Ideemachine.nl
                                                                                                 

Het Dagboek, 3C


De 1e verkenning vervolg


Het plan werd goed ontvangen door mijn metgezel. Hoewel het uitrekenen van zijn conclusie nogal wat tijd kostte, klonk zijn antwoord on-robotisch-berekend. 

"Ja, Minox. Wow...Goed berekend. Natuurlijk had ik zelf ook al zoiets in mijn analysebrein staan, maar eh....nou ja, laten we dit doen. En eerlijk is eerlijk, je hebt de eerste punten al verdiend. Zullen we er 5 punten van maken?", gaf hij aan zonder ook maar een moment van twijfel fysiek aan te geven. Geen gerommel binnen in zijn skelet, geen rookpluimpje, niet eens één knipper met zijn licht-sensoren. Ik knikte instemmend en concludeerde nu al dat het puntensysteem vooral zijn ding zou worden. Ten voordele van hemzelf uiteraard. 

Gezamenlijk besloten we ons voertuig op een andere plaats weg te zetten. Weg van het eiland, al wisten we niet eens zeker of dit wel een eiland betrof, maar een korte vlucht vlak over het oppervlak zou het snel duidelijk maken. Deze keer mocht ik de besturing doen - in de wetenschap dat een nieuwe slechte plaats - mij zou worden aangerekend. Mijn analyse-systeem - ook niet gek natuurlijk - berekende een uitweg.

"RAW, kijk jij eens goed rond en kies een goede plek". Hij keek meteen een beetje beteuterd (een robotische versie van dit woord bestaat niet) maar ging goed voor het scherm zitten om de omgeving af te tasten. 

Het voertuig scheerde rustig over het eiland en plotseling veranderde de ondergrond. Wat we zagen verbijsterde ons rekenvermogen. Hier begon een zee, onmiskenbaar groot, want zover onze licht-sensoren konden scannen, zover reikte de zee. De zee was echter geenszins van het bekende water gemaakt, maar van een onbekende stroperige vloeistof en verzadigd tot op de bodem met zichtbare met lange slierten zeewier. Althans iets dergelijks konden wij registreren. Zodoende hadden we hier te maken met zowel een woelende zee als met een eindeloze vlakte van plantachtige structuren. Het meest te vergelijken nog met een onder water gelopen gigantische akker vol met mais, gras of tarwe. Mijn alert-systeem attendeerde mij direct dat de woelende omgeving een perfecte schuilplaats kon zijn voor gevaar. Het zeegras - want zo benoemde ik het maar - was turquoise (blauwgroen) van kleur en stroomde gedwee met de stromingen mee. We moesten zeker dit gedeelte van de planeet nader onderzoeken, berekende ik, temeer we nu al concludeerden dat deze zee van vloeistof, met zijn lange halmen een enorm groot gedeelte van Teegarden B omarmde. 

Ik scheerde verder over de zee en richtte mij op een paar heuvels die verderop zichtbaar werden. Een goede keuze berekende ik, want heuvels betekende ook land - een harde ondergrond dus - en dat hadden we minimaal nodig voor een goede landingsplaats. RAW wees naar de heuvels. "Daar Minox. Dat is misschien en goede plek om te landen". Even later zette ik de landing in en constateerde een aantal wegvluchtende entiteiten, klein van formaat. De beestjes sprongen met grote kracht verschillende kanten op en een enkeling verbleef wat langer in de lucht en zweefde verder. De analyse die leidde richting een vliegende kikker achtte mijn systemen tot een goede optie. Meer leven dus...

De landing ging perfect en de bodem hield het. Eenmaal uitgestapt merkten we dat de grond van een keiharde soort was. Rotsachtig en bezaaid met een mos-vorm. De omstandigheid dat nagenoeg elke planeet ofwel gasvormig of rotsachtig moest zijn, gelet op de bekende elementen die het heelal had gevormd, gaf ook niet veel risico. Ja, drijfzand...dat was zeker een risico, maar hier kon ik in de verste verte geen zand ontdekken. Zo gezegd, ons voertuig stond stabiel en goed herkenbaar op een redelijk veilige plaats, aangezien er buiten de drie heuvels niets verder kon worden geregistreerd. Ook had ik - al zwevende boven de heuvels - verderop niets gezien wat leidde tot een nader onderzoek. Niet dat ik de wereld hier vrij doods achtte, maar van enig intelligent leven bleek nog nergens of het moesten de kik-vogels zijn, die trouwens nergens meer waren te bekennen. En daar stonden we weer, samen, ergens in the middle of nowhere en zonder echt plan, behalve dat we samen zouden blijven. 

"RAW, heb jij een pool-indicatie?", vroeg ik. 

"Je bedoelt of we op kompas kunnen reizen. Hm...ja, er zijn twee polen, dus dat moet lukken", zei hij vol trots in de veronderstelling dat hij daarmee meteen de leiding op zich kon nemen. 

"We kunnen vier richtingen nemen, Zuid, West of andersom. Wat denk jij RAW?"

"Eh, via de polen bereken ik als onvoordelig. Dus via West of Oost, toch?"

"Ja, mee eens. Enige berekening welke richting meer tijdwinst oplevert?" 

"Uh, nee". Ik besloot om mijn hogere intelligentie prijs te geven. Gewoon om te laten berekenen dat hij wel degelijk met mij rekening moest houden. 

"Oké, dan gaan we via een Westelijke route. Het is mij duidelijk uit de stand van de zee-halmen dat daar een Oostelijke stroming gaande is. Als ik de windrichting bestudeer in combinatie met de luchtvochtigheid, dan komt mijn berekening nu uit op voornamelijk oostenwind. Windje mee is gunstiger dus....", legde ik uit.  

"Maar....geldt dat dan voor de hele planeet?"

"Goeie opmerking. Nee, zekerheid hebben we niet, maar gelet op de schuinstand van deze planeet en de tijdsomloop rond de rode ster, dan is dit de beste optie. 65% zelfs. Het is beter dan een gok, toch?"

RAW was even stil. Natuurlijk kon hij dit niet narekenen, maar deed alsof. 

"Hm...ja. Helemaal mee eens. Ik kom ook uit op 65%", antwoordde hij zonder wederom iets van onkunde of reken-grenzen te laten merken. "Kom op. Dan gaan we. Staat jou klok ook op 81 dagen, 16 uur, 42 minuten en 24 seconden?"

"Yep, RAW. Gelijk gezet. We kunnen. Loop jij voorop", vroeg ik nog, maar dat was overbodig, want hij had direct de leiding genomen. Ik volgde rustig en besloot intussen zoveel mogelijk berekeningen omtrent de natuurkundige toestand van de planeet te maken en visuele observaties te registeren. 

De omgeving waarin wij liepen krioelde van het leven. Klein leven weliswaar, maar onmiskenbaar veel en interessant ook. Ook hier waren insect-achtige beestjes van het formaat kleine kever tot zelfs de grootte van een muis. Niet achtpotig zoals spinnen, maar evenzo als op de Aarde, met zes pootjes. Opvallend betroffen de kleuren, die er eigenlijk niet waren. Nou ja, de hoofdkleur groen, was er wel , maar die zorgde voor een bijna perfecte camouflage in het groene mos. Wat ook als bijzonder kon worden aangemerkt. Er leek geen enkele vijandschap. Hoewel ik binnen 10 minuten al 60 verschillende beestjes telde, was er niet één die gevormd was met aanval of verdedigings-elementen. De meesten deden zich dan ook goed aan het groene mos. Het gebied zou op Aarde vast als exceptioneel worden aangemerkt, zo zonder geweld, dood en angst. Ik volgde met mijn licht-sensoren een kleine kever. Hij of zij had moeite met het nemen van de hobbels, omdat de poten nogal kort waren. Te kort eigenlijk en even later bleef het ook steken bij een grote spriet uit het mos. Tot mijn verbazing kwamen er meteen andere insecten aan en die gaven het beestje een zetje van achteren. Daarna vloog het gezelschap weer uit elkaar. Ergens verderop trof ik een hotel aan. Een andere benaming kan ik er niet aan geven, want het bouwsel van mos en korreltjes had wel honderden gaatjes waar allerlei verschillende beestjes in en uit kropen. Het duurde niet lang voordat ik goed ging opletten waar ik mijn loop-tentakels zou wegzetten en na een half uurtje lag ik al een flink eind achter op RAW. 

"He, Minox....Is je batterij nu al minder?", schreeuwde hij. Ik wuifde het weg en gaf aan dat hij gewoon door moest lopen. Ik zou wel volgen. Een optie om hem ook in te lichten omtrent het prachtige leven onder zijn loop-tentakels zou vast geen zin hebben. Zijn opdracht was heilig, dus.... 

Plotseling stapte ik bijna op een mij bekende kik-vogel. Ook dit diertje had groene strepen op zijn rug en veren, van donker tot licht en het verbaasde mij niet dat ik bijna op het beest was gestapt. Het maakte een sprong vooruit en kwam ergens 3 meter verderop terecht. Ik wilde het beter bekijken en naderde het voorzichtig. De kik-vogel knabbelde rustig op een nootachtig ding en keek me met één oog aan. Het kon niet anders dan dat dit beest niet verwachtte dat ik een vijand kon zijn. Ik zag geen angst, slechts rust in het oog en ook sprong het niet verderop. Een tweede sprong uit het niets naderbij en voordat ik het wist was ik omringd met kik-vogels. Ik berekende dat ik gerust even kon zitten om deze natuur beter te bestuderen. Je kon toch niet met niets terugkeren op Aarde, zo berekende ik. Het werd een gezellige bijeenkomst van grote en baby-kik-vogeltjes die er rustig op los knabbelde en mij allemaal met één oog aankeken. Een kleintje sloop voorzichtig richting mijn loop-tentakel en tot mijn verbazing zag ik dat hij een stukje noot op mijn loop-gedeelte legde. Het deelde voedsel met mij en ik was blij dat ik ook mijn camerasystemen had aangezet. Ik besloot - ondanks dat ik me hier helemaal op mijn gemak voelde - om verder te gaan en knipperde één keer als afscheid. Toen ik heel even nog achterom keek, zag ik dat ze allemaal tegelijkertijd opsprongen en met wapperde vleugels zo'n dertig meter verderop weer terecht kwamen. Er was geen kwaakgeluid aan de pas gekomen.  

RAW was intussen nog verder doorgelopen en liep in de richting van een mens.....

"Een mens!", zo analyseerde ik, want daar leek het verdomd veel op. Ik maakte grotere stappen en bekeek de nieuwe situatie met onrust in al mijn systemen. De mens stond bij een wiskundig figuur, onmiskenbaar een rechtopstaande rechthoek. Aan de afmetingen te zien, was de mens kleiner dan RAW. De rechthoek had echter een afmeting van 3 meter breedte en 5 meter hoog. Een fors, ding, maar wat het was, kon ik niet berekenen. Ik begon te rennen. 

De man, want dat was het, had een 80% vriendelijk voorkomen en dat kwam ook vanwege zijn kleding. Hoewel het een uniform leek, ook groen en voorzien van bijzondere tekens erop, kon ik direct analyseren dat zijn kleding bedoeld was om in de natuur te zijn. Mijn berekening 90% natuurwachter, werd vrij snel bevestigd. 

"Minox, dit is Sandhi. Hij spreekt een vroeg-Latijnse taal, dus je moet even overschakelen naar Romeins, 2e eeuw voor het jaar nul, dan is het goed te volgen. Ik schakelde over en probeerde of het lukte.

"Hallo. Ik ben Minox, een realborg en wij komen in vrede", zei ik in de wetenschap dat dit de allerbeste openingszin voor een eerste kennismaking met buitenaards intelligent leven betrof. De man keek mij van top tot teen-tentakel aan en veranderde niet van houding. Zijn mond stond gelukkig nog in een kleine lachstand. 

"En mijn naam is Sandhi. Ik ben natuurwachter en jullie krijgen een boete. Ik kan niet anders, want dit stukje is streng verboden gebied. Daar staat het bord". De man wees naar een klein bord, die ik niet had gezien wegens mijn bezigheden met het kleine grut. Ik keek RAW aan en knipperde 3 keer. Wat betekende dat hij dat wel had moeten zien. RAW haalde zijn schouders op. 

"Eh, sorry hoor. Maar eh..." Mijn zin werd afgebroken. De man stampte met een stok op de grond en leek nu een beetje boos. 

"Luister. Het maakt mij niet uit, wie, hoe of wat en praatjes hou ik niet zo van. Maar, jullie zien er niet Ro-ofisch uit en dus vergeef ik de boetes. Niet 2 maar 1 boete lijkt mij redelijk. En....als jullie geen opmerkingen hebben dan graag wel zo snel mogelijk weg uit dit reservaat en wel direct door deze uitgang. De man wees op de rechthoek. Toch wilde ik mij niet zo maar weg laten sturen en probeerde een gesprek aan te knopen. Maar nu...iets anders. 

"Geachte heer, wachter van de natuur. Wij zijn verdwaald, helaas en wellicht heeft een gebrek aan voeding en water ons beoordelingsvermogen aangetast. Kunt u, uw kostbare tijd mogelijk even met ons delen om uit te leggen waar wij zijn beland", probeerde ik, terwijl ik mijn hoofd een beetje naar beneden boog als extra teken van respect. 

De man begon te bulderen van de lach. 

"Haha, ach, beste dame. Ik pest jullie een beetje. Ik weet ook wel waarom jullie hier zijn gekomen. Jullie zijn op huwelijksreis he, en hebben vast deze reis gekregen van een Dopper. Nou nog gefeliciteerd en mijn respect aan u heer RAW dat u zo'n mooie jongedame heeft weten te kopen". RAW en ik knipperden direct naar elkaar. Ik begon te rekenen en concludeerde dat de man werkelijk dacht dat wij ook mensen waren en wel getrouwd ook nog. Het idee alleen al. Ik besloot het spel mee te spelen. 

"Dank u, natuurwachter. Het klopt. Wij hebben een prijs gewonnen op onze huwelijksdag". 

"Dat dacht ik al. Maar, ik heb wel een vraag hoor. Luister de ingang van dit reservaat ligt honderden Exomi verderop. Hoelang hebben jullie wel niet gelopen?" 

RAW was me voor. "Eh....lang hoor. We zijn de tel kwijt geraakt. En we hebben echt dorst gekregen", antwoordde hij. De man keek ons aan en pakte een fles met vloeistof. "Hier drink wat. En als je dadelijk de uitgang neemt ben je direct in Veeleer-stad, daar is natuurlijk van alles te verkrijgen". 

Het vocht was veilig. Het had een 70% overeenkomst met water, 3% alcohol erbij en nog wat onbekende kruiden erin. Ik heb geen smaak dus ik deed net alsof ik het heel lekker vond. De man liep intussen naar de rechthoek en wees het aan. "Op dezelfde manier als erin. Gewoon doorstappen en hou elkaar vast", zei hij. Ik gaf de drinkfles terug en pakte de hand van RAW vast. De rechthoek bestond uit een metalen geraamte en stond nergens op. Ja, op de grond, maar enig verder houvast was niet te traceren. Binnenin, daar waar iedereen een deur zou verwachten stroomde een zilverachtige vloeistof en het maakte zelfs kleine golfjes. Hoewel de overeenkomst met een spiegel erg groot was, kon ik mezelf er niet in zien. RAW stapte als eerste naar voren. 

"Wacht.....Beste Sandhi. Wat is de naam van dit reservaat?", vroeg ik nog in de wetenschap dat we ook hier terug moesten komen. 

De man fronste zijn wenkbrauwen en diepe rimpels verschenen op zijn gezicht. "Dat jullie dat niet weten. Je hebt immers de hoofdprijs gekregen... Nou, wellicht komt het vanwege de honger. Dit reservaat is het meest beschermde gebied ooit. De naam is Erde", antwoordde hij. Ik schrok me een blikkie en opener.

"Erde"....dat leek verdomd veel op "Aarde", analyseerde ik. RAW deed het allemaal niets. Hij stapte meteen door de rimpelende vloeistof, verdween...en trok me mee.   


wordt vervolgd op 4A



E-mailen
Map
Info