Ideemachine.nl
                                                                                                 

Het Dagboek, 4A


Smot.


De smot (robotwoord voor viezigheid) onder mijn loop-tentakels zag er dikker uit dan de pap van een HEMA-tompouce (ja, al eeuwenoud en nog steeds erg in trek). Ook de kleur had geen enkele overeenkomst, zwart-bruin met hier en daar een streepje rood of geel. Wat de inhoud van de drek inhield, wilde ik op dit moment niet eens weten. Vooral de grove korrels erin analyseerde ik 100% als smerig. Zodra we door de kwik-deur (want daaruit bestond de vulling van de rechthoek) heen waren gestapt, bevonden we ons op een totaal andere plaats. Onmiskenbaar midden in een stad, vol met lage gebouwen en dunne stegen, die allemaal kaarsrecht waren aangelegd. Mijn brein berekende dat de inwoners - vermoedelijk mensachtigen - het riool nog niet hadden uitgevonden, iets wat mijn conclusie-brein kort erna als onwaarschijnlijk herrekende, omdat de woningen wiskundig gezien volmaakt vierkant gevormd waren. 

In de stinkende steeg (mijn afkeer-meter gaf een 9 aan) waren wij niet de enigen die daar rond-dabberden. Voor ons schuifelde een man met een pak-dier vooruit, langzaam, omdat het arme beest ook moeite had met de modder. De hoeven leken meer op modderklompen en dat zorgde keer op keer voor korte struikelingen. De man joeg echter het beest genadeloos met een stok en het kreunen van het dier hoorde ik van afstand. Vóór het arme tweetal ontwaarde ik een groepje mensen (laat ik ze voorlopig maar mensen noemen), hun hoofden laag en met gebogen ruggen. Ook dit geheel maakte een deprimerende indruk, vooral vanwege de kleding, grijs en alles omhullend. De hoody, een akelige meestal veel te grote kap, was kennelijk alweer populair. Eerst in de middeleeuwen, daarna in de 21e eeuw en nu hier. Hm...nu vergeet ik even dat dit niet de Aarde is. Achter ons liep niemand al schoten er wel 2 vierpotige en harige beesten snel van de ene zijde naar de andere waar ze in een hol onder een woning verdwenen. De overeenkomst met een aardse rat was groot. 

Het feit dat hier mensachtige intelligente wezens leefden en ook de benaming van het reservaat, zette mij aan het rekenen. Zou het kunnen dat er een verbintenis is met de Aarde? Zijn de eerste mensen hier ontstaan of hebben  mensen deze planeet al eerder bezocht? Er kwam geen harde conclusie. Te weinig informatie, gaf mijn analyse-systeem aan. Ik richtte mij tot RAW. 

"RAW. Er zijn mensen hier. Althans...ze lijken er bliksem veel op", begon ik. 

"Ja, dat heb ik ook genoteerd. Maar ik heb er verder niets mee. We moeten ons concentreren op onze opdracht, Minox. Dus ik ga op zoek naar een vervoersmiddel voor de grotere afstand, mee eens?" RAW was duidelijk. Aan hem had ik op dit punt niets. Hij wilde alleen maar winnen en een analyse van de gevolgen van onze opdracht zat niet in zijn pakket. In mijn pakket wel. Wat zou het betekenen als mensen vanaf Aarde hier massaal naar toe zouden reizen? Wilde het genootschap dat wel? Ik berekende ook een bepaalde verantwoordelijkheid richting de mensheid. Die laatste conclusie deed mij besluiten om meer onderzoek te doen naar de leefbaarheid van de planeet. Hoewel mensachtigen hier zouden kunnen overleven - zoveel was nu al duidelijk - hield leefbaarheid meer in dan alleen een kans op overleven. De kwaliteit speelde ook een rol, zo berekende ik. Was de lucht oké? Welke eetbare planten waren hier? 

Ik besloot om toch maar een analyse te maken van de drek. De uitslag was verbijsterend. 

Koolstoffen 73% verweven in zand, water en lucht en in dit geval niet verweerd, dus zacht. Plastics 12%, Organische reststoffen (poep dus), zouten, mineralen, verschillende oliën, zware metalen, dioxinen, cyaniden, xyleen en tot overmaat van ramp; toxinen (o.a. kwik, polonium-210 en botulinetoxine, waterstof-fluoride en veel te veel lood) 

Feitelijk was de grond hier te giftig voor mensen en als er mensachtigen verbleven - wat dus in grote mate het geval was - zou men hier niet lang gezond blijven. 

"RAW, mijn meetresultaten zijn zeer slecht. Er is zelfs botulinetoxine, de meest gevaarlijke stof in het heelal voor de mens aanwezig", zei ik met een gedempte stem. RAW keek me aan, maar draaide zich snel weg.

"Nou en?....", riep hij me na. 

Ik vloekte robotisch intern hard en veel en besloot om niets meer met RAW te delen. Al zijn reken-vermogens waren primitief vergeleken met die van mij. Toch zou ik hem nodig hebben, rekende ik uit, want als zelfs de grond al giftig was, wat zou er dan nog meer in het blikkie zitten? Ik richtte me weer op de omgeving, want daarin had RAW gelijk...we moesten ook verder reizen. 

Al snel kwamen we uit bij een grotere steeg en een zwak rood licht van de ster scheen op de zompige ondergrond die hier wat schoner bleek te zijn. Ik berekende een afwijking van het licht en toen ik naar boven keek, zag ik de reden. Hierboven hingen wolken, donker en zwaar. Een gat in de wolken liet het rode licht door, maar slechts met mate. Hoewel ik geen bijbehorende emotie kan voelen, bemerkten mijn sensoren toch een vorm van gevaar. "Optie - IJsblokken wegens warmte-vermeerdering", berekende ik op basis van die onrust. "Zou er inderdaad ijs naar beneden kunnen vallen?" "Of hadden de wolken alleen zure regen, iets wat goed thuis zou horen bij deze giftige omgeving?", rekende ik er achter aan. Het antwoord kwam snel, want voor ons kletterde een brok ijs op de harde ondergrond. Onze alert-systemen verschoven direct naar de stand; oranje en we weken tegelijktijdig achteruit. Plotseling hoorde ik iemand gniffelen. 

"Hèhè....Nog nooit een rood gat gezien of zo?", zei een man die niet zover van ons vandaan op een kruk zat. De man wees naar boven en ik analyseerde meteen dat het gat in de wolken de oorzaak van neervallend ijs kon zijn, iets wat toch vreemd was, omdat de rode dwerg net zoals onze zon vooral boven de wolken schijnt. Althans, overdag dan. 

"Bij een rood gat staan de ringen ongunstig. Dat veroorzaakt neervallend ijs. Niet vaak hoor...soms", verklaarde de man. Ik liep naar hem toe, want des te meer we wisten van het gevaar, des te beter zouden we kunnen reizen", was mijn berekening. 

"Maar, beste meneer. Men weet toch niet altijd wanneer de wolken en ringen ongunstig zijn?", vroeg ik. De man vond de vraag moeilijk en hij deed mijn vraag dan ook af met een dooddoener. "Je hebt geluk, of niet", antwoordde hij uiteindelijk. De man liet dit verder voor wat het was....een onzekerheid in ieders leven en richtte zich op ons. 

"Zo....mooi stel zijn jullie. Waar komen jullie vandaan. Mutuk misschien?" Ik besloot van deze vraag gebruik te maken.  

"Haha, waarom denkt u dat, meneer?"

"Nou, dat lijkt mij duidelijk. De kleding die jullie dragen lijkt daarop, maar die man daar is wel heel erg verkleed, hoor. U, beste dame, ziet er werkelijk uit als een Mutukse. Het lijkt mij het beste echter, dat u bepaalde delen ...eh...verschuilt, weet u?"

"Waarom?"

De man kneep zijn ogen samen en hij veranderde daardoor van uitstraling. Niet meer een mannetje op een krukje in de zon, maar een listige man, die vermoedelijk helemaal verkeerd kon worden ingeschat. Een maffiabaas, zeg maar. Oud, vol rimpels en nietszeggend, maar pas op! Dat laatste besliste mijn alert-systeem dan ook. Ik raakte op mijn hoede. 

"Ah....sorry nu snap ik het", loog ik. "Ja, maar eh...de zon was een beetje sterk en dus heb ik wat kleding verwijderd. Neem mij niet kwalijk", zei ik, terwijl ik mijn kuisheid-shawl voor het eerst - en niet voor het laatst - omdeed. Het kledingstuk was gelukkig groot genoeg voor mijn blote skeletdelen en tentakels. Tevens verstrakte ik mijn weelderige haar en veranderde het van lang blond naar kort ravenzwart. 

"Bijzonder schoon vrouwtje, ben je". De man keek mij bezitterig aan en likte over zijn lippen. De houding van de man betrof de eerste kennismaking met een seksueel-aspect op deze planeet. Ik besloot daarom dat we snel verder moesten gaan. Ik had geen zin in een keuring, iets wat ik op aarde al vaak genoeg meemaakte. RAW was alweer verder gelopen en ook dit gegeven was een tegenvaller. Ik had namelijk best in gevaar kunnen geraken, berekende ik en dan was meneer - alweer - niet nabij. Meer en meer gingen mijn alert-systemen aan het voorwerken om dergelijke onregelmatigheid te voorkomen. Een richtpunt-scan stond vanaf nu constant op RAW gericht en ik hoopte maar dat hij het niet zou merken. Een afstand van 15 meter maximaal leek mij voldoende. Ik had hem nodig, dat analyseerde mijn systemen keer op keer, temeer nu mijn vrouwelijke vormen een factor van belang of erger een factor van onderwerping waren geworden Ik nam geen afscheid van de man. Onbeleefdheid leidt tot verkoeling, zeg maar. 

Het loop-verkeer werd drukker en drukker en we bereiken het centrum van de stad. 

Het was maar goed dat ik mijn gestel had verhuld in de kuisheid-shawl, want daardoor viel ik niet op. Onmiskenbaar drong mij een ouderwets beeld op van een Arabische slavenmarkt ergens in de middeleeuwen. Alle vrouwen liepen in zwarte kledij en dan ook nog van top tot teen bedekt. Slechts een enkeling liet de ogen vrij en van diegenen merkte ik op dat ze schichtig heen en weer schoten. Niet alleen vuil, maar ook angst regeerde hier en mijn systemen gaven als indicatie voor deze informatie een menselijke emotie aan, namelijk medelijden. Oké...ik was dus beland in een vrouwonvriendelijke omgeving en zodoende keerde ik mij snel tot RAW. Hij wilde immers zo snel mogelijk verder reizen en daar kon ik mij nu helemaal in vinden. Plotseling schreeuwde er een iemand. Zijn gil, het leek op de schreeuw van een kleine jongen, ging door al mijn aluminium-delen en het zorgde voor een kleine siddering in mijn skelet. RAW had het ook gehoord en rekte zich uit om te bezien wat dat was. Plots knipperde hij met zijn sensoren, pakte mijn grijp-tentakel en sleepte me door de menigte. Zijn zware gestel, groot en breed hielp daarbij en sommigen gingen al uit de weg voordat hij naderde. Ik slenterde er achter aan en deed mij voor als een mens, een pop, een speeltje van een strenge meester. Het gaf RAW waarschijnlijk respect en dat was in ons voordeel, zo berekende ik. Met grote stappen denderde RAW door naar een kleine verhoging. Eenmaal aangekomen, analyseerde ik een bruut en ondenkbaar ritueel. 

Op het podium stond een kleine jongen. Hij droeg niets meer dan een vuile lendendoek en zijn blote lichaam zag er gehavend uit. Flinke krassen ontsierden zijn benen en armen. Pas toen concludeerden mijn systemen een 95% overeenkomst met de aardse mens, iets wat eigenlijk al een sensatie van formaat zou zijn, mochten we op aarde terugkeren. De jongen keek verwilderd om zich heen en huilde. Zijn tranen waren niet doorzichtig, maar lichtgroen van kleur, zo ook de kleur van zijn haren. Voor hem stond een grote kerel en bij het eerste aanzicht, was ik het met de jongen eens. Voor zo'n gezicht moet je angst hebben, want het gezicht vertoonde geen enkele emotie. Even keek hij de menigte in en mijn licht-sensoren maakten een luttele sinso-seconde contact met zijn grote ogen. Staalblauw, hard en scherp met een donkere pupil zo klein, dat het nauwelijks zichtbaar was. Een witte tijger had dezelfde ogen, analyseerde ik. Kortom, een roofdier. 

Waar mijn systemen vraagtekens over hadden, betrof de omstandigheid dat hier mogelijk een slavenmarkt gaande was en dat de jongen dreigde te worden verkocht aan de vreselijke man. Ik beantwoordde de vraag zelfstandig met een ja, omdat er gewoonweg geen andere optie mogelijk leek. Het was mij overduidelijk. Slaven, een markt, een handelaar, een koper, kennelijk - en helaas - een universeel gebruik. RAW gedroeg zich vreemd. Hij wilde zo dicht mogelijk bij het podium komen. Eenmaal daar aangekomen bemerkte ik een kleine rookwolk uit zijn rechter gehoor-sensor. Hij stond op koken, maar de reden daarvan kon ik niet berekenen. 

"Minox", fluisterde hij. "Ik ken deze jongen", zei hij nauwelijks hoorbaar voor wie naast hem stond, maar bij mij kwamen deze woorden keihard binnen. 

"?????", seinde ik intern. RAW keek me aan en zei niets. Plotseling hief hij een grijptentakel in de lucht. 

"Ik bied het dubbele voor deze jongen", riep hij hard. De markt verstomde. 

De staalblauwe ogen maakten contact met de rode licht-sensoren van RAW en een kleine maar duidelijke verandering van zijn gezicht, zorgde voor een rilling in de massa. Kennelijk wist iedereen wie deze man was en ook zijn gedrag. Ik berekende naar aanleiding van de diepere stand van zijn ogen; lompheid, gewelddadigheid, explosief en nietsontziend. Het klopte als een blikken bus.

"Wie ben jij dan wel, machine-man. Ga terug naar Mutuk. De jongen is van mij", bulderde hij over het plein. Alle ogen richtten zich nu op RAW wat redelijk eenvoudig was, omdat hij boven iedereen uit stak. RAW inspecteerde zijn tegenstander en berekende uiteraard dat de man - hoe groot en sterk hij ook was - geen kans tegen hem kon maken. Toch was mijn alert-systeem daar niet op gerust. Ook de man, gekleed in een lange tuniek met een vacht als cape, aangetrokken door een imposante riem en afgewerkt met flinke metalen knopen, kon gemakkelijk een wapen verbergen. En....ook van belang, we hadden nog geen idee van de technologische ontwikkelingen op deze planeet. 

"Wh haha....een blikfiguur wenst een jongetje. Wat moet je ermee? Je rug in-oliën, soms?", bulderde de stem weer over het plein. 

RAW bleef rustig. "Luister, verkoopman. Nogmaals, ik bied het dubbele. Pak uw kans". 

De handelaar, een kleine man met een kaal hoofd wist even niet wat te doen, maar toch overwon zijn geldzucht het van de angst. 

"Wat heeft u in de aanbieding dan. Ik zie nog steeds geen Zenzi-stukken". 

"Ja, inderdaad RAW", fluisterde ik. "Je hebt geen geld of zo, dus wat wil je nou?" RAW luisterde nauwelijks naar me, zo berekende ik, want er kwam geen reactie, niet eens intern of via een knipper van zijn licht-sensor. Ik zuchtte maar. De grote man op het podium was ontevreden en wat ik al had berekend, kwam uit. Hij stapte woest naar voren waarbij zijn lange baard heftig heen en weer schudde.

"Kom dan, roestbak. Kom de jongetje dan halen. Dan zien we direct wat het woord van een machine-man waard is. En laat ik duidelijk zijn. Als je geen Zenzi hebt, dan ruk ik je kop eraf", schreeuwde hij terwijl flinke klodders slijm zijn baard deponeerde. De massa begon te joelen. "Ja, roestbak. Laat zien, laat zien". De reactie van het publiek baarde mijn alert-systeem grote zorgen en bereidde me voor op een vlucht. Mijn olie werd enkele graden warmer en korte stroomstootjes zorgden voor een versterking van alle pezen. Ik was er klaar voor, maar RAW had andere plannen. 

   

wordt vervolgd op 4B. 

E-mailen
Map
Info