit stampende vechtrobots in. Die ontsnapten natuurlijk. Een simpele sprong naar de eerste verdieping opende de weg richting de binnenzijde van de stad. Ze waren binnen nog voordat de realborgs het in de gaten hadden en veroorzaakten meteen paniek. De meeste realborgs werden dan ook uitgeschakeld door gecompliceerde paniek-storingen en vatte vlam nog voordat de gruwels een definitieve uit-klap konden uitdelen. Buiten klotste de brandende vloeistof tegen de onderste verdieping en de wispelturige woedde van het vuur zocht een route naar elke onaangetaste brandbare materie. Richting de bovenste verdiepingen dus en uiteraard vloeide de vuurstroom ook via de muren naar de west en oostzijde van de stad. Nog even en de stad zou omgeven worden door een ring van vernietiging.    

Het ons bekende tweetal, Tara en Eri-Lene renden over de blauwe lijn voor hun bestaan. Tara was beschadigd uit de diepte ontsnapt en liet haar systemen zowel enkele binnenste als alle buitenste sectoren analyseren op storingen en schade. Ze concludeerde geen storingen en de buitenste schade viel wel mee al was één grijptentakel wel in het geheel uitgeschakeld. Het gebrek hield haar loop-tentakels niet tegen om grote snelheid te maken en wel zo snel dat de cyborg Eri-Lene al snel een menselijk roep-signaal afgaf in een poging het katachtige schepsel voor haar te matigen.

Tara registreerde de "noodkreet" en checkte intussen haar alert-systemen, maar kon geen onmiddellijk gevaar traceren. Ze berekende dat de gruwel mogelijk naar beneden was gestort en berekende evenzo een wens voor behoud van haar reddende robot-engel. Ze had geregistreerd wat het was, haar creator, de ultieme robot, Simsalabim. Een nagezonden bericht vanuit haar analyse-systeem bevestigde weliswaar een treffend laserschot, maar het was niet te achterhalen of Simsalabim door de laserstraal was getroffen. Een senso-seconde overwoog het reken-systeem om terug te keren. Tara's conclusiecentrum wees het echter resoluut af. Alles overwegend was ook Simsalabim niets meer dan een robot, zo concludeerde het conslusie-systeem. Zeker....een creatie van buitengewone proporties, vergelijkbaar met de grote piramide van Cheops of de Toren van Dastun, maar niettemin vervangbaar. De eindconclusie was glashelder....mocht Tara blijven bestaan dan zou zij een nieuwe Simsalabim kunnen maken. En dat bracht haar tot een herbevestiging van eerdere conclusies. Zij zelf kon wel worden aangemerkt als aards onvervangbaar nu haar schepper kennelijk was vernietigd en dus....moest ze kostte wat het kostte haar "aan-toestand" beschermen en daarom onderbrengen bij de NHumans. De herberekening leidde ook tot een bevestiging van die andere waarheid. Eri-Lene kon evenzo als onvervangbaar worden bestempeld. Ook zij moest en zou naar de NHumans worden gebracht, als een uitvloeisel van de nulde-robot-wet. En zo werden de laatste tikkende robotische uren een korte queeste van Rotopische orde, een waar uitvloeisel van een samenvoeging van de 3e en de nulde Robot-wet, zoals het ooit was bedoeld. Een opdracht ver uitstijgende over het matige verstand van de mensen, aangezien die geen weet hadden van de NHumans.

Hoe dan ook....het was alles of niets in deze kwestie.

Tara hield een beetje in en maakte een "onmiddellijkheids-connectie" om geen enkele split-seconde te verliezen aan extern overleg. Feitelijk kreeg Eri-Lene vanaf nu elke conclusie of opdracht van Tara direct in haar ogen geprojecteerd. Eri-Lene knipperde even met haar ogen toen het eerst bericht in haar lens verscheen.

"Eri-Lene...niet achterom kijken, blijf rennen zo hard je kan, want het is niet zeker dat we niet worden gevolgd". De jonge cyborg riep een "Ja, is goed" richting haar voorganger en die reageerde met het beeld van een opgestoken duim in de lens. De connectie was geslaagd. Zo snel als Eri-Lene kon renden ze door de lange golvende gangen. De ene na de andere ruimte kruiste, maar tijd om te genieten van al het moois was er niet. En het ging hard, want elke robot maakte ruim van te voren plaats voor het tweetal. Een enkele keer sprongen ze over lege ronde hang-zakken en soms kropen ze onder iets door wat een olie-plaats zou kunnen zijn. Plotseling stopte Tara en Eri-Lene botste tegen haar aan. "Wat is er?"..... Tara gaf echter geen respons en luisterde 360 graden rondom door haar gehoor-sensoren te laten draaien. Ook scande ze naar boven, kennelijk omdat daar iets loos was. Het duurde slechts een trovo-seconde en toen barstte de hel los.

Het plafond boog een beetje door en enkele lange scheuren zorgen voor een spanning, die meestal leidt tot bevriezing. Althans....bij de mens dan. Een robot kent een dergelijke reactie op gevaar niet. Eri-Lene stond zodoende aan de grond genageld en keek met open mond naar de scheuren die steeds grotere en diepere vormen aannamen. Het geheel stond onder enorme druk, dat moest wel, want het bestond naar haar mening uit beton. Die mening klopte niet en dat berekende Tara juist. Haar alert-systeem maakte kenbaar dat het plasti-ferro plafond door zou breken en dat kon alleen als de druk te groot werd in combinatie met een extreme hitte. Een super-berekening analyseerde een breuk over 0,6 scilsto-seconden. Nu dus.

Terwijl Tara haar metgezelle bij de arm greep en een sprong inzette richting een openstaande deur, brak het plafond open en een kolkende stroom aan watr-olie (water met olie) braakte zich een weg naar beneden. In de kolk bevond zich iets anders, een gevaarte en het bewoog. Tara berekende genoeg en keek niet eens om. Ze trapte de deur dicht en rende met grote kracht tegen de ruit. Die versplinterde onmiddellijk in duizenden stukjes. Direct daarna vermengde het waterdunne lava-achtige goedje zich met de splinters en stroomde door het gat naar buiten om vervolgens op een lager gelegen etage neer te kledderen in een explosie van hitte en stomend water. Beiden deerden ons tweetal niet. Tara had uit haar skelet een richting-snoer kunnen werpen. Het superdunne draadje hechtte zich vast aan de buitenste muur en trok het tweetal omhoog.

De richel, niets meer dan een wankele afvoergoot was net groot genoeg om stand te houden. Eri-Lene beefde. Niet haar cyborg-gestel, maar haar hoofd trilde een beetje, zodat haar haren voor haar ogen wapperden. Het vertroebelde zicht kon niet voorkomen dat ze de aankomende volgende ramp zag naderen. Uit het gat beneden kwam een lange grijptentakel naar buiten. Ondanks dat het beest geheel in brand stond, deed het gewoon waarvoor hij was ingezet. Het vernietigen van alle robots. Een brul bevestigde zijn komst door het gat en op het moment dat Eri-Lene recht in de lichtsensoren keek, stopte ze met denken.

Tara kon nog net haar greep verstevigen en dat voorkwam dat Eri-Lene door haar shock zou vallen. De cyborg verstrakte. Het hoofd gaf geen opdrachten meer en zodoende verstijfde het skelet. Normaliter zou dit het einde betekenen. Tara stond onvast op een smalle richel, met een zware last in haar enige werkende tentakel en onder haar kroop een brandende gruwel uit het gat op weg naar haar vernietiging.

Er restte haar nog slechts één ding. 

wordt vervolgd op L-21  

E-mailen
Map
Info