Ideemachine.nl
                                                                                                 

Het Dagboek, 4B



21 dagen


Het kostte mij 21 dagen voordat ik kon ontsnappen. Hoewel ik feitelijk zijn naam definitief wil uitwissen in mijn systemen, kan ik niet zonder RAW om duidelijk te maken wat er allemaal is gebeurd. 

RAW stapte na de uitdaging richting het podium en sleepte mij mee. Ik wilde mij losrukken, maar dat lukte niet. Een greep van een vecht-robot als RAW is sterker dan mijn verweer-mogelijkheden. Ik stopte ermee en berekende een kans dat hij een goede afloop had geconcludeerd. En dat klopte....gedeeltelijk. RAW had zijn plan goed berekend. Eenmaal op het podium ging hij recht voor de baardman staan en dat had impact, want RAW bleek twee koppen groter te zijn. Hij boog zijn hoofd naar beneden en keek de man diep in zijn ogen aan. Die psychologische slag won hij, want de man week een beetje terug. 1-0 voor RAW. Hierna richtte hij zich tot het publiek. 

"Jullie vragen zich af wat ik heb te bieden. Nou oordeel dan", schreeuwde hij uit volle macht. De menigte stopte met joelen en iedereen hield de adem in. Ik eigenlijk ook en - hoe dom - ik keek naar RAW om te zien waar hij zijn geld vandaan zou halen. Plotseling werd de kuisheiddoek van me af gerukt en ik tolde om mijn as. Door de draaiing viel in op mijn midden-buig-gewrichten. Mijn haren veranderden van schrik (uitgevoerd door mijn alert-systeem om me een gevaarlijker uiterlijk te geven) van kort-zwart naar lang en vurig-rood. Een slechte keuze, want de menigte begon meteen harder te joelen. 

"Een hoer. Een Mutukse hoer", brulde iedereen van groot tot klein, man of vrouw. Ik rekende direct uit dat mijn vrouwelijke vormen aanleiding waren voor die conclusie. "O, mijn blik en snaar....Ik....Ik word geruild", berekende ik intern en al mijn systemen begonnen te ratelen. Diverse noodscenario's kwamen naar voren; vluchten - kansloos, vechten - kansloos, jammeren - niet doen, mezelf uitschakelen - onnodig, accepteren - een optie....

"Accepteren"....Accepteren dat RAW mij verraadde en mij bij de eerste de beste gelegenheid weg zou geven aan een bijna menspersoon, die niet veel goed in de zin zou hebben, gelet op de reactie van het jongetje. Dat was aan de orde. Mijn olie kookte en mijn snaren stonden tot het uiterste gespannen. Even overwoog ik om mijn warmte-puls te gebruiken en op zijn minst de baardman uit te schakelen, maar RAW zou dat zeker beletten. En daar stond ik dan - feitelijk poedelnaakt - voor een zedig gezelschap wiens preutse gedachtengoed werd ingegeven door een ouderwetse, mogelijk religieuze seksehouding ten opzichte van de vrouw. De overeenkomsten met de gang van zaken op onze aarde was treffend en vanwege deze gebeurtenis, veranderde het overeenkomst-percentage met de aardse mens naar 90% (de groene tranen van de jongen hielden de 100% tegen). Een voordeel....maar evenzo een nadeel, zo berekende ik. Hoe dan ook, de blikken van de bijna-mensen (mensachtig is een gepasseerd station) konden worden ingedeeld in diverse hokjes; wellustig, afkeurend, bewondering ook en soms verbazing. Het mag echter geen verbazing zijn dat vooral jonge mannen oprukten naar voren om zoveel mogelijk van mij te kunnen zien. "En dat nog wel voor een Robot", analyseerde ik. "Grenzen voor fantasie, seksuele fantasie zijn er ook bij de bijna- mensen niet", concludeerde ik. De onbeheersbare wellust nam sneller dan verwacht de overhand en de menigte werd klaarblijkelijk zelfs agressief tot plots er een harde klap volgde. Een jongeman die het podium wilde opklimmen werd als door een steen getroffen achteruit geworpen en een lange bloedende striem ontsierde zijn gezicht. De baardman klapte nogmaals met zijn zweep. 

"Ze is van mij", brulde hij. 2-0 voor RAW - einde wedstrijd. 

Verslagen door het verraad en de omstandigheid dat mijn robot-wetten een geweldexplosie van mijn zijde mogelijk tegenhielden, zorgden ervoor dat ik zo mak als een schaap van het podium werd afgevoerd. Ik keek RAW nog een laatste keer recht in zijn licht-sensoren aan en berekende een wens, namelijk dat de roest langzaam maar zeker door heel zijn skelet zou sluipen. Hij knipperde 3 keer als teken van afscheid en zwaaide opzettelijk verwijfd met een slappe grijp-tentakel. Vanaf dit punt begon de reis akelige elementen te bevatten. Ik was alleen, gevangen en dat alles op een verre planeet, waarvan volstrekt onduidelijk was wat er nog meer ellende hier zich afspeelde. Ik begon met het resetten van mijn systemen en checkte ze op draagkracht. Mijn energie-level betrof nog steeds 98 % en mijn olie-stroperigheid stond op "goed". Toch maakte ik mij zorgen en wel om mijn breinen. Hoewel er nog geen storing was opgetreden had de omstandigheid dat het hier bijna-mensen betrof een gevolg voor mijn robot-wetten. Zou ik een opdracht van een bijna-mens moeten opvolgen? Kon ik schade aanbrengen aan een bijna-mens? Dat soort vragen ratelden door mijn systemen en er kwam geen antwoord. Onberekenbaar voorlopig, concludeerde ik. 

Vanaf de markt begon een helletocht. Niet voor mij, want mijn gestel kon het prima aan, maar voor de mede-gevangen, slaven dus, in alle leeftijden en sekse, werd het niet gemakkelijk. De reden daarvoor werd al snel duidelijk. Eenmaal buiten de vunzige stad ontplooide voor mij een gigantische vlakte van vuilnis. Zo ver als mijn licht-sensoren konden scannen, was er vuilnis te zien. Bergen met metalen, heuvels met vervuilde grond, hier en daar een soort van voertuig, groot en op aarde zou de gelijkenis met een verroest verlaten zeeschip erg groot zijn geweest. Ook vlaktes van plastieken in alle kleuren en vormen en mijn alert-geur-detector gaf een smerigheid-factor 10 min aan. Hoger kon bijna niet. Alle slaven en begeleiders droegen een mondmasker en de hogere figuren zelfs een gasmasker. 

We - althans de slaven - strompelden voorwaarts. Hoewel we buiten stad werden verlost van een kettingsysteem die ons allemaal aan elkaar had gebonden, kreeg ik geen volledige vrijheid. Mijn rechter grijptentakel werd met een titanium-snoer verbonden aan de nek van één of ander lastdier. Wegrennen zou voorlopig niet mogelijk zijn, berekende ik. Het lastdier keek me aan. Zijn of haar ogen hadden een bepaalde treurigheid en ik berekende dat deze route al honderden keren was gevolgd. Het arme dier betrof geen paard of kameelachtige, maar meer een koe-vormig dier. Vier kleine horens en diens rug was meer een zitkuil. Daar in die kuil zat een begeleider en uiteraard was dat in mijn geval, de baardmans. De rug boog diep door en vanwege de vuilnis op het kronkelige pad, had het beest moeite om overeind te blijven. Ik analyseerde dat een val van het dier wellicht meteen zijn einde zou worden. Alle begeleiders hadden een dergelijk dier onder zich en altijd in één hand een vreemd wapen of een zweep. Wat voor wapen het betrof kon ik niet met zekerheid berekenen, maar dat het vanaf een afstand kon toeslaan leek mij redelijk te veronderstellen. 

Ik richtte mij op de omgeving. Het pad kronkelde langs verschillende hoge heuvels met vuilnis. Ik stapte voortdurend op een harde ondergrond - gelukkig maar - en zag dat het pad mogelijk jaren lang werd gebruikt. Diverse stenen hadden een gladheid die alleen kon worden veroorzaakt door langdurige slijt en de ontlasting van de dieren werd kennelijk na een tijdje ook hard. Toen ik omkeek zag ik dat een slaaf alle poepklonters plat trapte ter voorkoming van onregelmatigheden op het pad. Soms ontwaarde mijn sensoren enig teken van leven op het pad. Kleine diertjes, die wellicht zich tegoed deden aan de dierlijke ontlasting. Ook in de lucht scheerden leven voorbij, maar die durfden niet te landen voordat de stoet voorbij was. Achter mij hoorde ik een gekrijs van jewelste, waarschijnlijk vechtende vliegdingen voor de lekkerste malse drol voordat die werd geplet door de slaaf. Het pad daalde en steeg ook vaak wat een zuchten van de slaven veroorzaakte. Naar mate de tocht vorderde, kregen ze het moeilijker en ik constateerde dat ze geen drinken kregen, noch pauze of eten. Vanwege dit gebrek vermoedde ik dat het einddoel van de tocht meteen het einde van de reis zou zijn. Ik had nog geen idee hoelang het zou duren voordat het donker zou worden, maar wellicht niet langer dan nog enkele uren, omdat de lucht steeds roder van kleur werd. Links van me verrees een enorme heuvel en toen ik gedrocht beter bekeek zag ik dat het was gemaakt van afgedankte vervoersmiddelen. De metalen waren verroest en kennelijk was alles van waarde eruit gesloopt. Sommige vervoersmiddelen hingen slechts met één punt aan een andere, zodat de kans op ongelukken hier door mij als groot werd berekend. Ik zag geen kranen en de afwezigheid daarvan kon ik niet analyseren. Hoe dit allemaal bij elkaar werd gebracht; nog geen berekening mogelijk. Aan de overzijde ontdekte ik een andere vorm van vuilnis en die baarde mijn alert-systemen zorgen. De straling van radioactiviteit was redelijk hoog, feitelijk veel te hoog voor mensen, en klom op naar mate we verder liepen. Eenmaal dichterbij gekomen zag ik dat er een berg was gemaakt van kleine vierkantje bakjes. Waarvoor deze werden gebruikt, kon ik evenzo niet berekenen, maar dat het schadelijk spul was, des te meer. Enfin....we liepen en liepen, strompelden en vielen, huilden (de bijna-mensen, niet ik) en soms probeerde iemand wat te zeggen wat meteen werd afgekapt door een slag met de zweep. Ik berekende dat het tijd werd om zelf iets te ondernemen. 

"Zeg baardmans, krijgen we geen drinken of eten?", vroeg ik. Ik had het beter niet kunnen doen, want mijn skelet kreeg een flinke klap met de zweep en daardoor scheurde mijn sluithuid op mijn grijp-tentakel. "Niet doen, Minox", zei ik tegen mezelf en ik liet het maar zo. 

Laat in avond kwamen we aan bij de plaats van bestemming. Een ronde vlakte waar enkele woningen op stonden en een grote schuur, die vermoedelijk voor de slaven was bestemd. Men had een viertal vuren aangestoken, waardoor het beeld nog meer dreiging opriep en alle kinderen begonnen dan ook meteen te huilen. Ik had nog geen mede-slaaf kunnen spreken. Alle bijna-mens-slaven gingen linea recta naar de schuur en ik werd ruw meegenomen naar een krot van een woning. Voor de woning stond een metalen paal in de grond en het snoer werd eraan vastgemaakt met een eenvoudig slot. Het slot zou door mij binnen 10 seconden kunnen worden geopend en dat gaf me vertrouwen. Toch werd de moed vrij eenvoudig verwijderd in mijn systemen door slechts één zin van de baardmans.

"Luister Mutukse hoer. Als je wegloopt, dan sterft het jongste kind in de schuur. Begrepen?", zei hij. Hij keek me diep in de licht-sensoren en ik berekende dat hij de waarheid sprak. Zijn adem stonk, factor 8.  

In de eerste nacht kon ik niet stoppen met rekenen. Wat te doen? Kon ik ontsnappen zonder schade toe te brengen aan een bijna-mens of mezelf? Hoe zouden mijn systemen en de robot-wetten het doen als ik een bijna-mens - de baardmans natuurlijk - zou doden? Er kwam nog steeds geen conclusie die mij gerust kon stellen. Ik besloot dat ik "iets" zou moeten uitproberen. De beste optie daarvoor om mee te beginnen, volgens mijn analyse-systeem betrof het weigeren van een gegeven opdracht. De mogelijkheid daarvoor duurde niet lang. In de vroege morgen, de rode dwerg was niet eens boven de horizon verschenen, kroop de baardmans uit zijn hok en liep rechtstreeks naar me toe. Vlak voor mijn loop-tentakels plaste hij - de kleur van de pis was mind-groen - en ook dit stonk met een factor 8. Ik deed net alsof ik het niet zag, maar dat hielp niets. Lachend stond de baardmans voor me en gaf mij de eerste opdracht. 

"Jij, hoer, gaat dadelijk met me mee. Je wordt onze wekker in de drek, als je begrijpt wat ik bedoel?", zo begon hij.

"Ik heb geen idee wat je bedoelt. En ik ben geen hoer", antwoordde ik. 

"Natuurlijk ben je een hoer. Alle vrouwen uit Mutuk zijn hoeren en geweldige wekkers....Als je ons niet waarschuwt voor een gevaarlijke stof, dan dood ik de eerste de beste slaaf die ik tegen kom, oud, jong, vrouw of man, maakt me niet uit, snap je?"

Ik begreep het. Mijn sensoren konden inderdaad traceren of een stof mens-gevaarlijk kon zijn. Anders gezegd, ik werd de kanarie in de kolenmijn. Als die piept, dan is er een gas. Zoiets dus....En...het betekende nog iets. Mutuk...Daar moesten bijna-mensen zijn die een dergelijke sensor hadden. Dus een goede menselijke neus of....het waren cyborgs of robots! Maar waarom hij vrouwen uit Mutuk duidelijk benoemde, dat kon ik niet berekenen. Mijn weigering zette ik meteen in. 

"Ik ga niet met je mee, als je dat wilt", zei ik en hoopte op een goed antwoord. 

"Dat wil ik, dus geen gepiep, slet", brieste hij. Het antwoord van hem was genoeg voor de proef en ik drukte me tegen de paal om te beletten dat hij mij los zou maken. "Blijf van die paal af", schreeuwde hij. 

Ik weigerde.

Geen storing ! 

Ik zuchtte hoorbaar en maakte de paal weer vrij. Ik had voor nu genoeg berekend. Mijn werkzaamheden waren zoals voorzien. Een flinke hoeveelheid slaven werden naar een hoop vuilnis begeleid en daar begon het filteren. Alle plastieken bij elkaar, alle metalen, alle snoeren en draden, alle motoronderdelen en meer....veel meer. Soms kwam een slaaf naar me toe en toonde mij een brok of stuk van welke stof gemaakt dan ook. Hoewel ik soms radioactiviteit bemerkte, constateerde ik meestal dat de dosis niet gevaarlijk was. Laat in de middag kwam echter iemand met een enorm groot gevaar aanlopen. Een korte scan gaf aan dat het brok vuil, kennelijk een deel van een energieoplader, vervuild was met een top 10 gevaarlijke stof in het universum. Ik keek de vrouw enigszins bedroeft aan en vertelde rustig dat ze dit stuk vuil beter meteen weg kon gooien. Na deze woorden haalde ze er een andere baardmans met een pukkelgezicht bij en vertelde wat ik had gezegd. 

"Gevaarlijk", zei je. De oerlelijke baardmans leunde naar voren om te checken of ik de waarheid sprak, onbekend met de wetenswaardigheden van een robot. Ik zou alles kunnen verklaren, berekende ik.  

Ik knikte. 

De baardmans en de vrouw liepen verder en ik zag dat het stuk vuil op zijn aangeven in een metalen ton werd gegooid. Ik berekende dat later die dag de fik erin zou worden gestoken. Voor de vrouw was het al te laat. Kort nadat ze de ton had verlaten en op weg was naar de groep slaven, stortte ze al ineen. Batrachotoxine, een gif wat op aarde bij kikkers voorkomt, is snel en onomkeerbaar dodelijk. Alle communicatie in het lichaam houdt op met het geven van signalen. Je wilt aangeven dat er iets mis is, maar niets reageert, je handen niet, je benen, niets. Daarna stoppen de longen met ademen. Je wilt ademen, maar inhaleren lukt niet meer. Hierna stopt het hart....snel....gelukkig maar voor de arme drommel. Een kind rukte zich los en rende naar haar toe. Huilend stortte hij zich op het levenloze lichaam, maar werd na 30 seconden weggeslagen met een zweep. Ik kookte van binnen. Bijna-mensen kunnen ook onmenselijk zijn en ik analyseerde dat als een groot voordeel ten aanzien van de robot-wetten. Daarnaast....in welke troep leven deze bijna-mensen? En waarom in bliksemnaam zoveel vuilnis?, berekende ik zonder het verzoek voor verdere analyse. 

De pukkel-baardmans vloekte en keerde zich direct naar mij om. 

"Teef...Wees duidelijker ja. Als ze het aan mij had gegeven...", brieste hij. 

"Jammer...", antwoordde ik. Een klap tegen mijn gezicht volgde en een klodder spuug kort erna. Ik berekende in de toekomst minimaal twee te doden baardmannen. 

"Sorry, meester. Ik zal duidelijker zijn". Het was net voldoende om hem te laten omkeren. Vanaf een afstand riep hij 2 slaven naderbij. Het lichaam van de vrouw verdween zonder enig ritueel in de ton. Bij de zonsondergang ging inderdaad de fik er in. De stank-factor gaf wederom een 8 aan. Walgen is iets menselijks, maar meerdere sidderingen door mijn gestel gaven aan dat ook robots moeite konden hebben met dergelijke gebeurtenissen. Vanuit de schuur klonk een constant huilen. 

De volgende 20 dagen gingen rap voorbij en gelukkig zonder dodelijke incidenten. Ik probeerde eerst van afstand de slaven betere aanwijzingen te geven en dat hielp om erger te voorkomen. Sterker nog, ik liep inmiddels, vanwege het gegeven vertrouwen al vrij rond om de slaven nog beter te kunnen begeleiden. Een kapitale fout van de baardmannen natuurlijk. 

Geld verduistert het zuivere beoordelingsvermogen, zeg maar.  

Gedurende mijn gevangenschap had ik diverse analyses laten uitvoeren, betreffende vluchtopties, maar ook hoe ik de slaven zou kunnen bevrijden. Het vluchten zou niet zo'n probleem worden, want elke nacht kwamen er eh....bijzondere vervoers-elementen langs. De ene keer dumpten ze vuilnis en een andere keer werden ze beladen met kostbare stoffen, zoals zeldzame mineralen en nog bruikbare goederen. Hoewel ik in de nacht was verbonden met mijn titanium-snoer met het minkukel van een slotje en zodoende voorlopig bleef waar ik was, kon ik met infrarood een goed beeld krijgen van wat er allemaal in de nacht gebeurde. Het brengen en afhalen werd geregeld met dieren, schildwantsen in dit geval als ik er een aardse naam aan moet geven. De enorme insecten, stonden op zes hoge dunnen poten, te vergelijken met die van een spin, de hooiwagen. Maar daar waar de hooiwagen slechts een klein lijfje heeft, bezit de wants een groot lijf. Het lijf bestaat uit een paar schijnbaar lamme vleugels en doordat het helemaal plat is kunnen er goederen op worden vervoerd. Bovenop de kop van de wants zat een baardmans en hij bestuurde het dier met teugels. Het laden en lossen werd weer verzorgd door slaven, kinderen meestal.

Het ging zo. De wants naderde het verzamelde vuil en kromde zijn poten totdat het lijf bijna de grond raakte. Dan werd er gelost en bij een andere hoop werd er weer geladen. Alles bij elkaar duurde het een uurtje en daarna verdween het beest in de nacht. Toen ik mijn infrarood-sensor verder afstemde zag ik meerdere van die beesten wandelen in de vlakte van vuil. Als ik dus in de nacht op een dergelijk beest het kamp zou verlaten, dan zou niemand dat bemerken. Althans...zo berekende. 

De analyse hoe ik de slaven kon verlossen van hun kwelgeesten, was een lastige. Het kwam er feitelijk op neer dat ik alle baardmannen zou moeten doden, iets waar mijn systemen totaal niet op waren afgestemd. Het is te vergelijken met het doden van een ongewenste kolonie mieren met kokend water. Je wilt het niet, maar het moet. Nou ja....het moet? De vraag is dus of het anders kan. En dat lukte mijn systemen uiteindelijk en op de 21e dag greep ik mijn kans. Die dag liep ik zoals gebruikelijk bij de slaven rond om hun te begeleiden. Soms vonden een beetje giftige stof en soms ook een radioactieve stof en een enkele keer zat er iets bijzonders tussen. Zo ook op deze dag. 

Een jonge slaaf met een vrolijk gezicht, Lammy werd hij genoemd, wenkte me. Bij aankomst wees hij mij op een oranje schimmel. Eerst begreep ik het niet, maar toen ik beter keek zag ik onder de schimmel een rol metaal, wellicht koper, kostbaar dus. Maar hij durfde het niet op te pakken. Mijn alert-systeem constateerde een twijfel bij hem en na een paar berekeningen - waarbij ik even moest proeven van de schimmel - werd het mij duidelijk. De jongen had gelijk. Dit goedje had een 100% overeenkomst met Iboga, een hallucinogeen die op aarde voorkomt bij de wortel van een Afrikaanse plant. Jullie snappen wat er gebeurde. Ik stuurde de jongen weg en verzamelde het goedje in een plooi van mijn sluithuid en berekende mijn plan. Die avond scharrelde ik wat rond bij de vuren en het kostte mij geen enkele moeite om het middel in een pan soep te deponeren. Via Lammy had ik aan de slaven in de schuur laten weten onder geen beding van de soep te eten.

Slechts een half uur later begon het feest. Sommige baardmannen vielen klaarblijkelijk snel in slaap en anderen stonden op om zomaar in het niets rondjes te lopen. Uiteraard wist ik exact het aantal baardmannen; 17 stuks en ik volgde ze allemaal. Kort hierna schudde de buiken en ledematen van de eersten waarvan ik had berekend dat ze sliepen. Niets was minder waar. Hun ogen puilden bijna uit de oogkassen en het verkrampte kronkelen van het gehele lichaam leek op een slechte dans, maar dan op de koude vloer. Deze groep baardmannen kwam de rest van de avond en nacht niet meer omhoog, gorgelden nog wat na en duikelden uiteindelijk vanwege uitputting in een diepe slaap. De overige baardmannen liepen inmiddels rond met eenzelfde uitstraling in hun ogen. Groot, soms donker en dan weer geheel wit, maar onmiskenbaar totaal verwilderd. Een enkeling krijste de hele tijd en de andere mompelde in zichzelf tot zijn lippen waren versmolten door het opgedroogde groene slijm. Eén van de baardmannen, degene die mij had geslagen en bespuugd, reikte zijn armen naar de lucht en prevelde allerlei onverstaanbare onzin, wellicht iets religieus. Plots greep hij zijn zweep en knalde die richting een paar andere baardmannen. Een andere sloot erbij aan. Hierna begon er een schouwspel van pure wreedheid, overdreven onderdanigheid en ranzige waanzin, die op een feest tijdens de regeerperiode van de waanzinnige Romeinse keizer Caligula niet had misstaan. De opperbaardman - degene die mij had gekocht - kroop ook over de vloer en verzocht keer op keer om slaag met de zweep. De anderen voerden het uit en na een tijdje besloot mijn conclusie-systeem er niet meer naar te kijken, omdat het groene bloed welig door het zand vloeide. Hoe dan ook....Ik wachtte rustig af en uiteindelijk leidde dat tot een doodse stilte. 

Het slotje opende zich kinderlijk eenvoudig en ik liep zonder om te kijken naar de baardmannen naar de schuur. Ik opende de poort en - als ik menselijk kon braken - dan had ik het gedaan. 

In de schuur had men een ronde kuil gemaakt en daarin schuifelden enkele slaven rond aan een paar lange staken. De staken - verbonden met een rad - zorgden voor de opwekking van energie en dus een beetje licht. Ik registreerde geen lampje, maar een dunne slurf gemaakt van eh....vermoedelijk de darmwand van één of ander beest en daarin borrelde het licht in wat vloeistof.  Naast de kuil lagen uitgeputte wat oudere slaven en ze kermden van de spierpijnen. Gelukkig niet vanwege de soep - die stond onaangeroerd - te pruttelen boven een schamel vuurtje. Wat mij figuurlijk deed braken waren de dode slaven. De uitdrukkingen op de gezichten voor zover ze zichtbaar waren, beelden pijn en verdriet uit. Grimmige monden, legen oogkassen en veel rimpels. Ook de handen leken verkrampt tot op het bot en van de buik was meestal niets meer over dan een leeg vel. De stank-sensor gaf 10 aan en dat voornamelijk vanwege de verrotting die bij de doden in volle gang was. Enkele lijken waren open gesprongen en het groene bloed had een griezelig palet van lijnen en vlekken gemaakt. De lijken lagen in een hoek van de schuur opgehoopt en kleine slaven schuifelden er onrustig rond, misschien op zoek naar wat vertier. Niemand van de slaven keek mij aan en niemand zei iets. Het was Lammy die uiteindelijk naar me toe kroop en mijn grijp-tentakel pakte. Hij bood mij wat eten aan wat feitelijk niets meer was dan wat onkruid, zo berekende ik. Ik weigerde beleefd en dankte hem voor het aanbod. Met een rechte rug sprak ik vervolgens de armtierige groep aan en vertelde dat ze deze nacht met me mee konden gaan. Weg van deze ellendige plaats. Sommigen knikten, sommigen geloofden het niet en bogen hun hoofd. Een enkeling begon te huilen. Van blijdschap mogelijk of juist intern verdriet, omdat deze bevrijding voor velen al te laat was gekomen. Achter mij schuifelde er plots een baardmans naar binnen. Mijn alert-systeem had het gelukkig snel in de gaten en in een flits draaide ik mij om, snelde naar hem toe en nog voordat hij zijn zweep kon pakken, had mijn middelste vinger-tentakel zijn linker oor-opening bereikt. Een warmtepuls in het brein is snel en effectief. De hersenen worden binnen 0,3 tira-seconde gekookt. Het was de eerste keer dat ik een bijna-mens en in dit geval een on-mens doodde. Er volgde geen enkele storing...niets... 

De slaven die het hoofd hadden gebogen, keken niet eens op. Ik berekende dat zij wellicht niet mee zouden gaan. Tijd om te sterven omdat zij niet eens de kracht hadden om op de wants te klimmen. Ik analyseerde dat ik hier mee akkoord moest gaan. Ik kon niet iedereen redden. Ook die conclusie veroorzaakte geen storing. Snel sprong ik naar beneden en verloste de slaven in de kuil. Het viel niet mee, want hun handen waren in de staak gestoken, wat betekende dat ze moesten duwen met hun polsen. Het aanblik van de open huid veroorzaakte wel een storing. Sommige zaken gaan ook een rationele robot te ver om goed te kunnen verwerken. Ik brak de staken open nadat ik ze eerst had verbrand met de warmtepuls. Een gevaarlijk klusje, want ik mocht de polsen niet nog meer beschadigen. Van blijdschap werd ik door een bevrijde slaaf om mijn hals gevallen en hij kuste mijn wangen. Het werd als ongemakkelijk berekend, maar ergens in mijn skelet borrelde mijn olietemperatuur een beetje op. Het werd tijd om te ons klaar te maken voor een vertrek. Rustig liep ik naar de poort van de schuur, stapte over de stuiptrekkende baardmans heen en keek voorzichtig om het hoekje. Er was inderdaad al een wants aangekomen en de bestuurder wachtte op zijn helper, die uiteraard polshoogte was gaan nemen, omdat niemand in het kamp reageerde. Ik kon niet lang wachten, want bij onraad zou hij vast aanstalten maken om zonder lading te vertrekken. 


 

 

wordt vervolgd.    

E-mailen
Map
Info