Ideemachine.nl
                                                                                                 

Het Dagboek, 5A



MAY DAY, MAY DAY


Het was eigenlijk kinderlijk eenvoudig. Nadat ik de groep Jamaï voorzichtig van het beest af had geleid - het beest zakte op aangeven van de baardmans door zijn looptentakels - nam ik afscheid van Lammy. Een poging om hem het beste te wensen liep uit op een knullig gedoe, ik knelde zijn arm af bij een omhelzing en tegelijkertijd botste ik met mijn hoofd tegen zijn neus waardoor er een "bloed"neus ontstond. Het bloeden was gelukkig snel voorbij, maar de tranen stonden in zijn ogen. Ik verontschuldigde me, maar ook dat ging weer niet zoals ik had berekend. 

"O, sorry, Lammy. Onhandig van me". Lammy knipperde de tranen uit zijn ogen. "Geeft niet, je hebt ons leven gered, dus een sorry hoeft niet". Ik ben wel erger gewend", zei hij er achteraan. Intussen probeerde de baardmans er tussen uit te piepen, maar dat liet ik niet toe. 

"Stop....eten en drinken voor deze lieden", zei ik scherp. Hij stopte met sluipen, pakte zijn schoudertas en gooide die naar me toe. "Hier zit eten voor twee dagen in. Dat is genoeg. Water zit onder het blad", riep hij nog en rende toen als de wiedeweerga weg. Zijn gestalte werd al snel een stofwolk. 

"Een echte Mutukse zou hem hebben gedood", sprak Lammy. Ik glimlachte naar hem en berekende geen antwoordverplichting. Daar bleef het dan ook bij. Glimlachen. Lammy raaide zich om en riep de groep Jamaï bij elkaar. "Kom, deze kant op". Ergens binnen in mijn skelet ging de olietemperatuur omhoog en een zijdelinkse berekening gaf aan dat mogelijk deze Lammy nog eens belangrijk voor de stam zou worden. Ik berekende dit na en concludeerde een 75% kans.  

Het kinderlijke eenvoudige lag verborgen onder de snuit van de wants. Wantsen zijn op aarde piepkleine insecten en ze lopen vooral rond over het blad van een struik. Maar....ze kunnen ook vliegen hoor, gaf Wikipedia aan al zien we dat bijna nooit. Ik moest dus het beest laten opstijgen en bekeek het dier daarom van alle kanten. Pas toen merkte ik op dat het beest meer was dan alleen een lomp insect met een scherpe snavel-snuit. In onze aardse kleine dierenwereld wordt een snavel-snuit gebruikt om een ander insect te injecteren en dan later het arme diertje leeg te zuigen. Van de snavel-snuit bleef ik dus wijselijk vandaan ondanks dat ik nauwelijks te injecteren kon zijn. De onderzijde van het harde skelet zag er vrij ruw uit en had verder geen bijzonderheden. De bovenzijde van het insect ook niet, behalve dan dat het bruin van zijn opgevouwen vleugels meerdere tinten had en ook glom in het zwakke sterrenlicht. Ik rekende nog steeds geen oplossing totdat mijn licht-sensor viel op een kleine knobbel ergens tussen de snavel-snuit en het verdere lichaam. Toen ik erop drukte, hoorde ik een zacht suizen en registreerde een voelbaar trillen van het hele lichaam. Ik probeerde de eindoplossing te vinden en die zat verstopt in het bijzondere tuig wat het beest omhad. Je kon links en rechts sturen door aan de teugel te trekken, maar ik zag dat als je beide zijden tegelijkertijd zou aantrekken, de knobbel werd beroerd. Zoals gezegd, de oplossing was kinderlijk eenvoudig. Ik nam plaats op de bestuurdersplek, vlak achter de kop en trok beide hengsels aan. 

Het insect keek even opzij en het grote linker-facet-oog schakelde van de kleur groen naar blauw. Het zoemen van de vleugels vermeerderde en toen ik achterom keek, zag ik de vleugels trillen en langzaam vouwden ze zich uit. De vleugels waren groter dan verwacht, flinterdun en ik keek er dwars doorheen. Boven de vleugels hingen als twee paraplu's de hardere schilden, die verder niet bewogen. En toen steeg ik op. Het ging vrij vlug, maar ook beheerst alsof het beest wist dat er een bestuurder aanwezig was die er niet vanaf mocht vallen. Het beest krijste een ogenblik en dat was onberekend. Ik had geen enkele informatie over insecten-geluiden en mochten die er zijn dan klonk het nooit zoals het nu klonk. Hard, scherp met mogelijk een vleugje bevrijding of gewoonweg plezier. Een korte tijd scheerden we laag over de grond en voor ons verscheen de baardmans die in ontzetting op zijn knieën was gevallen. Hij vermoedde vast dat zijn laatste minuten waren geslagen en de blik in zijn ogen zou ik niet meer vergeten. Natuurlijk had ik wel eens op Aarde vormen van verbazing waargenomen, maar dat verbazing dergelijk grote bolle ogen kon veroorzaken, had ik nog nooit gezien. Nou ja, dit was dat ook Teegarden B en niet de Aarde. 

We vlogen snel over hem heen op weg naar een Westelijke richting. De grens van Onrust kon niet ver weg zijn en ik zocht naar indicaties. Die vond ik al snel. Nee, geen grensovergang, noch een hek of een muur, maar duistere pluimen van zwarte rook in de gladde ruimte verderop. Het werd mij duidelijk. Daar waren brandhaarden en zo op het eerste gezicht, stonden er vele onderkomens of wat dan ook in de brand. Ik wist niet of er nog inheemse bevolking woonde en ik berekende 90% van niet. Dat laatste betekende dat bij de branden ook werd gevochten, hetgeen mijn alert-systeem op scherp zette. Ik zocht naar een omweg, maar des te verder ik de Onrust binnenvloog, des te meer rookpluimen ik ontwaarde. Uiteindelijk kon ik de branden en de mogelijke gevechten niet meer ontwijken en dus zou ik een risico moeten nemen. Na voldoende rekenwerk kwam de uitslag. "Omkeren". 

Ik weigerde, want omkeren betekende voor 100% het verlies van de opdracht. 

Op dit moment komen er andere berekeningen bij, complex en soms niet terug te berekenen. Want wat is een Robot zonder opdracht? Wat blijft er over als je geen meester meer hebt, de mensheid tekort doet of jezelf als interne storingen fataal kunnen aflopen? Dat soort feitelijke informatie stroomde na mijn weigering door mijn rekensystemen. Ik wachtte op de tweede uitslag, terwijl het beest onder mij in volle vaart verder vloog. De pluimen rook werden groter en dikker. Hoger ook, wat duidde op weinig wind, iets wat in mijn nadeel kon zijn. Snelheid zou een factor van belang worden hier in de lucht, omdat ik geen enkele informatie had omtrent de wapens die men hier gebruikte. Een eenvoudige pijl...goed te doen, omdat ook de Wants vanaf de onderzijde goede bescherming had, maar....wat als er pneumatische of kinetische wapens aanwezig waren in de handen van de oorlog-zoekers? 

De tweede conclusie: "omdraaien NU". 

Ik weigerde. Ergens in mijn rekensystemen was ruimte gevonden voor iets wat de mens moed of onbezonnenheid noemde. Ik berekende echter geen moed. Het zou mij namelijk werkelijk niets uitmaken of ik hier voorgoed "UIT" zou gaan. Onbezonnenheid had daarom meer raakvlakken met die diepe berekeningen. Gewoon iets doen wat niemand verwacht EN dus een kans zou hebben, juist vanwege deze nimmer te verwachtten stap. Ik trok de teugels aan, steeg zo hoog mogelijk op en spoorde het beest aan tot meer snelheid. Het insect luisterde. Mijn beslis-systemen gelukkig ook. In een razende snelheid naderde ik de rookpluimen en mijn tactiek bestond eruit om er zoveel mogelijk dwars doorheen te vliegen in de berekening dat we op die momenten in ieder geval niet zichtbaar zouden zijn voor wie dan ook daar beneden. Al kijkende naar beneden zag ik diverse figuren rennen. Het opvallende betrof de kleuren. Er waren groepjes figuren met rode kleding, andere met groene, gele of blauwe. Mijn Wikipedia-bron vond een treffend beeld van één of ander eeuwenoud spel, Risk, waar gekleurde poppetjes krijgers ook op het bord stonden. Maar daar beneden waren geen onschuldige poppetjes en plots stond mijn alert-systeem op paars. Vanuit de grond werd door een rode figuur een projectiel afgeschoten. Eerst berekende ik het redelijk eenvoudig te ontwijken, maar dat was een faliekante misrekening. Uit de massieve pijl die de lucht in schoot kwamen honderden nieuwe - kleinere - pijltjes en plots klapte al die pijlen uit elkaar. Aan elke uiteinde van een pijl bevond zich een groot net en het duurde slechts 3 seconden voordat mijn insect in verschillende netten verstrikt raakte. Het beest stopte met de trilling van zijn vleugels en we stortten neer. Snel en kaarsrecht. 

Zou ik toch nog hier "UIT" gaan.  

Zoals we weten van de Aarde zijn er dieren die altijd op hun pootjes terecht komen. De zwarte kat bijvoorbeeld, maar ook de insecten. Wie ooit een vallende kever, mier of spin heeft gezien, weet dat die beestjes altijd klaarblijkelijk niets mankeren na een val van grote hoogte. Zo ook mijn beest. De Wants kreeg het voor elkaar om op zijn poten de grond te raken en door de "vering" van de tentakels werd de gehele klap opgevangen. Natuurlijk schoot ik van het beest af en belandde met mijn skelet op de grond. Het was zacht zand en zodoende mankeerde ik ook niets. Ik veegde het fijne zand van me af en scande al mijn systemen. Geen gebreken, geen schade, geen storing. "Mooi", zo berekende ik en daarbij vergat ik dat ik in vijandelijk gebied terecht was gekomen. Het duurde dan ook niet lang voordat ik ergens van achter een snerpend geluid hoorde en mijn gestel werd omgeven door een fijnmazig metalen net. Ik was gevangen en besloot maar om geen verzet te bieden. De wapens die ze hadden waren namelijk geavanceerder dan ik had berekend. Rustig wachtte ik af. 

Recht voor mij verschenen in het mulle zand een paar flinke laarzen. Ze zagen er verweerd uit, vol met krassen en diep in de krassen berekende ik met 60 percentage dunne streepjes groen bloed. "Soldaten...Krijgers", berekende ik er achter aan. En dat klopte. De laarzen gaven dienst aan een grote kerel, zonder baard gelukkig, met een ontbloot bovenlijf. Op zijn hoofd stond een helm, meer een dop met een rode pluim erop. Zijn gezicht stond me eerst niet aan. Hij keek grimmig met diepliggende ogen naar mijn licht-sensoren en de dikke rode kringen rond zijn ogen maakten hem er niet beter op. Totdat hij lachte. 

"Haha, een Mutukse", zo begon hij. Hij bekeek me nauwkeurig van top tot loop-tentakel en zijn gezicht klaarde op. "Wel meiske, gij ziet er goed uit". "Wat een fraaie vangst mannen", riep hij naar links. Daar stond de rest van de groep. Een tiental mannen, vrij jong allemaal en evenzo half bloot stonden mij met open mond aan te gapen. Ik betreurde direct het verlies van mijn kuisheid-shawl. Mijn systemen begonnen met rekenen; "meewerken of me van deze bende afkeren?", werd de grote vraag. Mijn alert-systeem gaf de doorslag. Het lachen werd als positief ontvangen en zo ook de jeugdige uitstraling van de groep. Hoewel de man met de laarzen ouder was dan de anderen, gaf het geheel een indruk van toenemende verwondering en ik nam aan dat de jongelingen nog nooit een Realborg hadden gezien. Het opzettelijk toebrengen van schade leek hiermee even geen optie. Ze zouden meer van me willen zien, berekende ik. Ik besloot de verwondering groter te maken en daarmee ook het aspect verwarring aan toe te voegen.

"Ik ben geen Mutukse", gaf ik aan. Mijn woorden zorgden voor een diepe frons op het voorhoofd van de kennelijke leider. 

"Mijn naam is Minox, ik ben een Realborg, een Robot ja, maar niet uit Mutuk. Al moet ik wel daarheen", zei ik met een vastberaden stem. Inmiddels schudde ik ook het net van me af en richtte me op. De leider stapte een stukje achteruit, toen hij zag dat mijn lengte die van hem benaderde. Een aantal zuchten klonken zijdelings en dat berekende ik niet als heel vreemd. Ik droeg nog steeds mijn vuurrode lange haren en mijn lange loop-tentakels maakten vast ook een behoorlijke indruk. Sommige van de groep gingen achter hun leider staan om me nog meer te bewonderen en al snel was de hele groep er. Ik kreeg een berekening door die een vergelijking gaf met een bezichtiging van een exotisch dier in een dierentuin. Heel even berekende ik een menselijke grap. "Zou ik BOE roepen en kijken wat er gebeurde", zo berekende ik, maar dat weigerde mijn conclusiesysteem. En het had gelijk. Het gevaar was nog niet geweken. Het ergste wat me nu zou kunnen overkomen op korte termijn werd gepresenteerd als een groepsverkrachting, iets waar een Realborg - fysiek - geen moeite heeft al zou het zeker storingen opleveren. Een dergelijk daad stond namelijk gewoon als volstrekt mensonwaardig aangegeven en daar zou ik nimmer aan mee moeten doen. Toch gaf mijn alert-systeem aan dat dit niet aan de orde was. Er werden geen onregelmatige lust-signalen geregistreerd en daarmee leidde mijn analyse-systeem dat een zeker respect voor vrouwen ook aan de orde was. Ik trachtte het respect te vergroten door evenzo mijn respect te betonen. 

"Jullie zien er uit als krachtige Krijgers", zei ik. Deze woorden hadden direct effect. De hele groep begon te juichen. "Wij zijn de Krim", riepen ze keer op keer en hieven hun wapens in de lucht. Het verbaasde me. Ik kon alleen speren registreren en geen kinetische wapens. Ook in de gordels droegen ze alleen dolken en hier en daar een hamer. 

"Kom", gebood de leider en wenkte me vriendelijk nabij. Ik pakte zijn hand en waarom ik dat deed, kan ik nog steeds niet berekenen al concludeer ik dat een bescherming door één persoon mij toen een betere optie leek dan een vernedering door een gehele groep. Bovendien...de gunst van de leider zou wellicht helpen bij het uitvoeren van mijn opdracht die nog steeds gold. Feitelijk moest ik als de bliksem-wiede-weerga hier vandaan en naar Mutuk reizen om RAW te kunnen inhalen. Ik berekende de vraag of RAW ook hier doorheen was gereisd en nam me voor om dat later uit te zoeken. 

Even later bevond ik mij in een gecamoufleerde tent. Het was er vanwege een klein vuurtje in het midden van de tent en de aanwezigheid van veel dekens, matrassen en zit-elementen aangenaam en comfortabel. De gehele groep nam plaats, rondom mij natuurlijk - en het werd een gedrang voor de beste plek, vlak naast me of juist recht tegenover me. De leider ging rechts naast me zitten en dat was uiteraard een niet betwiste plaats. Plots kwamen er uit een verborgen opening in de tent een paar vrouwen binnen. Ook zij zagen er flink bloot uit en ik ontwaarde voor het eerst dat ook vrouwen op Teegarden B borsten bezaten. Hun fraaie bovenlichaam werd daarnaast versierd door prachtige sierraden met glimmende stenen, die op Aarde een fortuin zouden opleveren. Mijn bron-systemen vonden een overeenkomst met Indiase klederdracht uit de tijd van 1000 jaar vóór Christus. Ik bekeek de vrouwen met aandacht en ik registreerde bij hen geen angst of gespeelde onderdanigheid. Hier was sprake van wederzijds respect en dat gaf mijn alert-systeem terstond een verlichting. Al met al berekende ik dat ik hier met een complete stam te maken had. Het eten wat ze binnen brachten had een geur-factor van minus 9 wat betekende dat mensen dit in ieder geval heel erg lekker zouden vinden, hoewel ik geen van de geuren kon berekenen naar een mij bekende geur. Het plaatsen van een grote schaal kruidig en borrelend eten vlak voor me was tevens het signaal dat de kinderen ook naar binnen konden komen. Niet veel later werd mijn omgeving berekend als speels, vrolijk en gezellig. 

De Krim plaatsten zichzelf onder de Leng, zo vernam ik na het eten. Een stam met vooral een afschuw voor de Baarden. Al decennia lang voerden ze oorlog en wel om een stuk land gelegen tussen twee rivieren, de Minsta en de Rokonja. Om het land zelf ging het al lang niet meer. Eer en bloedwraak waren de drijfveren in de oorlog en elke maand vond er een gevecht plaats. Zomaar, omdat het moest. Een maand niet gevochten, is een maand niet geleefd, zo stelde de leider tijdens het eten. Zijn naam hoorde ik veelvuldig tijdens het eten, papa Lochia hier, papa Lochia daar, schreeuwden de kinderen en ik berekende dat mogelijk alle jongeren in de tent zijn nageslacht zouden kunnen zijn. Ik traceerde geen andere ouderlingen en daarom besloot ik er naar te vragen. 

"Krijger Lochia", zo begon ik, terwijl ik een mok warme drank optilde. Even dacht hij dat ik een toast wilde uitbrengen en tilde zijn beker ook alvast op, maar toen ik de mok weer terugzette zonder te hebben gedronken, twijfelde hij. Hij besloot om zijn beker in één keer leeg te drinken en klotste het houten ding hard terug op tafel. Het werd meteen stil. Iedereen keek me aan. 

"Waar is de rest van de Krim?", vroeg ik en daarbij realiseerde ik niet dat dit een gevoelige vraag kon zijn. De vraag had dan ook desastreuze gevolgen. 

"Whoea....vrouw met de rode ster rondom haar hoofd, nee toch?", schreeuwde hij. Mijn alert-systeem stond direct op oranje en even later begrepen al mijn systemen waarom. 

"Jammer...jammer, toch een spion", zei hij en keek de hele tent rond. Ik registreerde meteen een andere sfeer. Kinderen keken bedrukt, de vrouwen ronduit boos en de jongelingen incasseerden hun inzet. Ze hadden kennelijk gewed wat ik zou zijn, een medestander of een vijand. Ik probeerde met al mijn systemen in volle berekening de fout te herstellen.

"Nee, nee...dat bedoel ik niet. Echt niet. Ik kom van Aarde en eh.....". 

Te laat, de leider stond op en mompelde iets tegen een jongeling, die ik als de oudste van de groep jongelingen berekende. Zijn gezicht stond op onweer....nee, sterker nog, op onrust. Hij wenkte me en dienstbaar stond ik op. Ik gaf nog mijn complimenten aan de vrouwen, maar ook dat hielp niet. Alle vrolijkheid was als olie in een lekke kan verdwenen. Ik volgde de jongen, die niet bang was dat ik zou ontsnappen. Ik kon niet berekenen waarom, maar nam aan dat de gehele streek Onrust in het donker te gevaarlijk was om te reizen. Anders gezegd, een vlucht zou een zekere dood/UIT betekenen, zo berekende ik. De jongen bracht mij bij een kleinere tent, waar normaal gesproken kinderen lagen gelet op de grootte van de dekens. Ik ging naar binnen en nam plaats.

"Wat gaat er nu gebeuren?", vroeg ik. De jongen keek mij lange tijd zonder iets te zeggen aan. Zijn ogen maakten een droevige indruk. Misschien had hij zijn inzet verloren, maar nee...het was dieper. Hij was oprecht verdrietig. Hij zuchtte diep.

"Je hebt de twijfel verslagen. Jammer voor jou en voor ons. Morgen is het zover. Je kunt het weer goed maken, maar ik vrees....De Baarden zijn sterk en de voortekenen zijn ongunstig". Met deze mededeling liet hij me alleen en allerlei na-berekeningen volgden. Een komend gevecht? Toch vluchten? Meewerken? Alsnog overtuigen? Er kwam geen conclusie, slechts matige percentages. Ik besloot uiteindelijk om voor meewerken te kiezen. Hoewel ik geen vechtrobot was, kon ik zeker van een Baardmans winnen en besloot mijn beste systemen in te zetten om morgen de dag goed door te komen. De beslissing zorgde voor kraken en kleine storingen. Vechten, oorlog, ik had het voor altijd buiten mijn handelingen willen houden. Mijn systemen en opleiding had ook niets met geweld te maken. Daarnaast A+++ ingevolge de Robot-wetten. Zouden zij het houden ten opzichte van veel geweld? Baardmannen leken verdomd veel op mensen, was de feitelijkheid. Misschien moest ik eerst nog achterhalen of er nog grotere verschillen waren tussen mensen en deze lieden. Een groter verschil zou ten goede komen aan mijn analyse-systemen. Nu stonden deze lieden ergens op 90% mens. Het percentage moest omlaag en snel ook. 

Ik krijste als een dolle hond. Het had succes. Vanaf de grote tent hoorde ik gerommel en snel naderende voetstappen. Met een ferme zwaai werd de tent geopend en de jongen stond met gespreide benen voor me. 

"Wat?", zei hij. De irritatie droop van de letters af. 

"Ik voel met niet goed. Luister ik heb inwendig gebloed. Ik heb bloed nodig en snel ook, anders ben ik morgen niets waard", zei ik en kermde er een beetje bij.

"Nou en". 

"Wel....eh...dan hebben jullie niets aan mij en zal er verlies worden geleden. Dat willen jullie toch niet? Luister, ik ben geen spion. Ik had het nooit moeten vragen. Ik wil jullie helpen morgen, maar zo...." Ik kneep mijn ogen toe en trok een pijnlijk gezicht. 

"Wacht", zei de jongen en rende weg.  

Even later kwam de jongen terug met een wat oudere vrouw. Ze keek naar mijn gezicht en voelde aan mijn onderarm. Er was weinig besef van het binnenste van een robot, zo berekende ik. Ze stond weer op en trok haar schouders op. Ik probeerde de situatie te redden en hield me vast aan een volstrekte gok. 

"Vrouw, ik bloed. U weet wel waar. Een Mutukse mag niet veel verliezen. Ik hoef slechts enkele druppels bloed te drinken en het gaat dan beter", zei ik. Mijn licht-sensoren knipperden 2 keer. Geen resultaat...de vrouw liep weg zonder iets te zeggen. Ik zuchtte en legde mij neer. De jongen bekeek me aandachtig en draaide zich toen ook om. De tent werd gesloten en verduisterde mijn omgeving. Na een tijdje besloot ik de nauwe tent te verlaten. Ik opende het tentdoek en keek naar een gitzwarte hemel vol sterren en galactische gasslierten. Ik besloot om hier te gaan liggen. Morgen zou wel eens mijn UIT-dag kunnen zijn. Al snel raakte ik in vervoering van de ronddraaiende ringen. Alle drie hadden ze een verschillende kleur en dikte en ze raasden werkelijk langs elkaar heen. Sommige kleuren werden vervormd door de aanwezigheid van een andere ring, met schakelingen van dieprood naar paars. Alleen de buitenste ring bleef zoals hij was, groot, dik en grijs. Buiten de ringen probeerde ik een sterrenbeeld van nabij de Aarde te traceren, maar dat lukte niet. Ook de Zon kon niet door mijn licht-sensoren noch mijn positie-systemen worden gevonden. En daar lag ik dan...mijn mogelijke voorlaatste dag, in het mulle zand, ver weg van mijn meester en ver weg van mijn opdracht. En...des te langer dit duurde, des te meer ik zou verliezen. Ik begon weer te rekenen. Zou vluchten nu alsnog een goede optie zijn? 

Een conclusie was niet nodig, want plotseling ging de grote tent open en de oude vrouw kwam naar me toe. In haar handen had ze een metalen kommetje en toen ik het aanpakte zag ik een klein beetje groen bloed. Ik keek haar aan met grote ogen en knikte dankbaar. Het smaakte niet naar ijzer, iets wat een goed teken was. Mijn analyse-systemen begonnen te ratelen en de uitslag was verbijsterend.    


wordt vervolgd op 5B.  

E-mailen
Map
Info