Ideemachine.nl
                                                                                                 

Het Dagboek, 5C


De achter-uitgang.


De korte tocht door de duisternis van de Onrust op Teegarden B, was niet de duisternis die er door de jongen werd bedoeld. Die ervaring kwam later. Nachtelijk zand heeft iets vreemds. Vormen vervagen meer en meer naar mate je er verblijft en zodoende is het nooit helemaal duidelijk wat er verderop ligt. Een duin, een kale boom of een tentenkamp van één of andere vijand. De absolute zekerheid is ver weg, zelfs voor mijn systemen. De jongen loodste mij kundig en zelfverzekerd langs allerlei van dit soort vaagheden, die achteraf niets anders bleken te zijn dan gladde rotsen en scherpe keien. Waar we exact naar toe liepen was voor mij een raadsel. De jongen hield gedurende de tocht zijn mond gesloten. Ik berekende een zekere voorzichtigheid die wellicht te maken had met de aanwezigheid van vijanden. Toen ik hem zachtjes er naar vroeg, kneep hij met zijn duim en wijsvinger zijn lippen op elkaar. Het Teegardense teken voor stilte. 

Soms dook de jongen ineen en de reden daarvoor werd snel duidelijk. Een poot van een wants bonkte in het zand op een afstand van slechts 3 meter. Ik had hem wel gehoord, maar niet gezien. De schutkleuren van de beesten waren opmerkelijk goed, zo berekende ik. Iets verderop wees de jongen naar een klein vuurtje. "vijanden", was het enige wat hij erover zei. Ik vond het prima zo en vertrouwde de jongen. Mijn waardering steeg ook met de minuut want de route die hij nam kon nergens vooraf worden getraceerd. Ik had geen enkele informatie over welk spoor hij volgde. Een spoor was namelijk nergens te zien. Mijn conclusie-brein gaf aan dat hij wellicht op de stand van de sterren liep, maar dat leek mij toch onwaarschijnlijk, omdat er nauwelijks sterren zichtbaar waren. De ringen wel. Die straalden verschillende soorten licht uit op de rondom meegesleepte gassen. Maar of daar nu een route uit kon worden gehaald, betwijfelde ik. Althans mijn analyse-systeem gaf slechts 15% aan. Aan de horizon gloorde een weinig rood licht en ik schatte dat het ongeveer 5 uur in de morgen was. Tijd om de ware duisternis te vinden, berekende ik, want in het volle licht moesten we wel goed zichtbaar zijn. Hier op dit moment betreurde ik de afwezigheid van de Cameleon-shawl die mijn meester op de merkt had gekregen. Had ik die maar gehad, dan voelde ik mij toch iets veiliger. Hoe dan ook, dit feit gold ook voor de jongen en die zou ook niet blij zijn met een toch in het licht. Bovendien...hij moest nog terug. Of zou hij meereizen? Het antwoord op die vraag werd toch korte tijd later gegeven.

"Mutukse....Hier eindigt mijn opdracht", zei hij, terwijl hij voor hij hurkte. Ik hurkte ook maar en knikte. 

"Zie je daar die rots...Daar, naast het groepje stenen op elkaar". Ik zag verderop een grote rots en vlak daarnaast een drietal op elkaar geplaatste stenen. 

E-mailen
Map
Info